Bestaan van hokjesscholen staat haaks op gelijke kansen

‘We willen in Nederland gelijke kansen voor alle kinderen. Daar hoort onderwijs bij dat voor alle leerlingen toegankelijk en betaalbaar is. Het is hoog tijd om dat eindelijk eens goed te regelen.’ Dat benadrukken directeur Hans Teegelbeckers en politiek adviseur Ronald Bloemers van VOS/ABB in Het Financieele Dagblad.

In het huidige duale bestel hebben bijzondere scholen nog steeds de mogelijkheid om met de Grondwet in de hand leerlingen en leerlingen te weigeren of weg te sturen. Die mogelijkheid wordt geboden door artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. Dit grondwetsartikel dateert uit 1917.

‘Nederland was toen een sterk verzuild land. Christelijke kinderen gingen niet alleen naar de christelijke school, maar aten ook brood van de christelijke bakker en dronken melk van de christelijke melkboer. Deze strikte maatschappelijke indeling ligt (gelukkig) achter ons, alleen in het onderwijs bestaat die nog steeds.’

Hokjesscholen

Teegelbeckers en Bloemers spreken van ‘hokjesscholen’ die nog overal in Nederland zijn. ‘Kinderen leven en leren daar met leeftijdgenoten uit wat hun ouders als de ‘eigen groep’ beschouwen, en niet met anderen uit de diverse samenleving van nu.’ Ze wijzen ook op ‘financiële drempels die sommige scholen door middel van een hoge ouderbijdrage opwerpen om alleen ‘hun soort mensen’ binnen te halen’.

‘Het resultaat is dat kinderen geen gelijke kansen krijgen, terwijl we in dit land juist (zeggen te) willen dat ze die wel krijgen’, benadrukken Teegelbeckers en Bloemers. ‘Laten we daarom algemene toegankelijkheid en algemene benoembaarheid bij wet regelen. En laten we dan meteen ook een einde maken aan de hoge ouderbijdragen die sommige scholen vragen. Want Nederlandse kinderen moeten samen naar school.’

Lees het hele opiniestuk

In hoeverre bevordert uw school kansengelijkheid?

VOS/ABB-stagiaire Lianne Baars heeft een checklist opgesteld, waarmee basisscholen kunnen zien in hoeverre zij kansengelijkheid bevorderen.

Door een reeks vragen te beantwoorden op de website kansenongelijkheid.nl, kunt u bepalen in hoeverre uw basisschool gelijke kansen biedt. Bij de checklist zit achtergrondinformatie waarmee u verder aan de slag kunt om kansengelijkheid te bevorderen.

De checklist is nadrukkelijk niet bedoeld om scholen te beoordelen of te rangschikken, maar een instrument voor zelfevaluatie.

Lianne Baars studeert onderwijswetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Voor haar stage bij VOS/ABB deed zij onderzoek naar kansengelijkheid in het basisonderwijs.

Ga naar de checklist

Mogelijk teambevoegdheid voor 10-14-scholen

Onderwijsminister Arie Slob onderzoekt of er een teambevoegdheid kan komen voor 10-14-onderwijs. Dat staat in een brief aan de Tweede Kamer.

In het schooljaar 2017-2018 zijn zes 10-14-scholen gestart met een pilot. Daar hebben zich in 2018-2019 nog eens zes initiatieven bij aangesloten. Deze scholen voor kinderen in de leeftijd van 10 tot 14 jaar bieden één programma aan met een doorlopende leerlijn van basis- naar voortgezet onderwijs.

Het doel van 10-14-scholen is om voor leerlingen het selectiemoment voor het voortgezet onderwijs uit te stellen. Ze bieden maatwerk voor brede talentontwikkeling. Het kabinet beschouwt 10-14-scholen in het licht van kansengelijkheid.

Problemen

De 10-14-scholen werken binnen de huidige wettelijke kaders. Dat leidt soms tot problemen. Zo blijkt het lastig om te werken met verschillende leraren die bevoegd zijn voor het primair of voortgezet onderwijs. Daarom gaat Slob nu onderzoeken of er een teambevoegdheid kan komen voor het 10-14-onderwijs.

‘Een leraar heeft dan de eigen bevoegdheid in één onderwijssoort. Deze bevoegdheden gezamenlijk vormen de bevoegdheid van het team als geheel’, aldus de minister.

Het probleem dat de leraren van 10-14-scholen onder verschillende cao’s vallen en dus verschillende salarissen krijgen, kan Slob niet oplossen. ‘De rijksoverheid is geen partner in de cao-afspraken. Ik laat het daarom over aan de besturen en de cao-partijen om hierover indien gewenst het gesprek te voeren’, aldus de minister.

Lees meer…

Ondersteuning VOS/ABB

VOS/ABB kan u adviseren over 10-14-onderwijs en u procesmatig begeleiden bij het opzetten van een 10-14-school. Ook kunnen wij u ondersteunen bij het opstellen van contracten en samenwerkingsovereenkomsten.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met onze adviseurs:

Rozemarijn Boer, 06-20010418, rboer@vosabb.nl
Arjen Toet, 06-51618659, atoet@vosabb.nl
Eline Vrenken, 06-11724058, evrenken@vosabb.nl

Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u een handreiking over 10-14-onderwijs downloaden.

Eindtoets groep 8 naar voren halen: goed plan?

De volgorde ‘eerst schooladvies, dan eindtoets’ blijft, maar afnamemoment van de toets in groep 8 wordt wel naar voren gehaald. Dat laatste is geen goed plan, vindt directeur Willem Snel van openbare daltonschool Meester Aafjes in Meteren. Hij wil dat het afnamemoment van de eindtoets in mei blijft.

Snel voorziet dat het naar voren halen van het afnamemoment van de eindtoets ten koste gaat van de motivatie van leerlingen. Zij zouden na de toets niet meer gemotiveerd zijn om nog serieus aan het werk te gaan. Hij wijst er bovendien op dat er in februari al andere toetsen worden afgenomen. Het naar voren halen van de eindtoets kan daardoor volgens hem leiden tot ‘over-toetsing’. Een praktisch bezwaar is dat de voorjaarsvakantie regelmatig de voorgestelde uiterste adviesdatum van 1 maart in de weg zit. Snel stelt voor dat te verschuiven naar 8 maart.

Zomernummer Naar School!

Ook in het onlangs verschenen zomernummer van magazine Naar School! geven verschillende onderwijsprofessionals hun mening over het naar voren halen van de eindtoets. Een van hen is directeur-bestuurder Peter Adriaans van Akkoord! po voor openbaar primair onderwijs in Noord-Limburg. Ook hij ziet het risico dat leerlingen het gevoel kunnen krijgen ‘dat die laatste maanden er niet meer zoveel toe doen’.

Bestuursvoorzitter Pieter Schram van OSG Singelland in Drachten zegt in Naar School! dat het naar voren halen van de eindtoets niet zo interessant is. ‘Waar we veel meer van verwachten, zijn bijvoorbeeld experimenten in onze regio waarbij po-leerkrachten met vo-teamleiders in gesprek gaan, voordat met ouders wordt gesproken.’

Uw mening

Wat vindt u van het voorstel van Arie Slob om de volgorde ‘eerst schooladvies, dan eindtoets’ te handhaven en het afnamemoment naar voren te halen? Mail uw visie: mvandenbogaerdt@vosabb.nl. Vermeld in uw mail ‘Eindtoets’, uw naam en uw functie.

Let op: uw visie kan worden gebruikt voor een nieuw webbericht over deze kwestie. Als uw input wordt gebruikt, zullen in het webbericht uw naam en functie worden vermeld.

Minister houdt vast aan ‘eerst schooladvies, dan eindtoets’

Onderwijsminister Arie Slob houdt vast aan de huidige volgorde van ‘eerst schooladvies, dan eindtoets’. Dat staat in een brief aan de Tweede Kamer.

‘Mijn voorstel is om de huidige inrichting, waarin de eindtoets wordt afgenomen na het schooladvies en geldt als tweede objectief gegeven voor plaatsing in het vo, te behouden’, zo staat in zijn brief.

Hij voegt daaraan toe dat hij vertrouwen heeft in het professionele oordeel van de leerkracht. ‘Daarnaast is het positief dat het belang van de eindtoets niet verder toeneemt. Hierdoor neemt ook de druk op de eindtoets, voor leerlingen, ouders en scholen niet verder toe’, aldus Slob.

De minister meldt verder dat hij gehoor geeft ‘aan de roep van scholen om beleidsvast te zijn’. Uit verschillende onderzoeken kwam naar voren dat leraren willen vasthouden aan de huidige volgorde ‘eerst schooladvies, dan eindtoets’.

Aanpassingen

De volgorde blijft dus hetzelfde, stelt Slob voor, maar hij wil wel een aantal dingen aanpassen. Zo wil hij de afname van de eindtoets vervroegen naar de eerste helft van maart, waardoor deze direct na het schooladvies plaatsvindt. Dit kan volgens hem extra toetstraining voorkomen.

Een ander punt dat Slob noemt, is dat hij een periode wil vastleggen waarbinnen de schooladvisering moet plaatsvinden, namelijk tussen 1 februari en 1 maart. ‘Zo wordt voorkomen dat basisscholen nog eerder in het schooljaar de schooladviezen gaan afgeven en de selectie daardoor nog verder naar voren schuift’, zo staat in de brief.

Ook wil de minister één landelijk moment vastleggen waarop basisscholen de definitieve adviezen gereed moeten hebben. ‘Op dat moment schrijven alle leerlingen zich tegelijkertijd in met het definitieve advies op de vo-school.’

Kansengelijkheid

Met zijn besluit gaat de minister in tegen een advies van het Centraal Planbureau. Het CPB adviseerde onlangs de afname van de eindtoets weer vóór het schooladvies te laten plaatsvinden. Volgens het CPB kunnen de scholen dan hun advies op zoveel mogelijk informatie baseren. Bovendien kunnen ze dan ‘lagere verwachtingen die leraren (onbewust) kunnen hebben van bepaalde groepen leerlingen’ corrigeren.

Het planbureau wees er in zijn advies op dat relatief veel kinderen van ouders met lagere inkomens lagere schooladviezen krijgen dan het toetsadvies uitwijst. Bovendien wordt hun schooladvies minder vaak bijgesteld. ‘De eindtoets meenemen in het schooladvies kan zodoende bijdragen aan kansengelijkheid’, aldus het CPB.

Ook in de Tweede Kamer klonk in februari de wens om terug te keren naar de volgorde ‘eerst eindtoets, dan schooladvies’, zoals die tot 2014 was. De politiek koos destijds voor omkering van die volgorde, omdat de eindtoets werd gezien als een momentopname die geen goed beeld zou geven van wat een leerling kent en kan.

De school zou daar een veel beter zicht op hebben, omdat de verschillende leraren de ontwikkeling van de leerling al jaren zien. Minister Slob gaat hierin mee en wil de volgorde dus niet weer omdraaien.

Het zomernummer van magazine Naar School! van VOS/ABB besteedt aandacht aan de eindtoets in het artikel Eindtoets weer verplaatsen. Goed idee?.

Gelijke kansen: Amsterdam wil meer brede brugklassen

De gemeente Amsterdam wil meer scholen met brede brugklassen, het liefst van meer jaren. De gedachte hierachter is dat alle kinderen recht hebben op gelijke kansen.

In brede brugklassen zitten kinderen van verschillende niveaus bij elkaar. ‘Dat is  leerzaam voor alle kinderen. Bovendien hebben ze langer de tijd om zich te ontwikkelen voordat hun onderwijsniveau vaststaat’, zo meldt de gemeente Amsterdam.

Amsterdam wil ook dat scholen binnen- en buitenschoolse ontwikkelingen beter op elkaar laten aansluiten. Er zouden ‘familiescholen’ moeten komen ‘die het hele gezin ondersteuning bieden’.

De hoofdstad trekt 11,4 miljoen euro uit voor dit soort maatregelen.

Lees meer…

Gelijke kansen in onderwijs? Wishful thinking!

‘Gelijke kansen in het onderwijs is een mythe, en het is moreel dubieus te blijven doen alsof dat niet zo is’. Dat schrijven hoogleraar Michael Merry en onderzoeker Geert Driessen op de opiniepagina van de Volkskrant.

De kenmerken van ongelijkheid zijn volgens hen al heel lang bekend. Ze noemen onder andere grote verschillen in onderwijskwaliteit tussen scholen, het lerarentekort (waarvan vooral scholen in achterstandswijken de dupe zijn) en kinderen die geen passend onderwijs krijgen.

Artikel 23 = segregatie

Merry en Driessen noemen ook artikel 23 in de Grondwet over de vrijheid van onderwijs als oorzaak van kansenongelijkheid. Dat zorgt volgens hen voor ‘veel schoolsegregatie, vooral qua sociale klasse en migratieachtergrond’.

De meeste verontrustende ongelijkheden zijn volgens hen echter gesitueerd buiten de school: voorlezen, samen naar de bieb, huiswerkondersteuning, carrière-advies, buitenlandse excursies en bezoek aan musea. Ook noemen ze sociale netwerken die ervoor zorgen dat het ene kind beter onderwijs krijgt dan het andere.

Het streven naar gelijke kansen in het onderwijs is volgens hen daarom wishful thinking.

Lees meer…

VOS/ABB komt met checklist kansengelijkheid

VOS/ABB komt binnenkort met een speciale checklist, waarmee basisscholen kunnen zien in hoeverre zij kansengelijkheid bevorderen.

Stagiair Lianne Baars heeft de conceptversie van de checklist klaar. De puntjes worden nog op de i gezet, waarna de definitieve versie online beschikbaar komt.

Door een reeks vragen te beantwoorden, kunnen scholen straks bepalen in hoeverre zij hun leerlingen gelijke kansen bieden. Het is niet een checklist om scholen te beoordelen of te rangschikken, maar nadrukkelijk een instrument voor zelfevaluatie. Bij de checklist zit achtergrondinformatie die scholen kunnen gebruiken om verder aan de slag te gaan met het bevorderen van kansengelijkheid.

Baars studeert onderwijswetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Voor haar stage bij VOS/ABB deed zij onderzoek naar kansengelijkheid in het basisonderwijs. Zij is tijdens haar stage begeleid door senior beleidsmedewerker Marleen Lammers.

Goed gesprek met Slob over actuele ontwikkelingen

Senior beleidsmedewerker Marleen Lammers van VOS/ABB en collega’s van de andere profielorganisaties hebben woensdag een goed gesprek gehad met minister Arie Slob over actuele ontwikkelingen in het onderwijs. Het ging onder andere over artikel 23 van de Grondwet.

Artikel 23 over de vrijheid van onderwijs staan midden in de schijnwerpers. Directe aanleiding daarvoor is de ophef rond het omstreden islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Deze school zou artikel 23 gebruiken om onderwijs mogelijk te maken dat tegen democratisch burgerschap zou ingaan.

In de politiek gaan steeds meer stemmen op om dit artikel uit 1917 te moderniseren. Nog voor het zomerreces zal er in de Tweede Kamer een debat over worden gevoerd.

Burgerschap

In het gesprek met Slob kwamen ook andere actuele ontwikkelingen aan bod. Zo ging het over wetsvoorstel van de minister voor burgerschapsonderwijs. De Ministerraad stemde eind vorig in met dit voorstel. Het ligt nu ter advisering bij de Raad van State. Naar verwachting komt die er binnenkort mee naar buiten.

Kansengelijkheid kwam ook aan bod, net als de gevolgen van demografische krimp op het onderwijs, het lerarentekort, het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen, het belang van transparante publieke verantwoording en de aandacht in het onderwijs voor mensen- en kinderrechten. Wat dat laatste betreft: Lammers bracht de mede door VOS/ABB ontwikkelde toolbox Mensenrechten op School onder de aandacht.

Vaker gesprekken

Slob gaf te kennen er veel waarde aan te hechten om met VOS/ABB en de andere profielorganisaties op regelmatige basis de actuele ontwikkelingen in het onderwijs door te nemen.

 

 

 

 

‘Meer focus nodig op gelijke kansen in onderwijs’

Van de leerkrachten van basisscholen in achterstandswijken signaleert 93 procent vaak kinderen met problemen op school, terwijl dit in reguliere wijken 59 procent is. Dit blijkt uit onderzoek in opdracht van de Stichting Kinderpostzegels Nederland, de ABN AMRO Foundation en het Jeugdeducatiefonds.

Het onderzoek wijst uit dat leerkrachten van basisscholen in achterstandswijken sterk het gevoel hebben dat kinderen geen gelijke kansen hebben. ‘Dat komt doordat ouders met kinderen in achterstandswijken vaker te maken hebben met een complexe thuissituatie. Dit heeft zijn weerslag op hun ontwikkeling, gedrag en kansen voor de toekomst’, zo melden de opdrachtgevers van het onderzoek. Zij noemen de onderzoeksresultaten ‘ronduit zorgelijk’.

Volgens directeur Hans Spekman van het Jeugdeducatiefonds zijn gelijke kansen in het onderwijs ver te zoeken. ‘Het moet echt anders’, aldus de voormalige PvdA-voorzitter.

Lees meer…

Ommezwaai VO-raad: voor doorstroomrecht vmbo-havo

De VO-raad adviseert scholen om nu al in de geest van het wetsvoorstel Gelijke kans op doorstroom vmbo-havo te handelen. Dat betekent dat ze vmbo-leerlingen met een extra vak zouden moeten toelaten tot de havo. 

Het advies is een ommezwaai, omdat de VO-raad tot nu toe uitermate kritisch was over het wetsvoorstel. De sectororganisatie benadrukte altijd dat er pas sprake kon zijn van een doorstroomrecht als de vakken op vmbo en havo goed op elkaar zouden aansluiten. Zolang de ‘curriculumkloof’ niet is overbrugd, kon de wet volgens de VO-raad niet in werking treden. Daar denkt de sectororganisatie nu dus anders over.

De wet had met ingang van het schooljaar 2019-2020 van kracht moeten zijn, maar dat wordt niet gehaald. Daardoor blijft wettelijk gezien de huidige situatie van kracht, waarin scholen die havo aanbieden zelf kunnen bepalen of zij geslaagde vmbo’ers toelaten tot het vierde leerjaar van de havo. De VO-raad vindt nu dat scholen dat niet meer moeten doen, maar scholen zijn natuurlijk niet verplicht om dit advies op te volgen.

Lees meer…

Relatief weinig discriminatie in onderwijs

Discriminatie komt in het onderwijs relatief weinig voor, blijkt uit het rapport Discriminatiecijfers in 2018.

‘Onderwijs’ behoort tot de kleinere categorieën in de registratiebestanden, zo staat in het rapport. Antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s, via de gemeenten) ontvingen vorig jaar 295 meldingen die gecategoriseerd werden als ‘onderwijs’, terwijl de politie 153 onderwijsgerelateerde incidenten registreerde. Dat is 7 procent van het totale aantal meldingen.

Herkomst, handicap of chronische ziekte

De incidenten verschilden van elkaar: waar de politie voornamelijk uitlatingen, bekladdingen en geweldsincidenten registreerde, gingen de meldingen bij ADV’s in twee op de drie gevallen om omstreden behandeling. De helft van de ADV-meldingen had betrekking op de discriminatiegrond ‘herkomst’. Bij 23 procent ging het om discriminatie op grond van handicap of chronische ziekte.

Bij de politieregistraties op dit terrein sprong naast de grond herkomst/huidskleur (28 procent) ook seksuele gerichtheid eruit (19 procent). Terwijl de door de politie geregistreerde incidenten zich bijna altijd in of rondom een basis- of middelbare school afspeelden, speelden de ADV-meldingen zich ook af op ROC’s, hogescholen of universiteiten.

(Te) laag schooladvies of bestempeld als lastig

Diverse ADV-meldingen hadden betrekking op de verhouding tussen leerlingen en school. Zo ontvingen ADV’s meldingen over discriminerend toelatingsbeleid van scholen, waarbij jongens gemakkelijker werden toegelaten dan meisjes. In andere meldingen vertelden ouders aan ADV’s dat hun kinderen, vanwege hun herkomst, anders door leerkrachten werden behandeld dan andere kinderen. Ze kregen bijvoorbeeld een (te) laag schooladvies of werden als lastig bestempeld.

Lees meer…

‘Geef brede scholengemeenschappen meer geld’

‘Er moet meer lef komen om te kiezen voor extra geld voor brede scholen, en andere scholen minder te geven’, zegt directeur-bestuurder Maryse Knook van de Open Schoolgemeenschap Bijlmer in interview met Trouw.

Deze school voor voortgezet onderwijs in Amsterdam-Zuidoost heeft tweejarige brede brugklassen met leerlingen van vmbo tot en met vwo. ‘Door iedereen bij elkaar te zetten en samen te laten werken, zien kinderen dat vwo’ers ook niet overal een antwoord op hebben en dat vmbo’ers in bepaalde dingen heel handig zijn’, aldus Knook.

Volgens haar draagt de tweejarige brugklas bij aan het zelfvertrouwen van de leerlingen. Bovendien stijgen volgens haar in brede brugklassen veel leerlingen uit boven het schooladvies dat ze in groep 8 hebben gekregen.

Triest en schrijnend

Ze noemt het triest dat in Amsterdam veel ouders niet kiezen voor brede scholengemeenschappen, maar voor een havo-vwo of gymnasium. ‘Het Ingenieur Lely Lyceum heeft zijn vmbo-kader afgestoten en meer ingezet op het gymnasium. Nu krijgt het veel meer aanmeldingen. Dat is schrijnend.’

Knook pleit ervoor om brede scholengemeenschappen meer geld te geven en andere scholen voor voortgezet onderwijs minder. ‘Dan kan er echt iets veranderen.’

Lees het hele interview

Inspectie slaat alarm over toenemende segregatie

De segregatie in het onderwijs is een almaar groeiend probleem. Dat signaleert de Inspectie van het Onderwijs. ‘We zien (…) dat groepen leerlingen elkaar steeds minder tegenkomen’, zo staat in het rapport De Staat van het Onderwijs 2019.

De inspectie waarschuwt ervoor dat het probleem van de segregatie steeds groter wordt als we er niets tegen ondernemen. Het probleem speelt volgens de inspectie onder andere in de steden. Het zorgt ervoor dat de kansenongelijkheid toeneemt.

In het rapport wordt segregatie in verband gebracht met versnippering van het aanbod. Hierbij noemt de inspectie de opkomst van profielscholen met een specifiek onderwijsaanbod, waarvoor ouders soms veel geld moeten betalen. Voorbeelden zijn technasia, cultuurprofielscholen en mediawijsheidscholen.

Artikel 23 en burgerschap

Deze segregatie komt bovenop de traditionele denominatieve scheidslijnen die het gevolg zijn van artikel 23 in de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. Deze scheidslijnen lopen tussen het openbaar onderwijs dat van en voor iedereen is en de verschillende vormen van bijzonder onderwijs, zoals protestants-christelijk, rooms-katholiek en islamitisch onderwijs. Vorig jaar liet de inspectie al zien dat deze scheidslijnen een segregerend effect kunnen hebben.

De inspectie roept in verband met de toenemende segregatie en kansenongelijkheid op tot een gerichte en gezamenlijke aanpak voor alle sectoren. Zo benadrukt de inspectie dat alle scholen hun leerlingen moeten ‘voorbereiden op deelname in de samenleving’.

Wat dit betreft is de inspectie positief over de trend dat burgerschapsonderwijs en persoonsvorming steeds meer aandacht krijgen. ‘Scholen die extra in burgerschap investeren, lijken over de tijd betere uitkomsten te behalen’, zo staat in het rapport. Maar de inspectie signaleert ook dat de meeste scholen weinig of geen inzicht hebben in de resultaten van hun burgerschapsonderwijs.

Download De Staat van het Onderwijs 2019

CPB: Eindtoets groep 8 weer vóór schooladvies

De afname van de eindtoets in groep 8 van de basisschool zou weer vóór het schooladvies moeten plaatsvinden, adviseert het Centraal Planbureau (CPB).

Het CPB benadrukt dat als de eindtoets weer vóór het schooladvies wordt afgenomen, de basisscholen hun adviezen op zoveel mogelijk informatie kunnen baseren. Dan kunnen volgens CPB ‘lagere verwachtingen die leraren (onbewust) kunnen hebben van bepaalde groepen leerlingen worden gecorrigeerd’.

Het planbureau wijst erop dat relatief veel kinderen van ouders met lagere inkomens lagere schooladviezen krijgen dan het toetsadvies uitwijst. Bovendien wordt hun schooladvies minder vaak bijgesteld. ‘De eindtoets meenemen in het schooladvies kan zodoende bijdragen aan kansengelijkheid’, aldus het CPB.

Lees meer…

Dertig deelnemers pilot pro/vmbo-onderbouwklassen

Het ministerie van OCW heeft een lijst gepubliceerd met daarop dertig scholencombinaties die meedoen aan de de pilot pro/vmbo-onderbouwklassen 2019.

Het doel van de pilot is om kansengelijkheid te bevorderen met onderwijs op maat op het snijvlak praktijkonderwijs en vmbo. In de gemengde onderbouwklassen wordt gewerkt aan de kerndoelen van de onderbouw van het vmbo.

Leerlingen worden in twee of drie jaar voorbereid op de bovenbouw van het vmbo. Als ze dit niveau aankunnen, stromen ze door naar het vmbo. Leerlingen die het niet lukt om door te stromen, blijven in het praktijkonderwijs.

Ga naar de lijst

 

Nóóit leerlingen uitsluiten als ouders niet betalen

‘Een leerling moet het onderwijs krijgen dat het best bij hem of haar past, ongeacht de financiële situatie van de ouders’, benadrukken de onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob.

De minister melden in een brief over kansengelijkheid dat zij tegen de uitzondering zijn die de VO-raad wil voor tweetalig onderwijs, topsportprogramma’s en het technasium. Ze hameren erop dat de ouderbijdrage ook voor deze vormen van onderwijs altijd vrijwillig is. Het is voor hen onacceptabel dat leerlingen hiervan worden uitgesloten als hun ouders niet betalen.

Daarom gaan de ministers (indien nodig bij wet) regelen dat leerlingen nooit mogen worden uitgesloten van onderwijs vanwege het niet betalen van een bijdrage.

Lees meer…

Schoolreizen en excursies

Ook GroenLinks en SP willen regelen dat alle kinderen moeten kunnen meedoen, ook als ouders niet betalen. ‘Juist in het onderwijs moeten alle leerlingen een gelijke kans krijgen. Scholen hebben hier een belangrijke rol in’, benadrukt Tweede Kamerlid Lisa Westerveld van GroenLinks.

SP-Kamerlid Peter Kwint wil een einde maken aan de ‘schrijnende verhalen (…) over kinderen die niet mee mogen naar de speeltuin of de kerstviering’. Volgens hem zijn er nog steeds scholen die ‘vertikken om het goede te doen’.

GroenLinks en SP komen met een initiatiefwetsvoorstel.

Lees meer…

Leerlingen uitsluiten? Onbestaanbaar!

De ontwikkelingen passen bij het standpunt van VOS/ABB-directeur Hans Teegelbeckers. Hij noemde het afgelopen november in een commentaar op deze website onbestaanbaar om leerlingen uit te sluiten. ‘Elk kind telt mee, ook als de ouderbijdrage niet is betaald!’, aldus Teegelbeckers.

Lees het commentaar

Rob Jetten (D66) hamert op gelijke kansen voor elk kind

‘Om de emancipatiemotor van het onderwijs weer op volle toeren te laten draaien, moeten we radicale gelijke behandeling afdwingen. Voor ieder kind. Altijd en overal.’ Dat benadrukt D66-fractieleider Rob Jetten.

Jetten hield maandag in Sociëteit De Witte in Den Haag de Kerdijk-lezing. Deze lezing is genoemd naar Arnold Kerdijk, een negentiende-eeuwse progressief liberale politicus die in de Tweede Kamer zat. Kerdijk streefde onder andere naar het verbeteren van de maatschappelijke positie van de arbeidersklasse.

In zijn lezing haakte Jetten daarop in, onder andere door te benadrukken dat in het onderwijs moet worden afgerekend met ongelijkheid die buiten de klas ontstaat. Dat kan volgens hem bijvoorbeeld door in kinderopvang te investeren als instrument van ontwikkeling. Op die manier kan worden tegengegaan dat kinderen aan het basisonderwijs beginnen met een taalachterstand, zei Jetten.

Niemand uitsluiten

Hij benadrukte ook dat kinderen op het vroegst mogelijke moment met elkaar in aanraking moeten komen en dezelfde kansen moeten krijgen. Het is volgens hem nu zo dat ‘kinderen zonder huiswerkbegeleiding, pianoles en ouders met een museumkaart’ achterop raken bij kinderen die dat wel hebben.

‘Laten we die privileges toegankelijk maken voor iedereen. Laat ik het de nieuwe Nederlandse school noemen. Met sportvelden, theaters, muziekhallen, studieruimtes mét begeleiding en een gezonde maaltijd voor wie dat thuis niet krijgt. Niemand wordt uitgesloten op basis van postcode of achtergrond. De nieuwe Nederlandse school is van en voor iedereen. Vrij toegankelijk. Een tweede thuis voor ieder kind’, aldus Jetten.

Lees meer…

‘Eindtoets is zinloos geworden’

‘De eindtoets basisonderwijs is zinloos geworden en bevordert tegenwoordig zelfs kansenongelijkheid’. Het is tijd voor iets anders, betoogt René Kneyber in een opiniestuk in dagblad Trouw.

Kneyber is docent wiskunde, schrijver van diverse onderwijsboeken en lid van de Onderwijsraad, het onafhankelijk adviescollege van de overheid.

In zijn artikel over de eindtoets toont Kneyber aan dat de Cito-toets, die vanaf 1969 werd afgenomen, aanvankelijk een groot succes was als objectief instrument om kinderen gelijke kansen te geven. Het werkte omdat kinderen die toets gewoon maakten, zonder training of oefening vooraf.

Tegenwoordig kopen ouders die geld hebben eindtoetstrainingen in voor hun kroost in. En ook de scholen doen aan eindtoetstraining, omdat zij door de Inspectie voor het Onderwijs op de scores worden beoordeeld. De eindtoets geeft daarmee geen objectief beeld meer van wat kinderen nu echt kunnen.

De conclusie van Kneyber is dat de eindtoets na vijftig jaar meer een instrument ter bevordering van kansenongelijkheid is geworden dan een wapen ertegen. ‘Het concept heeft zijn houdbaarheidsdatum overschreden’, zo stelt hij.

 

Politiek wil terug naar ‘eerst eindtoets, dan schooladvies’

Als het aan de coalitiepartijen VVD, D66 en CDA ligt, gaan we weer terug naar de situatie dat het advies voor vervolgonderwijs volgt na de eindtoets in groep 8. Ook de ChristenUnie voelt hier wel voor. Onder andere het Algemeen Dagblad schrijf erover.

Sinds 2014 is het zo dat de eindtoets wordt afgenomen na het advies van de basisschool. De toets is zo een second opinion. Als een groep 8-leerling op de eindtoets hoger scoort dan het advies, moet de school dat heroverwegen. Het kan dan naar boven worden bijgesteld. Andersom geldt dit niet: als de leerling de toets slechter heeft gemaakt dan verwacht, kan het advies niet naar beneden worden bijgesteld.

De politiek heeft destijds gekozen voor deze opzet, omdat de eindtoets werd gezien als een momentopname die geen goed beeld zou geven van wat een leerling in groep 8 kent en kan. De school zou daar een veel beter zicht op hebben, omdat de verschillende leraren de ontwikkeling van de leerling al jaren zien.

Kansengelijkheid

De wens van de politiek is om het nu weer om te draaien, omdat de huidige werkwijze kansengelijkheid in de weg zou zitten. De krant citeert daarover onder anderen D66-Kamerlid Paul van Meenen, die in 2013 een van de drijvende krachten was achter de nieuwe werkwijze waarin de eindtoets als second opinion wordt ingezet.

Hij stelt nu dat in de praktijk alleen mondige, hoogopgeleide ouders gebruikmaken van de mogelijkheid om het schooladvies naar boven te laten bijstellen. ‘Kinderen waarbij de ouders er niet bovenop zitten, hebben er niks aan’, aldus Van Meenen.

Minder vmbo’ers naar havo

Er zijn minder vmbo’ers die naar de havo willen dan twee jaar geleden. Dat meldt Qompas, een uitgever die zich onder andere richt op profiel- en studiekeuze.

Qompas baseert zich op een eigen onderzoek dat vijf jaar duurde onder ruim 20.000 vmbo-leerlingen (uit de gemengde en theoretische leerweg). Het onderzoek richtte zich op de intentie om naar de havo te gaan.

Uit het onderzoek kwam naar voren dat in het schooljaar 2013-2014 bijna een kwart van de onderzochte vmbo’ers naar de havo wilde. In 2015-2016 nam dat toe tot bijna 30 procent, maar de laatste jaren is het weer afgenomen tot een kwart.

‘Een mogelijke verklaring voor de afgenomen belangstelling is dat scholen de laatste jaren steeds meer drempels hebben opgeworpen voor vmbo’ers die naar de havo willen. Wellicht heeft dit een negatief effect op hun motivatie’, aldus Qompas.

Lees meer…

Rotterdam zet in op kansengelijkheid

De gemeente Rotterdam trekt de komende jaren bijna een half miljard euro uit voor kansengelijkheid. ‘De ambitie is om alle Rotterdamse kinderen de beste onderwijskansen te geven. Daarom is gelijke kansen voor elk talent voor mij de kapstok van het Rotterdamse onderwijsbeleid’, zegt onderwijswethouder Said Kasmi (D66).

Rotterdam zet onder andere in op burgerschapsonderwijs, omdat dit bijdraagt aan de kennis over democratie, de vorming van waarden en normen en integratie. ‘Ingewikkelde thema’s moeten in elke klas kunnen worden besproken. Het gaat dan bijvoorbeeld over kennis van democratie, respect voor de mening van iemand anders of spanningen in de samenleving’, zo staat op de website van de gemeente.

Andere punten die de gemeente Rotterdam belangrijk vindt, zijn een betere overgang van de ene naar de andere schoolsoort, een sterk, gevarieerd en aantrekkelijk aanbod aan scholen in de buurt, de aanpak van het lerarentekort en het verkleinen van de kwaliteitsverschillen tussen scholen.

Lees meer…

‘Ouders en scholen moeten af van hokjesdenken’

‘Keuzevrijheid van ouders en scholen is te veel op een voetstuk gehesen.’ Dat stellen Laura de Adelhart Toorop en Gijsbert Werner in een ingezonden stuk in NRC over kansengelijkheid in het voortgezet onderwijs. In 2015 zaten zij in de Nationale Denktank over een toekomstbestendig onderwijsstelsel.

De Adelhart Toorop en Werner signaleren een ‘verborgen stelselwijziging’ in het voortgezet onderwijs. ‘Bijna een kwart van de brede brugklassen (…) is de afgelopen jaren verdwenen. Steeds meer scholen kiezen ervoor om categoraal te worden, en nog maar één onderwijstype aan te bieden (…). Scholengemeenschappen die op papier ‘breed’ zijn, bieden verschillende niveaus steeds vaker op aparte, ‘nauwe’ locaties aan.’

Doorgeschoten hokjesdenken

De voorkeuren van scholen en ouders voor categoraal onderwijs hebben volgens hen sterke negatieve consequenties. ‘Door dit doorgeschoten hokjesdenken verwaarloost ons onderwijs zijn maatschappelijke taak om bij te dragen aan kansengelijkheid onder leerlingen en aan sociale samenhang. Keuzevrijheid van ouders en scholen is te veel op een voetstuk gehesen. Laatbloeiers en kinderen uit achterstandswijken zijn hier de dupe van. En als leerlingen uit verschillende milieus niet meer met elkaar in contact komen, leren zij minder goed omgaan met verschillen’, aldus De Adelhart Toorop en Werner.

Zij pleiten in hun stuk  voor een ‘brede-brugklasbonus’, een financiële prikkel van de overheid om brede brugklassen te stimuleren en aantrekkelijk te maken voor leerlingen en hun ouders.

Lees meer…

Met kansengelijkheid kloof tussen kinderen dichten

‘Het is erg belangrijk dat kinderen zekerheid wordt geboden, zodat ze in een stabiele omgeving kunnen opgroeien. Daarvoor het van belang dat elk kind gelijke kansen heeft.’ Dat benadrukt minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport mede namens onderwijsminister Arie Slob in reactie op Kamervragen.

Tweede Kamerlid Lisa Westerveld van GroenLinks had vragen gesteld over de conclusie van Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer dat er in Nederland een grote kloof is tussen gelukkige en kwetsbare kinderen.

De Jonge benadrukt in reactie hierop dat het kabinet wil dat alle kinderen kunnen meedoen, ook als hun ouders weinig geld hebben. Hij noemt dat ‘van essentieel belang (…) voor hun ontwikkeling en toekomstige participatie in de samenleving, op school en later op de arbeidsmarkt’.

Voorschool en tegengaan onderwijsachterstanden

De minister van VWS noemt verschillende maatregelen van het kabinet die het bieden van gelijke kansen moeten bevorderen. Zo doet het kabinet volgens hem veel voor kansengelijkheid in het onderwijs. Als voorbeelden hiervan noemt hij de extra investering van 170 miljoen euro in voorschoolse educatie. De Jonge noemt ook de 286 miljoen euro voor het tegengaan van onderwijsachterstanden.

‘Het kabinet activeert daarnaast via de Gelijke Kansen Alliantie lokale en regionale partners om ervaringen te delen en nieuwe kennis op te bouwen om de kansengelijkheid in het onderwijs te bevorderen’, aldus De Jonge mede namens Slob.

Lees meer…

Onderwijsraad luidt noodklok over segregatie

De differentiatie in het Nederlandse onderwijsstelsel is doorgeschoten. Daardoor neemt de segregatie toe: leerlingen met verschillende sociale achtergronden ontmoeten elkaar steeds minder. De Onderwijsraad is daar zeer bezorgd over, zo blijkt uit de Stand van educatief Nederland 2018.

De raad vindt dat er ‘een fundamentele bezinning’ nodig is op de organisatie van het onderwijsstelsel. Niet alleen omdat jongeren uit verschillende sociale groepen elkaar niet meer vanzelfsprekend tegenkomen in het onderwijs, maar ook omdat plaatsing in het voortgezet onderwijs steeds bepalender wordt voor het eindniveau van jongeren. Bovendien heeft permanente educatie geen formele plek in het onderwijsstelsel.

Omgaan met verschillen

De school is volgens de Onderwijsraad ‘bij uitstek de plaats waar jongeren moeten leren omgaan met verschillen, door te oefenen in het omgaan met conflicten en het respect bijbrengen voor andersdenkenden’. Doordat de differentiatie van het stelsel is doorgeschoten, komt hier nog maar weinig van terecht.

De sterke differentiatie is ook gaan knellen, zo stelt de raad, ‘omdat de scheidingen tussen schoolsoorten en leerwegen strikter zijn geworden en het aantal brede brugklassen is afgenomen’. Daardoor bepaalt de plaatsing van leerlingen in het voortgezet onderwijs steeds meer het verdere verloop van hun schoolloopbaan. Dat is bijvoorbeeld nadelig voor laatbloeiers, die hierdoor minder kansen krijgen.

De Onderwijsraad komt met de volgende suggesties om het stelsel aan te passen:

  • Verminder differentiatie waar nuttig en mogelijk
  • Verbind schoolsoorten en opleidingen
  • Stimuleer beroepsgericht onderwijs op havo en vwo
  • Verminder en verbeter selectie
  • Geef permanente educatie een structurele plek in het onderwijsstelsel

Lees meer…