Ministers willen slechte school sneller aanpakken

De overheid moet sneller en in meer gevallen kunnen ingrijpen wanneer een school ernstig onder de maat presteert. Ook moet de bekostiging in meer gevallen beëindigd kunnen worden. Dat melden de onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob.

Ze hebben willen maatregelen nemen die ervoor moeten zorgen dat de overheid sneller kan ingrijpen. Bijvoorbeeld als een school de regels rond de examinering niet goed naleeft, zoals in 2018 gebeurde in Maastricht. Daar verklaarde de Inspectie van het Onderwijs de eindexamens van het VMBO Maastricht ongeldig, nadat was gebleken dat daar geen enkele leerling had voldaan aan de eisen om eindexamen te mogen doen.

De ministers willen ook sneller kunnen ingrijpen als blijkt dat een school er met de pet naar gooit op het gebied van bijvoorbeeld burgerschap of sociale veiligheid. Ze willen in het uiterste geval schoolbestuurders kunnen ontslaan en/of de bekostiging van een slecht presterende school kunnen beëindigen. Ook willen ze hogere sancties.

Verantwoordelijkheid

Minister Slob zegt dat scholen een grote mate van zelfstandigheid hebben en dat daarbij verantwoordelijkheid hoort. ‘Als een school of bestuurder die verantwoordelijkheid niet pakt, moeten we kunnen ingrijpen. Want leerlingen en studenten moeten erop kunnen vertrouwen dat zij goed onderwijs krijgen.’

Volgens minister Van Engelshoven zullen goede scholen niets van de strengere maatregelen merken, maar scholen die ‘ernstig onder de maat zijn’ wel.

Lees meer…

Bekostiging ‘combinatiescholen’ terecht geweigerd

Het is terecht dat OCW een aanvraag voor bekostiging heeft geweigerd van vijf nieuwe scholen van Stichting De Ozonlaag. De Raad van State oordeelt dat deze stichting niet heeft aangetoond voldoende leerlingen te kunnen trekken.

De stichting had om bekostiging gevraagd voor nieuwe middelbare scholen in Amsterdam, Den Haag, Deventer, Rotterdam en Utrecht. De nieuwe scholen zouden worden gebaseerd op een combinatie van vijf verschillende levensbeschouwelijke en religieuze richtingen.

De Raad van State meldt dat de stichting de belangstellingspercentages voor de verschillende richtingen niet bij elkaar ad mogen optellen. Bij een combinatie van verschillende levensbeschouwelijke of religieuze richtingen kan ‘niet klakkeloos worden volstaan met een optelsom’, aldus de RvS.

De conclusie van de RvS is dan ook dat de stichting niet heeft aangetoond voldoende leerlingen voor de nieuwe scholen te kunnen krijgen. OCW heeft daarom terecht geweigerd de scholen van de stichting voor bekostiging in aanmerking te laten komen.

Soner Atasoy is de bestuurder van Stichting De Ozonlaag. Hij is ook de bestuurder van het omstreden islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam.

Lees meer…

Gespreksbijeenkomst over geldstromen door de school

Op 15 mei is er in Amsterdam een gespreksbijeenkomst over geldstromen door de school.

De bijeenkomst staat in het teken van de grotere zeggenschap die ouders en leerkrachten krijgen over de begroting van basisscholen. Hoe benutten zij die invloed goed? En wat hebben ouders en leerkrachten nodig om geïnformeerd mee te praten en mee te beslissen? Welke rol is er dan weggelegd voor de schoolleider, schoolbestuurder en de raad van toezicht en hoe is hun zicht op de geldstromen rondom de school?

De bijeenkomst is op woensdag 15 mei vanaf 20 uur in Pakhuis De Zwijger in Amsterdam.

Lees meer…

Voortaan automatisch subsidie voor nieuwkomers

Middelbare scholen krijgen voortaan automatisch subsidie voor onderwijs aan nieuwkomers. Ze hoeven dat niet meer aan te vragen. Op deze manier wordt de administratieve last van de scholen verminderd.

De automatische toekenning van de subsidie gebeurt op basis van gegevens uit het Basisregister onderwijs (BRON) en de Basisregistratie personen (BRP).

Lees meer…

Primair onderwijs

Automatische toekenning van deze subsidie in het primair onderwijs kan niet, meldt het ministerie van OCW, omdat dat onderscheid kent tussen asielzoekerskinderen en andere nieuwkomers. Voor kinderen van asielzoekers krijgen scholen in het primair onderwijs een hogere aanvullende bekostiging dan voor andere nieuwkomers.

‘Of een kind een asielzoeker is kan en mag niet in BRON worden geregistreerd, dit maakt het dus niet mogelijk om de bekostiging automatisch te laten verlopen. In het voortgezet onderwijs is dit onderscheid er niet’, aldus het ministerie.

Eerste Regeling bekostiging 2019-2020

De Eerste Regeling bekostiging PO 2019-2020 is gepubliceerd. Hieronder staat vermeld wat de belangrijkste punten zijn uit deze regeling.

  • De reguliere personele bekostigingsbedragen zijn opgehoogd met 0,43 procent. Door daling van de landelijke gewogen gemiddelde leeftijd (GGL) is de landelijke gemiddelde personeelslast (GPL) hierdoor gestegen met 0,049 procent. De uitwerking hiervan zal per schoolbestuur verschillen door de eigen GGL-fluctuatie.
  • Vanaf 2019-2020 geldt het nieuwe onderwijsachterstandenbeleid. In februari was al aangekondigd welke achterstandsscore elke school kreeg. Met de huidige regeling is duidelijk welk bedrag daarmee gemoeid is: 523,71 euro. Dit was al verwerkt in de rekentool van de PO-Raad die inzicht geeft in de beschikbare middelen per school. Schoolbesturen kunnen daar dus mee blijven rekenen. Voorheen zat er in het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid een deel van de middelen vanuit het onderwijsachterstandenbeleid. Die middelen zijn daar uitgehaald en zitten in het bedrag, net als het stuk onderwijsachterstandsgeld dat in de materiële instandhouding zit. Alle ‘losse’ elementen zitten nu in het hierboven genoemde bedrag van 523,71 euro.
  • Het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid is opgehoogd met 64,53 euro per leerling. Vakbond CNV Onderwijs is met onderwijsminister Arie Slob een kasschuif overeengekomen, waardoor een hoger bedrag aan werkdrukmiddelen eerder beschikbaar is. Hiermee is vanaf 2019-2020 per leerling 220,08 euro beschikbaar in plaats van 155,55 euro. Dit bedrag zal dan tot en met 2022-2023 beschikbaar zijn. Pas in schooljaar 2023-2024 komt naar verwachting het volledige bedrag ter beschikking van structureel circa 283 euro per leerling. Dat is twee jaar later dan vóór het akkoord van CNV Onderwijs met Slob.

Let op: voor fusies van scholen per 1 augustus 2019 geldt voor de berekening van de fusiecompensatie het nieuwe onderwijsachterstandenbeleid. Er komt binnenkort in onze online Toolbox een update van de tool voor het vaststellen van de fusiecompensatie.

Tweede en definitieve regeling

In september zal de Tweede Regeling bekostiging PO 2019-2020 worden gepubliceerd. Daarin zal in ieder geval de ophoging van de bekostiging als gevolg van de toepassing van de referentiesystematiek voor 2019 worden verwerkt. In september 2020 zal de Definitieve Regeling bekostiging PO 2019-2020 worden gepubliceerd, met daarin in ieder geval de aanpassingen aan de hand van de referentiesystematiek voor 2020.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Wetsvoorstel voor bekostiging op schoolniveau

D66 in de Tweede Kamer komt met een initiatiefwetsvoorstel om de financiering van het primair en voortgezet onderwijs niet meer op bestuurs- maar op schoolniveau te bekostigen. De coalitiepartner vindt het onvoldoende dat onderwijsminister Arie Slob hier onderzoek naar laat doen.

De Kamer steunde eerder een motie van D66 om de bekostiging op schoolniveau te onderzoeken. Tweede Kamerlid Paul van Meenen vindt dat elke school zelf moet kunnen bepalen, los van het schoolbestuur, waaraan het onderwijsgeld wordt besteed. Hij denkt dat op deze manier de kwaliteit van het onderwijs omhoog gaat.

Slob liet in reactie op de aangenomen motie weten dat hij dit onderwerp zal betrekken in een al eerder aangekondigd onderzoek naar de doelmatigheid en toereikendheid van de bekostiging in het primair en voortgezet onderwijs. De minister verwacht dat de resultaten van dit onderzoek in het voorjaar van 2020 beschikbaar komen.

Initiatiefwetsvoorstel

Van Meenen heeft er echter geen vertrouwen in dat het onderzoek dat Slob laat uitvoeren, ertoe zal leiden dat D66 zijn zin krijgt. Het is volgens maar afwachten of de minister uiteindelijk actie zal ondernemen om de financiering van bestuurs- naar schoolniveau te tillen. Daarom komt D66 met een initiatiefwet.

Hij verkeert in de veronderstelling dat schoolbesturen alleen maar aandacht voor zichzelf hebben en niet voor hun scholen en de onderwijskwaliteit. ‘Er wordt een extra manager aangenomen, een extra adviseur. En dan krijgen die eerst betaald, en wat er overblijft gaat naar de scholen. Dat is verkeerd en dat wil ik niet’, aldus Van Meenen.

Veel nadelen

De minister liet vorig jaar in een Kamerbrief weten niets te zien in het idee om het budget voor onderwijs rechtstreeks aan scholen uit te keren. Volgens hem is het een ingrijpende wijziging waar veel nadelen aan kleven.

VOS/ABB reageerde eerder al met het commentaar Te krappe geldstroom verleggen lost niets op op het voorstel van Van Meenen.

Primair onderwijs begroot voorzichtig vanwege risico’s

Schoolbestuurders en schoolleiders begroten erg voorzichtig. Dat komt doordat ze een sterke focus hebben op risico’s. Dat meldt de PO-Raad in een factcheck over de financiën van het primair onderwijs

De sectororganisatie ziet ‘een cultuur van bedachtzaamheid en voorzichtigheid’. Dit is volgens de PO-Raad onder andere het gevolg van afnemende leerlingenaantallen, de invoering van passend onderwijs en de ondoorzichtigheid van de bekostiging.

‘Als de omgeving van het schoolbestuur onoverzichtelijk en onvoorspelbaar is, worden besturen voorzichtiger in het begroten. Ze weten dan namelijk niet hoe hoog het bedrag is dat ze jaarlijks kunnen besteden’, zo meldt de PO-Raad.

Rijk of arm?

De sectororganisatie meldt ook dat ongeveer 17 procent van de schoolbesturen te veel geld op de plank hebben liggen. Deze besturen kunnen als ‘te rijk’ worden aangemerkt. Daartegenover staat dat 13 procent als ‘te arm’ kan worden beschouwd. De conclusie is dat er schoolbesturen zijn die te grote reserves hebben, maar dat de sector als geheel niet rijk is.

Lees meer…

Spaargeld

In het Radio 1 Journaal van de NOS reageerde bestuurder Leo Breukel van de ‘rijke’ stichting Aves met basisscholen in voornamelijk de Noordoostpolder op de bevindingen van de PO-Raad. Aves heeft 5 miljoen euro in kas, maar volgens Breukel betekent dat niet dat de stichting te veel geld heeft.

‘Een groot deel van dat geld is bijvoorbeeld gereserveerd voor schade aan het schoolgebouw, of afschrijvingen’, aldus Breukel. Hij wees er ook op dat geld wordt gebruikt voor het aannemen van onderwijsassistenten en investeringen in ICT en scholing van docenten.

Lees meer…

AOb wil vrijheid schoolbesturen inperken

De Algemene Onderwijsbond (AOb) vraagt de Tweede Kamer om de beleidsvrijheid van schoolbesturen in te perken door de lumpsumbekostiging aan te passen.

Dat staat in een brief die de AOb aan de leden van de Vaste Commissie voor OCW heeft gestuurd. De vakbond zegt daarin dat de lumpsum ‘onvoldoende functioneert’.

AOb-voorzitter Liesbeth Verheggen schrijft allereerst dat het totale lumpsumbudget ontoereikend is, iets wat de schoolbesturen ook al lange tijd aangeven. Maar Verheggen wil daarnaast de beleidsvrijheid van schoolbesturen inperken door strengere voorwaarden te verbinden aan de lumpsumfinanciering. Ze pleit voor een bovengrens aan de reserves die schoolbesturen opbouwen en een verplichting aan schoolbesturen om een minimumpercentage van de lumpsum uit te geven aan onderwijspersoneel. Verder zou de lumpsum voor belangrijke onderwerpen  geoormerkt moeten worden en ook wil de bond dat er hogere eisen worden gesteld aan de jaarverslagen.

Minder vrijheid > minder kwaliteit

VOS/ABB tekent hierbij aan dat een dergelijke inperking van de lumpsumsystematiek scholen minder vrijheid geeft om het onderwijsgeld daar te besteden waar dit het meest nodig is. Schoolbesturen kunnen dan niet meer sturen op kwaliteit. Directeur Hans Teegelbeckers lichtte dit eerder toe in de commentaren Waarom terug naar geoormerkte financiering? en  Te krappe geldstroom verleggen lost niets op.

Ook de Onderwijsraad adviseerde afgelopen jaar om de lumpsumbekostiging te handhaven om recht te doen aan de autonomie van scholen. De huidige onderwijsministers Van Engelshoven en Slob hebben in oktober aangegeven vast te willen houden aan de lumpsumbekostiging, ook de schoolleiders in het voortgezet onderwijs willen door met de lumpsum en schoolbestuurders en controllers zijn er eveneens positief over.

Toereikende bekostiging is noodzaak

Over de ontoereikendheid van de bekostiging zijn alle partijen het wel eens: het lumpsumbudget is niet voldoende. Uit onderzoek onder de leden van VOS/ABB bleek vorig jaar dat zij blij zijn met de lumpsumsystematiek, maar dat het budget te laag is. Momenteel gaat er bijvoorbeeld steeds meer geld uit de lumpsum naar de stijgende energierekening, en dat beperkt de mogelijkheden om te sturen op kwaliteit.

 

 

 

‘Laatsteschooltoeslag’ nodig in krimpgebieden

De VO-raad wil een ‘laatsteschooltoeslag’ voor middelbare scholen die de enige en de laatste zijn in een krimpregio. Daarnaast is volgens voorzitter Paul Rosenmöller van de sectororganisatie extra geld nodig om het voortgezet onderwijs in krimpgebieden overeind te houden.

Behalve de  ‘laatstescholentoeslag’ wil de VO-raad ook financiële steun om scholen te helpen nauwe vormen van samenwerking op te zetten om zo een divers onderwijsaanbod in een krimpregio te kunnen behouden. Dat zou al gerealiseerd kunnen door de terugloop in de bekostiging vanwege het dalende leerlingenaantal een paar jaar te vertragen, ofwel het budget te ‘bevriezen’.  ‘Dat geeft scholen extra tijd om vergaande samenwerking en vernieuwing van het regionale aanbod vorm te geven’, zo staat op de website van de VO-raad.

Voor Latijn naar een andere school

In dagblad AD vertelt Rosenmöller dat een aantal scholen in krimpgebieden al is begonnen met samenwerken. Hij geeft het voorbeeld van leerlingen van de ene school die op een andere school Latijn volgen, omdat er op de eigen school te weinig leerlingen voor dat vak zijn. ‘Scholen moeten meer tijd en financiële ruimte krijgen om de krimp te lijf te gaan’.

Ten slotte wil de VO-raad extra financiële steun voor scholen die in de problemen komen door een combinatie van krimp en de wijziging van het bekostigingsmodel, die een herverdeling van geld oplevert. Dit treft vooral kleine brede scholengemeenschappen en dan met name de onderbouw van vmbo-afdelingen.

Structurele subsidie g/hvo volgens Slob gewaarborgd

De financiële waarborgen voor godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs (g/hvo) in de openbare scholen zijn gelijkwaardig aan die van de bekostigde scholen. Dat benadrukt onderwijsminister Arie Slob in antwoord op Kamervragen.

De uitspraak van Slob volgt op vragen van de ChristenUnie over de structurele subsidie voor g/hvo. Die vragen volgden op verwarring over de begrip ‘bekostiging’ en ‘subsidie’.

De minister herhaalt dat er geen sprake zal zijn van bekostiging, maar van een structurele subsidie van onbepaalde duur, die ‘een adequate hoogte heeft’. Bij de berekening wordt volgens hem gebruikgemaakt van ‘een vergelijkbare maatstaf (…) als bij de berekening van de bekostiging van scholen in het primair onderwijs’.

Dit betekent volgens Slob dat de structurele subsidie van g/hvo ‘toereikend’ zal zijn.

Lees meer…

 

Slob wil naar één basisbedrag per school en leerling

Arie Slob wil de bekostiging van het primair onderwijs vereenvoudigen door met één basisbedrag per school en per leerling te komen. Ook wil hij bekostiging per kalenderjaar. Dat staat in een brief aan de Tweede Kamer.

De onderwijsminister wil de mogelijkheid van aanvullende bekostiging handhaven. Bijvoorbeeld voor het openhouden van kleine scholen, het tegengaan van onderwijsachterstanden en specifieke doelgroepen, zoals asielzoekers. ‘Ook blijft er (…) aanvullende bekostiging voor bijvoorbeeld ondersteuning voor leerlingen in het speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs’, zo staat in de brief van de minister.

Hij noemt verder verschillende maatregelen om de bekostiging te vereenvoudigen:

  • Geen verschil meer tussen onderbouw en bovenbouw.
  • Geen correctie meer op grond van gemiddelde leeftijd leraren.
  • Materiële bekostiging: één bedrag per school en per leerling.
  • Samenvoegen van budgetten personeel en materieel.

Door op kalenderjaarbasis te gaan werken, zullen de bedragen slechts twee in plaats van drie keer worden vastgesteld: voorafgaand aan het kalenderjaar, zodat de school weet waar die aan toe is, en gedurende het kalenderjaar om loon- en prijsbijstelling te verwerken. Dit sluit volgens de minister beter aan op de verantwoording in de jaarverslagen en op de Rijksbegroting, die beide op kalenderjaarbasis werken.

Teldatum naar 1 februari

Slob stelt voor de teldatum te verplaatsen van 1 oktober naar 1 februari. ‘Hierdoor wordt er rekening gehouden met het gemiddelde aantal leerlingen op de school gedurende het schooljaar. Dit sluit beter aan op de kosten die gemaakt worden.’

Lees meer…

 

Slob benadrukt: ‘Subsidie g/hvo voor onbepaalde duur’

Het Dienstencentrum GVO en HVO dat godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs (g/hvo) in openbare scholen verzorgt, krijgt geen structurele bekostiging in de zin van artikel 23 van de Grondwet. Het krijgt daarentegen wel een wettelijk vastgelegde structurele en tevens adequate subsidie voor onbepaalde duur. Dat meldt onderwijsminister Arie Slob in antwoord op Kamervragen van de ChristenUnie.

Er was verwarring ontstaan over het structurele karakter van de financiering van g/hvo in het openbaar onderwijs. De oorzaak van die verwarring lag in de terminologie die de minister hanteert. De ChristenUnie vroeg zich af waarom het woord ‘bekostiging’ aanvankelijk wel werd gebruikt voor de financiering van g/hvo en waarom Slob dat niet meer doet. De minister spreekt nu van ‘subsidie’ en dat zou kunnen suggereren dat de financiering van g/hvo slechts een tijdelijk karakter zou hebben.

Slob wijst er in zijn antwoorden op dat de term ‘bekostiging’ strikt genomen slechts kan worden gebruikt in de onderwijsrechtelijke betekenis die dit begrip heeft op grond van artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. De term ‘bekostiging’ wordt geregeld gebruikt als synoniem voor ‘structurele subsidie’ of ‘structurele financiering’, maar dat is dus eigenlijk niet juist, zo legt de minister uit.

Daarom kiest hij voor de term ‘subsidie’. Het Dienstencentrum GVO en HVO krijgt volgens hem ‘een structurele subsidie die van onbepaalde duur is’. De subsidie heeft volgens hem ‘een adequate hoogte (…), omdat bij de berekening een maatstaf wordt gehanteerd die vergelijkbaar is met de berekening die gebruikt wordt voor de bekostiging van scholen in het primair onderwijs’.

Lees meer… 

Slob houdt rekening met zorgen over bekostiging vmbo

Onderwijsminister Arie Slob houdt rekening met zorgen van vmbo-scholen over de voorgestelde vereenvoudiging van de bekostiging. Dat meldt hij in een brief aan de Landelijke Vereniging van Vakcolleges (LVvV).

De LVvV stelt dat vooral vmbo’s in brede scholengemeenschappen met weinig vestigingen de rekening betalen voor het nieuwe bekostigingsmodel. De vereniging pleit ervoor álle vmbo-leerlingen het hoge leerlingbedrag toe te kennen. In de voorgestelde systematiek krijgen vmbo’s voor onderbouwleerlingen minder geld dan voor leerlingen in de bovenbouw.

Bovenbouw beroepsgerichte leerweg duurder

Slob wijst erop dat het nieuwe bekostigingsmodel bewust uitgaat van een hoger bedrag voor leerlingen in de bovenbouw. ‘Dat doet naar mijn mening recht aan de hogere kosten van de beroepsgerichte leerwegen in de bovenbouw (…)’, aldus de minister.

In zijn brief staat verder dat het verschil in bekostiging tussen onder- en bovenbouw ook in de huidige lumpsumbekostiging zit. ‘In de onderbouw ligt de nadruk op de algemene vorming, terwijl in het derde en vierde leerjaar de beroepsgerichte opleiding het zwaartepunt vormt.’ Slob benadrukt dat scholen natuurlijk wel de vrijheid hebben ‘om de bekostiging in te zetten op de manier zoals hen goeddunkt’.

Rekening houden met zorgen vmbo

Hij meldt echter ook dat de voorgestelde vereenvoudiging van de bekostiging van het voortgezet onderwijs nog niet in beton is gegoten. De komende tijd gaat hij er met de VO-raad verder aan werken. ‘Ik verwacht in de zomer van 2019 het integrale wetsvoorstel (…) aan de Tweede Kamer aan te bieden, waarin ik rekening houd met de zorgen die (…) door u zijn geuit’, zo zegt Slob toe.

Lees meer…

 

 

Primair onderwijs wil bekostiging per kalenderjaar

Het primair onderwijs wil bekostiging per kalenderjaar. Nu is het nog zo dat het per schooljaar gaat. Dat maakt het onnodig ingewikkeld. Bovendien moet de bekostiging uitgaan van een vast bedrag per school en per leerling.

‘De bekostiging zit nu zo ingewikkeld in elkaar dat schoolbesturen onvoldoende zicht hebben op het geld dat ze te besteden hebben’, meldt de PO-Raad.

De sectororganisatie wijst erop dat de bekostiging 50 verschillende parameters kent. Bovendien wordt het geld op verschillende momenten in het jaar uitgekeerd. Een deel komt pas binnen na het schooljaar. ‘Dit maakt begroten onzeker en ondoenlijk, met vaak (te) grote reserves tot gevolg’, aldus de sectororganisatie.

De PO-Raad stuurt zijn plannen voor een vereenvoudiging van de bekostiging naar onderwijsminister Arie Slob.

Lees meer…

Rekentool brengt herverdeeleffecten in beeld

Schoolbesturen voor voortgezet onderwijs kunnen met een rekentool zien wat de herverdeeleffecten zijn van de vereenvoudiging van de bekostiging.

De rekentool is gepubliceerd door het ministerie van OCW. Dat vermeldt erbij dat de rekentool een voorlopige doorrekening geeft op basis van de bekostiging in 2017 en de leerlingentelling van 1 oktober 2016. ‘De hoogte van de parameters is indicatief en kan de komende jaren nog wijzigen’, zo benadrukt het ministerie.

Download de rekentool

Met terugwerkende kracht meer geld technisch vmbo

De gewijzigde regeling betreffende de aanvullende bekostiging van het technisch vmbo 2018 en 2019 is officieel gepubliceerd. 

Een aantal bedragen die in de regeling worden genoemd, gaat omhoog. De gewijzigde regeling werkt terug tot en met 1 januari 2018. In december volgt er een nabetaling.

Ga naar de gewijzigde regeling

Kleine brede scholengemeenschappen extra hard geraakt

Kleine brede scholengemeenschappen in regio’s met demografische krimp worden extra hard geraakt door de herverdeeleffecten van de voorgestelde vereenvouding van de bekostiging van het voortgezet onderwijs. Dat erkent onderwijsminister Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer.

De minister schrijft in zijn brief dat alle scholen in het voorstel eenzelfde vaste voet krijgen en alle dezelfde type leerlingen hetzelfde bekostigingsbedrag. Dit betekent volgens hem dat de herverdeeleffecten het hardst aankomen bij brede scholengemeenschappen.

Bij kleine brede scholengemeenschappen in met name krimpregio’s komt dat effect extra hard aan, zo legt Slob uit. Dat komt doordat de vaste lasten per leerling daar relatief hoog zijn.

Kansengelijkheid

De bevindingen van de minister staan haaks op wat de Tweede Kamer wil. Die geeft expliciet aan dat de voorgestelde vereenvoudiging van de bekostiging van het voortgezet een stimulans moet bevatten voor de vorming van brede scholengemeenschappen, omdat die een positieve bijdrage leveren aan kansengelijkheid.

Dit belangrijke aandachtspunt werd door VOS/ABB onder de aandacht bracht van de politiek. ‘Het lijkt erop dat de wettenmakers ten aanzien van het voorstel vergeten zijn een ‘kansengelijkheidscheck’ uit te voeren’, zo staat in de bijdrage van Ronald Bloemers van VOS/ABB.

Het feit dat juist brede scholengemeenschappen hard worden geraakt door de herverdeeleffecten van de vereenvoudighing van de bekostiging, vindt VOS/ABB een ongewenste uitwerking. ‘In het belang van de aanpak van kansenongelijkheid dient dit wetsvoorstel daarop te worden aangepast’, zo staat in de bijdrage van Bloemers.

Slob maakt einde aan verwarring over ‘subsidie’ g/hvo

Het hanteren van het begrip ‘subsidie’ voor de bekostiging van godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs in de openbare scholen doet niets af aan het structurele karakter van deze wettelijk vastgelegde geldstroom. Dat benadrukt onderwijsminister Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer.

De ministerraad ging in mei jongstleden akkoord met de wettelijke verankering van structurele rijksbekostiging van godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs (g/hvo) in de openbare basisscholen. De Tweede Kamer ging hier eind 2016 al mee akkoord, waarna de Eerste Kamer begin 2017 volgde.

De structurele bekostiging van g/hvo in het openbaar onderwijs was vervat in een initiatiefvoorstel van toenmalig Tweede Kamerlid Loes Ypma (PvdA) en de Kamerleden Joël Voordewind (ChristenUnie) en Michel Rog (CDA). De wettelijke verankering van de financiering biedt de sector meer zekerheid en continuïteit dan een jaarlijkse subsidiepost, die altijd weer ter discussie kan worden gesteld. Er is nu ruim 11,6 miljoen euro beschikbaar. Dat bedrag loopt op tot 13,6 miljoen in 2022.

Subsidie?

In de Tweede Kamer werden onlangs vraagtekens geplaatst bij het gebruik van het woord ‘subsidie’ voor g/hvo, omdat deze term doorgaans wordt gebruikt voor niet-structurele geldstromen. Minister Slob laat in een reactie weten dat uit het gehanteerde woord ‘subsidie’ niet mag worden afgeleid dat de geldstroom weer incidenteel zou zijn.

De subsidie voor g/hvo in de openbare scholen is ‘omgeven met een wettelijke waarborg van continuïteit’, zo meldt Slob. Hij voegt daar met nadruk aan toe dat het gaat om een geldstroom ‘die alleen door wetswijziging kan worden afgeschaft’.

Lees meer…

Kamer benadrukt belang brede scholengemeenschappen

De vereenvoudiging van de bekostiging van het voortgezet moet een stimulans bevatten voor de vorming van brede scholengemeenschappen, omdat die een positieve bijdrage leveren aan kansengelijkheid. Dit belangrijke aandachtspunt, dat VOS/ABB onder de aandacht bracht van de politiek, is woensdag expliciet benoemd in een debat in de Tweede Kamer.

In een bijdrage van VOS/ABB, die was bedoeld voor het debat in de Tweede Kamer over de vereenvoudiging van de bekostiging van het voortgezet onderwijs, staat dat de positie en het nut van brede scholengemeenschappen en brede brugklassen specifieke aandacht vereisen.

‘Het lijkt erop dat de wettenmakers ten aanzien van het voorstel vergeten zijn een ‘kansengelijkheidscheck’ uit te voeren’, zo staat in de bijdrage. De voorgestelde vereenvoudiging van de bekostiging kan er onder andere toe leiden dat brede scholengemeenschappen met verschillende stromingen op één locatie er financieel fors op achteruitgaan.

‘Dit vindt VOS/ABB een ongewenste uitwerking, juist met het oog op het nut van brede scholengemeenschappen, brede brugklassen en latere keuzemomenten. In het belang van de aanpak van kansenongelijkheid dient dit wetsvoorstel daarop te worden aangepast’, zo staat in de bijdrage.

Lees de bijdrage van VOS/ABB

Onderwijsminister Arie Slob heeft een brief naar de Tweede Kamer gestuurd over de voorgestelde vereenvoudiging van de bekostiging van het voortgezet onderwijs. De minister heeft ook Kamervragen beantwoord over de gevolgen van voorgestelde vereenvoudiging van de bekostiging op met name vo-scholen in krimpregio’s.

Regelingen personele en materiële bekostiging

De nieuwe Regeling bedragen gemiddelde personeelslast is gepubliceerd, voor het eerst in combinatie met de Regeling exploitatiebekostiging. U vindt de gecombineerde regelingen hier.

De ophoging van de gemiddelde personeelslast (gpl) is 2,61 procent, met terugwerkende kracht tot 1 januari. In de regeling is de ophoging vanwege de kabinetsbijdrage voor de loonbijstelling vanuit de referentiesystematiek 2018 verwerkt. De tarieven voor materieel zijn met 1,59 procent opgehoogd.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Provincies luiden noodklok over krimp

De voorgestelde vereenvoudiging van de bekostiging van het voortgezet onderwijs kan tot grote problemen leiden in gebieden met demografische krimp. Daarvoor waarschuwen de provincies Groningen, Drenthe, Fryslân, Gelderland, Zeeland en Limburg in een gezamenlijke brief aan de Tweede Kamer.

De zes provincies melden dat schoolbesturen voor voortgezet onderwijs in krimpgebieden zich grote zorgen maken over de effecten van de nieuwe bekostiging op hun scholen. ‘In sommige gevallen wordt er (…) zelfs voor gevreesd of vestigingen in stand kunnen worden gehouden’, zo staat in de brief aan de Tweede Kamer.

De Tweede Kamer krijgt het nadrukkelijke advies een grondige ‘krimpcheck’ toe te passen op het wetsvoorstel met betrekking tot de vereenvoudiging van de basisbekostiging van het voortgezet onderwijs.

Lees de brief

Tweede Regeling bekostiging personeel 2018-2019

De Tweede Regeling bekostiging personeel PO 2018–2019 is gepubliceerd. In de regeling is de ophoging vanwege de kabinetsbijdrage voor de loonbijstelling vanuit de referentiesystematiek 2018 verwerkt. Deze ophoging betreft de hogere cao-salarissen in het primair onderwijs.

Verder betreffen de wijzigingen in de regeling de verwerking van extra geld voor verschillende andere posten:

  • betere arbeidsvoorwaarden (extra verhoging lerarensalarissen);
  • verhoging kleinescholentoeslag;
  • aanpak werkdruk;
  • bezoek aan Rijksmuseum.

Nu zijn alle personele middelen voor het schooljaar 2018-2019 bekend.

In september 2019 zal de definitieve regeling bekostiging 2018-2019 worden gepubliceerd, met daarin de verwerking van de referentiesystematiek voor 2019.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Definitieve Regeling bekostiging 2017-2018 gepubliceerd

De definitieve Regeling bekostiging 2017-2018 is gepubliceerd. Hieronder staat puntsgewijs wat belangrijke punten uit de regeling zijn.

  • De loonbijstelling over 2018 bedraagt 2,6 procent. Deze wordt over het gehele budget toegepast.
  • Doordat de CAO PO 2018-2019 is afgesloten, is de door het kabinet toegezegde 270 miljoen euro per jaar beschikbaar, waarover ook loonbijstelling (de hierboven genoemde 2,6 procent) wordt uitgekeerd. Circa 180 miljoen euro daarvan wordt verwerkt in de budgetten voor het schooljaar 2017–2018. Het resterende bedrag wordt verwerkt in de budgetten voor het schooljaar 2018–2019 (waarvan de regeling in september volgt).
  • Voor de verhoging van de kleinescholentoeslag is in 2018 10 miljoen euro beschikbaar. Circa 8,3 miljoen euro daarvan is reeds in het budget voor het schooljaar 2018–2019 verwerkt (dat was al in maart). De resterende 1,7 miljoen euro is verwerkt in het gedeelte Personeel en Arbeidsmarkt (P&A) van het budget voor het schooljaar 2017-2018.
  • De betaling aan de schoolbesturen volgt in september. Dit is van belang voor de uit te keren hogere salarissen en bonussen op basis van de nieuwe CAO PO.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Minister ziet niets in bekostiging op schoolniveau

Minister Slob ziet niets in het idee van D66-Tweede Kamerlid Paul van Meenen om het budget voor onderwijs rechtstreeks aan scholen uit te keren. Volgens hem is het een ingrijpende wijziging waar veel nadelen aan kleven. 

Dat schrijft de minister in zijn Kamerbrief over de vereenvoudiging van de bekostiging van het voortgezet onderwijs, hoewel hij benadrukt dat deze twee onderwerpen los van elkaar staan. Het voorstel om op schoolniveau te bekostigen vraagt volgens Slob een fundamenteel gesprek ‘dat zich niet alleen beperkt tot het verdeelmodel, maar ook gaat over de verantwoording en de checks and balances die in het stelstel zijn ingericht om de kwaliteit van het onderwijs en een goede bedrijfsvoering te borgen’. Slob wil dit gesprek wel voeren, maar dan ‘op basis van de juiste informatie’. Hij verwijst daarvoor naar het onlangs verschenen advies van de Onderwijsraad over de bekostiging en verantwoording en het advies over de positie van schoolleiders.

VOS/ABB reageerde eerder al op het voorstel van Van Meenen, met het commentaar ‘Te krappe geldstroom verleggen lost niets op’.

Doorbraak in vereenvoudiging bekostiging

Het bekostigingsmodel voor het voortgezet onderwijs wordt per 1 januari 2021 sterk vereenvoudigd. Na jaren van overleg is hier overeenstemming over bereikt. Minister Slob spreekt van een doorbraak in de brief die hij vandaag aan de Tweede Kamer stuurt.

In de Kamerbrief staat dat de lumpsumbekostiging blijft, maar dat deze in de toekomst wordt gebaseerd op vaste bedragen per leerling in de onderbouw en bovenbouw en per school. Er blijven nog maar vier criteria over voor de berekening van de bekostiging:

  • Eén prijs voor alle leerlingen in de onderbouw en voor leerlingen in de bovenbouw van het algemeen vormend onderwijs.
  • Eén prijs voor leerlingen in de bovenbouw van het voorbereidend beroepsonderwijs en leerlingen in het praktijkonderwijs.
  • Een vast bedrag per vestiging van een school.
  • Een hoger bedrag voor een hoofdvestiging dan voor een nevenvestiging.

Herverdeeleffecten bij nieuw bekostigingsmodel

Het vierde criterium is toegevoegd om rekening te houden met de positie van kleine, kwetsbare besturen, zo schrijft Slob in zijn Kamerbrief. Volgens hem blijven op deze manier de herverdeeleffecten klein. Circa 90 procent van de schoolbesturen kan een positief herverdeeleffect verwachten of een negatief herverdeeleffect dat kleiner is dan 3 procent.

Dit betekent dat er ook schoolbesturen zijn die er financieel op achteruit zullen gaan. Volgens dagblad Trouw treft dat vooral brede scholen. Er komt een overgangsregeling van vier jaar, maar voor schoolbesturen met een negatief herverdeeleffect van 3 procent of meer wordt dat vijf jaar.

Reageren via internetconsultatie

Volgens Slob bestaat er ruim draagvlak voor dit nieuwe bekostigingsmodel, dat is voorbereid in samenspraak met de VO-raad. Hij gaat de wetswijziging nu voorbereiden en verwacht het wetsvoorstel in de zomer van 2019 te kunnen indienen.

Hij opent per direct een nieuwe internetconsultatie en stelt een instrument beschikbaar waarmee schoolbesturen al kunnen berekenen hoe de herverdeeleffecten zullen uitvallen. De internetconsultatie staat open tot 28 september.

Scholen en besturen kunnen hier rechtstreeks input leveren. Dat kan echter ook via VOS/ABB, waarna de vereniging alle opmerkingen zal verwerken in een reactie op de internetconsultatie.

Mail uw opmerkingen naar Ronald Bloemers via rbloemers@vosabb.nl

Meer informatie in de Kamerbrief van minister Slob