‘Verkleinen van klassen weinig effectief’

Het substantieel verkleinen van de klassen kan tot betere leerprestaties leiden, maar het is effectiever en efficiënter om andere maatregelen te nemen. Dat schrijft demissionair staatssecretaris Sander Dekker van OCW in reactie op vragen uit de Tweede Kamer.

Dekker wijst er in zijn reactie op dat het pas effect heeft op de kwaliteit van het onderwijs als de klassen met zeven leerlingen worden verkleind. Dat is volgens hem te duur. Bovendien zijn er dan meer leerkrachten nodig en die zijn niet te vinden.

Het is volgens hem beter om maatregelen te nemen die bijvoorbeeld betrekking hebben op de heterogeniteit van groepen of de hoeveelheid zorgleerlingen in de klas. Ook kan het volgens hem goed zijn om te kijken naar de gehanteerde onderwijsmethodiek, zoals klassikaal versus geïndividualiseerd onderwijs.

Hij noemt tevens het (didactisch) repertoire van de docent, bijvoorbeeld ten aanzien van klassenmanagement, en de eventuele inzet van klassenassistenten.

Lees meer…

Lerarenvakbond weer in actie voor kleinere klassen

De vakbond Leraren In Actie voert opnieuw een handtekeningenactie tegen grote klassen in het voortgezet onderwijs. Dat deed LIA in 2013 ook al.

De actie in 2013 leidde volgens LIA weliswaar tot veel media-aandacht, maar niet tot het gewenste resultaat. ‘Helaas wilde een meerderheid van de Tweede Kamer de omvang van het probleem niet echt zien. Sinds die tijd staat het woord ‘plofklas’ in de Dikke Van Dale, maar de politiek begrijpt het nog niet’, zo staat op de website van LIA.

Lees meer…

Veel kritiek op wetsvoorstel kleine klassen

Er klinkt veel kritiek in de 360 reacties die zijn binnengekomen op een internetconsultatie over het wetsvoorstel kleine klassen in het basisonderwijs. Schoolbesturen en ouders maken zich zorgen over de praktische uitvoering van een wettelijk maximum aan de omvang van een klas. Ze vrezen dat het niks oplost, maar nieuwe problemen oproept.

Ouders en leerkrachten
Opmerkelijk is dat ook ouders en leerkrachten niet onverdeeld positief reageren. De organisatie Ouders & Onderwijs zegt dat ouders de kwaliteiten van de leerkracht minstens even belangrijk vinden als de omvang van de klas. Een enkele ouder vindt een grote klas zelfs een voordeel vanwege de diversiteit aan vriendjes en vriendinnetjes. Een andere ouder vindt dat ‘minder denken in klassikaal onderwijs’ ook een oplossing is.
Een leerkracht uit Hilversum, die op persoonlijke titel heeft gereageerd, zegt een klas met 28 leerlingen prima te vinden, op voorwaarde dat het lokaal groot genoeg en voldoende geventileerd is én er maar een beperkt aantal zorgleerlingen in zit.

Andere organisatievormen
Ook VOS/ABB wijst erop dat niet het aantal leerlingen, maar de samenstelling van de groep het verschil maakt. Een maximum stellen aan de klassengrootte biedt daarvoor geen oplossing. Een ander punt waar VOS/ABB op wijst is dat dit wetsvoorstel scholen de mogelijkheid ontneemt om ook andere organisatievormen te kiezen dan de standaard jaarklassenindeling. Er zijn specifieke situaties waarin het schoolbestuur een andere indeling van groepen kiest, bijvoorbeeld bij een onevenwichtige leeftijdsopbouw, een hoge instroom of een keuze voor heterogene groepen.

Financiële consequenties
VOS/ABB waarschuwt verder voor de financiële consequenties van het wetsvoorstel. ‘Zonder structurele ophoging van de bekostiging kan een schoolbestuur geen extra mensen aannemen die kunnen zorgen voor kleinere klassen. Dit is in feite een stille bezuiniging, want aan de ene kant meer geld uitgeven, betekent dat je aan andere onderdelen minder kunt uitgeven.’ VOS/ABB herhaalt nog eens dat eerder al is berekend dat het tekort aan materiële bekostiging nu al zo groot is dat het gelijk staat aan de kosten van circa 5000 leraren. ‘Puur door de materiële bekostiging toereikend te maken, zou je al een klassenverkleining kunnen financieren’, constateert VOS/ABB, die eraan toevoegt dat een schoolbestuur dat kleinere groepen wenst vanuit onderwijskundig oogpunt, dat nimmer zal nalaten. ‘Maar zonder de daartoe strekkende middelen zal het niet mogelijk zijn.’

Toegankelijkheid (openbaar) onderwijs
VOS/ABB wijst verder op de toegankelijkheid van het onderwijs, die met dit wetsvoorstel in het geding komt: wat als groepen al op hun wettelijke maximum zitten als er zich nog leerlingen aanmelden bij de openbare school?

Liever onderwijsassistenten
Nog een reactie: de Vereniging Openbaar Onderwijs vraagt zich af of verkleining van de klassen echt bijdraagt aan vergroting van de aandacht voor de individuele leerling. De VOO ziet meer in investeren in ondersteuning en professionalisering van leerkrachten. ‘Juist aan die ondersteuning, bijvoorbeeld in de vorm van onderwijsassistenten, wordt in het voorstel volledig voorbijgegaan’.

‘Niet invoeren’
Verus, de Vereniging voor katholiek en christelijk onderwijs, zegt in haar reactie ronduit het ‘geen goed voorstel’ te vinden, omdat de overheid zich hiermee direct bemoeit met de vormgeving van het onderwijs. Verus vindt net als VOSABB dat het voorstel de onderwijsvernieuwing frustreert: ‘bijvoorbeeld grotere groepen met één leerkracht en één of meer onderwijsassistenten’. Verus besluit kort en bondig met het advies: ‘Niet invoeren’.

De meeste reacties op de internetconsultatie over het wetsvoorstel kleine klassen staan openbaar op de website van Overheid.nl  en zijn daar in te zien.