OCW kraakt UNICEF-rapport over ongelijke kansen

Het ministerie van OCW zegt in het Algemeen Dagblad dat UNICEF ‘de plank misslaat’ in een rapport over ongelijke kansen in het onderwijs. Het kinderfonds van de Verenigde Naties trekt aan de bel over de situatie in Nederland, maar volgens het ministerie valt het hier allemaal wel mee.

UNICEF stelt in het rapport An Unfair Start: Inequality in Children’s Education in Rich Countries dat Nederland een van de rijke landen is waar de schoolprestaties van kinderen lijden onder omstandigheden waar zij geen invloed op hebben, zoals de plaats waar ze geboren zijn en het opleidingsniveau van hun ouders.

Een oorzaak van de kansenongelijkheid in Nederland is volgens UNICEF het op jonge leeftijd uitsplitsen van leerlingen in verschillende onderwijssoorten op basis van hun schoolprestaties. Van de onderzochte landen heeft Nederland met 12 jaar een van de vroegste selectiemomenten voor het voortgezet onderwijs.

Ongelijke kansen, segregatie en subgroepen

Eerdere onderzoeken wijzen ook op het probleem dat Unicef signaleert. Zo stelde de Inspectie van het Onderwijs in De staat van het onderwijs 2016-2017 dat kansenongelijkheid in het Nederlandse onderwijs een groot probleem is. Voormalig hoofddemograaf Jan Latten van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waarschuwde ervoor, in een interview met de Volkskrant, dat kansenongelijkheid  tot gevolg heeft dat er subgroepen ontstaan, onder andere in scholen.

Volgens het ministerie van OCW valt het allemaal wel mee, zo blijkt uit een reactie van een woordvoerder van het ministerie in het AD. ‘Kansengelijkheid gaat over verschillende prestaties van leerlingen gerelateerd aan het inkomen en de opleiding van de ouder. Nederland doet het wat dát betreft internationaal gezien juist goed’, zo citeert de krant de woordvoerder van OCW. UNICEF zou met het rapport ‘de plank misslaan’.

Lees meer…

Op 14 november houdt VOS/ABB een lagerhuisdebat over kansen(on)gelijkheid in het onderwijs. Meer informatie…

Kleine brede scholengemeenschappen extra hard geraakt

Kleine brede scholengemeenschappen in regio’s met demografische krimp worden extra hard geraakt door de herverdeeleffecten van de voorgestelde vereenvouding van de bekostiging van het voortgezet onderwijs. Dat erkent onderwijsminister Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer.

De minister schrijft in zijn brief dat alle scholen in het voorstel eenzelfde vaste voet krijgen en alle dezelfde type leerlingen hetzelfde bekostigingsbedrag. Dit betekent volgens hem dat de herverdeeleffecten het hardst aankomen bij brede scholengemeenschappen.

Bij kleine brede scholengemeenschappen in met name krimpregio’s komt dat effect extra hard aan, zo legt Slob uit. Dat komt doordat de vaste lasten per leerling daar relatief hoog zijn.

Kansengelijkheid

De bevindingen van de minister staan haaks op wat de Tweede Kamer wil. Die geeft expliciet aan dat de voorgestelde vereenvoudiging van de bekostiging van het voortgezet een stimulans moet bevatten voor de vorming van brede scholengemeenschappen, omdat die een positieve bijdrage leveren aan kansengelijkheid.

Dit belangrijke aandachtspunt werd door VOS/ABB onder de aandacht bracht van de politiek. ‘Het lijkt erop dat de wettenmakers ten aanzien van het voorstel vergeten zijn een ‘kansengelijkheidscheck’ uit te voeren’, zo staat in de bijdrage van Ronald Bloemers van VOS/ABB.

Het feit dat juist brede scholengemeenschappen hard worden geraakt door de herverdeeleffecten van de vereenvoudighing van de bekostiging, vindt VOS/ABB een ongewenste uitwerking. ‘In het belang van de aanpak van kansenongelijkheid dient dit wetsvoorstel daarop te worden aangepast’, zo staat in de bijdrage van Bloemers.

Wetsvoorstel botst met kansengelijkheid

Het wetsvoorstel ‘Meer ruimte voor nieuwe scholen’, dat onderwijsminister Arie Slob naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, brengt het risico met zich mee dat kansengelijkheid verder weg komt te liggen. Dat botst met het ideaal dat alle kinderen in het onderwijs dezelfde kansen verdienen.

Invoering van deze wet zou de segregatie in het onderwijs vergroten, terwijl de Inspectie van het Onderwijs in het rapport De staat van het onderwijs al duidelijk stelt dat dit een groot probleem is. Voormalig hoofddemograaf Jan Latten van het CBS waarschuwde er onlangs nog voor, in een interview met de Volkskrant, dat door toenemende segregatie subgroepen ontstaan, onder andere in scholen.

Het wetsvoorstel gaat mede op advies van de Onderwijsraad uit van richtingvrij plannen. Het wordt gebracht met de slogan ‘meer vrijheid van onderwijs’. Dat klinkt misschien mooi, maar straks kan in principe iedereen zijn eigen school zo inrichten, dat toelating afhankelijk wordt van de voorwaarden van de oprichters.

Er kunnen dan als het ware 1001 zuilen en dus een totaal versplinterd onderwijsveld ontstaan, waar algemene toegankelijkheid en kansengelijkheid ver te zoeken zijn. Dan is het dus niet meer ‘samen’, ‘met elkaar’ en ‘van en voor de samenleving’, zoals dat past bij de kernwaarden van het openbaar onderwijs, maar ‘apart’, ‘met onszelf’ en nadrukkelijk ‘niet voor de ander’.

Als we werk willen maken van kansengelijkheid en segregatie willen aanpakken, te beginnen in het onderwijs, dan past het niet om dit met een nieuwe wet tegen te werken.

Hans Teegelbeckers, directeur VOS/ABB

Jeroen Dijsselbloem legt nadruk op kansengelijkheid

Jeroen Dijsselbloem geeft het onderwijs vier nieuwe adviezen, zo vertelt hij in een gesprek met NRC. Hij benadrukt het belang van kansengelijkheid.

Het is ruim tien jaar geleden dat het rapport verscheen van de parlementaire commissie onder leiding van toen nog PvdA-Tweede Kamerlid Jeroen Dijsselbloem. De commissie had onderzoek gedaan naar onderwijsvernieuwingen die in de 20 jaar daarvoor waren ingevoerd, zoals de basisvorming, het studiehuis en het vmbo.

Aanleiding voor het onderzoek was de aanhoudende kritiek op deze vernieuwingen en de wijze waarop ze werden ingevoerd. De conclusie van de parlementaire commissie was dat de vernieuwingen van bovenaf waren ingevoerd, zonder voldoende rekening te houden met draagvlak in het onderwijs zelf.

Vier nieuwe adviezen

Dijsselbloem laat ruim tien jaar na dato zijn licht schijnen over het advies van de commissie die naar hem werd genoemd en kijkt naar hoe het onderwijs er nu voorstaat. Hij geeft in NRC vier vervolgadviezen:

  1. De overheid moet beter letten op de kwaliteit van het onderwijs en het onderwijsstelsel bewaken. Dat moet ‘compleet en samenhangend’ zijn. Kansengelijkheid kan worden bevorderd door brede scholengemeenschappen, brede brugklassen, latere selectie en soepele doorstroom.
  2. Het onderwijs moet leerlingen blijven toetsen. Doordat toetsen worden afgeschaft en de Cito-toets minder bepalend is, gaat de lat omlaag. Bovendien lopen vooral leerlingen met een migratieachtergrond het risico dat zij vanwege vooroordelen van leraren minder kansen krijgen nu objectieve toetsen terrein verliezen.
  3. Pas op voor onderwijsgoeroes, want hun ideeën zijn vaak buitengewoon zwak onderbouwd. Vernieuwingen moeten zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, net zoals dat het geval is buiten het onderwijs.
  4. Verhoog de lat. Dat kan door voortdurend te investeren in leraren en methoden.

Lees meer…

Kamer benadrukt belang brede scholengemeenschappen

De vereenvoudiging van de bekostiging van het voortgezet moet een stimulans bevatten voor de vorming van brede scholengemeenschappen, omdat die een positieve bijdrage leveren aan kansengelijkheid. Dit belangrijke aandachtspunt, dat VOS/ABB onder de aandacht bracht van de politiek, is woensdag expliciet benoemd in een debat in de Tweede Kamer.

In een bijdrage van VOS/ABB, die was bedoeld voor het debat in de Tweede Kamer over de vereenvoudiging van de bekostiging van het voortgezet onderwijs, staat dat de positie en het nut van brede scholengemeenschappen en brede brugklassen specifieke aandacht vereisen.

‘Het lijkt erop dat de wettenmakers ten aanzien van het voorstel vergeten zijn een ‘kansengelijkheidscheck’ uit te voeren’, zo staat in de bijdrage. De voorgestelde vereenvoudiging van de bekostiging kan er onder andere toe leiden dat brede scholengemeenschappen met verschillende stromingen op één locatie er financieel fors op achteruitgaan.

‘Dit vindt VOS/ABB een ongewenste uitwerking, juist met het oog op het nut van brede scholengemeenschappen, brede brugklassen en latere keuzemomenten. In het belang van de aanpak van kansenongelijkheid dient dit wetsvoorstel daarop te worden aangepast’, zo staat in de bijdrage.

Lees de bijdrage van VOS/ABB

Onderwijsminister Arie Slob heeft een brief naar de Tweede Kamer gestuurd over de voorgestelde vereenvoudiging van de bekostiging van het voortgezet onderwijs. De minister heeft ook Kamervragen beantwoord over de gevolgen van voorgestelde vereenvoudiging van de bekostiging op met name vo-scholen in krimpregio’s.

Toenemende segregatie: subgroepen in scholen

Voormalig hoofddemograaf Jan Latten van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waarschuwt in een interview in de Volkskrant voor toenemende maatschappelijke segregatie. Hij signaleert dat er subgroepen zijn, onder andere in scholen.

In de krant staat dat Latten vindt dat de overheid wat betreft segregatie zich te weinig sturend opstelt om te bereiken dat er een gemeenschappelijk fundament ontstaat. ‘De overheid heeft wel degelijk een opvoedkundige taak om te bewerkstelligen dat een samenleving zich in een gewenste richting ontwikkelt’, zo wordt hij geciteerd.

In dit kader stelt hij dat ook ouders moeten weten dat de overheid een opvoedkundige taak heeft. Daarbij noemt hij specifiek de rol die het bijzonder onderwijs zich aanmeet. ‘Wat mij bijvoorbeeld tegen de borst stuit, is dat de scholen in het bijzonder onderwijs te eigengereid kunnen zijn’, aldus de voormalig hoofddemograaf van het CBS.

Lees meer…

Kabinet zet in op goed onderwijs voor iedereen

Het kabinet investeert in ‘goed toegankelijk onderwijs voor iedereen’, omdat dat ‘cruciaal is voor de toekomst van de Nederlandse kennissamenleving’. Dat staat in de begrotingsstukken van het ministerie van OCW, die op Prinsjesdag zijn gepubliceerd.

Het kabinet schrijft in de begrotingsstukken dat de samenleving veel verwacht van het onderwijs, maar ook dat het beseft dat scholen niet alle maatschappelijke problemen kunnen oplossen. De primaire taak van het onderwijs is, aldus het kabinet, ‘kinderen en jongeren tot bloei te laten komen en voor te bereiden op de verantwoordelijkheden die ze in de toekomst zullen dragen’.

Daarbij hoort nadrukkelijk ‘goed toegankelijk onderwijs (…) waarin ieder kind tot zijn recht komt en zijn gaven en talenten kan ontwikkelen’. Daarom zegt het kabinet in te zetten ‘op gelijke onderwijskansen’, waarbij het vijf punten noemt:

  • Vroeg- en voorschoolse educatie: het aantal uren voorschoolse educatie aan kinderen die risico lopen op onderwijsachterstanden kan worden uitgebreid van 10 naar 16 uur per week en de kwaliteit kan worden verhoogd door inzet van hbo’ers.
  • Onderwijsachterstandenbeleid: het budget voor onderwijsachterstanden wordt ‘beter over het land’ verdeeld. Er gaat minder onderwijsachterstandengeld naar de grote gemeenten en meer naar kleine gemeenten.
  • Talentontwikkeling: in 2019 komt er in het kader van passend onderwijs subsidie voor onderwijs aan hoogbegaafde kinderen.
  • Kansengelijkheid: het aantal lokale allianties om kansengelijkheid te bevorderen wordt uitgebreid. Hierin zitten onder andere schoolbesturen.
  • Curriculumherziening primair en voortgezet onderwijs: in 2019 wordt de ontwikkelfase afgerond, gevolgd door politieke besluitvorming.

Het kabinet meldt verder dat het extra investeert in de versoepeling van de overgang van het primair naar het voortgezet onderwijs. Daarbij worden de doorgaande leerlijn en de zogenoemde 10-14-scholen genoemd, voor kinderen van 10 tot en met 14 jaar.

Over passend onderwijs merkt het kabinet op, dat het eigenaarschap daarvan moet worden ‘gevoeld door leraren en scholen’ en dat het geld hiervoor ‘echt in de klas’ terecht moet komen. Ouders krijgen ondersteuning in het gesprek met scholen, er komt onafhankelijk toezicht op de samenwerkingsverbanden en de combinatie van onderwijs en (zware) zorg wordt gemakkelijker.

Leraren

Goede en sterke leraren zijn onmisbaar voor goed onderwijs en dat is ‘de reden dat dit kabinet zoveel in hen investeert’, zo staat in de begroting. Het kabinet noemt in dit kader ook ‘het harde werk van dienstbare bestuurders, schoolleiders,  onderwijsondersteuners en conciërges’.

Het lerarentekort is, zo staat in de stukken, ‘een grote uitdaging’ die al tot veel actie heeft geleid om het tegen te gaan. ‘Dat doen we samen met werkgevers, vakbonden, lerarenopleidingen, gemeenten, transfercentra en vele anderen.’ Als voorbeelden van acties die al worden ondernomen, noemt het kabinet het verhogen van de in-, door- en uitstroom van de lerarenopleidingen, het bevorderen van zij-instroom, het behouden van leraren en het activeren van stille reserve.

Ook worden ‘het verbeteren van de beloning en het carrièreperspectief’ genoemd, waarbij het kabinet ingaat op de salarisverhoging in het primair onderwijs en het geld voor de verlaging van de werkdruk in het onderwijs. ‘Daardoor wordt het beroep van leraar aantrekkelijker’, aldus het kabinet.

Ga naar de OCW-begroting 2019

Later deze week komt VOS/ABB met een grondige analyse van de cijfers in het OCW-begroting 2019. Deze analyse wordt gemaakt door onze financieel experts Ronald Bloemers en Ron van der Raaij.

‘School als gemeenschap bevordert kansengelijkheid’

Rector Alwin Hietbrink van het openbare Barlaeus Gymnasium in Amsterdam pleit voor een herwaardering van de school als gemeenschap. Hij verbindt zijn pleidooi aan kansengelijkheid.

Individueel maatwerk in het onderwijs schiet volgens hem door, waardoor de school als gemeenschap buiten beeld raakt. ‘Door de grote nadruk op persoonlijke ontwikkeling dreigen we het onderwijs als verbindingspunt van gemeenschapsvorming uit het oog te verliezen’, aldus Hietbrink op de opiniepagina van de Volkskrant.

De individualisering van het onderwijs heeft verstrekkende gevolgen, schrijft de Amsterdamse rector. Daarbij verwijst hij naar Frankrijk, waar decentralisering van het onderwijs in de jaren 80 van de vorige eeuw vooral voor kansarme leerlingen negatieve gevolgen had.

Daarom is volgens Hietbrink de school als gemeenschap toe aan een herwaardering. ‘Wat ons bindt is belangrijk en het verzorgen van een gemeenschappelijke basis voor al onze kinderen kan een belangrijke bijdrage leveren aan grotere kansengelijkheid.’

De gemeenschap is volgens hem niet alleen nodig om eenheid te vinden, maar ook om verschil te maken. ‘Je kunt je dus afvragen of gepersonaliseerd leren wel bijdraagt aan persoonsvorming. Want wie je bent, word je pas samen met anderen.’

Lees meer…

VOS/ABB houdt op 14 november een lagerhuisdebat over kansengelijkheid. Geïnteresseerd? Lees meer over ons initiatief

Gelijke kansen voor alle kinderen

Voorzitter Rinda den Besten van de PO-Raad wil af van de schotten tussen primair en voortgezet onderwijs. Want alle kinderen verdienen volgens haar gelijke kansen. Laten we dan ook een einde maken aan het onderscheid tussen openbaar en bijzonder onderwijs!

Kansengelijkheid, dat wil iedereen die hart heeft voor kinderen en goed onderwijs. Het past niet in onze samenleving dat het ene kind meer kansen krijgen dan het andere. Met het weghalen van de schotten tussen het primair en voortgezet onderwijs wordt de doorgaande leerlijn bevorderd en kan volgens Den Besten ook de vroege selectie van leerlingen worden tegengaan, wat goed is voor de kansengelijkheid.

Zij pleitte hiervoor op een bijeenkomst over de invlechting van het (voortgezet) speciaal onderwijs in het reguliere onderwijs. Uiteindelijk moeten wat haar betreft de Wet op het primair onderwijs (WPO) en de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) worden samengevoegd tot één wet op het funderend onderwijs. Dat is voor haar de stip op de horizon, zo liet ze op die bijeenkomst weten.

Artikel 23

Het is mooi dat de voorzitter van de PO-Raad hiervoor pleit, maar ik mis in haar pleidooi een bespiegeling op het huidige onderwijsbestel dat is gebaseerd op artikel 23 van de Grondwet. Dat houdt nog steeds het onderscheid tussen openbaar en bijzonder onderwijs in stand. We leven niet meer in de verzuilde 20e eeuw, vrijwel iedereen is het erover eens dat kinderen met en van elkaar moeten leren op basis van diversiteit en wederzijds respect, en tóch plaatsen we ze als het op de scholen aankomt nog steeds in denominatieve hokjes.

Als we met zijn allen écht willen dat kinderen gelijke kansen krijgen, is het niet genoeg om alleen de schotten tussen primair en voortgezet onderwijs weg te halen. Dan moeten ook de schotten tussen de openbare, christelijke, islamitische en alle andersoortige scholen weg. Daarvoor hebben VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) het toekomstconcept School! ontwikkeld. In de toekomst kijken scholen niet meer of een kind christelijk, islamitisch of wat dan ook is, maar kijken zij op basis van diversiteit en gelijkwaardigheid naar de optimale kansen voor alle leerlingen, ongeacht hun afkomst.

Als u meer wilt weten over ons concept School!, downloadt u de School!Gids.

Hans Teegelbeckers, directeur VOS/ABB

Peutervoorziening moet kansengelijkheid bevorderen

Er moet één peutervoorziening komen voor alle kinderen van 2,5 tot 4 jaar om kansengelijkheid te bevorderen. Dat vinden de PO-Raad, de Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang (BMK), de Brancheorganisatie Kinderopvang, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en Sociaal Werk Nederland, meldt Trouw. In een opiniestuk in die krant lichten voorzitter Rinda den Besten van de PO-Raad en haar collega Sharon Gesthuizen van de BMK het plan toe.

Zij vinden het niet goed dat peuters met verschillende sociaal-economische achtergronden van elkaar gescheiden worden:  ‘Sommige peuters gaan naar de kinderopvang in de buurt, andere peuters naar een voorschool een buurt verderop. En sommige peuters gaan helemaal nergens naartoe’, zo schrijven zij. De voordelen van één peutervoorziening is volgens hen onder meer dat kinderen van jongs af aan samen opgroeien.

Advies peutervoorziening

Het plan voor één peutervoorziening borduurt voort op het advies Tijd om door te pakken in de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang van de Taskforce samenwerking onderwijs en kinderopvang. In dat advies staat dat alle peuters samen moeten kunnen opgroeien en zich ook samen moeten kunnen ontwikkelen.

Lees meer…

Zonder vrijwillige ouderbijdrage op schoolreis?

De SP en GroenLinks willen bij wet regelen dat kinderen van wie de ouders de vrijwillige ouderbijdrage niet willen of kunnen betalen, niet kunnen worden uitgesloten van extra activiteiten.

Nu is het zo dat scholen leerlingen mogen uitsluiten van extra activiteiten als hun ouders de vrijwillige ouderbijdrage niet betalen. Het gaat bijvoorbeeld om schoolreizen. De SP en GroenLinks stellen dat dit kansenongelijkheid in de hand werkt. Bovendien zou het voor de betreffende kinderen traumatiserend zijn.

Ouderbijdrage gemiddeld 5 euro per maand

De gemiddelde vrijwillige ouderbijdrage per basisschoolleerling is gestegen van 38 euro in 2006 naar 61 euro in 2016. De verschillen tussen scholen kunnen groot zijn. Zo zijn er scholen die enkele tientjes vragen, maar het komt ook voor dat aan ouders honderden euro’s per jaar wordt gevraagd.

In de schoolgids moet vermeld staat dat de ouderbijdrage voor extra activiteiten vrijwillig is. In de praktijk echter wordt het vrijwillige karakter van de bijdrage door een deel van de ouders niet als zodanig herkend, maar als dwingend ervaren.

Bijles groeiend fenomeen onder basisschoolleerlingen

Steeds meer basisschoolleerlingen krijgen bijles, meldt het NOS Jeugdjournaal.

‘Kinderen die we spreken, merken dat hun juf en meester het lastig hebben met de grote klassen’, vertelt Jeugdjournaal-redactrice Michelle Veldkamp in het NOS Radio 1 Journaal. Volgens onderwijsdeskundigen ligt het anders, aldus de NOS. Zij wijten de toename aan de prestatiedruk van de ouders.

Populair zijn de bijlessen rekenen en begrijpend lezen. ‘En rond de Citotoets zijn er trainingen om de scholieren daarvoor klaar te stomen’, aldus Veldkamp.

De NOS meldt verder dat er vrees bestaat voor ongelijkheid onder de scholieren, omdat ouders zelf voor bijles moeten betalen. ‘Het kost al gauw 120 euro per maand en niet iedereen kan dat betalen’, zo citeert de NOS haar.

Bijles prima, mits…

Toenmalig minister Jet Bussemaker en voormalig staatssecretaris Sander Dekker van OCW zeiden begin dit jaar in reactie op Kamervragen dat bijles op zich prima is, mits de kwaliteit van het onderwijs op orde is.

‘Privéonderwijs mag geen gevolg zijn van tekortschietend regulier onderwijs. Dit neemt niet weg dat ouders de vrijheid hebben om ervoor te kiezen buitenschoolse begeleiding in te schakelen, wanneer zij dit zinvol achten’, aldus Bussemaker en Dekker.

Veel minder kansen voor kinderen uit arme gezinnen

Kinderen uit bijstandsgezinnen met een niet-westerse migratieachtergrond hebben veel minder kans om hun school succesvol en zonder vertraging te doorlopen dan kinderen uit gezinnen van hoogopgeleide ouders met veel geld, meldt de Rekenkamer Metropool Amsterdam (RMA).

De constatering van de RMA staat in het kader van de bezuiniging op de Scholierenvergoeding van de gemeente Amsterdam. Die vergoeding voor gezinnen met weinig geld blijkt positief effect te hebben op schoolprestaties. De RMA adviseert daarom deze gemeentelijke bezuiniging in de hoofdstad terug te draaien.

Daarbij verwijst de RMA naar de Sociaal-Economische Raad (SER), die in het advies Opgroeien zonder armoede het belang benadrukt van goede voorzieningen voor kinderen uit arme gezinnen. Die zouden volgens de SER dezelfde kansen moeten hebben als leeftijdgenoten van wie de ouders meer/veel geld hebben.

Lees meer…

Subsidie voor meer gelijke kansen in onderwijs

Het ministerie van OCW stelt 2,4 miljoen euro beschikbaar voor activiteiten die bijdragen aan gelijke kansen in het onderwijs. De aanvraagperiode voor de subsidie loopt van 1 november tot en met 15 december 2017.

De subsidie kan aangevraagd worden door publiek bekostigde onderwijsinstellingen die in samenwerking met gemeenten en andere partijen activiteiten ontplooien gericht op het vergroten van gelijke kansen.

De subsidie is mogelijk voor drie soorten activiteiten of een combinatie hiervan:

  • Kennisdeling (maximaal 10.000 euro)
  • Interventie(s) op lokaal of regionaal niveau (maximaal 70.000 euro)
  • Onderzoek (maximaal 30.000 euro)

Lees meer…

 

‘Ambities nieuwe kabinet schieten tekort’

De Stichting van het Onderwijs vindt dat het kabinet meer moet doen om het lerarentekort, de hoge werkdruk in het onderwijs en kansenongelijkheid aan te pakken.

Voorzitter Paul Rosenmöller van de Stichting van het Onderwijs wijst erop dat het lerarentekort niet in het regeerakkoord wordt genoemd. Desondanks gaat hij ervan uit dat het nieuwe kabinet het hoog op de agenda heeft staan.

‘Binnen de stichting zien we de voorgestelde maatregelen voor de verbetering van de arbeidsvoorwaarden en het tegengaan van werkdruk in het primair onderwijs als eerste stap om de tekorten aan te pakken. We spreken met de nieuwe bewindslieden graag verder over aanvullend beleid’, aldus Rosenmöller.

Kabinet moet investeren, niet bezuinigen

Vicevoorzitter Liesbeth Verheggen van de Stichting van het Onderwijs benoemt de zogenoemde doelmatigheidskorting die het onderwijs boven het hoofd hangt. Dat is volgens haar een ander woord voor wat normaal gesproken een bezuiniging heet. ‘Dat rijmt niet met de ambities van het kabinet om te investeren in de kenniseconomie, de kwaliteit en de toegankelijkheid van ons onderwijs’, benadrukt zij.

De Stichting van het Onderwijs mist verder een duidelijke visie van het nieuwe kabinet op de aanpak van kansenongelijkheid in het onderwijs.

Lees meer…

 

Albert Heijn geeft gratis examentraining

Albert Heijn organiseert in de vier grote steden examentrainingen voor scholieren die vakkenvuller of caissière zijn, meldt NRC Handelsblad.

Sinds april organiseert de supermarktketen tweewekelijks examenklassen voor de 8000 vakkenvullers en caissières die eindexamen doen. De ouders hoeven hier niet voor te betalen. Ook is er gratis online examenbegeleiding. Albert Heijn wil zijn jonge werknemers hiermee een goede start geven op de arbeidsmarkt, schrijft NRC.

De VO-raad is er blij mee, meldt de krant. ‘Mooi voor kinderen die geen rijke ouders hebben’, reageert een woordvoerder van de sectororganisatie.

Lees meer…

Albert Heijn en gelijke kansen

Particuliere bijlessen waarvoor ouders wel moeten betalen, worden de laatste tijd in verband gebracht met kansenongelijkheid. Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW zeiden in januari in reactie op Kamervragen van GroenLinks dat het funderend onderwijs de verantwoordelijkheid heeft om alle leerlingen onderwijs en begeleiding van hoge kwaliteit aan te bieden.

De minister en de staatssecretaris zeiden echter ook dat ouders de vrijheid hebben om ervoor te kiezen buitenschoolse begeleiding in te schakelen. ‘Er heeft en zal altijd een particuliere markt voor bijlessen en huiswerkbegeleiding bestaan’, aldus Bussemaker en Dekker.

Lees meer…

 

Inspectie kijkt met trots terug op 2016

Inspecteur-generaal Monique Vogelenzang van de Inspectie van het Onderwijs kijkt met trots terug op 2016. Dat meldt ze in haar voorwoord in Jaarbeeld 2016. Effectief toezicht voor beter onderwijs.

‘Aan de ene kant vernieuwden we ons toezicht, draaiden we pilots, evalueerden we, stelden we een nieuw onderzoekskader vast, gingen we proefdraaien en boden we onze mensen een stevig scholingstraject aan. Tegelijkertijd voerden we onze toezichttaak uit, deden we instellingsonderzoek en themaonderzoek en maakten we onder meer de Staat van het Onderwijs. We gaven, kortom, invulling aan effectief toezicht voor beter onderwijs, aan onze missie’, aldus Vogelenzang.

Inspectie over kansenongelijkheid

Het rapport De Staat van het Onderwijs 2014/2015 dat in 2016 werd uitgebracht, had volgens Vogelenzang grote impact. In dit rapport stond de groeiende kansenongelijkheid in het onderwijs centraal. ‘Onze boodschap over kansenongelijkheid resoneert nog steeds. En dat niet alleen, op allerlei plekken zijn er initiatieven om de kansenongelijkheid te bespreken en te bestrijden. Initiatieven waar wij zo nodig graag onze bijdrage aan leveren.’

In het Jaarbeeld 2016 staat dat de inspectie in het verslagjaar circa 2950 onderzoeken uitvoerde en besturen, scholen en opleidingen bezocht. ‘We rapporteerden ook over een aantal actuele thema’s, altijd met het oogmerk om perspectief op kwaliteitsverbetering te bieden. Daarbij kozen we vaker dan voorheen voor de dialoog met de betrokkenen over de uitkomsten in plaats van dat we alleen een rapport uitbrachten’, aldus de inspecteur-generaal.

Lees meer…

Inspectie: burgerschapsonderwijs schiet tekort

Het burgerschapsonderwijs vertoont weinig samenhang en is weinig doelgericht. Bovendien ontbreekt inzicht in wat leerlingen ervan leren. Dit en meer stelt de Inspectie van het Onderwijs in het onderwijsverslag De Staat van het Onderwijs, dat woensdag is overhandigd aan de demissionaire minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW.

De inspectie dringt aan op versterking van de condities voor burgerschapsonderwijs, maar ziet in de huidige situatie ook aanknopingspunten voor verbetering. Zo wordt in het onderwijsverslag samenwerking genoemd in de Alliantie voor Burgerschap. ‘Ook laten veel scholen zien dat burgerschapsonderwijs – anders dan soms wordt gedacht – niet altijd ‘ingewikkeld’ of ‘gevoelig’ voor meningsverschillen over waarden en normen hoeft te zijn’, aldus de inspectie.

De kritische bevindingen van de inspectie steken af tegen de positieve beoordeling van burgerschapsonderwijs door schoolleiders, zoals onlangs bleek uit een peiling van DUO Onderwijsonderzoek. Uit die peiling kwam onder andere naar voren dat een ruime meerderheid van zeven op de tien directeuren in zowel het basis- als voortgezet onderwijs (zeer) tevreden is over de kwaliteit van het burgerschapsonderwijs bij hen op school.

Rekenen en wiskunde

De Staat van het onderwijs gaat natuurlijk over (veel) meer dan alleen burgerschapsonderwijs. Zo signaleert de inspectie dat vooral bij rekenen, wiskunde en natuurwetenschappen de prestaties dalen. De sterkste daling is te zien bij de resultaten van basisschoolleerlingen in het natuuronderwijs. Toch presteren Nederlandse kinderen vergeleken met leeftijdgenoten in andere landen nog steeds goed als het gaat om rekenen, wiskunde en natuurwetenschappen.

Een ander punt dat de inspectie benoemt, is dat er in Nederland in vergelijking met andere landen relatief weinig zwakke en ook relatief weinig excellente leerlingen zijn.

Gelijke kansen

Hoewel in 2016 twee keer zoveel schooladviezen naar boven zijn bijgesteld dan in 2015, neemt de kansenongelijkheid niet af. ‘De kans op onderadvisering voor leerlingen met laagopgeleide ouders (…) is weliswaar sterk gedaald, maar vooral leerlingen met hoogopgeleide ouders profiteren van verschuivingen in 2016’, zo staat in het verslag.

Verder blijkt dat hoog presterende leerlingen met academisch geschoolde ouders vaker in homogene vwo-brugklassen zitten en dito leerlingen zonder academisch geschoolde ouders vaker in een gemengde brugklas. ‘Dit kan gevolgen hebben voor het niveau waarop zij de lesstof krijgen aangeboden’, stelt de inspectie.

De segregatie naar etnische achtergrond vermindert in zowel het basis- als voortgezet onderwijs. Sociale segregatie in het onderwijs is volgens de inspectie vooral een verschijnsel dat zich voordoet in steden. Op scholen met veel kinderen van ouders met een lage sociaaleconomische status signaleert de inspectie de meeste leerachterstanden.

Professionalisering

Leraren, scholen en schoolbesturen verschillen aanzienlijk van elkaar in tijd en aandacht voor professionalisering. ‘Op sommige scholen lijkt het leraren aan tijd te ontbreken om zich te professionaliseren, terwijl op andere scholen (…) leraren juist intensieve en gerichte professionaliseringsactiviteiten ondernemen’, schrijft de inspectie.

In het verslag staat ook dat professionaliseringsactiviteiten weinig gericht zijn op effectieve aanpakken en maar zelden een relatie hebben met het strategisch beleid van de school. Bovendien blijken de directie en de leraren vaak heel verschillend tegen de ontwikkeling van de school aan te kijken. ‘De onderwijsvisie (…) is niet altijd duidelijk en wordt niet altijd gedeeld. Leraren en schoolleider praten vaak langs elkaar heen (…).’

Passend onderwijs

Het beeld dat er met de invoering van passend onderwijs grote verschuivingen zijn opgetreden, klopt volgens de inspectie niet. ‘Leerlingen met een ondersteuningsbehoefte blijven vaker in het regulier onderwijs en vanuit het speciaal onderwijs gaan er leerlingen naar het regulier onderwijs. Het ging de afgelopen twee jaar om kleine verschuivingen, waardoor er per school geen of nauwelijks leerlingen uit het speciaal onderwijs bij komen’, zo staat in het onderwijsverslag.

Volgens de inspectie zijn er succesvolle interventies geweest om het aantal leerlingen dat zonder onderwijs thuiszit omlaag te brengen. ‘Samenwerkingsverbanden die doorzettingsmacht hebben georganiseerd, lijken er beter in te slagen leerlingen niet langdurig thuis te laten zitten.’

Informatie: André de Jong, 06-30056066, adejong@vosabb.nl

Nijmegen zet in op gelijke kansen

Nijmegen wil als Nationale Onderwijsstad 2017-2018 inzetten op gelijke kansen voor alle kinderen.

‘Het thema ‘gelijke kansen’ past Nijmegen als een jas,’ aldus onderwijswethouder Renske Helmer-Englebert (SP). ‘Met de innovatieagenda en een intensieve samenwerking tussen opvang, onderwijs en werk is Nijmegen altijd bezig kinderen, leerlingen en studenten een optimaal ontwikkelklimaat te bieden.’

Met ingang van 1 oktober aanstaande draagt Nijmegen een jaar lang de titel van Nationale Onderwijsstad. Deze titel wordt elk schooljaar aan een andere stad verleend. Op dit moment is Rotterdam Nationale Onderwijsstad, in het schooljaar 2015-2016 was het Dordrecht.

Lees meer…

Veel meer geld nodig voor gelijke kansen

In een brandbrief van onder andere de PO-Raad staat dat er veel meer geld moet naar het onderwijsachterstandenbeleid en voor- en vroegschoolse educatie (vve). De brief, die is gericht aan de Tweede Kamer, staat in het teken van gelijke kansen voor alle kinderen.

In de brandbrief slaan de afzenders alarm over een door het kabinet aangekondigde bezuiniging van 65 miljoen euro in 2018 op het budget voor schoolbesturen en gemeenten voor onderwijsachterstandenbeleid. Ook trekken ze aan de bel over een voorgestelde herverdeling van het beschikbare geld. Door die herverdeling zouden met name grote gemeenten minder geld krijgen, terwijl kleinere gemeenten meer zouden krijgen.

De brandbrief gaat tevens in op een recent rapport van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Daaruit blijkt volgens de afzenders dat er een verdubbeling van het budget nodig is, omdat het aantal kinderen met een groot risico op achterstand meer dan twee keer zo groot zou zijn als waar het kabinet van uitgaat.

‘Wij willen alles op alles zetten om voor alle kinderen een goede start mogelijk te maken. Maar het kabinet dreigt af te breken wat in de voorscholen en het primair onderwijs is opgebouwd’, aldus de afzender van de brandbrief.

Download de brandbrief die mede is ondertekend door de VO-raad, belangenorganisatie Ouder & Onderwijs, de schoolleidersvakbond AVS, de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en andere gemeentelijke organisaties en organisaties in de kinderopvang.

Sociale partners pleiten voor kansengelijkheid

De sociale partners verenigd in de Stichting van het Onderwijs hebben voor een volgend kabinet een zespuntenplan gepresenteerd. Daarin staat onder andere dat kinderen vanaf twee jaar ontwikkelrecht moeten krijgen. Ook wordt gepleit voor gemengde schooladviezen en brede en meerjarige brugklassen.

In het plan wordt benadrukt dat het bieden van gelijke kansen erom vraagt om op jonge leeftijd met onderwijs te beginnen: ‘Kinderen leren het meest in de eerste jaren van hun leven. Hoe eerder je investeert, hoe meer leerwinst later en hoe meer achterstanden kunnen worden voorkomen en ingehaald.’

Laatbloeiers en zwakke milieus

Met gemengde schooladviezen, brede brugklassen en langere brugklasperiodes moet selectie op 12-jarige leeftijd worden tegengegaan. Die selectie zoals die nu is, leidt volgens de Stichting van het Onderwijs toe dat met name laatbloeiers en leerlingen uit zwakkere milieus op een voor hen te laag niveau terechtkomen.

Tevens wordt erop aangedrongen om het voortgezet onderwijs meer te verbinden met het middelbaar en hoger beroepsonderwijs en de universiteit.

Leraren

In het zespuntenplan wordt ook gepleit voor een verdere professionalisering van leraren en schoolleiders en voor investeringen in het imago van het onderwijs als werkgever. Hier komen kwesties aan bod als loon, werkdruk, de autonomie van de leraar en strategisch personeelsbeleid in het kader van het toenemende lerarentekort.

Een ander punt is dat scholen en lerarenopleidingen meer met elkaar moeten gaan samenwerken. De wetgeving zou daarop moeten worden aangepast.

Governance en sturing

Op het gebied van governance wordt in het zespuntenplan gepleit voor ‘een brede verantwoordingsmethodiek, zonder te veel focus op meetbare output en rendement’. De Stichting van het Onderwijs roept een volgend kabinet op tot terughoudendheid met nieuwe regulering en vertrouwen in de onderwijssector.

In de Stichting van het Onderwijs zitten de sociale partners, waaronder de sectororganisatie PO-Raad en VO-raad en de vakbonden.

Download zespuntenplan

Rond de presentatie van het zespuntenplan was een onderwijsdebat georganiseerd.

Download verslag onderwijsdebat

Basisschool verlengen tot 14 of 15 jaar

De Groningse onderwijskundige Marie-Christine Opdenakker pleit ervoor om kinderen op de basisschool te laten tot ze 14 of 15 jaar zijn, meldt onder andere het Algemeen Dagblad.

Opdenakker vindt het veel te vroeg om kinderen op hun twaalfde in te delen op niveau en naar het voortgezet onderwijs te sturen, zoals dat nu in Nederland gaat. Dat vergroot volgens haar verschillen en de kansenongelijkheid.

Ze wijst onder andere op het systeem in Finland, waar kinderen tot 14 of 15 jaar een basisopleiding krijgen. Pas daarna gaan ze door naar een beroepsopleiding of naar een vervolgopleiding voor hoger onderwijs of de universiteit. Opdenakker zegt dat vooral jongens, kinderen van laagopgeleide ouders, migrantenkinderen en laatbloeiers daarvan profiteren.

Lees meer…

Bijles is prima, mits regulier onderwijs in orde is

Ouders hebben de vrijheid om voor bijles of huiswerkbegeleiding te kiezen als zij dit zinvol achten. Dat zeggen minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW in antwoord op Kamervragen. Ze benadrukken dat er altijd een particuliere markt voor bijles en huiswerkbegeleiding blijft bestaan.

Tweede Kamerlid Rik Grashoff van GroenLinks had vragen gesteld naar aanleiding van het rapport Kansengelijkheid in het onderwijs van DUO Onderwijsonderzoek. Grashoff vroeg onder andere of Bussemaker en Dekker het ermee eens zijn dat het onderwijs van dusdanige kwaliteit moet zijn dat privéonderwijs niet nodig is.

De minister en de staatssecretaris beamen dat het funderend onderwijs de verantwoordelijkheid heeft om alle leerlingen onderwijs en begeleiding van hoge kwaliteit aan te bieden. ‘Privéonderwijs mag geen gevolg zijn van tekortschietend regulier onderwijs. Dit neemt niet weg dat ouders de vrijheid hebben om ervoor te kiezen buitenschoolse begeleiding in te schakelen, wanneer zij dit zinvol achten.’

‘Er heeft en zal altijd een particuliere markt voor bijlessen en huiswerkbegeleiding bestaan’, aldus Bussemaker en Dekker.

Gratis bijles

De vragen van Grashoff staan in het kader van het standpunt van GroenLinks dat leerlingen die dat nodig hebben, gratis bijles moeten kunnen krijgen.

Baas van Morgen: leerlingen aan de top

Leerlingen uit een omgeving met een sociaaleconomisch achterstand hebben een dag aan de top gestaan van grote Nederlandse bedrijven. Met het initiatief Baas van Morgen wil JINC benadrukken dat elk kind een eerlijke kans op een succesvolle toekomst verdient.

Aan de actie deden 150 directeuren van bedrijven mee. Samen met JINC lieten zij zien waarom een goede start op de arbeidsmarkt voor al het talent van morgen mogelijk moet zijn.

‘Ieder kind verdient een eerlijke kans op een succesvolle toekomst, daarom zetten we ons met Baas van Morgen samen in voor deze kinderen’, aldus financieel directeur Dirk Neelis van luchtvaartmaatschappij Transavia.

Andere bedrijven waar donderdag kinderen aan de top stonden, zijn Albert Heijn, Hilton, Ziggo, AkzoNobel, Madurodam, Rijkswaterstaat, Boskalis, Coca-Cola, Nestlé en Philips. Ook het ministerie van OCW deed aan de actie mee.

VO-raad wil vervolgadvies in tweede leerjaar

De VO-raad wil dat er in het voortgezet onderwijs aan het einde van het tweede jaar een vervolgadvies komt op het advies in groep 8 van de basisschool. Dat is een van de maatregelen die de sectororganisatie voorstelt om kansenongelijkheid tegen te gaan.

Het advies van de basisschool is volgens de VO-raad voor de start in het voortgezet onderwijs en niet voor het eindniveau. ‘Daarom moet er aan het eind van het tweede leerjaar een vervolgadvies komen. Dit kan betekenen dat de leerling geholpen wordt om een overstap te maken naar een ander schooltype (…) of op de eigen school meer maatwerk krijgt aangeboden’, zo meldt de sectororganisatie.

Dakpanbrugklassen en tienercolleges

De VO-raad wil ook extra geld voor verlenging van de onderwijstijd voor leerlingen van minder draagkrachtige ouders. Tevens vindt de raad dat er overal onderwijsvormen zijn die uitstel van selectie mogelijk maken, zoals dakpanbrugklassen en tienercolleges.

Verder wil de VO-raad dat leerlingen bij wie er ook maar enigszins twijfel is over de startpositie in het voortgezet onderwijs, in groep 8 van de basisschool een gemengd advies krijgen.

Lees meer…