Artikel 23: Maak alle scholen algemeen toegankelijk!

Alle bekostigde scholen in Nederland moeten voor iedereen toegankelijk zijn. Bovendien dient op alle scholen elke bevoegde leraar benoembaar te zijn. Dat staat in een position paper van VOS/ABB over artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs.

Het position paper benadrukt dat het hele onderwijsveld wil dat er gelijke kansen voor gelijke talenten zijn. ‘Wanneer de schoolkeuze niet voor elke ouder, elke leerling en elke docent even vrij is, is die wens niet realiseerbaar’, zo staat in het stuk van VOS/ABB.

Nu is het nog zo dat het bijzonder onderwijs leerlingen en personeelsleden kan weigeren als hun levenswijze niet bij de uitgangspunten van de school zou passen. Het openbaar onderwijs kent altijd al algemene toegankelijkheid en algemene benoembaarheid. Openbaar onderwijs is van en voor de gehele samenleving.

Vrijheid

In het position paper staat ook: ‘Het recht op onderwijs voor het kind moet voorop staan, waarbij de vrijheid om scholen te stichten vanuit een bepaalde visie kan blijven bestaan, maar niet met een toelatings- en benoemingsbeleid gegrond op een specifieke levensbeschouwing. Dat past immers niet bij de gelijkwaardigheid binnen onze democratische samenleving.’

Actief-pluriform

‘Het onderwijs op bekostigde scholen is in onze visie actief-pluriform en besteedt dus actief en expliciet aandacht aan verschillen in onze pluriforme democratische samenleving’, aldus de visie van VOS/ABB.

Het position paper van VOS/ABB in een bijdrage aan de discussie over de waarde van het uit 1917 daterende artikel 23 van de Grondwet in de samenleving van nu. De Onderwijsraad bereidt hierover een advies voor.

Lees het position paper van VOS/ABB.

Slob negeert garantiefunctie openbaar onderwijs…

De eerste school in een nieuwbouwwijk hoeft helemaal geen openbare school te zijn. Dat vindt onderwijsminister Arie Slob, die hiermee een ongrondwettelijke interpretatie geeft aan artikel 23 over de vrijheid van onderwijs.

De strekking van artikel 23 lid 4 van de Grondwet is dat openbaar onderwijs móet en dat bijzonder onderwijs daarnaast mág bestaan. In het grondwetsartikel uit 1917 ligt het primaat dus duidelijk bij het openbaar onderwijs, dat zo een maatschappelijke garantiefunctie vervult in tegenstelling tot het bijzonder onderwijs.

In reactie op vragen uit de Tweede Kamer over het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen stelt Slob echter dat de eerste school in een nieuwbouwwijk helemaal geen openbare school hoeft te zijn. Daarmee negeert hij, zonder enige juridische onderbouwing, het grondwettelijke beginsel dat er in eerste instantie overal openbaar onderwijs voorhanden moet zijn en dat er daarnaast ook bijzonder onderwijs mag bestaan.

Ontmanteling zorgplicht openbaar onderwijs

De reactie van Slob illustreert de geleidelijke ontmanteling van de zorgplicht van de overheid voor het openbaar onderwijs, zoals docent Stefan Philipsen van de Universiteit Utrecht die ook signaleert. In het juninummer van het vakblad School en Wet schrijft hij dat de overheid artikel 23 lid 4 van de Grondwet en daarmee haar verantwoordelijkheid voor het duale bestel en dus voor het openbaar onderwijs uit het oog verliest.

In dit kader is het ook van belang om te verwijzen naar de Tilburgse professor Paul Zoontjens, die tot voor kort de leerstoel Onderwijsrecht op katholieke grondslag bekleedde. Ook hij benadrukt dat artikel 23 het primaat toekent aan het openbaar onderwijs.

‘Bijzonder onderwijs mag er weliswaar zijn, maar openbaar onderwijs móet er zijn: in beginsel in elke gemeente en in een genoegzaam aantal scholen. Het betekent dat er bij de overheid een speciale verantwoordelijkheid bestaat voor de komst van nieuwe en het voortbestaan van bestaande openbare scholen’, aldus Zoontjens in zijn recent verschenen boek Onderwijsrecht – Eenheid in verscheidenheid.

Gerard Spong fel gekant tegen artikel 23

Advocaat Gerard Spong wil dat er ‘geen rooie cent’ meer naar het bijzonder onderwijs gaat. Artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs is volgens hem een bedreiging voor de rechtsstaat. Advocaat Wouter Pors van het omstreden islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam wil artikel 23 juist behouden. Dat zeiden zij zondag op een bijeenkomst in De Balie in Amsterdam 

De bijeenkomst was een ‘symbolische rechtbank’ over de vraag of de vrijheid van onderwijs, die bepaalt dat openbaar en bijzonder onderwijs op gelijke voet door de overheid worden bekostigd, nog wel zo’n goed idee is. Spong legde uit waarom volgens hem het grondwetsartikel uit 1917 moet worden afgeschaft. Zijn collega Wouter Pors verdedigde artikel 23 juist. Voorafgaand aan de symbolische rechtbank gaf voorzitter Edith Hooge van de Onderwijsraad een minicollege over artikel 23.

Directe aanleiding voor het organiseren van de bijeenkomst was de actuele discussie over het omstreden islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Deze school raakte in opspraak vanwege onderwijs dat niet goed zou zijn voor de democratie en gericht zou zijn tegen integratie. Bovendien zou het bestuur het werk van de Inspectie van het Onderwijs onmogelijk hebben gemaakt. Tevens zouden er contacten zijn geweest tussen het schoolbestuur en een islamitische terreurorganisatie.

‘Artikel 23 bedreiging van rechtsstaat’

In zijn felle en soms emotionele betoog noemde Spong de vrijheid van onderwijs een ‘paard van Troje’ dat de rechtsstaat bedreigt. Het bijzonder onderwijs staat volgens hem op gespannen voet met de democratie en fundamentele vrijheden. Hij betrok in zijn betoog de acceptatie van homoseksuelen, die door artikel 23 zou worden belemmerd. Daarbij legde hij een verband met islamitische invloeden.

Wat Spong betreft mogen er alleen nog maar openbare scholen zijn en mag er ‘geen rooie cent’ meer naar het bijzonder onderwijs. Hij wil een absolute scheiding van kerk en staat. Dat is volgens hem niet in strijd met de vrijheid van godsdienst.

Hedendaagse context

Pors daarentegen pleitte voor behoud van artikel 23, maar dan wel in een hedendaagse context. Volgens hem wordt er in de discussie over de vrijheid van onderwijs te veel de nadruk gelegd op godsdienst. Artikel 23 is in zijn ogen vooral ook gericht op verschillende innovatieve en pedagogische richtingen. Het zorgt er ook voor, zo benadrukte hij, dat de overheid zich niet gaat bemoeien met de inhoud van de lessen.

Nederland kent volgens Pors een traditie van tolerantie en daar hoort artikel 23 bij: ‘Je bereikt geen integratie door de identiteit af te pakken van minderheden’.

Pors is advocaat van het Cornelius Haga Lyceum. Hij zei op de bijeenkomst in De Balie dat uit een conceptrapport van de Inspectie van het Onderwijs blijkt dat er op het islamitische lyceum geen sprake zou zijn ‘van een klimaat gericht op afzijdigheid van de Nederlandse samenleving of het tegengaan van integratie’.

Sociaal-economische segregatie

De ‘symbolische rechtbank’, bestaande uit presentator Bram Sadeghi en amicus curiae rechter Frans Bauduin, vroeg zich af of artikel 23 wel het probleem is. De segregatie in het onderwijs zou veel meer het gevolg zijn van de maatschappelijke scheiding tussen arm en rijk. De verschillende sociaal-economische achtergronden van de ouders zijn volgens de rechtbank bepalender voor segregatie in het onderwijs dan artikel 23.

Het publiek in De Balie liet duidelijk blijken dat elke uitlating die zich richt op het verketteren van de ander op basis van seksualiteit, geslacht, religie of wat dan ook niet kan. Daar was de voltallige zaal het over eens.

De bijeenkomst werd namens VOS/ABB bijgewoond door beleidsmedewerker Eline Bakker.

Kamerdebat over artikel 23 vrijheid van onderwijs

De Tweede Kamer houdt nog voor het zomerreces een debat over artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. PvdA-fractieleider Lodewijk Asscher kreeg hier brede steun voor.

Directe aanleiding voor het debat is de ophef rond het omstreden islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Deze school zou artikel 23 gebruiken om onderwijs te verzorgen dat tegen democratisch burgerschap zou ingaan.

Het debat in de Tweede Kamer zal gaan over de vraag of artikel 23 moet worden gemoderniseerd. In de politiek gaan steeds meer stemmen op om dat te doen. De christelijke partijen blijven daar echter tegen. Zij willen koste wat kost het grondwetsartikel behouden zoals dat al sinds 1917 bestaat.

VOS/ABB pleit al jaren voor een modernisering van artikel 23. De vereniging vindt onder andere dat het niet meer van deze tijd is dat scholen leerlingen en personeelsleden op godsdienstige gronden kunnen weigeren of wegsturen.

‘Christelijk onderwijs leidt tot hokjescultuur’

De verschillende stromingen binnen het christelijke onderwijs zorgen ervoor dat kinderen in een hokjescultuur opgroeien. Dat stelt groepsleerkracht Annet Dijkstra van openbare basisschool ’t Ambyld in het Friese dorp Terwispel op de opiniepagina van de Leeuwarder Courant.

Dijkstra reageert op een eerder opiniestuk van Remco Meijerink in dezelfde krant. Hij is bestuursvoorzitter van het christelijke ROC Friese Poort. Meijerink stelde dat de vrijheid van onderwijs volgens artikel 23 in de Grondwet moet worden gekoesterd.

Dijkstra maakt uit het stuk van Meijerink op dat die vindt dat openbare scholen niet duidelijk zijn over hun visie en bijzondere scholen wel. ‘Daar ben ik het niet mee eens, want elke school heeft een visie en deze is bij elke school in het schoolplan terug te vinden. De visie van een openbare school houdt in ieder geval in ‘niet apart, maar samen’. Dit laat aan duidelijkheid niks te wensen over lijkt me’, aldus Dijkstra.

Christelijke identiteit?

Volgens haar is het juist de christelijke identiteit die veel vragen oproept. ‘Wat houdt die christelijke identiteit dan precies in? Blijkbaar is die ook niet voor iedereen hetzelfde, want kijk maar naar alle verschillende visies binnen het christendom. Al die verschillen hebben er ooit voor gezorgd dat er katholieke, hervormde, gereformeerde, evangelische enzovoort scholen zijn ontstaan. Met andere woorden, voor elke visie een eigen school.’

Dit heeft er volgens haar toe geleid dat kinderen die op christelijke scholen zitten opgroeien in een ‘hokjescultuur waarbij verschillen belangrijker zijn dan overeenkomsten’. Dit komt het samenleven in een multiculturele maatschappij niet ten goede, benadrukt Dijkstra.

Lees meer…

 

‘Religieuze scholen gaan segregatie tegen’

Confessionele scholen die religiositeit en religieuze diversiteit serieus nemen gaan segregatie tegen. Dat beweert theoloog Toke Elshof, die in de raad van toezicht zit van de christelijke profielorganisatie Verus.

Op de opiniepagina van Trouw reageert ze op een ingezonden stuk in diezelfde krant van directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB en zijn collega Marco Frijlink van de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO).

Concept School!

Zij benadrukken dat scholen op religieuze grondslag achterhaald zijn en voor maatschappelijke segregatie zorgen. Teegelbeckers en Frijlink dringen er op aan eindelijk de verzuiling achter ons te laten. Ze pleiten voor het concept School!, dat voorziet in ‘scholen’ van en voor iedereen zonder denominatieve voorvoegsels.

Elshof reageert ook op een opinieartikel van Carel Verhoef, historicus en oud-conrector van het protestants-christelijke Marnix College in Ede. Hij ziet dat artikel 23 in de Grondwet over de vrijheid van onderwijs segregatie mogelijk maakt. Dat vindt hij uitermate onwenselijk. Daarom pleit hij voor de gemengde school en voor een modernisering van artikel 23.

Religieuze diversiteit

In haar opiniestuk stelt theoloog Elshof dat confessionele scholen helemaal niet voor segregatie hoeven te zorgen. Voorwaarde is dan wel dat ze religieuze diversiteit serieus nemen. Ze wijst er bovendien op dat op bijvoorbeeld christelijke scholen allang niet meer alleen kinderen uit christelijke gezinnen zitten.

‘Politieke hetze’ tegen Cornelius Haga Lyceum

Leerlingen en leraren van het omstreden islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam worden ‘meegezogen in een politieke hetze’. Dat stelt onderzoeker Johan Lievens van de Vrije Universiteit in Amsterdam in een interview met de christelijke profielorganisatie Verus. Hij is onlangs gepromoveerd op een onderzoek naar de vrijheid van onderwijs.

‘Het is politiek niet helemaal kosjer om deze school via een publiek proces te beoordelen’, zegt Lievens tegen Verus. ‘Geef de onderwijsinspectie de ruimte om haar rol te spelen in plaats van als individuele politicus beslissingen te nemen op basis van losse constateringen en vermoedens.’

Artikel 23

Het wijzigen van artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs, zoals bijvoorbeeld door de SP wordt gesuggereerd, om alle scholen te dwingen bepaalde grondrechten te eerbiedigen, is volgens Lievens niet nodig. ‘Dat kan volgens mij nu al: alle grondrechten staan op gelijke hoogte. Het is al in de onderwijswetgeving opgenomen dat we vereisen dat scholen jongeren opleiden in een pluralistische samenleving met respect voor anderen. Dat kan scherper geformuleerd worden, maar vereist geen aanpassing van de Grondwet.’

De islamitische school raakte in opspraak vanwege het onderwijs dat niet goed zijn voor de democratie en gericht zou zijn tegen integratie. Bovendien zou het bestuur het werk van de Inspectie van het Onderwijs onmogelijk hebben gemaakt. Tevens zouden er contacten zijn geweest tussen het schoolbestuur en een islamitische terreurorganisatie.

Lees meer…

Artikel 23: onderwijs op basis van religie achterhaald!

De vrijheid om scholen te stichten op religieuze gronden heeft haar langste tijd gehad. Het is tijd voor de ontmanteling van het achterhaalde verzuilde onderwijsbestel op basis van grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs. Dat benadrukken directeur-bestuurder Marco Frijlink van de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) en directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB op de opiniepagina van Trouw.

Zij schrijven dat het openbaar onderwijs traditioneel de plek is waar iedereen welkom is, ongeacht religie of levensovertuiging. ‘Sterker nog, het openbaar onderwijs is de plek bij uitstek waar kinderen van allerlei gezindten elkaar ontmoeten op basis van gelijkwaardigheid en wederzijds respect, juist ook voor elkaars verschillen. Wij zijn ervan overtuigd dat dit de beste voorbereiding vormt op zelfstandig functioneren en constructief samenleven in onze pluriforme maatschappij.’

Verre van ideaal

Frijlink en Teegelbeckers verwijzen in hun opiniestuk naar de ophef over de ruimte die het omstreden islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam neemt – ‘en kán nemen’ – op basis van de vrijheid van onderwijs. ‘Onder die vrijheid worden op deze school onder andere jongens en meisjes uit elkaar gehouden en zouden niet praktiserende moslims niet welkom zijn als leerkracht. Nog los van mogelijke misstanden is direct duidelijk dat een school als deze ver af staat van ons ideaalbeeld.’

Volgens hen kan de Inspectie van het Onderwijs haar werk niet goed doen vanwege artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. ‘Artikel 23 zorgt ervoor dat ouders scholen kunnen oprichten en dat de overheid zich niet mag bemoeien met de levensbeschouwelijke leest waarop die scholen zijn geschoeid. Als gevolg hiervan mag de overheid zich alleen met de onderwijskwaliteit, maar niet met de invulling van de geloofsrichting bemoeien.’

Achterhaald

‘Laat er geen misverstand over bestaan, de vrijheid van onderwijs brengt ons ook nu nog goede dingen. Het zorgt er potentieel voor dat de ouderbetrokkenheid bij de invulling en de kwaliteit van het onderwijs groot is. Maar de invulling is wel achterhaald. Steeds meer ouders kiezen een school op basis van het pedagogisch-didactisch concept. En hoeveel katholieke en protestants-christelijke scholen geven niet aan ‘eigenlijk weinig meer te doen’ aan hun religieuze identiteit?’, aldus Frijlink en Teggelbeckers.

Zij vinden dat betrokkenheid van ouders bij onderwijs een groot goed is, maar dat artikel 23 toe is aan herziening. ‘Het is tijd voor de ontmanteling van het achterhaalde verzuilde onderwijsbestel. Scholen moeten zich kunnen blijven onderscheiden op grond van pedagogisch- didactische aanpak, maar niet meer op basis van religie.’ Daarnaast mag volgens hen burgerschapsvorming in de Grondwet worden verankerd. ‘Dit betreft het aanleren van kennis en vaardigheden die noodzakelijk zijn om als verantwoordelijk burger bij te dragen aan het goed functioneren van de rechtsstaat.’

Concept School!

VOS/ABB en VOO pleiten al jaren voor onderwijs dat boven artikel 23 en de denominaties zal zijn uitgestegen, met ‘scholen’ die voor alle leerlingen toegankelijk zijn. ‘Dit concept noemen wij School!. Alle scholen zullen in de toekomst op basis van gelijkwaardigheid en wederzijds respect aandacht moeten hebben voor diversiteit en levensbeschouwing. Deze verandering zal een cruciale en noodzakelijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling van onze pluriforme samenleving.’

‘Artikel 23 maakt onderwijs mogelijk dat we niet willen’

Het blijft dweilen met de kraan open zolang we artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs ongemoeid laten. Dat stelt historicus Gert Jan Geling in een opiniestuk in Trouw naar aanleiding van de situatie rond het omstreden islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam.

Het onderwijs aan het Cornelius Haga Lyceum zou niet goed zijn voor de democratie en gericht zijn tegen integratie. Bovendien zou het bestuur het werk van de Inspectie van het Onderwijs onmogelijk hebben gemaakt. Tevens zouden er contacten zijn geweest tussen het schoolbestuur en een islamitische terreurorganisatie.

Privileges confessioneel onderwijs

Volgens Geling zit de kern van het probleem in de huidige vorm van artikel 23. Hij wijst met name op lid 6 en lid 7, die het confessioneel onderwijs privileges verleent op grond waarvan scholen als het Haga Lyceum gesticht en in stand gehouden kunnen worden.

‘Zolang we een grondwetsartikel hebben dat dit soort scholen de vrijheid geeft om zich te vestigen, blijft het proberen dit tegen te gaan onbegonnen werk. We kunnen dan wel zeggen ‘dit willen we niet’, maar dankzij de Grondwet mag het uiteindelijk gewoon wel, en moeten gemeenten, en de Rijksoverheid, zich in de gekste bochten wringen om de oprichting en verspreiding van dergelijke salafistische scholen te voorkomen.’

Lees meer…

SP wijt situatie Cornelius Haga Lyceum aan artikel 23

De regering moet slechte scholen kunnen sluiten en foute bestuurders kunnen ontslaan. Dat zegt SP-Tweede Kamerlid Jasper van Dijk naar aanleiding van de situatie rond het omstreden islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Hij hekelt in dit kader artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs.

Het onderwijs aan het Cornelius Haga Lyceum zou niet goed zijn voor de democratie en gericht zijn tegen integratie. Bovendien zou het bestuur het werk van de Inspectie van het Onderwijs onmogelijk hebben gemaakt. Tevens zouden er contacten zijn geweest tussen het schoolbestuur en een islamitische terreurorganisatie.

Artikel 23

Van Dijk hekelt in dit kader artikel 23, omdat dit grondwetsartikel volgens hem het aanpakken van islamitische, christelijke en joodse scholen vrijwel onmogelijk maakt.

Hij wijst erop dat schoolbestuurders niet kunnen worden ontslagen als er sprake is van antidemocratisch onderwijs of wanneer integratie wordt tegengewerkt. Van Dijk wil de wet op dat punt aanscherpen.

Moderniseren

Hij voegt daaraan toe dat artikel 23 moet worden gemoderniseerd. ‘Wij willen dat scholen algemeen toegankelijk worden en niet langer een deurbeleid kunnen voeren op grond van religie’, aldus de SP’er.

Lees meer…

‘Mensenrechten en fundamentele vrijheden in artikel 23’

‘We willen in de Grondwet vastleggen dat er wetten moeten komen die scholen verplichten eerbied voor mensenrechten en de fundamentele vrijheden bij te brengen’, zegt PvdA-fractieleider Lodewijk Asscher in de Volkskrant.

Asscher reageert in de krant op de ophef die is ontstaan rond het islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Het onderwijs van deze school – vernoemd naar de eerste Nederlandse consul in het voormalige Ottomaanse Rijk – zou niet goed zijn voor de democratie en gericht zijn tegen integratie. Bovendien zou het bestuur het werk van de Inspectie van het Onderwijs onmogelijk hebben gemaakt. Tevens zouden er contacten zijn geweest tussen het schoolbestuur en een islamitische terreurorganisatie.

Onderwijsminister Arie Slob zegt dat hij de bekostiging van de school zal opschorten als die de inspectie blijft tegenwerken. De vier grote steden deden dinsdag een oproep om harder op te treden tegen extremistische invloeden in het onderwijs. Zij willen niet dat het Cornelius Haga Lyceum uitbreidt naar steden als Den Haag en Utrecht. Slob heeft in reactie hierop gezegd dat het vereiste aantal leerlingen waarschijnlijk niet wordt gehaald en dat aanvragen voor bekostiging daarom zullen worden afgekeurd.

Artikel 23

PvdA-leider Asscher zegt nu in de Volkskrant dat de werkwijze van de islamitische school voor voortgezet onderwijs in Amsterdam aantoont dat grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs moet worden aangepast.

‘Het is mooi dat scholen een eigen identiteit hebben, maar als we scholen willen tegenhouden die kinderen niet goed voorbereiden op deze maatschappij, dan zwaaien ze altijd met artikel 23. Dat is bizar’, aldus Asscher. Hij komt met een voorstel voor een nieuwe wettekst. ‘We willen in de Grondwet vastleggen dat er wetten moeten komen die scholen verplichten eerbied voor mensenrechten en de fundamentele vrijheden bij te brengen.’

Lees meer…

Concept School!

VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) pleiten al jaren voor het concept School!. Dit concept voorziet in onderwijs dat boven artikel 23 en de denominaties zal zijn uitgestegen.

Het idee achter het concept School! is dat er geen openbare, christelijke, islamitische of wat voor scholen dan ook meer zijn, maar ‘scholen’ die voor alle leerlingen toegankelijk zijn. Alle scholen in de toekomst zullen op basis van gelijkwaardigheid en wederzijds respect aandacht hebben voor diversiteit en levensbeschouwing.

Lees meer…

Elke leerling welkom en zorg voor kansengelijkheid!

Elke leerling welkom, recht op goed en kosteloos onderwijs en kansengelijkheid. Het is mooi dat Lodewijk Asscher van de PvdA zich hiervoor sterk maakt, want dit zijn uitgangspunten die bij het onderwijs van de 21e eeuw passen. Alleen is het nogal tijdrovend en wellicht ook niet zo kansrijk om dit in de Grondwet te regelen.

Het is raar dat het onderwijs in Nederland ruim 100 jaar na invoering van artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs nog steeds uitgaat van uitsluiting van leerlingen. Althans, dat het bijzonder onderwijs daarvan mag uitgaan. In het openbaar onderwijs is iedereen per definitie welkom. Openbare scholen zijn immers van en voor iedereen. Dat is onze kracht.

Het bijzonder onderwijs kan echter nog steeds met de Grondwet in de hand leerlingen uitsluiten. Bijvoorbeeld als de levenswijze van een kind of diens ouders niet zou passen bij de religieuze grondslag van de school. Nu gebeurt dat tegenwoordig nog maar zelden, maar deze grondwettelijke mogelijkheid bestaat nog steeds.

Bovendien zet het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen dat onderwijsminister Arie Slob van de ChristenUnie propageert, nog eens de poorten wagenwijd open voor allerlei scholen waarin juist in hokjes wordt gedacht en niet vanuit de brede maatschappelijke taak die het onderwijs heeft.

Waarom bang zijn?

Nu stellen politici van christelijke partijen altijd dat een grondwetswijziging voor algemene toegankelijkheid niet nodig is, omdat ’98 procent van de bijzondere scholen een open toelatingsbeleid heeft’, zoals CDA-Kamerlid Michel Rog direct na het bekend worden van het plan van Asscher nog maar eens twitterde. Als dat zo is, waarom kunnen we het dan eindelijk niet eens goed regelen in de wet? Het bijzonder onderwijs hoeft toch nergens bang voor te zijn?

Bijzonder is ook de reactie van de christelijke profielorganisatie Verus. Die vergelijkt het plan van Asscher met een mitrailleur waarmee hij zou proberen een mug dood te schieten. Muggen zijn irritant, maar of hier sprake is van een mitrailleur? Ik denk eerder dat Asscher deze mug netjes wil elimineren. Om voor eens en altijd geregeld te hebben dat leerlingen uitsluiten niet meer kan. Ik denk dat Verus het daar roerend mee eens is!

Via de Grondwet?

Je kunt je wel afvragen of Asscher het via de weg van de Grondwet praktisch aanpakt. Algemene toegankelijkheid kun je ook via een wetswijziging regelen. In 2005 al kwam de PvdA met een voorstel daartoe. Onder andere de huidige coalitiepartners VVD en D66 willen dat ook. Dat het nog steeds niet is geregeld, komt door de christelijke coalitiedwang van de afgelopen jaren en nu.

Dus in de huidige kabinetsperiode, met het CDA en de ChristenUnie in de regering, zal het wederom een lastige zaak worden. Tenzij men het maatschappelijke belang laat prefereren boven het ‘hokjesdenken’. Ook binnen de discussie over het wetsvoorstel ’n ‘Meer ruimte voor nieuwe scholen’ pleiten we vanuit VOS/ABB voortdurend voor algemene toegankelijkheid van scholen.

De procedure is zo ingericht dat het zomaar acht jaar kan duren voordat een grondwetswijziging is doorgevoerd. Die tijd hebben we niet, want algemene toegankelijkheid van het onderwijs met daaraan verbonden kansengelijkheid voor alle leerlingen is een urgente maatschappelijke kwestie. Dat zou ook dit kabinet serieus moeten nemen!

Hans Teegelbeckers, directeur VOS/ABB

‘Leerrecht en algemene toegankelijkheid in artikel 23’

PvdA-leider Lodewijk Asscher wil artikel 23 van de Grondwet aanpassen. Hij pleit ervoor in het artikel over de vrijheid van onderwijs op te nemen dat elk kind recht heeft op onderwijs en gelijke kansen. Ook wil hij algemene toegankelijkheid regelen, zodat het bijzonder onderwijs geen leerlingen meer kan weigeren.

VOS/ABB heeft op verzoek van de PvdA meegedacht over de wijze waarop het meer dan 100 jaar oude grondwetsartikel 23 beter kan aansluiten bij de realiteit van de 21e eeuw. Daarbij spelen in het kader van kansengelijkheid leerrecht en algemene toegankelijkheid een essentiële rol.

Elke leerling welkom

Nu is het nog zo dat bijvoorbeeld een christelijke school met de Grondwet in de hand leerlingen mag weigeren als die niet bij de godsdienstige uitgangspunten van de school zouden passen. Als het aan Asscher ligt, verdwijnt die mogelijkheid uit artikel 23.

Hij wil alle scholen wettelijk verplichten elke leerling te accepteren, ook als het kind of diens ouders een andere levensovertuiging huldigen dan de school. Wel mag worden verwacht dat alle leerlingen en hun ouders de grondslag van de school respecteren.

In het openbaar onderwijs is het per definitie altijd al zo dat elke leerling welkom is. Openbaar onderwijs is immers van en voor iedereen. Met algemene toegankelijkheid zou dit ook gaan gelden voor het – eveneens door de overheid bekostigde – bijzonder onderwijs.

Kansengelijkheid

Daarnaast wil Asscher in de Grondwet opnemen dat elk kind in Nederland leerrecht krijgt en dat het onderwijs voor ouders kosteloos is. Algemene toegankelijkheid, leerrecht en kosteloos onderwijs zijn volgens Asscher nodig voor kansengelijkheid.

Nu is het nog zo dat sommige bijzondere scholen zeer hoge vrijwillige ouderbijdragen vragen. Geen enkele school die zo’n hoge bijdrage vraagt, zal erkennen dat dit middel wordt ingezet om leerlingen van ouders met een lage sociaal-economische status te weren. De realiteit is echter dat met hoge bijdragen dit effect wel degelijk wordt bereikt.

Asscher wil in artikel 23 van de Grondwet handhaven dat ouders met geld van de overheid een school op religieuze grondslag mogen stichten. Het moet volgens hem wel moeilijker worden voor bijvoorbeeld orthodox-christelijke en islamitische scholen om geen aandacht te schenken aan onderwerpen die bij bepaalde doelgroepen gevoelig kunnen liggen, zoals seksuele diversiteit en de Holocaust.

Kwestie van lange adem

Algemene toegankelijkheid is een thema waar de PvdA al lange tijd aan werkt. Toenmalig PvdA-Tweede Kamerlid en huidig SER-voorzitter Mariëtte Hamer kwam in 2005 met een voorstel voor algemene acceptatieplicht. Toen de PvdA echter samen met het CDA en de ChristenUnie in het kabinet-Balkenende plaatsnam, verdween het onder druk van de christelijke coalitiedwang in de la.

In 2010, toen de sociaal-democratische deelname aan het kabinet werd beëindigd, kwam Hamer opnieuw met het voorstel. De liberale VVD liet later dat jaar weten het voorstel niet te zullen steunen, waardoor er geen meerderheid in de Tweede Kamer voor was. Die weigering had te maken met het feit dat de VVD ging regeren met het CDA. Er was dus wederom sprake van christelijke coalitiedwang.

Slob ‘hogelijk verbaasd’

Voormalig PvdA-Kamerlid Loes Ypma, die later korte tijd voorzitter was van de christelijke profielorganisatie Verus, probeerde het in 2014 opnieuw om algemene acceptatieplicht in de wet vast te leggen. De huidige onderwijsminister Arie Slob die toen namens de ChristenUnie in de Tweede Kamer zat, reageerde ‘hogelijk verbaasd’.

Slob zei dat het PvdA-plan voor algemene toegankelijkheid een oplossing zou zijn voor een niet bestaand probleem, omdat er nauwelijks scholen zouden zijn die leerlingen weigeren. Hij benadrukte dat als er scholen zijn die misbruik maken van de vrijheid van onderwijs, de rechter hen op de vingers kan tikken.

Lees het plan van de PvdA

Lees ook het Algemeen Dagblad dat uitgebreid bericht over het plan van Asscher.

Eerste school in nieuwbouwwijk altijd openbaar!

In een nieuwbouwwijk moet de eerste school altijd een openbare school zijn. Dat is een van de punten die VOS/ABB heeft ingebracht voor het gesprek in de Tweede Kamer over het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen.

Dat de eerste school in de wijk een openbare school moet zijn, vloeit direct voort uit artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. Daarin staat immers dat de overheid ‘zich ten taak stelt voor alle burgers gelegenheid tot schoolonderwijs te verschaffen’ en dat de vervulling van die taak niet afhankelijk mag zijn ‘van het ontbreken van particulier initiatief’.

Er staat ook in dat onderwijs niet een zaak is ‘waarvan het belang door particulier initiatief moet blijken’, maar dat het ‘uit zichzelf een publiek belang’ is dat de overheid ‘geheel zelfstandig’ dient te behartigen’.

Niet nog meer segregatie!

De bijdrage van VOS/ABB gaat ook in op de huidige segregatie in het Nederlandse en het risico dat het wetsvoorstel op dit vlak met zich meebrengt. ‘Dit heeft met name te maken met de mogelijkheid dat eenieder straks een eigen school kan oprichten volgens een eigen gekozen grondslag. Ieder hokje een eigen school: de hokjesschool.’

Het wetsvoorstel gaat niet uitgaat van de huidige 19 vastgestelde richtingen, maar van ontelbare richtingen. Op basis van elke visie of grondslag kan er straks een school worden ingericht met een eigen toelatingsbeleid. ‘Dit wetsvoorstel geeft niet zozeer meer ruimte voor een verrijking van het onderwijsaanbod, maar zorgt voor meer ruimte voor segregatie’, zo staat in de bijdrage van VOS/ABB.

Algemene toegankelijkheid noodzakelijk

Een ander punt dat VOS/ABB in het licht van het tegengaan van segregatie noemt, is de noodzaak van algemene toegankelijkheid. ‘De gelijkheid van bekostiging van ons onderwijs moet er immers voor zorgen dat wij met ons allen kunnen genieten van ons onderwijs.’

Algemene toegankelijkheid botst niet met schoolkeuze, omdat uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat slechts een klein percentage van de ouders bereid is extra te reizen voor een denominatie.

De punten die VOS/ABB heeft ingebracht, hebben nadrukkelijk de aandacht van de politiek. Dat bleek tijdens een gesprek in de Tweede Kamer over het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen.

Lees de bijdrage van VOS/ABB

Advies over rol schoolbesturen en verkenning artikel 23

De Onderwijsraad komt in 2019 onder andere met een advies over de rol van de schoolbesturen en een verkenning naar de toekomstbestendigheid van de vrijheid van onderwijs volgens artikel 23 van de Grondwet. Dat staat in het Werkprogramma 2019 van de Onderwijsraad.

De centrale vraag die aan de basis van het advies naar de rol van schoolbesturen zal liggen: ‘Hoe kunnen onderwijsbesturen hun rol optimaal vervullen?’.

Bij het beantwoorden van deze vraag zal onder meer aandacht uitgaan naar verschillen in bestuurskracht tussen scholen en onderwijssectoren. Er zal ook worden gekeken naar wat er in dit opzicht te leren valt van andere (semi)publieke sectoren, zoals de zorg.

Vrijheid van onderwijs

De Onderwijsraad zal ook een verkenning uitvoeren naar de toekomstbestendigheid van de vrijheid van onderwijs volgens artikel 23 van de Grondwet. Daarbij zal de vraag centraal staan of de vrijheid van onderwijs in het licht van diverse ontwikkelingen in de samenleving, de onderwijspraktijk en het onderwijsbeleid betekenisvol kan blijven.

Andere onderwerpen waarover de Onderwijsraad in 2019 advies zal uitbrengen:

  • Lezen en leesbevordering
  • Educatieve infrastructuur
  • Verschillen tussen jongens en meisjes in het onderwijs
  • Passend onderwijs

Tevens zal de Onderwijsraad een aantal wetgevingsadviezen uitbrengen:

  • Verruiming wettelijke mogelijkheden voor innovatie in het onderwijs
  • Modernisering bekostiging primair onderwijs
  • Thuisonderwijs
  • Wetsvoorstel NLQF (Nederlands kwalificatiekader)

Lees meer…

‘Wat voor de klas gebeurt is geen staatstaak’

‘Wat voor de klas gebeurt is geen staatstaak, maar van de hele samenleving’. Dat heeft onderwijsminister Arie Slob gezegd in een toespraak bij de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht ter gelegenheid van de opening van het academisch jaar.

De toespraak van Slob stond in het teken van het begrip ‘coöperatie’, oftewel ‘een minisamenleving, op basis van wederkerigheid’. In zo’n samenleving past volgens de minister ‘de overheid gezonde bescheidenheid’. Hij verbond dit aan de vrijheid van onderwijs en zei dat wat voor de klas gebeurt ‘geen staatstaak (is), maar van de hele samenleving’.

Burgerschap

Daarmee wordt volgens Slob de kern van burgerschap geraakt, namelijk ‘dat de hele samenleving zich medeverantwoordelijk voelt voor de groei van onze kinderen’. Opvoeden is de primaire taak van ouders, zo benadrukte hij, ‘maar bij leren samenleven en omgaan met verschillen (…) ligt een taak voor ons allemaal’.

Scholen noemde hij in dit kader ‘belangrijk als veilige oefenplaats, waar kinderen leren om verantwoordelijkheid te nemen voor jezelf en de ander’. Daar hoort volgens hem bij dat kinderen leren hoe ‘onze’ samenleving werkt. In dit verband noemde hij de Grondwet, het politieke systeem en de democratische rechtsstaat.

Lees de toespraak van Slob

 

Stop ongrondwettelijke krimpaanpak Zeeuws-Vlaanderen!

Directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB geeft in een brief aan de Tweede Kamer aan waarom de voorgenomen fusie van het voortgezet onderwijs in krimpgebied Zeeuws-Vlaanderen indruist tegen artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. Hij benadrukt dat er moet worden gekozen voor een andere vorm van samenwerking die wél aan de Grondwet voldoet. Die mogelijkheid is er: de samenwerkingsschool.

Het fusieplan in Zeeuws-Vlaanderen voorziet in de samenvoeging van de openbare Stedelijke Scholengemeenschap De Rede en het christelijke Zeldenrust-Steelantcollege in Terneuzen tot een nieuwe christelijke school voor voortgezet onderwijs. In de statuten van de nieuwe organisatie staat niets vermeld dat nog verwijst naar het openbaar onderwijs.

Als de fusie volgens plan doorgaat, zou dus in heel Zeeuws-Vlaanderen geen openbaar voortgezet onderwijs meer zijn, terwijl in artikel 23 van de Grondwet heel duidelijk de eis van alomtegenwoordigheid van openbaar onderwijs staat vermeld.

In de brief aan de Tweede Kamer wordt ook gewezen op inconsequenties in beleid. Zo staat in het regeerakkoord dat het kabinet de vrijheid van onderwijs hoog acht en zelfs wil versterken, terwijl de krimpaanpak in Zeeuws-Vlaanderen diezelfde vrijheid van onderwijs opzijschuift.

Bovendien negeert Slob met zijn aanpak bewust de mogelijkheid van de samenwerkingsschool van openbaar en bijzonder onderwijs. Daarvoor is nota bene na vier decennia politieke discussie de Grondwet gewijzigd. Als in Terneuzen wordt gekozen voor de samenwerkingsschool, wordt wel aan de Grondwet voldaan.

Lees de brief aan de Tweede Kamer

Gemeenteraad schuift bij scholenfusie Grondwet opzij

De gemeenteraad van Terneuzen heeft dinsdagavond ingestemd met de fusie van de openbare Stedelijke Scholengemeenschap De Rede met het christelijke Zeldenrust-Steelantcollege, meldt de Provinciale Zeeuwse Courant (PZC). Het is opmerkelijk dat de raad hiermee akkoord is gegaan, omdat de fusie niet voldoet aan de grondwettelijke eis dat overal in Nederland openbaar onderwijs moet zijn.

Met de fusie verdwijnt het openbaar voortgezet onderwijs uit Zeeuws-Vlaanderen. De fusieschool krijgt een christelijke identiteit. In de statuten staat niets vermeld dat verwijst naar het openbaar onderwijs, terwijl dat op basis van de Grondwet overal in Nederland, dus ook in Zeeuws-Vlaanderen, voorhanden moet zijn.

De Zeeuwse krant schrijft dat het voor de gemeenteraad het belangrijkste is dat er goed voortgezet onderwijs in het gebied blijft bestaan en dat er nu moet worden doorgepakt. De raad heeft hiermee de grondwettelijk vereiste alomtegenwoordigheid van openbaar onderwijs opzijgeschoven.

De PZC meldt dat waarnemend directeur Piet de Witte van De Rede als inspreker in de raadscommissie nog wel heeft benadrukt dat de algemene toegankelijkheid voor leerlingen en docenten gegarandeerd blijft, maar dat staat niet als zodanig in de statuten.

Fusieplan Zeeuws-Vlaanderen botst met Grondwet

Als de fusieplannen voor het voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen ongewijzigd doorgaan, kunnen ouders die openbaar onderwijs willen daar nergens meer terecht. Adviseur Ronald Bloemers van VOS/ABB noemt dat in de Provinciale Zeeuwse Courant (PZC) een ‘unieke situatie’ die botst met de Grondwet.

Het voornemen is om de enige openbare middelbare school in Zeeuws-Vlaanderen, SSG De Rede in Terneuzen, per 1 augustus te laten opgaan in het christelijke Zeldenrust-Steelantcollege. Als dat doorgaat, ontstaat de voor Nederland unieke situatie dat er in een groot gebied geen openbaar voortgezet onderwijs meer is, terwijl in artikel 23 van de Grondwet is vastgelegd dat dat wel moet.

Bloemers wijst erop dat in de statuten van de fusieschool helemaal nergens iets vermeld staat over openbaar onderwijs. Hij vindt dat buitengewoon vreemd, omdat ook ouders van leerlingen die bewust voor openbaar onderwijs kiezen zich in de nieuwe fusieschool moeten kunnen herkennen. ‘Anders loop je de kans dat nog meer leerlingen naar België trekken’, aldus Bloemers in de PZC.

Brief aan gemeenteraad

De gemeenteraad van Terneuzen spreekt aanstaande dinsdagavond over de voorgenomen fusie. VOS/ABB dringt er in een brief aan de gemeenteraad op aan om niet akkoord te gaan met het plan zoals dat nu voorligt, omdat dat dat niet voldoet aan de grondwettelijke eis dat overal openbaar onderwijs moet zijn.

Lees de brief

Minister verdedigt fusie Zeeuws-Vlaanderen

Minister Slob van Onderwijs gaat niet in op de waarschuwing van VOS/ABB dat het openbaar voortgezet onderwijs verdwijnt uit Zeeuws-Vlaanderen, hetgeen ongrondwettelijk is. Hij verdedigt een omstreden scholenfusie.

In zijn officiële reactie zegt Slob alleen dat hij het niet eens is met VOS/ABB  dat in Zeeuws-Vlaanderen het duale stysteem wordt uitgehold. Dit schrijft hij aan de Tweede Kamer over de kwestie in Zeeuws-Vlaanderen. Daar heeft het voortgezet onderwijs te maken met leerlingdaling door demografische krimp en weglek van leerlingen naar België.

Een speciaal hiervoor opgerichte Taskforce Zeeuws-Vlaanderen wil de problemen oplossen door de bestaande schoolbesturen te laten opgaan in één stichting op algemeen bijzondere grondslag, terwijl tegelijkertijd twee vo-scholen in Terneuzen fuseren. Dit betreft de openbare scholengemeenschap De Rede en het christelijke Zeldenrust-Steelantcollege, die samen verdergaan als één christelijke school. Daarmee verdwijnt de laatste openbare vo-school uit Zeeuws-Vlaanderen.

Samenwerkingsschool garandeert openbaar onderwijs

VOS/ABB heeft de minister en alle betrokken instanties geadviseerd om een samenwerkingsschool in te richten in Terneuzen, om zo het openbaar onderwijs te garanderen. Artikel 23 van de Grondwet bepaalt immers dat overal in Nederland openbaar onderwijs beschikbaar moet zijn, en de grondwet geldt natuurlijk ook voor Zeeuws-Vlaanderen.

Minister Slob wijst in zijn brief op lid 4 van artikel 23, waarin staat dat gemeenten de opdracht hebben te voorzien in een genoegzaam aantal openbare scholen, waarbij ‘bij wet van dit uitgangspunt kan worden afgeweken’. Volgens Slob betekent dit niet dat er in elke gemeente een school voor openbaar voortgezet onderwijs moet zijn. Hij vindt het wel essentieel dat voortgezet onderwijs voor alle jongeren breed toegankelijk en kosteloos is. Aan die eis zou het plan van de Taskforce volgens hem wel voldoen. Hij wijst erop dat de schoolbesturen in Zeeuws-Vlaanderen allemaal hebben ingestemd met de fusie.

Omroep Zeeland meldde recent dat ouders wel vraagtekens zetten bij de voorgenomen  scholenfusie in Terneuzen. In tegenstelling tot wat minister Slob schrijft, heeft de medezeggenschapsraad van De Rede (nog) niet ingestemd met de fusie.

Lees de Kamerbrief van minister Slob.

 

Ouders zetten vraagtekens bij fusie Zeeuws-Vlaanderen

Ouders zetten vraagtekens bij de voorgenomen fusie van de openbare Stedelijke Scholengemeenschap De Rede en het christelijke Zeldenrust-Steelantcollege in Terneuzen, meldt Omroep Zeeland.

Volgens de regionale zender is het belangrijkste struikelblok bij de fusie het behoud van identiteit. Het plan tot fusie voorziet in een christelijke school waarin het openbaar onderwijs niet meer bestaat. Daarmee zou het openbaar voortgezet onderwijs uit Zeeuws-Vlaanderen verdwijnen.

‘Ik hoop dat kinderen hun eigen identiteit kunnen behouden. Gelovig of niet’, zo citeert Omroep Zeeland de vader van een leerling van De Rede. Er zijn ook ouders die vinden dat een christelijke school tegenwoordig nog maar heel weinig verschilt van een openbare school.

Fusie moet aan Grondwet voldoen

VOS/ABB benadrukt dat de voorgenomen fusie in Zeeuws-Vlaanderen indruist tegen de garantiefunctie van het openbaar onderwijs, zoals die is vastgelegd in artikel 23 van de Grondwet. 

Het uitgangspunt is kort gezegd dat openbaar onderwijs móet en dat bijzonder onderwijs mág. De Grondwet geldt (natuurlijk) ook voor Zeeuws-Vlaanderen, wat inhoudt dat De Rede als enige openbare vo-school in het gebied niet mag opgaan in een christelijke school.

Samenwerkingsschool

Een simpele oplossing is om in Terneuzen te kiezen voor een samenwerkingsschool van zowel openbaar als bijzonder onderwijs, zoals dat ook elders in het land gebeurt.

VOS/ABB adviseert alle betrokken instanties om het plan van aanpak mede op basis hiervan vorm te geven. Dan past het, zoals het hoort, binnen de nadrukkelijk vastgelegde kaders van de Nederlandse Grondwet.

Krimpaanpak Zeeuws-Vlaanderen moet binnen Grondwet

Alle betrokkenen bij het proces in krimpregio Zeeuws-Vlaanderen om daar een adequaat aanbod van voortgezet onderwijs te behouden, zijn het met elkaar eens over een plan van aanpak. VOS/ABB juicht een breedgedragen en zorgvuldige aanpak toe op basis van de garantiefunctie van het openbaar onderwijs zoals die in de Nederlandse Grondwet is vastgelegd.

De positieve inzet van de ministeries van OCW en Binnenlandse Zaken, de provincie Zeeland, de drie gemeenten in Zeeuws-Vlaanderen en betrokken schoolbesturen is dat het gebied een adequaat aanbod van voortgezet onderwijs moet behouden.

Openbaar onderwijs

Een punt van nadrukkelijke aandacht is echter dat het plan van aanpak is gebaseerd op een advies van de Taskforce Zeeuws-Vlaanderen, die bij het opstellen daarvan geen oog heeft gehad voor de grondwettelijke garantiefunctie van het openbaar onderwijs.

De opzet is om van vier naar één schoolbestuur voor algemeen bijzonder onderwijs en van vier scholen naar drie scholen voor voortgezet onderwijs te gaan. Daarbij zou de openbare Stedelijke Scholengemeenschap De Rede in Terneuzen opgaan in het christelijke Zeldenrust-Steelantcollege, wat het einde zou zijn van het openbaar voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen.

Artikel 23 Grondwet

Artikel 23 van de Grondwet bepaalt echter dat overal in Nederland openbaar onderwijs moet zijn. Het grondwettelijke uitgangspunt is kort gezegd dat openbaar onderwijs moet en dat bijzonder onderwijs mag. De Grondwet geldt (natuurlijk) ook voor Zeeuws-Vlaanderen, wat inhoudt dat De Rede als enige openbare vo-school in het gebied niet mag opgaan in een christelijke school.

Een simpele oplossing is om in Terneuzen te kiezen voor een samenwerkingsschool van zowel openbaar als bijzonder onderwijs, zoals dat ook elders in het land gebeurt. VOS/ABB adviseert alle betrokken instanties om het plan van aanpak mede op basis hiervan vorm te geven en om dat tevens te doen binnen de nadrukkelijk vastgelegde kaders van de Nederlandse Grondwet.

Informatie: Hans Teegelbeckers, 06-51603209, hteegelbeckers@vosabb.nl

Openbaar onderwijs moet, ook in Zeeuws-Vlaanderen

Het plan dat voor Zeeuws-Vlaanderen is gepresenteerd om daar voldoende voortgezet onderwijs te behouden, is ongrondwettelijk, benadrukt directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB in Trouw.

Teegelbeckers herhaalt in de krant wat hij eerder in een nieuwsbericht op deze website benadrukte, namelijk dat er in grondwettelijke zin niets van het plan van de Taskforce Zeeuws-Vlaanderen klopt om de openbare en de christelijke school voor voortgezet onderwijs in Terneuzen samen te voegen tot een christelijke school. Ook het plan om deze krimpregio bestuurlijk onder de vlag van het algemeen bijzonder onderwijs te brengen, druist in tegen de Grondwet.

‘De overheid heeft de plicht om te zorgen voor openbare scholen in de regio. Dat staat in artikel 23 van onze Grondwet. Ik constateer een blinde vlek voor het belang van het openbaar onderwijs’, aldus Teegelbeckers in Trouw. Een simpele oplossing is om te kiezen voor een samenwerkingsschool van zowel openbaar als bijzonder onderwijs, zoals dat ook elders in het land gebeurt.

Grondwet geldt ook in Zeeuws-Vlaanderen

De Terneuzense PvdA-wethouder Cees Liefting houdt echter vast aan de oplossing die de taskforce voorstaat, hoewel die oplossing dus niet te rijmen valt met de Grondwet. ‘Na veel onderhandelen, is dit eruit gekomen’, aldus Liefting.

Oud-voorzitter Kete Kervezee van de PO-Raad, die de Taskforce Zeeuws-Vlaanderen leidde, ziet de botsing met de Grondwet evenmin als een probleem. Zij verkeert in de veronderstelling dat het plan aan artikel 23 voldoet als de christelijke fusieschool een identiteitscommissie krijgt en geen enkele leerling weigert.

Lees het artikel in Trouw.

Lees ook de column van Hans Teegelbeckers in het decembernummer van ons magazine Naar School!.

Zeeuws-Vlaanderen krijgt niet de ‘eilandenstatus’

Het voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen hoeft niet te rekenen op extra geld. Onderwijsminister Arie Slob laat in antwoord op Kamervragen weten dat het gebied niet de ‘eilandenstatus’ krijgt, zoals die geldt voor de Waddeneilanden. Ook stelt hij dat er geen onderwijsgeld naar Zeeuws-Vlaamse startgroepen voor kinderen van twee tot vier jaar zal gaan.

Slob wijst erop dat de Beleidsregel uitzonderingsscholen VO 2013 extra bekostiging toekent aan scholen onder de opheffingsnorm die op eilanden staan. ‘De school moet daarvoor omringd zijn door water en niet verbonden door een brug of tunnel’, aldus de minister.

Het doel van de beleidsregel is volgens Slob om scholen die vanwege zeer specifieke omstandigheden onder de opheffingsnorm zitten, niet op te heffen en te kunnen blijven bekostigen. Hij erkent dat de vier scholen voor voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen te kampen met teruglopende leerlingenaantallen, maar hij wijst er ook op dat ze allemaal ruim boven de opheffingsnorm zitten.

Openbaar onderwijs móet

De antwoorden van Slob volgen op vragen van SP-Tweede Kamerlid Peter Kwint en zijn collega’s Lisa Westerveld van GroenLinks en Kirsten van den Hul van de PvdA over het adviesrapport Gewoon goed onderwijs!. Daarin staat dat het voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen vanwege bevolkingskrimp terug moet van vier verschillende schoolbesturen naar één bestuur voor bijzonder onderwijs en van vier scholen naar drie scholen.

Directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB wijst erop dat het advies indruist tegen de Grondwet. Als het advies werkelijkheid wordt, verdwijnt namelijk het openbaar voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen en dan is er geen sprake meer van het duale bestel, zoals dat is vastgelegd in artikel 23 van de Grondwet. Dit artikel bepaalt expliciet dat overal in Nederland openbaar onderwijs moet zijn.

Minister Slob heeft aan VOS/ABB laten weten dat hij met een reactie zal komen op de constatering dat het advies van de Taskforce Zeeuws-Vlaanderen tegen Grondwet indruist. De vragen van Kwint, Westerveld en Van den Hul gingen hier niet over.

Startgroepen en kinderopvang

De vragen gingen wel over structurele financiering van startgroepen voor kinderen van twee tot vier jaar. Daarmee zou kunnen worden voorkomen dat Nederlandse ouders in Zeeuws-Vlaanderen kiezen voor scholen in België, waar kinderen al vanaf 2,5 jaar welkom zijn en die bovendien spotgoedkope kinderopvang aanbieden.

De minister merkt over de financiering van dergelijke startgroepen op dat onderwijsgeld daar niet voor bedoeld is. ‘Kinderopvang en startgroepen vallen onder de verantwoordelijkheid van de minister van SZW’, aldus Slob, die daaraan toevoegt dat hij deze kwestie onder de aandacht zal brengen van zijn collega Wouter Koolmees.

Nieuw boek over duale bestel gepresenteerd

Op het congres ‘100 Jaar Vrijheid van Onderwijs’ is het boek De houdbaarheid van het duale bestel gepresenteerd.

Het boek is uitgebracht vanwege het feit dat het 100 jaar geleden is dat in 1917 in grondwetsartikel 23 de gelijke overheidsbekostiging van openbaar en bijzonder onderwijs is vastgelegd. De redactie was in handen van Miek Laemers. Zij is bijzonder hoogleraar onderwijsrecht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Aan de publicatie werkten ook andere wetenschappers van de VU mee, alsmede bijzonder hoogleraar Pieter Huisman van de Erasmus Universiteit Rotterdam. De bijzondere leerstoel van Huisman wordt mede in stand gehouden door VOS/ABB.

Het congres waarop het boek werd gepresenteerd, was georganiseerd door VOS/ABB in samenwerking met de profielorganisatie Verus, VBS, LVGS en ISBO.

Sprekers waren wiskundeleraar René Kneyber die lid is van de Onderwijsraad, de Nijmeegse hoogleraar Ben Vermeulen die onder meer verbonden is aan de Raad van State, hoogleraar Maarten Simons van KU Leuven en trendwatcher Farid Tabarki. Het congres was vrijdag op landgoed Zonheuvel in Doorn.

Er is verslag van het congres gemaakt.

Het boek De houdbaarheid van het duale bestel kan worden besteld via Miek Laemers: m.t.a.b.laemers@vu.nl. Het kost 15 euro (ex. btw en ex. verzendkosten).