Na topjaar 2016-2017 krimpt voortgezet onderwijs

Na het topjaar 2016-2017 is het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs in het huidige schooljaar met bijna 10.000 afgenomen, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In 2016-2017 telde het voortgezet onderwijs 965.827 leerlingen. Dit schooljaar zijn het er 955.924. Alleen in de vier grote steden doet zich nog groei voor, vooral in Utrecht. In kleinere steden met meer dan 100.000 inwoners is het aantal leerlingen afgenomen. De krimp is het sterkst in gemeenten met minder dan 100.000 inwoners.

Lees meer…

De verschuiving van de krimp van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs is een al langer bekende ontwikkeling. Magazine Naar School! van VOS/ABB heeft er in het afgelopen zomernummer nog aandacht aan besteed.

Lees het artikel Krimp zet door in voortgezet onderwijs.

 

Geboortecijfer daalt, dus minder leerlingen

Het uitstel van het moederschap is een van de oorzaken van het relatief lage aantal kinderen dat de laatste jaren wordt geboren, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het lage geboortecijfers heeft uiteraard gevolgen voor het onderwijs, omdat er straks minder leerlingen zullen zijn.

In 2017 werden in Nederland 169.000 baby’s geboren. Dat waren er 3000 minder dan in 2016 en ruim 1000 minder dan in 2015. Op basis van deze voorlopige cijfers meldt het CBS dat het aantal geboorten lager is dan bij het vorige dieptepunt in 1983, toen 170.000 baby’s werden geboren.

Ook het gemiddeld kindertal is verder gedaald en komt uit op 1,61 kinderen per vrouw. In 2000 was dat nog 1,72 kinderen en in 2010 1,80 kinderen.

Lees meer…

Burgemeester Texel wil meer individueel onderwijs

Burgemeester Michiel Uitdehaag van Texel denkt dat meer kleinschalig en individueel voortgezet onderwijs een oplossing kan zijn voor scholen in krimpgebieden. Dat heeft hij gezegd in de Ochtend van 4 op Radio 4.

Hij signaleert het gevaar dat meer leerlingen ver moeten gaan reizen naar een school voor voortgezet onderwijs als in plattelandsgebieden met demografische krimp de onderwijsvoorzieningen niet meer kunnen worden gehandhaafd.

Het probleem is volgens hem op te lossen door een andere manier van lesgeven. ‘Veel meer individueel dan groepsgewijs om de school betaalbaar te houden’, aldus Uitdehaag. Hij beseft dat het wel eerst geld kost om dit goed te organiseren.

Krimp schuift door van basis- naar voortgezet onderwijs

De grootste krimp van het aantal leerlingen in het basisonderwijs lijkt inmiddels voorbij. Nu en de komende jaren wordt krimp pijnlijk voelbaar in het voortgezet onderwijs. De christelijke profielorganisatie Verus heeft deze ontwikkeling letterlijk in kaart laten brengen.

Een interactieve online kaart van Nederland toont hoe groot de afname van het aantal leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs was respectievelijk zal zijn in de perioden 2012-2017 en 2017-2022. Zo is te zien dat in het basisonderwijs de grootste krimp inmiddels achter de rug lijkt. Toch zullen de leerlingenaantallen in bepaalde gemeenten in Groningen, Noord-Holland, Overijssel en Gelderland ook de komende jaren nog met 10 procent of meer afnemen.

De krimp in het basisonderwijs schuift de komende jaren met het ouder worden van de leerlingen logischerwijs door naar het voortgezet onderwijs. De kaart laat zien dat vooral in Noord- en Zuidoost-Nederland het voortgezet onderwijs te maken zal krijgen met een sterke afname van het aantal leerlingen. Groei zal zich vooral in de Randstad voordoen.

Krimp zet door in voortgezet onderwijs

De verschuiving van de krimp van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs is een al langer bekende ontwikkeling. Magazine Naar School! van VOS/ABB heeft er in het afgelopen zomernummer nog aandacht aan besteed.

Lees het artikel Krimp zet door in voortgezet onderwijs.

Fusietoets, toekomstbestendig aanbod, samenwerking

Mr. Ronald Bloemers van VOS/ABB heeft drie notities geschreven over recente ontwikkelingen die het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs raken.

De notities gaan over respectievelijk de versoepeling van de fusietoets, de Wet toekomstbestendig onderwijsaanbod en de vereenvoudiging van de vorming van samenwerkingsscholen.

Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de notities downloaden:

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

 

Leefbaarheid blijft op peil in dorpen zonder school

Bewoners van plattelandsdorpen waar voorzieningen zoals de basisschool verdwijnen, zijn de afgelopen jaren niet negatiever gaan denken over de leefbaarheid van hun woonplaats. Dat staat in het rapport Dorpsleven tussen stad en land van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Het SCP schrijft dat leefbaarheid in dorpen vaak in verband wordt gebracht met voorzieningen, zoals de aanwezigheid van een basisschool. ‘In de dorpen in krimpgebieden zijn wat meer voorzieningen aanwezig dan in andere dorpen, maar hun aantal nam (…) wel sneller af. Dorpen in krimpregio’s bij de stad verloren vooral levensmiddelenzaken, zoals bakkers en slagers; in de dorpen in afgelegen krimpregio’s sloten deze winkels ook regelmatig hun deuren en verdwenen daarbij relatief vaak de laatste basisschool, het café of de supermarkt’, zo staat in het rapport.

Toch gingen dorpsbewoners volgens het SCP hun dorpen tussen 2011 en 2014 niet als minder leefbaar ervaren, ook niet die in krimpregio’s. ‘Ondanks de demografische ontwikkelingen en de sluiting van voorzieningen in de krimpende delen van het platteland zien wij in de beleving van bewoners en hun betrokkenheid bij het dorpsleven geen tekenen van toenemende contrasten binnen het Nederlandse platteland.’

Lees meer…

Gemeenten met krimp tackelen leegstand in scholen

Krimpende leerlingaantallen in het basisonderwijs hebben geen significante invloed op de doelmatigheid van onderwijshuisvesting door gemeenten, blijkt uit onderzoek van het CAOP en de TU Delft.

Veel gemeenten met krimp spelen daar volgens de onderzoekers vroeg en goed op in door bijvoorbeeld leegstaande schoolgebouwen te verhuren of een andere functie te geven. ‘Je moet als gemeente echt jaren van tevoren al rekening houden met de functie van het gebouw’, zegt onderzoeker Thomas Niaounakis tegen Binnenlands Bestuur.

‘Vaak werd een deel van een schoolgebouw ingezet voor een sociale functie, voor kinderopvang of sociale wijkteams bijvoorbeeld. Bij een andere locatie werd er een gezondheidscentrum gevestigd, compleet met huisartsen en fysiotherapeuten. Andere gemeenten voegden twee scholen samen of verhuurden de lege ruimtes gewoon aan derden’, aldus Niaounakis.

In het kader van de doordecentralisatie van onderwijshuisvesting en de financiële risico’s van leegstand pleiten de onderzoekers voor schoolorganisaties met minimaal 2000 leerlingen. De meeste schoolbesturen in het basisonderwijs zijn kleiner. Besturen kunnen mogelijk aan die minimumomvang voldoen door regionale samenwerking aan te gaan.

Lees meer…

‘Genoeg brede brugklassen in krimpend Maastricht’

Op de Vrije school na is er in Maastricht geen brede scholengemeenschap meer, maar is er is ‘wel nog steeds een aanbod van brede brugklassen in combinatie met goede afspraken over doorstroommogelijkheden’. Dat meldt staatssecretaris Sander Dekker in een brief aan de Tweede Kamer.

Dekker reageert op een brief van twee Maastrichtenaren over de herstructurering van het voortgezet onderwijs in de Limburgse hoofdstad, waardoor er daar op de Vrije School na geen brede scholengemeenschap meer is. Zij stellen dat die herstructurering kansenongelijkheid in de hand werkt.

Maastricht krimpt gestaag

De staatssecretaris wijst erop dat de herstructurering nodig was, omdat het aantal leerlingen in het Maastrichtse voortgezet onderwijs gestaag afneemt. ‘Sinds 2005 is het gezamenlijk leerlingaantal in het voortgezet onderwijs in Maastricht gedaald van 7400 tot 6400, en er wordt een verdere terugloop voorspeld tot 4900 leerlingen in 2025’, zo staat in de brief van de staatssecretaris. Het bleek in verband met de krimp onmogelijk de drie bestaande brede scholengemeenschappen in Maastricht te behouden.

Het bestuur waarin deze scholengemeenschappen zijn opgegaan, besloot het onderwijs per onderwijssoort te organiseren. Tegelijkertijd werd volgens Dekker maatwerk voor de individuele leerling centraal gesteld, waarbij oog is voor gelijke kansen. Dekker schrijft daarom dat hij begrip heeft voor de keuze die de scholen voor voortgezet onderwijs in Maastricht gezamenlijk hebben gemaakt, hoewel die keuze dus niet aansluit bij zijn voorkeur voor brede scholengemeenschappen.

Lees meer…

Christelijke fracties vrezen plan samenwerkingsschool

De christelijke fracties in de Tweede Kamer blijven tegen het wetsvoorstel van staatssecretaris Sander Dekker van OCW om de vorming van de samenwerkingsschool te vergemakkelijken. Dat bleek dinsdag tijdens een debat waarin Dekker zijn plan verdedigde.

De Kamerleden Michel Rog van het CDA en Roelof Bisschop van SGP vinden dat het wetsvoorstel fusies tussen openbare en bijzondere scholen te gemakkelijk maakt. Zij stellen dat het tegen de Grondwet indruist, omdat de overheid zeggenschap over het bijzonder onderwijs zou krijgen. Dekker ontkent dat. Hij wijst op de identiteitscommissie, die, zoals hij het uitdrukte, ‘het hart en het geweten’ van de formele samenwerkingsschool wordt.

Algemene benoembaarheid in samenwerkingsschool

Eppo Bruins van de ChristenUnie vindt dat het wetsvoorstel van Dekker te veel naar algemene benoembaarheid neigt. Volgens hem moet een samenwerkingsschool, net zoals de bijzondere school dat nu met de wet in de hand kan, de mogelijkheid hebben om personeelsleden te weigeren als die niet bij bepaalde religieuze uitgangspunten zouden passen.

Niet-christelijke fractie zijn juist voorstander van het plan van Dekker. Loes Ypma van de PvdA is er erg blij mee. Door de al bestaande informele samenwerking tussen openbaar en bijzonder onderwijs te formaliseren, wordt het met name in gebieden met demografische krimp en dalende leerlingenaantallen volgens haar eenvoudiger een krachtige dorpsschool open te houden.

Samenwerkingsschool derde variant

Paul van Meenen van D66 en Jasper van Dijk van de SP gaat het wetsvoorstel van de staatssecretaris niet ver genoeg. Zij willen dat de samenwerkingsschool een derde variant wordt, naast het openbaar en bijzonder onderwijs.

De Tweede Kamer sprak op 14 december ook over het wetsvoorstel. De christelijke fracties lieten toen ook al blijken ertegen te zijn. Op donderdag 22 december wordt erover gestemd.

Krimp in periferie zet door, groei in steden

Scholen de regio’s waar al sprake is van demografische krimp, moeten de komende decennia rekening blijven houden met een afname van het aantal leerlingen. Het aantal kinderen in steden blijft op peil of zal zelfs groeien. 

Vooral in de vier grote steden zal de bevolking in de komende decennia naar verwachting sterk blijven groeien, maar ook voor de meeste middelgrote gemeenten wordt een stijging van het inwonertal voorzien.

Krimp buiten Randstad

Met name perifeer gelegen gemeenten buiten de Randstad zullen verder krimpen. De vergrijzing zal daar verder toenemen en jongeren zullen naar de steden trekken. De meesten van hen zullen daar blijven als ze kinderen krijgen, zo blijkt uit de Regionale bevolkings- en huishoudensprognose 2016 van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Lees meer…

Leerrecht: in najaar onderzoek afgerond

Uiterlijk op 1 november komt het Nederlands Centrum voor Onderwijsrecht met de resultaten van een onderzoek naar leerrecht.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door professor Paul Zoontjens van de Tilburg University en zijn collega Pieter Huisman van de Erasmus Universiteit in Rotterdam.

Zij richten zich op de vraag welke onderdelen in de opzet en inhoud van de Nederlandse wet- en regelgeving realisering van de kernelementen van leerrecht belemmeren. Een andere vraag die in het onderzoek centraal staat, is hoe een verankering van leerrecht in de wetgeving van het funderend onderwijs mogelijk is.

Leerrecht, passend onderwijs en krimp

Het onderzoek volgt op een motie van onder anderen Tweede Kamerlid Paul van Meenen van D66. In die motie wordt geconstateerd dat de Onderwijsraad in het in 2012 uitgebrachte advies over artikel 23 over de vrijheid van onderwijs en de Kinderombudsman in het rapport Van leerplicht naar leerrecht vragen om meer aandacht voor de positie van onderwijsvragers in het onderwijsbeleid en -recht. Ook rept de motie van het recht op onderwijs zoals dat in internationale verdragen is verankerd.

In de motie staat verder dat hierdoor ‘een toenemende spanning optreedt met ambities in het onderwijsbeleid om tegemoet te komen aan het leerrecht van leerlingen, zoals bij passend onderwijs, de oplossing voor daling van leerlingenaantallen en het streven naar individueel maatwerk in het onderwijs’.

Lees meer…

Kamer stemt in met moties over krimp

De Tweede Kamer heeft zes moties aangenomen die waren ingediend tijdens het notaoverleg op 8 december over krimp in het onderwijs. Geen enkele motie werd verworpen. Vier moties waren tijdens het debat aangehouden.

De Kamer ging onder andere akkoord met een motie om voor de positieve beoordeling van initiatieven van scholen die een beroep doen op de experimentenwet de factor krimp als toelatingscriterium te hanteren.

Ook werd een motie aangenomen waarin staat dat de fusietoets niet meer verplicht zou moeten zijn voor scholen die binnen vijf jaar met een leerlingendaling van 7,5 procent of meer geconfronteerd worden. Een andere aangenomen motie roept op om bij de normen van de fusietoets ook in de toekomst zo goed mogelijk recht te doen aan de keuzevrijheid, de menselijke maat en het behoud van onderwijsvoorzieningen in krimpgebieden.

De Kamer stemde tevens in met een motie die schoolbesturen of medezeggenschapsraden in de gelegenheid wil stellen om bij de Commissie Fusietoets Onderwijs (CFTO) een vertrouwelijke pre-toets te vragen aan de hand van een compleet aangeboden fusie-effectrapportage. De gedachte hierachter is dat dit onduidelijkheid over de uitkomst tijdens fusieprocessen en daaruit voortvloeiende onrust onder docenten, leerlingen en ouders kan voorkomen.

Een motie die over de financieringsstructuur gaat, werd eveneens aangenomen. In die motie staat dat bij een nieuwe bekostigingssystematiek expliciet rekening moet worden gehouden met de effecten van krimp. In het kader van een vereenvoudiging van de bekostiging roept een andere motie op tot een onderzoek door de Onderwijsraad naar de mogelijkheid om in het voortgezet onderwijs een toeslag voor kleine scholen in te voeren.

Lees meer…

Fors minder onderwijsbanen in krimpgebieden

In regio’s met demografische krimp is het aantal banen in het onderwijs van 2008 tot 2014 met 11,8 procent afgenomen. Dat is een aanmerkelijk sterkere afname dan het Nederlandse gemiddelde van 3,2 procent. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In de bedrijfstakken waar het aantal banen over heel Nederland terugliep, was de daling in de krimpgebieden naar verhouding sterker dan gemiddeld. Het onderwijs is de sector met verhoudingsgewijs het grootste verschil.

De sterke afname van het aantal banen in het onderwijs in krimpgebieden hangt volgens het CBS samen met het afnemende aantal kinderen in de basisschoolleeftijd. De komende jaren zal vooral het voortgezet onderwijs in krimpgebieden te maken krijgen met een forse daling van het aantal leerlingen.

Ondanks het afnemende aantal banen in het onderwijs, verwacht uitkeringsinstantie UWV dat er de komende jaren ook in krimpgebieden personeelstekorten ontstaan. Dat heeft te maken met de vergrijzing – veel oudere leraren gaan de komende jaren met pensioen – en het relatief geringe aantal jongeren dat voor een baan in het onderwijs kiest.

Als voorbeelden van regio’s met een sterke bevolkingskrimp noemt het CBS Oost-Groningen, Zuidoost-Drenthe, de Achterhoek, Zuid-Limburg en Zeeuws-Vlaanderen.

Krimp is nú, dus graag een beetje opschieten!

VOS/ABB ziet veel positieve punten in de nota Krimp in het voortgezet onderwijs – van kramp naar kans van VVD-Kamerlid Karin Straus. Tegelijkertijd signaleert de vereniging helaas dat staatssecretaris Sander Dekker van OCW en PvdA-Kamerlid Loes Ypma met voorstellen tot versoepeling van de regelgeving rond samenwerkingsscholen achter de feiten aanlopen.

VOS/ABB heeft een brief geschreven aan de Tweede Kamer die in het kader staat van het nota-overleg op 7 december aanstaande over verschillende onderwerpen die betrekking hebben op de gevolgen van demografische krimp op het onderwijs en maatregelen die in verband hiermee nodig zijn.

Fusietoets
De brief gaat onder andere in op de fusietoets. Die is, zo constateert VOS/ABB, voor het primair en voortgezet onderwijs te vaak een belemmering voor fusies in situaties waarin sprake is van krimp. Ook signaleert VOS/ABB in de praktijk dat de fusietoets tot veel bureaucratie en administratieve lasten leidt.

Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW zien dit inmiddels ook, zo blijkt uit hun aanbiedingsbrief bij het eindrapport Evaluatie Wet fusietoets.

VOS/ABB adviseert de Tweede Kamer om de Wet fusietoets af te schaffen of in elk geval zodanig aan te passen dat het funderend onderwijs ermee uit de voeten kan. ‘De krimp is nú en de Wet fusietoets werkt belemmerend. Daarom kan deze wet op deze wijze niet worden gecontinueerd’, zo staat in de brief aan de Tweede Kamer.

Van kramp naar kans
Over de nota Krimp in het voortgezet onderwijs – van kramp naar kans van VVD-Kamerlid Straus is VOS/ABB positief. Haar nota gaat uit van goed onderwijs voor álle kinderen, wat het motto is van het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs.

De brief benadrukt dat Straus in haar nota nadrukkelijk uitgaat van het belang van kwalitatief en bereikbaar onderwijs. ‘Dat stelt zij boven het belang van de verscheidenheid van beschikbare denominaties. VOS/ABB vindt dit een goede zaak in het licht van de kwaliteit, bereikbaarheid en een blijvend dekkend aanbod van voortgezet onderwijs op verschillende niveaus.’

Wel plaatst VOS/ABB enige kanttekeningen bij de nota van Straus. Zo ziet de vereniging er niet het nut van in om een pre-toets bij de Commissie Fusietoets toe te staan, omdat de fusie-effectrapportage juist het sluitstuk van de procedure is. ‘Dus kan zo’n document niet in een vroeg stadium zijn opgesteld.’

Openbaar onderwijs
In de brief gaat VOS/ABB uiteraard in op een aantal punten die specifiek betrekking hebben op de positie van het openbaar onderwijs. Hierbij gaat het onder andere over voorgestelde wetswijzigingen die slechts ruimte bieden aan het bijzonder onderwijs en waar het openbaar onderwijs nadeel van kan ondervinden, zoals de mogelijkheid van een nevenvestiging van een andere denominatie en richtingvrije planning.

‘De alomtegenwoordigheid van openbaar onderwijs, waar artikel 23 van de Grondwet ten principale van uitgaat, mag niet in het geding komen!’, benadrukt VOS/ABB.

Dode letter
VOS/ABB schrijft ook dat het ‘wrang is te vernemen dat de politiek nog met wijzigingen voor het verleden bezig is, terwijl het veld de toekomst inricht’. Het gaat hier om voorstellen tot versoepeling van de regelgeving rond samenwerkingsscholen. Hiermee lopen staatssecretaris Dekker en PvdA-Kamerlid in feite achter de feiten aan.

‘De politiek doet er beter aan in lijn met de huidige vorm van het onderwijsveld daadwerkelijk grondige herzieningsvoorstellen te doen’ dan om met ‘een wijziging van een inmiddels dode letter’ te komen. Overal in het land zijn en worden immers al informele samenwerkingsscholen gerealiseerd op basis van maatwerk en met eerbiediging van elkaars identiteit.

Download de brief

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Tweede Kamer wil gelijkwaardigheid openbaar onderwijs

De Tweede Kamer heeft in de nacht van donderdag op vrijdag een motie van de PvdA aangenomen om binnen de kaders van grondwetsartikel 23 een gelijkwaardige positie voor het openbaar onderwijs ten opzichte van het bijzonder onderwijs te creëren. Deze en andere moties werden maandag ingediend tijdens het debat over de initiatiefnota over krimp en samenwerkingsscholen van PvdA-Tweede Kamerlid Loes Ypma.

De motie van Tweede Kamerlid Tanja Jadnanansing van de Partij van de Arbeid roept de regering op te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor het versoepelen van artikel 48 van de Wet op het primair onderwijs (WPO). Die versoepeling zou volgens Jadnanansing tot stand moeten komen met inachtneming van artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs.

Het probleem met artikel 48 WPO is dat op grond daarvan een openbare school niets anders mag geven dan openbaar onderwijs. Dit brengt met zich mee dat een bestuur voor openbaar onderwijs geen samenwerkingsschool in stand kan houden. Hierdoor heeft het openbaar onderwijs een achtergestelde positie ten opzichte van het bijzonder onderwijs, dat wel die mogelijkheid heeft.

Geen versoepeling criteria
Een andere motie van Jasper Van Dijk van de SP en zijn collega Paul van Meenen van D66 over de criteria voor het oprichten van een samenwerkingsschool is verworpen. In die motie stond dat de belemmeringen voor de oprichting van samenwerkingsscholen, zoals de criteria rond de opheffingsnorm, zo veel mogelijk moesten worden weggenomen.

Ook een motie van Van Dijk om zo snel mogelijk artikel 17 van de WPO aan te passen, heeft het niet gehaald. Die motie stond in het teken van een snelle versoepeling van de voorwaarden voor de vorming van een samenwerkingsbestuur. Nu kan dat pas als de continuïteit van het onderwijs in het geding is, maar de SP wilde die voorwaarde zo snel mogelijk laten schrappen, maar de Kamer ziet de noodzaak van die haast niet.

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft al eens toestemming gegeven voor de totstandkoming van een samenwerkingsbestuur in Zuid-Limburg, hoewel strikt genomen de continuïteit van het onderwijs daar toen niet in het geding was.

Aangehouden/ingetrokken
Twee moties over de samenwerking in krimpgebieden zijn aangehouden. Dit betreft een motie van Karin Straus van de VVD en Michel Rog van het CDA over het starten van een nevenvestiging in een ander RPO-gebied, waarbij RPO staat voor Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen. De andere aangehouden motie is van Van Meenen en gaat over een blijvende verruiming van de zogenoemde 50%-regel.

Kamerlid Roelof Bisschop van de SGP trok zijn motie over de informele samenwerkingsschool in. In die motie stond dat de mogelijkheid van de informele samenwerkingsschool actief onder de aandacht van de schoolbesturen moest worden gebracht. Hij drong er ook op aan een verkenning te laten uitvoeren naar de wettelijke mogelijkheden om informele samenwerking tussen openbaar en bijzonder onderwijs te ondersteunen.

Een motie van Jadnanansing over het betrekken van de initiatiefnota over krimp van haar partijgenoot Loes Ypma bij het opstellen van het wetsvoorstel door staatssecretaris Dekker over samenwerkingsscholen was al tijdens het debat hierover ingetrokken.

Na de nachtelijke stemmingen over onder andere de samenwerkingsscholen is de Tweede Kamer met zomerreces gegaan.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Krimpadvies aan Tweede Kamer: snel maatregelen nemen!

VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) dringen in een gezamenlijke brief aan de vaste commissie voor OCW van de Tweede Kamer aan op wijzigingen in wet- en regelgeving om samenwerking tussen openbaar en bijzonder onderwijs in krimpgebieden te bevorderen.

De Tweede Kamer debatteert maandag over voorstellen die staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft gedaan om in krimpgebieden goed onderwijs te kunnen waarborgen. VOS/ABB en VOO wijzen er in de brief aan de Tweede Kamer op dat de praktijk waarmee de scholen in krimpgebieden te kampen hebben, uitwijst dat de politiek achter de (krimp)feiten aanloopt.

VOS/ABB en VOO noemen met name drie punten waarop de huidige wet- en regelgeving in het belang van een gelijkwaardige samenwerking tussen openbaar en bijzonder onderwijs (snel) dient te worden aangepast. Als eerste punt wordt de afschaffing van de fusietoets voor het funderend onderwijs genoemd. De praktijk wijst uit dat de fusietoets, die is voortgekomen uit ongewenste schaalvergroting in het middelbaar beroeps- en hoger onderwijs, noodzakelijke samenwerking in krimpgebieden alleen maar in de weg zit.

Als tweede punt noemt VOS/ABB ruimere mogelijkheden voor het delen van onderwijsvoorzieningen en symbiose op bepaalde onderdelen van het onderwijs. De huidige wettelijke beperkingen op dit gebied werken tegendraads in de uitvoering van de zorgplicht voor goed onderwijs voor alle kinderen. Dit klemt des te meer in krimpgebieden.

Het derde punt in de brief aan de Tweede Kamer betreft een verruiming van de doelstellingsvereiste van openbaar schoolbestuur om ook kinderopvang te mogen organiseren. Nu mogen schoolbesturen voor bijzonder onderwijs dat wel, maar openbare schoolbesturen niet. Dit zorgt voor een achterstelde positie van het openbaar onderwijs bij het realiseren van integrale kindcentra (IKC’s), die vooral ook in krimpgebieden brede voorzieningen voor alle kinderen kunnen waarborgen.

De brief van VOS/ABB en VOO gaat ook in op het gezamenlijke toekomstperspectief dat is gebaseerd op het concept School!, dat boven de denominaties uitstijgt. Daarbij wordt opgemerkt dat in de praktijk al volgens dit concept op uitgebreide schaal wordt samengewerkt tussen openbaar en bijzonder onderwijs, maar dat de besturenorganisaties voor bijzonder onderwijs desondanks vast willen houden aan het duale onderwijsbestel en hun respectievelijke zuilen.

VOS/ABB en VOO vragen de Tweede Kamer om voor een gezonde toekomst van het funderend onderwijs dat past bij de 21ste eeuw serieus en op constructieve wijze grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs tegen het licht te houden.

Download de brief aan de Tweede Kamer

Eerder heeft beleidsmedewerker Ronald Bloemers van VOS/ABB een advies over de samenwerkingsschool aan PvdA-Tweede Kamerlid Loes Ypma gestuurd.

Lees ook het artikel over krimp en samenwerking in het zomernummer van magazine School! van VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs.

Bisschop bang dat krimp katholieke identiteit breekt

Mgr. Jan Hendriks hoopt en bidt dat het om een misverstand gaat dat het eenvoudiger wordt om scholen van kleur te doen verschieten. Staatssecretaris Sander Dekker van OCW wil het in het kader van demografische krimp makkelijker maken om van bijvoorbeeld een katholieke een openbare school te maken.

Hendriks is hulpbisschop in het bisdom Haarlem-Amsterdam. Hij stelt op de website van het centrum voor katholiek onderwijs VKO dat de krimpbrief die Dekker onlangs naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, laat zien dat de staatssecretaris de identiteit van scholen een marginaal aspect vindt ‘dat je naar believen kunt vervangen’.

‘Staats­secretaris Dekker ziet het onderwijs als een soort hamburger waarop je naar believen ketchup kunt doen of stroganoffsaus. Mocht de ene saus niet zo bevallen, dan kun je die er altijd nog weer even afdoen en die andere saus proberen’, aldus Hendriks.

De onderwijsbisschop gaat in zijn reactie terug naar de negentiende eeuw. De krimpvisie van Dekker getuigt volgens hem van ‘de klassieke liberale insteek die ooit aanleiding was voor de schoolstrijd’. Hendriks wijst ook op het resultaat van die strijd: de in de Grondwet verankerde vrijheid van onderwijs.

‘Natuurlijk hoop en bid ik dat het om een misverstand gaat, dat ik de staats­secretaris volstrekt verkeerd heb begrepen, maar helemaal gerust ben ik er eerlijk gezegd niet op’, aldus Hendriks.

Krimp: beleidsmakers lopen achter de feiten aan

De voorstellen om in het kader van demografische krimp de wetgeving voor het onderwijs te versoepelen komen te laat. Dat schrijft beleidsmedewerker en adviseur Ronald Bloemers van VOS/ABB in reactie op de initiatiefnota van PvdA-Tweede Kamerlid Loes Ypma over krimp en samenwerkingsscholen.

Ypma komt net als staatssecretaris Sander Dekker van OCW met ‘goede en ambitieuze voorstellen tot versoepeling van de wetgeving op het gebied van vorming van samenwerkingsscholen’, aldus Bloemers. Hij schrijft ook, ‘een resumé van die goede punten is echter niet opsommingswaardig’.

De praktijk is namelijk al verder, zo benadrukt hij. ‘Elke wettelijke drempel die er nog ligt, zal een drempel meer zijn dan het veld nu ervaart met de vorming van een informele samenwerkingsschool. Krimp geeft de mogelijkheid op uitstel doorgaans juist niet. Wachten tot een wet genoegzaam zal zijn gewijzigd, is niet doeltreffend.’

‘Het is wat VOS/ABB betreft dan ook wrang te vernemen’, zo concludeert hij, ‘dat de politiek nog met wijzigingen voor het verleden bezig is, terwijl het veld de toekomst al aan het inrichten is’. Hij adviseert de politiek om naar de huidige vorm van het onderwijsveld te kijken en ‘in lijn daarmee daadwerkelijk grondige herzieningsvoorstellen te doen’.

Lees de initiatiefnota van Ypma

Lees de reactie van Bloemers

Groene Amsterdammer over krimp en samenwerking

Weekblad De Groene Amsterdammer besteedt onder de kop De kleine schoolstrijd aandacht aan de gevolgen van demografische krimp op het onderwijs. In het artikel, dat over de samenwerking tussen openbaar en bijzonder onderwijs gaat, komt onder anderen senior beleidsmedewerker Hans Teegelbeckers van VOS/ABB aan het woord.

Journalist Jurre van den Berg illustreert in de editie van 5 juni van De Groene Amsterdammer de krimpproblematiek aan de hand van de situatie in het Groningse dorp Zuidwolde. Daar staan de openbare Venhuisschool en de protestants-christelijke basisschool De Akker vlak bij elkaar.

De Venhuisschool heeft nog 60 leerlingen, De Akker maar 50. Die aantallen zullen verder dalen. Beide scholen zoeken toenadering tot elkaar om in het dorp één basisschool te behouden.’Wij hechten aan christelijk onderwijs’, zegt moeder Ines van der Beek, die voor haar drie dochters voor De Akker koos. Maar ze beseft ook dat als er nu niets gebeurt, er over vijf jaar geen school meer in Zuidwolde is. ‘Dat zou funest zijn voor de leefbaarheid.’

Hans Teegelbeckers van VOS/ABB signaleert in het artikel dat toenadering tussen openbaar en bijzonder onderwijs in krimpgebieden niet altijd vanzelfsprekend is. ‘De macht van het getal groot is. Zeker op het platteland waar confessionele scholen vaak groter zijn dan openbare scholen en dus geen directe noodzaak hebben om samen te werken.’

Hij vertelt dat VOS/ABB voorstander is van samenwerking. ‘Identiteitsontwikkeling is mooi, maar goed onderwijs is in ieders belang’, aldus Teegelbeckers. Hij begeleidt verschillende scholen die samen verder willen. Draagvlak is daarbij cruciaal, benadrukt hij. ‘Als je ouders voor een voldongen feit stelt, zetten ze hun hakken in het zand.’

U kunt het artikel downloaden via Blendle.

Informatie: Hans Teegelbeckers, 06-51603209, hteegelbeckers@vosabb.nl

Samenvatting van uitgewerkte beleidsvisie op krimp

Adviseur mr. Ronald Bloemers van de Helpdesk van VOS/ABB heeft een verhelderende samenvatting gemaakt van de uitgewerkte beleidsvisie op demografische krimp. Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft die uitwerking naar de Tweede Kamer gestuurd. Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de samenvatting ervan downloaden.

Op 29 mei 2013 kwam Dekker met zijn beleidsvisie op krimp. Hij presenteerde die toen in brede school Het Samenspel in het Zeeuwse dorp Wolphaartsdijk. Sindsdien was het wachten op een vervolg met concrete maatregelen. Dat vervolg is er nu eindelijk.

Dekker kondigt in zijn uitwerking veel maatregelen aan, zowel voor het primair onderwijs als voor het voortgezet onderwijs. Het gaat onder meer over de fusietoets, de samenwerkingsschool en de kleinescholentoeslag.

Lees de uitwerking van de beleidsvisie op krimp

Lees de samenvatting door Ronald Bloemers (voor leden)

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Regels voor samenwerkingsscholen vereenvoudigd

De ministerraad heeft ingestemd met een vereenvoudiging van de regels voor samenwerkingsscholen. Openbare en bijzondere scholen die vanwege krimp samen verder willen gaan, hoeven niet langer te wachten tot ze op omvallen staan.

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW meldt op de website van het ministerie dat hij goed en bereikbaar onderwijs voor ieder kind centraal stelt, ook in krimpgebieden. ‘We helpen scholen daarom om binnen hun regio tot een gezamenlijke aanpak te komen. Samenwerken wordt gemakkelijker en aantrekkelijker.’

Het ministerie meldt verder dat kleine scholen die fuseren nog zes jaar lang de kleinescholentoeslag behouden, ‘waardoor zij niet financieel gestraft worden voor hun samenwerking’. Ook wordt het gemakkelijker een school te verplaatsen of van identiteit te doen veranderen. Scholen kunnen met geld van het rijk een regionale coördinator aanstellen die hen helpt om tot afspraken over samenwerking te komen.

De maatregelen zijn een uitwerking van de visie op leerlingendaling die de staatssecretaris een jaar geleden in brede school Het Samenspel in het Zeeuwse dorp Wolphaartsdijk presenteerde. In het regeerakkoord is afgesproken dat in krimpgebieden alle vormen van samenwerking tussen scholen mogelijk moeten zijn en dat denominatie noch de fusietoets daar een belemmering voor mogen vormen.

Samenvatting
Adviseur mr. Ronald Bloemers van de Helpdesk van VOS/ABB heeft een samenvatting gemaakt van de uitgewerkte beleidsvisie op krimp zoals staatssecretaris Sander Dekker van OCW die naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de samenvatting downloaden.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Echte samenwerking vereist snelle actie van wetgever

De stichting openbaar onderwijs moet samenwerkingsscholen in stand kunnen houden en ook kinderopvang kunnen ontplooien. Dat vindt niet alleen VOS/ABB, ook de staatssecretaris heeft gezegd dat hij dat wil. Alleen de wetsvoorstellen daartoe zijn er ondanks toezeggingen van hem nog steeds niet.

Demografische krimp zet in steeds meer regio’s het behoud van goed onderwijs voor alle kinderen onder druk. Samenwerking tussen verschillende scholen en hun besturen kan een oplossing zijn, maar de wet zit samenwerking in de weg.

De staatssecretaris ziet dat ook in. Hij kondigde in mei vorig jaar aan, toen hij in brede school Het Samenspel in Wolphaartsdijk zijn beleidsvisie op krimp presenteerde, dat hij rond de jaarwisseling met wetsvoorstellen zou komen. Hij zei er niet bij welke jaarwisseling. De beloofde wetsvoorstellen zijn er nog steeds niet.

Ondertussen gaat de krimp natuurlijk gewoon door – die maakt niet even pas op de plaats als het in Den Haag stroperig stil blijft. Als gevolg van die traagheid en stilte, behoudt het openbaar onderwijs onnodig lang zijn achtergestelde positie ten opzichte van het bijzonder onderwijs.

De stichting openbaar onderwijs kan immers, in tegenstelling tot besturen voor bijzonder onderwijs, volgens de huidige wet- en regelgeving geen samenwerkingsschool in stand houden. Bovendien hebben openbare schoolbesturen op dit moment nog niet de wettelijke mogelijkheid om in integrale kindcentra onderwijs en kinderopvang met elkaar te combineren.

Het lijkt er helaas op dat de langverwachte actie van de staatssecretaris verder wordt uitgesteld, omdat het Nederlands Centrum van Onderwijsrecht (NCOR) onlangs heeft aangegeven dat het grondwettelijk niet mogelijk zou zijn om samenwerkingsscholen onder stichtingen voor openbaar onderwijs te hangen. Volgens het NCOR zou een samenwerkingsschool slechts in stand kunnen worden gehouden door een samenwerkingsbestuur, dat per definitie niet openbaar kan zijn.

Het is wrang te moeten vrezen dat het openbaar onderwijs hierdoor in ieder geval langer dan nodig zijn achtergestelde positie behoudt. Dit is extra wrang, omdat juist in de stichting openbaar onderwijs iedereen zijn plaats heeft en zijn eigen rol kan vervullen onder extern toezicht van de democratisch gekozen gemeenteraad. Dat is pas echt samenwerking!

Het is daarom zaak dat de staatssecretaris, ondanks de kritische bevindingen van het NCOR, haast maakt met zijn toegezegde voorstellen om recht te doen aan de gelijkwaardigheid van het openbaar en bijzonder onderwijs.

Ritske van der Veen, directeur VOS/ABB

VOO-congres over gevolgen van demografische krimp

De fusietoets wordt als knellend ervaren. Bovendien kan de samenwerking tussen openbaar en bijzonder onderwijs stroef zijn. Dat bleek woensdag in Amersfoort tijdens het congres van de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) over de gevolgen van demografische krimp op het onderwijs. De VOO hield ook haar algemene ledenvergadering.

Op dag van het krimpcongres maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bekend dat in 2013 de bevolking van Nederland met 50.000 inwoners is gegroeid. Op 3000 na kwam die groei terecht in de grootste dertig gemeenten doordat daar veel kinderen zijn geboren. Dit betekent voor het onderwijs dat vooral in de grote steden groei te verwachten is en dat de krimp op het platteland doorgaat. Dat heeft grote gevolgen voor de scholen.

Het VOO-congres stond grotendeels in het teken van de teruglopende leerlingenaantallen. In verschillende workshops gingen schoolbestuurders Sake Saakstra van de  Friese Stichting Comperio en Ronny van den Broecke van de Onderwijsgroep Perspecto in Zeeuws-Vlaanderen en medezeggenschapsadviseur Jeroen Peters in op de gevolgen van krimp en de mogelijkheden om negatieve effecten het hoofd te bieden.

Kernwaarden
Beleidsmedewerker Marleen Lammers van VOS/ABB en haar collega Flora Breemer van VOO belichtten de identiteit en de kernwaarden van het openbaar onderwijs. Ze noemden onder andere de algemene toegankelijkheid en algemene benoembaarheid en de gelijkwaardige behandeling van verschillende culturen en levensbeschouwingen. De kracht van de openbare scholen is hun openheid en het feit dat ze ruimte bieden aan diversiteit.

Emeritus hoogleraar orthopedagogiek en directeur van het NIVOZ Luc Stevens hield op het VOO-congres een pleidooi voor de professionalisering van het leraarschap. Onderwijs vraagt volgens hem om permanente reflectie en feedback van leerlingen en collega’s. Dat vereist, zo benadrukte hij, openheid en vertrouwen.

Algemene ledenvergadering
Directeur-bestuurder Rein van Dijk van VOO gaf tijdens de alv een overzicht van het afgelopen jaar, waarin onder andere de samenwerking met VOS/ABB is geïntensiveerd. Hij bedankte voorzitter van de raad van toezicht Marijke van Hees, die het stokje heeft overgedragen aan Korrie Louwes.

De ledenvergadering stemde in met het inhoudelijk en financieel jaarverslag, de begroting voor 2014 en de contributietarieven voor 2015.

Grote gemeenten groeien, platteland blijft krimpen

In 2013 is de bevolking van Nederland met 50.000 inwoners gegroeid. Op 3000 na kwam die groei terecht in de grootste dertig gemeenten doordat daar veel kinderen zijn geboren. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Sinds 2009 is de bevolkingsgroei meer geconcentreerd in de grote gemeenten. Tussen 2009 en 2014 groeide de bevolking met 344.000 inwoners. Bijna driekwart daarvan vond plaats in de dertig gemeenten die per 1 januari 2014 100.000 of meer inwoners tellen.

Dit duidt er volgens het CBS op dat het proces van verstedelijking doorgaat. In de grootste dertig gemeenten wonen per 1 januari jongstleden 6,0 miljoen inwoners. Vijf jaar geleden was dat nog 5,7 miljoen. In Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht nam het aantal inwoners in 2013 toe met 23.000.

De grote gemeenten groeiden doordat er veel kinderen zijn geboren. In de rest van Nederland nam het aantal geboortes af. Dit betekent voor het onderwijs dat vooral in de grote steden groei te verwachten is en dat de krimp op het platteland doorgaat.

Lees meer…

Onderzoek naar rol ouders bij openhouden dorpsschool

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW laat onderzoeken of ouders de mogelijkheid kunnen krijgen de laatste school in een dorp over te nemen. Dekker gaat hiermee in op een verzoek van Jan Schuurman Hess uit het Zeeuwse dorpje Kats en een motie van Tweede Kamerlid Loes Ypma.

De PvdA’er Schuurman Hess strijdt voor het behoud van kleine dorpsscholen in gebieden die te kampen hebben met demografische krimp. Hij is initiatiefnemer van de Kleine Scholen Coöperatie. De gedachte hierachter is dat de lokale dorpsgemeenschap het bestuur van een met sluiting bedreigde dorpsschool kan overnemen. Deelnemende scholen zouden moeten samenwerken in coöperaties van maximaal zeven krimpscholen.

Dekker liet in februari de Tweede Kamer weten dat hij dit initiatief zinloos acht, omdat het volgens hem ‘juridisch niet mogelijk en inhoudelijk niet wenselijk’ is. In november vorig jaar al gaf de staatssecretaris in een gesprek met Schuurman Hess aan niets in diens voorstel te zien, omdat de financiële onderbouwing ervan erg mager zou zijn.

Experiment
Na de afwijzing door Dekker, kwam PvdA-Tweede Kamerlid Loes Ypma in februari met een motie om haar partijgenoot Schuurman Hess te steunen. In haar motie, die door de Tweede Kamer werd aangenomen, staat dat binnen het experimenteerartikel in de Wet op het primair onderwijs (WPO) ouders in het kader van de medezeggenschap initiatiefrecht moeten krijgen om de laatste dorpsschool op te nemen binnen een coöperatie.

Ook werd in de motie opgeroepen om advies te vragen aan het Nederlands Centrum voor Onderwijsrecht over de juridische gang van zaken bij het benutten van een coöperatie als bevoegd gezag. Dekker heeft in een brief aan Schuurman Hess laten weten dat hij deze motie uitvoert.

Geen vergoeding
De staatssecretaris gaat niet in op het verzoek van de Zeeuw om een vergoeding voor activiteiten die voor het initiatief zijn uitgevoerd. Dekker schrijft dat hij vernieuwende initiatieven toejuicht, maar dat de overheid niet zomaar middelen beschikbaar kan stellen voor de kosten die daarvoor zijn gemaakt.

‘Dat zou alleen kunnen als daarover van te voren afspraken zijn gemaakt en als dergelijke activiteiten deel uitmaken van een duidelijk afgebakend project of experiment, of van een pilot. Dergelijk afspraken zijn niet gemaakt’, aldus Dekker.