Helpdesk-cursussen: wat vindt u interessant?

De Helpdesk verzorgt gratis cursussen voor VOS/ABB-leden. Wat zijn actuele en interessante onderwerpen die de Helpdesk kan belichten? Uw ideeën zijn meer dan welkom!

De cursussen van onze Helpdesk vormen een duidelijke meerwaarde van het lidmaatschap van VOS/ABB. Er is altijd veel animo voor, bijvoorbeeld voor cursussen over de onderwijs-cao’s, klachtrecht, aansprakelijkheid en de toelating/verwijdering van leerlingen.

Als u ideeën hebt voor cursussen die onze Helpdesk zou kunnen organiseren, kunt u die mailen aan adviseur Céline Haket van de Helpdesk: chaket@vosabb.nl.

De cursussen van de Helpdesk zijn exclusief voor leden van VOS/ABB. Niet-leden hebben geen toegang.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Week van het Geld: wijzer in geldzaken!

Het is tot en met 31 maart de Week van het Geld.

Het doel van deze themaweek is om leerlingen te leren goed om te gaan met geld. ‘Door kinderen al jong te leren omgaan met geld, wordt de basis gelegd voor financiële zelfredzaamheid op volwassen leeftijd. Immers, jong geleerd is oud gedaan!’, zo vermeldt de website www.weekvanhetgeld.nl.

De Week van het Geld is een initiatief van het platform Wijzer in geldzaken, dat is opgericht door het ministerie van Financiën.

Download Week van het Geld-krant

Geld uit investeringsfonds voor duurzame scholen

Met geld uit het investeringsfonds Invest-NL wordt het mogelijk om schoolgebouwen duurzamer te maken. Dat zegt minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën in de Volkskrant.

Het kabinet maakte vrijdag bekend dat het investeringen gaat stimuleren op diverse terreinen. Daartoe wordt de investeringsinstelling Invest-NL opgericht. Daarin moet 2,5 miljard euro komen. Het fonds zal zich onder meer op verduurzaming richten.

In de Volkskrant van zaterdag gaat minister Dijsselbloem in op Invest-NL en de mogelijkheden om schoolgebouwen energiezuiniger te maken met bijvoorbeeld dakisolatie en om de ventilatie en daarmee het binnenklimaat in scholen te verbeteren.

‘Invest-NL kan dat als een project voor bijvoorbeeld honderd scholen gaan doen’, aldus Dijsselbloem.

Loyalis stuurt ten onrechte torenhoge factuur

Pas op met rekeningen van Loyalis! Deze waarschuwing volgt op een factuur van tienduizenden euro’s die Loyalis vorige maand ten onrechte naar de Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs in Middelharnis heeft gestuurd.

De openbare Regionale Scholengemeenschap Goeree-Overflakkee kreeg in 2014 al eens foutieve factuur van Loyalis. Het bedrag daarop was véél hoger dan verwacht.

Navraag bij Loyalis leerde dat er een fout was gemaakt. Er kwam een correctienota, maar ook die was onjuist. In plaats van 20.000 euro werd er 40.000 euro in rekening gebracht. Loyalis bood excuses aan en stuurde wederom een correctienota.

Fouten in toekomst voorkomen?

Loyalis liet destijds naar aanleiding van dit incident aan VOS/ABB weten dat een intern onderzoek was gestart om dergelijke fouten in de toekomst te voorkomen, maar het blijkt nu toch weer te zijn misgegaan.

Hoewel de school in Middelharnis het contract met Loyalis na het eerdere incident heeft opgezegd en die opzegging door Loyalis is bevestigd, is er van dit bedrijf toch weer een forse rekening binnengekomen van zegge en schrijve 41.626 euro.

Goed opletten met Loyalis!

Hoofd financiën Dick Holleman van de school in Middelharnis benadrukt dat dit een onterecht verstuurde factuur is. Hij raadt daarom iedereen aan facturen van Loyalis goed in de gaten te houden. ‘Bij mij gingen direct alle alarmflitsen aan, maar je zal maar even niet goed opletten…’, aldus Holleman.

Reactie Loyalis

Woordvoerder Guido Mennens van Loyalis laat aan VOS/ABB weten dat dit niet had mogen gebeuren en biedt namens de organisatie zijn excuses aan. Hij laat intern onderzoeken wat er is misgegaan. VOS/ABB heeft gevraagd of ook kan worden onderzocht of er wellicht meer onjuiste facturen zijn verzonden.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Boerkaverbod door Tweede Kamer

De Tweede Kamer is dinsdag akkoord gegaan met het wetsvoorstel Gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding. Een amendement van GroenLinks om het onderwijs uit te zonderen van het zogenoemde boerkaverbod haalde het niet.

Een ruime Kamermeerderheid stemde in met het wetsvoorstel van minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om het dragen van gezichtsbedekkende kleding in onder andere onderwijsinstellingen te verbieden. Alleen D66, GroenLinks en de Groep Kuzu/Özturk stemden tegen.

Het gaat in het wetsvoorstel niet alleen om boerka’s, maar ook om niqaabs (gezichtssluiers die alleen de ogen vrijlaten). Bovendien vallen integraalhelmen en bivakmutsen onder het voorgestelde verbod.

Boerka overschrijdt grens

Het kabinet heeft eerder gezegd te streven naar een goede balans tussen de vrijheid van mensen om kleding te dragen die bij hen past en het belang van onderlinge en herkenbare communicatie. Uitgangspunt is dat in een vrij land als Nederland iedereen het recht heeft zich naar eigen inzicht te kleden, wat anderen er ook van vinden. Die vrijheid is slechts begrensd in situaties waar het essentieel is dat men elkaar kan aankijken, omdat goede dienstverlening en/of veiligheid daar gewaarborgd moet zijn.

In mei 2015 ging de ministerraad akkoord met het voorstel van Plasterk.

Ook Marcouch voor boerkaverbod

Opmerkelijk is dat ook PvdA-Kamerlid Ahmed Marcouch voor het boerkaverbod heeft gestemd. In 2008 stelde hij als voorzitter van de stadsdeelraad Slotervaart in Amsterdam dat het dragen van een boerka in school moest kunnen. De lokale Amsterdamse krant Het Parool citeerde hem toen in een artikel over aandacht voor de islam in het openbaar onderwijs.

Lees meer...

Min/max-contract in primair onderwijs – Gezamenlijke beschouwing van helpdesks profielorganisaties

Al enige tijd werken de juridische helpdesks van de profielorganisaties ISBO, VBS, Verus, VGS en VOS/ABB intensiever met elkaar samen. De samenwerking bestaat uit het met elkaar bespreken van juridische vraagstukken die spelen in het primair en voortgezet onderwijs. Tevens informeren wij elkaar over relevante jurisprudentie en delen we ervaringen uit de juridische (dossier)praktijk van de verschillende organisaties. Met name de gezamenlijke standpuntbepaling draagt bij aan een eenduidige advisering van het totale scholenveld.
In het kader van onze intensievere samenwerking willen wij op de websites van de verschillende profielorganisaties een aantal keren per jaar een artikel plaatsen dat ingaat op actuele juridische thema’s. Onderstaand artikel over het min/max-contract in het primair onderwijs is het eerste in deze reeks. Deze bijdrage is verzorgd door juridisch adviseur René Tromp van VGS.

Per 1 juli 2016 is de door de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) gewijzigde ketenregeling, zoals bedoeld in artikel 7:668a van het Burgerlijk Wetboek, ook van toepassing op het bijzonder onderwijs. Dit leidt tot een forse inperking van de mogelijkheden tot het sluiten van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, hetgeen met name problemen oproept bij de organisatie van vervanging (nadere uitleg).
Voor het openbaar onderwijs geldt dat het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing is en dat het daardoor voor wat betreft de gang van zaken rondom tijdelijke aanstellingen op de ‘oude voet’ voort kan gaan (ten minste voor zolang de Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren nog niet in werking is getreden). Openbare schoolbesturen kunnen er wel voor kiezen vrijwillig de regels rondom de gewijzigde ketenbepaling en vervanging toe te passen.
Cao-partijen hebben beoogd de gevolgen van de nieuwe ketenbepaling bij cao te verzachten voor alle schoolbesturen. De introductie van het min/max-contract geldt in dit verband als een van de maatregelen. Overigens heeft de Tweede Kamer onlangs besloten dat er een verkenner moet komen die de knelpunten van de WWZ voor het onderwijs inventariseert en oplossingen formuleert. Wij zijn blij dat de problematiek van de WWZ voor het onderwijs hiermee wordt erkend en hopen op een structurele oplossing.

Wat is min/max-contract?

In het min/max-contract komen werkgever en vervanger een minimum- en een maximumaantal te werken uren per week overeen. Het minimale aantal uren per week wordt altijd uitbetaald, ook al zou er geen vervangingsarbeid zijn verricht. Dit minimumaantal uren is gesteld op 8 uur per week. Daarnaast wordt afgesproken hoeveel uur de vervanger maximaal per week oproepbaar is. Als de werkgever de vervanger oproept, is de vervanger verplicht arbeid te verrichten tot en met het maximumaantal uren per week dat is overeengekomen. Wordt de vervanger voor nog meer uren arbeid opgeroepen dan het overeengekomen maximum per week, dan is het aan de vervanger of hij deze meer-uren wil werken. Er geldt bij het min/max-contract een verhouding van maximaal 1:2,5 (bijvoorbeeld 8-20 uur of 12-30 uur). De vervanger kan voor elk vervangingswerk worden ingezet, de afwezigheidsgrond (bijvoorbeeld ziekte, verlof of studiemiddag) is daarbij niet van belang. Ook hoeft de vervanging niet noodzakelijkerwijs onvoorzien en korttijdelijk van aard te zijn. Voor de min/max-contracten is een aparte modelakte beschikbaar. Het min/max-contract kan alleen worden aangegaan met werknemers in de functiecategorie OP of met OOP’ers met les- of behandeltaken.

Min/max-contract en vervangingsbeleid

Schoolbesturen in het bijzonder onderwijs zijn op grond van de cao gehouden vervangingsbeleid op te stellen. In dit beleid wordt uiteengezet hoe vervanging binnen het schoolbestuur wordt georganiseerd. Verschillende maatregelen moeten ertoe bijdragen om de benodigde flexibiliteit in de organisatie van vervanging te borgen. Voorbeelden hiervan zijn het gebruik van reguliere benoemingen of aanstellingen voor vervanging (niet gekoppeld aan één afwezige), tijdelijke uitbreidingen, bindingscontracten en inhuur van personeel via derden. Het benoemen van min/max-contractanten is ook aan deze opsomming toe te voegen. Een min/max-contract kan worden aangegaan met onderwijsgevend personeel dan wel met onderwijsondersteunend personeel met les- of behandeltaken.

Min/max-contract en flexibiliteit

De inzet van de min/max-contractant kan grotendeels worden afgestemd op de beschikbare hoeveelheid vervangingswerk per week. In weken met veel vraag naar vervanging kan de vervanger tot het maximumaantal uren worden ingezet en eventueel voor nog meer uren als de werknemer hiermee instemt. In weken met geen of weinig vervangingsarbeid betaalt de werkgever niet meer uren uit dan het overeengekomen minimum. Kleine werkgevers kunnen eventueel min/max-contractanten benoemen en met hen afspreken dat zij eveneens gedetacheerd kunnen worden naar samenwerkende schoolbesturen. Zo worden risico’s verdergaand gedeeld.

Afspraken over beschikbaarheid

Partijen maken jaarlijks met elkaar afspraken over de beschikbaarheid van de vervanger op de verschillende dagen en dagdelen van de week. Hierbij geldt dat het overeengekomen maximum als uitgangspunt wordt genomen bij de te maken afspraken over beschikbaarheid. Komen partijen niet tot overeenstemming, dan geldt voor schoolbesturen die het basismodel hanteren, dat bij de inhoud van de beschikbaarheidsafspraken rekening wordt gehouden met de beschikbaarheidstabel uit artikel 2.11 cao. In deze tabel is de inzetbaarheid op het aantal dagen en dagdelen per week een afgeleide van de benoemingsomvang.

Min/max-contract voor onbepaalde tijd?

Een min-max contract kan alleen worden aangegaan voor bepaalde tijd en telkens voor een periode van maximaal 12 maanden. Het is dus zaak dat de aangegane overeenkomst niet een zodanige overeenkomst in de keten van eerdere arbeidsovereenkomsten vormt, dat het min/max-contract als benoeming voor onbepaalde tijd kan worden geclaimd. Dat een min-max-contract niet voor onbepaalde tijd kan worden aangegaan, roept wel vraagtekens op. In het arbeidsrecht is een min/max-contract – ook voor onbepaalde tijd – inmiddels een ingeburgerd type arbeidsovereenkomst, waarmee in veel sectoren ervaring is opgedaan. De grote vraag is of op termijn – na evaluatie van de verschillende nieuwe contracttypen voor vervanging door sociale partners – de cao een min/max-contract voor onbepaalde tijd wel toestaat.

Werkgever vrij om te bepalen wie vervangt?

In de akte van het min/max-contract wordt opgenomen voor welke scholen onder het bestuur de vervanger inzetbaar is. Wanneer er op genoemde scholen vraag ontstaat naar de inzet van vervangers, zijn deze scholen gehouden deze vervangers met voorrang op te roepen voor beschikbare vervangingsarbeid, ook wanneer de vervangingsvraag ingevuld zou kunnen worden door (parttime) collega’s die de gegeven vervangingsarbeid op basis van een tijdelijke uitbreiding voor hun rekening zouden willen nemen.

Meer betalen dan minimumaantal uren?

Dat de werkgever bij onvoldoende vervangingswerk niet meer betaalt dan het wekelijkse minimum, is uitgangspunt van het type contract. Toch is er ook sprake van een risico voor de werkgever. De loonbetalingsverplichting kan daarom op grond van artikel 7: 628 BW bij akte gedurende maximaal de eerste 6 maanden van het dienstverband worden uitgesloten. In combinatie met het feit dat het rechtsvermoeden van de arbeidsomvang gebaseerd wordt op de gemiddelde hoeveelheid arbeid verricht in de achterliggende drie maanden (7: 610 b BW), zou een werknemer die structureel meer werkt dan het minimum na zes maanden dienstverband een hoger minimum kunnen claimen. We roepen sociale partners op om nader te onderzoeken of de hier bedoelde 6-maandstermijn bij cao kan worden verlengd voor min/max-contracten tot bijvoorbeeld 12 maanden.

Wat als er geen vervanging nodig is?

Het is de bedoeling van de cao-bepaling dat het min/max-contract alleen wordt gebruikt voor de invulling van voor vervangingswerk. Indien er voor het minimumaantal uren per week geen vervangingswerk beschikbaar is, dan is het mogelijk om de werknemer ander werk te laten doen dan vervangingswerk. Men kan de werknemer met een min-max contract echter niet structureel op eigen formatie inzetten. Het is niet uitgesloten dat het inzetten van de min/max-contractant voor niet-vervangingswerkzaamheden de vergoeding van uitkeringslasten na einde dienstverband in gevaar brengt.

Min/max-contract en regulier dienstverband

Sociale partners nemen het standpunt in dat deze samenloop van een regulier contract en een min/max-contract voor vervanging niet mogelijk is.

Min/max-contract en ziekmelding

Een min/max-contractant is, als het gaat om de verplichtingen rondom re-integratie, te vergelijken met een werknemer met een regulier tijdelijk contract. De werkgever heeft dus de plicht om actief werk te maken van verzuimbegeleiding en re-integratie. Wat betreft de hoogte van de loondoorbetalingsplicht geldt dat de werknemer recht heeft op de gebruikelijke loondoorbetaling bij ziekte over het aantal minimumuren. Tevens geldt er een loondoorbetaling ten aanzien van reeds ingepland werk dat het minimum per week overstijgt. In het Reglement Vervangingsfonds is momenteel geregeld dat de kosten van een werknemer die is benoemd op een min/max-contract worden vergoed zodra deze ingezet wordt op een vervangingsbetrekking in de zin van het Reglement Vervangingsfonds. Het Reglement regelt echter niets met betrekking tot de vervanging van een min/max-contractant als deze zelf ziek wordt. Telefonische informatie hieromtrent wijst uit dat als zo’n werknemer ook daadwerkelijk is ingezet als vervanger, de kosten worden vergoed als hij ziek wordt en op zijn beurt dan dus ook weer vervangen moet worden. Als hij ziek wordt op een moment dat hij geen vervangingswerk doet, kan hij voor het minimumgedeelte van zijn benoeming waarvoor het schoolbestuur hem dan in dienst moet houden, niet worden vervangen. Het bestuur hoeft ook geen premie voor hem te betalen. Het Vervangingsfonds zal hierover nog een publicatie doen uitgaan. Indien schoolbesturen eigenrisicodrager zijn of schoolbesturen in samenwerking een alternatieve verzekeringsvorm hebben ingericht op basis van artikel 11 Reglement Vervangingsfonds (zoals dit geldt voor de bij VGS aangesloten scholen), kunnen andere declaratieregels gelden.

Min/max-contract en uitkeringslasten

Bij de beëindiging van het dienstverband met een min/max-contractant kan de werknemer onder voorwaarden in aanmerking komen voor een wettelijke werkloosheidsuitkering en een bovenwettelijke uitkering op grond van de WOPO (bijlage cao). Ongeacht de inhoudelijke reden voor beëindiging van het dienstverband, kunnen de hiermee gepaard gaande uitkeringslasten worden vergoed door het Participatiefonds (of voor een deel van de VGS-scholen: het fonds BWGS), en wel op grond van het nieuwe artikel 4.64 Reglement Participatiefonds. Voorwaarde is dan wel dat er intern voor de min/max-contractant geen herplaatsingsmogelijkheden zijn en dat vervanger bij einde dienstverband een outplacementaanbod wordt gedaan. Als het gaat om die herplaatsingsmogelijkheden, zit daar wel een pijnpunt. Een belangrijke reden voor een werkgever om een min/max-contract niet voort te zetten, zal verband houden met het voorkomen van het van rechtswege ontstaan van een (min/max-) arbeidscontract voor onbepaalde tijd. Hoewel deze reden, aldus een toelichting van het Participatiefonds, geen onderwerp is van toetsing door de fondsen, zal gegeven deze reden tot beëindiging het moeilijk te onderbouwen zijn dat er intern geen herplaatsingsmogelijkheden zijn voor de min/max-contractant. De kans is immers aanwezig dat de huidige min/max-contractant wordt vervangen door een nieuwe werknemer met een min/max-contract. Hiermee komt vergoeding van uitkeringslasten in gevaar. Het Participatiefonds ziet het huidige artikel 4:64 echter ook nog als een ‘pleisteroplossing’ voor de uitkeringslasten die het gevolg zijn van de nieuwe contractsvormen voor vervanging. Het Participatiefonds heeft laten weten nog te zoeken naar een betere afstemming van het reglement op het nieuwe min/max-contract (en bindingscontract).

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Toelichting: wettelijke veranderingen

Tot 1 juli 2016 gold op grond van de cao dat binnen een periode van 36 maanden een onbeperkt aantal tijdelijke, elkaar opeenvolgende, arbeidsovereenkomsten met een werknemer overeen gekomen kon worden. Deze situatie is per 1 juli 2016 drastisch gewijzigd: de mogelijkheden om bij cao van de wettelijke ketenbepaling af te wijken zijn sterk ingeperkt.

Op grond van het nieuwe artikel 7:668a BW mogen nog slechts drie opeenvolgende tijdelijke arbeidsovereenkomsten met een werknemer gesloten worden. De vierde opeenvolgende arbeidsovereenkomst geldt van rechtswege als aangegaan voor onbepaalde tijd. De keten van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten wordt pas doorbroken wanneer de tussenpozen tussen de arbeidsovereenkomsten meer dan 6 maanden bedragen. Voorts geldt dat de looptijd van de elkaar opeenvolgende arbeidsovereenkomsten niet meer dan 24 maanden mag bedragen. Bij de vaststelling van de genoemde periode van 24 maanden worden de tussenpozen tussen elkaar opvolgende arbeidsovereenkomsten inbegrepen.

De wetgever heeft bepaald dat bij cao in enige mate van de ketenbepaling mag worden afgeweken. Deze uitzondering geldt alleen voor zover de intrinsieke aard van de bedrijfsvoering deze verlenging of verhoging vereist.

CAO PO 2016-2017 en de ketenbepaling

De wijziging van de ketenregeling vraagt van het onderwijs een heel andere benadering en werkwijze rondom de invulling van vervanging. De cao-partijen bij de CAO PO hebben de gevolgen van nieuwe wettelijke ketenbepaling voor de sector willen verzachten. Hiertoe zijn de volgende maatregelen genomen:

  • Oprekken wettelijke ketenbepaling voor vervangingsbetrekkingen. Voor wat betreft de keten voor vervangingsbetrekkingen is in de CAO PO een verruiming overeengekomen van het maximumaantal toegestane tijdelijke contracten van 3 naar 6, waarbij de maximale looptijd van de contracten (inclusief tussenpozen) geen 24 maar 36 maanden mag bedragen.
  • Nieuwe contractvormen. Naast de oprekking van de ketenbepaling voor vervangingsbetrekkingen zijn nieuwe contractvormen mogelijk gemaakt, die mede moeten bijdragen aan een oplossing voor de gerezen vervangingsproblematiek. Het gaat hier om de volgende contractvormen:
    – algemene vervangingsbenoemingen of -aanstellingen voor bepaalde of onbepaalde tijd, niet gekoppeld aan een met naam genoemde afwezige;
    – Min/max-contract;
    – Bindingscontract.

Leraren behouden voor Randstad erg duur

Het kost ongeveer 400.000 euro om één leraar te behouden voor het voortgezet onderwijs in de Randstad. Dat concludeert Marc van der Steeg die promotieonderzoek heeft gedaan naar onder andere het effect van een hogere inschaling van leraren in de grote steden.

De overheid investeert sinds 2009 circa 60 miljoen euro per jaar om meer leraren in de Randstad in een hogere salarisschaal te kunnen plaatsen. Dit moet de aantrekkelijkheid van het lerarenberoep in de Randstad vergroten en toekomstige personeelstekorten terugdringen.

Het extra geld heeft volgens de onderzoeker geresulteerd in 20 procentpunt meer leraren die in een hogere schaal zijn geplaatst ten opzichte van scholen buiten de Randstad. Deze hogere schaal geeft uitzicht op 17 procent meer salaris, wat overeenkomt met ruim 7000 euro bruto per jaar.

Het effect van dit beleid is volgens Van der Steeg beperkt. Het heeft geleid tot iets meer behoud van leraren voor de Randstad: circa 125 leraren per jaar op een totaal van circa 30.000. Dit komt volgens hem neer op een bedrag van circa 400 duizend euro dat nodig is om één leraar te behouden voor de Randstad.

Van der Steeg werkt voor het Centraal Planbureau (CPB), dat in 2015 al een rapport van zijn hand publiceerde over de vraag wat het effect is van een hogere beloning van leraren in de Randstad.

Najaarsbijeenkomst over onderwijshuisvesting

Op 1 december is er in Veenendaal een grote najaarsbijeenkomst voor scholen en gemeenten over de toekomst van onderwijshuisvesting. De dag is georganiseerd door Bouwstenen voor sociaal, platform voor maatschappelijk vastgoed.

Het programma van de Najaarsbijeenkomst is gericht op bestuur en beleid met betrekking tot onderwijshuisvesting. Vertegenwoordigers van scholen en gemeenten die bezig zijn met onderwijshuisvesting, kunnen hier kennis en ervaring uitwisselen en elkaar inspireren. Deelnemers kunnen kiezen uit tal van deelsessies, bijvoorbeeld over de aansturing van integrale kindvoorzieningen, de samenwerking in multifunctionele accommodaties (MFA’s) en integrale kindcentra (IKC’s) of de afspraken met gemeenten over renovatie. Maar ook zijn er sessies over onderhoudsplanning en verduurzaming van onderwijsgebouwen en er is een kennismarkt. Aan het eind van de dag wordt de samenwerkingsagenda voor scholen en gemeenten geformuleerd.

In Bouwstenen voor sociaal participeren onder meer de Vereniging Nederlandse Gemeenten, de PO Raad en Hevo, de huisvestingspartner van VOS/ABB. De Najaarsbijeenkomst wordt gehouden in De Basiliek in Veenendaal.

Meer informatie en inschrijven

Waarover wordt vaak gebeld en gemaild?

De Helpdesk van VOS/ABB maakt elke drie maanden een top 10 van actuele kwesties in het onderwijs waarover vaak wordt gebeld en gemaild. Het overzicht wordt gemaakt in samenwerking met de helpdesks van collega-organisaties.

Onderwerp 1

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetuer adipiscing elit. Aenean commodo ligula eget dolor. Aenean massa. Cum sociis natoque penatibus et magnis dis parturient montes, nascetur ridiculus mus. Donec quam felis, ultricies nec, pellentesque eu, pretium quis, sem. Nulla consequat massa quis enim.

Lees verder…

Onderwerp 2

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetuer adipiscing elit. Aenean commodo ligula eget dolor. Aenean massa. Cum sociis natoque penatibus et magnis dis parturient montes, nascetur ridiculus mus. Donec quam felis, ultricies nec, pellentesque eu, pretium quis, sem. Nulla consequat massa quis enim.

Lees verder…

Onderwerp 3

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetuer adipiscing elit. Aenean commodo ligula eget dolor. Aenean massa. Cum sociis natoque penatibus et magnis dis parturient montes, nascetur ridiculus mus. Donec quam felis, ultricies nec, pellentesque eu, pretium quis, sem. Nulla consequat massa quis enim.

Lees verder…

Onderwerp 4

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetuer adipiscing elit. Aenean commodo ligula eget dolor. Aenean massa. Cum sociis natoque penatibus et magnis dis parturient montes, nascetur ridiculus mus. Donec quam felis, ultricies nec, pellentesque eu, pretium quis, sem. Nulla consequat massa quis enim.

Lees verder…

Onderwerp 5

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetuer adipiscing elit. Aenean commodo ligula eget dolor. Aenean massa. Cum sociis natoque penatibus et magnis dis parturient montes, nascetur ridiculus mus. Donec quam felis, ultricies nec, pellentesque eu, pretium quis, sem. Nulla consequat massa quis enim.

Lees verder…

Onderwerp 6

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetuer adipiscing elit. Aenean commodo ligula eget dolor. Aenean massa. Cum sociis natoque penatibus et magnis dis parturient montes, nascetur ridiculus mus. Donec quam felis, ultricies nec, pellentesque eu, pretium quis, sem. Nulla consequat massa quis enim.

Lees verder…

Onderwerp 7

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetuer adipiscing elit. Aenean commodo ligula eget dolor. Aenean massa. Cum sociis natoque penatibus et magnis dis parturient montes, nascetur ridiculus mus. Donec quam felis, ultricies nec, pellentesque eu, pretium quis, sem. Nulla consequat massa quis enim.

Lees verder…

Onderwerp 8

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetuer adipiscing elit. Aenean commodo ligula eget dolor. Aenean massa. Cum sociis natoque penatibus et magnis dis parturient montes, nascetur ridiculus mus. Donec quam felis, ultricies nec, pellentesque eu, pretium quis, sem. Nulla consequat massa quis enim.

Lees verder…

Onderwerp 9

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetuer adipiscing elit. Aenean commodo ligula eget dolor. Aenean massa. Cum sociis natoque penatibus et magnis dis parturient montes, nascetur ridiculus mus. Donec quam felis, ultricies nec, pellentesque eu, pretium quis, sem. Nulla consequat massa quis enim.

Lees verder…

Onderwerp 10

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetuer adipiscing elit. Aenean commodo ligula eget dolor. Aenean massa. Cum sociis natoque penatibus et magnis dis parturient montes, nascetur ridiculus mus. Donec quam felis, ultricies nec, pellentesque eu, pretium quis, sem. Nulla consequat massa quis enim.

Lees verder…

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Onderwerp 1

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetuer adipiscing elit. Aenean commodo ligula eget dolor. Aenean massa. Cum sociis natoque penatibus et magnis dis parturient montes, nascetur ridiculus mus. Donec quam felis, ultricies nec, pellentesque eu, pretium quis, sem. Nulla consequat massa quis enim.

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetuer adipiscing elit. Aenean commodo ligula eget dolor. Aenean massa. Cum sociis natoque penatibus et magnis dis parturient montes, nascetur ridiculus mus. Donec quam felis, ultricies nec, pellentesque eu, pretium quis, sem. Nulla consequat massa quis enim.

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetuer adipiscing elit. Aenean commodo ligula eget dolor. Aenean massa. Cum sociis natoque penatibus et magnis dis parturient montes, nascetur ridiculus mus. Donec quam felis, ultricies nec, pellentesque eu, pretium quis, sem. Nulla consequat massa quis enim.

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetuer adipiscing elit. Aenean commodo ligula eget dolor. Aenean massa. Cum sociis natoque penatibus et magnis dis parturient montes, nascetur ridiculus mus. Donec quam felis, ultricies nec, pellentesque eu, pretium quis, sem. Nulla consequat massa quis enim.

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetuer adipiscing elit. Aenean commodo ligula eget dolor. Aenean massa. Cum sociis natoque penatibus et magnis dis parturient montes, nascetur ridiculus mus. Donec quam felis, ultricies nec, pellentesque eu, pretium quis, sem. Nulla consequat massa quis enim.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Cao-onderhandelingen primair onderwijs mislukt

De cao-onderhandelingen in het primair onderwijs zijn geklapt. De sociale partners schuiven elkaar daarvan de schuld in de schoenen.

De PO-Raad meldt dat de cao-onderhandelingen zijn geklapt op de vervanging van zieke leerkrachten in combinatie met de Wet werk en zekerheid (WWZ), die per 1 juli van kracht wordt voor het bijzonder onderwijs.

Salarisverhoging gaat niet door

‘Het breekpunt bleek dat de vakbonden ondanks eerdere toezeggingen alleen mee willen werken aan nul-urencontracten als ieder schoolbestuur afzonderlijk toestemming ophaalt bij de vakbonden. De opstelling van de bonden leidt ertoe dat schoolbesturen een duur contract moeten sluiten met een uitzendbureau’, aldus de werkgevers. Ook kon er tijdens de cao-onderhandelingen geen overeenstemming worden bereikt over de transitievergoeding.

De PO-Raad meldt verder dat door het klappen van de cao-onderhandelingen het loonruimteakkoord niet kan worden uitgevoerd. Dit betekent dat een loonsverhoging van 3 procent niet doorgaat. De sectororganisatie meldt dat het geld dat hiervoor beschikbaar zou komen, nu nodig is om hoge kosten vanwege werkloosheid te dekken.

Halsstarrig, bizar, onverantwoord

De Algemene Onderwijsbond (AOb) beticht de PO-Raad van ‘halsstarrigheid’, een ‘bizarre opstelling’ en ‘onverantwoord’ gedrag. De werkgevers houden volgens de AOb vast ‘aan hun eis dat ze invalleerkrachten zonder noemenswaardige verplichtingen kunnen inhuren’.

De PO-Raad zou van tijdelijke leerkrachten ‘een soort dagloners’ willen maken. Volgens AOb-bestuurslid José Muijres gaat daar ‘natuurlijk geen vakbond mee akkoord’.

Koude Oorlog

Uit haar woorden valt op te maken dat er inmiddels sprake is van een situatie die doet herinneren aan de Koude Oorlog: ‘Njet, was steeds het antwoord van de werkgeversdelegatie.’

CNV Onderwijs formuleert het zonder drama: ‘De PO-Raad antwoordde op alle voorstellen negatief, waardoor werkgevers de kans laten lopen om aanvullende voorwaarden aan de Wet Werk en Zekerheid te koppelen.’

De Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) is teleurgesteld over het mislukken van de cao-onderhandelingen. Deze vakbond zegt dat de PO-Raad ‘alles is geboden’.

Btw-vrijstelling verruimd voor meer samenwerking

Schoolbesturen krijgen ook btw-vrijstelling voor de uitwisseling van onderwijsondersteunend personeel. Met deze verruiming wordt weer een drempel voor samenwerking tussen scholen weggenomen.

Samenwerking is belangrijk en nodig in krimpgebieden en de rijksoverheid wil ook doorlopende leerlijnen stimuleren. Deze maatregel maakt btw-vrijgestelde samenwerking tussen basisscholen en voortgezet onderwijs en voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs mogelijk.

Eerder was er al btw-vrijstelling voor het onderwijzend personeel, maar deze vrijstelling gold nog niet voor bijvoorbeeld roostermakers, klassenassistenten of schoonmakers. De Hoge Raad heeft uitgesproken dat het verzorgen van onderwijs een ‘ondeelbare eenheid’ is en er dus geen onderscheid tussen verschillende taken gemaakt mag worden.

Alle werknemers die bijdragen aan het verzorgen van onderwijs vallen voortaan onder de onderwijsvrijstelling, zo stelt de Hoge Raad. Dankzij een akkoord tussen de ministeries OCW en Financiën en de Belastingdienst wordt bestaande Europese regelgeving herzien.

Cursus ‘Dossieropbouw bij ontslag’

Jaarlijks wordt, door de werkgever of de leidinggevende, met de werknemer besproken hoe hij functioneert in zijn functie en binnen de organisatie. Als blijkt dat een werknemer onvoldoende functioneert, dan zullen er verdere stappen ondernomen moeten worden.

Welke stappen er genomen moeten worden, hangt af van het knelpunt in het functioneren. Aan de hand van dat knelpunt kan een verbeteringstraject worden ingezet. Van belang bij dit traject is dat er voldoende dossieropbouw plaatsvindt, zodat het verbeteringstraject gemonitord en bijgesteld kan worden. Daarnaast is goede dossieropbouw van belang om ervoor te zorgen dat aan het einde van het traject een maatregel kan worden genomen. In het ergste geval is dat ontslag.

In deze cursus zullen we ingaan op dossieropbouw en de wijze waarop dit besproken dient te worden met de werknemer die onvoldoende functioneert. In dat kader zullen de volgende onderwerpen aan bod komen:

  • Gesprekkencyclus
    – Functionerings- en beoordelingsgesprekken
  • Opbouw dossier
    – Gesprek aangaan over disfunctioneren
    – Het verbetertraject
    – Verslaglegging
  • Verdere stappen na constatering disfunctioneren
    – Plichtsverzuim
    – Schorsing
    – Ontslag

Het doel van de cursus is dat de deelnemers inzicht krijgen in een adequate dossieropbouw. Dit proberen we te bereiken door de verschillende stappen in een ongeschiktheidstraject te bespreken. Vragen die daarbij een rol spelen:

  • Hoe signaleert u een disfunctionerende werknemer en hoe pakt u dat vervolgens aan?
  • Welke weg gaat u op in het verbeteringstraject en wat is van belang om daarbij vast te leggen?
  • Welke maatregelen kunt u nemen aan het einde van het traject?

De cursus zal voor een groot deel bestaan uit de overdracht van theorie, maar binnen de bijeenkomst zullen ook plenair casussen worden besproken. Natuurlijk is er ook ruimte om vragen te stellen een specifieke casus in te brengen.

Wanneer en waar?
Deze cursus vindt plaats op donderdag 19 mei 2016 (VOL!) en op donderdag 26 mei 2016 in het kantoor van VOS/ABB in Woerden. De cursus begint om 13.00 uur (inloop kwartier van tevoren) en eindigt om ongeveer 16.30 uur.

De cursus is relevant voor leidinggevenden, maar ook voor personen die zich bezig houden met het personeelsbeleid. Te denken valt aan P&O’ers, HRM’ers, teamleiders, schooldirecteuren en bestuurdersleden.

Aanmelden
De cursusbijeenkomst is uitsluitend toegankelijk voor leden van VOS/ABB. Er zijn geen kosten aan verbonden. Niet-leden kunnen deze middagcursus niet volgen.

U kunt zich online aanmelden via . Vermeld in uw aanmeldingsmail ‘Cursus Dossieropbouw bij ontslag’. Vermeld ook duidelijk uw naam, de organisatie waarvoor u werkt en het telefoonnummer waarop wij u kunnen bereiken.

Let op: per schoolbestuur mogen maximaal twee personen zich inschrijven voor deelname aan deze cursus. Bij minder dan acht deelnemers kan de cursus helaas niet doorgaan.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

PO-Raad: digitalisering onderwijs niet te betalen

Onder andere de overgang van het ‘gewone’ schoolbord naar het digibord heeft het onderwijs duurder gemaakt, zegt voorzitter Rinda den Besten van de PO-Raad in NRC Handelsblad.

‘Vroeger ging een schoolbord tientallen jaar mee. Nu hangen er digiborden in de klas die je binnen vijf jaar afschrijft. Net zoals de software die leerkrachten gebruiken voor lesmethodes en hun administratie, zoals het leerlingvolgsysteem’, zo luidt het antwoord van Den Besten op de vraag of het onderwijs nu duurder is dan dertig jaar geleden. 

Het leidt er volgens haar toe dat scholen noodgedwongen tientallen jaren met meubilair, boeken en speelgoed doen. ‘Zo gebeurt het ook dat lesmethodes, die je eigenlijk binnen zes jaar moet afschrijven, wel tien jaar gebruikt worden. Wij zeggen hier wel eens tegen elkaar: als Zwarte Piet van kleur verandert, dan zie je dat waarschijnlijk pas over tien jaar terug in de onderwijsboeken.’

Het is volgens de voorzitter van de PO-Raad niet haalbaar om meer digitale leermiddelen in het onderwijs toe te passen en kinderen te onderwijzen in ICT. ‘Daar is helemaal geen geld voor. Waar moeten basisscholen überhaupt nieuwe computers van betalen? En dat is kwalijk, want we stomen onze kinderen op deze manier niet klaar voor de toekomst.’

Dekker: argwaan SP over vroege selectie onterecht

‘De basisscholen zijn eigenaar van hun eigen schooladvies. Ze bepalen zelf hoe dit advies tot stand komt en welke gegevens ze daarbij betrekken.’ Dat schrijft staatssecretaris Sander Dekker van OCW in antwoord op Kamervragen van de SP.

Tweede Kamerlid Tjitske Siderius wilde weten wat Dekker ervan vindt dat basisscholen de entreetoets van groep 7 gebruiken als eerste (pre)adviesmoment voor het uiteindelijke schooladvies. Zij dacht hieraan de conclusie te kunnen verbinden ‘dat de vroege selectie op een nog eerder moment plaatsvindt dan voorheen’.

Dekker zegt dat dat onzin is. Hij stelt dat het aan de basisscholen is om er al of niet voor te kiezen om de entreetoets van groep 7 mee te wegen. ‘Dit instrument wordt al jarenlang door veel scholen als hulpmiddel benut om uiteindelijk in groep 8 te komen tot het schooladvies. Dit is ook niet verwonderlijk, omdat de entreetoets specifiek is ontwikkeld om de school en de leerling inzicht te geven in het best passende vervolgonderwijs.’

Siderius heeft het volgens hem echt bij het verkeerde eind door te veronderstellen dat er sprake zou zijn van een vroegere selectie dan voorheen doordat scholen de entreetoets gebruiken.

Steun voor beoordeling van leraren door leerlingen

In de Tweede Kamer is steun te vinden voor een voorstel om scholieren in het voortgezet onderwijs hun docenten te laten beoordelen. Dat meldt de nieuwssite Nu.nl.

Het voorstel komt van het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS) en krijgt steun van onder anderen Tweede Kamerlid Karin Straus van de VVD. Zij wil dat het oordeel van leerlingen over leraren onderdeel gaat uitmaken van het personeelsbeleid van vo-scholen.

Ook de PvdA is voorstander. Kamerlid Tanja Jadnanansing wil volgens Nu.nl dat leerlingen kunnen meepraten over de kwaliteit van hun onderwijs.

Lees meer…

VOS/ABB zoekt twee nieuwe bestuursleden

Wilt u zich met ons inzetten voor het beste openbaar en algemeen toegankelijk primair en voortgezet onderwijs? De vereniging VOS/ABB zoekt twee nieuwe bestuursleden. 

Het bestuur van VOS/ABB bestaat uit zeven personen. Zij zijn allen als directeur/bestuurder werkzaam voor een bij VOS/ABB aangesloten organisatie.

Twee huidige bestuursleden treden terug, omdat zij de statutair vastgestelde maximale bestuurstermijn bereiken.

Reageren kan tot 1 september.

Lees meer…

In onderwijs 35% minder WW-uitkeringen voor jongeren

In het onderwijs is het aantal nieuwe werkloosheidsuitkeringen voor jongeren onder de 27 jaar met een mbo-opleiding fors gedaald. Dat blijkt uit de publicatie Basiscijfers Jeugd van uitkeringsinstantie UWV en de stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (S-BB).

In de periode van oktober tot en met maart 2014 waren er in het onderwijs 1041 nieuwe WW-uitkeringen voor jongeren tot 27 jaar met een mbo-opleiding Dat aantal kwam in de periode van oktober tot en met maart van dit jaar uit op 675. Dat is een afname met 35 procent.

Hiermee is het onderwijs de sector met de sterkste daling van het aantal nieuwe WW-uitkeringen. In de landbouw was een lichte stijging te zien, terwijl in de detailhandel en het openbaar bestuur en bij de overheidsdiensten de daling maar heel klein was.

Het UWV en S-BB merken in hun publicatie op dat het aantal nieuwe WW-uitkeringen aan jongeren met een mbo-opleiding een indicatie geeft van de arbeidsmarktontwikkelingen en de kansen die zij in de verschillende sectoren hebben.

Europese prijs voor educatieve game MediaMasters

De internationale Evens Prijs voor Media-Educatie is gewonnen door de Nederlandse serious game MediaMasters. De prijs is uitgereikt tijdens het Media Meets Literacy-event in de Poolse hoofdstad Warschau.

De tweejaarlijkse prijs wordt toegekend aan het meest succesvolle Europese initiatief dat kinderen van 9 tot 16 jaar verantwoordelijk en constructief met social media leert omgaan. Het interactieve spel MediaMasters leert jaarlijks tienduizenden kinderen in groep 7 en 8 van de basisschool om kritisch en bewust met (social) media om te gaan.

Volgens de jury is MediaMasters ‘een uitstekend voorbeeld voor andere Europese programma’s op het gebied van media-educatie’. In 2014 deden ruim 80.000 kinderen mee aan MediaMasters.

MediaMasters is een initiatief van expertisecentrum Mediawijzer.net in samenwerking met omroeporganisatie NTR, gameontwikkelaar Flavour, filmbureau Bleck Media en communicatiebureau De Issuemakers.

Lees meer…

Het meinummer van magazine School! van VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs besteedt aandacht aan mediawijsheid. Lees het artikel Mediawijsheid is meer dan alleen knoppenkennis.

PO-Raad wil huisvesting níet terugbrengen naar gemeenten

De PO-Raad wil niet dat de gemeenten weer volledig verantwoordelijk worden voor onderwijshuisvesting. Een bericht in dagblad Trouw van die strekking komt niet overeen met wat de sectororganisatie van het primair onderwijs nastreeft, zo laat woordvoerder Harm van Gerven aan VOS/ABB weten.

Trouw kwam onlangs met een artikel over financiële gevolgen van de toenemende leegstand in schoolgebouwen. Niet alleen in plattelandsgebieden met demografische krimp, maar ook in steden staan steeds meer lokalen leeg.

De leegstand kost het primair onderwijs miljoenen euro’s. ‘Dat geld gaat dus niet naar onderwijs, het sijpelt weg’, zo citeert Trouw voorzitter Rinda den Besten van de PO-Raad. ‘Dit is een groot probleem en niemand wil er eigenaar van zijn. We laten zo een stiekeme bezuiniging toe op onderwijs.’

Leegstand soms 20 procent
Uit recent onderzoek van Daniël Vos van de TU Delft blijkt dat 8 procent van de schoolruimte overtollig is. Den Besten vindt 8 procent ‘nog aan de voorzichtige kant’, zo schrijft Trouw. ‘In sommige gebieden gaat de leegstand richting 20 procent.’ De gebruikelijke leegstandsmarge om schommelingen in het aantal leerlingen op te vangen is 4 procent.

In plaats van de scholen zelf zouden gemeenten verantwoordelijk moeten zijn voor de huisvesting, vindt Den Besten volgens Trouw. ‘Ik snap dat ze daar niet op zitten te wachten, want een leeg lokaal kun je niet zo makkelijk verhuren. In de grote steden lukt dat soms nog wel met kinderopvang, een peuterspeelzaal of werkplekken voor zzp’ers. Maar in krimpgebieden zitten ze ook al met leegkomende bejaardenhuizen en bibliotheken’, zo laat de krant haar zeggen.

Doordecentralisatie
Het zou op zijn minst opmerkelijk zijn geweest als Den Besten dit inderdaad zou vinden, omdat de laatste jaren er mede door de PO-Raad juist voor is gepleit om de schoolbesturen meer verantwoordelijkheid te geven op het gebied van onderwijshuisvesting. Sinds 1 januari van dit jaar zijn daarom de verantwoordelijkheid en het budget voor het buitenonderhoud van schoolgebouwen overgeheveld van de gemeenten naar de schoolbesturen: de zogenoemde doordecentralisatie.

Desgevraagd laat woordvoerder Harm van Gerven de PO-Raad aan VOS/ABB weten dat de passage over de verantwoordelijkheid voor de huisvesting ‘wat ongelukkig’ in het artikel van Trouw terecht is gekomen. ‘Natuurlijk willen wij niet dat de verantwoordelijkheid voor de huisvesting volledig bij de gemeenten komt te liggen’, aldus Van Gerven.

Hij vervolgt: ‘Wij vinden – zeker als er sprake is van krimp – dat de gemeenten wel een verantwoordelijkheid hebben om samen tot oplossingen te komen. Scholen mogen immers niet zonder meer hun lokalen aan anderen verhuren. Zij moeten dat overleggen met de gemeente. Wij hopen dat gemeenten daarbij hun verantwoordelijkheid nemen en samenwerken, zodat de kosten voor de leegstand van lokalen niet volledig op het onderwijs drukt.’

Niet-westerse moeders mijden voorschool

Moeders met een niet-westerse afkomst schuwen de voorschoolse voorzieningen. Dit komt onder meer door de media-aandacht voor misbruikzaken. Dit blijkt uit onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut.

‘Het creëren van een beter imago zou voorschoolse voorzieningen kunnen helpen om meer kinderen met een taal- en leerachterstand te bereiken. Aanbieders moeten potentiële klanten goed uitleggen wat zij doen om misbruik te voorkomen en garanderen dat de kinderen in goede handen zijn’, aldus het Verwey-Jonker Instituut.

Verder adviseert het Verwey-Jonker Instituut gemeenten en aanbieders van voorschoolse educatie om ouders met een niet-westerse afkomst beter te informeren. ‘De informatie moet toegankelijk en helder zijn voor de doelgroep en aangeboden worden op plaatsen waar zij vaak komen, zoals consultatiebureaus, buurthuizen en speeltuinen.’

Het Verwey-Jonker Instituut voerde het onderzoek uit in opdracht van FORUM en de Bernard van Leer Foundation. Bijna veertig niet-westerse moeders met peuters zijn bevraagd.

Wet modernisering regelingen verlof en arbeidstijden

Met de inwerkingtreding van de Wet modernisering regelingen verlof en arbeidstijden is een aantal verlofbepalingen gewijzigd. Ook mogen sommige cao-bepalingen niet meer worden nageleefd. De PO-Raad geeft als cao-partner mede op verzoek van de Helpdesk van VOS/ABB hier uitleg over. Let op: deze uitleg heeft op een enkele uitzondering na ook betrekking op het voortgezet onderwijs!

Door de nieuwe wet en de invoering van de 40-urige werkweek in het primair onderwijs (niet in het voortgezet onderwijs!) wijzigen verlofbepalingen. In de cao-onderhandelingen voor het primair en voortgezet onderwijs wordt hier rekening mee gehouden. Het is de bedoeling dat op 1 juli 2015 een nieuwe CAO PO rond is en op 1 augustus een nieuwe CAO VO die in overeenstemming zijn gebracht met de wettelijke bepalingen.

De veranderingen hebben betrekking op:

Bevallingsverlof
Een medewerker die is bevallen, heeft recht op minimaal 10 weken bevallingsverlof. Sinds 1 januari 2015 mag een medewerker ervoor kiezen het bevallingsverlof vanaf de 6e week gespreid op te nemen. Dit geldt alleen voor medewerkers die vanaf 1 januari 2015 of later met zwangerschapsverlof zijn gegaan.

Vanaf het moment dat het verlof wordt opgedeeld, mag het verlof in een periode van 30 weken worden opgenomen. Een verzoek hiertoe dient binnen drie weken na ingang van het bevallingsverlof te worden gedaan.

Als werkgever bent u verplicht binnen twee weken in te stemmen met een dergelijk verzoek, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten. Dit is een strenge toets: van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen is niet snel sprake.

Adoptieverlof
Medewerkers die een kind adopteren, hebben recht op 4 weken adoptieverlof dat 4 weken voor opname van het kind in het gezin begint. Het verlof wordt in beginsel aaneengesloten opgenomen, maar de medewerker mag er ook voor kiezen het verlof in een periode van 26 weken gespreid op te nemen.

Alleen indien sprake is van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen, kan een dergelijk verzoek worden geweigerd door de werkgever. Dit is een strenge toets: van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen is niet snel sprake.

Vaderschapsverlof
Mannen hadden al recht op twee dagen betaald kraamverlof bij de geboorte van hun kind. Ook hadden ze al recht op ouderschapsverlof. Wat is veranderd, is dat vaders het recht hebben om binnen 4 weken na het kraamverlof 3 dagen van hun ouderschapsverlof op te nemen. De 3 dagen worden opgenomen op een dag waarop de vader gewoonlijk werkt en hoeven niet aansluitend te worden opgenomen. Het gaat om 3 dagen ouderschapsverlof, bovenop de 2 dagen kraamverlof. Het verlof is wel onderdeel van het totale ouderschapsverlof waar de vader recht op heeft.

De werkgever mag de opname van deze 3 verlofdagen niet weigeren, zelfs niet als er sprake is van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. De vader mag het overige deel van het ouderschapsverlof op een later moment nog opnemen.

Ouderschapsverlof
Tot nu toe mocht ouderschapsverlof pas worden aangevraagd, indien de medewerker een jaar bij de werkgever in dienst was. Vanaf 1 januari 2015 mag een medewerker direct na indiensttreding een beroep doen op ouderschapsverlof. Wel moet de medewerker het verlof minimaal 8 weken voor aanvang ervan aanvragen.

Opname van verlof moest tot 1 januari 2015 aan bepaalde eisen voldoen. Zo moest de medewerker het verlof in beginsel in een aangesloten periode opnemen en mocht per week niet meer dan de helft van arbeidsduur ouderschapsverlof worden genoten. De wettelijke basis voor deze bepalingen is geschrapt en ook artikel 8.19 lid 6 van de CAO PO en artikel 16.6.b lid 4 van de CAO VO zijn niet meer geldig.

Medewerkers krijgen een budget aan ouderschapsverlof ter waarde van 26 maal de arbeidsduur per week. Zij bepalen zelf (uiterlijk 8 weken van tevoren) hoe zij dit verlof willen inzetten en op welke momenten. Als werkgever kunt u alleen indien er sprake is van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen de invulling van het verlof in overleg met de medewerker wijzigen. Dit is een strenge toets: van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen is niet snel sprake.

Als medewerkers hun ouderschapsverlof nog niet geheel hebben genoten op het moment dat hun dienstverband eindigt, mogen zij het resterende deel sinds 1 januari 2015 meenemen naar de volgende werkgever. Als werkgever bent u verplicht om bij te houden op hoeveel uur ouderschapsverlof een medewerker nog recht heeft en een verklaring daaromtrent op verzoek van de medewerker te verstrekken.

Ouderschapsverlof en de 40-urige werkweek (alleen voor primair onderwijs)
Bij inwerkingtreding van de 40-urige werkweek uit de CAO PO (uiterlijk 1 augustus 2015) zullen de bepalingen over ouderschapsverlof wijzigen. Wettelijk gezien hebben medewerkers recht op 26 maal de arbeidsduur per week aan ouderschapsverlof. Voor een fulltime medewerker komt dit neer op 26 x 40 (1040 uur) verlof. Voor deeltijders geldt dit naar rato. De hoeveelheid betaald ouderschapsverlof (415 uur) blijft ongewijzigd.

Opname van verlof zal ook anders worden afgeschreven dan nu het geval is. Ouderschapsverlof wordt straks opgenomen net als vakantieverlof: op een dag dat ouderschapsverlof wordt opgenomen worden zoveel uren afgeschreven als de medewerker normaal gesproken op die dag zou werken. Als een medewerker bijvoorbeeld elke vrijdag 8,5 uur werkt en op vrijdag ouderschapsverlof opneemt, wordt elke vrijdag 8,5 uur van het verlof afgeschreven.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Leraren keren PvdA de rug toe – D66 en SP groeien

Bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten op 18 maart stevent de PvdA af op een halvering van de aanhang onder de AOb-leden. Dat blijkt uit een enquête onder ruim 5800 leden van deze bond. D66, SP en GroenLinks profiteren van het verlies. Ook de PVV-aanhang onder de AOb’ers groeit.

De PvdA-aanhang onder AOb-leden halveert. Met de 15 procent die overblijft, is de PvdA niet meer de grootste partij onder de leden van deze onderwijsbond.

D66 gaat van 20 naar 26 procent. Daarmee wordt D66, de partij die zich altijd profileert met onderwijsthema’s, onder AOb-leden groter dan de SP. Ook het aantal GroenLinks-stemmers onder de AOb’ers groeit.

De VVD is nooit populair geweest bij het onderwijspersoneel en ziet de geringe aanhang onder de AOb-leden nu halveren.

De populariteit van de PVV groeit onder de AOb-leden. Volgens de peiling gaat nu 3 procent op de partij van Geert Wilders stemmen. Dit betekent dat als alle AOb’ers op 18 maart zouden gaan stemmen, bijna 2600 leden van deze bond Geert Wilders zouden steunen.

Lees meer…

Onderwijs en kinderopvang willen meer de ruimte krijgen

Onderwijs en kinderopvang moeten meer de ruimte krijgen om een doorgaande leerlijn van nul tot twaalf jaar te realiseren. Dat stellen de PO-Raad, de Brancheorganisatie Kinderopvang en de MOgroep. Ze krijgen daarbij de steun van tientallen schoolbestuurders, kinderopvanginstellingen en wethouders.

Ouders zouden eenvoudiger de mogelijkheid moeten krijgen om opvoeding en werk te combineren. De gedachte is ook dat onderwijs, kinderopvang, peuterspeelzalen, welzijn en gemeenten een gezamenlijke verantwoordelijkheid om kinderen een goede start in het leven te bieden.

‘Een mens leert in de eerste vijf levensjaren het meest. Basisscholen zouden van alle kinderen moeten weten wat voor kind ze binnenkrijgen, zodat de school kan verder bouwen op diens ontwikkeling. Sterke basisvoorzieningen in de vorm van kindcentra vanaf nul jaar zijn daarvoor gewenst’, stelt PO-raadvoorzitter Rinda den Besten in de Telegraaf.

Wet- en regelgeving die de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang in de weg zit, zou moeten worden geschrapt. Ook zou het toezicht op het onderwijs en de kinderopvang beter op elkaar moeten worden afgestemd.