Buitenonderhoud bij schoolbesturen in goede handen

De meeste grote schoolbesturen hebben het buitenonderhoud van de gebouwen serieus en met vertrouwen ter hand genomen. Vanuit een rol als opdrachtgever zijn instandhouding van de huidige onderhoudsstaat en financiële stabiliteit het voornaamste doel. Dat blijkt uit een telefonische enquête van Bouwstenen voor Sociaal onder 13 schoolbesturen met 10 scholen of meer, die werd gehouden in het kader van een bijeenkomst op 3 december over onderwijshuisvesting.

De overheveling van het buitenonderhoud naar de besturen voor primair onderwijs per 1 januari 2015 wordt door schoolbestuurders beschouwd als een voortzetting van de taken die voorheen door de gemeente werden uitgevoerd. Het uitgangspunt is een nieuw meerjarenonderhoudsplan (MJOP), dat ze na een schouw door gespecialiseerde organisaties (hebben) laten opstellen.

Voor de meeste schoolbesturen levert het buitenonderhoud extra werk op. Voor andere verandert er niets, zoals voor Openbaar Onderwijs Zwolle en regio (OOZ) en Primo Schiedam. Deze organisaties werkten al met eigen MJOP’s voor het binnen- en buitenonderhoud. Het enige verschil voor hen is dat ze nu geen projectaanvragen meer bij de gemeente in hoeven te dienen.

Efficiënter
Beleidsmedewerker huisvesting en bouwzaken Martijn den Boer van Primo (12 openbare scholen): ‘Het is eenvoudiger geworden. Je kunt makkelijker dingen plannen en deze beter met elkaar combineren. Kortom, het is wat efficiënter.’

Manager facilitaire zaken Frans Steine van OOZ (34 openbare scholen, 7 gemeenten): ‘Wij lieten onze gebouwen al elke 3 tot 5 jaar schouwen door een externe partij. Door de jarenlange ervaring met MJOP’s hebben we een goed beeld van onze gebouwen en is alle informatie paraat. In wezen was er geen overdracht nodig. Dat we geen projectaanvragen meer hoeven te doen is wel heel prettig.’

Te optimistisch
Over de manier waarop de gebouwen door de gemeente zijn overgedragen bestaat verschil van inzicht. Frank Rubel van Swalm en Roer (23 openbare en bijzondere scholen in 3 gemeenten) moet dringend aan het werk met de daken van drie scholen. ‘Ik werk hier pas anderhalf jaar en vóór mij was er geen vastgoedmedewerker, dus er werd niet zo kritisch naar de daken gekeken. In het MJOP van de gemeente is daar te optimistisch over gedacht.’

Lees meer…

PO-Raad wil huisvesting níet terugbrengen naar gemeenten

De PO-Raad wil niet dat de gemeenten weer volledig verantwoordelijk worden voor onderwijshuisvesting. Een bericht in dagblad Trouw van die strekking komt niet overeen met wat de sectororganisatie van het primair onderwijs nastreeft, zo laat woordvoerder Harm van Gerven aan VOS/ABB weten.

Trouw kwam onlangs met een artikel over financiële gevolgen van de toenemende leegstand in schoolgebouwen. Niet alleen in plattelandsgebieden met demografische krimp, maar ook in steden staan steeds meer lokalen leeg.

De leegstand kost het primair onderwijs miljoenen euro’s. ‘Dat geld gaat dus niet naar onderwijs, het sijpelt weg’, zo citeert Trouw voorzitter Rinda den Besten van de PO-Raad. ‘Dit is een groot probleem en niemand wil er eigenaar van zijn. We laten zo een stiekeme bezuiniging toe op onderwijs.’

Leegstand soms 20 procent
Uit recent onderzoek van Daniël Vos van de TU Delft blijkt dat 8 procent van de schoolruimte overtollig is. Den Besten vindt 8 procent ‘nog aan de voorzichtige kant’, zo schrijft Trouw. ‘In sommige gebieden gaat de leegstand richting 20 procent.’ De gebruikelijke leegstandsmarge om schommelingen in het aantal leerlingen op te vangen is 4 procent.

In plaats van de scholen zelf zouden gemeenten verantwoordelijk moeten zijn voor de huisvesting, vindt Den Besten volgens Trouw. ‘Ik snap dat ze daar niet op zitten te wachten, want een leeg lokaal kun je niet zo makkelijk verhuren. In de grote steden lukt dat soms nog wel met kinderopvang, een peuterspeelzaal of werkplekken voor zzp’ers. Maar in krimpgebieden zitten ze ook al met leegkomende bejaardenhuizen en bibliotheken’, zo laat de krant haar zeggen.

Doordecentralisatie
Het zou op zijn minst opmerkelijk zijn geweest als Den Besten dit inderdaad zou vinden, omdat de laatste jaren er mede door de PO-Raad juist voor is gepleit om de schoolbesturen meer verantwoordelijkheid te geven op het gebied van onderwijshuisvesting. Sinds 1 januari van dit jaar zijn daarom de verantwoordelijkheid en het budget voor het buitenonderhoud van schoolgebouwen overgeheveld van de gemeenten naar de schoolbesturen: de zogenoemde doordecentralisatie.

Desgevraagd laat woordvoerder Harm van Gerven de PO-Raad aan VOS/ABB weten dat de passage over de verantwoordelijkheid voor de huisvesting ‘wat ongelukkig’ in het artikel van Trouw terecht is gekomen. ‘Natuurlijk willen wij niet dat de verantwoordelijkheid voor de huisvesting volledig bij de gemeenten komt te liggen’, aldus Van Gerven.

Hij vervolgt: ‘Wij vinden – zeker als er sprake is van krimp – dat de gemeenten wel een verantwoordelijkheid hebben om samen tot oplossingen te komen. Scholen mogen immers niet zonder meer hun lokalen aan anderen verhuren. Zij moeten dat overleggen met de gemeente. Wij hopen dat gemeenten daarbij hun verantwoordelijkheid nemen en samenwerken, zodat de kosten voor de leegstand van lokalen niet volledig op het onderwijs drukt.’

Schaalvergroting leidt tot minder productiviteit

Schaalvergroting in het onderwijs heeft per saldo geleid tot minder productiviteit en verdere doordecentralisatie van onderwijshuisvesting ligt niet voor de hand. Dat concluderen Jos Blank en Alex van Heezik van IPSE Studies in hun boek ‘Productiviteit van overheidsbeleid: deel I, het Nederlandse onderwijs 1980-2012’.

Schaalvergroting in het onderwijs oefent volgens de onderzoekers in de periode 1985-1995 in veel gevallen een gunstige invloed uit op de productiviteit. Maar nu er vrijwel overal sprake is van grote tot zeer grote scholen, zijn de schaalvoordelen helemaal uitgewerkt en leidt verdere opschaling juist tot een verslechtering van de productiviteit.

Per saldo, zo blijkt uit hun analyse, heeft schaalvergroting over de periode vanaf 1985 negatief gewerkt. Fusieverboden en het stimuleren van splitsingen liggen nu dan ook meer voor de hand, concluderen ze. De enige uitzondering hierop vormt volgens hen een beperkt deel van het basisonderwijs, dat nog steeds kleine scholen kent.

Lumpsum
Uit het onderzoek van Blank en Van Heezik blijkt verder dat bestedingsvrijheid via lumpsumbekostiging het onderwijs enige productiviteitsgroei oplevert als het nadrukkelijk wordt gecombineerd met prestatie-indicatoren.

Bestedingsvrijheid blijkt ineffectief als het onderwijshuisvesting betreft. Daarvoor verwijzen de onderzoekers naar incidenten met vastgoed in het onderwijs in het laatste decennium. De verdere doordecentralisatie van gemeenten naar het primair onderwijs en voortgezet onderwijs ligt volgens hen dan ook niet voor de hand. Ze opperen dat deze ‘gewoon’ bij het Rijk thuishoort.

IPSE Studies is een samenwerkingsverband tussen de TU Delft, de Erasmus Universiteit Rotterdam en het CAOP. Het boek ‘Productiviteit van overheidsbeleid: deel I, het Nederlandse onderwijs 1980-2012’ van prof. dr. J.L.T. Blank en dr. A.A.S. van Heezik kunt u online bestellen.

Dekker wil geen volledige doordecentralisatie

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW wil geen volledige doordecentralisatie van de huisvesting in het primair onderwijs. Hij ziet te veel nadelen. Wel wil hij vrijwillige doordecentralisatie stimuleren en daarom komt er een nieuw voorlichtingstraject.  De PO-raad reageert teleurgesteld en dat is begrijpelijk.

In zijn brief aan de Tweede Kamer zet Dekker de nadelen op een rijtje. Hij noemt onder meer ‘cherry-picking’ en beperking van de keuzemogelijkheden van gemeenten. Met ‘cherry-picking’ wordt bedoeld dat een algeheel recht op doordecentralisatie ertoe zou leiden dat schoolbesturen alleen de huisvesting van ‘gunstige’ gebouwen op zich willen nemen, en de gemeenten dan blijven zitten met de minder goed onderhouden gebouwen.

Het probleem zit erin dat er bij volledige doordecentralisatie één centraal bedrag wordt vastgesteld voor onderwijshuisvesting, ongeacht of het gaat om nieuwe of oudere scholen. Dit probleem is op te lossen met lokaal maatwerk, waarbij de gemeente de huisvestingsvergoeding vaststelt, maar dat is dan weer in strijd met het ‘recht op doordecentralisatie’, omdat de gemeente dan het proces kan laten vastlopen op onderhandelingen over het bedrag. Ook aan een verplichte doordecentralisatie zitten haken en ogen omdat niet alle schoolbesturen volgens Dekker ‘de behoefte en de kunde hebben’ om dit te doen.

Succes in Breda
Wel kent Dekker enkele voorbeelden van geslaagde vrijwillige doordecentralisatie, zoals in Breda, waar de onderwijshuisvesting en alle middelen zijn overgedragen aan een coöperatieve vereniging, die kans zag om heel snel voor vrijwel alle vo-scholen nieuwe gebouwen te realiseren. Eind 2014 zijn ook alle basisscholen aan dezelfde vereniging overgedragen.

Over deze succesvolle vorm van doordecentralisatie heeft magazine School!, het blad van VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs, al in 2013 een artikel gepubliceerd onder de kop ‘Scholenbouw in stroomversnelling dankzij doordecentralisatie‘.

Voordelen
De PO-Raad pleit al jaren voor het recht op doordecentralisatie voor scholen die in staat zijn om verantwoordelijkheid te dragen voor investeringen in huisvesting. Ook VOS/ABB is hiervoor, omdat eerder is vastgesteld dat gemeenten het niet-geoormerkte budget voor onderwijshuisvesting lang niet altijd daaraan besteden.

Dat erkent ook staatssecretaris Dekker in zijn brief. ‘Daarom is per 1 januari 2015 een bedrag van 256 miljoen euro uit het gemeentefonds genomen. Dit bedrag is […] beschikbaar gesteld aan de schoolbesturen’, zo schrijft hij.

Doordecentralisatie van alle huisvestingsmiddelen is voor veel schoolbesturen een logisch vervolg op de overheveling van het onderhoud, die per 1 januari 2015 wel is doorgezet. Volgens de PO-Raad  gaat Dekker met zijn afwijzing voorbij aan de voordelen van doordecentralisatie en zijn nadelen als cherry-picking wel degelijk op te lossen, bijvoorbeeld via verevening. Lees hier de reactie van de PO-Raad.

Lees de volledige brief van staatssecretaris Dekker aan de Tweede Kamer over de nadelen van doordecentralisatie.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Financiële verantwoording buitenonderhoud verandert

Op 1 januari gaat in het primair onderwijs de verantwoordelijkheid voor het buitenonderhoud van schoolgebouwen van de gemeenten naar de schoolbesturen. Dat heeft gevolgen voor de verwerking van het buitenonderhoud in de jaarcijfers.

De belangrijkste aanpassing heeft betrekking op de ‘voorziening groot onderhoud’:

  • Voor het moment van het opbouwen van de ‘voorziening buitenkant onderhoud’ bestaan twee argumentaties: dat kan vanaf mei 2014 (de maand waarin het wetsvoorstel in de Eerst Kamer is aangenomen) en vanaf 1 januari 2015. Schoolbesturen mogen zelf bepalen voor welke variant zij kiezen.
  • Om ervoor te zorgen dat de voorziening op het onderhoudsmoment toereikend is, mogen de onderhoudskosten van de eerste onderhoudscyclus evenredig worden verdeeld over de maanden vanaf 1 mei 2014 dan wel 1 januari 2015. Een ‘inhaaldotatie’ om de voorziening buitenonderhoud in één keer op peil te brengen is niet toegestaan.

Lees meer in een uitgebreide notitie van het ministerie van OCW.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Dekker ziet doordecentralisatie met vertrouwen tegemoet

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW ziet de overheveling van het buitenonderhoud in het primair onderwijs van de gemeenten naar de schoolbesturen met vertrouwen tegemoet. Dat schrijft hij aan de Tweede Kamer, die hem had gevraagd om een toelichting naar aanleiding van een aantal knelpunten.

Met de overheveling (doordecentralisatie) is jaarlijks een structureel bedrag van 158,8 miljoen euro gemoeid. Per 1 januari 2015 zal 135 miljoen worden toegevoegd aan het onderdeel ‘materiële instandhouding’ in de lumpsumfinanciering. In 2015 is er verder 23,8 miljoen euro beschikbaar voor de overgangsregeling die aan de overheveling is verbonden.

De overgangsregeling is bedoeld voor schoolbesturen met onderhoudsgevoelige gebouwen en beperkte vereveningsmogelijkheden. Zij krijgen tijdelijk extra budget mee (een vast bedrag per leerling) om het onderhoud adequaat vorm te geven in de periode volgend op de overheveling. Naar verwachting kunnen ongeveer 700 schoolbesturen aanspraak maken op extra budget.

In reactie op een onderzoek van Kenniscentrum ICSadviseurs, waaruit blijkt dat schoolbesturen in het primair onderwijs als gevolg van de doordecentralisatie met een financieel tekort komen te zitten, zegt Dekker dat hij daar niet zo bang voor is.

‘De daadwerkelijke besteding van gemeenten aan buitenonderhoud heeft als basis voor het over te hevelen budget gediend. Dit bedrag is verhoogd met een component apparaatskosten, ofwel de kosten die gemeenten maken voor het uitvoeren van deze taak. Samen is dat 158,8 miljoen euro. Uit onderzoek is gebleken dat het onderhoud van schoolgebouwen op orde is. Het bedrag dat gemeenten eraan uitgaven is dus voldoende geweest’, aldus de staatssecretaris.

OCW zal de ontwikkeling van (de kwaliteit van) de huisvesting breed in kaart brengen, laat hij de Tweede Kamer weten. ‘Daartoe zal ik periodiek onderzoek doen op basis van een aantal indicatoren. Op deze manier krijgen we zicht op mogelijke knelpunten na de inwerkingtreding van de overheveling en kunnen deze goed gevolgd worden.’

Op de vraag of het budget voor buitenonderhoud in de lumpsum moet worden geoormerkt, antwoordt Dekker ontkennend. ‘Met de invoering van de lumpsumbekostiging hebben de schoolbesturen veel vrijheid gekregen in de besteding van budgetten. Ze kunnen accenten leggen en die prioriteiten stellen die het onderwijs op de school nodig heeft. Het bevoegd gezag bepaalt zelf hoe en waar het geld wordt ingezet. In die systematiek past het niet om een bedrag te oormerken.’

Dekker verwijst voor meer informatie over de doordecentralisatie naar de website www.overhevelingbuitenonderhoud.nl.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

‘Miljoenentekort bij doordecentralisatie buitenonderhoud’

Schoolbesturen in het primair onderwijs schieten er gemiddeld 10.000 euro per basisschool bij in nu ze verantwoordelijk worden voor het buitenonderhoud. Dat meldt Trouw, dat zich baseert op cijfers van kenniscentrum ICSadviseurs. De doordecentralisatie van het buitenonderhoud van de gemeenten naar de schoolbesturen zal op 1 januari een feit zijn.

ICSadviseurs wijst in Trouw onder andere op de gevolgen van demografische krimp. Voor een school met een afnemend aantal leerlingen, krijgt het bestuur minder geld. Het gebouw krimpt echter niet mee. Als bijvoorbeeld het dak moet worden vervangen, moet dat in zijn geheel gebeuren, terwijl daar maar voor een deel geld voor is.

Volgens ICSadviseurs laat de kwaliteit van veel gebouwen te wensen over. Er is al achterstallig onderhoud en dat wordt na de overheveling alleen maar erger, luidt de verwachting.

Het kenniscentrum onderzocht van 215 basisscholen verspreid over het land de kosten van onderhoud. Ze blijken daar jaarlijks gemiddeld 34 euro per vierkante meter aan kwijt te zijn. De verwachting is dat die scholen in 2015 een vergoeding van slechts 28 euro per vierkante meter krijgen.

Dit leidt naar schatting voor een tekort van 70 miljoen euro per jaar.

Integraal vastgoedbeheer
VOS/ABB’s huisvestingspartner HEVO bidet met korting integraal vastgoedbeheer aan. Dit aanbod staat in het teken van de doordecentralisatie van het buitenonderhoud in het primair onderwijs. Met het integraal vastgoedbeheer van HEVO kunnen schoolbesturen die bij VOS/ABB zijn aangesloten, veel geld besparen.

Lees meer…

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Website over doordecentralisatie onderwijshuisvesting

Het Kenniscentrum Ruimte voor Onderwijs en Kinderopvang (Ruimte-OK) heeft een website over de overheveling van het buitenonderhoud van schoolgebouwen.

Op 1 januari 2015 zal de doordecentralisatie van de huisvesting in het primair onderwijs een feit zijn: het budget voor het buitenonderhoud en de aanpassing van gebouwen zal dan zijn overgeheveld van de gemeenten naar de schoolbesturen.

Ruimte-OK verzorgt in opdracht van het ministerie van OCW hierover de voorlichting.

Ga naar www.overhevelingbuitenonderhoud.nl.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Eerste Kamer akkoord met doordecentralisatie

Na de Tweede Kamer heeft ook de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Overheveling van taak en budget voor aanpassingen in onderwijshuisvesting van gemeente naar school. Dit betekent dat schoolbesturen voor primair onderwijs per 1 januari 2015 verantwoordelijk zullen zijn voor het buitenonderhoud van hun schoolgebouwen. In het voortgezet onderwijs is dit al zo geregeld sinds 2004.

De exacte vergoedingsbedragen die schoolbesturen voor primair onderwijs in het kader van doordecentralisatie vanaf 1 januari 2015 via de lumpsumvergoeding zullen ontvangen en de voorwaarden voor de overgangsregeling worden uiterlijk op 1 oktober 2014 door het ministerie van OCW bekendgemaakt. Voor die datum moeten immers de programma’s van eisen worden vastgesteld. Mogelijk komt het ministerie al voor de zomervakantie met de bedragen.

Aanvragen voor buitenonderhoud voor 2015 en verder kunnen als gevolg van deze wetswijziging niet meer bij uw gemeente(n) worden ingediend.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Dekker relativeert achterstallig onderhoud weg

In het primair onderwijs is over het algemeen geen sprake van achterstallig onderhoud aan schoolgebouwen. Deze constatering van staatssecretaris Sander Dekker van OCW komt niet overeen met wat veel schoolbesturen in aanloop naar de doordecentralisatie van het buitenonderhoud ervaren.

Dekker komt met zijn constatering in antwoorden op Kamervragen naar aanleiding van een brief van de Algemene Rekenkamer over de overheveling van het buitenonderhoud en de aanpassing van schoolgebouwen van de gemeenten naar de schoolbesturen voor primair onderwijs.

Hij verwijst voor zijn constatering naar een onderzoek uit 2011 van PRC Bouwcentrum naar de staat van het onderhoud van schoolgebouwen. De conclusie van dat onderzoek was dat de algemene, technische staat van het onderhoud van schoolgebouwen goed is. ‘Er is in algemene zin dus geen sprake van gebrekkig onderhoud aan scholen’. Dekker meldt ook dat uit een ander onderzoek van Oberon blijkt dat schoolbesturen graag aanpassingen zien op het terrein van energiezuinigheid, duurzaamheid en de kwaliteit van het binnenmilieu.

Veel schoolbesturen zijn bang dat het budget voor nieuwbouw en onderhoud van scholen niet voldoende is om het opgelopen achterstallig onderhoud weg te werken. Uit de antwoorden van de staatssecretaris kan worden opgemaakt dat de besturen daar in het kader van de doordecentralisatie niet bang voor hoeven te zijn, omdat er volgens hem over het algemeen geen sprake is van achterstallig onderhoud.

Wat is uw ervaring? Valt het met de staat van uw schoolgebouwen heel erg mee, zoals staatssecretaris Dekker suggereert, of is er wel degelijk veel achterstallig onderhoud? Geef hieronder uw reactie.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Tijdelijk meer geld verzacht doordecentralisatie

Een overgangsregeling moet ervoor zorgen dat schoolbesturen in het primair onderwijs met onderhoudsgevoelige gebouwen niet in de knel komen door de doordecentralisatie van het buitenonderhoud. 

De overgangsregeling moet schoolbesturen met onderhoudsgevoelige gebouwen en beperkte vereveningsmogelijkheden in staat stellen het onderhoud adequaat vorm te geven in de periode na de overheveling van het budget voor het buitenonderhoud van de gemeenten naar het primair onderwijs.

Deze schoolbesturen kunnen tijdelijk aanvullende bekostiging krijgen om urgente onderhoudstaken uit te voeren waarvoor het bevoegd gezag nog niet heeft kunnen reserveren. Op de langere termijn moet de bekostigingssystematiek van de lumpsum voldoende zijn, zo schrijft staatssecretaris Sander Dekker van OCW.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Achterstallig onderhoud vergt miljarden

Er is bijna 7 miljard euro nodig voor hoognodige aanpassingen aan schoolgebouwen. De NOS meldt dat dit blijkt uit een onderzoek onder schoolleiders in opdracht van het ministerie van OCW.

De NOS laat onder anderen VVD-Tweede Kamerlid Karin Straus op de uitkomst van het onderzoek reageren. Zij wijst op de komende doordecentralisatie van het buitenonderhoud in het primair onderwijs. Er gaat dan 158 miljoen euro per jaar van de gemeenten naar de schoolbesturen, die zelf verantwoordelijk voor worden voor het buitenonderhoud van hun gebouwen.

Straus relativeert echter ook de uitkomst van het onderzoek door te stellen dat de benaderde schoolleiders al hun wensenlijstjes op tafel hebben gelegd, waardoor het benodigde bedrag voor gebouwenonderhoud wel erg hoog zou zijn.

De NOS meldt verder dat de oppositiepartijen SP en D66 voor snelle actie pleiten. SP-Kamerlid Jasper van Dijk roept het kabinet op in de verbetering van schoolgebouwen te investeren. Hij benadrukt dat al jaren bekend is dat veel gebouwen er slecht aan toe zijn. D66-Kamerlid Paul van Meenen noemt de uitkomsten van het onderzoek schokkend maar niet verrassend.

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW laat in een reactie aan de NOS weten dat de gemeenten het geld dat ze voor het onderhoud van schoolgebouwen krijgen, daar ook voor moeten gebruiken. Het gaat om 1,5 miljard euro per jaar. Dat budget is echter niet geoormerkt. De gemeenten mogen het dus ook aan andere zaken of niet besteden.

Doordecentralisatie: nog plek in Den Bosch en Amersfoort

U kunt zich nog aanmelden voor een van de gratis bijeenkomsten over doordecentralisatie in het primair onderwijs op 29 oktober in Den Bosch en op 5 november in Amersfoort. De eerdere bijeenkomsten in Woerden en Assen waren snel vol, dus wacht niet te lang! VOS/ABB werkt voor deze bijeenkomsten samen met huisvestingspartner Hevo.

Er is een wetsvoorstel waarin het voornemen wordt uitgesproken de verantwoordelijkheid voor het buitenonderhoud van schoolgebouwen in het primair onderwijs van de gemeente naar de schoolbesturen over te hevelen.

Adviesbureau Hevo, waarmee VOS/ABB op het gebied van onderwijshuisvesting samenwerkt, weet precies wat de kansen en de risico’s van doordecentralisatie zijn. De grote vraag is of de schoolbesturen in de nieuwe situatie financieel voldoende armslag zullen hebben om het buitenonderhoud aan te kunnen. Het risico is groot dat dit niet gaat lukken vanwege kostbare onderwijskundige vernieuwingen en leegstand als gevolg van dalende leerlingenaantallen.

Voor VOS/ABB-leden gratis!
Op dinsdag 29 oktober van 09.30 tot 12.00 uur is er een bijeenkomst in het kantoor van Hevo in Den Bosch en op dinsdag 5 november – zelfde tijd – in MFA De Bron (waarin obs Atlantis zit) in Amersfoort.
Na afloop is er een (eenvoudige) lunch. Deelname is gratis voor leden van VOS/ABB. Niet-leden betalen 100 euro per persoon (btw-vrij).

U kunt zich voor een van de bijeenkomsten per e-mail aanmelden via welkom@vosabb.nl onder vermelding van ‘Bijeenkomst doordecentralisatie’. Vermeld in uw mail duidelijk uw naam, de organisatie waarvoor u werkt, uw telefoonnummer en of u naar de bijeenkomst in Den Bosch of Amersfoort wilt.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl