Minister bestrijdt kritiek van René Kneyber op normering

Wiskundedocent en lid van de Onderwijsraad René Kneyber stelt ten onrechte dat het College voor Toetsen en Examens (CvTE) correctiemodellen niet aanpast, maar examens via de normering compenseert. Dat meldt minister Ingrid van Engelshoven van OCW in antwoord op Kamervragen van de SP.

Kneyber meldde in een blog dat het CvTE weigerde een fout in een examen te corrigeren, waardoor goede antwoorden moesten worden fout gerekend. In zulke gevallen kan de N-norm worden aangepast, maar Kneyber laat in een berekening zien dat dit volgens niet eerlijk is. Dit wordt door het CvTE bestreden.

De minister stelt in haar antwoorden dat ‘het beeld dat de heer Kneyber met zijn blog schetst’ niet klopt. ‘Indien nodig worden de correctievoorschriften van de centrale examens zo veel mogelijk binnen vier werkdagen aangevuld. Er zijn dit jaar ongeveer vijftig aanvullingen op het correctievoorschrift verzonden.’

In het uitsterste geval kan volgens Van Engelshoven ‘een onvolkomenheid gecompenseerd (…) worden terwijl alle examens al zijn nagekeken’. In zo’n geval is de compensatie via de N-term volgens de minister ‘de mogelijkheid om leerlingen te geven waar ze recht op hebben’.

Lees meer…

Correctievolgorde examens niet omgedraaid

De huidige correctievolgorde van de eindexamens in het voortgezet onderwijs blijft gehandhaafd. Het voorstel van voormalig staatssecretaris Sander Dekker van OCW om de correctievolgorde om te draaien, is van de baan.

Onderwijsminister Arie Slob heeft in de Tweede Kamer gezegd dat de correctievolgorde niet wordt omgedraaid. Het blijft dus zo dat eerst de ‘eigen’ leraar en daarna een leraar van een andere school de examens nakijkt.

Oud-staatssecretaris Dekker wilde de volgorde omdraaien, omdat uit onderzoek van het Cito bleek dat de tweede correctieronde lang niet altijd integraal werd uitgevoerd. Docenten zagen het voorstel van Dekker vooral als een blijk van wantrouwen.

Lees meer bij de VO-raad

Correctievolgorde centrale examens wordt omgekeerd

Vanaf 2016 worden de eerste en tweede correctie van de centrale examens in het voortgezet onderwijs in volgorde omgekeerd.

‘Eerst beoordeelt een docent van een andere school het examen. Pas daarna is de ‘eigen’ docent aan de beurt’, schrijft staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer.

Dekker schrijft dat hij het besluit mede op advies van de VO-raad neemt. De sectororganisatie baseert dat advies op een pilot van tien scholen met in totaal 39 docenten. Uit de pilot blijkt dat het omdraaien van de correcties leidt tot een zorgvuldigere beoordeling.

‘De omdraaiing van de correcties leidt niet tot meer of minder werkdruk. Het corrigeren is immers al onderdeel van de taken van een docent’, aldus Dekker.

Het is opmerkelijk dat de staatssecretaris de volgorde omkeert, omdat in december de Tweede Kamer een motie daartoe afwees.

Onderzoek naar steekproefsgewijze tweede correctie

Om de kwaliteit van de correctie te waarborgen, moet de tweede correctie worden gehandhaafd, vindt de VO-raad. De sectororganisatie voor het vo vindt het echter ‘de vraag of het noodzakelijk is dat een tweede corrector alle eindexamens opnieuw nakijkt’.  De correctie moet goed worden uitgevoerd, maar daarbij moet ook worden uitgaan van de professionaliteit van de docent.

Sjoerd Slagter, voorzitter VO-raad: “Docenten kijken de examens tijdens de eerste correctie goed na. Dat is hun expertise. Gezien het grote belang voor de leerling is een controle in de vorm van tweede correctie wel noodzakelijk. De vraag is of je daarvoor twee docenten twee keer precies hetzelfde werk moet laten doen. Het is zeer goed mogelijk dat een goed uitgevoerde steekproef voldoende garantie biedt.”

De tweede correctie vindt nu plaats na de eerste correctie. Daardoor staat de tweede correctie vaak onder tijdsdruk. Daarom zou ook onderzocht moeten worden of het mogelijk is meer ruimte te creëren voor de tweede correctie. Ook kan bekeken worden of de tweede correctie door een andere instantie kan worden uitgevoerd.

Sjoerd Slagter: “Deze aspecten zouden een plaats moeten krijgen in een pilot. Kwaliteit en zorgvuldigheid staan daarbij continu centraal om fouten en fraude te voorkomen. Elke leerling heeft recht op een betrouwbaar diploma.”

Uit onderzoek van de Inspectie (2005) blijkt dat 87 procent van zowel de eerste als tweede correctoren vindt dat de tweede correctie gehandhaafd moet blijven. Wel zijn veel docenten van mening dat de werkbelasting van de tweede correctie omlaag moet.