Vereenvoudiging bekostiging naar Tweede Kamer

Onderwijsminister Arie Slob heeft het wetsvoorstel ter vereenvoudiging van de bekostiging van het voortgezet onderwijs naar de Tweede Kamer gestuurd. In het wetsvoorstel staat dat er vaste bedragen per leerling en per vestiging komen. Dat betekent volgens de minister het einde van een complexe rekensom met tientallen parameters.

‘Door deze vereenvoudiging krijgen scholen voor gelijke leerlingen dezelfde hoeveelheid geld. Ongeacht op wat voor school de leerling zit. Daardoor kunnen schoolbesturen gemakkelijker de financiële consequenties berekenen van veranderende leerlingenaantallen en kan bijvoorbeeld de MR gemakkelijker de financiën controleren’, aldus de minister.

Vier verschillende bedragen

Het wetsvoorstel voorziet niet in één bedrag voor alle leerlingen en scholen, maar in vier verschillende bedragen: twee voor leerlingen en twee voor vestigingen.

Voor de leerlingen komt er één bedrag voor alle onderbouwleerlingen en bovenbouwleerlingen in het vwo, havo, mavo en vmbo-gl, en één bedrag voor alle leerlingen in het praktijkonderwijs en bovenbouwleerlingen in vmbo-basis en –kader. Aanvullend komt er een toeslag voor vmbo-leerlingen in de gemengde leerweg, omdat zij naast hun lessen op school ook beroepsgericht onderwijs krijgen.

Daarnaast krijgen scholen één vast bedrag voor de hoofdvestiging van een school en één vast bedrag per nevenvestiging.

Geïsoleerde scholen

Om onderwijs bereikbaar te houden voor leerlingen in gebieden waar het aantal leerlingen terugloopt, komt er een aanvullende regeling voor geïsoleerde scholen. Een school is geïsoleerd als vervangend aanbod op minimaal 8 kilometer ligt. Voor praktijkonderwijs is dat 20 kilometer.

De totale hoeveelheid geld dat naar het voortgezet onderwijs gaat, blijft gelijk. Wel zullen er scholen zijn die meer geld ontvangen door de eenvoudigere rekenwijze, maar ook scholen die minder geld ontvangen. De nieuwe rekenwijze wordt ingevoerd in gelijke stappen over vier, soms vijf jaar. Hierdoor hebben schoolbesturen volgens de minister de tijd om in te spelen op de nieuwe hoeveelheid geld die ze krijgen.

Lees meer…

Rekeninstrument bekostiging asielzoekers bijgewerkt

In de map Basisschool van onze online Toolbox zit het geactualiseerde rekeninstrument voor de bekostiging van asielzoekersleerlingen.

Het aangepaste rekeninstrument vervangt het instrument dat in oktober online is gezet.

Download het geactualiseerde rekeninstrument

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

 

Bekostiging Cornelius Haga Lyceum niet stopgezet

Onderwijsminister Arie Slob mag de bekostiging van het islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam niet per 1 december stopzetten, meldt de Raad van State.

In een uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de RvS staat dat Slob zich bij zijn besluit niet aan zijn eigen beleidsregel heeft gehouden. ‘Daarom mag hij de bekostiging niet per 1 december 2019 volledig stopzetten’, aldus de RvS.

Minister schendt eigen beleidsregel

In de beleidsregel van de minister staat dat de bekostiging alleen wordt stopgezet als deze eerst voor 15 procent is opgeschort, na drie maanden voor 15 procent en na weer drie maanden voor 30 procent is ingehouden én als het bestuur dan nog altijd niet aan de wettelijke voorschriften voldoet.

‘Deze beleidsregel heeft de minister in het geval van het Cornelius Haga Lyceum niet gevolgd. De minister schendt dus zijn eigen beleidsregel’, zo oordeelt het hoogste rechtscollege. De eerder aangekondigde stopzetting van de bekostiging per 1 december is nu dus van de baan, maar dit betekent nog niet dat de minister de bekostiging überhaupt niet meer kan stopzetten.

Salafisten en terreurgroep

Slob eist het vertrek van bestuurder Soner Atasoy, omdat die banden zou hebben of hebben onderhouden met omstreden salafisten en met een terreurgroep. Het Cornelius Haga Lyceum zou volgens Slob onder leiding van Atasoy bovendien onvoldoende oog hebben voor de democratie en de rechtsstaat en voor de integratie van de leerlingen in de Nederlandse samenleving.

Ook zou de school onder leiding van de omstreden bestuurder er op financieel vlak een potje van maken.

Meer bekostiging voor gehandicapte leerlingen

De bijzondere bekostiging voor leerlingen met een ernstige meervoudige beperking wordt verdubbeld tot 10 miljoen euro per jaar. Dat staat in deze Kamerbrief over zorg en onderwijs.

De verdubbeling van het budget betekent dat het bedrag per ingeschreven leerling maximaal 8000 euro per schooljaar bedraagt, bovenop de al bestaande bekostiging. Het extra geld is beschikbaar vanaf januari 2020.

De verdubbeling van het budget maakt het volgens onderwijsminister Arie Slob en zijn collega Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) voor scholen makkelijker de zorg voor meervoudig gehandicapte leerlingen te organiseren.

Het extra geld komt uit de begroting van het ministerie van VWS. Het gaat om een tijdelijke verdubbeling van het budget, omdat het uiteindelijk de bedoeling is dat er een collectieve financiering komt voor zorg in onderwijstijd.

Lees meer…

Slob stopt bekostiging Cornelius Haga Lyceum

Onderwijsminister Arie Slob stopt per 1 december aanstaande de bekostiging van het islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Het besluit van de minister volgt op de mededeling van de huidige bestuurder Soner Atasoy dat hij voorlopig blijft zitten.

Slob had hem tot donderdag 17 oktober 12.00 uur de tijd gegeven om zijn biezen te pakken. Nu Atasoy voorlopig blijft zitten waar hij zit, blijft er voor de minister niets anders over dan om de bekostiging stop te zetten. Daar had Slob op dinsdag 14 oktober bij de bekendmaking van deadline al mee gedreigd.

De minister eiste het vertrek van bestuurder Atasoy, omdat die banden zou hebben of hebben onderhouden met omstreden salafisten en met een terreurgroep. Het Cornelius Haga Lyceum zou volgens Slob onder leiding van Atasoy bovendien onvoldoende oog hebben voor de democratie en de rechtsstaat en voor de integratie van de leerlingen in de Nederlandse samenleving. Ook zou de school onder leiding van de omstreden bestuurder er op financieel vlak een potje van maken.

Geen moslim

Er lag een eerste deadline op dinsdag 14 oktober, maar toen leek het er ineens op dat er een interim-bestuurder zou kunnen aantreden. Dat zou alleen wel wat meer tijd gaan kosten, omdat de beoogde interimmer – Marcel Heuver – geen moslim is. De huidige statuten vereisen dat de bestuurder de islam aanhangt. De statuten zouden gewijzigd moeten worden om Heuver – die geen moslim wil worden – te kunnen aanstellen.

De minister gaf Atasoy nog twee dagen extra – tot donderdag 17 oktober 12.00 uur – om de statutenwijziging te regelen, maar dat is hem niet gelukt. Nu de nieuwe deadline is verstreken, heeft Slob laten weten dat hij de geldkraan per 1 december zal dichtdraaien.

Brief naar ouders

De minister heeft de ouders van de leerlingen van het Cornelius Haga Lyceum over zijn besluit geïnformeerd via deze brief.

Slob geeft bestuur Cornelius Haga twee dagen

Onderwijsminister Arie Slob geeft het bestuur van het islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam nog tot donderdag 17 oktober 12.00 uur de tijd om de bevoegdheden over te dragen een een interim-bestuur.

Slob wijst erop dat het huidige bestuur van het Cornelius Haga Lyceum niet heeft voldaan aan de aanwijzing om uiterlijk 14 oktober 2019 alle taken en bevoegdheden over te dragen aan een interim-bestuur. Daar krijgt het huidige bestuur nu nog tot 17 oktober 12.00 uur de tijd voor.

Als het dan nog niet is gebeurd, stopt de minister de bekostiging van de school per 1 december. Volgens hem is er dan nog genoeg tijd om om voor iedere leerling een passende plek te vinden op een andere school.

Salafisten en terroristen

De minister eist het vertrek van het huidige bestuur, omdat dat banden zou hebben of hebben onderhouden met omstreden salafisten en met een terreurgroep. Het Cornelius Haga Lyceum zou volgens Slob onvoldoende oog hebben voor de democratie en rechtsstaat en de integratie van de leerlingen in de Nederlandse samenleving.

De Volkskrant meldt dat de school een nieuwe bestuurder op het oog heeft: Marcel Heuver. Hij is geen moslim, wat betekent dat hij volgens de huidige statuten geen bestuurder kan worden. Om de beoogde bestuurder toch te kunnen aanstellen, zouden de statuten moeten worden gewijzigd. Het lijkt erop dat daar geen tijd meer voor is.

Definitieve Regeling bekostiging personeel 2018-2019

De definitieve Regeling bekostiging personeel PO 2018-2019 is gepubliceerd. Er staan geen grote verrassingen in. Het gaat met name om de aanpassing van de bekostigingsbedragen als gevolg van de verwerking van de kabinetsbijdrage op basis van de referentiesystematiek.

De wijzigingen in de nu gepubliceerde regeling zijn aanpassingen ten opzichte van de in september 2018 gepubliceerde Tweede regeling bekostiging personeel PO 2018-2019:

  • Gemiddelde personeelslast (GPL) leraren van 67.843,29 euro naar 68.946,71 euro (+1,626 procent);
  • GPL schoolleiders van 82.819,24 euro naar 84.154,30 euro (+1,612 procent);
  • Middelen personeels- en arbeidsmarktbeleid omhoog met ruim 1,6 procent.

Referentiesystematiek

De referentiesystematiek wordt gebruikt om de bekostiging in de publieke sector te indexeren. Als referentiesector wordt de marktsector gebruikt. De stijging of daling van lonen en werkgeverslasten in de afgesloten cao’s in de marktsector bepalen de kabinetsbijdrage. Dit is voor de hele publieke sector, waaronder het onderwijs.

Deze kabinetsbijdrage wordt bekendgemaakt in de vorm van een percentage dat wordt toegevoegd aan de lumpsumbekostiging. In 2019 is dat 3,13 procent.

Alle onderwijssectoren kennen een stijging van de personele lumpsum in 2019 met 3,13 procent. In het primair onderwijs, waar de bekostiging per schooljaar wordt verstrekt, wordt een deel van de kabinetsbijdrage verwerkt in de bekostiging voor schooljaar 2018-2019 en een deel in de bekostiging voor schooljaar 2019-2020.

De publicatie van de aangepaste Regeling bekostiging voor 2019-2020 wordt begin oktober verwacht. Daarin zal dus een aanpassing zijn opgenomen van de bedragen met toevoeging van de rest van de kabinetsbijdrage voor 2019.

Minister eist vertrek bestuur Cornelius Haga Lyceum

Onderwijsminister Arie Slob eist het vertrek van het bestuur van het islamitische Cornelius Haga Lyceum. Als het bestuur niet opstapt, beëindigt de minister de bekostiging van deze omstreden school in Amsterdam.

Slob maakte zijn besluit bekend via Twitter:

De minister baseert zijn besluit onder meer op informatie van de Inspectie van het Onderwijs en de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD), zo staat in een brief van hem aan de Stichting Islamitisch Onderwijs Nederland. Uit die informatie blijkt volgens de minister dat directeur-bestuurder Söner Atasoy en zijn broer ‘sinds 2000 in een salafistische en radicale omgeving verkeren’. Zij worden in verband gebracht met financiering van een islamitische terreurgroep in de Kaukasus.

Salafistische aanjagers

De minister signaleert voorts dat de directeur-bestuurder van het Cornelius Haga Lyceum en diens broer zich omringen met ‘salafistische aanjagers’ en dat zij het curriculum van de school ‘aan de salafistische geloofsleer’ willen wijden’. De school handelt volgens Slob ‘in strijd met de door de overheid ontwikkelde antiradicaliseringsstrategie’ en zet op die manier mogelijk aan ‘tot antidemocratische opvattingen en een actieve afkeer van de Nederlandse samenleving’.

De inspectie heeft volgens de minister ook ‘een fors aantal tekortkomingen vastgesteld in de naleving van de onderwijswet- en regelgeving’. Dit betreft volgens Slob bekostigingsvoorwaarden, financieel beheer en bestuurlijk handelen.

Bestuur verbaasd

Directeur-bestuurder Atasoy laat via de media weten verbaasd te zijn over de aanwijzing. Hij zegt tevens het ‘uiterst onprofessioneel’ te vinden dat hij geen officiële brief heeft gekregen, hoewel er wel een brief is verstuurd naar de Stichting Islamitisch Onderwijs Nederland. Hij stelt dat er een politieke hetze gaande is tegen zijn school.

Advocaat Wouter Post van de omstreden islamitische school heeft in de media aangegeven bezwaar te zullen aantekenen tegen de aanwijzing van de minister.

Artikel 23 Grondwet

De minister kan het bestuur van het Cornelius Haga Lyceum niet wegsturen, zelfs niet als het onderwijs botst met de democratische rechtsstaat en fundamentele rechten en vrijheden. Artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs maakt het wegsturen van bestuurders onmogelijk, zo benadrukte Slob onlangs nog toen het in de Tweede Kamer ging over het omstreden wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen.

Wel kan de minister de bekostiging stopzetten, en daar dreigt hij nu dus mee in het geval van het Cornelius Haga Lyceum. In de regel leidt stopzetting van de bekostiging tot sluiting van een school, maar dat hoeft niet. De mogelijkheid bestaat dat een of meer particuliere geldschieters de overheidsfinanciering overnemen.

Bestuur blijft aan

Paul Zoontjens, emeritus-hoogleraar Onderwijsrecht, zegt in de Volkskrant dat het een illusie is dat Slob het bestuur op deze manier weg krijgt. Hij verwacht dat juridische procedures zeker twee tot twee en een half jaar in beslag zullen nemen. ‘Tot die tijd kan dit bestuur aanblijven’, aldus Zoontjens.

Hij voegt hieraan toe dat het inspectierapport over het Cornelius Haga Lyceum niet sterk is en dat het bestuur van de omstreden school aan het langste eind trekt.

OCW: Privacy online enquête bekostiging geborgd

Het ministerie van OCW garandeert dat de privacy is geborgd van mensen die de online enquête over doelmatigheid en toereikendheid van de bekostiging invullen. Dat heeft het ministerie nadrukkelijk aan VOS/ABB laten weten.

Wij hadden aan de bel getrokken bij het ministerie en bureau McKinsey & Company, dat de enquête in opdracht van OCW heeft gemaakt, nadat een lid van VOS/ABB een datalek had ontdekt.

Zij had per ongeluk via een abusievelijk gedeelde link inzage gekregen in een niet volledig ingevuld enquêteformulier van iemand anders. De fout is volgens het ministerie hersteld. OCW garandeert nu dat de privacy van mensen die de online enquête invullen is geborgd.

Wie de enquête invult, doet dat weliswaar op een openbaar toegankelijke webpagina, maar die pagina is alleen door derden te zien als die de unieke link kennen. De kans daarop is vrijwel nul en daarmee is dus volgens OCW de privacy geborgd.

De enquête staat op www.onderzoekbekostigingpovo.nl.

Informatie over bekostiging sneller bekend

Het ministerie van OCW heeft positief gereageerd op de klachten van de PO-Raad en de VO-raad dat de informatie over de bekostiging altijd zo laat komt. Voor het voortgezet onderwijs heeft het ministerie de bedragen al in juli in plaats van in september bekendgemaakt.

Tot nu toe kwamen de voorlopige bedragen VO voor het daarop volgende kalenderjaar jaar en de definitieve bedragen voor 2019 pas in september. Voor het PO is dit nog erger: in september worden pas de definitieve bedragen bekendgemaakt over het dan al beëindigde schooljaar en de voorlopige bedragen voor het dan net gestarte schooljaar.

Deze zomer heeft de minister al op 12 juli in een brief aan de Tweede Kamer de definitieve bedragen voor 2019 voor het VO bekendgemaakt, evenals de voorlopige voor 2020. Voor de Regeling is de voorhangbepaling van toepassing, wat inhoudt dat de regeling pas in werking treedt wanneer de Tweede Kamer na vier weken niet de wens tot overleg te kennen heeft gegeven. Dat gebeurt zelden, zodat de regeling op 10 augustus 2019 formeel van kracht werd.

Bedragen exploitatie en GPL

In de brief wordt tevens aangegeven dat de bijdrage voor de exploitatie achterwege blijft, zoals in de voorjaarsnota al was aangegeven. Daardoor zijn de bedragen voor de exploitatie voor 2018 en 2019 gelijkgebleven en zijn de voorlopige bedragen voor 2020 ook gelijk aan die van 2018 en 2019. De GPL-bedragen (gemiddelde personeelslast) worden nu met 3,13% verhoogd voor 2019 en de GPL-bedragen voor het onderwijsgevend personeel (OP) zijn voor 2020 extra verhoogd met 0,38% vanwege de Functiemix.

In de Regeling tot wijziging van de bekostigingsregelingen staan alle van toepassing wordende bedragen. De bedragen van diverse aanvullende regeling worden later bekendgemaakt, zoals die van de Prestatiebox. Naar verwachting gebeurt dat komend najaar. Het overleg over de cao 2019-2020 is nog gaande. Daardoor is het nog niet bekend wat de salarislasten worden. Tot zolang blijven de salarissen van de cao 2018-2019 van toepassing.

Ministers willen slechte school sneller aanpakken

De overheid moet sneller en in meer gevallen kunnen ingrijpen wanneer een school ernstig onder de maat presteert. Ook moet de bekostiging in meer gevallen beëindigd kunnen worden. Dat melden de onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob.

Ze hebben willen maatregelen nemen die ervoor moeten zorgen dat de overheid sneller kan ingrijpen. Bijvoorbeeld als een school de regels rond de examinering niet goed naleeft, zoals in 2018 gebeurde in Maastricht. Daar verklaarde de Inspectie van het Onderwijs de eindexamens van het VMBO Maastricht ongeldig, nadat was gebleken dat daar geen enkele leerling had voldaan aan de eisen om eindexamen te mogen doen.

De ministers willen ook sneller kunnen ingrijpen als blijkt dat een school er met de pet naar gooit op het gebied van bijvoorbeeld burgerschap of sociale veiligheid. Ze willen in het uiterste geval schoolbestuurders kunnen ontslaan en/of de bekostiging van een slecht presterende school kunnen beëindigen. Ook willen ze hogere sancties.

Verantwoordelijkheid

Minister Slob zegt dat scholen een grote mate van zelfstandigheid hebben en dat daarbij verantwoordelijkheid hoort. ‘Als een school of bestuurder die verantwoordelijkheid niet pakt, moeten we kunnen ingrijpen. Want leerlingen en studenten moeten erop kunnen vertrouwen dat zij goed onderwijs krijgen.’

Volgens minister Van Engelshoven zullen goede scholen niets van de strengere maatregelen merken, maar scholen die ‘ernstig onder de maat zijn’ wel.

Lees meer…

Bekostiging ‘combinatiescholen’ terecht geweigerd

Het is terecht dat OCW een aanvraag voor bekostiging heeft geweigerd van vijf nieuwe scholen van Stichting De Ozonlaag. De Raad van State oordeelt dat deze stichting niet heeft aangetoond voldoende leerlingen te kunnen trekken.

De stichting had om bekostiging gevraagd voor nieuwe middelbare scholen in Amsterdam, Den Haag, Deventer, Rotterdam en Utrecht. De nieuwe scholen zouden worden gebaseerd op een combinatie van vijf verschillende levensbeschouwelijke en religieuze richtingen.

De Raad van State meldt dat de stichting de belangstellingspercentages voor de verschillende richtingen niet bij elkaar ad mogen optellen. Bij een combinatie van verschillende levensbeschouwelijke of religieuze richtingen kan ‘niet klakkeloos worden volstaan met een optelsom’, aldus de RvS.

De conclusie van de RvS is dan ook dat de stichting niet heeft aangetoond voldoende leerlingen voor de nieuwe scholen te kunnen krijgen. OCW heeft daarom terecht geweigerd de scholen van de stichting voor bekostiging in aanmerking te laten komen.

Soner Atasoy is de bestuurder van Stichting De Ozonlaag. Hij is ook de bestuurder van het omstreden islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam.

Lees meer…

Gespreksbijeenkomst over geldstromen door de school

Op 15 mei is er in Amsterdam een gespreksbijeenkomst over geldstromen door de school.

De bijeenkomst staat in het teken van de grotere zeggenschap die ouders en leerkrachten krijgen over de begroting van basisscholen. Hoe benutten zij die invloed goed? En wat hebben ouders en leerkrachten nodig om geïnformeerd mee te praten en mee te beslissen? Welke rol is er dan weggelegd voor de schoolleider, schoolbestuurder en de raad van toezicht en hoe is hun zicht op de geldstromen rondom de school?

De bijeenkomst is op woensdag 15 mei vanaf 20 uur in Pakhuis De Zwijger in Amsterdam.

Lees meer…

Voortaan automatisch subsidie voor nieuwkomers

Middelbare scholen krijgen voortaan automatisch subsidie voor onderwijs aan nieuwkomers. Ze hoeven dat niet meer aan te vragen. Op deze manier wordt de administratieve last van de scholen verminderd.

De automatische toekenning van de subsidie gebeurt op basis van gegevens uit het Basisregister onderwijs (BRON) en de Basisregistratie personen (BRP).

Lees meer…

Primair onderwijs

Automatische toekenning van deze subsidie in het primair onderwijs kan niet, meldt het ministerie van OCW, omdat dat onderscheid kent tussen asielzoekerskinderen en andere nieuwkomers. Voor kinderen van asielzoekers krijgen scholen in het primair onderwijs een hogere aanvullende bekostiging dan voor andere nieuwkomers.

‘Of een kind een asielzoeker is kan en mag niet in BRON worden geregistreerd, dit maakt het dus niet mogelijk om de bekostiging automatisch te laten verlopen. In het voortgezet onderwijs is dit onderscheid er niet’, aldus het ministerie.

Eerste Regeling bekostiging 2019-2020

De Eerste Regeling bekostiging PO 2019-2020 is gepubliceerd. Hieronder staat vermeld wat de belangrijkste punten zijn uit deze regeling.

  • De reguliere personele bekostigingsbedragen zijn opgehoogd met 0,43 procent. Door daling van de landelijke gewogen gemiddelde leeftijd (GGL) is de landelijke gemiddelde personeelslast (GPL) hierdoor gestegen met 0,049 procent. De uitwerking hiervan zal per schoolbestuur verschillen door de eigen GGL-fluctuatie.
  • Vanaf 2019-2020 geldt het nieuwe onderwijsachterstandenbeleid. In februari was al aangekondigd welke achterstandsscore elke school kreeg. Met de huidige regeling is duidelijk welk bedrag daarmee gemoeid is: 523,71 euro. Dit was al verwerkt in de rekentool van de PO-Raad die inzicht geeft in de beschikbare middelen per school. Schoolbesturen kunnen daar dus mee blijven rekenen. Voorheen zat er in het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid een deel van de middelen vanuit het onderwijsachterstandenbeleid. Die middelen zijn daar uitgehaald en zitten in het bedrag, net als het stuk onderwijsachterstandsgeld dat in de materiële instandhouding zit. Alle ‘losse’ elementen zitten nu in het hierboven genoemde bedrag van 523,71 euro.
  • Het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid is opgehoogd met 64,53 euro per leerling. Vakbond CNV Onderwijs is met onderwijsminister Arie Slob een kasschuif overeengekomen, waardoor een hoger bedrag aan werkdrukmiddelen eerder beschikbaar is. Hiermee is vanaf 2019-2020 per leerling 220,08 euro beschikbaar in plaats van 155,55 euro. Dit bedrag zal dan tot en met 2022-2023 beschikbaar zijn. Pas in schooljaar 2023-2024 komt naar verwachting het volledige bedrag ter beschikking van structureel circa 283 euro per leerling. Dat is twee jaar later dan vóór het akkoord van CNV Onderwijs met Slob.

Let op: voor fusies van scholen per 1 augustus 2019 geldt voor de berekening van de fusiecompensatie het nieuwe onderwijsachterstandenbeleid. Er komt binnenkort in onze online Toolbox een update van de tool voor het vaststellen van de fusiecompensatie.

Tweede en definitieve regeling

In september zal de Tweede Regeling bekostiging PO 2019-2020 worden gepubliceerd. Daarin zal in ieder geval de ophoging van de bekostiging als gevolg van de toepassing van de referentiesystematiek voor 2019 worden verwerkt. In september 2020 zal de Definitieve Regeling bekostiging PO 2019-2020 worden gepubliceerd, met daarin in ieder geval de aanpassingen aan de hand van de referentiesystematiek voor 2020.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Wetsvoorstel voor bekostiging op schoolniveau

D66 in de Tweede Kamer komt met een initiatiefwetsvoorstel om de financiering van het primair en voortgezet onderwijs niet meer op bestuurs- maar op schoolniveau te bekostigen. De coalitiepartner vindt het onvoldoende dat onderwijsminister Arie Slob hier onderzoek naar laat doen.

De Kamer steunde eerder een motie van D66 om de bekostiging op schoolniveau te onderzoeken. Tweede Kamerlid Paul van Meenen vindt dat elke school zelf moet kunnen bepalen, los van het schoolbestuur, waaraan het onderwijsgeld wordt besteed. Hij denkt dat op deze manier de kwaliteit van het onderwijs omhoog gaat.

Slob liet in reactie op de aangenomen motie weten dat hij dit onderwerp zal betrekken in een al eerder aangekondigd onderzoek naar de doelmatigheid en toereikendheid van de bekostiging in het primair en voortgezet onderwijs. De minister verwacht dat de resultaten van dit onderzoek in het voorjaar van 2020 beschikbaar komen.

Initiatiefwetsvoorstel

Van Meenen heeft er echter geen vertrouwen in dat het onderzoek dat Slob laat uitvoeren, ertoe zal leiden dat D66 zijn zin krijgt. Het is volgens maar afwachten of de minister uiteindelijk actie zal ondernemen om de financiering van bestuurs- naar schoolniveau te tillen. Daarom komt D66 met een initiatiefwet.

Hij verkeert in de veronderstelling dat schoolbesturen alleen maar aandacht voor zichzelf hebben en niet voor hun scholen en de onderwijskwaliteit. ‘Er wordt een extra manager aangenomen, een extra adviseur. En dan krijgen die eerst betaald, en wat er overblijft gaat naar de scholen. Dat is verkeerd en dat wil ik niet’, aldus Van Meenen.

Veel nadelen

De minister liet vorig jaar in een Kamerbrief weten niets te zien in het idee om het budget voor onderwijs rechtstreeks aan scholen uit te keren. Volgens hem is het een ingrijpende wijziging waar veel nadelen aan kleven.

VOS/ABB reageerde eerder al met het commentaar Te krappe geldstroom verleggen lost niets op op het voorstel van Van Meenen.

Primair onderwijs begroot voorzichtig vanwege risico’s

Schoolbestuurders en schoolleiders begroten erg voorzichtig. Dat komt doordat ze een sterke focus hebben op risico’s. Dat meldt de PO-Raad in een factcheck over de financiën van het primair onderwijs

De sectororganisatie ziet ‘een cultuur van bedachtzaamheid en voorzichtigheid’. Dit is volgens de PO-Raad onder andere het gevolg van afnemende leerlingenaantallen, de invoering van passend onderwijs en de ondoorzichtigheid van de bekostiging.

‘Als de omgeving van het schoolbestuur onoverzichtelijk en onvoorspelbaar is, worden besturen voorzichtiger in het begroten. Ze weten dan namelijk niet hoe hoog het bedrag is dat ze jaarlijks kunnen besteden’, zo meldt de PO-Raad.

Rijk of arm?

De sectororganisatie meldt ook dat ongeveer 17 procent van de schoolbesturen te veel geld op de plank hebben liggen. Deze besturen kunnen als ‘te rijk’ worden aangemerkt. Daartegenover staat dat 13 procent als ‘te arm’ kan worden beschouwd. De conclusie is dat er schoolbesturen zijn die te grote reserves hebben, maar dat de sector als geheel niet rijk is.

Lees meer…

Spaargeld

In het Radio 1 Journaal van de NOS reageerde bestuurder Leo Breukel van de ‘rijke’ stichting Aves met basisscholen in voornamelijk de Noordoostpolder op de bevindingen van de PO-Raad. Aves heeft 5 miljoen euro in kas, maar volgens Breukel betekent dat niet dat de stichting te veel geld heeft.

‘Een groot deel van dat geld is bijvoorbeeld gereserveerd voor schade aan het schoolgebouw, of afschrijvingen’, aldus Breukel. Hij wees er ook op dat geld wordt gebruikt voor het aannemen van onderwijsassistenten en investeringen in ICT en scholing van docenten.

Lees meer…

AOb wil vrijheid schoolbesturen inperken

De Algemene Onderwijsbond (AOb) vraagt de Tweede Kamer om de beleidsvrijheid van schoolbesturen in te perken door de lumpsumbekostiging aan te passen.

Dat staat in een brief die de AOb aan de leden van de Vaste Commissie voor OCW heeft gestuurd. De vakbond zegt daarin dat de lumpsum ‘onvoldoende functioneert’.

AOb-voorzitter Liesbeth Verheggen schrijft allereerst dat het totale lumpsumbudget ontoereikend is, iets wat de schoolbesturen ook al lange tijd aangeven. Maar Verheggen wil daarnaast de beleidsvrijheid van schoolbesturen inperken door strengere voorwaarden te verbinden aan de lumpsumfinanciering. Ze pleit voor een bovengrens aan de reserves die schoolbesturen opbouwen en een verplichting aan schoolbesturen om een minimumpercentage van de lumpsum uit te geven aan onderwijspersoneel. Verder zou de lumpsum voor belangrijke onderwerpen  geoormerkt moeten worden en ook wil de bond dat er hogere eisen worden gesteld aan de jaarverslagen.

Minder vrijheid > minder kwaliteit

VOS/ABB tekent hierbij aan dat een dergelijke inperking van de lumpsumsystematiek scholen minder vrijheid geeft om het onderwijsgeld daar te besteden waar dit het meest nodig is. Schoolbesturen kunnen dan niet meer sturen op kwaliteit. Directeur Hans Teegelbeckers lichtte dit eerder toe in de commentaren Waarom terug naar geoormerkte financiering? en  Te krappe geldstroom verleggen lost niets op.

Ook de Onderwijsraad adviseerde afgelopen jaar om de lumpsumbekostiging te handhaven om recht te doen aan de autonomie van scholen. De huidige onderwijsministers Van Engelshoven en Slob hebben in oktober aangegeven vast te willen houden aan de lumpsumbekostiging, ook de schoolleiders in het voortgezet onderwijs willen door met de lumpsum en schoolbestuurders en controllers zijn er eveneens positief over.

Toereikende bekostiging is noodzaak

Over de ontoereikendheid van de bekostiging zijn alle partijen het wel eens: het lumpsumbudget is niet voldoende. Uit onderzoek onder de leden van VOS/ABB bleek vorig jaar dat zij blij zijn met de lumpsumsystematiek, maar dat het budget te laag is. Momenteel gaat er bijvoorbeeld steeds meer geld uit de lumpsum naar de stijgende energierekening, en dat beperkt de mogelijkheden om te sturen op kwaliteit.

 

 

 

‘Laatsteschooltoeslag’ nodig in krimpgebieden

De VO-raad wil een ‘laatsteschooltoeslag’ voor middelbare scholen die de enige en de laatste zijn in een krimpregio. Daarnaast is volgens voorzitter Paul Rosenmöller van de sectororganisatie extra geld nodig om het voortgezet onderwijs in krimpgebieden overeind te houden.

Behalve de  ‘laatstescholentoeslag’ wil de VO-raad ook financiële steun om scholen te helpen nauwe vormen van samenwerking op te zetten om zo een divers onderwijsaanbod in een krimpregio te kunnen behouden. Dat zou al gerealiseerd kunnen door de terugloop in de bekostiging vanwege het dalende leerlingenaantal een paar jaar te vertragen, ofwel het budget te ‘bevriezen’.  ‘Dat geeft scholen extra tijd om vergaande samenwerking en vernieuwing van het regionale aanbod vorm te geven’, zo staat op de website van de VO-raad.

Voor Latijn naar een andere school

In dagblad AD vertelt Rosenmöller dat een aantal scholen in krimpgebieden al is begonnen met samenwerken. Hij geeft het voorbeeld van leerlingen van de ene school die op een andere school Latijn volgen, omdat er op de eigen school te weinig leerlingen voor dat vak zijn. ‘Scholen moeten meer tijd en financiële ruimte krijgen om de krimp te lijf te gaan’.

Ten slotte wil de VO-raad extra financiële steun voor scholen die in de problemen komen door een combinatie van krimp en de wijziging van het bekostigingsmodel, die een herverdeling van geld oplevert. Dit treft vooral kleine brede scholengemeenschappen en dan met name de onderbouw van vmbo-afdelingen.

Structurele subsidie g/hvo volgens Slob gewaarborgd

De financiële waarborgen voor godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs (g/hvo) in de openbare scholen zijn gelijkwaardig aan die van de bekostigde scholen. Dat benadrukt onderwijsminister Arie Slob in antwoord op Kamervragen.

De uitspraak van Slob volgt op vragen van de ChristenUnie over de structurele subsidie voor g/hvo. Die vragen volgden op verwarring over de begrip ‘bekostiging’ en ‘subsidie’.

De minister herhaalt dat er geen sprake zal zijn van bekostiging, maar van een structurele subsidie van onbepaalde duur, die ‘een adequate hoogte heeft’. Bij de berekening wordt volgens hem gebruikgemaakt van ‘een vergelijkbare maatstaf (…) als bij de berekening van de bekostiging van scholen in het primair onderwijs’.

Dit betekent volgens Slob dat de structurele subsidie van g/hvo ‘toereikend’ zal zijn.

Lees meer…

 

Slob wil naar één basisbedrag per school en leerling

Arie Slob wil de bekostiging van het primair onderwijs vereenvoudigen door met één basisbedrag per school en per leerling te komen. Ook wil hij bekostiging per kalenderjaar. Dat staat in een brief aan de Tweede Kamer.

De onderwijsminister wil de mogelijkheid van aanvullende bekostiging handhaven. Bijvoorbeeld voor het openhouden van kleine scholen, het tegengaan van onderwijsachterstanden en specifieke doelgroepen, zoals asielzoekers. ‘Ook blijft er (…) aanvullende bekostiging voor bijvoorbeeld ondersteuning voor leerlingen in het speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs’, zo staat in de brief van de minister.

Hij noemt verder verschillende maatregelen om de bekostiging te vereenvoudigen:

  • Geen verschil meer tussen onderbouw en bovenbouw.
  • Geen correctie meer op grond van gemiddelde leeftijd leraren.
  • Materiële bekostiging: één bedrag per school en per leerling.
  • Samenvoegen van budgetten personeel en materieel.

Door op kalenderjaarbasis te gaan werken, zullen de bedragen slechts twee in plaats van drie keer worden vastgesteld: voorafgaand aan het kalenderjaar, zodat de school weet waar die aan toe is, en gedurende het kalenderjaar om loon- en prijsbijstelling te verwerken. Dit sluit volgens de minister beter aan op de verantwoording in de jaarverslagen en op de Rijksbegroting, die beide op kalenderjaarbasis werken.

Teldatum naar 1 februari

Slob stelt voor de teldatum te verplaatsen van 1 oktober naar 1 februari. ‘Hierdoor wordt er rekening gehouden met het gemiddelde aantal leerlingen op de school gedurende het schooljaar. Dit sluit beter aan op de kosten die gemaakt worden.’

Lees meer…

 

Slob benadrukt: ‘Subsidie g/hvo voor onbepaalde duur’

Het Dienstencentrum GVO en HVO dat godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs (g/hvo) in openbare scholen verzorgt, krijgt geen structurele bekostiging in de zin van artikel 23 van de Grondwet. Het krijgt daarentegen wel een wettelijk vastgelegde structurele en tevens adequate subsidie voor onbepaalde duur. Dat meldt onderwijsminister Arie Slob in antwoord op Kamervragen van de ChristenUnie.

Er was verwarring ontstaan over het structurele karakter van de financiering van g/hvo in het openbaar onderwijs. De oorzaak van die verwarring lag in de terminologie die de minister hanteert. De ChristenUnie vroeg zich af waarom het woord ‘bekostiging’ aanvankelijk wel werd gebruikt voor de financiering van g/hvo en waarom Slob dat niet meer doet. De minister spreekt nu van ‘subsidie’ en dat zou kunnen suggereren dat de financiering van g/hvo slechts een tijdelijk karakter zou hebben.

Slob wijst er in zijn antwoorden op dat de term ‘bekostiging’ strikt genomen slechts kan worden gebruikt in de onderwijsrechtelijke betekenis die dit begrip heeft op grond van artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. De term ‘bekostiging’ wordt geregeld gebruikt als synoniem voor ‘structurele subsidie’ of ‘structurele financiering’, maar dat is dus eigenlijk niet juist, zo legt de minister uit.

Daarom kiest hij voor de term ‘subsidie’. Het Dienstencentrum GVO en HVO krijgt volgens hem ‘een structurele subsidie die van onbepaalde duur is’. De subsidie heeft volgens hem ‘een adequate hoogte (…), omdat bij de berekening een maatstaf wordt gehanteerd die vergelijkbaar is met de berekening die gebruikt wordt voor de bekostiging van scholen in het primair onderwijs’.

Lees meer… 

Slob houdt rekening met zorgen over bekostiging vmbo

Onderwijsminister Arie Slob houdt rekening met zorgen van vmbo-scholen over de voorgestelde vereenvoudiging van de bekostiging. Dat meldt hij in een brief aan de Landelijke Vereniging van Vakcolleges (LVvV).

De LVvV stelt dat vooral vmbo’s in brede scholengemeenschappen met weinig vestigingen de rekening betalen voor het nieuwe bekostigingsmodel. De vereniging pleit ervoor álle vmbo-leerlingen het hoge leerlingbedrag toe te kennen. In de voorgestelde systematiek krijgen vmbo’s voor onderbouwleerlingen minder geld dan voor leerlingen in de bovenbouw.

Bovenbouw beroepsgerichte leerweg duurder

Slob wijst erop dat het nieuwe bekostigingsmodel bewust uitgaat van een hoger bedrag voor leerlingen in de bovenbouw. ‘Dat doet naar mijn mening recht aan de hogere kosten van de beroepsgerichte leerwegen in de bovenbouw (…)’, aldus de minister.

In zijn brief staat verder dat het verschil in bekostiging tussen onder- en bovenbouw ook in de huidige lumpsumbekostiging zit. ‘In de onderbouw ligt de nadruk op de algemene vorming, terwijl in het derde en vierde leerjaar de beroepsgerichte opleiding het zwaartepunt vormt.’ Slob benadrukt dat scholen natuurlijk wel de vrijheid hebben ‘om de bekostiging in te zetten op de manier zoals hen goeddunkt’.

Rekening houden met zorgen vmbo

Hij meldt echter ook dat de voorgestelde vereenvoudiging van de bekostiging van het voortgezet onderwijs nog niet in beton is gegoten. De komende tijd gaat hij er met de VO-raad verder aan werken. ‘Ik verwacht in de zomer van 2019 het integrale wetsvoorstel (…) aan de Tweede Kamer aan te bieden, waarin ik rekening houd met de zorgen die (…) door u zijn geuit’, zo zegt Slob toe.

Lees meer…

 

 

Primair onderwijs wil bekostiging per kalenderjaar

Het primair onderwijs wil bekostiging per kalenderjaar. Nu is het nog zo dat het per schooljaar gaat. Dat maakt het onnodig ingewikkeld. Bovendien moet de bekostiging uitgaan van een vast bedrag per school en per leerling.

‘De bekostiging zit nu zo ingewikkeld in elkaar dat schoolbesturen onvoldoende zicht hebben op het geld dat ze te besteden hebben’, meldt de PO-Raad.

De sectororganisatie wijst erop dat de bekostiging 50 verschillende parameters kent. Bovendien wordt het geld op verschillende momenten in het jaar uitgekeerd. Een deel komt pas binnen na het schooljaar. ‘Dit maakt begroten onzeker en ondoenlijk, met vaak (te) grote reserves tot gevolg’, aldus de sectororganisatie.

De PO-Raad stuurt zijn plannen voor een vereenvoudiging van de bekostiging naar onderwijsminister Arie Slob.

Lees meer…

Rekentool brengt herverdeeleffecten in beeld

Schoolbesturen voor voortgezet onderwijs kunnen met een rekentool zien wat de herverdeeleffecten zijn van de vereenvoudiging van de bekostiging.

De rekentool is gepubliceerd door het ministerie van OCW. Dat vermeldt erbij dat de rekentool een voorlopige doorrekening geeft op basis van de bekostiging in 2017 en de leerlingentelling van 1 oktober 2016. ‘De hoogte van de parameters is indicatief en kan de komende jaren nog wijzigen’, zo benadrukt het ministerie.

Download de rekentool