Wie gaat nieuwe inschaling betalen?

De nieuwe functiebeschrijvingen voor leraren in het basis- en speciaal onderwijs lijken forse financiële en organisatorische veranderingen met zich mee te brengen. Wie gaat dit betalen en wie is hiermee geholpen?

De PO-Raad en de vakbonden hebben met elkaar afgesproken dat er nieuwe functiebeschrijvingen komen. Dit zou nodig zijn, omdat het beroep van leraar volgens de sociale partners de afgelopen jaren sterk is veranderd.

Automatisch doorstromen?

Het komt erop neer dat de huidige schalen LA, LB en LC plaatsmaken voor nieuwe beschrijvingen, de spilfuncties 1, 2, 3 en 4. Op dit moment is LA nog de standaardfunctie. Met de nieuwe beschrijving wordt dat spilfunctie 2. Het verschil zit hem in hogere salarissen. Leraren die nu in LA zitten, komen in functie 2 en krijgen daarmee meer geld. Als spilfunctie 2 standaard is, hoe moeten schoolbesturen omgaan met spilfunctie 1?

Daarnaast zijn de afgelopen jaren met de functiemixgelden veel leerkrachten al doorgestroomd naar een LB-functie. Wat gaat er met hen gebeuren? Stromen zij straks automatisch door naar functie 3 en gaan daarmee de salariskosten verder omhoog? Of moet op elke school op basis van de feitelijk opgedragen werkzaamheden van alle leerkrachten opnieuw de inschaling tegen het licht worden gehouden?

Eigenheid van de school

En wat gebeurt er met de eigen lerarenfuncties die veel schoolbesturen in het kader van de functiemix hebben ontwikkeld die afweken van de voorbeeldfuncties? De eigen functies zijn afgestemd op de eigenheid van de scholen. Worden deze inspanningen met de nieuwe functiebeschrijvingen tenietgedaan? En moet iedereen zich straks conformeren aan de nieuwe voorbeeldfuncties? Dit lijkt mij een recept voor gedoe!

De implicaties van deze beoogde veranderingen op de scholen lijken dus zeer fors, vooral ook wat betreft de bekostiging. Immers, iemand moet de opwaardering betalen. Voor zover ik het nu kan overzien, is nog maar voor een derde dekking van de extra kosten die de beoogde veranderingen met zich mee brengen.

Lichtpunt?

Er wordt veel gezegd en geschreven over het vak van leerkracht en over wat er nodig is om de basiskwaliteit van het onderwijs te garanderen en de professionaliteit van leerkrachten te vergroten. Wat ik in elk geval vind opvallen aan de nieuwe functiebeschrijvingen, is dat de functie van leerkracht is geplaatst binnen een functiereeks met meerdere niveaus.

Hiermee wordt de doorgroei binnen het vak inzichtelijk. Bovendien wordt het zo betrekkelijk eenvoudig te zien wat er van een leerkracht op een bepaald niveau mag worden verwacht. Dit beschouw ik als een positief punt dat helpt in het gesprek over de werkverdeling op scholen en ook in het functionerings- en beoordelingsgesprek.

Ivo Israel, HRM-specialist VOS/ABB

Leraren behouden voor Randstad erg duur

Het kost ongeveer 400.000 euro om één leraar te behouden voor het voortgezet onderwijs in de Randstad. Dat concludeert Marc van der Steeg die promotieonderzoek heeft gedaan naar onder andere het effect van een hogere inschaling van leraren in de grote steden.

De overheid investeert sinds 2009 circa 60 miljoen euro per jaar om meer leraren in de Randstad in een hogere salarisschaal te kunnen plaatsen. Dit moet de aantrekkelijkheid van het lerarenberoep in de Randstad vergroten en toekomstige personeelstekorten terugdringen.

Het extra geld heeft volgens de onderzoeker geresulteerd in 20 procentpunt meer leraren die in een hogere schaal zijn geplaatst ten opzichte van scholen buiten de Randstad. Deze hogere schaal geeft uitzicht op 17 procent meer salaris, wat overeenkomt met ruim 7000 euro bruto per jaar.

Het effect van dit beleid is volgens Van der Steeg beperkt. Het heeft geleid tot iets meer behoud van leraren voor de Randstad: circa 125 leraren per jaar op een totaal van circa 30.000. Dit komt volgens hem neer op een bedrag van circa 400 duizend euro dat nodig is om één leraar te behouden voor de Randstad.

Van der Steeg werkt voor het Centraal Planbureau (CPB), dat in 2015 al een rapport van zijn hand publiceerde over de vraag wat het effect is van een hogere beloning van leraren in de Randstad.