Minister Bussemaker valt partijgenoot Asscher af

PvdA-minister Jet Bussemaker van OCW vindt het niet terecht dat haar partijgenoot vice-premier Lodewijk Asscher heeft gedreigd om uit het kabinet te stappen als de lerarensalarissen in het primair onderwijs niet zouden worden verhoogd. Dat meldt de NOS, die zich baseert op een radio-interview met Bussemaker.

Volgens omroep had Bussemaker vooral moeite met de toon van Asscher, die niet zou passen bij de volgens haar constructieve sfeer tussen VVD en PvdA in het kabinet. ‘En voor het aanzien van de politiek had ik het slecht gevonden als het anders was gelopen deze week’, zegt zij.

Bussemaker prijst Rutte

Asscher nam woensdag genoegen met de toezegging van premier Mark Rutte dat in de begroting van 2018 een ‘substantieel bedrag’ wordt uitgetrokken voor de lerarensalarissen in het primair onderwijs, zonder dat duidelijk is hoe in de volgende kabinetsperiode die term in euro’s zal worden geconcretiseerd.

Terwijl de PvdA-minister van OCW haar partijgenoot Asscher bekritiseert, prijs zij VVD-premier Rutte. ‘Hij weet zijn kwaliteiten als voormalig HR-manager goed te gebruiken, en het is moeilijk om boos op hem te worden’, aldus Bussemaker.

Directeuren geven Bussemaker en Dekker onvoldoende

In het primair en voortgezet onderwijs zijn directeuren zeer kritisch over minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW. Bussemaker krijgt van hen een 5,7, Dekker een 4,6.

DUO Onderwijsonderzoek meldt op basis van eigen onderzoek dat sinds de installatie van beide bewindslieden in november 2012 het vertrouwen in hen sterk is gedaald. Dat geldt vooral voor Sander Dekker, die het primair en het voortgezet onderwijs in zijn portefeuille heeft. Nog maar één op de twintig heeft nog vertrouwen in hem.

Directeuren zijn zeer kritisch over de invoering van passend onderwijs, de gevolgen van de Wet werk en zekerheid voor het onderwijs en de invoering van de rekentoets in het voortgezet onderwijs. Ook is er kritiek op het keurmerk Excellente Scholen.

Lees meer…

Bussemaker wil wet wijzigen voor hoge Cito-scores

Minister Bussemaker van Onderwijs overweegt op korte termijn de wet te wijzigen voor kinderen met een Cito-score die hoger is dan hun schooladvies. Leraren moeten dan verplicht hun advies aanpassen. Dit zei ze zondag in het televisieprogramma WNL op zondag

Ze reageerde daar op de bevindingen van de Inspectie van het Onderwijs dat leerlingen van laagopgeleide ouders soms een lager advies krijgen dan kinderen met hoogopgeleide ouders, ook als ze dezelfde score hebben behaald op de eindtoets. ‘Heel alarmerende conclusies’, aldus Bussemaker. De werkwijze voor het schooladvies is nog maar een jaar geleden omgedraaid: vroeger bepaalde de uitslag van de eindtoets naar welk schoolniveau een kind ging, nu is het schooladvies van de leraar het belangrijkst.

Een op de zes
Deze werkwijze blijft voorlopig zo, maar wat de minister direct wil aanpakken, is dat scholen niet altijd het schooladvies heroverwegen als de Cito-score van een kind hoger uitvalt dan verwacht. ‘Dat gebeurt maar in een op de zes gevallen en dat moet echt veranderen’, zei Bussemaker. Ze deed ter plekke een oproep aan leraren om dat niet meer te laten gebeuren. ‘Docenten zijn snel geneigd om tegen kinderen van laagopgeleide ouders te zeggen: kies maar niet te hoog, want het wordt moeilijk voor je. Maar wij weten dat het uitspreken van hoge verwachtingen ook hoge prestaties oplevert.’

Ze gaat allereerst een brief sturen aan de scholen om ze hier nog eens op te wijzen. Daarnaast gaat ze een wetswijziging voorbereiden. ‘Dat kan niet in een paar weken geregeld zijn. Maar er moet echt iets gebeuren en liefst volgend jaar al. Ik ga in gesprek met de Tweede Kamer om het snel in de wet op te nemen.’

2-jarigen naar school
In hetzelfde programma zei ze het ‘een interessant idee’ te vinden om kinderen al vanaf 2 jaar naar school te sturen. Waarbij ze benadrukte dat kinderen op die leeftijd spelenderwijs moeten leren.

Bekijk hier de aflevering van WNL op zondag van 24 april. Het item begint na 15 minuten.

Bussemaker schrikt dat pabo steeds witter wordt

Minister Jet Bussemaker van Onderwijs is geschrokken van de berichten dat de pabo steeds witter wordt. Er zijn dit schooljaar veel minder allochtone studenten aan een opleiding tot leraar basisonderwijs begonnen dan vorig jaar. Toen waren het er nog 456, nu nog maar 174. 

Strengere eisen
Minister Jet Bussemaker zegt vandaag in een interview op de website van de Algemene Onderwijsbond (AOb) dat ze schrikt van deze cijfers. Ze denkt dat de aangescherpte eisen voor toelating tot de pabo de allochtone jongeren afschrikken. Pabo-studenten moeten tegenwoordig bepaalde eindexamenvakken in hun pakket hebben of anders toelatingstoetsen doen. Bussemaker wil echter geen overhaaste conclusies trekken en de regels niet direct weer versoepelen. ‘Het is de bedoeling dat er door die strengere eisen minder studenten uitvallen in het eerste jaar. Na de zomer weten we pas of dat gelukt is’.

Is het een probleem? 
Op de vraag of ze het een probleem vindt dat er minder allochtonen voor de pabo kiezen, antwoordt Bussemaker volgens de AOb bevestigend. ‘Ja, het is van maatschappelijk belang dat zij ook leraar in het basisonderwijs worden. Ik vind diversiteit sowieso belangrijk. Er zouden bijvoorbeeld ook meer mannen voor de pabo moeten kiezen.’

Pabo minder in trek
De pabo trok dit jaar overigens in het algemeen veel minder studenten: geen 5700 eerstejaars zoals in 2014, maar slechts 3900. Opvallend is daarbij dat allochtonen twee keer zo vaak wegblijven als autochtonen en dat geldt met name voor de mbo’ers onder hen. Dit jaar kwamen er nog maar 49 studenten van het mbo naar de pabo, vorig jaar waren het er nog 258.

Andere studiekeuzes
Waar ze zijn gebleven, wordt ook duidelijk uit de cijfers. De hbo-studie verpleegkundige bijvoorbeeld trok 33 procent meer allochtonen dan vorig jaar.  Ook de ict-opleidingen kregen meer allochtone studenten binnen. Het totale aandeel allochtonen in het hoger beroepsonderwijs is niet veranderd: dat is nog steeds 15 procent. Ze maken alleen andere studiekeuzes.

Lees hier het interview van de AOb met minister Bussemaker 

Lees hier het persbericht van het Hoger Onderwijs Persbureau

Bussemaker geeft rijke ouders schuld van segregatie

De druk van ouders op hun kinderen is vaak ‘gigantisch’. ‘We leven in een meritocratie, een hoge opleiding is belangrijker dan ooit’, zegt PvdA-minister Jet Bussemaker van OCW in een artikel in Trouw over de volgens haar groeiende kloof tussen arm en rijk. Eerder was het tegengaan van segregatie in het onderwijs totaal geen issue voor haar en staatssecretaris Sander Dekker.

De groeiende markt van huiswerkinstituten en privéscholen als Luzac dreigen volgens de minister de verschillen tussen kinderen van hoog- en laagopgeleiden verder te vergroten. Zij stelt daarom een onderzoek in naar het effect van dit zogenoemde schaduwonderwijs op kinderen uit sterkere en zwakkere milieus.

Het onderzoek past volgens Trouw in het thema dat Bussemaker in haar laatste jaar als minister in dit kabinet aan de orde wil stellen: verheffing in het onderwijs. ‘Als we niet uitkijken wordt de emancipatiefunctie van het onderwijs bedreigd’, aldus de minister. Met behulp van meer onderzoek wil zij dat scholen en ouders zich bewuster worden van het probleem van sociale segregatie.

‘Als je niet uitkijkt, vindt het echte onderwijs in de schaduw plaats en zijn de gewone scholen er alleen nog maar voor de kansarmen’, aldus Bussemaker.

De uitspraken van Bussemaker zijn op zijn minst opmerkelijk te noemen, omdat in haar beleid en dat van VVD-staatssecretaris Sander Dekker het tegengaan van segregatie totaal geen issue was en nu ineens de ouders er min of meer de schuld van krijgen dat er sprake is van een groeiende kloof tussen arm en rijk.

Bussemaker wil juist wél ambitieuze jongeren

Minister Jet Bussemaker van OCW zegt dat haar gewraakte uitspraak over jongeren die hogerop willen uit zijn context is gehaald. In de Volkskrant van zaterdag staat dat het haar zou storen ‘dat iedereen altijd maar ‘hogerop’ wil’.

Die uitspraak leidde tot verontwaardigde reacties, onder andere in de Tweede Kamer. De minister werd verweten dat ze jongeren met ambitie zou demotiveren. Bussemaker weerspreekt dat, zo bleek dinsdag tijdens het vragenuurtje in de Tweede Kamer.

Zij benadrukte dat ze vindt dat jongeren zich moeten ontwikkelen. Wat ze wel met het interview heeft willen zeggen, is dat het beroepsonderwijs volgens haar wordt ondergewaardeerd. Ook zei ze dat er vwo’ers zijn die alleen voor de universiteit kiezen vanwege de status, terwijl ze misschien beter naar het hbo zouden kunnen.

De PvdA-minister weigert haar uitspraken hierover terug te nemen. Regeringspartij VVD en de oppositiefracties van D66 en het CDA hadden haar hierom gevraagd.

Bussemaker vindt het wel meevallen met de regeldruk

Scholen en leraren ervaren vaak meer regeldruk dan er werkelijk is. Dat stelt minister Jet Bussemaker van OCW. Ze wil onduidelijkheden en andere klachten over regeldruk inventariseren, openbaar maken en er uitleg over geven.

‘Heel recent pas zijn leraren en scholen zich gaan realiseren dat de feitelijke regeldruk in het onderwijs kleiner is dan door velen wordt ervaren. Er blijkt meer ruimte om zelf dingen ánders te doen dan lang is aangenomen. Professionele ruimte kun je, met andere woorden, ook némen’, zo staat in de Staat van de Leraar, het document dat leraren hebben gemaakt bij het Onderwijsverslag 2013-2014 van de Inspectie van het Onderwijs.

Minister Bussemaker is het van harte eens met die constatering: ‘Docenten moeten zich zoveel mogelijk kunnen concentreren op hun werk voor de klas. Omdat hun werk zo belangrijk is moet er enige regulering zijn, maar liefst niet meer dan strikt noodzakelijk. Ik ben blij dat docenten ook zelf de ruimte die ze hebben ontdekken en beschouw het als een dure plicht hen te helpen bij die ontdekkingstocht.’

Lees meer…

Gratis cursussen om radicalisering te herkennen

Leraren kunnen een gratis cursus volgen om radicalisering onder hun leerlingen te herkennen. De trainingen worden verzorgd door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Dat schrijven minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer.

Er komt ook een hotline komt met het ministerie van OCW. Daar kunnen scholen terecht met acute vragen. Scholen die al radicaliserende leerlingen hebben, worden bijgestaan door landelijke interventieteams die als vliegende brigades kunnen worden ingezet.

Parijs
Minister Jet Bussemaker van OCW nam dinsdag met haar Europese collega’s in Parijs deel aan een conferentie over de rol van het onderwijs bij het stimuleren van burgerschap en het tegengaan van radicalisering.

In de gemeenschappelijke verklaring die na afloop van deze conferentie werd uitgegeven, staat onder andere dat de deelnemende landen, waaronder Nederland, in het onderwijs meer nadruk gaan leggen op persoonlijke ontwikkeling van leerlingen, sociale participatie, de bestrijding van racisme en het bevorderen van goed burgerschap.

In de verklaring staat ook dat het onderwijs een bijdrage moet leveren aan wederzijds begrip en respect in de huidige maatschappij die wordt gekenmerkt door diversiteit. Ook moeten scholen ernaar streven om hun leerlingen kritisch te laten nadenken om te voorkomen dat zij slachtoffer worden van haatdragende indoctrinatie.

Kernwaarden
De verklaring van de Europese ministers van Onderwijs bevat veel elementen die naadloos aansluiten op de kernwaarden van het openbaar onderwijs.

Bussemaker wil dat jongeren ingrijpen bij geweld

Minister Jet Bussemaker van OCW roept jongeren op in te grijpen als zij getuige zijn van geweld. Directe aanleiding voor haar oproep is een geweldsincident waarvan een leerlinge van de openbare scholengemeenschap Thorbecke Voortgezet Onderwijs in Rotterdam slachtoffer is geworden.

Volgens de minister is het vooral belangrijk dat jongeren aangifte doen als zij zijn mishandeld. ‘Daar begint het mee. We moet er met elkaar voor zorgen dat dit niet normaal wordt’, zo citeert de NOS haar. Ze vindt ook dat jongeren voor elkaar moeten opkomen. ‘Ga er de volgende keer tussen staan in plaats van filmpjes te maken, die je op GeenStijl plaatst. Kijk niet weg, maar treed op.’

Volgens de minister kunnen de scholen de aanpak van geweld tussen jongeren niet alleen aanpakken. ‘We moeten dit met elkaar doen. Scholen, ouders en jongeren onderling’, aldus Bussemaker.

De oproep van de minister volgt op verschillende filmpjes van geweld op internet. Op een van de filmpjes is te zien hoe een 15-jarig leerlinge van de openbare scholengemeenschap Thorbecke VO in Rotterdam hard wordt geschopt. De dader, een 15-jarige jongen, is opgepakt.

Hoewel de filmpjes op internet (gemakkelijk) zijn te vinden, doet VOS/ABB niet mee aan de verspreiding van dit soort materiaal. Vandaar dat in dit bericht niet naar dergelijke filmpjes wordt gelinkt.

Bussemaker wil aandacht seksuele diversiteit vasthouden

Minister Jet Bussemaker van OCW reageert verheugd op de uitkomsten van het rapport Anders in de klas van het Sociaal en Cultureel Planbureau. In dat rapport over de aandacht in het onderwijs voor seksuele diversiteit staat onder andere dat lesbische, homoseksuele en biseksuele leerlingen en transgenders (lhbt) zich veiliger zijn gaan voelen.

‘Het is blijkbaar effectief om al op de basisschoolleeftijd aandacht te hebben voor seksuele diversiteit’, aldus Bussemaker in een brief aan de Tweede Kamer. Wat betreft het voortgezet onderwijs merkt ze op dat ook daar niet-heteroseksuele leerlingen zich veiliger zijn gaan voelen.

‘Leerlingen zijn aan het denken gezet, leraren zijn alerter geworden, en er is meer draagvlak op school’, schrijft de minister. Ze verwacht dat aandacht voor seksuele diversiteit op de lange termijn zijn vruchten blijft afwerpen, maar dan moeten scholen hier wel actief op blijven.

Speciale editie Donald Duck over digitaal programmeren

Minister Jet Bussemaker van OCW heeft dinsdagochtend het eerste exemplaar van de DigiDuck in ontvangst genomen.

De speciale Donald Duck-editie wordt in een oplage van 300.000 stuks verspreid. Met het initiatief wordt aandacht gevraagd voor de noodzaak om in het onderwijs meer aandacht te besteden aan het leren van digitaal programmeren.

Minister Bussemaker zegt te hopen dat de speciale uitgave meer jongeren enthousiast maakt voor techniek: ‘De DigiDuck nodigt kinderen uit tot nieuwsgierigheid, tot doordenken en doorvragen. Om samen met elkaar of met je ouders aan de hand van het verhaal te praten over hoe dingen werken. Wat het verband is tussen a en b? Vaardigheden die kinderen goed kunnen gebruiken in de 21e eeuw.’

Lees meer op de website van Kennisnet.

Kwaliteit is kwestie van samenwerking op alle niveaus

‘Waar het beter kan, moet het ook beter, want goed onderwijs is cruciaal voor de samenleving.’ Dat stellen minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW in hun beleidsreactie op het Onderwijsverslag 2012-2013 van de Inspectie van het Onderwijs.  

Ze willen samen met schoolbestuurders, schoolleiders, toezichthouders, leraren en andere betrokkenen ‘consequent verder werken aan de stap van goed naar beter onderwijs’. De minister en de staatssecretaris schrijven dat ze daarvoor het Regeerakkoord, het Nationaal Onderwijsakkoord, de Lerarenagenda en binnenkort de sectorakkoorden willen gebruiken. ‘Met onze plannen willen we de gewenste kwaliteitscultuur in de praktijk van de klas realiseren zodat de leerling (…) optimaal in de gelegenheid wordt gesteld om zijn talenten te ontwikkelen. Daar willen we maximaal op inzetten.’

Deskundigheidsbevordering neemt in de beleidsreactie een prominente plaats in. Daarbij richten Bussemaker en Dekker hun aandacht niet alleen op de leraren, maar ook op de schoolleiders en zeer zeker op de schoolbestuurders. ‘Verbetering van de bestuurskracht van de onderwijssector is een blijvende opdracht aan iedereen en een proces van continue verbetering.’

De beleidsreactie gaat tevens in op het feit dat kwaliteit van onderwijs van meer factoren afhangt dan alleen prestaties op rekenen en taal. ‘De inspectie vraagt terecht aandacht voor het belang van een brede kijk’, zo schrijven de minister en de staatssecretaris. Ze willen ‘samen met schoolleiders en schoolbestuurders nader onderzoeken of en zo ja hoe het curriculum verder versterkt moet worden’.

Lees ook Schoolbesturen moeten meer doen voor goed onderwijs.

Lat gaat omhoog: voldoende is niet goed genoeg

Niet alleen (zeer) zwakke scholen, maar ook scholen die voldoende presteren moeten zich verbeteren. Dat benadrukken minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer over de transitie van het inspectietoezicht.

‘Wij willen in het onderwijs toe naar een kwaliteitscultuur waarbij het voor alle partijen vanzelfsprekend is om te blijven streven naar verbetering, ook al is het basisniveau op orde. Dat komt ten goede aan alle leerlingen (…) zodat zij hier optimaal van kunnen profiteren in alle leer- en vormingsgebieden’, zo staat in de brief.

Bussemaker en Dekker gaan bij hun streven uit van ‘een hoge mate van autonomie voor scholen in combinatie met het afleggen van publieke verantwoording’. Dat is volgens hen ‘het beste recept voor goede resultaten’. Ze willen naar een verbetercultuur toe ‘die door alle betrokkenen intrinsiek wordt beleefd’. Ze vinden dat dit ook zichtbaar moet zijn.

Daarom komen er in het primair, speciaal en voortgezet onderiwjs naast de al bestaande oordelen ‘zeer zwak’, ‘zwak’, ‘basiskwaliteit’ en het predicaat ‘excellent’ de oordelen ‘voldoende’ en ‘goed’. Het inspectie-oordeel ‘goed’ moet van de minister en de staatssecretaris voor alle scholen het streven zijn, en niet slechts de basiskwaliteit.

Elke school krijgt een kwaliteitsprofiel. De inspectie kijkt daarvoor niet alleen aar leerprestaties en de sociale opbrengsten, maar ook naar de wijze en de voorwaarden waaronder deze tot stand komen. Ouders, leerlingen en leraren moeten met het kwaliteitsprofiel ‘een handzaam en informatief beeld over de kwaliteit van de school’ krijgen.

‘Het kwaliteitsprofiel en het daarop gebaseerde oordeel zullen actief en breed openbaar worden gemaakt, onder andere via de website van de inspectie’, aldus Bussemaker en Dekker in hun brief.

Het kwaliteitsprofiel en het daarop gebaseerde oordeel van de inspectie worden gebaseerd op vijf kwaliteitsgebieden:

  • Onderwijsresultaten
  • Onderwijsproces
  • Schoolklimaat en veiligheid
  • Kwaliteitsborging en ambities
  • Financiële en materiële voorzieningen

In de brief benadrukken de minister en de staatssecretaris dat de schoolbesturen eindverantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van hun scholen en dat de besturen de inspectie met informatie moeten voeden. ‘Naarmate besturen zelf over betere informatie beschikken en zich daarover verantwoorden, zal de inspectie minder zélf verzamelen en minder eisen stellen aan de vorm en inhoud van de door besturen geleverde informatie.’

Wat vindt VOS/ABB van de transitie van het inspectietoezicht? Lees het commentaar van adjunct-directeur Anna Schipper, die namens VOS/ABB in de zogenoemde eerste ring van de Inspectie van het Onderwijs zit.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Inspectie onderzoekt voorlichting seksuele diversiteit

De Inspectie van het Onderwijs gaat volgend jaar onderzoek doen naar de invoering van de verplichte voorlichting op scholen over seksuele diversiteit. Dat heeft minister Jet Bussemaker van OCW toegezegd in het Kamerdebat over het emancipatiebeleid voor lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transgenders (LHBT).

Basis voor het onderzoek van de inspectie worden de resultaten van een aantal lopende onderzoeken, zoals een onderzoek naar de uitwerking van het nieuwe kerndoel in lesmateriaal en docentenhandleidingen en de veiligheidsmonitor over de positie van LHBT-leerlingen. Minister Bussemaker verwacht dat het onderzoek van de inspectie in de eerste helft van 2016 klaar zal zijn.

Sinds december 2012 is voorlichting over seksuele diversiteit opgenomen in de kerndoelen van het primair en voortgezet onderwijs. Het onderzoek van de inspectie was een uitdrukkelijke wens van homobelangenorganisatie COC en de Tweede Kamerfracties van D66 en VVD.

Bussemaker wil geen toelatingstoets pabo’ers

Minister Jet Bussemaker van OCW ziet vooralsnog geen aanleiding om een toelatingstoets mogelijk te maken voor mbo-studenten die naar de pabo willen. Zij zei dit tijdens een debat met de Vaste Kamercommissie voor Onderwijs, meldt de Vereniging Hogescholen.

De Vereniging Hogescholen had de Tweede Kamer gevraagd om een toelatingstoets voor mbo-studenten mogelijk te maken. Aanleiding daarvoor is de grote uitval van mbo-studenten in het eerste jaar van de pabo.

Bussemaker erkende tijdens het debat dat er op dit moment veel mbo’ers uitvallen vanwege de reken- en/of taaltoetsen. Ze zei ook dat het van groot belang is dat mbo’ers goed worden opgeleid om zodoende de pabo aan te kunnen. Volgens haar zijn er al diverse maatregelen genomen om het instroomniveau van een mbo-student te verhogen.

Zij doelde daarmee onder andere op de verhoging van het huidige eindexamenniveau voor de vakken Nederlands en rekenen. Dat moet in respectievelijk 2015 en 2016 gerealiseerd zijn. De minister is ervan overtuigd dat dit haalbaar is en vindt daarom een selectie aan de poort nu niet nodig.

Bussemaker overhandigt promotiebeurzen

Minister Jet Bussemaker van OCW heeft maandagmiddag aan 37 leraren een promotiebeurs overhandigd. Dat deed ze op een speciale bijeenkomst bij de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) in Den Haag.

De promotiebeurs bestaat sinds 2011. Deze beurs is bedoeld voor leraren uit onder andere het primair en voortgezet onderwijs die willen promoveren. Het ministerie van OCW wil leraren hiermee de kans bieden zichzelf verder te ontwikkelen en de aansluiting tussen universiteiten en scholen te versterken.

De gedachte is dat het goed is voor de kwaliteit van het onderwijs als er meer gepromoveerde leraren voor de klas staan. Belangrijk bij het promotieonderzoek is dat de opgedane kennis en onderzoekservaring direct ten goede komen aan de onderwijspraktijk.

Leraren met een promotiebeurs worden vier jaar lang maximaal twee dagen per week met behoud van salaris vrijgesteld om te werken aan hun promotieonderzoek. Scholen ontvangen een rijksbijdrage om de leraar te kunnen vervangen.

Op de website van NWO staat de lijst met gehonoreerde leraren.

Berichten over oppotten tendentieuze onzin

Een verantwoorde financiële buffer opbouwen is wat anders dan geld overhouden. Dat is de strekking van antwoorden van minister Jet Bussemaker van OCW op Kamervragen van de Partij van de Arbeid.

Kamerlid Mohammed Mohandis van de PvdA stelde vragen naar aanleiding van een artikel in NRC. De krant meldde op basis van een bericht van de Algemene Onderwijsbond (AOb) dat onderwijsinstellingen in 2012 ruim 300 miljoen euro hebben overgehouden. De AOb gebruikt de tendentieuze term ‘oppotten’.

De minister zet dit bericht voor Mohandis in een verhelderend kader: ‘Een incidenteel positief resultaat betekent niet per definitie dat de sectoren geld ‘overhouden’. Voor een prudent financieel beleid is het zaak om op de lange termijn naar evenwicht te streven. Dit sluit aan bij de bevindingen van de commissie Vermogensbeheer Onderwijsinstelling.’

Deze commissie, ook wel bekend als de commissie-Don, adviseerde dat onderwijsinstellingen een meerjarige financiële planning en een op de eigen omstandigheden toegesneden risicoanalyse moesten opstellen. ‘Instellingen kunnen zelf van jaar tot jaar een inschatting maken om in te teren, te lenen of te sparen om zo een financiële buffer op te bouwen voor het opvangen van risico’s of om te investeren’, aldus Bussemaker.

De situatie in het primair en voortgezet onderwijs relativeert het AOb- en NRC-bericht nog verder. Het basisonderwijs liet in 2012 een positief resultaat zien van 5 miljoen euro, wat overeenkomst met 0,1 procent van de totale baten. Het was voor het eerst sinds 2008 dat er een positief resultaat was. In de jaren 2010 en 2011 was het totale negatieve resultaat 233 miljoen euro (in de min dus).

Het voortgezet onderwijs had in deze jaren een totaal negatief resultaat van 140 miljoen euro. In 2012 was er een positief resultaat van 94 miljoen euro. Dat kwam overeen met 1,2 procent van de totale baten.

Weinig vertrouwen in Nationaal Onderwijsakkoord

Schooldirecteuren en leraren hebben maar weinig vertrouwen in het Nationaal Onderwijsakkoord (NOA). Dat meldt DUO Onderwijsonderzoek, dat onder mensen uit het basis- en voortgezet onderwijs een opiniepeiling heeft uitgevoerd.

DUO Onderwijsonderzoek meldt dat in het basisonderwijs 18 procent van de directeuren en leraren het NOA geloofwaardig acht. In het voortgezet onderwijs is met 10 procent het vertrouwen nog geringer. Bijna niemand gelooft dat de werkdruk zal afnemen.

Als het gaat om het vertrouwen in het tweede kabinet-Rutte, wordt in het funderend onderwijs een daling geconstateerd. Nog maar iets meer dan de helft van de directeuren en leraren in het basisonderwijs heeft vertrouwen in het kabinet. In het voortgezet onderwijs is dat nog maar iets meer dan eenderde. Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW doen het onder schooldirecteuren en leraren ook slecht.

Het enige lichtpuntje uit de opiniepeiling is voor D66. De partij, die zich altijd al als dè onderwijspartij profileert, wint onder schooldirecteuren en leraren aan populariteit.

Minister Bussemaker jaagt woedende AOb op de kast

Het Nationaal Onderwijsakkoord is bedoeld om werkgevers en werknemers zover te krijgen dat ze doen wat in het regeerakkoord staat. Dat zegt minister Jet Bussemaker van OCW in de Volkskrant.

De minister voegt daaraan toe: ‘Anders kan ik stoer roepen: oudere leraren moeten gewoon doorwerken. Maar dan gaat het gewoon niet gebeuren, want dat is iets waar de schoolbestuurders en en vakbonden samen over gaan.’ De uitspraken van Bussemaker zijn koren op de molen van de Algemene Onderwijsbond (AOb), die uit de onderhandelingen is weggelopen en het akkoord niet heeft ondertekend.

‘Het is goed dat Bussemaker dit toegeeft, maar typerend dat ze ermee heeft gewacht tot de handtekeningen onder het akkoord staan. Behalve die van de AOb en de Abvakabo dan,’ zegt AOb-voorzitter Walter Dresscher in reactie op het interview in de Volkskrant.

‘De decentralisatie van de cao-onderhandelingen wordt door het kabinet kennelijk als probleem ervaren en dat is nu met chantage omzeild. Terwijl het onderwijspersoneel nooit om decentralisatie heeft gevraagd. Het was een politieke wens om de cao-onderhandelingen in het onderwijs weg te halen bij het ministerie en ons te laten praten met de diverse opgetuigde werkgeversclubs. Die zullen wel blij zijn met dit interview: feitelijk zet de minister ze weg als stromannetjes voor het departement’, aldus Dresscher.

Modestudent maakt prinsjesdaghoed Bussemaker

Een financiële meevaller voor het ministerie van OCW: de prinsjesdaghoed die minister Jet Bussemaker dit jaar opzet, is een cadeau van de Hogeschool van Amsterdam (HvA).

De hoed is ontworpen en gemaakt door HvA-student Sebastian Pleus. Hoedenmaakster Evelien Gentis-Smit ondersteunde hem met advies en het beschikbaar stellen van haar atelier. Pleus studeert International Fashion & Design bij het Amsterdam Fashion Institute, de modeopleiding van de hogeschool. De prinsjesdaghoed voor Bussemaker van de HvA is vanaf nu een jaarlijkse traditie.

Op 1 maart 2011 werd Bussemaker rector van de HvA en trad zij toe tot het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam en de HvA. Op 5 november 2012 werd ze benoemd tot minister van OCW en legde zij haar werkzaamheden in Amsterdam neer.

Bussemaker kiest voor Cultuurkaart

De Cultuurkaart voor leerlingen in het voortgezet onderwijs blijft in elk geval de komende 10 jaar bestaan. Dat blijkt uit de visie op cultuur die minister Jet Bussemaker van OCW naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De minister trekt met ingang van het schooljaar 2013-2014 per jaar 4,9 miljoen euro uit voor de Cultuurkaart. Daarmee is voor alle vo-leerlingen een basisbedrag van 5 euro beschikbaar. Scholen doen op vrijwillige basis mee. Van hen wordt een bijdrage van 10 euro per leerling per jaar verwacht. Dit kan bijvoorbeeld via de vrijwillige ouderbijdrage.

De minister vindt de Cultuurkaart belangrijk, omdat volgens haar alle leerlingen via goed cultuuronderwijs de kans moeten krijgen hun creatieve talenten en vaardigheden verder te ontwikkelen. ‘Creativiteit en innovatie zijn belangrijke voorwaarden voor verdere groei van onze kennissamenleving’, aldus Bussemaker.

Meer informatie staat in het visiedocument Cultuur beweegt van minister Bussemaker.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Minister denkt in lijn met openbare kernwaarden

Minister Jet Bussemaker van OCW benadrukt het grote belang van waardenontwikkeling en waardencommunicatie op school. Het is volgens haar cruciaal dat kinderen en jongeren goed worden toegerust om richting aan hun leven te kunnen geven. Dat zei ze bij het afscheid van Kees Waagmeester als secretaris van de Vereniging voor Zingeving.

Tot de basiskennis van elke burger behoort dat er verschillende levensovertuigingen bestaan. Al in het basisonderwijs moeten leerlingen dit inzicht kunnen verwerven, vindt de minister. De school is volgens haar een centrale plek in de samenleving voor waardenontwikkeling, burgerschapsvorming en gemeenschapsvorming op basis van wederzijds respect.

Ouders doen er volgens de minister goed aan als zij hun kinderen naar gemengde scholen sturen, waar leerlingen veel van elkaars cultuur en levensovertuiging leren. ‘Zorg ervoor dat u uw kinderen niet alleen met uw eigen waarden in contact laat komen’, aldus Bussemaker.

De rol van de leerkracht in het zingevingsproces op school is volgens haar cruciaal. Huidige docenten en leerkrachten in opleiding moeten met identiteitsvragen aan de slag. In de klas moeten levensvragen worden besproken, zoals over godsdienst, leven en dood en oorlog en vrede.

Kernwaarden en Diploma Openbaar Onderwijs
De woorden van de minister sluiten naadloos aan op de kernwaarden van openbaar onderwijs. Zonder het te noemen, ondersteunt Bussemaker met haar woorden de doelstelling van het openbaar onderwijs. In het verlengde daarvan hebben VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs het Diploma Openbaar Onderwijs ontwikkeld.

Dit diploma wordt aangeboden door pabo’s in het hele land. Leraren die het Diploma Openbaar Onderwijs op zak hebben, kunnen lesgeven vanuit de kernwaarden van het openbaar onderwijs, waarin ontmoeting en wederzijds respect centraal staan.

In het meinummer van magazine School! staat een artikel over het Diploma Openbaar Onderwijs en de pabo van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen.

Leerlingen moeten van minister emanciperen

Minister Jet Bussemaker van OCW roept op tot meer ‘genderdiversiteit’ in het onderwijs. Haar oproep staat in de Hoofdlijnenbrief Emancipatiebeleid 2013-2016.

Meisjes en jongens verschillen van elkaar in hun onderwijsloopbanen. Het gaat daarbij onder andere om onderwijsprestaties en opleidingsrichtingen. Het is echter te beperkt om alleen hiernaar te kijken, zo stelt de minister: ‘Onderwijs maakt deel uit van de samenleving én vormt de samenleving. Jongens en meisjes worden in de periode waarin ze onderwijs volgen, gevormd tot de mannen en vrouwen van de toekomst.‘

De minister noemt sociale uitwisseling binnen en buiten het onderwijs als een belangrijk vormend element voor jongeren. De verschillen tussen de schoolloopbanen van meisjes en jongens hebben volgens haar echter ook te maken met verschillen in werkhouding, gedrag en omgevingsinvloeden. ‘Een omgevingsinvloed is bijvoorbeeld de sterke groepsdruk onder pubers, die bij jongens vaak resulteert in het elkaar opleggen van een stoere anti-schoolhouding, terwijl meisjes wel ijverig en gehoorzaam ‘mogen’ zijn’, zo staat in haar brief aan de Tweede Kamer.

De minister ziet dat jongens en meisjes gevoelig lijken voor genderstereotypen bij het kiezen voor profielen, sectoren en vervolgopleidingen. Zo kiezen meisjes zelden voor techniek en jongens zelden voor zorg. Bussemaker stelt dat deze verschillen ‘vragen om duiding, om het versterken van gendersensitiviteit in het onderwijs, om het tegengaan van genderstereotypering, maar (…) ook om het in een bredere context verbinden van de thema’s seksuele weerbaarheid en geweld, uitval in het onderwijs, criminaliteit en jeugdwerkloosheid.’

Wantrouwen tegen Bussemaker en Dekker groeit

Het vertrouwen in de bewindslieden van OCW neemt af. Dat blijkt uit een enquête van DUO Onderwijsonderzoek.

Nog maar 48 procent van de directeuren en leerkrachten in het basisonderwijs heeft vertrouwen in staatssecretaris Sander Dekker. In november vorig jaar, toen hij als staatssecretaris van OCW begon, was dat nog 81 procent. Slechts 3 procent vindt dat hij de juiste beleidskeuzes maakt. Er is vooral veel onvrede over het verplicht stellen van de Cito-toets, de mogelijk wettelijke verplichting van een antipestprotocol en de eventuele sluiting van basisscholen met minder dan 100 leerlingen.

Ook minister Jet Bussemaker kan op minder steun rekenen. Terwijl zij in november vorig jaar nog van 79 procent van de mensen in het onderwijs vertrouwen kreeg, is dat nu nog maar 55 procent.

Strakke regels voor bestuurders en toezichthouders

Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW willen onderwijsbestuurders en -toezichthouders aan strakke regels binden. Dat schrijven ze in een brief aan de Tweede Kamer.

Bestuurders en toezichthouders kunnen straks niet alleen bij financieel wanbeleid, maar ook bij onderwijskundig falen worden aangepakt. Ook wordt het mogelijk om hen te schorsen of te ontslaan om daarmee de continuïteit van het onderwijs te kunnen garanderen. Als ze op onbehoorlijke wijze hun taak vervullen, kunnen bestuurders en toezichthouders hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld.

Bussemaker en Dekker schrijven dat de maatregelen pas in beeld komen als bestuurders zelf geen gebruik maken van het instrumentarium dat hun al ter beschikking staat, bijvoorbeeld in governance codes, en er blijk van geven dat hun 'moreel kompas niet goed genoeg staat afgesteld om in het onderwijs te kunnen werken'. Het doel van de maatregelen is het verbeteren van de kwaliteit van het bestuur van en het in- en extern toezicht op onderwijsinstellingen.

De brief volgt onder andere op het omvallen van onderwijskolos Amarantis en de bestuurscrisis bij Stichting BOOR voor openbaar onderwijs in Rotterdam.

​Op de website van het ministerie staat een uitgebreider bericht.