Elke leerling welkom en zorg voor kansengelijkheid!

Elke leerling welkom, recht op goed en kosteloos onderwijs en kansengelijkheid. Het is mooi dat Lodewijk Asscher van de PvdA zich hiervoor sterk maakt, want dit zijn uitgangspunten die bij het onderwijs van de 21e eeuw passen. Alleen is het nogal tijdrovend en wellicht ook niet zo kansrijk om dit in de Grondwet te regelen.

Het is raar dat het onderwijs in Nederland ruim 100 jaar na invoering van artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs nog steeds uitgaat van uitsluiting van leerlingen. Althans, dat het bijzonder onderwijs daarvan mag uitgaan. In het openbaar onderwijs is iedereen per definitie welkom. Openbare scholen zijn immers van en voor iedereen. Dat is onze kracht.

Het bijzonder onderwijs kan echter nog steeds met de Grondwet in de hand leerlingen uitsluiten. Bijvoorbeeld als de levenswijze van een kind of diens ouders niet zou passen bij de religieuze grondslag van de school. Nu gebeurt dat tegenwoordig nog maar zelden, maar deze grondwettelijke mogelijkheid bestaat nog steeds.

Bovendien zet het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen dat onderwijsminister Arie Slob van de ChristenUnie propageert, nog eens de poorten wagenwijd open voor allerlei scholen waarin juist in hokjes wordt gedacht en niet vanuit de brede maatschappelijke taak die het onderwijs heeft.

Waarom bang zijn?

Nu stellen politici van christelijke partijen altijd dat een grondwetswijziging voor algemene toegankelijkheid niet nodig is, omdat ’98 procent van de bijzondere scholen een open toelatingsbeleid heeft’, zoals CDA-Kamerlid Michel Rog direct na het bekend worden van het plan van Asscher nog maar eens twitterde. Als dat zo is, waarom kunnen we het dan eindelijk niet eens goed regelen in de wet? Het bijzonder onderwijs hoeft toch nergens bang voor te zijn?

Bijzonder is ook de reactie van de christelijke profielorganisatie Verus. Die vergelijkt het plan van Asscher met een mitrailleur waarmee hij zou proberen een mug dood te schieten. Muggen zijn irritant, maar of hier sprake is van een mitrailleur? Ik denk eerder dat Asscher deze mug netjes wil elimineren. Om voor eens en altijd geregeld te hebben dat leerlingen uitsluiten niet meer kan. Ik denk dat Verus het daar roerend mee eens is!

Via de Grondwet?

Je kunt je wel afvragen of Asscher het via de weg van de Grondwet praktisch aanpakt. Algemene toegankelijkheid kun je ook via een wetswijziging regelen. In 2005 al kwam de PvdA met een voorstel daartoe. Onder andere de huidige coalitiepartners VVD en D66 willen dat ook. Dat het nog steeds niet is geregeld, komt door de christelijke coalitiedwang van de afgelopen jaren en nu.

Dus in de huidige kabinetsperiode, met het CDA en de ChristenUnie in de regering, zal het wederom een lastige zaak worden. Tenzij men het maatschappelijke belang laat prefereren boven het ‘hokjesdenken’. Ook binnen de discussie over het wetsvoorstel ’n ‘Meer ruimte voor nieuwe scholen’ pleiten we vanuit VOS/ABB voortdurend voor algemene toegankelijkheid van scholen.

De procedure is zo ingericht dat het zomaar acht jaar kan duren voordat een grondwetswijziging is doorgevoerd. Die tijd hebben we niet, want algemene toegankelijkheid van het onderwijs met daaraan verbonden kansengelijkheid voor alle leerlingen is een urgente maatschappelijke kwestie. Dat zou ook dit kabinet serieus moeten nemen!

Hans Teegelbeckers, directeur VOS/ABB

‘Leerrecht en algemene toegankelijkheid in artikel 23’

PvdA-leider Lodewijk Asscher wil artikel 23 van de Grondwet aanpassen. Hij pleit ervoor in het artikel over de vrijheid van onderwijs op te nemen dat elk kind recht heeft op onderwijs en gelijke kansen. Ook wil hij algemene toegankelijkheid regelen, zodat het bijzonder onderwijs geen leerlingen meer kan weigeren.

VOS/ABB heeft op verzoek van de PvdA meegedacht over de wijze waarop het meer dan 100 jaar oude grondwetsartikel 23 beter kan aansluiten bij de realiteit van de 21e eeuw. Daarbij spelen in het kader van kansengelijkheid leerrecht en algemene toegankelijkheid een essentiële rol.

Elke leerling welkom

Nu is het nog zo dat bijvoorbeeld een christelijke school met de Grondwet in de hand leerlingen mag weigeren als die niet bij de godsdienstige uitgangspunten van de school zouden passen. Als het aan Asscher ligt, verdwijnt die mogelijkheid uit artikel 23.

Hij wil alle scholen wettelijk verplichten elke leerling te accepteren, ook als het kind of diens ouders een andere levensovertuiging huldigen dan de school. Wel mag worden verwacht dat alle leerlingen en hun ouders de grondslag van de school respecteren.

In het openbaar onderwijs is het per definitie altijd al zo dat elke leerling welkom is. Openbaar onderwijs is immers van en voor iedereen. Met algemene toegankelijkheid zou dit ook gaan gelden voor het – eveneens door de overheid bekostigde – bijzonder onderwijs.

Kansengelijkheid

Daarnaast wil Asscher in de Grondwet opnemen dat elk kind in Nederland leerrecht krijgt en dat het onderwijs voor ouders kosteloos is. Algemene toegankelijkheid, leerrecht en kosteloos onderwijs zijn volgens Asscher nodig voor kansengelijkheid.

Nu is het nog zo dat sommige bijzondere scholen zeer hoge vrijwillige ouderbijdragen vragen. Geen enkele school die zo’n hoge bijdrage vraagt, zal erkennen dat dit middel wordt ingezet om leerlingen van ouders met een lage sociaal-economische status te weren. De realiteit is echter dat met hoge bijdragen dit effect wel degelijk wordt bereikt.

Asscher wil in artikel 23 van de Grondwet handhaven dat ouders met geld van de overheid een school op religieuze grondslag mogen stichten. Het moet volgens hem wel moeilijker worden voor bijvoorbeeld orthodox-christelijke en islamitische scholen om geen aandacht te schenken aan onderwerpen die bij bepaalde doelgroepen gevoelig kunnen liggen, zoals seksuele diversiteit en de Holocaust.

Kwestie van lange adem

Algemene toegankelijkheid is een thema waar de PvdA al lange tijd aan werkt. Toenmalig PvdA-Tweede Kamerlid en huidig SER-voorzitter Mariëtte Hamer kwam in 2005 met een voorstel voor algemene acceptatieplicht. Toen de PvdA echter samen met het CDA en de ChristenUnie in het kabinet-Balkenende plaatsnam, verdween het onder druk van de christelijke coalitiedwang in de la.

In 2010, toen de sociaal-democratische deelname aan het kabinet werd beëindigd, kwam Hamer opnieuw met het voorstel. De liberale VVD liet later dat jaar weten het voorstel niet te zullen steunen, waardoor er geen meerderheid in de Tweede Kamer voor was. Die weigering had te maken met het feit dat de VVD ging regeren met het CDA. Er was dus wederom sprake van christelijke coalitiedwang.

Slob ‘hogelijk verbaasd’

Voormalig PvdA-Kamerlid Loes Ypma, die later korte tijd voorzitter was van de christelijke profielorganisatie Verus, probeerde het in 2014 opnieuw om algemene acceptatieplicht in de wet vast te leggen. De huidige onderwijsminister Arie Slob die toen namens de ChristenUnie in de Tweede Kamer zat, reageerde ‘hogelijk verbaasd’.

Slob zei dat het PvdA-plan voor algemene toegankelijkheid een oplossing zou zijn voor een niet bestaand probleem, omdat er nauwelijks scholen zouden zijn die leerlingen weigeren. Hij benadrukte dat als er scholen zijn die misbruik maken van de vrijheid van onderwijs, de rechter hen op de vingers kan tikken.

Lees het plan van de PvdA

Lees ook het Algemeen Dagblad dat uitgebreid bericht over het plan van Asscher.

Eerste school in nieuwbouwwijk altijd openbaar!

In een nieuwbouwwijk moet de eerste school altijd een openbare school zijn. Dat is een van de punten die VOS/ABB heeft ingebracht voor het gesprek in de Tweede Kamer over het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen.

Dat de eerste school in de wijk een openbare school moet zijn, vloeit direct voort uit artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. Daarin staat immers dat de overheid ‘zich ten taak stelt voor alle burgers gelegenheid tot schoolonderwijs te verschaffen’ en dat de vervulling van die taak niet afhankelijk mag zijn ‘van het ontbreken van particulier initiatief’.

Er staat ook in dat onderwijs niet een zaak is ‘waarvan het belang door particulier initiatief moet blijken’, maar dat het ‘uit zichzelf een publiek belang’ is dat de overheid ‘geheel zelfstandig’ dient te behartigen’.

Niet nog meer segregatie!

De bijdrage van VOS/ABB gaat ook in op de huidige segregatie in het Nederlandse en het risico dat het wetsvoorstel op dit vlak met zich meebrengt. ‘Dit heeft met name te maken met de mogelijkheid dat eenieder straks een eigen school kan oprichten volgens een eigen gekozen grondslag. Ieder hokje een eigen school: de hokjesschool.’

Het wetsvoorstel gaat niet uitgaat van de huidige 19 vastgestelde richtingen, maar van ontelbare richtingen. Op basis van elke visie of grondslag kan er straks een school worden ingericht met een eigen toelatingsbeleid. ‘Dit wetsvoorstel geeft niet zozeer meer ruimte voor een verrijking van het onderwijsaanbod, maar zorgt voor meer ruimte voor segregatie’, zo staat in de bijdrage van VOS/ABB.

Algemene toegankelijkheid noodzakelijk

Een ander punt dat VOS/ABB in het licht van het tegengaan van segregatie noemt, is de noodzaak van algemene toegankelijkheid. ‘De gelijkheid van bekostiging van ons onderwijs moet er immers voor zorgen dat wij met ons allen kunnen genieten van ons onderwijs.’

Algemene toegankelijkheid botst niet met schoolkeuze, omdat uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat slechts een klein percentage van de ouders bereid is extra te reizen voor een denominatie.

De punten die VOS/ABB heeft ingebracht, hebben nadrukkelijk de aandacht van de politiek. Dat bleek tijdens een gesprek in de Tweede Kamer over het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen.

Lees de bijdrage van VOS/ABB

Advies over rol schoolbesturen en verkenning artikel 23

De Onderwijsraad komt in 2019 onder andere met een advies over de rol van de schoolbesturen en een verkenning naar de toekomstbestendigheid van de vrijheid van onderwijs volgens artikel 23 van de Grondwet. Dat staat in het Werkprogramma 2019 van de Onderwijsraad.

De centrale vraag die aan de basis van het advies naar de rol van schoolbesturen zal liggen: ‘Hoe kunnen onderwijsbesturen hun rol optimaal vervullen?’.

Bij het beantwoorden van deze vraag zal onder meer aandacht uitgaan naar verschillen in bestuurskracht tussen scholen en onderwijssectoren. Er zal ook worden gekeken naar wat er in dit opzicht te leren valt van andere (semi)publieke sectoren, zoals de zorg.

Vrijheid van onderwijs

De Onderwijsraad zal ook een verkenning uitvoeren naar de toekomstbestendigheid van de vrijheid van onderwijs volgens artikel 23 van de Grondwet. Daarbij zal de vraag centraal staan of de vrijheid van onderwijs in het licht van diverse ontwikkelingen in de samenleving, de onderwijspraktijk en het onderwijsbeleid betekenisvol kan blijven.

Andere onderwerpen waarover de Onderwijsraad in 2019 advies zal uitbrengen:

  • Lezen en leesbevordering
  • Educatieve infrastructuur
  • Verschillen tussen jongens en meisjes in het onderwijs
  • Passend onderwijs

Tevens zal de Onderwijsraad een aantal wetgevingsadviezen uitbrengen:

  • Verruiming wettelijke mogelijkheden voor innovatie in het onderwijs
  • Modernisering bekostiging primair onderwijs
  • Thuisonderwijs
  • Wetsvoorstel NLQF (Nederlands kwalificatiekader)

Lees meer…

‘Wat voor de klas gebeurt is geen staatstaak’

‘Wat voor de klas gebeurt is geen staatstaak, maar van de hele samenleving’. Dat heeft onderwijsminister Arie Slob gezegd in een toespraak bij de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht ter gelegenheid van de opening van het academisch jaar.

De toespraak van Slob stond in het teken van het begrip ‘coöperatie’, oftewel ‘een minisamenleving, op basis van wederkerigheid’. In zo’n samenleving past volgens de minister ‘de overheid gezonde bescheidenheid’. Hij verbond dit aan de vrijheid van onderwijs en zei dat wat voor de klas gebeurt ‘geen staatstaak (is), maar van de hele samenleving’.

Burgerschap

Daarmee wordt volgens Slob de kern van burgerschap geraakt, namelijk ‘dat de hele samenleving zich medeverantwoordelijk voelt voor de groei van onze kinderen’. Opvoeden is de primaire taak van ouders, zo benadrukte hij, ‘maar bij leren samenleven en omgaan met verschillen (…) ligt een taak voor ons allemaal’.

Scholen noemde hij in dit kader ‘belangrijk als veilige oefenplaats, waar kinderen leren om verantwoordelijkheid te nemen voor jezelf en de ander’. Daar hoort volgens hem bij dat kinderen leren hoe ‘onze’ samenleving werkt. In dit verband noemde hij de Grondwet, het politieke systeem en de democratische rechtsstaat.

Lees de toespraak van Slob

 

Stop ongrondwettelijke krimpaanpak Zeeuws-Vlaanderen!

Directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB geeft in een brief aan de Tweede Kamer aan waarom de voorgenomen fusie van het voortgezet onderwijs in krimpgebied Zeeuws-Vlaanderen indruist tegen artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. Hij benadrukt dat er moet worden gekozen voor een andere vorm van samenwerking die wél aan de Grondwet voldoet. Die mogelijkheid is er: de samenwerkingsschool.

Het fusieplan in Zeeuws-Vlaanderen voorziet in de samenvoeging van de openbare Stedelijke Scholengemeenschap De Rede en het christelijke Zeldenrust-Steelantcollege in Terneuzen tot een nieuwe christelijke school voor voortgezet onderwijs. In de statuten van de nieuwe organisatie staat niets vermeld dat nog verwijst naar het openbaar onderwijs.

Als de fusie volgens plan doorgaat, zou dus in heel Zeeuws-Vlaanderen geen openbaar voortgezet onderwijs meer zijn, terwijl in artikel 23 van de Grondwet heel duidelijk de eis van alomtegenwoordigheid van openbaar onderwijs staat vermeld.

In de brief aan de Tweede Kamer wordt ook gewezen op inconsequenties in beleid. Zo staat in het regeerakkoord dat het kabinet de vrijheid van onderwijs hoog acht en zelfs wil versterken, terwijl de krimpaanpak in Zeeuws-Vlaanderen diezelfde vrijheid van onderwijs opzijschuift.

Bovendien negeert Slob met zijn aanpak bewust de mogelijkheid van de samenwerkingsschool van openbaar en bijzonder onderwijs. Daarvoor is nota bene na vier decennia politieke discussie de Grondwet gewijzigd. Als in Terneuzen wordt gekozen voor de samenwerkingsschool, wordt wel aan de Grondwet voldaan.

Lees de brief aan de Tweede Kamer

Gemeenteraad schuift bij scholenfusie Grondwet opzij

De gemeenteraad van Terneuzen heeft dinsdagavond ingestemd met de fusie van de openbare Stedelijke Scholengemeenschap De Rede met het christelijke Zeldenrust-Steelantcollege, meldt de Provinciale Zeeuwse Courant (PZC). Het is opmerkelijk dat de raad hiermee akkoord is gegaan, omdat de fusie niet voldoet aan de grondwettelijke eis dat overal in Nederland openbaar onderwijs moet zijn.

Met de fusie verdwijnt het openbaar voortgezet onderwijs uit Zeeuws-Vlaanderen. De fusieschool krijgt een christelijke identiteit. In de statuten staat niets vermeld dat verwijst naar het openbaar onderwijs, terwijl dat op basis van de Grondwet overal in Nederland, dus ook in Zeeuws-Vlaanderen, voorhanden moet zijn.

De Zeeuwse krant schrijft dat het voor de gemeenteraad het belangrijkste is dat er goed voortgezet onderwijs in het gebied blijft bestaan en dat er nu moet worden doorgepakt. De raad heeft hiermee de grondwettelijk vereiste alomtegenwoordigheid van openbaar onderwijs opzijgeschoven.

De PZC meldt dat waarnemend directeur Piet de Witte van De Rede als inspreker in de raadscommissie nog wel heeft benadrukt dat de algemene toegankelijkheid voor leerlingen en docenten gegarandeerd blijft, maar dat staat niet als zodanig in de statuten.

Fusieplan Zeeuws-Vlaanderen botst met Grondwet

Als de fusieplannen voor het voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen ongewijzigd doorgaan, kunnen ouders die openbaar onderwijs willen daar nergens meer terecht. Adviseur Ronald Bloemers van VOS/ABB noemt dat in de Provinciale Zeeuwse Courant (PZC) een ‘unieke situatie’ die botst met de Grondwet.

Het voornemen is om de enige openbare middelbare school in Zeeuws-Vlaanderen, SSG De Rede in Terneuzen, per 1 augustus te laten opgaan in het christelijke Zeldenrust-Steelantcollege. Als dat doorgaat, ontstaat de voor Nederland unieke situatie dat er in een groot gebied geen openbaar voortgezet onderwijs meer is, terwijl in artikel 23 van de Grondwet is vastgelegd dat dat wel moet.

Bloemers wijst erop dat in de statuten van de fusieschool helemaal nergens iets vermeld staat over openbaar onderwijs. Hij vindt dat buitengewoon vreemd, omdat ook ouders van leerlingen die bewust voor openbaar onderwijs kiezen zich in de nieuwe fusieschool moeten kunnen herkennen. ‘Anders loop je de kans dat nog meer leerlingen naar België trekken’, aldus Bloemers in de PZC.

Brief aan gemeenteraad

De gemeenteraad van Terneuzen spreekt aanstaande dinsdagavond over de voorgenomen fusie. VOS/ABB dringt er in een brief aan de gemeenteraad op aan om niet akkoord te gaan met het plan zoals dat nu voorligt, omdat dat dat niet voldoet aan de grondwettelijke eis dat overal openbaar onderwijs moet zijn.

Lees de brief

Minister verdedigt fusie Zeeuws-Vlaanderen

Minister Slob van Onderwijs gaat niet in op de waarschuwing van VOS/ABB dat het openbaar voortgezet onderwijs verdwijnt uit Zeeuws-Vlaanderen, hetgeen ongrondwettelijk is. Hij verdedigt een omstreden scholenfusie.

In zijn officiële reactie zegt Slob alleen dat hij het niet eens is met VOS/ABB  dat in Zeeuws-Vlaanderen het duale stysteem wordt uitgehold. Dit schrijft hij aan de Tweede Kamer over de kwestie in Zeeuws-Vlaanderen. Daar heeft het voortgezet onderwijs te maken met leerlingdaling door demografische krimp en weglek van leerlingen naar België.

Een speciaal hiervoor opgerichte Taskforce Zeeuws-Vlaanderen wil de problemen oplossen door de bestaande schoolbesturen te laten opgaan in één stichting op algemeen bijzondere grondslag, terwijl tegelijkertijd twee vo-scholen in Terneuzen fuseren. Dit betreft de openbare scholengemeenschap De Rede en het christelijke Zeldenrust-Steelantcollege, die samen verdergaan als één christelijke school. Daarmee verdwijnt de laatste openbare vo-school uit Zeeuws-Vlaanderen.

Samenwerkingsschool garandeert openbaar onderwijs

VOS/ABB heeft de minister en alle betrokken instanties geadviseerd om een samenwerkingsschool in te richten in Terneuzen, om zo het openbaar onderwijs te garanderen. Artikel 23 van de Grondwet bepaalt immers dat overal in Nederland openbaar onderwijs beschikbaar moet zijn, en de grondwet geldt natuurlijk ook voor Zeeuws-Vlaanderen.

Minister Slob wijst in zijn brief op lid 4 van artikel 23, waarin staat dat gemeenten de opdracht hebben te voorzien in een genoegzaam aantal openbare scholen, waarbij ‘bij wet van dit uitgangspunt kan worden afgeweken’. Volgens Slob betekent dit niet dat er in elke gemeente een school voor openbaar voortgezet onderwijs moet zijn. Hij vindt het wel essentieel dat voortgezet onderwijs voor alle jongeren breed toegankelijk en kosteloos is. Aan die eis zou het plan van de Taskforce volgens hem wel voldoen. Hij wijst erop dat de schoolbesturen in Zeeuws-Vlaanderen allemaal hebben ingestemd met de fusie.

Omroep Zeeland meldde recent dat ouders wel vraagtekens zetten bij de voorgenomen  scholenfusie in Terneuzen. In tegenstelling tot wat minister Slob schrijft, heeft de medezeggenschapsraad van De Rede (nog) niet ingestemd met de fusie.

Lees de Kamerbrief van minister Slob.

 

Ouders zetten vraagtekens bij fusie Zeeuws-Vlaanderen

Ouders zetten vraagtekens bij de voorgenomen fusie van de openbare Stedelijke Scholengemeenschap De Rede en het christelijke Zeldenrust-Steelantcollege in Terneuzen, meldt Omroep Zeeland.

Volgens de regionale zender is het belangrijkste struikelblok bij de fusie het behoud van identiteit. Het plan tot fusie voorziet in een christelijke school waarin het openbaar onderwijs niet meer bestaat. Daarmee zou het openbaar voortgezet onderwijs uit Zeeuws-Vlaanderen verdwijnen.

‘Ik hoop dat kinderen hun eigen identiteit kunnen behouden. Gelovig of niet’, zo citeert Omroep Zeeland de vader van een leerling van De Rede. Er zijn ook ouders die vinden dat een christelijke school tegenwoordig nog maar heel weinig verschilt van een openbare school.

Fusie moet aan Grondwet voldoen

VOS/ABB benadrukt dat de voorgenomen fusie in Zeeuws-Vlaanderen indruist tegen de garantiefunctie van het openbaar onderwijs, zoals die is vastgelegd in artikel 23 van de Grondwet. 

Het uitgangspunt is kort gezegd dat openbaar onderwijs móet en dat bijzonder onderwijs mág. De Grondwet geldt (natuurlijk) ook voor Zeeuws-Vlaanderen, wat inhoudt dat De Rede als enige openbare vo-school in het gebied niet mag opgaan in een christelijke school.

Samenwerkingsschool

Een simpele oplossing is om in Terneuzen te kiezen voor een samenwerkingsschool van zowel openbaar als bijzonder onderwijs, zoals dat ook elders in het land gebeurt.

VOS/ABB adviseert alle betrokken instanties om het plan van aanpak mede op basis hiervan vorm te geven. Dan past het, zoals het hoort, binnen de nadrukkelijk vastgelegde kaders van de Nederlandse Grondwet.

Krimpaanpak Zeeuws-Vlaanderen moet binnen Grondwet

Alle betrokkenen bij het proces in krimpregio Zeeuws-Vlaanderen om daar een adequaat aanbod van voortgezet onderwijs te behouden, zijn het met elkaar eens over een plan van aanpak. VOS/ABB juicht een breedgedragen en zorgvuldige aanpak toe op basis van de garantiefunctie van het openbaar onderwijs zoals die in de Nederlandse Grondwet is vastgelegd.

De positieve inzet van de ministeries van OCW en Binnenlandse Zaken, de provincie Zeeland, de drie gemeenten in Zeeuws-Vlaanderen en betrokken schoolbesturen is dat het gebied een adequaat aanbod van voortgezet onderwijs moet behouden.

Openbaar onderwijs

Een punt van nadrukkelijke aandacht is echter dat het plan van aanpak is gebaseerd op een advies van de Taskforce Zeeuws-Vlaanderen, die bij het opstellen daarvan geen oog heeft gehad voor de grondwettelijke garantiefunctie van het openbaar onderwijs.

De opzet is om van vier naar één schoolbestuur voor algemeen bijzonder onderwijs en van vier scholen naar drie scholen voor voortgezet onderwijs te gaan. Daarbij zou de openbare Stedelijke Scholengemeenschap De Rede in Terneuzen opgaan in het christelijke Zeldenrust-Steelantcollege, wat het einde zou zijn van het openbaar voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen.

Artikel 23 Grondwet

Artikel 23 van de Grondwet bepaalt echter dat overal in Nederland openbaar onderwijs moet zijn. Het grondwettelijke uitgangspunt is kort gezegd dat openbaar onderwijs moet en dat bijzonder onderwijs mag. De Grondwet geldt (natuurlijk) ook voor Zeeuws-Vlaanderen, wat inhoudt dat De Rede als enige openbare vo-school in het gebied niet mag opgaan in een christelijke school.

Een simpele oplossing is om in Terneuzen te kiezen voor een samenwerkingsschool van zowel openbaar als bijzonder onderwijs, zoals dat ook elders in het land gebeurt. VOS/ABB adviseert alle betrokken instanties om het plan van aanpak mede op basis hiervan vorm te geven en om dat tevens te doen binnen de nadrukkelijk vastgelegde kaders van de Nederlandse Grondwet.

Informatie: Hans Teegelbeckers, 06-51603209, hteegelbeckers@vosabb.nl

Openbaar onderwijs moet, ook in Zeeuws-Vlaanderen

Het plan dat voor Zeeuws-Vlaanderen is gepresenteerd om daar voldoende voortgezet onderwijs te behouden, is ongrondwettelijk, benadrukt directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB in Trouw.

Teegelbeckers herhaalt in de krant wat hij eerder in een nieuwsbericht op deze website benadrukte, namelijk dat er in grondwettelijke zin niets van het plan van de Taskforce Zeeuws-Vlaanderen klopt om de openbare en de christelijke school voor voortgezet onderwijs in Terneuzen samen te voegen tot een christelijke school. Ook het plan om deze krimpregio bestuurlijk onder de vlag van het algemeen bijzonder onderwijs te brengen, druist in tegen de Grondwet.

‘De overheid heeft de plicht om te zorgen voor openbare scholen in de regio. Dat staat in artikel 23 van onze Grondwet. Ik constateer een blinde vlek voor het belang van het openbaar onderwijs’, aldus Teegelbeckers in Trouw. Een simpele oplossing is om te kiezen voor een samenwerkingsschool van zowel openbaar als bijzonder onderwijs, zoals dat ook elders in het land gebeurt.

Grondwet geldt ook in Zeeuws-Vlaanderen

De Terneuzense PvdA-wethouder Cees Liefting houdt echter vast aan de oplossing die de taskforce voorstaat, hoewel die oplossing dus niet te rijmen valt met de Grondwet. ‘Na veel onderhandelen, is dit eruit gekomen’, aldus Liefting.

Oud-voorzitter Kete Kervezee van de PO-Raad, die de Taskforce Zeeuws-Vlaanderen leidde, ziet de botsing met de Grondwet evenmin als een probleem. Zij verkeert in de veronderstelling dat het plan aan artikel 23 voldoet als de christelijke fusieschool een identiteitscommissie krijgt en geen enkele leerling weigert.

Lees het artikel in Trouw.

Lees ook de column van Hans Teegelbeckers in het decembernummer van ons magazine Naar School!.

Zeeuws-Vlaanderen krijgt niet de ‘eilandenstatus’

Het voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen hoeft niet te rekenen op extra geld. Onderwijsminister Arie Slob laat in antwoord op Kamervragen weten dat het gebied niet de ‘eilandenstatus’ krijgt, zoals die geldt voor de Waddeneilanden. Ook stelt hij dat er geen onderwijsgeld naar Zeeuws-Vlaamse startgroepen voor kinderen van twee tot vier jaar zal gaan.

Slob wijst erop dat de Beleidsregel uitzonderingsscholen VO 2013 extra bekostiging toekent aan scholen onder de opheffingsnorm die op eilanden staan. ‘De school moet daarvoor omringd zijn door water en niet verbonden door een brug of tunnel’, aldus de minister.

Het doel van de beleidsregel is volgens Slob om scholen die vanwege zeer specifieke omstandigheden onder de opheffingsnorm zitten, niet op te heffen en te kunnen blijven bekostigen. Hij erkent dat de vier scholen voor voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen te kampen met teruglopende leerlingenaantallen, maar hij wijst er ook op dat ze allemaal ruim boven de opheffingsnorm zitten.

Openbaar onderwijs móet

De antwoorden van Slob volgen op vragen van SP-Tweede Kamerlid Peter Kwint en zijn collega’s Lisa Westerveld van GroenLinks en Kirsten van den Hul van de PvdA over het adviesrapport Gewoon goed onderwijs!. Daarin staat dat het voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen vanwege bevolkingskrimp terug moet van vier verschillende schoolbesturen naar één bestuur voor bijzonder onderwijs en van vier scholen naar drie scholen.

Directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB wijst erop dat het advies indruist tegen de Grondwet. Als het advies werkelijkheid wordt, verdwijnt namelijk het openbaar voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen en dan is er geen sprake meer van het duale bestel, zoals dat is vastgelegd in artikel 23 van de Grondwet. Dit artikel bepaalt expliciet dat overal in Nederland openbaar onderwijs moet zijn.

Minister Slob heeft aan VOS/ABB laten weten dat hij met een reactie zal komen op de constatering dat het advies van de Taskforce Zeeuws-Vlaanderen tegen Grondwet indruist. De vragen van Kwint, Westerveld en Van den Hul gingen hier niet over.

Startgroepen en kinderopvang

De vragen gingen wel over structurele financiering van startgroepen voor kinderen van twee tot vier jaar. Daarmee zou kunnen worden voorkomen dat Nederlandse ouders in Zeeuws-Vlaanderen kiezen voor scholen in België, waar kinderen al vanaf 2,5 jaar welkom zijn en die bovendien spotgoedkope kinderopvang aanbieden.

De minister merkt over de financiering van dergelijke startgroepen op dat onderwijsgeld daar niet voor bedoeld is. ‘Kinderopvang en startgroepen vallen onder de verantwoordelijkheid van de minister van SZW’, aldus Slob, die daaraan toevoegt dat hij deze kwestie onder de aandacht zal brengen van zijn collega Wouter Koolmees.

Nieuw boek over duale bestel gepresenteerd

Op het congres ‘100 Jaar Vrijheid van Onderwijs’ is het boek De houdbaarheid van het duale bestel gepresenteerd.

Het boek is uitgebracht vanwege het feit dat het 100 jaar geleden is dat in 1917 in grondwetsartikel 23 de gelijke overheidsbekostiging van openbaar en bijzonder onderwijs is vastgelegd. De redactie was in handen van Miek Laemers. Zij is bijzonder hoogleraar onderwijsrecht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Aan de publicatie werkten ook andere wetenschappers van de VU mee, alsmede bijzonder hoogleraar Pieter Huisman van de Erasmus Universiteit Rotterdam. De bijzondere leerstoel van Huisman wordt mede in stand gehouden door VOS/ABB.

Het congres waarop het boek werd gepresenteerd, was georganiseerd door VOS/ABB in samenwerking met de profielorganisatie Verus, VBS, LVGS en ISBO.

Sprekers waren wiskundeleraar René Kneyber die lid is van de Onderwijsraad, de Nijmeegse hoogleraar Ben Vermeulen die onder meer verbonden is aan de Raad van State, hoogleraar Maarten Simons van KU Leuven en trendwatcher Farid Tabarki. Het congres was vrijdag op landgoed Zonheuvel in Doorn.

Er is verslag van het congres gemaakt.

Het boek De houdbaarheid van het duale bestel kan worden besteld via Miek Laemers: m.t.a.b.laemers@vu.nl. Het kost 15 euro (ex. btw en ex. verzendkosten).

Symposium ‘De staat van het openbaar onderwijs’

VOS/ABB, de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) en het platform CBOO organiseren een landelijk symposium naar aanleiding van 100 jaar onderwijspacificatie. Op dit congres op woensdag 13 september in De Observant in Amersfoort wordt de gezamenlijke publicatie De staat van het openbaar onderwijs gepubliceerd.

Het is 100 jaar geleden dat er een politiek staakt-het-vuren werd gesloten over de gelijke bekostiging van het bijzonder onderwijs. Dat werd in 1917 vastgelegd in artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. Hiermee kwam een formeel einde aan de jarenlange schoolstrijd in Nederland.

Onderzoek

De drie landelijke organisaties in het openbaar onderwijs grijpen deze gelegenheid aan om een gezamenlijk symposium te organiseren over de staat van het openbaar onderwijs.

Bij het symposium hoort de gezamenlijke uitgave De staat van het openbaar onderwijs. Daarin zal worden ingegaan op het openbaar onderwijs in het verleden, het heden en de toekomst. Auteurs die een bijdrage leveren aan deze uitgave, zullen diverse workshops verzorgen.

Meer informatie en aanmelden.

Symposium ‘100 jaar onderwijsvrijheid: hoe vrij is vrij?’

Op zaterdag 9 september kunt u in het Nationaal Onderwijsmuseum in Dordrecht naar het symposium 100 jaar onderwijsvrijheid: hoe vrij is vrij?.

Tijdens dit symposium worden kritische kanttekeningen geplaatst bij de onderwijspacificatie van 1917. Het gaat om de vraag van wie de school eigenlijk is als de overheid die financiert en de inspectie de kwaliteit ervan bewaakt.

Onderzoeker John Exalto van de Vrije Universiteit in Amsterdam zal tijdens het symposium zijn nieuwe boek Van wie is het kind? Twee eeuwen onderwijsvrijheid in Nederland presenteren. Vanaf 7 september is ook de tentoonstelling Vrijheid, blijheid? te zien in museum Hof van Nederland in Dordrecht.

De staat van het openbaar onderwijs

Op woensdag 13 september is in Amersfoort het symposium De staat van het openbaar onderwijs, waar het gelijknamige boek zal worden gepresenteerd. Dit symposium en deze uitgave worden verzorgd door VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs.

Lees meer…

Samenwerkingsscholen: Onderwijsraad leeft in verleden

Het negatieve advies van de Onderwijsraad over de instandhouding van samenwerkingsscholen door stichtingen voor openbaar onderwijs is gebaseerd op achterhaalde omstandigheden van vijftien jaar geleden. Daarom neemt de regering het niet over, meldt staatssecretaris Sander Dekker van OCW.

De Onderwijsraad stelde zich op het standpunt dat stichtingen voor openbaar onderwijs geen samenwerkingsscholen in stand kunnen houden, omdat dat buiten de constitutionele kaders zou zijn. Dekker meldt de Eerste Kamer in een nadere memorie van toelichting over de vereenvoudiging van de vorming van samenwerkingsscholen, dat de argumentatie van de Onderwijsraad is achterhaald.

Er hebben zich volgens hem ontwikkelingen voorgedaan die de verschillen tussen openbaar en bijzonder onderwijs hebben verkleind. Hij noemt als voorbeelden dat het meeste openbaar onderwijs tegenwoordig bestuurlijk is verzelfstandigd en dat de verschillen tussen ambtenaren (openbaar onderwijs) en werknemers (bijzonder onderwijs) aanzienlijk zijn verkleind.

De staatssecretaris stelt dat hij de overeenkomsten en mogelijkheden wil benadrukken. ‘De kern van het duale systeem is immers dat aan zowel openbaar als bijzonder onderwijs zo goed mogelijk recht wordt gedaan. De regering is van oordeel dat door haar gekozen vormgeving van de samenwerkingsschool op schoolniveau (in plaats van op bestuursniveau) ertoe leidt dat het ook mogelijk is dat een samenwerkingsschool door een stichting voor openbaar onderwijs in stand wordt gehouden.’

De uitleg van de staatssecretaris volgt op vragen van de ChristenUnie.

Lees meer…

‘Bijzonder onderwijs moet niet al te bijzonder worden’

‘Bijzonder onderwijs is goed, maar het moet niet al te bijzonder worden’. Dat heeft rechtsgeleerde en CDA-politicus Ernst Hirsch Ballin gezegd op het congres van de PO-Raad in Nijkerk. Hirsch Ballin deed zijn uitspraak in het licht van 100 jaar onderwijspacificatie en artikel 23 van de Grondwet over de gelijke overheidsbekostiging van openbaar en bijzonder onderwijs.

Hij bedoelde ermee dat we er in Nederland voor moeten oppassen dat er in het bijzonder onderwijs stromingen opkomen die onvoldoende oog hebben voor gedeeld burgerschap. Hij noemde als voorbeeld bepaalde islamitische scholen.

‘De externe pluriformiteit’ van het bijzonder onderwijs moet volgens Hirsch Ballin altijd dienstbaar blijven aan ‘de interne cohesie van een samenleving met gedeeld burgerschap’.  Hij voegde eraan toe dat de vrijheid van godsdienst niet los mag worden gezien van andere fundamentele rechten en vrijheden.

Hij riep er in zijn speech tijdens het congres van de PO-Raad toe op om burgerschapsonderwijs te betrekken in de kwaliteitseisen die de overheid aan scholen stelt.

Congres ‘Openbaar onderwijs en overheid’

Op 19 mei is er in Den Haag een congres met als thema ‘Openbaar onderwijs en overheid’. Het wordt georganiseerd door het platform CBOO.

Vier sprekers gaan in op een eigen deelthema:

  1. Prof. mr. dr. Dick Mentink: openbaar onderwijs en 100 jaar onderwijspacificatie.
  2. Prof. dr. Sjaak Braster: de identiteit van het openbaar onderwijs.
  3. Mr. Philip Geelkerken: de relatie tussen het openbaar onderwijs en de gemeenten.
  4. Prof. mr. dr. Pieter Huisman: de staat van het openbaar onderwijs.

De gratis toegankelijke bijeenkomst is op 19 mei van 13.30 tot 16.30 uur bij het CAOP aan het Lange Voorhout 13 in Den Haag. Aanmelden kan via info@cboo.nl.

Algemene acceptatieplicht controversieel verklaard

De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel voor algemene acceptatieplicht controversieel verklaard. Dit betekent dat het niet meer in de demissionaire periode van het huidige kabinet zal worden behandeld.

VOS/ABB, de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) en het platform CBOO hebben er voor de Tweede Kamerverkiezingen in een gezamenlijke brief op aangedrongen om nu eindelijk het wetsvoorstel voor algemene acceptatieplicht in behandeling te nemen. Het PvdA-voorstel is al in 2005 ingediend en sindsdien is het een aantal keren aan de orde geweest, maar zonder resultaat.

VOS/ABB, VOO en CBOO vinden het niet meer van deze tijd dat scholen leerlingen kunnen weigeren, omdat dit getuigt van de hokjesgeest uit het verzuilde Nederland in de voorbije 20e eeuw. Bijzondere scholen, zoals protestants-christelijke, rooms-katholieke en islamitische, kunnen echter op basis van de wet nog steeds de deur dichthouden voor leerlingen als hun levenswijze niet bij de religieuze uitgangspunten van de school zou passen.

Openbare scholen laten in principe alle leerlingen toe, ongeacht hun levensovertuiging, godsdienst, politieke gezindheid, afkomst, geslacht of seksuele voorkeur. Dit geldt ook voor personeelsleden.

Ga voor informatie naar de kernwaarden van het openbaar onderwijs.

‘Openbare samenwerkingsschool ongrondwettelijk’

Een samenwerkingsschool van openbaar en bijzonder onderwijs onder openbaar bestuur is in strijd met de Grondwet, ook als deze constructie wordt aangevuld met een identiteitscommissie en geschillenregeling. Dat staat in een advies van de Raad van State aan de Eerste Kamer.

De regering stelt dat in een samenwerkingsschool met een identiteitscommissie aangevuld met een geschillencommissie de samenwerking van openbaar en bijzonder onderwijs min of meer gelijkwaardig is. De Raad van State merkt echter op dat de gekozen constructie in strijd is met de Grondwet.

‘Een identiteitscommissie op schoolniveau kan er niet aan afdoen dat het laatste woord bij een conflict over het openbare karakter of de bijzondere identiteit van de school, bij het bevoegd gezag ligt. Een geschillenregeling maakt dat niet anders. Ook in dat geval blijft het bestuur van de school bij onderwerpen als richting en identiteit van de school, bij uitstek verantwoordelijk voor het realiseren van de statutaire doelstelling.’

De Raad van State stelt dat  een samenwerkingsschool onder overheidsbestuur ‘grondwettelijk ontoelaatbaar’ is, ook als er een identiteitscommissie wordt ingesteld en er een geschillenregeling komt. ‘Dat gegeven, gevoegd bij het feit dat de overheid zich als bevoegd gezag van de samenwerkingsschool niet kan binden aan het bijzonder onderwijs zonder in strijd te komen met het neutraliteitsvereiste en het vereiste van algemene benoembaarheid van het personeel, sluit een samenwerkingsschool waarvan het bestuur onder overwegende overheidsinvloed staat, grondwettelijk uit’, zo staat in het advies.

Lees het volledige advies

Het negatieve advies van de Raad van State is voor VOS/ABB geen verrassing, omdat de inhoud aansluit bij een eerder advies waarin de raad ook negatief oordeelde over de vorming van samenwerkingsscholen.

Samenwerking noodzakelijk!

Het voornamelijk bezwaar dat VOS/ABB ziet is dat het tegenhouden van de versoepeling van de regels rond de samenwerkingsscholen vooral de in krimpgebieden noodzakelijke samenwerking tussen openbaar en bijzonder onderwijs in de weg zit. Dit zorgt ervoor dat het aantal informele samenwerkingsvormen zal blijven toenemen, wat leidt tot een uitholling van grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs.

Als de door de Tweede Kamer aangenomen Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool ook door de Eerste Kamer komt, kan met artikel 23 in het achterhoofd worden gehandeld om ook in krimpgebieden goed onderwijs te behouden.

Informatie: Ronald Bloemers, 06-51914694, rbloemers@vosabb.nl

Wat wil de politiek met artikel 23?

In het maartnummer van het blad De VBS staat een beknopt overzicht van de standpunten van verschillende politieke partijen over artikel 23 van de Grondwet (vrijheid van onderwijs).

De politici die in het overzicht aan het woord komen, zijn Michel Rog van het CDA, Paul van Meenen van D66, Eppo Bruins van de ChristenUnie, Jasper van Dijk van de SP, Loes Ypma van de PvdA, Rik Grashoff van GroenLinks, Roelof Bisschop van de SGP en Pieter Duisenberg van de VVD.

De VBS is het blad van de Vereniging Bijzondere Scholen.

Download het overzicht

ChristenUnie ziende blind voor cijfers segregatie

Fractieleider en lijsttrekker Gert-Jan Segers van de ChristenUnie is ziende blind voor cijfers die aantonen dat grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs segregatie in de hand werkt. 

De christelijke profielorganisatie Verus kwam onlangs met cijfers die zouden aantonen dat het bijzonder onderwijs geen segregerend effect heeft. Wie deze cijfers niet sec bekijkt, maar in een bredere context plaatst, ziet dat het tegenovergestelde het geval is.

Verus benadrukt dat 60 procent van de leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond op bijzondere scholen zit en 40 procent op openbare scholen.

Context

Wie deze cijfers beziet in het licht van het feit dat van het totale aantal leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs (speciaal onderwijs uitgezonderd) 26,3 procent op openbare scholen zit, signaleert direct een significant verschil met de bovengenoemde 40 procent. Het openbaar onderwijs heeft relatief veel van deze leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond.

Andersom: van het totale aantal leerlingen (weer primair en voortgezet onderwijs bij elkaar opgeteld, het speciaal onderwijs uitgezonderd) zit 73,7 procent in het bijzonder onderwijs, terwijl hier slechts 60 procent van de leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond onderwijs krijgt. In het bijzonder onderwijs zitten dus relatief weinig van deze leerlingen.

Het bovenstaande laat zien dat artikel 23, dat het bijzonder onderwijs in staat stelt om leerlingen te weigeren, een segregerend effect heeft. Woordvoerder Wouter van den Berg van Verus meldt op Twitter dat het bijzonder onderwijs voor het grootste deel uit protestants-christelijke en rooms-katholieke scholen bestaat en dat die dus het beeld bepalen.

Politieke schijnwereld

In reactie op de constatering dat artikel 2 een segregerend effect heeft, laat fractieleider Gert-Jan Segers van de ChristenUnie op Twitter weten dat verscheidene politieke partijen stellen dat de vrijheid van onderwijs geen segregerend effect heeft, maar slechts tot vrijheid leidt:

Beweringen uit een politieke schijnwereld zijn voor Segers en daarmee voor de ChristenUnie kennelijk overtuigender dan keiharde cijfers waaruit duidelijk blijkt dat artikel 23 niet alleen gaat over de vrijheid van onderwijs, maar ook een segregerend effect heeft.

Stop met uitsluiten van leerlingen

De ChristenUnie wil af van het openbaar onderwijs, maar de argumenten die fractievoorzitter Gert-Jan Segers daarvoor gebruikt slaan nergens op. Wat we moeten afschaffen, is de grondwettelijke mogelijkheid die het bijzonder onderwijs nog steeds heeft om leerlingen uit te sluiten.

Segers was er afgelopen zaterdag in het politieke programma Kamerbreed op Radio 1 duidelijk over: weg met het openbaar onderwijs! Logisch, want de ChristenUnie is voor christelijk onderwijs. Maar dan moet hij wel met goede argumenten komen.

Laten we beginnen met zijn onjuiste veronderstelling dat openbaar onderwijs staatsonderwijs is. De openbare scholen vallen net als de bijzondere (waaronder christelijke) scholen bijna allemaal onder zelfstandige stichtingen. Er zijn nog maar een paar gemeenten die het openbaar onderwijs onder hun hoede hebben, maar de invloed van de overheid is tegenwoordig echt minimaal. Segers heeft kennelijk een belangrijke ontwikkeling gemist.

Zeggenschap ouders

Het idee van Segers dat bijzondere scholen van de ouders zijn, zoals hij in Kamerbreed zei, klopt ook al niet. Ja, een eeuw geleden werden scholen door of de overheid of ouders opgericht. Die tijd is allang voorbij.

In een deel van de bijzondere schoolbesturen zitten weliswaar ouders, maar meestal zijn het professionele bestuurders, net zoals in het openbaar onderwijs. Het openbaar en bijzonder onderwijs kennen ook allebei raden van toezicht. Ouders, personeel en leerlingen hebben weliswaar via de medezeggenschap invloed op de samenstelling van deze raden, maar dit betekent niet dat ze zeggenschap over de school hebben.

Het argument van Segers dat ouders in het bijzonder onderwijs meer keuzes kunnen maken, bijvoorbeeld voor dalton- of montessori-onderwijs, klopt evenmin. Er zijn natuurlijk net zo goed openbare dalton- en montessorischolen.

Van en voor iedereen

Je kunt je wel afvragen wat nog de verschillen zijn tussen bijzonder en openbaar onderwijs en hoe dit ouders, leerlingen en ook personeelsleden raakt. Het verschil zit dus niet in het belang dat scholen hechten aan het goed luisteren naar ouders. Het zit hem wel in de speciale rechten die artikel 23 van de Grondwet aan het bijzonder onderwijs geeft.

Zo mogen christelijke en andere bijzondere scholen leerlingen uitsluiten als die de (religieuze) identiteit van de school niet onderschrijven. Datzelfde grondwetsartikel zegt dat bijzondere scholen om die reden personeelsleden mogen weigeren. Gelukkig maakt tegenwoordig nog maar een klein deel van de bijzondere scholen gebruik van deze wettelijke mogelijkheid, maar het openbaar onderwijs staat als enige pal voor algemene toegankelijkheid en algemene benoembaarheid en weigert dus niemand. Met andere woorden: openbare scholen zijn van en voor iedereen.

Als we iets moeten afschaffen, is dat niet het openbaar onderwijs, maar de grondwettelijke mogelijkheid van uitsluiting. Als we het met elkaar eens zijn dat we onze kinderen op onze scholen goed willen voorbereiden op onze diverse maatschappij – waarin iedereen van alle nationaliteiten, geloven, zienswijzen en seksuele geaardheden met elkaar samenleeft – dan moeten we ervoor zorgen dat we loskomen van de hokjesgeest die zo kenmerkend was voor de verzuiling.

Hans Teegelbeckers, directeur VOS/ABB

Bert-Jan Kollmer, bestuurder Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs en de regio

Lambèrt van Genugten, bestuursvoorzitter Jan van Brabant College Helmond

Eerste Kamer vertraagt proces samenwerkingsschool

De Tweede Kamer is vorige maand akkoord gegaan met het wetsvoorstel voor de samenwerkingsschool, maar de Eerste Kamer wacht nog met het in behandeling nemen van dit voorstel van staatssecretaris Sander Dekker van OCW. De Senaat wil eerst meer informatie van de Raad van State.

De vertraging in het politieke proces betekent dat scholen in krimpgebieden die met elkaar willen samenwerken langer moeten wachten totdat de mogelijkheden daartoe wettelijk zijn vastgelegd.

VOS/ABB betreurt de vertraging, omdat de noodzaak tot samenwerking groot is om in krimpgebieden overal een goed aanbod van onderwijs overeind te houden. Omdat samenwerking door de huidige wet- en regelgeving wordt belemmerd, kiezen schoolbesturen nu vaak voor de informele samenwerkingsschool.

Vrees uit christelijke hoek van samenwerkingsschool

Vlak voor de kerstvakantie stemde een duidelijke meerderheid in de Tweede Kamer in met het wetsvoorstel van Dekker, maar de christelijke fracties stemden tegen. Zij vrezen voor een aantasting van de positie van het bijzonder onderwijs. De kritiek uit christelijke hoek concentreert zich op artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs.

De Raad van State adviseerde kritisch over het wetsvoorstel, omdat het tegen de Grondwet zou indruisen, maar dat weerhield de Tweede Kamer er niet van om ermee in te stemmen.