Eerste Kamer wil af van doelmatigheidskorting

Minister Wopke Hoekstra van Financiën heeft een brief uit de Eerste Kamer gekregen waarin staat dat de doelmatigheidskorting op het onderwijs niet mag doorgaan of in elk geval moet worden verzacht.

De brief is een nieuwe poging van de Eerste Kamer om de minister ertoe te bewegen de doelmatigheidskorting, die oploopt tot 183 miljoen euro, te heroverwegen.

Eerder nam de Senaat een motie aan waarin stond dat deze korting moest worden geschrapt of in elk geval verzacht. Die motie was het initiatief van PvdA-senator André Postema, die tevens bestuursvoorzitter is van de Stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO).

Hoekstra legde die motie naast zich neer, omdat volgens hem de begroting sluitend moet blijven. In een brief van Hoekstra die op de motie volgde, staat dat de korting doorgaat, maar daar neemt de Eerste Kamer dus geen genoegen mee.

Doelmatigheidskorting onderwijs gaat door

Minister Wopke Hoekstra van Financiën legt de motie tegen de zogenoemde doelmatigheidskorting naast zich neer, blijkt uit een brief aan de Eerste Kamer.

De Eerste Kamer nam in december jongstleden een motie aan van onder anderen André Postema van de PvdA, tevens voorzitter van de Stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs. In die motie stond dat de doelmatigheidskorting die oploopt tot structureel 183 miljoen euro moest worden verzacht en het liefst helemaal geschrapt, omdat er niet moet worden bezuinigd maar juist geïnvesteerd in het onderwijs.

Minister Hoekstra van Financiën legt de motie naast zich neer, omdat volgens hem de doelmatigheidskorting nodig is voor een sluitende OCW-begroting.

Lees meer…

Senaat steunt motie tegen doelmatigheidskorting

De Eerste Kamer heeft een motie aangenomen tegen de doelmatigheidskorting in het onderwijs.

In de aangenomen motie van Eerste Kamerlid André Postema (PvdA), die tevens bestuursvoorzitter is van de Stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO), staat dat de doelmatigheidskorting, die oploopt tot 183 miljoen euro, moet worden verzacht of het liefst helemaal geschrapt. De motie kreeg steun van regeringsfractie D66 en de fracties van de oppositiepartijen SGP, PvdA, GroenLinks, PvdD, 50PLUS, OSF en SP.

In de aangenomen motie staat dat het kabinet uiterlijk in de Voorjaarsnota moet laten weten wat er gaat gebeuren met de korting, die wordt gezien als een bezuiniging.

De Stichting van het Onderwijs had over de korting aan de bel getrokken. Voorzitter Paul Rosenmöller, die tevens voorzitter is van de VO-raad, noemt het goed nieuws dat de Eerste Kamer de motie heeft aangenomen, omdat het volgens hem essentieel is dat er ‘niet bespaard, maar geïnvesteerd wordt in onderwijs’.

Lees meer…

Wet samenwerkingsschool aangenomen

De Eerste Kamer heeft dinsdag de Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool aangenomen. Deze maakt fusiescholen mogelijk waarin zowel openbaar als bijzonder onderwijs wordt gegeven.

Aan dit besluit ging een stevig debat vooraf waarin twee moties werden ingediend. Uiteindelijk stemden de fracties van VVD, PvdA, 50PLUS, SP, D66 en PVV voor het wetsvoorstel, terwijl de fracties van SGP, ChristenUnie, CDA, GroenLinks, PvdD en OSF tegen stemden.

SP-senator Gerkens diende een motie in waarin hij vroeg om een maatschappelijk debat over de grondwettelijke bescherming van de vrijheid van onderwijs. Een aantal tegenstemmers is van mening dat de nieuwe wet op de samenwerkingsschool mogelijk in strijd is met artikel 23 van de Grondwet. Staatssecretaris Dekker zag echter geen aanleiding voor deze discussie. De motie werd verworpen.

Een tweede motie, ingediend door senator Bruijn (VVD) haalde het wel. Deze motie wilde bevorderen dat de identiteit van de samenwerkingsschool statutair wordt vastgelegd. Dekker vond dit een ondersteuning van het wetsvoorstel.

Lang traject naar samenwerkingsschool

Aan deze nieuwe Wet vereenvoudiging samenwerkingsschool is een lang traject en veel discussie voorafgegaan. De Tweede Kamer nam het wetsvoorstel eind vorig jaar al aan. VOS/ABB deed recent nog een oproep aan de Eerste Kamer om ook akkoord te gaan, omdat – met name in krimpgebieden – veel samenwerkingstrajecten lopen waarbij verbinding wordt gezocht tussen het openbaar en bijzonder onderwijs. Dit is vaak de enige manier om goede onderwijsvoorzieningen voor elk kind te behouden, maar tot nu toe was de vorming van een formele samenwerkingsschool praktisch onmogelijk. De nieuwe wet verruimt niet alleen de mogelijkheden om een samenwerkingsschool te starten, maar geeft ook gelijke rechten aan het bijzonder en openbaar onderwijs om zo’n school te besturen.

 

 

 

Brief structurele bekostiging g/hvo naar Eerste Kamer

VOS/ABB heeft mede namens collega-organisaties een brief naar de Eerste Kamer gestuurd over het essentiële belang van structurele bekostiging van godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs (g/hvo) in de openbare basisscholen.

Een meerderheid in de Tweede Kamer heeft vlak voor de kerstvakantie ingestemd met het initiatiefwetsvoorstel van de Tweede Kamerleden Loes Ypma (PvdA), Joël Voordewind (ChristenUnie) en Michel Rog (CDA) om g/hvo in de openbare basisscholen structureel te bekostigen. Er staat in hun voorstel dat de bekostiging moet worden opgenomen in artikel 51 van de Wet op het primair onderwijs (WPO).

Zekerheid en continuïteit g/hvo

De gedachte hierachter is dat een wettelijke verankering van de financiering de sector meer zekerheid en continuïteit biedt dan een jaarlijkse subsidiepost, die altijd weer ter discussie kan worden gesteld. Er is nu een subsidie van 10 miljoen euro per jaar voor g/hvo.

De openbare basisscholen moeten bij wet gelegenheid bieden tot g/hvo als ouders erom vragen. Circa 75.000 leerlingen krijgen g/hvo van in totaal ongeveer 600 docenten.

Eerste Kamer

Op 7 februari wordt het initiatiefwetsvoorstel besproken in de Eerste Kamer. Om de senatoren te doordringen van het essentiële belang van structurele bekostiging van g/hvo in het openbaar onderwijs, is de brief die in september jongstleden naar de Tweede kamer is gestuurd, nu ook naar de Eerste Kamer gezonden.

Download de brief

Eerste Kamer vertraagt proces samenwerkingsschool

De Tweede Kamer is vorige maand akkoord gegaan met het wetsvoorstel voor de samenwerkingsschool, maar de Eerste Kamer wacht nog met het in behandeling nemen van dit voorstel van staatssecretaris Sander Dekker van OCW. De Senaat wil eerst meer informatie van de Raad van State.

De vertraging in het politieke proces betekent dat scholen in krimpgebieden die met elkaar willen samenwerken langer moeten wachten totdat de mogelijkheden daartoe wettelijk zijn vastgelegd.

VOS/ABB betreurt de vertraging, omdat de noodzaak tot samenwerking groot is om in krimpgebieden overal een goed aanbod van onderwijs overeind te houden. Omdat samenwerking door de huidige wet- en regelgeving wordt belemmerd, kiezen schoolbesturen nu vaak voor de informele samenwerkingsschool.

Vrees uit christelijke hoek van samenwerkingsschool

Vlak voor de kerstvakantie stemde een duidelijke meerderheid in de Tweede Kamer in met het wetsvoorstel van Dekker, maar de christelijke fracties stemden tegen. Zij vrezen voor een aantasting van de positie van het bijzonder onderwijs. De kritiek uit christelijke hoek concentreert zich op artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs.

De Raad van State adviseerde kritisch over het wetsvoorstel, omdat het tegen de Grondwet zou indruisen, maar dat weerhield de Tweede Kamer er niet van om ermee in te stemmen.

Hoe maakt u onderwijskwaliteit in brede zin zichtbaar?

De Onderwijsraad wil van mensen uit het onderwijs weten hoe onderwijskwaliteit in brede zin zichtbaar kan worden gemaakt. U kunt tot 1 september input leveren.

Onderwijs is er niet alleen op gericht leerlingen kennis en vaardigheden bij te brengen, maar kent een bredere opdracht. Denkt u hierbij actief burgerschap, individuele ontplooiing en persoonsvorming. Onderwijskwaliteit – en het gesprek hierover – zou deze brede opdracht moeten omvatten.

De Eerste Kamer heeft de Onderwijsraad gevraagd om antwoord te geven op de vraag hoe onderwijskwaliteit in bredere zin zichtbaar kan worden gemaakt. U kunt tot 1 september input leveren via onderwijskwaliteit@onderwijsraad.nl.

Het advies wordt in het najaar verwacht.

Lees meer…

Eerste Kamer maakt einde aan enkelefeitconstructie

Een ruime meerderheid in de Eerste Kamer heeft ingestemd met afschaffing van de enkelefeitconstructie. Dat bleek dinsdag tijdens de stemming over het initiatiefvoorstel om de enkelefeitconstructie in de Algemene wet gelijke behandeling te annuleren.

Dat een ruime meerderheid in de Senaat heeft ingestemd met het schrappen van de enkelefeitconstructie, betekent dat instellingen niet langer onderscheid mogen maken op grond van ras, geslacht, nationaliteit, seksuele geaardheid of burgerlijke staat. Voor het bijzonder onderwijs betekent dit onder andere dat schoolbesturen niet-heteroseksuele personeelsleden niet meer mogen weigeren of ontslaan als die uiting geven aan hun geaardheid. In de praktijk gebeurde dit nog wel eens.

Het nu bekrachtigde initiatiefvoorstel om de enkelefeitconstructie in de Algemene wet gelijke behandeling te annuleren, was afkomstig van D66-Tweede Kamerlid Vera Bergkamp. Alleen de ChristenUnie en de SGP stemden tegen. De Tweede Kamer ging afgelopen mei al akkoord.

Goede zaak!
VOS/ABB vindt het een goede zaak dat de Eerste Kamer heeft ingestemd met afschaffing van de enkelefeitconstructie, omdat het niet meer van deze tijd is dat scholen voor bijzonder onderwijs met de wet in de hand niet-heteroseksuele leraren mogen weigeren of ontslaan.

In de kernwaarden van het openbaar onderwijs staat al sinds jaren nadrukkelijk dat de openbare scholen openstaan voor iedereen, ‘ongeacht levensovertuiging, godsdienst, politieke gezindheid, afkomst, geslacht of seksuele geaardheid’.

Einde financiering maatschappelijke stage voldongen feit

Ook de Eerste Kamer wil dat scholen voor voortgezet onderwijs zelf kunnen bepalen of leerlingen een maatschappelijke stage volgen. De PvdA in de Senaat is overstag.

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW wil af van het verplichte karakter van de maatschappelijke stage. Dat was al opgenomen in het regeerakkoord. De Tweede Kamer nam dit over, maar in de Eerste Kamer waren nog twijfels bij de PvdA. Die is nu overstag, nadat senator Janny Vlietstra haar fractie had geadviseerd voor het regeringsvoorstel te zijn.

De invoering van het facultatieve karakter van de maatschappelijke stage is in feite een bezuiniging van 75 miljoen euro per jaar. De financiering ervan wordt namelijk stopgezet. Scholen voor voortgezet onderwijs die ervoor kiezen om deze vorm van stages te handhaven, krijgen er vanaf het schooljaar 2015-2016 geen geld meer voor. Volgens Dekker kunnen scholen ook zonder dat geld de stages prima zelf organiseren. Voor het schooljaar 2014-2015 is er overigens nog een financiële overbruggingsregeling.

De verplichte maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs werd ingevoerd in het schooljaar 2011-2012. Dit vloeide destijds voort uit de normen-en-waardendiscussie onder het kabinet van CDA-premier Jan Peter Balkenende. Het was Marja van Bijsterveldt van de christendemocraten die als minister van OCW de maatschappelijke stage invoerde en daarvoor geld beschikbaar stelde.

Eerste Kamer akkoord met Wet werk en zekerheid

De Eerste Kamer heeft dinsdag de Wet werk en zekerheid aangenomen.

Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt dat met deze nieuwe wet de verhoudingen tussen mensen met een vast en een tijdelijk arbeidscontract eerlijker wordt. ‘We mogen geen tweedeling accepteren, daarom krijgen mensen met tijdelijke contracten meer recht op fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden en worden de ontslagvergoedingen eerlijker verdeeld’, meldt de minister.

In de nieuwe wet wordt onder meer geregeld dat werknemers met tijdelijke contracten sneller een vast contract krijgen. Vanaf 1 juli 2015 moeten flexwerkers na twee jaar, en niet zoals nu na drie jaar, een vast contract krijgen. Het gebruik van nul-urencontracten wordt beperkt.

Vervangingen te duur
De sectororganisaties PO-Raad en VO-raad hebben tegen de Wet werk en zekerheid geprotesteerd. Ze vrezen dat de nieuwe wet ertoe zal leiden dat het te duur wordt zieke leraren te vervangen. Vervangers zullen namelijk in vaste dienst moeten worden genomen.

Dit zal ertoe leiden, zo stellen de PO-Raad en VO-raad, dat klassen moeten worden samengevoegd of dat leerlingen naar huis worden gestuurd als de vaste leerkracht ziek is of om een andere reden geen les kan geven.

Eerste Kamer akkoord met doordecentralisatie

Na de Tweede Kamer heeft ook de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Overheveling van taak en budget voor aanpassingen in onderwijshuisvesting van gemeente naar school. Dit betekent dat schoolbesturen voor primair onderwijs per 1 januari 2015 verantwoordelijk zullen zijn voor het buitenonderhoud van hun schoolgebouwen. In het voortgezet onderwijs is dit al zo geregeld sinds 2004.

De exacte vergoedingsbedragen die schoolbesturen voor primair onderwijs in het kader van doordecentralisatie vanaf 1 januari 2015 via de lumpsumvergoeding zullen ontvangen en de voorwaarden voor de overgangsregeling worden uiterlijk op 1 oktober 2014 door het ministerie van OCW bekendgemaakt. Voor die datum moeten immers de programma’s van eisen worden vastgesteld. Mogelijk komt het ministerie al voor de zomervakantie met de bedragen.

Aanvragen voor buitenonderhoud voor 2015 en verder kunnen als gevolg van deze wetswijziging niet meer bij uw gemeente(n) worden ingediend.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Dekker onwrikbaar in discussie maatschappelijke stage

Scholen krijgen meer ruimte voor eigen keuzes als de maatschappelijke stage niet meer wettelijk verplicht is. Staatssecretaris Sander Dekker van OCW blijft dit argument gebruiken ter camouflage van het feit dat het kabinet geen geld meer in de maatschappelijke stage wil steken.

De verplichte maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs werd ingevoerd in het schooljaar 2011-2012. Dit vloeide destijds voort uit de normen-en-waardendiscussie onder het kabinet van CDA-premier Jan Peter Balkenende. Het was Marja van Bijsterveldt van de christendemocraten die als minister van OCW de maatschappelijke stage invoerde.

Om 75 miljoen euro te bezuinigen, heeft het huidige kabinet besloten het verplichtende karakter van de stage te halen. De financiering ervan wordt in het schooljaar 2014-2015 stopgezet. De scholen mogen de maatschappelijke stage nog wel als facultatief onderdeel blijven aanbieden, maar ze krijgen er dan dus geen geld meer voor. In februari stemde een meerderheid van de Tweede Kamer voor het afschaffen van de verplichting.

In zijn memorie van antwoord op kritische vragen uit de Eerste Kamer herhaalt Dekker zijn argument om een einde te maken aan de wettelijke verplichting. Hij blijft erop hameren dat de scholen er meer beleidsvrijheid door krijgen, terwijl het in feite om een bezuiniging gaat. De staatssecretaris erkent wel dat de maatschappelijke stage een waardevol onderdeel kan zijn om invulling te geven aan de burgerschapstaak van het onderwijs.

Toetsbesluit PO: parlement om advies gevraagd

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW wil advies van de Eerste en Tweede Kamer over het ontwerp van het Toetsbesluit PO. Dit besluit moet een nadere uitwerking worden van de Wet Eindtoetsing PO, die in december door de Eerste Kamer is goedgekeurd.

In de brief bij het ontwerp van het Toetsbesluit PO gaat Dekker in op diverse moties en amendementen die in het kader van het Toetsbesluit PO zijn ingediend. Zo meldt hij dat het voor scholen mogelijk is om in plaats van de centrale eindtoets te kiezen voor een andere eindtoets. Voorwaarde is wel dat de alternatieve toets is toegelaten door de minister van OCW.

‘Uitgangspunt daarbij is en blijft dat er voor andere (potentiële) aanbieders van eindtoetsen een reële en gelijkwaardige mogelijkheid bestaat om een alternatief te ontwikkelen en aan te bieden aan scholen’, aldus Dekker. Hij voegt daaraan toe dat hiermee de keuzevrijheid van de scholen en hun besturen is gediend. Het amendement dat hierop betrekking heeft, was ingediend door ChristenUnie en CDA.

De staatssecretaris gaat ook in op een motie waarin staat dat het schooladvies leidend wordt bij de toelating tot het voortgezet onderwijs. ‘Het advies behorend bij het resultaat van de eindtoets dient als tweede objectief gegeven (second opinion)’, aldus Dekker, die hiermee aangeeft dat deze motie van de PvdA en D66 is uitgevoerd.

In de brief van de staatssecretaris gaat het ook over het afnamemoment van de centrale eindtoets. Daar had de VVD in de Eerste Kamer een motie over ingediend. De centrale eindtoets zal zo veel als mogelijk direct aan het begin van de in de wet genoemde periode 15 april–15 mei worden afgenomen. ‘Het resultaat daarvan is dat de eerstkomende jaren de eindtoets rond 20 april wordt afgenomen’, schrijft Dekker.

De toetsen worden dan zo snel mogelijk verwerkt, zodat de resultaten rond 10 mei kunnen worden verwacht. ‘Dit geeft naar verwachting ook het voortgezet onderwijs nog voldoende tijd om ook de leerlingen met een bijgesteld advies tijdig te plaatsen voor het begin van het nieuwe schooljaar’, zo staat in de brief.

Het ontwerp van het Toetsbesluit PO ligt nu als zogenoemde voorhang voor advies bij de Eerste en Tweede Kamer. Daarna gaat het naar de Raad van State.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Initiatief voor stichten/opheffen bij schoolbestuur

Per 1 januari kunnen verzelfstandigde schoolbesturen voor openbaar primair onderwijs zelf het initiatief nemen tot het stichten van een school. Ze krijgen ook de bevoegdheid om zelf te beslissen over de opheffing van een school, mits zij hun gemeente in de gelegenheid stellen die school over te nemen. 

In het najaar gingen de Tweede en Eerste Kamer akkoord met het wetsvoorstel in verband met de stichting en opheffing van openbare scholen door verzelfstandigde besturen in het primair onderwijs. Op 1 januari aanstaande wordt de wetswijziging van kracht. Dit betekent dat verzelfstandigde openbare schoolbesturen dan beschikken over dezelfde instrumenten als bevoegde gezagsorganen in het bijzonder onderwijs. Bovendien krijgen ouders een sterkere positie dan nu het geval is.

Zo kan in de huidige situatie een college van B&W een verzoek om de haalbaarheid van een nieuwe openbare school te onderzoeken nog naast zich neerleggen, onder vermelding van te geringe belangstelling. Straks is het zo geregeld dat een verzoek vergezeld van vijftig ouderverklaringen daadwerkelijk actie van B&W vereist.

Deze wijziging heeft te maken met een aantal casussen, waarbij VOS/ABB als belangenbehartiger voor het openbaar onderwijs betrokken was en is. Zo werd de wens van ouders in het Limburgse dorp Maasbree om daar een openbare basisschool te realiseren in het verleden ernstig vertraagd door het college van B&W. Er ontstond een impasse tussen de gemeente en het schoolbestuur. Dit heeft ertoe geleid dat de openbare school in Maasbree er nog steeds niet is.

Verschuiving
In verband met dalende leerlingenaantallen als gevolg van demografische krimp verwacht de staatssecretaris dat de sterkere positie van ouders en openbare schoolbesturen niet tot meer scholen zal leiden, maar wel tot een verschuiving van het aanbod. Dat zal vooral in steden het geval kunnen zijn.

‘Als de belangstelling voor openbaar onderwijs toeneemt ten koste van het bijzonder onderwijs, kunnen verzelfstandigde besturen en ouders het initiatief nemen om een openbare school te stichten. In de steden zal het aantal leerlingen nog blijven stijgen, wat eraan bijdraagt dat de stichtingsnorm daar wordt gehaald’, zo schreef Dekker in juni in een brief aan de Tweede Kamer.

Krimp
Het wetsvoorstel gaat ook over de bevoegdheid van een verzelfstandigd bestuur voor openbaar onderwijs om een school te sluiten. Dit doet zich met name voor in gebieden die te maken hebben met dalende leerlingenaantallen. Het is aan het verzelfstandigde openbare schoolbestuur om hier een afweging over te maken. Als wordt besloten een school te sluiten, dan moet nog wel de gemeente in de gelegenheid worden gesteld om het bestuur van de school over te nemen.

De termijn die daarvoor staat, is een jaar. Het schoolbestuur moet de gemeente dus een jaar voor de opheffing van een school van het besluit tot die opheffing daarvan op de hoogte brengen en in de gelegenheid te stellen het bevoegd gezag over te nemen.

Let op: een fusie tussen scholen zorgt formeel juridisch voor de opheffing van de school die door die fusie verdwijnt. Ook daarvoor geldt het bovenstaande. Dit betekent dat besturen met een fusie op 1 augustus 2014 snel met hun gemeente om tafel moeten om deze wettelijke eis te bespreken.

Raad bepaalt > gemeente betaalt!
Het feit dat de gemeente een school kan overnemen als het schoolbestuur deze school wil sluiten, is gunstig voor de verzelfstandigde schoolbesturen in het openbaar primair onderwijs.

Nu kan de gemeenteraad een verzelfstandigd openbaar schoolbestuur nog dwingen om een klein schooltje tegen beter weten in open te houden. Niet de gemeente, maar de andere scholen die onder hetzelfde verzelfstandigde bestuur vallen, zijn daar dan de dupe van. Die financiële verantwoordelijkheid verschuift dus naar de gemeente.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Eerste Kamer akkoord met centrale eindtoets

Een ruime meerderheid van de Eerste Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel voor de centrale eindtoets in het basisonderwijs.

De Tweede Kamer ging op 9 april van dit jaar al akkoord met het wetsvoorstel. Nu ook de Senaat ermee heeft ingestemd, wil staatssecretaris Sander Dekker van OCW snel werk maken van de invoering. Vanaf volgend schooljaar 2014-2015 zou de centrale eindtoets in het basisonderwijs een feit moeten zijn.

Het wetsvoorstel stuitte in de Eerste Kamer op verzet van de SP, GroenLinks, de ChristenUnie en de Onafhankelijke Senaatsfractie. Dit komt neer op 16 tegenstemmers van de in totaal 75 Senaatsleden.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Eerste Kamer akkoord: Cito bij wet hofleverancier

De Eerste Kamer heeft de herziening van de Wet SLOA goedgekeurd. Dit betekent dat toetsinstituut Cito en de Stichting Leerplanontwikkeling (SLO) als enige de wettelijke taak hebben om de regering te ondersteunen en adviseren over het ontwikkelen van de centrale toetsen en examens en de onderwijsinhoud.

De herziening van de Wet SLOA (subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten) betekent ook dat andere organisaties dan Cito en SLO geen rijkssubsidie meer kunnen krijgen voor onderwijsondersteunende activiteiten.

Het geld voor praktijkgericht onderwijsonderzoek is uit de Wet SLOA gehaald. Dit budget wordt gebundeld met andere middelen voor onderwijsonderzoek. Het wordt niet meer verdeeld onder de landelijke pedagogische centra en adviesbureau CINOP. De coördinatie van deze geldstroom komt in handen van een regieorgaan, dat onder de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) valt.