Startende én ervaren leraren goed begeleiden

De uitval van leraren kan beter worden tegengegaan met goede begeleiding van zowel startende als zittende leraren, schrijft onderwijsminister Arie Slob in antwoord op Kamervragen.

PvdA-Tweede Kamerlid Kirsten van den Hul wilde van Slob weten hoe hij denkt over de uitval van leraren. De minister antwoordt dat het ministerie van OCW met de sociale partners, de lerarenopleidingen, schoolbesturen en gemeenten op verschillende manieren werkt aan het terugdringen van het lerarentekort.

Minder uitval van leraren

Onderdeel hiervan is volgens Slob het behouden van leraren. Hij ziet daarbij een positieve ontwikkeling. ‘Uit (…) gegevens blijkt enerzijds dat veel startende leraren binnen één tot vijf jaar uitvallen, maar ook dat de uitval met name in het primair onderwijs afgelopen jaren licht is gedaald’, aldus Slob.

Hij voegt daaraan toe dat er op dit vlak de komende periode nog winst mogelijk is, ‘bijvoorbeeld door niet alleen samen te werken rondom de begeleiding van startende leraren maar ook bij de begeleiding van zittende leraren’.

Lees meer…

Studie- en beroepskeuze op scholen moet beter

Dit staat in een recent advies van de Raad voor Werk en Inkomen (RWI), het overlegorgaan van werkgevers, werknemers en gemeenten. De RWI wil dat studie- en beroepskeuze meer wordt ingebed in het reguliere onderwijs. ‘Scholen moeten verder kijken dan het laten slagen van hun leerlingen voor het einddiploma. Door de prestaties van hun voormalige leerlingen in het vervolgonderwijs te volgen, kunnen de scholen hun begeleiding bij loopbaanoriëntatie verbeteren”, vindt RWI.

Het gaat om adequate informatie over beroepen en over regionale en sectorale arbeidsmarktkansen. Ook vindt de RWI dat leerlingen bijtijds en intensiever dan tot nu gebeurt, in contact moeten komen met vervolgopleidingen en beroepspraktijk.

Meeloopdagen en snuffelstages
Goede middelen om dit te bereiken zijn volgens de RWI: meeloopdagen in het vervolgonderwijs, leerlingen- en docentenuitwisseling tussen voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs en meer snuffelstages voorafgaand aan de studie- of beroepskeuze. Belangrijk is ook dat leerlingen deze ervaringen ook daadwerkelijk gebruiken bij hun keuzes; volgens de RWI is de begeleiding op de scholen daar nog te weinig op gericht. Verder vindt de RWI het belangrijk dat beroepsopleidingen niet meer leerlingen toelaten dan de (regionale) arbeidsmarkt jaarlijks kan plaatsen.

Met zijn advies wil de RWI onderwijs en arbeidsmarkt beter op elkaar afstemmen. Het gaat de RWI om het voorkomen van ongediplomeerde schooluitval, verbetering van de startpositie van gediplomeerden op de arbeidsmarkt en bestrijding van onnodige personeelstekorten.

Werkdruk
De RWI spreekt niet alleen de scholen aan, maar ook de landelijke overheid en de sectororganisaties in het onderwijs. “Het moet de scholen namelijk ook mogelijk gemaakt worden de studie- en beroepskeuze te verbeteren”, aldus de RWI, die zich realiseert dat scholen al te maken hebben met uiteenlopende maatschappelijke problemen en een hoge werkdruk. De partijen binnen de RWI (werkgevers, vakbonden en gemeenten) zien dan ook een taak voor zichzelf om het arbeidsmarktperspectief beter op het netvlies van docenten en leerlingen te krijgen.

Ten slotte pleit de RWI voor een landelijke website of portal voor studie- en beroepskeuze. Daar moet alle informatie over opleidingen, beroepen en arbeidsmarktkansen worden verzameld en beheerd.

Het advies ‘Voor de keuze. Voorstellen voor een betere studie- en beroepskeuzebegeleiding’ van RWI treft u aan in de rechterkolom naast dit artikel.

Bijlagen