Hoe denken VOS/ABB-leden over samenwerkingsscholen?

Leden van VOS/ABB kunnen een samenvatting downloaden van de drie discussiebijeenkomsten over de samenwerkingsscholen die afgelopen najaar werden gehouden.

VOS/ABB organiseerde de bijeenkomsten om onder de leden van de vereniging te peilen hoe zij denken over samenwerkingsscholen en/of -stichtingen, waarin openbaar en bijzonder onderwijs met elkaar samengaan.

Wetgeving samenwerkingsscholen

Aanleiding voor het organiseren van de bijeenkomsten was nieuwe wetgeving die het voor openbaar en bijzonder onderwijs makkelijker maakt om samen te gaan. Alle leden van VOS/ABB waren voor de discussiebijeenkomsten uitgenodigd.

Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de samenvatting downloaden.

Zeeuws-Vlaanderen krijgt niet de ‘eilandenstatus’

Het voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen hoeft niet te rekenen op extra geld. Onderwijsminister Arie Slob laat in antwoord op Kamervragen weten dat het gebied niet de ‘eilandenstatus’ krijgt, zoals die geldt voor de Waddeneilanden. Ook stelt hij dat er geen onderwijsgeld naar Zeeuws-Vlaamse startgroepen voor kinderen van twee tot vier jaar zal gaan.

Slob wijst erop dat de Beleidsregel uitzonderingsscholen VO 2013 extra bekostiging toekent aan scholen onder de opheffingsnorm die op eilanden staan. ‘De school moet daarvoor omringd zijn door water en niet verbonden door een brug of tunnel’, aldus de minister.

Het doel van de beleidsregel is volgens Slob om scholen die vanwege zeer specifieke omstandigheden onder de opheffingsnorm zitten, niet op te heffen en te kunnen blijven bekostigen. Hij erkent dat de vier scholen voor voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen te kampen met teruglopende leerlingenaantallen, maar hij wijst er ook op dat ze allemaal ruim boven de opheffingsnorm zitten.

Openbaar onderwijs móet

De antwoorden van Slob volgen op vragen van SP-Tweede Kamerlid Peter Kwint en zijn collega’s Lisa Westerveld van GroenLinks en Kirsten van den Hul van de PvdA over het adviesrapport Gewoon goed onderwijs!. Daarin staat dat het voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen vanwege bevolkingskrimp terug moet van vier verschillende schoolbesturen naar één bestuur voor bijzonder onderwijs en van vier scholen naar drie scholen.

Directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB wijst erop dat het advies indruist tegen de Grondwet. Als het advies werkelijkheid wordt, verdwijnt namelijk het openbaar voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen en dan is er geen sprake meer van het duale bestel, zoals dat is vastgelegd in artikel 23 van de Grondwet. Dit artikel bepaalt expliciet dat overal in Nederland openbaar onderwijs moet zijn.

Minister Slob heeft aan VOS/ABB laten weten dat hij met een reactie zal komen op de constatering dat het advies van de Taskforce Zeeuws-Vlaanderen tegen Grondwet indruist. De vragen van Kwint, Westerveld en Van den Hul gingen hier niet over.

Startgroepen en kinderopvang

De vragen gingen wel over structurele financiering van startgroepen voor kinderen van twee tot vier jaar. Daarmee zou kunnen worden voorkomen dat Nederlandse ouders in Zeeuws-Vlaanderen kiezen voor scholen in België, waar kinderen al vanaf 2,5 jaar welkom zijn en die bovendien spotgoedkope kinderopvang aanbieden.

De minister merkt over de financiering van dergelijke startgroepen op dat onderwijsgeld daar niet voor bedoeld is. ‘Kinderopvang en startgroepen vallen onder de verantwoordelijkheid van de minister van SZW’, aldus Slob, die daaraan toevoegt dat hij deze kwestie onder de aandacht zal brengen van zijn collega Wouter Koolmees.

Herman Pleij benadrukt belang van goed onderwijs

Het is voor de samenleving van essentieel belang dat het onderwijs álle leerlingen bij de les houdt, vooral ook op het gebied van waarden en normen. Dat heeft cultuur- en literatuurhistoricus Herman Pleij woensdag gezegd op een minisymposium dat aansloot op de algemene ledenvergadering van VOS/ABB.

Pleij greep in zijn beschouwing over de (on)zin van het duale bestel van openbaar en bijzonder onderwijs terug op zijn jeugd in de omgeving van Vriezenveen en Rijssen, die hij benoemde als onderdeel van de bible belt. Daar was de verzuiling zeer strikt, maar toch slaagden de mensen uit de verschillende zuilen er samen in een welvarende samenleving op te bouwen.

Het ‘staketsel van de verzuiling’ van toen werd volgens hem in de jaren 60 razendsnel afgebroken, echter zonder dat de religiositeit en spiritualiteit verdwenen. In dit kader sprak hij van het huidige ‘ietsisme’, omdat veel mensen tegenwoordig zeggen dat ze in ‘iets’ geloven, ook al is dat niet meer de traditionele God van vroeger.

Ideologieën

Hij noemde in dit kader ook de versterkende ideologieën in de wereld, terwijl er in het Westen juist sprake is van een tegengestelde beweging. Hier worden de ideologieën juist minder sterk, maar toch moet volgens Pleij ‘de boel bij elkaar gehouden worden’.

Dat ‘bij elkaar houden’ staat volgens hem haaks op de monocultuur van de orthodoxie, die kan leiden tot extremen zoals terreur, waarvoor volgens hem vooral jongeren gevoelig voor zijn die het idee hebben maatschappelijke ‘afvallers’ te zijn.

Álle leerlingen

Het is daarom voor het onderwijs buitengewoon essentieel, zegt hij, om alle leerlingen bij de les te houden. Daar is het Nederlandse onderwijs al heel lang heel goed in, benadrukte Pleij. Daarbij verwees hij naar een traditie die teruggaat tot Erasmus, die aandacht had voor goed onderwijs voor alle kinderen, jongens én meisjes.

Wat betreft het thema ‘waarden en normen’ in relatie tot de ontzuiling waarschuwde hij voor de rol die de overheid zich op dit vlak kan toe-eigenen. Op die manier kan er volgens hem snel een dictatuur ontstaan. ‘Als een overheid gaat bepalen wat geluk is, wordt het heel eng’, aldus Pleij.

In plaats van de overheid, moet het onderwijs leerlingen informeren over waarden en normen en over algemeen welbevinden in de samenleving. Daarbij speelt onder andere religie een rol. Ook het openbaar onderwijs heeft daarbij volgens hem een belangrijke rol, niet in evangeliserende maar in informerende zin.

Paneldiscussie

Na de beschouwing volgde een paneldiscussie over diverse stellingen die betrekking hadden op het duale bestel. Voor deze discussie waren hoogleraar onderwijsrecht Pieter Huisman van de Erasmus Universiteit uitgenodigd alsmede historicus Carel Verhoef en Gijsbert Vonk van de Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS).

Er werd gediscussieerd over onder meer de stelling dat het duale bestel onnodig veel geld kost en dat dat geld beter in de kwaliteit van het onderwijs kan worden gestoken. De meeste deelnemers aan het minisymposium waren het daarmee eens, maar Huisman en Vonk relativeerden dit. Verhoef daarentegen stelde dat met het duale bestel jaarlijks 1,4 miljard euro gemoeid is en dat dit geld beter kan worden besteed.

Een andere stelling was dat het bijzonder onderwijs net als het openbaar onderwijs onder extern toezicht met komen van de gemeente, omdat het wordt betaald met publiek geld. Hierover werd door Huisman opgemerkt dat er al heel veel toezicht is en dat het dus de vraag is of het onderwijs op extra toezicht zit te wachten. Verhoef daarentegen benadrukte dat elke instantie die met overheidsgeld in stand wordt gehouden, hierover aan die overheid verantwoording zou moeten afleggen.

Tevens werd gesteld dat de Inspectie van het Onderwijs strenger moet toezien op de kwaliteit van het onderwijs met betrekking tot de evolutietheorie en seksuele diversiteit. Vanuit de zaal werd opgemerkt dat de scholen hier geen behoefte aan hebben, omdat die zelf gaan over hun onderwijs.

Vonk van de VGS merkte op dat de evolutietheorie ook op de gereformeerde scholen wordt onderwezen. Verhoef voegde daaraan toe dat deze scholen ook onwetenschappelijke theorieën over bijvoorbeeld creationisme en intelligent design in hun lessen opnemen. Pleij voegde daaraan toe dat de leraar zijn levensbeschouwing niet hoeft te verloochenen om leerlingen te informeren over verschillende visies.

Op de stelling dat het kerstverhaal en andere religieuze feesten op iedere school thuishoren, werd verschillend gereageerd. Vonk was het daarmee niet eens, omdat er dan te veel feesten komen. Ook zei hij dat het geen zin heeft om een bepaald religieus feest te vieren als daar op de school geen behoefte aan is. Huisman zei dat aandacht voor verschillende religies nodig is in de zin van kennisoverdracht. Vanuit de zaal werd opgemerkt dat dit juist op school nodig is, omdat er anders kinderen zijn die maar één verhaal horen of helemaal geen verhaal.

De laatste stelling ging over het samenvoegen van alle scholen tot één gemengde school voor alle gezindten, dus een school die boven de ontzuiling is uitgestegen. Vonk was hiertegen. Hij vindt dat het altijd mogelijk moet blijven scholen ‘naar eigen kleur’ op te richten. Huisman zei dat dit voor hem geen prioriteit heeft, omdat het onderwijs al voor genoeg uitdagingen staan, zoals het lerarentekort.

Verhoef verdedigde deze stelling echter met verve, omdat het duale bestel volgens hem heeft geleid tot een sterke segregatie in het onderwijs die grote maatschappelijke spanningen met zich meebrengt. ‘We moeten onze jeugd een onderwijsbestel geven dat boven de denominaties uitstijgt. Samenleven begint met samenwerking in onderwijs’, aldus Verhoef, die de auteur is van het boek Inperking vrijheid van onderwijs.

In het nieuwe nummer van magazine Naar School! dat dinsdag is verschenen, staat een interview met Herman Pleij. Daarin benadrukt hij dat het onderwijs de belangrijke taak heeft om onze ethische waarden door te geven.

Nieuw boek over duale bestel gepresenteerd

Op het congres ‘100 Jaar Vrijheid van Onderwijs’ is het boek De houdbaarheid van het duale bestel gepresenteerd.

Het boek is uitgebracht vanwege het feit dat het 100 jaar geleden is dat in 1917 in grondwetsartikel 23 de gelijke overheidsbekostiging van openbaar en bijzonder onderwijs is vastgelegd. De redactie was in handen van Miek Laemers. Zij is bijzonder hoogleraar onderwijsrecht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Aan de publicatie werkten ook andere wetenschappers van de VU mee, alsmede bijzonder hoogleraar Pieter Huisman van de Erasmus Universiteit Rotterdam. De bijzondere leerstoel van Huisman wordt mede in stand gehouden door VOS/ABB.

Het congres waarop het boek werd gepresenteerd, was georganiseerd door VOS/ABB in samenwerking met de profielorganisatie Verus, VBS, LVGS en ISBO.

Sprekers waren wiskundeleraar René Kneyber die lid is van de Onderwijsraad, de Nijmeegse hoogleraar Ben Vermeulen die onder meer verbonden is aan de Raad van State, hoogleraar Maarten Simons van KU Leuven en trendwatcher Farid Tabarki. Het congres was vrijdag op landgoed Zonheuvel in Doorn.

Er is verslag van het congres gemaakt.

Het boek De houdbaarheid van het duale bestel kan worden besteld via Miek Laemers: m.t.a.b.laemers@vu.nl. Het kost 15 euro (ex. btw en ex. verzendkosten).

Samenwerkingsscholen: Onderwijsraad leeft in verleden

Het negatieve advies van de Onderwijsraad over de instandhouding van samenwerkingsscholen door stichtingen voor openbaar onderwijs is gebaseerd op achterhaalde omstandigheden van vijftien jaar geleden. Daarom neemt de regering het niet over, meldt staatssecretaris Sander Dekker van OCW.

De Onderwijsraad stelde zich op het standpunt dat stichtingen voor openbaar onderwijs geen samenwerkingsscholen in stand kunnen houden, omdat dat buiten de constitutionele kaders zou zijn. Dekker meldt de Eerste Kamer in een nadere memorie van toelichting over de vereenvoudiging van de vorming van samenwerkingsscholen, dat de argumentatie van de Onderwijsraad is achterhaald.

Er hebben zich volgens hem ontwikkelingen voorgedaan die de verschillen tussen openbaar en bijzonder onderwijs hebben verkleind. Hij noemt als voorbeelden dat het meeste openbaar onderwijs tegenwoordig bestuurlijk is verzelfstandigd en dat de verschillen tussen ambtenaren (openbaar onderwijs) en werknemers (bijzonder onderwijs) aanzienlijk zijn verkleind.

De staatssecretaris stelt dat hij de overeenkomsten en mogelijkheden wil benadrukken. ‘De kern van het duale systeem is immers dat aan zowel openbaar als bijzonder onderwijs zo goed mogelijk recht wordt gedaan. De regering is van oordeel dat door haar gekozen vormgeving van de samenwerkingsschool op schoolniveau (in plaats van op bestuursniveau) ertoe leidt dat het ook mogelijk is dat een samenwerkingsschool door een stichting voor openbaar onderwijs in stand wordt gehouden.’

De uitleg van de staatssecretaris volgt op vragen van de ChristenUnie.

Lees meer…

Toezicht binnen duale onderwijsbestel

Directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB en voorzitter Wim Kuiper van de christelijke profielorganisatie Verus hebben vrijdag, op de Dag van het Toezicht in Nieuwegein, twee keer een gezamenlijke workshop gegeven over het toezicht op het openbaar en bijzonder onderwijs binnen het duale bestel.

De Dag van het Toezicht was georganiseerd door de Vereniging van Toezichthouders in Onderwijsinstellingen (VTOI) en stond in het teken van de veranderende samenleving en de maatschappelijke waarde van het onderwijs en de kinderopvang.

School als waardegemeenschap

De veranderingen vragen om een andere benadering van het intern toezicht, zoals door professor en wetenschappelijk directeur Hans Boutellier van het Verwey-Jonker Instituut is verwoord in de notitie Beter toezien. Het gaat er volgens hem om dat interne toezichthouders de school als waardegemeenschap zien.

In het decembernummer van VTOI Nieuws heeft Teegelbeckers er in dit kader op gewezen dat de openbare identiteit ook in het toezichtkader thuishoort. ‘Ik noem dat expliciet openbaar onderwijs. De openbare identiteit op basis van de kernwaarden die VOS/ABB met de leden heeft vastgelegd is geen papieren werkelijkheid, maar moet merkbaar, zichtbaar en voelbaar zijn!’, aldus Teegelbeckers.

Presentatie downloaden

In de workshops die hij met Kuiper verzorgde, ging hij hier nader op in. U kunt de presentatie downloaden die tijdens de workshops is gebruikt.

In het februarinummer van ons magazine Naar School! staat een interview met professor Hans Boutellier over toezicht op de school als waardegemeenschap.

‘Openbare samenwerkingsschool ongrondwettelijk’

Een samenwerkingsschool van openbaar en bijzonder onderwijs onder openbaar bestuur is in strijd met de Grondwet, ook als deze constructie wordt aangevuld met een identiteitscommissie en geschillenregeling. Dat staat in een advies van de Raad van State aan de Eerste Kamer.

De regering stelt dat in een samenwerkingsschool met een identiteitscommissie aangevuld met een geschillencommissie de samenwerking van openbaar en bijzonder onderwijs min of meer gelijkwaardig is. De Raad van State merkt echter op dat de gekozen constructie in strijd is met de Grondwet.

‘Een identiteitscommissie op schoolniveau kan er niet aan afdoen dat het laatste woord bij een conflict over het openbare karakter of de bijzondere identiteit van de school, bij het bevoegd gezag ligt. Een geschillenregeling maakt dat niet anders. Ook in dat geval blijft het bestuur van de school bij onderwerpen als richting en identiteit van de school, bij uitstek verantwoordelijk voor het realiseren van de statutaire doelstelling.’

De Raad van State stelt dat  een samenwerkingsschool onder overheidsbestuur ‘grondwettelijk ontoelaatbaar’ is, ook als er een identiteitscommissie wordt ingesteld en er een geschillenregeling komt. ‘Dat gegeven, gevoegd bij het feit dat de overheid zich als bevoegd gezag van de samenwerkingsschool niet kan binden aan het bijzonder onderwijs zonder in strijd te komen met het neutraliteitsvereiste en het vereiste van algemene benoembaarheid van het personeel, sluit een samenwerkingsschool waarvan het bestuur onder overwegende overheidsinvloed staat, grondwettelijk uit’, zo staat in het advies.

Lees het volledige advies

Het negatieve advies van de Raad van State is voor VOS/ABB geen verrassing, omdat de inhoud aansluit bij een eerder advies waarin de raad ook negatief oordeelde over de vorming van samenwerkingsscholen.

Samenwerking noodzakelijk!

Het voornamelijk bezwaar dat VOS/ABB ziet is dat het tegenhouden van de versoepeling van de regels rond de samenwerkingsscholen vooral de in krimpgebieden noodzakelijke samenwerking tussen openbaar en bijzonder onderwijs in de weg zit. Dit zorgt ervoor dat het aantal informele samenwerkingsvormen zal blijven toenemen, wat leidt tot een uitholling van grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs.

Als de door de Tweede Kamer aangenomen Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool ook door de Eerste Kamer komt, kan met artikel 23 in het achterhoofd worden gehandeld om ook in krimpgebieden goed onderwijs te behouden.

Informatie: Ronald Bloemers, 06-51914694, rbloemers@vosabb.nl

Levenskunst in school van de toekomst

In de school van de toekomst wordt het vak ‘levenskunst’ gegeven. Hierin zal de nadruk liggen op de diversiteit aan opvattingen die er in de samenleving zijn. Docent en onderzoeker Erik Renkema van Hogeschool Windesheim sprak hier dinsdag over tijdens een expertmeeting over het toekomstconcept School!. Deze bijeenkomst bij VOS/ABB in Woerden stond in het teken van de School!Week van het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs.

Het concept School! is ontwikkeld door VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs. Het voorziet in onderwijs dat het duale bestel op basis van grondwetsartikel 23 achter zich heeft gelaten en aldus boven de denominaties zal zijn uitgestegen.

Er zullen in de toekomst in Nederland geen openbare, christelijke, islamitische of wat voor scholen dan ook zijn, maar ‘scholen’ die goed onderwijs verzorgen voor álle kinderen. Het concept School! gaat ervan uit dat het primair en voortgezet onderwijs op basis van diversiteit, gelijkwaardigheid en wederzijds respect aandacht zullen hebben voor onder andere godsdienst en levensbeschouwing.

Levenskunst voor identiteitsvorming

Erik Renkema spreekt in dit kader over het ‘School!Vak levenskunst’. Hierin zou wat hem betreft de nadruk moeten liggen op de diversiteit aan opvattingen die er in de samenleving zijn. Hij beschouwt het concept School! als het voorbeeld van onderwijs dat uitgaat van democratie en pluralisme.

Het vak ‘levenskunst’ zou volgens Renkema oriënterend vormingsonderwijs moeten zijn, dat in dienst staat van de identiteitsvorming van leerlingen, zodat die zichzelf en anderen leert kennen en begrijpen. Het vak zou diverse vormingsgebieden kunnen samenbrengen. Daarbij kunnen verhalen, symbolen en rituelen hun rol spelen.

‘Levenskunst’ is nadrukkelijk een schoolvak voor álle kinderen. Het liefst ziet Renkema hierin vakleerkrachten opereren die de ‘kunst van het vragen stellen’ goed beheersen. Hij pleitte tijdens de bijeenkomst in Woerden voor constructief overleg tussen het openbaar en bijzonder onderwijs over de beginselen van het vak ‘levenskunst’.

Monistisch bestel

Tijdens expertmeeting sprak ook emeritus hoogleraar Siebren Miedema van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Als godsdienstpedagoog lanceerde hij het ‘monistische bestel’ in plaats van het huidige duale bestel van openbaar en bijzonder onderwijs. In het monistische bestel zijn alle scholen bijzonder in de zin van pedagogische vorming op het gebied van levensbeschouwing. De school ziet hij als ‘embryo’ van de samenleving.

Privéscholen moeten worden voorkomen, stelt Miedema. Alle scholen worden door de overheid bekostigd, waarbij zij aan ‘reële overheidsdoelen’ voldoen. Dit betekent volgens Miedema echter geenszins dat er sprake zal zijn van staatsonderwijs. Er is evenmin invloed van welke godsdienstige instelling dan ook. Miedema ziet in de toekomst een school voor zich met levensbeschouwelijke vorming voor álle kinderen.

De emeritus hoogleraar is geen voorstander van godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs (g/hvo) zoals de zogenoemde zendende instanties dat nu buiten de pedagogische verantwoordelijkheid van de school in het openbaar onderwijs verzorgen.

Verbinding met g/hvo

Docent en trainer Tamar Kopmels die ook auteur is van Verhalen vertellen en vragen stellen, sprak over lessen ‘leren leven’ die een verbinding tot stand brengen tussen de actief pluriforme opdracht van het openbaar onderwijs en g/hvo. Hierin gaat het over kennisoverdracht, brede vorming en de ontwikkeling van de eigen levensbeschouwing via ontmoeting.

Acceptatieplicht

Directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB concludeert dat de expertmeeting waardevolle discussies opleverde over de school van de toekomst. Alle aanwezigen waren het erover eens dat er nog een lange weg te gaan is naar het concept School!.

De invoering van algemene acceptatieplicht wordt gezien als een eerste stap, omdat het niet meer van deze tijd is dat het bijzonder onderwijs met de grondwet in de hand de mogelijkheid heeft om leerlingen te weigeren. ‘Wij zullen stevig op inzetten, in onze politieke lobby en in het maatschappelijke debat over goed onderwijs’, aldus Teegelbeckers.

Segers en Roemer zitten klem in eigen denkbeelden

Het openbaar onderwijs moet worden afgeschaft. Dat heeft Tweede Kamerlid Gert-Jan Segers van de ChristenUnie zaterdag gezegd in het radioprogramma Kamerbreed. SP-leider Emile Roemer zei dat wat hem betreft het bijzonder onderwijs verdwijnt en dat al het onderwijs onder de overheid gaat vallen. Zij laten hiermee zien dat zij niet over de schaduw van hun eigen verstarde denkbeelden heen durven stappen.

Segers zei dat het door de overheid bestuurde openbaar onderwijs niet meer van deze tijd is. Hij vindt dat ouders ‘prima in staat zijn om keuzes te maken over onderwijsvisie en identiteit’. Dat maakt een school alleen maar sterker, vindt hij.

‘Een school en de ouders en leerlingen die bij die school horen, zijn een gemeenschap die je als overheid zo veel mogelijk vrijheid moet geven’, aldus Segers. Hij verwees daarbij naar christelijke scholen met een bepaalde onderwijsvisie, zoals dalton en montessori.

SP-leider Emile Roemer zei dat wat hem betreft het bijzonder onderwijs verdwijnt en dat al het onderwijs onder de overheid gaat vallen.

Kom los van eigen denkbeelden!

Met hun standpunten laten Segers en Roemer zien dat zij beiden van hun eigen verstarde denkbeelden uitgaan. VOS/ABB pleit ervoor om over de schaduw van het verzuilde onderwijs heen te stappen en om vanuit het in samenwerking met de Vereniging Openbaar Onderwijs ontwikkelde concept School! te denken.

Dit concept gaat ervan uit dat er in de toekomst geen openbare, protestants-christelijke, rooms-katholieke, islamitische of wat voor scholen dan ook zijn, maar ‘scholen’ die op basis van diversiteit, wederzijds respect en gelijkwaardigheid en met aandacht voor godsdienst en levensbeschouwing van en voor iedereen zijn.

Dekker wil af van onlogische verschillen duale bestel

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW wil het openbaar en bijzonder onderwijs zoveel mogelijk gelijktrekken. Dat schrijft hij in de Kamerbrief wegnemen ongelijkheid tussen openbaar en bijzonder onderwijs.

Dekker noemt in zijn brief eerst een aantal volgens hem wezenlijke verschillen tussen openbaar en bijzonder onderwijs op grond van het duale bestel (artikel 23 van de Grondwet). Deze verschillen wil hij laten bestaan.

‘Zo rechtvaardigt de garantiefunctie van de overheid voor voldoende openbaar onderwijs, lokale overheidsbemoeienis met het openbaar onderwijs. Daarnaast garandeert het openbare karakter van openbaar onderwijs levensbeschouwelijk neutraal onderwijs en algemene toegankelijkheid voor iedereen’, aldus Dekker.

‘Het bijzonder onderwijs wordt vormgegeven op grond van richting of identiteit en heeft het recht om toelatingsbeleid te voeren. Dit recht geldt ook bij de benoembaarheid van lesgevend personeel, terwijl voor openbaar onderwijs de regel van gelijke benoembaarheid geldt.’

Andere verschillen, die volgens de staatssecretaris niet wezenlijk zijn op grond van het duale bestel, wil hij wel rechttrekken of in elk geval daartoe een onderzoek instellen.

  • Schatkistbankieren: voor de schuldpositie van een bijzonder bestuur staat OCW garant, terwijl bij een openbaar bestuur door OCW een gemeentelijke garantstelling wordt gevraagd. Dekker laat onderzoeken of dit verschil kan worden rechtgetrokken. Daarbij weegt hij mee dat het financieel risico dat OCW loopt bij de garantstelling voor een rekening-courant-krediet relatief beperkt is en een aanvraag met een gemeentegarantie vaak gepaard met hoge administratieve lasten.
  • Kinderopvang: het openbaar onderwijs heeft in tegenstelling tot het bijzonder onderwijs nu niet de mogelijkheid om onderwijs en kinderopvang onder te brengen in één rechtspersoon (integrale kindcentra). Dekker vindt dat openbaar en bijzonder onderwijs op dit punt dezelfde mogelijkheden moeten hebben. Artikel 48 lid 4 WPO, waarin staat dat openbare schoolbesturen slechts onderwijs mogen verzorgen, moet daarom ruimer worden gelezen: ‘Onder het voorgeschreven doel van een stichting voor openbaar onderwijs kunnen ook andere activiteiten vallen die daar nauw mee verbonden zijn en die redelijkerwijs dienstbaar zijn aan een goede invulling van dat doel’, aldus Dekker.
  • Samenwerkingsschool: op dit moment is het voor een stichting openbaar onderwijs niet mogelijk om een samenwerkingsschool in stand te houden, terwijl het bijzonder onderwijs dat wel kan. Dit najaar komt de staatssecretaris met een wetsvoorstel dat onder meer tot doel heeft om deze ongelijkheid weg te nemen.
  • Rechtspositie: de Tweede Kamer heeft eerder dit jaar ingestemd met het initiatiefwetsvoorstel over de normalisering van de rechtspositie van ambtenaren. Daarmee komt het personeel in het openbaar onderwijs net als het personeel in het bijzonder onderwijs onder het Burgerlijk Wetboek te vallen. De Eerste Kamer moet hier nog mee instemmen.

Daarnaast gaat Dekker in zijn brief in op drie onderwerpen waarover in de uitvoeringspraktijk zorgen zijn geuit:

  • Verantwoordelijkheid gemeenten: Dekker gaat onder andere met VOS/ABB en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in gesprek over de interactie tussen gemeenten en stichtingen voor openbaar onderwijs. Hij wil onderzoeken of en zo ja hoe die interactie efficiënter kan.
  • Toelatingsbeleid: de staatssecretaris gaat in op de mogelijkheid om op grond van de vrijheid van onderwijs onder de zorgplicht van passend onderwijs uit te komen. Dekker benadrukt dat het bijzonder onderwijs alleen toelatingsbeleid mag voeren dat in lijn is met het doel en de grondslag van de school.
  • Lotingssystematiek: het lotingssysteem in Amsterdam zou nadelig uitpakken voor ouders die voor hun kind per se een openbare school willen. De garantiefunctie van de overheid voor voldoende openbaar onderwijs laat volgens Dekker onverlet dat er openbare scholen zijn die meer aanmeldingen krijgen dan het aantal beschikbare plaatsen. Hem zijn vanuit Amsterdam geen signalen bekend dat ouders die specifiek willen kiezen voor openbaar onderwijs geen school kunnen vinden.

Dekker sluit de Kamerbrief af door te benadrukken dat het duale bestel ‘een stevig fundament’ is. Verschillen tussen openbaar en bijzonder onderwijs moeten volgens hem altijd ‘logisch verklaarbaar zijn vanuit de wezenlijke kenmerken van het duale bestel’.

Door het openbaar en bijzonder onderwijs verder met elkaar in lijn te brengen, wordt volgens de staatssecretaris bijgedragen aan ‘een onderwijsbestel dat aansluit op de veranderingen in het onderwijsveld en dat passend is ingericht voor de toekomst’.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl