‘Scholen sterker tegenover educatieve uitgeverijen’

Scholen voor voortgezet onderwijs krijgen een sterkere positie ten opzichte van de educatieve uitgeverijen als het label voor schoolboeken uit de lumpsumfinanciering verdwijnt. Dat verwacht staatssecretaris Sander Dekker van OCW.

In de Tweede Kamer waren vragen gerezen over het verdwijnen van het lumpsumlabel voor schoolboeken. Dekker werd onder andere gevraagd welke effectieve middelen scholen dan nog hebben om prijsverhogingen zoveel mogelijk tegen te gaan. De vrees was dat de positie van de leveranciers van educatieve materialen zou worden versterkt, wat ten koste zou gaan van de positie van de scholen.

Richtprijs educatief materiaal

Dekker antwoordt dat het label er wordt afgehaald  ‘omdat het bedrag voor lesmateriaal in de lumpsum te veel als de richtprijs is gaan fungeren, voor marktpartijen én scholen’. Dit is volgens hem een ongewenst effect.

‘Door het bedrag per leerling voor lesmateriaal niet langer expliciet te duiden in de bekostiging, zal voor zowel scholen als marktpartijen geen uniform richtbedrag meer bestaan. Afhankelijk van het inkoopbeleid van de school en visie op leermiddelen kan de school bij de keuze voor een marktpartij de prijsstellingen meer gewicht geven’, aldus de staatssecretaris.

Eigen content

Volgens hem zouden scholen er bijvoorbeeld voor kunnen kiezen om het geld voor de aanschaf van educatieve materialen deels te gebruiken om hardware te kopen of om personeel vrij te maken voor het ontwikkelen van eigen content. Dit zou de onderhandelingspositie van de scholen kunnen versterken, denkt Dekker.

Uitgevers: hardware buiten verplichte ouderbijdrage

De Groep Educatieve Uitgeverijen (GEU) wil dat elektronische informatiedragers (zoals tablets) buiten de opnieuw in te voeren verplichte ouderbijdrage voor lesmaterialen in het voortgezet onderwijs valt. Op die manier zouden scholen meer ruimte houden voor de aanschaf van innovatief lesmateriaal.

De oproep van de GEU hangt samen met het wetsvoorstel om een einde te maken aan de ‘gratis’ schoolboeken in het voortgezet onderwijs. in 2008 regelde het vierde kabinet-Balkenende dat de ouders niet meer hoefden te betalen voor de schoolboeken van hun kind(eren). Het huidige kabinet trekt de regeling in om te bezuinigen. Vanaf 2015 moeten de ouders het lesmateriaal weer gaan betalen. Het gaat om een nettobezuiniging van 55 miljoen in 2015 en structureel 185 miljoen euro in de jaren erna.

In het wetsvoorstel staat onder andere dat scholen voor voortgezet onderwijs vanaf 2015 aan ouders hooguit 300 euro per leerling mogen vragen voor het gebruik van lesmateriaal en elektronische informatiedragers. Dit betekent dat de scholen het zuiniger aan moeten gaan doen. Volgens de huidige regeling krijgen ze voor de aanschaf van lesmateriaal in de lumpsum namelijk 321,50 euro per leerling per jaar. De praktijk wijst uit dat dit bedrag voor de meeste scholen al te krap is.

De GEU signaleert dit ook en stelt daarom voor om elektronische informatiedragers buiten de verplichte ouderbijdrage voor lesmateriaal te plaatsen. ‘Daarmee krijgen scholen weer meer ruimte voor innovatief lesmateriaal dat kan bijdragen aan de gewenste kwaliteitsverbetering en hogere leeropbrengsten’, zo staat in een position paper van de educatieve uitgeverijen.