Provincies luiden noodklok over krimp

De voorgestelde vereenvoudiging van de bekostiging van het voortgezet onderwijs kan tot grote problemen leiden in gebieden met demografische krimp. Daarvoor waarschuwen de provincies Groningen, Drenthe, Fryslân, Gelderland, Zeeland en Limburg in een gezamenlijke brief aan de Tweede Kamer.

De zes provincies melden dat schoolbesturen voor voortgezet onderwijs in krimpgebieden zich grote zorgen maken over de effecten van de nieuwe bekostiging op hun scholen. ‘In sommige gevallen wordt er (…) zelfs voor gevreesd of vestigingen in stand kunnen worden gehouden’, zo staat in de brief aan de Tweede Kamer.

De Tweede Kamer krijgt het nadrukkelijke advies een grondige ‘krimpcheck’ toe te passen op het wetsvoorstel met betrekking tot de vereenvoudiging van de basisbekostiging van het voortgezet onderwijs.

Lees de brief

Provincie Fryslân en scholen gaan over Fries

De rijksoverheid gaat niet van bovenaf bepalen hoe in de provincie Fryslân het vak Fries op de scholen moet worden ingevuld. Dat benadrukt minister Arie Slob voor primair en voortgezet onderwijs in reactie op een advies van het Friese taalexpertisecentrum DINGtiid.

Slob wijst erop dat het zo is geregeld dat de rijksoverheid bijdraagt aan het bevorderen van de positie van de Friese taal in het onderwijs, maar dat de concrete invulling van het Fries in het onderwijs de verantwoordelijkheid is van de provincie Fryslân en de scholen in die provincie. ‘De rijksoverheid kan haar doel het beste bereiken door te faciliteren en financieren, niet door te verplichten’, aldus Slob.

Bevoegdheid Fries verplicht?

Over het advies van DINGtiid om alleen nog maar leraren voor de klas te zetten die een bevoegdheid Fries hebben, merkt Slob op dat hij daar niet over gaat. ‘Het is aan leraren en scholen zelf om te bepalen op welke wijze zij invulling geven aan het onderwijs in de Friese taal. Scholen maken zelf de afweging of zij (uitsluitend) leerkrachten met een bevoegdheid Fries aan wil stellen’, zo staat in de reactie van de minister.

Hij voegt daaraan toe dat het hem gezien het lerarentekort niet verstandig lijkt om scholen aanvullende eisen op te leggen ten aanzien van het aannemen van leraren.

Minimaal twee uur Fries per week?

Het advies van DINGtiid om de Wet op het voortgezet onderwijs te wijzigen om
op die manier twee lesuren Fries te verplichten, is volgens Slob lastig verenigbaar met de intentie van deze wet. ‘Voor geen enkel vak wordt namelijk het aantal wekelijkse
onderwijsuren voorgeschreven. Het totale minimum klokuren is wel wettelijk vastgelegd. Scholen zijn hierbinnen zelf verantwoordelijk voor het bepalen van het aantal lesuren per vak per week.’

‘Ook gaan zij over de afweging of ze Fries al dan niet als keuze-examenvak aanbieden’, aldus Slob.

Lees meer…

Veel noordelijke havo’ers en vwo’ers haken af

Havo- en vwo-scholieren in Friesland en Drenthe maken opvallend vaak hun school niet af. Dat meldt het Friesch Dagblad.

Het percentage leerlingen dat afhaakt en zich inschrijft voor een mbo-opleiding ligt in de provincies Friesland en Drenthe fors hoger dan gemiddeld in Nederland. In Friesland stapt 3,6 procent en in Drenthe 4 procent zonder diploma over naar het mbo. Het landelijke gemiddelde ligt op 2,5 procent.

Utrecht en Limburg scoren met 2 respectievelijk 2,1 procent ruim onder het landelijke gemiddelde. De oorzaak van de regionale verschillen is niet duidelijk.

‘Scholenfusie in veel dorpen onvermijdelijk’

In veel Friese dorpen zullen de basisscholen de komende jaren moeten fuseren of op een andere manier samenwerken. Die verwachting spreekt algemeen directeur Klaas Fokkinga van het protestants-christelijke schoolbestuur PCBO Dantumadeel uit in het Friesch Dagblad.

Fokkinga reageert op het nieuws dat de kleinescholentoeslag toch behouden blijft. Staatssecretaris Sander Dekker van OCW wilde die afschaffen en in plaats daarvan met een regeling komen om samenwerking tussen kleine scholen en hun besturen te stimuleren.

De realiteit is dat het ook met de kleinescholentoeslag als gevolg van de doorzettende bevolkingskrimp onmogelijk zal zijn om met hetzelfde aantal scholen door te gaan. Fokkinga wijst erop dat er steeds meer lokalen komen leeg te staan. Het is nu al voor veel kleine basisscholen nagenoeg onmogelijk zelfstandig rond te komen.

Openbaar en bijzonder
VOS/ABB benadrukt dat in krimpgebieden samenwerking noodzakelijk blijft om het aanbod en de kwaliteit van het onderwijs op peil te houden, ook nu de kleinescholentoeslag blijft bestaan. Samenwerking tussen openbaar en bijzonder onderwijs kan in veel dorpen een oplossing bieden. Deze samenwerking kan op basis van wederzijdse aandacht en respect voor elkaars levensbeschouwelijke achtergrond.

Lees ook het commentaar van directeur Ritske van der Veen van VOS/ABB op het nieuws dat de kleinescholentoeslag blijft bestaan.

Pleidooi voor behoud kleine christelijke scholen

De Coöperatie Christelijk Basisonderwijs (CBO) Fryslân geeft in een brief aan de vaste Kamercommissie voor OCW aan dat de kleinescholentoeslag moet blijven bestaan om ‘kleinere scholen met een bepaalde geloofs- of levensvisie’ in stand te kunnen houden. 

De brief is een reactie op het plan van staatssecretaris Sander Dekker van OCW om de kleinescholentoeslag te vervangen door een toeslag voor scholen die met elkaar samenwerken. Dit kan samenwerking zijn die boven de denominaties uitstijgt. CBO Fryslân kiest daar niet voor, naar eigen zeggen omdat de zogenoemde samenwerkingsbonus tot onnodige bestuurlijke drukte zou leiden.

De christelijke coöpreratie noemt ook een andere reden: ‘Afschaffen van de kleinescholentoeslag betekent, dat scholen kleiner dan 145 leerlingen minder middelen ontvangen van de overheid, terwijl besturen en de betreffende scholen nu al aangeven, dat de huidige financiering onvoldoende is.’ Dit betekent volgens CBO Fryslân dat bij het beëindigen van de kleinescholentoeslag op termijn veel scholen met minder dan 145 leerlingen hun deuren moeten sluiten en dat daardoor verschillende dorpen geen voorziening meer hebben voor basisonderwijs.

In de brief aan de Tweede Kamer staat ook dat CBO Fryslân een goede spreiding van onderwijslocaties wil, ‘waarbij ouders, daar waar mogelijk, keuzevrijheid behouden’. De christelijke coöperatie pleit ervoor ‘de kleine scholentoeslag te behouden vanaf een bepaalde grootte, waardoor huisnabij onderwijs mogelijk blijft en kleinere scholen met een bepaalde geloofs- of levensvisie open kunnen blijven’.

Ouders moeten meer waarde hechten aan school

Een school wordt te weinig gezien als een voorrecht en een plaats waar je dingen kunt bereiken. Dat meldt het Friesch Dagblad naar aanleiding van het Onderwijsdebat van Fryslân dat dinsdag in het Provinciehuis in Leeuwarden werd gehouden.

‘Als ik de ouders vraag wat de reden is dat ze hun kinderen naar school sturen, krijgt ik als antwoord dat de kinderen vier jaar zijn geworden’, aldus directeur Willem Wouda van iepenbiere basisskoalle It Holdersnêst in het Friese dorp Harkema. ‘De ouders zien de school als een nutsvoorziening. Terwijl ze bij ons op het voetbalveld wél veel ambitie hebben met hun kinderen. Maar op school is dat veel minder.’

Wouda kreeg in 2010 van Onderwijsbureau Meppel de Schoolleider van het Jaar-Pluim. Magazine School! van VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs heeft toen in een artikel aandacht aan hem besteed.

Het Friesch Dagblad citeert op zijn website ook hoogleraar-bestuurder Frans Zwarts van de University Campus Fryslân. Hij ziet eenzelfde trend. ‘Amerikaanse families liggen soms krom om hun kinderen maar naar scholen te kunnen sturen die iets voorstellen. Zij weten wat onderwijs waard is en dat het wat kan kosten. Dat mis ik hier in Nederland.’

Krimp in Friesland: terugblik op dorpje Nes in 1973

Omrop Fryslân heeft donderdag een uitzending van Van Gewest tot Gewest uit 1973 herhaald. De reportage uit het dorpje Nes in de gemeente Dongeradeel gaat over de openbare lagere school, die toen de kleinste school van Nederland was. Het laat zien dat ook toen de discussie over het sluiten van kleine scholen actueel was.

Het dorpje Nes in het dunbevolkte noordoosten van de provincie Friesland heeft sinds juli 2006 geen basisschool meer. De christelijke basisschool De Tarissing sloot toen de deuren. De openbare lagere school in Nes ging dicht in 1983. Het gebouw van de openbare lagere school uit 1883 werd toen woning en expositieruimte. Het gebouw was precies 100 jaar in functie geweest als school.

Jarenlang vocht de openbare school tegen sluiting. In 1931 werd de openbare school in Wierum gesloten en kon de school nog profiteren van Wierumer kinderen die met een bus naar Nes werden gebracht. In 1934 vroeg minister Henri Marchant van Onderwijs, gedwongen door de slechte economische toestand, gemeenten medewerking te verlenen om openbare scholen te sluiten. In Oostdongeradeel werden de scholen te Oosternijkerk, Oostrum en Engwierum gesloten en in Westdongeradeel die te Hantum. 

De gemeente keerde zich echter tegen sluiting van de school in Nes met een beroep op de Kroon. Het hoofdargument was dat die school in het noordoostelijke gedeelte van de gemeente lag waar verder geen openbaar onderwijs was. Jonge kinderen zouden elke dag met de bus naar Ternaard gebracht moeten worden. De Kroon gaf de gemeente gelijk en zorgde voor een ontheffing voor onbepaalde tijd. In de jaren 80 was de school in Nes met vijf of zes leerlingen de kleinste van Nederland. Als er griep heerste, was er soms maar één leerling. 

Na de zomervakantie van 1983 zouden er nog maar twee leerlingen zijn. De inspecteur adviseerde toen om de school te sluiten. 'Het is onderwijskundig onverantwoord een school met twee leerlingen in stand te houden. Vanuit financieel oogpunt lijkt het mij, gezien de economische toestand, niet verantwoord voor twee leerlingen een gebouw van twee lokalen te exploiteren en een hoofdensalaris beschikbaar te stellen.' De gemeenteraad ging toen akkoord met de sluiting van de openbare lagere school in Nes.

De reportage van Van Gewest tot Gewest uit 1973 kunt hier bekijken:

Foto: www.nesdongeradeel.nl