Subsidie voor behalen bevoegdheid bewegingsonderwijs

Groepsleerkrachten in het primair onderwijs kunnen 4200 euro subsidie krijgen voor het behalen van de bevoegdheid bewegingsonderwijs.

Sinds 2000 leidt het afronden van de pabo tot een bevoegdheid voor het geven van bewegingsonderwijs aan de groepen 1 en 2. Voor de overige groepen is een aanvullende kwalificatie vereist via de leergang ‘Vakbekwaamheid bewegingsonderwijs’.

Op sommige scholen zijn onvoldoende leerkrachten die aan alle leerlingen bewegingsonderwijs mogen geven. De subsidieregeling moet ertoe bijdragen dat er meer leerkrachten komen die hiertoe bevoegd zijn.

Voor 2019 en 2020 is jaarlijks 3.000.000 euro beschikbaar. Hiermee kunnen jaarlijks zeker 750 leerkrachten een opleiding volgen. Ze kunnen maximaal 3500 euro krijgen voor de studiekosten plus maximaal 700 euro voor studiemiddelen en reiskosten. In totaal gaat het dus om maximaal 4200 euro.

Lees meer…

Zo ingewikkeld is het niet?

Terug naar de declaratiebekostiging en alle problemen in het onderwijs zijn opgelost. Dat was kort gezegd de karikaturale boodschap die leraar, leraaropleider en AOb-columnist Ton van Haperen kritiekloos in Nieuwsuur mocht etaleren.

De altijd wat nukkige Van Haperen was aan het begin van het nieuwe schooljaar door Nieuwsuur uitgenodigd om te komen praten over de constatering dat nog altijd een deel van de leraren onbevoegd voor de klas staat. De komende jaren zal dat aantal niet afnemen, zo is de verwachting. Er worden vanwege de pensioengolf groeiende personeelstekorten in het onderwijs verwacht.

Schoolbesturen doen niets?

De boodschap die van Haperen in Nieuwsuur gaf, zonder dat presentator Joost Karhof maar één kritische vraag stelde, was aantoonbaar onjuist. Volgens de columnist, die zich leraar economie mag noemen, is het extra geld dat beschikbaar is gesteld om het tekort aan bevoegde leraren aan te pakken alleen maar naar de scholen gegaan zonder dat die er iets mee hebben ondernomen.

Schoolbesturen hebben wel degelijk actie ondernomen om op verschillende manieren personeelstekorten aan te pakken en werkgelegenheid zeker te stellen. Denk aan de transfercentra in verschillende krimpregio’s. Deze initiatieven maken het voor leraren en scholen mogelijk om zo goed mogelijk onderwijs te verzorgen.

Denk ook aan de lerarenbeurzen, waarmee docenten in staat worden gesteld om zich verder te professionaliseren. Daar wordt gelukkig veel gebruik van gemaakt. Maar daar heeft Van Haperen het natuurlijk niet over.

Nog nóóit loonsverhoging?

Hij verklaarde in Nieuwsuur ook doodleuk dat er nog nóóit geld is besteed aan loonsverhogingen. Het mag duidelijk zijn dat ook die uitspraak pertinent onjuist is. De nieuwe cao’s in het primair en voortgezet onderwijs voorzien immers in loonsverhogingen.

Het tekort aan bevoegde leraren kan volgens Van Haperen maar op één manier worden opgelost: nationaliseer het onderwijsbeleid. Leraren voeden kinderen op tot burgers van Nederland en dat is volgens hem dus ‘een nationale kwestie’ die thuishoort bij de minister van OCW. Dit betekent volgens de columnist dat de bekostiging van het onderwijs weer op de oude manier moet, namelijk op basis van declaraties in plaats van het huidige lumpsumbudget.

Karikaturaal betoog!

Als de declaratiebekostiging weer wordt ingevoerd, verdwijnt volgens Van Haperen het lerarentekort als sneeuw voor de zon. De overheid staat dan immers financieel garant. ‘Het is echt waar, dat is geen sprookje, zo ingewikkeld is het niet’, zo sloot Van Haperen zijn karikaturale betoog af…

Ronald Bloemers, adviseur VOS/ABB

Betere meetmethode: meer bevoegd gegeven lessen

Het aandeel bevoegd gegeven lessen in het voortgezet onderwijs is aanzienlijk groter dan tot nu toe werd aangenomen. Dat blijkt uit nieuwe cijfers waarover staatssecretaris Sander Dekker van OCW een brief naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Uit de meest recente meting over 2014 blijkt dat 88,2 procent van de lessen worden gegeven door een bevoegde docent. In 2013 was dat nog 77,4 procent. Het aandeel onbevoegd gegeven lessen is volgens de laatste meting 5,6 procent. Dat was in 2013 nog 15,9 procent. De verschillen komen volgens Dekker door een verbeterde meetmethode.

Hij ziet ook dat schoolbesturen, lerarenopleidingen en gemeenten zich beter bewust zijn van het belang dat voor elke les een bevoegde leraar moet worden geregeld. ‘In gesprekken met schoolleiders en leraren merk ik dat scholing en professionalisering hoog op de agenda staat. Dat straalt ook weer af op lerarenopleidingen: van hen wordt verwacht passend scholingsaanbod in te richten. Ook gemeenten zijn actief: zij ondersteunen en stimuleren scholen en opleidingen om de onderwijskwaliteit te verbeteren via goede, bevoegde leraren voor de klas. Zo is er een gezamenlijke visie ontstaan, waarbij de inspanningen van scholen, opleidingen en gemeenten elkaar versterken.’

De positieve uitkomsten ‘betekenen niet dat we er al zijn’, aldus de staatssecretaris. ‘Uit de cijfers blijkt namelijk dat een kind in Nederland gemiddeld nog steeds één tot vier uur per week onbevoegd les krijgt. Dit aantal is afhankelijk van regio, vakkenkeuze en schooltype. En elke onbevoegd gegeven les is er in mijn ogen één te veel.’

Lees meer…

Conversietabel getuigschriften en vakken

In de onlangs gepubliceerde Regeling conversietabel getuigschriften en vakken VO kunnen leraren zien welke (huidige en oude) getuigschriften een bevoegdheid opleveren voor de nieuwe vmbo-profielvakken.

De regeling heeft ook betrekking op vakken of programmaonderdelen in het voortgezet onderwijs waar geen passende lerarenopleidingen voor bestaan. Dit laatste betreft onder andere de vakken rekenen, Onderzoek en ontwerpen en Natuur, leven en technologie (NLT).

Ook geeft de regeling aan wat de reikwijdte is voor het bekwaamheidsgebied en wordt erin vermeld of en zo ja welke aanvullende voorwaarden gesteld worden. De regeling geldt per 1 mei 2016.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Pabo’ers in VO gewaardeerd

Ruim 1600 leraren met enkel een pabo-diploma geven les in het vmbo. Officieel zijn ze daarvoor niet bevoegd, maar ze worden zeer gewaardeerd. Er zijn verschillende opties om ze te behouden.

Dat blijkt uit het het onderzoeksrapport ‘Wel bekwaam, (nog) niet bevoegd’ dat staatssecretaris Dekker deze week naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

In het rapport valt te lezen dat het merendeel van de ondervraagde schoolleiders en bestuurders de pabo-gediplomeerden heel geschikt vindt voor het vmbo en wel vanwege hun sterke pedagogisch-didactische kwaliteiten. Ook als het gaat om leerlingzorg worden deze leraren positiever beoordeeld dan tweedegraads opgeleide leraren, en evenmin wordt getwijfeld aan hun inhoudelijke kennis. Meestal geven ze las in kernvakken uit het primair onderwijs, Nederlandse taal en rekenen/wiskunde, maar ze verzorgen ook mentorlessen, aardrijkskunde en geschiedenis.

De meeste schoolleiders en besturen eisen van de pabo’ers dat zij hun tweedegraadsbevoegdheid halen en de meesten beginnen daar ook aan. Toch is er een percentage dat hier tegenop ziet vanwege de grote belasting in tijd en geld, terwijl ze weinig meerwaarde te zien.

Drie opties
Het onderzoeksbureau ResearchNed concludeert dat er drie opties zijn om ervoor te zorgen dat pabo-gediplomeerden sneller bevoegd worden voor het vmbo. Dat zijn:
1. het verruimen van de bevoegdheden van pabo-gediplomeerden voor onderbouw vmbo
2. Het generiek verkorten van de tweedegraads lerarenopleiding voor pabo-gediplomeerden
3. Het inrichten van individuele maatwerkscholing bij lerarenopleidingen.

Staatssecretaris Dekker heeft zich nog niet uitgesproken over de aanbevelingen. Hij gaat overleggen met PO-Raad, VO-raad en lerarenopleidingen en zal de uitkomsten daarvan betrekken bij zijn plan van aanpak ‘Tegengaan onbevoegd lesgeven’, dat hij dit najaar bij de Kamer wil indienen.

Lees hier het rapport ‘Wel bekwaam, (nog) niet bevoegd’.

 

 

Kan RTL (on)bevoegdheid goed in beeld brengen?

De VO-raad betwijfelt of RTL Nieuws een goed beeld kan geven van het aantal bevoegde leraren per school. De commerciële nieuwszender heeft op basis van de Wet openbaarheid bestuur bevoegdheidsgegevens opgevraagd bij het ministerie van OCW.

De sectororganisatie ziet geen juridische bezwaren tegen de openbaarmaking van de bevoegdheidsgegevens op basis van Integrale Personeelstelling (IPTO) 2013, zoals RTL Nieuws wil. ‘De bevoegdheid van leraren is een probleem dat hoog op de agenda staat van de sector en de VO-raad vindt dat scholen zich daarover moeten verantwoorden.’

Wel plaatst de VO-raad kanttekeningen bij de mogelijke interpretatie van IPTO-gegevens op brin-niveau. ‘Op basis van IPTO kan namelijk niet met zekerheid worden gezegd of een bepaalde individuele leraar onbevoegde lessen geeft. Daar komt bij dat voor sommige scholen geldt dat in onvoldoende mate een koppeling van personeelsinformatie met bevoegdheidsinformatie mogelijk is (geweest)’, aldus de sectororganisatie.

Lees meer…

Klagen over onbevoegde collega’s doe je bij bestuur

Als leraren in het voortgezet onderwijs hun beklag willen doen over on(der)bevoegde collega’s, dan is het schoolbestuur het eerste aanspreekpunt. Dat schrijft staatssecretaris Sander Dekker van OCW in antwoord op vragen van PvdA-Kamerlid Loes Ypma.

‘Wanneer een docent het niet eens is met de inzet of verdeling van het personeel, is het schoolbestuur het eerste aanspreekpunt. Het inzetten van bevoegd personeel is immers een wettelijke plicht van de werkgever’, aldus Dekker. ‘Indien zich binnen een school misstanden voordoen, is de medezeggenschapsraad een plek om deze te bespreken. Daarnaast kunnen vakverenigingen en vakbonden het aanstellen van onbevoegde docenten in de sector agenderen.’

Dekker wijst ook op mogelijk legitieme redenen om on(der)bevoegde leraren in te zetten. Zo noemt hij tijdelijke vervangingen en moeilijk vervulbare vacatures. ‘Dit mag wettelijk voor maximaal een jaar en kan alleen verlengd worden als de leraar in opleiding is. De werkgever is dus gehouden de onbevoegde docent in staat te stellen alsnog een bevoegdheid te halen.’

Ypma wilde met haar vragen aan de staatssecretaris het rapport Onbevoegd lesgeven: een noodoplossing uit 2008 in herinnering roepen. Dit rapport is destijds uitgebracht door het SCO Kohnstamm Instituut en het ITS.

VO-raad en AOb ruziën over bevoegd/onbevoegd

Scholen willen zich, in tegenstelling tot wat de Algemene Onderwijsbond impliceert, wel degelijk verantwoorden over bevoegd gegeven lessen. Dat stelt de VO-raad.

De Algemene Onderwijsbond (AOb) zegt dat het voortgezet onderwijs ‘verstoppertje speelt met de bevoegdheidscijfers’. De AOb baseert zich op het Onderwijsblad, dat op de website Vensters VO de schoolprofielen bekeek om een beeld te krijgen van de openheid van de scholen over het aandeel bevoegde docenten.

De bond stelt dat maar de helft van de besturen hier open over is. Als op schoolniveau wordt gekeken, ligt het aandeel met vier op de tien lager en op locatie/vestigingsniveau is het volgens de AOb met één op de drie nog lager. ‘De informatie is ook onduidelijk, verouderd en soms zelfs onbetrouwbaar’, zo meldt de AOb.

De VO-raad vindt de kritiek onterecht. Volgens de sectororganisatie moeten er nog ‘werkbare en acceptabele definities komen van wat de termen ‘bevoegd’, ‘onbevoegd’ en ‘onder- of andersbevoegd’ precies inhouden. Daarover is overleg met de vakbonden (waaronder de AOb), het ministerie van OCW en de Inspectie van het Onderwijs.

Het is de verwachting van de sectororganisatie dat als er eensluidende afspraken zijn gemaakt over wat on- en onderbevoegd betekenen, veel meer scholen zich via Vensters VO zullen verantwoorden over bevoegdheidsgegevens.

Inspectie ziet strikt toe op Verklaring Omtrent het Gedrag

Met ingang van het nieuwe schooljaar 2014-2015 controleert de Inspectie van het Onderwijs strikt of personeelsleden een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) hebben.

Strikt toezicht op de aanwezigheid van VOG’s en óók op de bevoegdheid van leraren is belangrijk, zo meldt de inspectie, omdat leerlingen les moeten krijgen van gekwalificeerde docenten. Wat de bevoegdheid betreft, let de inspectie de komende jaren in het bijzonder op het (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so). De strikte handhaving op de aanwezigheid van VOG’s geldt nadrukkelijk voor alle onderwijssectoren.

Wat de bevoegdheidscontroles in het (v)so betreft: met ingang van het nieuwe schooljaar 2014-2015 checkt de inspectie voorafgaand aan alle kwaliteitsonderzoeken en de onderzoeken naar kwaliteitsverbetering de gegevens rond bevoegdheid van leraren. Bij het ontbreken van de juiste onderwijsbevoegdheid vraagt de inspectie om herstel.

U kunt een stroomschema gebruiken om zelf na te gaan of de leraren aan de bevoegdheidseisen voldoen.

Verklaring Omtrent het Gedrag
Het uitgangspunt is dat iedereen die (betaald of onbetaald) werkt met kinderen en jongeren in het onderwijs een VOG moet hebben. Voor het onderwijzend personeel is het bezit van de VOG een eis om te mogen werken. Een leerkracht die geen VOG heeft, mag niet lesgeven.

Als de VOG ontbreekt, moet het bestuur die per direct aan de betreffende persoon vragen én deze persoon op non-actief zetten tot de verklaring is overhandigd.

Lees meer over de VOG-verplichting

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Problemen bewegingsonderwijs nog niet opgelost

De vermindering die Dijksma voorstelt in een brief aan de Tweede Kamer, wil zij bereiken door de modules 3 en 4 te combineren. Daarnaast moeten alle pabo’s module 1 van de leergang als vrijwillig keuzevak opnemen.

VOS/ABB en andere werkgevers- en ook werknemersorganisaties hebben ervoor gepleit om zowel module 1 als 2 aan te bieden in het normale pabo-curriculum.

Probleem blijft
Bij de oplossing die Dijksma nu aandraagt, blijft het probleem voor de startende leerkrachten en de scholen bestaan. De beginnende leerkrachten moeten naast hun nieuwe baan ook nog twee jaar studeren voor hun volledige bevoegdheid gymnastiek.

Afgestudeerden van de pabo mogen alleen maar bewegingsonderwijs geven in de groepen 1 en 2 en dienen met de leergang bewegingsonderwijs te beginnen om ook bevoegd te worden voor de groepen 3 tot en met 8.

Ouderen
Voor de scholen blijft de situatie bestaan dat slechts een beperkt aantal groepleerkrachten bevoegd is voor het vak gymnastiek, zeker nu veel ouderen binnenkort het onderwijs verlaten.

Het inzetten van vakleerkracht gymnastiek is een goede mogelijkheid en oplossing, omdat het vak op die manier op een hoger niveau getild kan worden.

Mbo’ers
Staatssecretaris Dijksma geeft in haar brief ook andere mogelijkheden aan om het probleem op te lossen, onder meer het inzetten van mbo-afgestudeerden (CIOS, ook wel Lobossers genoemd).

VOS/ABB vindt dat moet worden gekozen voor hbo-opgeleide docenten en niet voor onbevoegden, die als onderwijsassistent ingezet dienen te worden. Er hoort dan immers een bevoegde leerkracht naast te staan, waardoor de werkdruk op de school alleen maar verhoogd wordt.

In de rechterkolom staat de brief van Dijksma.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Bijlagen