Week van Respect ook voor gemeenten!

Voorzitter Awraham Soetendorp van de Respect Education Foundation roept elke burgemeester in Nederland op om in november met zijn of haar gemeente mee te doen aan de Week van Respect.

‘Respectvol samenleven in een inclusieve stad waar ruimte is voor iedereen. Het klinkt zó gewoon en eenvoudig. Helaas is polarisatie, discriminatie en uitsluiting vanwege afkomst, seksuele geaardheid, sociale klasse of geloof nog steeds aan de orde van de dag. Alleen samen kunnen we zorgen voor een samenleving waarin iedereen zich thuis en geaccepteerd voelt’, zo meldt de Respect Education Foundation, een samenwerkingspartner van VOS/ABB.

In dit filmpje richt voorzitter Soetendorp zich aan alle burgemeesters in Nederland om (net als veel scholen) mee te doen aan de Week van Respect van 5 tot en met 11 november.

Gratis lesbrieven over gemeenteraadsverkiezingen

De Respect Education Foundation stelt online gratis lesbrieven beschikbaar over de gemeenteraadsverkiezingen op 21 maart.

Er zijn lesbrieven op drie niveaus:

 

SOOOG wil scholen niet overdragen aan gemeente

Het bestuur van de Stichting Openbaar Onderwijs Oost Groningen (SOOOG) werkt niet mee aan het plan van wethouder Wietze Potze van de nieuwe fusiegemeente Westerwolde om vijf openbare basisscholen onder integraal gemeentelijk bestuur te plaatsen. Dat laat bestuurder Jaap Hansen van SOOOG aan VOS/ABB weten.

Het gaat om vijf openbare basisscholen in de vroegere gemeente Bellingwedde, die met de vroegere gemeente Vlagtwedde is gefuseerd tot de nieuwe gemeente Westerwolde die sinds 1 januari jongstleden bestaat.

Op het grondgebied van de vroegere gemeente Vlagtwedde valt het openbaar basisonderwijs bestuurlijk onder de gemeente, maar op het grondgebied van de voormalige gemeente Bellingwedde vallen ze onder SOOOG. Wethouder Potze wil nu dat die SOOOG-scholen ook onder gemeentelijk bestuur van Westerwolde komen, meldt het Dagblad van het Noorden.

SOOOG werkt niet mee

SOOOG prakkiseert er niet over om daaraan mee te werken, zegt bestuurder Hansen tegen VOS/ABB. Ten eerste wijst hij op het regeringsbesluit uit 1994 om het openbaar onderwijs onder te brengen in zelfstandige stichtingen. Dit om belangenverstrengeling tegen te gaan als een gemeentebestuurder ook schoolbestuurder is.

Daarnaast is volgens Hansen een overdracht aan de gemeente niet in het belang van de betreffende openbare basisscholen. Hij wijst erop dat SOOOG volgens de Inspectie van het Onderwijs de organisatie zowel onderwijsinhoudelijk als bedrijfseconomisch op orde heeft.

Geen goedkeuring

Bovendien benadrukt hij dat voor een overdracht aan de gemeente goedkeuring is vereist van het bestuur, de raad van toezicht en de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van SOOOG alsmede van de gemeenteraden van de gemeenten Westerwolde, Pekela en Oldambt. SOOOG heeft ook in die twee laatsgenoemde gemeenten openbare basisscholen.

De goedkeuring van het bestuur van SOOOG komt er in elk geval niet, aldus Hansen. Wel geeft hij aan open te staan voor het idee om de openbare basisscholen in de voormalige gemeente Vlagtwedde onder te brengen bij SOOOG.

Hoeveel onderwijsachterstandsgeld krijgt uw gemeente?

Het ministerie van OCW heeft de indicatieve bedragen van het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid in 2018 gepubliceerd.

Voor de indicatieve bedragen is rekening is gehouden met de gemeentelijke herindelingen per 1 januari 2018. De bedragen zijn onder voorbehoud van de officiële beschikkingen van DUO.

Indicatie bedragen gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid 2018

Segregatie grote stad en randgemeenten neemt toe

Veel gezinnen met jonge kinderen verlaten de grote stad. Dat geldt vooral voor gezinnen met een hoger inkomen, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Gezinnen verhuizen vaak als de kinderen nog niet naar school gaan, vooral als ze in een van de vier grote steden wonen. Van de stellen die in 2012 een eerste kind kregen buiten de vier grote steden, verhuisde 14 procent binnen vier jaar naar een andere gemeente. Het vertrek uit de grote steden was twee tot drie keer zo hoog.

Veel gezinnen weg uit Amsterdam

Van de jonge gezinnen in Amsterdam was 40 procent binnen vier jaar na de geboorte van het eerste kind verhuisd naar een andere gemeente, vaak in de buurt van de stad. Uit Utrecht vertrok 34 procent, uit Rotterdam 28 procent en uit Den Haag 27 procent.

Vooral stellen met jonge kinderen die een hoger inkomen hebben, verlaten de grote stad. Als ze minder geld te besteden hebben, blijven ze daar over het algemeen wonen. Het mag duidelijk zijn dat dit gevolgen heeft voor de scholen. In de grote steden zullen die gemiddeld meer kinderen hebben uit minder welgestelde gezinnen dan in randgemeenten.

Nieuwe kabinet komt met visie op zorgplicht gemeente

Het volgende kabinet zal reageren op het advies Decentraal onderwijsbeleid bij de tijd van de Onderwijsraad, meldt demissionair minister Jet Bussemaker van OCW aan de Tweede Kamer.

In dit advies staat dat het nodig is de rol van de gemeenten bij het onderwijs goed onder de loep te nemen, onder meer wat betreft het toezicht door de gemeenteraad op het verzelfstandigde openbaar onderwijs.

Artikel VOS/ABB

De Onderwijsraad verwijst in zijn advies naar het artikel De gemeente en ‘haar’ openbaar onderwijs van de juristen Ronald Bloemers en Janine Eshuis van VOS/ABB in het Nederlands Tijdschrift voor Onderwijsrecht en Onderwijsbeleid (NTOR).

Bloemers en Eshuis belichten in hun artikel de zorgplicht die de gemeenten vanuit de Grondwet hebben voor het openbaar onderwijs. Zij stellen de vraag wat deze zorgplicht inhoudt, nu bijna alle openbare scholen zijn ondergebracht in privaatrechtelijke stichtingen en aldus niet meer onder de gemeenten vallen.

Volgende kabinet

Bussemaker laat aan de Tweede Kamer weten dat het advies van de Onderwijsraad dusdanig is dat het een demissionair kabinet niet past erop te reageren. ‘Wij laten het daarom aan onze opvolgers om een antwoord te formuleren op de aanbevelingen’, aldus de minister van OCW.

Moet gemeentelijk toezicht openbaar onderwijs anders?

Het is nodig om de rol van de gemeenten bij het onderwijs goed onder de loep te nemen, onder meer wat betreft het toezicht door de gemeenteraad op het verzelfstandigde openbaar onderwijs. Dat staat in het advies Decentraal onderwijsbeleid bij de tijd van de Onderwijsraad.

De raad noemt in het advies eerst drie redenen om goed te kijken naar de rol van de gemeenten in het onderwijsdomein:

  • Grotere verantwoordelijkheid van gemeenten voor jeugdhulp en arbeidsmarktparticipatie;
  • Samenwerking tussen gemeenten en onderwijsinstellingen op het complexe lokale en regionale speelveld;
  • Grote verschillen in omvang en bestuurskracht.

Geadviseerd wordt om een breed samengesteld beraad te organiseren. Voor dat beraad wordt al een aantal principes meegegeven, zoals het uitgangspunt dat dat het primaat ten aanzien van onderwijsinhoud en -proces bij het schoolbestuur ligt.

Openbaar onderwijs

De Onderwijsraad stelt ook dat het beraad zich zou moeten uitspreken over de vraag of het bestuurlijk toezicht op het verzelfstandigde openbaar onderwijs door de gemeenteraad toe is aan herwaardering of dat de overheidsinvloed op het openbaar onderwijs op een andere manier vorm dient te krijgen.

De raad verwijst in zijn advies naar een artikel van de juristen Ronald Bloemers en Janine Eshuis van VOS/ABB in het Nederlands Tijdschrift voor Onderwijsrecht en Onderwijsbeleid (NTOR). Zij gaan in hun artikel in op de invloed van de gemeenten op het openbaar onderwijs.

Daarbij belichten Bloemers en Eshuis de zorgplicht die de gemeenten vanuit de Grondwet hebben voor het openbaar onderwijs. Zij stellen de vraag wat deze zorgplicht inhoudt, nu bijna alle openbare scholen zijn ondergebracht in privaatrechtelijke stichtingen en aldus niet meer onder de gemeenten vallen.

Download het artikel De gemeente en ‘haar’ openbaar onderwijs.

Brochure VOS/ABB en VNG

In 2012 hebben VOS/ABB en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)  een online brochure uitgebracht over de relatie tussen het openbaar onderwijs en de gemeenten. De rode draad in deze publicatie is de Wet goed onderwijs, goed bestuur en de invloed daarvan op de samenwerking tussen het openbaar onderwijs en de gemeenten. Er wordt gewerkt aan een actualisering van de brochure.

Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de brochure downloaden.

Breed beraad

VOS/ABB is blij met de oproep van de Onderwijsraad tot een breed beraad over de relatie tussen het onderwijs en de gemeenten en wil daar als belangenbehartiger van het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs uiteraard graag aan deelnemen.

Uitstel CBS-indicator onderwijsachterstandenbeleid

De nieuwe CBS-indicator voor het onderwijsachterstandenbeleid wordt nog niet ingevoerd. De huidige bekostigingssystematieken blijven in elk geval tot en met 2018 handhandhaafd, meldt demissionair staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer.

Dekker constateert na overleg met de PO-Raad en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) dat ‘veel zorgen de herverdeeleffecten van een nieuwe bekostigingssystematiek en de omvang van het budget betreffen’. De kwaliteit van de nieuwe indicator die door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is ontwikkeld, staat echter niet ter discussie, schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer.

‘Door de nieuwe indicator kan de doelgroep objectiever en op een meer verfijnde manier worden gedefinieerd. Tevens zal het gebruik van deze indicator de administratieve lasten van scholen sterk verminderen, omdat het gebaseerd is op centraal geregistreerde data. Het is voor scholen niet meer nodig om het opleidingsniveau van de ouders uit te vragen, zoals in de huidige situatie’, aldus Dekker.

Toch heeft hij ervoor gekozen om de invoering van de nieuwe CBS-indicator uit te stellen. Dat heeft te maken met het demissionaire karakter van het huidige kabinet. Het besluit van de staatssecretaris betekent dat in elk geval tot en met 2018 de huidige bekostigingssystematieken van kracht blijven.

PO-Raad woedend

Hoewel Dekker meldt dat hij het besluit tot uitstel heeft genomen na overleg met de PO-Raad en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en hij ook meldt dat die het met hem eens zijn, reageert de PO-Raad mede namens de VNG woedend. De sectorraad meldt met een cynische ondertoon dat de ‘verdwijntruc’ met het onderwijsachterstandengeld ‘wegens succes’ door het ministerie van OCW is verlengd.

‘De PO-Raad en Vereniging Nederlandse Gemeenten vinden het onverantwoord om het huidige, grotendeels verdampte budget te gaan herverdelen. Dus besluit demissionair staatssecretaris Sander Dekker maar helemáál niet in te grijpen’, aldus de PO-Raad, die dit ‘stuitend’ noemt.

Volgens de PO-Raad is ‘nu echt de maat vol’. Voorzitter Rinda den Besten van de sectororganisatie zegt dat het kabinet niet beseft ‘wat voor schade het aanricht als voorzieningen voor kwetsbare kinderen verdwijnen’. Ze zegt ook dat een volgend kabinet ‘straks meteen met 3-0 achter staat’.

De PO-Raad meldt niet of er actie wordt ondernomen tegen het besluit van Dekker.

Lees meer…

 

‘Geen bezuiniging op onderwijsachterstandenbeleid’

Demissionair staatssecretaris Sander Dekker van OCW spreekt tegen als zou hij 65 miljoen euro bezuinigen op het onderwijsachterstandenbeleid.

GroenLinks-Kamerlid Rik Grashoff wilde naar aanleiding van een brandbrief van de gemeenten weten of Dekker voornemens is ‘de bezuiniging van 65 miljoen euro op het onderwijsachterstandenbeleid terug te draaien’.

De staatssecretaris zegt dat er geen sprake is van een bezuiniging, maar van een ‘ramingsbijstelling ten gevolge van de algemene leerlingendaling in het primair onderwijs en vanwege het feit dat het opleidingsniveau van ouders stijgt’.

Hij wijst er ook op dat bij de vaststelling van de onderwijsbegroting voor 2016 de Tweede Kamer heeft ingestemd met de ramingsbijstelling.

Lees meer…

Verlaging opheffingsnormen kost miljoenen

De overheid zal tientallen miljoenen euro’s extra moeten betalen als de gemeentelijke opheffingsnormen in het primair onderwijs worden verlaagd. Dat heeft staatssecretaris Sander Dekker van OCW laten doorrekenen. 

Dekker geeft met de doorrekening gehoor aan een aangenomen motie van Tweede Kamerlid Eppo Bruins van de ChristenUnie. De staatssecretaris heeft twee scenario’s laten doorrekenen:

  1. Verlaging van de opheffingsnormen naar maximaal 175, 150 of 100 leerlingen. De ondergrens blijft 23 leerlingen. De uitzonderingsbepalingen blijven van toepassing.
  2. De opheffingsnormen worden verlaagd volgens de drie bovenstaande varianten. Daarnaast verdwijnen de belangrijkste uitzonderingsbepalingen: gemiddelde schoolgrootte en laatste school van een richting/laatste openbare school.

Uitvoering van het eerste scenario leidt volgens Dekker tot hogere overheidsuitgaven. Uitgaand van een verlaging van de bovengrens van de opheffingsnorm tot 100 leerlingen en het jaar 2021, gaat het naar schatting om 97 scholen en nevenvestigingen die openblijven. De totale kosten voor de overheid die daarmee gemoeid zouden zijn, bedragen naar verwachting 26 miljoen euro in 2021.

In het tweede scenario zullen minder scholen en nevenvestigingen openblijven dan in het eerste scenario, ook als de bovengrens van de opheffingsnorm verlaagd wordt naar 100 leerlingen. Dit scenario kan echter ook leiden tot meer stichtingen van scholen. Het is derhalve moeilijk aan te geven welke extra kosten dit scenario met zich meebrengt.

Dekker voegt eraan toe dat het openblijven van meer kleine scholen er waarschijnlijk toe zal leiden dat meer gebouwen in gebruik blijven waarin sprake zal zijn van gedeeltelijke leegstand. De kosten die daaraan verbonden zijn, komen voor rekening van de betreffende gemeenten.

Samenwerking

Dekker benadrukt dat hij een verlaging van de gemeentelijke opheffingnormen onverstandig vindt. Hij ziet meer in samenwerking tussen scholen.

‘Bij een verlaging van de opheffingsnorm voorzie ik een averechts effect dat ertoe kan leiden dat scholen juist minder gaan samenwerken. De huidige systematiek van de opheffingsnormen biedt al veel ruimte voor maatwerk. Het moedigt schoolbesturen aan om samen te werken aan een toekomstbestendig en robuust onderwijsaanbod in de regio’, aldus de staatssecretaris.

Lees meer…

 

Welke invloed heeft gemeente op openbaar onderwijs?

De juristen Ronald Bloemers en Janine Eshuis van VOS/ABB gaan in een artikel in het Nederlands Tijdschrift voor Onderwijsrecht en Onderwijsbeleid (NTOR) in op de invloed van de gemeenten op het openbaar onderwijs.

Het artikel gaat onder andere over de zorgplicht die de gemeenten vanuit de Grondwet hebben voor het openbaar onderwijs. Wat houdt deze zorgplicht in, nu bijna alle openbare scholen zijn ondergebracht in privaatrechtelijke stichtingen en aldus niet meer onder de gemeenten vallen?

Download het artikel De gemeente en ‘haar’ openbaar onderwijs.

 

Gemeenten met krimp tackelen leegstand in scholen

Krimpende leerlingaantallen in het basisonderwijs hebben geen significante invloed op de doelmatigheid van onderwijshuisvesting door gemeenten, blijkt uit onderzoek van het CAOP en de TU Delft.

Veel gemeenten met krimp spelen daar volgens de onderzoekers vroeg en goed op in door bijvoorbeeld leegstaande schoolgebouwen te verhuren of een andere functie te geven. ‘Je moet als gemeente echt jaren van tevoren al rekening houden met de functie van het gebouw’, zegt onderzoeker Thomas Niaounakis tegen Binnenlands Bestuur.

‘Vaak werd een deel van een schoolgebouw ingezet voor een sociale functie, voor kinderopvang of sociale wijkteams bijvoorbeeld. Bij een andere locatie werd er een gezondheidscentrum gevestigd, compleet met huisartsen en fysiotherapeuten. Andere gemeenten voegden twee scholen samen of verhuurden de lege ruimtes gewoon aan derden’, aldus Niaounakis.

In het kader van de doordecentralisatie van onderwijshuisvesting en de financiële risico’s van leegstand pleiten de onderzoekers voor schoolorganisaties met minimaal 2000 leerlingen. De meeste schoolbesturen in het basisonderwijs zijn kleiner. Besturen kunnen mogelijk aan die minimumomvang voldoen door regionale samenwerking aan te gaan.

Lees meer…

Schatkistbankieren ook voor openbaar onderwijs

De mogelijkheden bij de schatkist tussen het openbaar en bijzonder onderwijs zijn gelijkgetrokken, bevestigt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in antwoord op vragen uit de Tweede Kamer.

De Tweede Kamer wilde van Dekker weten hoe het voor scholen voor openbaar onderwijs verschil uitmaakt, nu de gemeentegarantie voor een rekening-courantkrediet wordt afgeschaft.

Dit heeft volgens de staatssecretaris voor het openbaar onderwijs tot gevolg dat een rekening-courantkrediet kan worden afgesloten, zonder dat de gemeente hier garant voor hoeft te staan. ‘Het wordt hierdoor voor een instelling in het openbaar funderend onderwijs eenvoudiger om een krediet af te sluiten. Hiermee zijn de mogelijkheden bij de schatkist tussen het openbaar en het bijzonder onderwijs gelijkgetrokken’, aldus Dekker.

Brief over schatkistbankieren

Zijn antwoord volgt op de brief over schatkistbankieren die hij afgelopen november naar de Tweede Kamer stuurde. Daarin wees Dekker erop dat de gemeenten weliswaar verantwoordelijk zijn voor openbaar onderwijs, maar dat de bekostiging ervan via OCW loopt. Bovendien blijkt in de praktijk dat de bestuurlijke en financiële verantwoordelijkheid meestal is overgedragen aan verzelfstandigde schoolbesturen.

‘De invloed van de gemeente is daardoor beperkt, waardoor de invloed van de gemeente bij een rekening-courantkrediet van een instelling in het openbaar onderwijs nauwelijks anders is dan bij een rekening-courantkrediet in het bijzonder onderwijs. Het beleid voor het vragen van een gemeentegarantie voor een rekening-courantkrediet in het openbaar onderwijs wordt daarom afgeschaft’, aldus Dekker toen.

In het februarinummer van ons magazine Naar School! staat een artikel over schatkistbankieren.

Download artikel Schatkistbankieren ook voor openbaar onderwijs

 

Dekker positief over verplicht integraal huisvestingsplan

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW wil kijken naar de mogelijkheid om de gemeenten wettelijk te verplichten om samen met schoolbesturen integrale huisvestingsplannen op te stellen. Dit laat hij weten in een brief aan de Tweede Kamer over het recente huisvestingsakkoord van de sectororganisaties PO-Raad en VO-raad en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG).

Deze drie organisaties stellen in het akkoord onder andere voor om elke gemeente wettelijk te verplichten om samen met de schoolbesturen (op basis van op overeenstemming gericht overleg (OOGO)) een integraal huisvestingsplan (IHP) op te stellen. Daarin worden afspraken gemaakt over (vervangende) nieuwbouw en renovatie.

Voorziening renovatie

In het voorstel staat ook dat renovatie als een voorziening in de wet moet worden opgenomen en dat gemeenten en schoolbesturen daar gezamenlijk verantwoordelijk voor moeten worden. De schoolbesturen zouden moeten worden verplicht een meerjarenonderhoudsplan (MOP) per schoolgebouw op te stellen. De MOP’s zouden moeten worden afgestemd op het IHP.

De sectororganisaties en de VNG willen daarnaast dat gemeenten een jaarlijks budgetplafond vaststellen en voor meerdere jaren een voorziening inrichten. Het budgetplafond voor schoolbesturen in het primair onderwijs zou moeten worden aangepast.

Nadere uitwerking

Sander Dekker ziet wel wat in het akkoord, maar het vereist volgens hem nog wel nadere uitwerking. Hij noemt juridische vormgeving en de verdeling van verantwoordelijkheden tussen gemeenten en schoolbesturen. Ook wil hij weten wat de financiële consequenties van het akkoord zijn.

Over het opstellen van een IHP merkt hij op dat gemeenten en schoolbesturen dat nu ook al samen kunnen doen. Als er een wettelijke plicht nodig is, dan is hij dus bereid om die mogelijkheid te onderzoeken.

Stap voorwaarts

Het akkoord is een stap voorwaarts voor het primair en voortgezet onderwijs, zo merkt juridisch adviseur Ronald Bloemers van VOS/ABB op, omdat het schoolbesturen meer zekerheid biedt. ‘Nu kan een gemeente nog eenzijdig beslissen om een IHP te wijzigen. Dat kan niet meer zomaar als de wettelijke plicht er komt om IHP’s op te stellen op basis van OOGO met de schoolbesturen. Gemeente en besturen worden gezamenlijk verantwoordelijk voor de uitvoering daarvan’, aldus Bloemers.

Daarnaast zijn de gemeente en het schoolbestuur straks gezamenlijk verantwoordelijk voor de uitvoering van een vervangende nieuwbouw of renovatie. ‘De kosten zullen gedeeld worden en de verdeelsleutel zal afhankelijk zijn van de omstandigheden van het geval. Het investeringsverbod voor schoolbesturen is hiermee deels opgeheven en dat geeft het veld ruimte om in gesprek met de gemeente goede afspraken te maken.’

‘Nu wijzen schoolbestuur en gemeente vaak naar elkaar als de verantwoordelijke voor de rekening. Met dit akkoord zal er in gezamenlijkheid meer mogelijk worden. Gemeenten en schoolbesturen kunnen dit alvast meenemen in de gesprekken over een IHP’, zo sluit Bloemers af.

Nieuw rekeninstrument onderwijshuisvestingsbeleid

In de map Huisvesting van onze online Toolbox is het geactualiseerde rekeninstrument met betrekking tot het gemeentelijke onderwijshuisvestingsbeleid opgenomen.

Met dit instrument kunt u de uitkering die een gemeente krijgt uit het Gemeentefonds voor de onderwijshuisvesting vergelijken met de lasten in de begroting van uw gemeente.

Helaas zijn deze begrotingsgegevens niet meer beschikbaar bij het Centraal Bureau voor de Statistiek, omdat het CBS ze niet meer opneemt. Wel is het mogelijk de gegevens zelf te achterhalen uit de begroting van uw gemeente.

Op grond daarvan is het dan mogelijk te vergelijken wat uw gemeente ontvangt voor en wil uitgeven aan onderwijshuisvesting.

Dit instrument is relevant voor het primair en voortgezet onderwijs.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Grote steden eisen meer geld voor asielzoekers

De vier grote steden eisen van het Rijk meer geld voor onder andere onderwijs aan asielzoekers met een verblijfsvergunning.

De betrokken wethouder geven in een open brief in de Volkskrant aan dat ze veel meer geld nodig hebben. ‘Op dit moment is het verschil tussen wat gemeenten nodig hebben en wat het Rijk biedt nog honderden miljoenen euro’s’, zo staat in de brief. De wethouders noemen dat ‘een zeer teleurstellende constatering’.

De wethouders van de grote steden zeggen dat ze het geld nodig hebben voor onderwijs, toeleiding naar werk, bijstand, bijzondere bijstand en zorg.

Kamer wil af van korting op achterstandsgeld

Een meerderheid in de Tweede Kamer wil niet dat er bezuinigd wordt op het achterstandsgeld. Staatssecretaris Sander Dekker van OCW vindt dat oké, maar dan moet de Kamer wel aangeven waar het geld vandaan moet komen.

Onder andere de vier grote steden, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de PO-Raad trekken aan de bel over een door Dekker ingeboekte korting op het budget voor het voorkomen en wegwerken en achterstanden bij bepaalde groepen leerlingen. Ze willen dat het budget dat dit jaar beschikbaar is, wordt bevroren.

Gevreesd wordt dat met minder achterstandsgeld de kloof tussen achterstandskinderen en leerlingen die geen achterstanden hebben groter wordt. Dat is nou net de ontwikkeling die de Inspectie van het Onderwijs met een grote mate van bezorgdheid signaleert in het rapport De Staat van het Onderwijs.

De Kamer heeft donderdag aangegeven dat er niet bezuinigd zou mogen worden. Dekker vindt dat geen slecht idee, maar hij vindt ook dat de Kamer dan wel met een oplossing moet komen voor het financiële gat dat hierdoor zou ontstaan.

Minder achterstandsgeld nodig?

De staatssecretaris heeft eerder aangegeven dat de gemeenten in 2017 2,8 procent minder achterstandsgeld krijgen dan in 2016. Dekker zegt dat dit samenhangt met een daling van het aantal kinderen en een stijging van het opleidingsniveau van ouders.

Een voorgenomen herverdeling van het achterstandsgeld, die ten koste zou gaan van de grote steden en ten gunste zou komen van plattelandsgemeenten, gaat niet door, zo heeft Dekker aan de Tweede Kamer laten weten.

Leerlingen en personeel verdienen goede schoolgebouwen

Veel gemeenten zijn te karig met onderwijshuisvesting. Het is goed dat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) dat nu erkent.

Een woordvoerder van de VNG bevestigt in het Algemeen Dagblad dat veel gemeenten voor onderwijshuisvesting nog rekenen met bedragen die in de jaren 80 zijn vastgesteld. Iedereen weet dat je daar niet meer mee uitkomt, omdat de eisen die tegenwoordig aan schoolgebouwen worden gesteld (veel) meer geld vergen.

Het gevolg is dat er maar weinig nieuwbouw is en dat leerlingen en personeel in slechte schoolgebouwen blijven zitten. Dit probleem wordt erger nu de economische crisis min of meer voorbij is en bouwbedrijven weer meer geld voor grote klussen kunnen vragen.

Bij VOS/ABB roepen we al jaren dat er meer geld naar onderwijshuisvesting moet. De gemeenten kunnen simpelweg niet meer met sterk verouderde bedragen blijven rekenen. Budgettair is dat voor hen wellicht interessant en ik snap ook wel dat er bij veel gemeenten al jaren fors wordt bezuinigd, maar voor het onderwijs is dit een buitengewoon slechte zaak. Kijk maar naar het slechte binnenklimaat van veel schoolgebouwen uit de jaren 60 en naar de torenhoge energiekosten in dergelijke gebouwen. Dat kunnen we ook in het kader van de klimaatdiscussie niet meer maken!

Nu ook in het primair onderwijs het buitenonderhoud is gedecentraliseerd – de schoolbesturen zijn daar in het voortgezet onderwijs al jarenlang verantwoordelijk voor – is het voor gemeenten aantrekkelijk om aan te dringen op renovatie. De praktijk leert echter dat dat voor veel besturen niet te betalen is. Die doen daarom liever een aanvraag voor nieuwbouw, waarvoor de gemeente verantwoordelijk is. Zo blijven we met z’n allen in een kringetje ronddraaien.

Een voorstel om daar uit te komen, kwam onlangs van onze huisvestingspartner HEVO: het moet wettelijk worden vastgelegd dat schoolbesturen en gemeenten samen de kosten voor de renovatie van schoolgebouwen dragen. Als dat wettelijk wordt vastgelegd, kan dat veel verlammend gesteggel voorkomen. Bovendien kunnen gemeenten dan geld besparen, omdat renovatie over het algemeen goedkoper is dan nieuwbouw.

Een ander punt is dat de situatie zoals hierboven geschetst de vraag rechtvaardigt of het Rijk een taak heeft om de gemeenten beter in staat te stellen om waar nodig de nieuwbouw van scholen nu eindelijk eens goed van de grond te laten komen. Ook is het verstandig om de vraag te stellen of de situatie het noodzakelijk maakt om budgetten van onderwijshuisvesting bij de gemeenten duidelijk te oormerken.

Gemeenten te karig met onderwijshuisvesting

Veel gemeenten hebben niet genoeg geld opzijgezet voor onderwijshuisvesting. Ze rekenen nog met bedragen die in de jaren 80 zijn vastgelegd, terwijl de moderne eisen flink zijn opgeschroefd. Dat schrijft het Algemeen Dagblad (AD).

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) erkent dat de gereserveerde bedragen te laag zijn. De krant citeert woordvoerder Liane ter Maat van de VNG: ‘Ze zijn gebaseerd op normen uit 1985 voor het neerzetten van een sober, doelmatig schoolgebouw. De bedragen houden geen rekening met hogere kwaliteitseisen.’

Volgens manager Ted Peek van de stichting Bouw(kosten)data (BDB) staat vernieuwing van schoolgebouwen in het primair en voortgezet onderwijs zwaar onder druk, nu bouwkosten door het einde van de economische crisis stijgen. Duizenden scholen zijn volgens hem aan vervanging toe, maar daar is geen of niet genoeg geld voor.

Hij stelt in het AD dat per jaar maar zeventig tot tachtig scholen een nieuw onderkomen krijgt. Dat is nog niet 1 procent, terwijl volgens hem ruim de helft van alle gebouwen over de houdbaarheidsdatum is.

De krant citeert ook voorzitter Hidde Benedictus van het Platform Onderwijshuisvesting: ‘Je ziet de gaten vallen in aanbestedingen.’ Daarom wordt steeds vaker voor een goedkopere renovatie gekozen, maar ook daarvoor zijn de budgetten erg krap.

Tevens komt Hans Heijltjes van VOS/ABB’s huisvestingpartner HEVO in het AD aan het woord. HEVO deed onderzoek naar de kwaliteit van 500 schoolgebouwen die in de jaren 60 zijn gebouwd. Daaruit blijkt dat die gebouwen op zaken als bouwkundige staat, exploitatie en binnenklimaat slecht scoren.

Wat heeft inspectie te zoeken bij colleges B&W?

De Inspectie van het Onderwijs sluit samenwerkingsovereenkomsten met de colleges van burgemeester en wethouders van de vier grote steden om periodiek met elkaar te overleggen over de financiële positie van de schoolbesturen. VOS/ABB acht dit een vreemde gang van zaken.

De inspectie maakte onlangs bekend met de Haagse onderwijswethouder Ingrid van Engelshoven (D66) een samenwerkingsovereenkomst te hebben ondertekend en dat dit binnenkort ook zal gebeuren met de wethouders van Amsterdam, Rotterdam en Utrecht.

‘De Inspectie van het Onderwijs en de vier grote steden zullen elkaar over en weer blijven informeren over de financiële situatie van de schoolbesturen in deze steden. Gemeente en inspectie delen in een periodiek overleg informatie en bespreken signalen en waarnemingen met betrekking tot de solvabiliteit, liquiditeit en rentabiliteit van schoolbesturen’, schrijft de inspectie.

Het kan volgens de inspectie gaan om informatie die afkomstig is uit door de inspectie uitgevoerde financiële analyses of om informatie die aangeleverd is door de gemeenten. ‘Wederkerigheid van de informatie-uitwisseling vormt het uitgangspunt’, aldus de inspectie.

Zo snel mogelijk overleggen
In de samenwerkingsovereenkomst staat onder andere dat als een schoolbestuur in financiële problemen raakt of dreigt te raken de inspectie en het college van B&W zo snel mogelijk overleggen.

‘Als het college signalen heeft die duiden op financiële problemen bij een schoolbestuur, kan de inspectie naar aanleiding daarvan een onderzoek instellen naar de financiële continuïteit. In dat geval wordt nagegaan of de financiële situatie van de onderwijsinstelling goed genoeg is om nu en de komende jaren onderwijs van voldoende kwaliteit te verzorgen en of zij snel en effectief kan bijsturen bij onverwachte financiële problemen.’

Inspecteur-generaal Monique Vogelzang noemt de samenwerking met de grote steden vanzelfsprekend. ‘Zowel de inspectie als de steden zijn gebaat bij een nauwe samenwerking op het gebied van financieel toezicht. Zo kan snel en adequaat worden opgetreden als een schoolbestuur in financiële problemen raakt of dreigt te raken’, zegt zij.

Vreemde gang van zaken
VOS/ABB zet grote vraagtekens bij de vanzelfsprekendheid van de samenwerking tussen de inspectie en de colleges van B&W van de vier grote steden. Jurist Ronald Bloemers van VOS/ABB wijst erop dat de overeenkomst lijkt te duiden op een tweegesprek tussen de inspectie en het college van B&W, zonder dat het bevoegd gezag erbij betrokken wordt. ‘Juist het bevoegd gezag dient een van de gesprekspartners te zijn’, aldus Bloemers.

‘Bovendien, er is voor gemeenten al een taak weggelegd ter zake de financiën van het verzelfstandigde openbaar onderwijs’, vervolgt hij. ‘Er is een relatie tussen het bevoegd gezag en de gemeenteraad als externe toezichthouder. Let wel: het betreft hier nadrukkelijk niet het college van B&W. Als daar aanleiding toe is, kunnen er tussen de gemeenteraad en het bevoegd gezag gesprekken zijn over de financiële positie van het schoolbestuur.’

Niet ter zake doend instituut
Bloemers vraagt zich af waarom dergelijke financiële zaken besproken moeten worden met een ‘niet ter zake doend instituut’, zoals hij het college van B&W noemt. ‘Het college wordt zonder grond geïnformeerd over zaken waar het college niets mee kan en niets mee moet. Ik denk dat het college van B&W de indruk heeft dat het namens de overheid, de inspectie valt immers onder het ministerie van OCW, invloed kan uitoefenen. Wat zou anders de functie van deze gegevensuitwisseling zijn? En met welk doel?’

Een ander opmerkelijk punt is dat de inspectie de overeenkomst sluit met de colleges van de vier grote steden en niet met die van andere gemeenten. ‘Financiële risico’s zijn immers niet voorbehouden aan de grote steden’, zo sluit Bloemers af.

Grote verschillen tussen gemeenten in kwaliteit VVE

Tussen gemeenten bestaan grote verschillen in kwaliteit en toegankelijkheid van voor- en vroegschoolse educatie. Dat is een slechte zaak, vindt staatssecretaris Sander Dekker van OCW.

De oorzaak van de verschillen in kwaliteit en toegankelijkheid van VVE-voorzieningen ligt in het beschikbare budget hiervoor, dat sterk varieert tussen gemeenten. Dekker gaat samen met de Tweede Kamer op zoek naar een oplossing hiervoor.

Dekker: ‘Voorschool kan een groot verschil maken in het leven van een kind. Wat mij betreft moet het niet uitmaken waar hij of zij woont, maar dat is nu wel zo. Op dit moment krijgt Leiden bijvoorbeeld ruim twee keer zoveel geld voor VVE als Katwijk, terwijl er evenveel kinderen wonen die ervoor in aanmerking komen.’

Lees meer…

Handreiking passend onderwijs en gemeenten

Samenwerkingsverbanden passend onderwijs en gemeenten kunnen gebruikmaken van een handreiking om hun samenwerking op het gebied van jeugdzorg te concretiseren.

De handreiking is samengesteld door beleidsmedewerker Simone Baalhuis, die onder andere gespecialiseerd is in passend onderwijs. Zij heeft zich hiervoor gebaseerd op een project dat zij heeft uitgevoerd in opdracht van het Steunpunt Passend Onderwijs VO.

Omdat de handreiking mede tot stand is gekomen door gebruikmaking van expertise binnen dit gesubsidieerde project, kunt u – ook als uw organisatie niet bij VOS/ABB is aangesloten – de handreiking gratis downloaden.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

 

 

Beter om extern toezicht bij provincies te beleggen

Het is raadzaam het externe toezicht op het primair en voortgezet onderwijs niet meer bij de gemeenten, maar meer op afstand bij de provincies te beleggen. VOS/ABB dringt er bovendien op aan om de overheid niet alleen te laten toezien op het openbaar onderwijs, maar ook op het bijzonder onderwijs. Beide vormen worden immers gelijkelijk door de overheid gefinancierd.

De gedachte achter het pleidooi van VOS/ABB is dat de provincies een bestuurslaag vormen die ver genoeg van Den Haag staat en tegelijkertijd dicht genoeg bij de lokale gemeenschappen waarbinnen schoolbesturen zich bewegen. ‘Het voordeel van de grotere afstand tussen de schoolbesturen en de provincies, is dat het onderwijs geen risico meer loopt te worden gemangeld tussen verschillende lokale politieke belangen’, zegt directeur Ritske van der Veen van VOS/ABB.

VOS/ABB heeft de afgelopen jaren ervaren hoe in verscheidene gemeenten vooringenomen posities van gemeenteraadsleden en lokale bestuurders positieve ontwikkelingen bij verzelfstandigde openbare schoolbesturen ernstig kunnen dwarsbomen. Met name het openbaar onderwijs kan hierdoor vanwege zijn nauwe band met de gemeente als extern toezichthouder hard worden geraakt. Dit risico kan worden geëlimineerd door het extern toezicht te beleggen bij de provincies.

Bijzonder onderwijs
Tegelijkertijd pleit VOS/ABB ervoor om het gewenste externe toezicht door de provincies niet alleen van toepassing te laten zijn op het openbaar onderwijs, maar ook op het bijzonder onderwijs. Beide vormen worden op grond van artikel 23 van de Grondwet gelijkelijk door de overheid gefinancierd, terwijl het externe toezicht op het bijzonder onderwijs nu niet bij de overheid ligt.

‘Het is niet meer dan logisch dat ook het bijzonder onderwijs zich tegenover de belastingbetaler verantwoordt, omdat die immers ook de rooms-katholieke, protestants-christelijke, islamitische en andere denominatieve scholen betaalt’, aldus Van der Veen.

Onderwijshuisvesting bij gemeenten op laag pitje

De gemeenten hebben in de periode 2007-2012 over het algemeen slechts het minimale gedaan op het gebied van de onderwijshuisvesting. Dat blijkt uit een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Ondanks de gemeentelijke bezuinigingen van de afgelopen jaren, zijn er volgens het SCP weinig aanwijzingen dat de kwaliteit van de gemeentelijke dienstverlening is verminderd. Meestal treedt weinig verandering of zelfs enige verbetering op.

Alleen bij onderwijshuisvesting constateert het SCP dat de gemeentelijke inzet soms te wensen overliet. Het gaat dan met name om het onderhoud van schoolgebouwen.

Ook gaven ouders aan dat zij ontevreden waren over de schoonmaak van scholen en over het binnenklimaat. Deze laatste twee onderdelen vallen echter onder de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen, hoewel gemeenten op grond van de Wet collectieve preventieve gezondheid wel een taak hebben om een goed binnenmilieu te bevorderen.

De schoolgebouwen voldoen volgens de onderzoekers van het SCP wel aan de minimumnormen.

Lees meer op de website van het SCP.

Deskundigheid van VOS/ABB ook voor gemeenten

Gemeenten zijn als toezichthouder bij het bestuur van het openbaar onderwijs betrokken. De kennis en ervaring die VOS/ABB op dit terrein heeft opgebouwd, kan ook voor gemeenten zeer waardevol zijn.

Door lid te worden van VOS/ABB kunnen gemeenten bijvoorbeeld gebruikmaken van de deskundige en veelgeraadpleegde Helpdesk van VOS/ABB. Zowel de eerstelijns- als tweedelijnsadvisering is exclusief voor leden.

De Helpdesk is van maandag tot en met vrijdag van 08.30 tot 12.30 uur telefonisch bereikbaar via 0348-405250. Mailen kan naar helpdesk@vosabb.nl.

Ook kunnen gemeenten die lid zijn van VOS/ABB in het besloten ledengedeelte van deze website. Hier staat een schat aan informatie die betrekking heeft op het onderwijs, waarbij de focus op het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs ligt.

Het VOS/ABB-gemeentelidmaatschap kost slechts 1000 euro per kalenderjaar. Deze investering kunnen gemeenten er dubbel en dwars uithalen!

Gemeenten die van dit aanbod gebruik willen maken, kunnen contact opnemen met 0348-405200 of welkom@vosabb.nl.

Voor inhoudelijke informatie kunt u contact opnemen met senior beleidsmedewerker Janine Eshuis van VOS/ABB: 06-30041175, jeshuis@vosabb.nl.