Regeling personele bekostiging 2018-2019

De Regeling personele bekostiging voor het schooljaar 2018-2019 is bekendgemaakt. Hieronder staat puntsgewijs wat van belang is om te weten.

  • Kleine ophoging van de reguliere lumpsum met 0,191 procent in verband met de oploop van de functiemix. Dit betreft zowel de gemiddelde personeelslast van de leraren als het basisbedrag in het budget personeels- en arbeidsmarktbeleid (PAB). De oploop in het functiemixbudget loopt nog door tot en met 2020. Dit geldt voor alle sectoren van het primair onderwijs.
  • Flinke ophoging van de kleine scholentoeslag. Dit is gedaan in het artikel van het PAB en niet in de specifieke artikelen over de kleinescholentoeslag die niet tot het PAB behoren. Besturen dienen hiermee rekening te houden in hun allocatiemodel, omdat de PAB-middelen vaak bovenschools worden gebracht. De bedragen in het PAB over de kleinescholentoeslag zijn 326 procent van het oude bedrag in het schooljaar 2017-2018. Dit geldt alleen voor het basisonderwijs.
  • De middelen voor de werkdrukvermindering zijn ook toegevoegd aan het PAB. Het bedrag per leerling is, zoals eerder aangekondigd, verhoogd met 155,55 euro.
  • De uitbetaling van de prestatieboxmiddelen vindt altijd plaats in twee delen. Om budgettechnische redenen is dit gewijzigd. In het schooljaar 2017-2018 betrof dit 33,6 procent in november en 66,4 procent in maart. In het schooljaar 2018-2019 zal dat 44,7 procent respectievelijk 55,3 procent zijn.

De toepassing van de referentiesystematiek zorgt nog voor een aanpassing in september 2018. Dan zal er een kabinetsbijdrage komen op basis van de ontwikkeling van de lonen en werkgeverslasten in de marktsector. Het kabinet stelt dit medio juni vast in het voorjaarsoverleg.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Kleinescholentoeslag gaat omhoog

Met ingang van het schooljaar 2018-2019 wordt de kleinescholentoeslag met 10 miljoen euro verhoogd en vanaf het schooljaar 2019-2020 komt er structureel 20 miljoen euro per jaar meer beschikbaar. Dat meldt onderwijsminister Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer.

Slob meldt dat het kabinet de kleine scholen wil ondersteunen ‘omdat ze een heel belangrijke rol spelen in de leefbaarheid van lokale gemeenschappen’.

Kleinescholentoeslag varieert

Vooral de kleinste scholen met maximaal 50 leerlingen krijgen meer geld. Zij krijgen er vanaf 2019-2020 een bedrag van 20.000 euro per jaar bij. Voor scholen met 51 tot en met 75 leerlingen gaat de toeslag vanaf datzelfde jaar met 15.000 euro per jaar omhoog. Scholen met 76 tot en met 100 leerlingen krijgen dan 10.000 euro per jaar extra.

De kleinescholentoeslag voor ‘grotere’ kleine scholen gaat met kleinere bedragen omhoog. Scholen met 101 tot en met 125 leerlingen krijgen 5000 euro per jaar meer en scholen met 126 tot en met 143 leerlingen kunnen dan rekenen op 500 euro per jaar extra.

De kleinescholentoeslag loopt mee in de lumpsumbekostiging. Het is dus aan de school om te bepalen hoe de toeslag wordt ingezet.

De verhoging van de kleinescholentoeslag was al aangekondigd in het regeerakkoord.

Lees meer…

Reddingsplan kleine scholen opnieuw afgeserveerd

De Kleine Scholen Coöperatie (KSC) krijgt geen ruimte om op proef van start te gaan als bevoegd gezag van kleine basisscholen in diverse krimpregio’s. Dat heeft staatssecretaris Sander Dekker van OCW besloten op basis van een advies van het Nederlands Centrum voor Onderwijsrecht (NCOR).

De KSC is een initiatief van Jan Schuurman Hess (foto) uit het Zeeuwse dorpje Kats op Noord-Beveland. Hij vindt dat ouders de mogelijkheid moeten krijgen de laatste school in een dorp over te nemen. Deelnemende scholen verspreid over het land zouden bestuurlijk met elkaar moeten samenwerken.

Dekker liet in februari van dit jaar al aan de Tweede Kamer weten dat hij dit initiatief zinloos acht, omdat het volgens hem ‘juridisch niet mogelijk en inhoudelijk niet wenselijk’ is. In november vorig jaar gaf hij in een gesprek met Schuurman Hess aan niets in diens voorstel te zien, omdat de financiële onderbouwing ervan erg mager zou zijn.

Medezeggenschap
Na de afwijzing door Dekker, kwam PvdA-Tweede Kamerlid Loes Ypma met een motie om haar partijgenoot Schuurman Hess te steunen. In haar motie, die door de Tweede Kamer werd aangenomen, staat dat binnen het experimenteerartikel in de Wet op het primair onderwijs (WPO) ouders in het kader van de medezeggenschap initiatiefrecht moeten krijgen om de laatste dorpsschool op te nemen binnen een coöperatie.

Ook werd in de motie opgeroepen om advies te vragen aan het NCOR over de juridische gang van zaken bij het benutten van een coöperatie als bevoegd gezag. Dekker liet daarop het NCOR onderzoek doen, waarvan de resultaten nu bekend zijn.

Het NCOR trekt drie conclusies:

  1. Een coöperatie is geen geschikte rechtsfiguur om te dienen als (landelijk) bevoegd gezag van scholen.
  2. Een besluit tot sluiting of overdracht van een school ligt in de eerste plaats bij het bevoegd gezag. Het is aan het schoolbestuur om een (gegrond en onderbouwd) initiatief vanuit de schoolgemeenschap tot opting out een kans te geven.
  3. Het wettelijke experimenteerartikel (art 176K WPO) biedt onvoldoende grondslag om de KSC bij wijze van experiment verruimde bekostiging te geven. Een experiment buiten de bekostigingsregels om is dan ook niet mogelijk.

Op basis van de conclusies van de hoogleraren ziet Dekker geen mogelijkheden om de KSC in de huidige vorm experimenteerruimte te bieden. ‘Ik heb de initiatiefnemers van de KSC uitgenodigd om in gesprek te gaan over de onderzoeksresultaten’, aldus Dekker in zijn aanbiedingsbrief aan de Tweede Kamer.

Download het onderzoek ‘Coöperatie van kleine scholen’

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Groene Amsterdammer over krimp en samenwerking

Weekblad De Groene Amsterdammer besteedt onder de kop De kleine schoolstrijd aandacht aan de gevolgen van demografische krimp op het onderwijs. In het artikel, dat over de samenwerking tussen openbaar en bijzonder onderwijs gaat, komt onder anderen senior beleidsmedewerker Hans Teegelbeckers van VOS/ABB aan het woord.

Journalist Jurre van den Berg illustreert in de editie van 5 juni van De Groene Amsterdammer de krimpproblematiek aan de hand van de situatie in het Groningse dorp Zuidwolde. Daar staan de openbare Venhuisschool en de protestants-christelijke basisschool De Akker vlak bij elkaar.

De Venhuisschool heeft nog 60 leerlingen, De Akker maar 50. Die aantallen zullen verder dalen. Beide scholen zoeken toenadering tot elkaar om in het dorp één basisschool te behouden.’Wij hechten aan christelijk onderwijs’, zegt moeder Ines van der Beek, die voor haar drie dochters voor De Akker koos. Maar ze beseft ook dat als er nu niets gebeurt, er over vijf jaar geen school meer in Zuidwolde is. ‘Dat zou funest zijn voor de leefbaarheid.’

Hans Teegelbeckers van VOS/ABB signaleert in het artikel dat toenadering tussen openbaar en bijzonder onderwijs in krimpgebieden niet altijd vanzelfsprekend is. ‘De macht van het getal groot is. Zeker op het platteland waar confessionele scholen vaak groter zijn dan openbare scholen en dus geen directe noodzaak hebben om samen te werken.’

Hij vertelt dat VOS/ABB voorstander is van samenwerking. ‘Identiteitsontwikkeling is mooi, maar goed onderwijs is in ieders belang’, aldus Teegelbeckers. Hij begeleidt verschillende scholen die samen verder willen. Draagvlak is daarbij cruciaal, benadrukt hij. ‘Als je ouders voor een voldongen feit stelt, zetten ze hun hakken in het zand.’

U kunt het artikel downloaden via Blendle.

Informatie: Hans Teegelbeckers, 06-51603209, hteegelbeckers@vosabb.nl

Samenvatting van uitgewerkte beleidsvisie op krimp

Adviseur mr. Ronald Bloemers van de Helpdesk van VOS/ABB heeft een verhelderende samenvatting gemaakt van de uitgewerkte beleidsvisie op demografische krimp. Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft die uitwerking naar de Tweede Kamer gestuurd. Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de samenvatting ervan downloaden.

Op 29 mei 2013 kwam Dekker met zijn beleidsvisie op krimp. Hij presenteerde die toen in brede school Het Samenspel in het Zeeuwse dorp Wolphaartsdijk. Sindsdien was het wachten op een vervolg met concrete maatregelen. Dat vervolg is er nu eindelijk.

Dekker kondigt in zijn uitwerking veel maatregelen aan, zowel voor het primair onderwijs als voor het voortgezet onderwijs. Het gaat onder meer over de fusietoets, de samenwerkingsschool en de kleinescholentoeslag.

Lees de uitwerking van de beleidsvisie op krimp

Lees de samenvatting door Ronald Bloemers (voor leden)

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

D66 viert feest met geld voor kleine scholen

D66 wil geld dat met het behoud van de kleinescholentoeslag vrijkomt aan zaken besteden die niets met kleine scholen te maken hebben.

D66-onderwijswoordvoerder Paul van Meenen twittert dat hij blij is met ‘weer 40 miljoen euro investeringen in beter onderwijs’. Wie verder leest, ziet dat het gaat om geld dat voor 2015 en 2016 opzij was gezet ter compensatie van het verdwijnen van de kleinescholentoeslag, waarvan onlangs bekend werd dat die toch blijft bestaan.

‘Het pakket is het gevolg van het behoud van de toeslag voor kleine scholen, een wens van ChristenUnie en SGP. Hierdoor viel twee maal 20 miljoen euro vrij in 2015 en 2016, wat D66 nu kan investeren in beter onderwijs’, zo meldt D66.

De 40 miljoen euro wil D66 aan andere zaken dan kleine scholen besteden. Het gaat onder andere om schone en energiezuinige scholen, passend onderwijs en Nederlands onderwijs in het buitenland.

Zeeuws reddingsplan kleine scholen afgeserveerd

Juridisch niet mogelijk en inhoudelijk niet wenselijk. Daarmee heeft staatssecretaris Sander Dekker van OCW woensdag in de Tweede Kamer het plan van de Zeeuw Jan Schuurman Hess afgeserveerd om te komen tot een coöperatie voor het behoud van kleine basisscholen in krimpgebieden.

Schuurman Hess diende op 28 januari in de Tweede Kamer een petitie aan om kleine basisscholen te redden door ze te laten samenwerken in bovenregionale coöperaties. Zijn plan krijgt steun van onder anderen VVD-coryfee Hans Wiegel en PvdA-kopstuk Felix Rottenberg, maar staatssecretaris Dekker ziet er helemaal niets in.

In de petitie staat onder andere dat ouders, andere dorpsbewoners en docenten verantwoordelijk moeten worden voor kleine scholen. Deze dorpsscholen zouden kunnen dienen om leerlingen uit de stad op te vangen als het voor hen goed kan zijn om in een rustige omgeving onderwijs te volgen. Dit sluit aan op het eerdere maar nog niet uitgevoerde plan van Schuurman Hess om leerlingen uit Amsterdam naar Kats te halen. Hij wil dat zijn plan snel onder de Experimentenwet onderwijs komt te vallen.

Hij lanceerde zijn plan om kleine scholen in bovenregionale coöperaties met elkaar te laten samenwerken vorig jaar. In november gaf staatssecretaris Dekker in een gesprek met hem aan er niets in te zien, omdat de financiële onderbouwing erg mager zou zijn. Dekker liet woensdag in het onderwijsdebat in de Tweede Kamer nogmaals weten dat hij het plan totaal zinloos acht, want ‘juridisch niet mogelijk en inhoudelijk niet wenselijk’.

Het initiatief van de Zeeuw stuitte ook op kritiek van de samenwerkende schoolbesturen in Zuid-Limburg. Lees meer…

‘Grotere scholen in krimpend Noord-Groningen’

De basisscholen in Noord-Groningen moeten in de toekomst het liefst 200 en minimaal 80 leerlingen hebben. Dat staat in een gezamenlijk discussiestuk over de gevolgen van demografische krimp dat  de plaatselijke besturen voor openbaar respectievelijk christelijke primair onderwijs hebben laten opstellen door organisatieadviesbureau Van Beekveld en Terpstra.

Het discussiestuk is nadrukkelijk bedoeld om de komende maanden met alle betrokkenen te bespreken wat er in het licht met de bevolkingskrimp in Noord-Groningen en behoud van voldoende onderwijskwaliteit nodig is.

In het stuk wordt het ideale aantal van 200 leerlingen per basisschool voorgesteld, omdat er dan acht groepen van elk gemiddeld 25 leerlingen kunnen worden samengesteld. Ook wordt het minimumaantal van 80 leerlingen per basisschool genoemd. De reden om voor dat aantal te kiezen, is dat de besturen liever niet meer dan twee leerjaren per groep willen hebben. Dat hangt samen met de werkdruk en onderwijskwaliteit.

Als wordt uitgegaan van minimaal 200 leerlingen per basisschool, zouden in de Noord-Groningse gemeenten Winsum, Eemsmond en De Marne 23 van de nu nog 35 basisscholen worden gesloten. Van de twaalf basisscholen die dan zouden overblijven, zouden er zes openbaar en zes christelijk moeten zijn. Als het minimumaantal op 80 leerlingen per basisschool komt te liggen, dan zouden 15 van de 35 scholen dichtgaan.

Het Dagblad van het Noorden meldt naar aanleiding van het discussiestuk dat het onderwijs in Noord-Groningen over de kop gaat.

Meer informatie staat in het discussiestuk Toekomst scenario’s scholenspreiding Noord Groningen en de presentatie die daarbij hoort. De informatie is afkomstig van het openbare schoolbestuur Lauwers en Eems en het christelijke bestuur VCPO Noord-Groningen.

Online meldpunt voor behoud kleine scholen

Onderwijsadviseur Jan Lepeltak heeft het Meldpunt Kleine Scholen gelanceerd.

Lepeltak is actief betrokken bij initiatieven om kleine basisscholen open te houden. Het meldpunt is opgezet voor ouders, bewoners en andere betrokkenen om een overzicht te krijgen van de ontwikkelingen op dit gebied. Ook is het bedoeld om kennis, ervaring en alternatieven te delen en te ontwikkelen, die leiden tot tot behoud van kleine scholen.

Coöperatie kleine scholen op komst

Er komt een coöperatie van kleine scholen. Dat is zaterdag besloten op de nationale conferentie van kleine scholen in de Weebosch, een klein dorpje in de gemeente Bergeijk.

Vier dorpen/scholen nemen het initiatief voor de oprichting van deze nieuwe coöperatie: Mids de Marren in Gaastmeer, OBS De Bongerd in Hoog en Laag Keppel, de Gerardusschool in de Weebosch en de bewoners van het Zeeuwse dorp Kats. De komende weken wordt de oprichting van de coöperatie officieel geformaliseerd. Vertegenwoordigers uit de verschillende dorpen vormen het tijdelijk bestuur. Jan Schuurman Hess uit Kats is gevraagd op te treden als tijdelijk voorzitter.

Groen licht
Vóór eind januari 2014  stellen de initiatiefnemers een onderwijskundig plan, een financieel plan, een organisatie- en personeelsplan en de statuten van de coöperatie op.  Kort daarna bieden zij deze stukken aan aan de Vaste Kamercommissie Onderwijs in Den Haag. De initiatiefnemers zullen de leden van de Tweede Kamer en het kabinet  vragen om op experimentbasis groen licht te geven voor hun plannen voor kleine scholen.

Het doel van de coöperatie is om de kwaliteit van onderwijs in een kleine school te borgen en te ontwikkelen, het beheer en bestuur van een kleine school school via een coöperatie in handen te geven van ouders, docenten, schoolleiders en de dorpsgemeenschap en om zo de laatste school in het dorp te behouden.

Het onderwijs in de drie nog functionerende, aangesloten kleine scholen wordt gecontinueerd. In Kats wordt de het komend schooljaar gebruikt om een nieuwe start voor te bereiden. Om de coöperatie te kunnen ontwikkelen tot zeven scholen wordt een lijst opgesteld van dorpen/scholen die hebben bekend gemaakt zich te willen aansluiten.

Geen heil
In Zuid-Limburg hebben de gezamenlijke besturen voor primair onderwijs inmiddels al uitgesproken dat ze geen heil zien in deze oplossingsrichting. Dat hebben de Limburgse schoolbesturen geschreven in een brief aan de Tweede Kamer.

 

 

Pleidooi voor behoud kleine christelijke scholen

De Coöperatie Christelijk Basisonderwijs (CBO) Fryslân geeft in een brief aan de vaste Kamercommissie voor OCW aan dat de kleinescholentoeslag moet blijven bestaan om ‘kleinere scholen met een bepaalde geloofs- of levensvisie’ in stand te kunnen houden. 

De brief is een reactie op het plan van staatssecretaris Sander Dekker van OCW om de kleinescholentoeslag te vervangen door een toeslag voor scholen die met elkaar samenwerken. Dit kan samenwerking zijn die boven de denominaties uitstijgt. CBO Fryslân kiest daar niet voor, naar eigen zeggen omdat de zogenoemde samenwerkingsbonus tot onnodige bestuurlijke drukte zou leiden.

De christelijke coöpreratie noemt ook een andere reden: ‘Afschaffen van de kleinescholentoeslag betekent, dat scholen kleiner dan 145 leerlingen minder middelen ontvangen van de overheid, terwijl besturen en de betreffende scholen nu al aangeven, dat de huidige financiering onvoldoende is.’ Dit betekent volgens CBO Fryslân dat bij het beëindigen van de kleinescholentoeslag op termijn veel scholen met minder dan 145 leerlingen hun deuren moeten sluiten en dat daardoor verschillende dorpen geen voorziening meer hebben voor basisonderwijs.

In de brief aan de Tweede Kamer staat ook dat CBO Fryslân een goede spreiding van onderwijslocaties wil, ‘waarbij ouders, daar waar mogelijk, keuzevrijheid behouden’. De christelijke coöperatie pleit ervoor ‘de kleine scholentoeslag te behouden vanaf een bepaalde grootte, waardoor huisnabij onderwijs mogelijk blijft en kleinere scholen met een bepaalde geloofs- of levensvisie open kunnen blijven’.

Dekker wil input actiegroep Behoud Kleine Scholen

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft de Stichting Behoud Kleine Scholen gevraagd mee te denken over beleid voor de kleine scholen. RTV Oost meldt dat woordvoerster Bouwien Rutten dit bevestigt. Zij woont in het Twentse dorpje Angelo en maakt zich als een van de initiatiefnemers van de Stichting Behoud Kleine Scholen grote zorgen over het basisonderwijs op het platteland.

Volgens Rutten wil de staatssecretaris van de stichting horen hoe hij de krimp van het aantal kinderen op het platteland kan opvangen en tegelijkertijd de kosten binnen de perken kan houden. Woensdagmiddag heeft de Stichting Behoud Kleine Scholen actiegevoerd op het Plein bij de Tweede Kamer. Dekker kreeg namens ruim 7000 mensen een petitie overhandigd voor het behoud van kleine scholen.

De staatssecretaris wil de kleinescholentoeslag omzetten in een bonus op samenwerking. Hij garandeert dat dit geen bezuinigingsmaatregel is. De Stichting Behoud Kleine Scholen is bang dat door de samenwerking zoals Dekker die voor ogen heeft, steeds meer plattelandsdorpen zonder school komen te zitten.

Dekker neemt scholen in krimpregio’s serieus

De schoolbesturen en hun partners in de regio’s zijn aan zet om met samenwerking de problemen die voortkomen uit demografische krimp het hoofd te bieden. Het is goed dat staatssecretaris Sander Dekker van OCW in zijn visie op krimp de rol van de besturen serieus neemt, en dat hij het advies van de Onderwijsraad om de minimale opheffingsnorm in het primair onderwijs te verhogen van 23 naar 100 leerlingen naast zich neerlegt. Het is ook goed om te zien dat hij onze adviezen overneemt om de positie van het openbaar onderwijs te versterken.

In februari presenteerde de Onderwijsraad het advies Grenzen aan kleine scholen. Daarin stond onder meer het omstreden advies om alle scholen met minder dan 100 leerlingen te sluiten. Dit stuitte op veel verzet, zo bleek tijdens regionale bijeenkomsten die VOS/ABB samen met de collega-besturenorganisaties en de PO-Raad voor schoolbestuurders organiseerde.

Veel bestuurders pleitten op die bijeenkomsten voor een specifieke aanpak die aansluit op de situatie in de regio’s. De staatssecretaris heeft dat overgenomen, waarmee hij laat zien dat hij luistert naar wat er in het onderwijsveld leeft, ook als dat indruist tegen het advies van een gerenommeerd instituut.

Bonus op samenwerking
Hij benadrukt dat in de specifieke aanpak per regio samenwerking tussen verschillende schoolbesturen centraal moet staan. Dat samenwerking niet vrijblijvend is, blijkt uit zijn plan om de kleinescholentoeslag af te bouwen, omdat die wordt gezien als obstakel dat samenwerking in de weg zit. In plaats daarvan moet er een financiële prikkel komen om scholen tot elkaar te brengen.

Belangrijk element is dat het geld dat nu beschikbaar is, in principe beschikbaar blijft. Er lijkt dus niet een stiekeme bezuiniging in de visie van Dekker verstopt, hoewel nog niet duidelijk is hoe het allemaal precies wordt uitgewerkt. We moeten ook oppassen dat Den Haag met deze bonus niet een instrument in handen krijgt om te bepalen wanneer samenwerking gewenst is. Als het daar wel naartoe gaat, dan wordt de taak van de schoolbesturen alsnog uitgehold. Een zekere mate van gezonde argwaan blijft dus geboden!

Versterking openbaar onderwijs
Het is positief dat Dekker de wettelijke mogelijkheid wil creëren voor openbare schoolbesturen om samenwerkingsscholen in stand te houden. Nu kunnen openbare besturen dat nog niet, in tegenstelling tot besturen voor bijzonder onderwijs. Wij hadden de staatssecretaris geadviseerd dit in zijn visie op te nemen, omdat samenwerking alleen goed gestalte kan krijgen als er sprake is van een gelijkwaardige verhouding tussen het openbaar en bijzonder onderwijs.

We hadden er als VOS/ABB bij Dekker ook op aangedrongen om de wet zodanig te veranderen dat integrale kindcentra onder openbare schoolbesturen kunnen vallen. Nu kan dat vreemd genoeg nog niet, wat samenwerking in krimpregio’s in de weg kan zitten. In zijn brief aan de Tweede Kamer noemt hij deze verruiming van de wet slechts impliciet. Desgevraagd zei de staatssecretaris tijdens de persconferentie in Wolphaartsdijk, waarop hij zijn visie uiteenzette, dat hij ook dit punt meeneemt.

Gemakkelijker fuseren
De versoepeling van de fusietoets is een ander positief element uit de krimpvisie van Dekker. Bij VOS/ABB horen we geregeld dat de fusietoets samenwerking in de regio tegenwerkt. Dat hebben we herhaaldelijk in onze contacten met het ministerie aan de orde gesteld. Het voorstel van Dekker om in het primair onderwijs de grens voor de fusietoets te verhogen van 10 naar 30 scholen en ook in het voortgezet onderwijs een grens te stellen – die op 20 scholen komt te liggen – is goed nieuws.

Ten slotte wil ik wijzen op de positieve ontwikkeling dat Dekker de leerlingenstroom naar België wil indammen. Vooral in Zeeuws-Vlaanderen en Limburg heeft het Nederlandse onderwijs daarmee te maken. Door in krimpregio’s bij de grens met België het onderwijs toe te staan om kinderopvang te organiseren, wordt het voor Nederlandse ouders minder aantrekkelijk om voor (gratis) opvang en later voor een school in Vlaanderen te kiezen.

Al met al is VOS/ABB, overigens net als de PO-Raad, over het algemeen positief over de manier waarop staatssecretaris Dekker de krimpproblematiek in het funderend onderwijs wil aanpakken.

Ritske van der Veen, directeur VOS/ABB

Dekker komt voor zomer met slimme aanpak krimp

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW komt voor de zomer met een plan om de gevolgen van demografische voor het onderwijs 'wat slimmer' aan te pakken. Dat zei hij zondag op de regionale zender Omroep West.

Dekker was te gast in het programma WestBusiness presenteert FRITS!. Het ging onder andere over demografische krimp en kleine scholen. De staatssecretaris zei dat als er niets wordt gedaan, in kleine dorpen de basisscholen vanzelf omvallen en dat daar dan over een tijd helemaal geen onderwijs meer is.

Eerder kondigde Dekker aan dat hij deze maand met zijn beleidsreactie komt op het advies Grenzen aan kleine scholen van de Onderwijsraad. Daarin staat dat alle basisscholen met minder dan 100 leerlingen dicht zouden moeten. Dit advies aan het kabinet stuit in het onderwijs op veel weerstand, vooral omdat de Onderwijsraad het ten onrechte koppelt aan verlies van onderwijskwaliteit in kleine basisscholen.

Zie ook de gerelateerde berichten in het rode blok in de rechterkolom.

 

Samenwerkingsbonus vervangt kleinescholentoeslag?

De christelijke oppositiepartijen CDA en ChristenUnie zijn tegen het plan van VVD en PvdA om de kleinescholentoeslag te vervangen door een stimuleringsbonus voor samenwerking.

VVD en PvdA sturen erop aan om de kleinescholentoeslag om te zetten in een samenwerkingsbonus. CDA-Kamerlid Michel Rog – de oud-voorzitter van CNV Onderwijs – noemt dit een 'verschrikkelijk voorstel' en een 'dwaas plan'. Hij vreest dat scholen worden gedwongen om met elkaar samen te werken, wat de autonomie van de schoolbesturen zou aantasten.

Arie Slob van de ChristenUnie is ook tegen. Het schrappen van de kleinescholentoeslag en het instellen van een samenwerkingsbonus noemt hij 'desastreus'. D66-Kamerlid Paul van Meenen is het met VVD en PvdA eens dat samenwerking tussen kleine scholen moet worden bevorderd.

VVD en PvdA hebben voor hun plan voldoende steun nodig in de Eerste Kamer, waar ze geen meerderheid hebben. Het voorstel volgt op het advies Grenzen aan kleine scholen van de Onderwijsraad, waarin staat dat alle basisscholen met minder dan 100 leerlingen dicht zouden moeten. Alles wijst erop dat dit advies, dat de afgelopen tijd veel kritiek kreeg in het onderwijs, geen realiteit zal worden.

Verdedigbaar
VOS/ABB vindt het plan voor de samenwerkingsbonus verdedigbaar, mits dit niet gepaard gaat met een bezuiniging. Al het geld voor de kleinescholentoeslag moet voor het onderwijs behouden blijven. VOS/ABB heeft dit onlangs tijdens een overleg met het ministerie van OCW benadrukt.

Als samenwerking financieel wordt gestimuleerd, moet de politiek wel snel werk maken van een wetswijziging om het ook voor openbare schoolbesturen mogelijk te maken om samenwerkingsscholen in stand te houden. Nu kan het openbaar onderwijs dat nog niet, terwijl het bijzonder onderwijs die mogelijkheid wel heeft. De achtergestelde positie van het openbaar onderwijs moet zeer spoedig worden opgeheven!

1400 scholen hebben minder dan 100 leerlingen

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft uitgezocht dat 1400 basisscholen in Nederland minder dan 100 leerlingen hebben. In totaal zijn dat 1400 scholen, die dicht zouden moeten als het advies van de Onderwijsraad wordt overgenomen. Daarvan zijn er 605 openbaar.

De meeste kleine scholen staan in Friesland, Groningen, Drenthe en Zeeland. Daaar zijn veel plaatsen waar minimaal de helft van de basisscholen minder dan 100 leerlingen telt. Tussen 1991 en 2001 is het aantal kleine scholen wel flink gedaald, maar de laatste jaren is het juist weer iets toegenomen. Momenteel is het minimumaantal leelringen voor een school 23. Vanwege de bevolkingskrimp adviseert de Onderwijsraad die ondergrens van 23 op te trekken tot 100. Volgens de Onderwijsraad kan in kleine scholen de kwaliteit van onderwijs minder zijn. Het ministerie van Onderwijs beraadt zich nog op het advies.

Schoolbesturen zien niets in het advies en geven aan dat er geen rechtstreeks verband is tussen leerlingenaantal en kwaliteit. Ook gemeenteraden zijn tegen de sluiting van kleine scholen. Zij vrezen voor de leefbaarheid in kleine kernen. Tal van gemeenteraden hebben in maart een motie aangenomen waarin ze er bij het minsterie op aandringen het advies niet over te nemen.

In het hele land moties tegen sluiting kleine scholen

Overal in het land komen gemeenteraden in het geweer tegen de door de Onderwijsraad voorgestelde sluiting van kleine scholen. In tal van gemeenten is inmiddels een motie aangenomen, waarin de raadsleden een dringend beroep doen op de staatssecretaris om niet in te gaan op dit advies van de Onderwijsraad.

In de protestmotie geven de gemeenteraden allemaal aan dat kwaliteit van onderwijs niet afhankelijk is van het aantal leerlingen. Ook vinden ze dat het lokale bestuur behoort te beslissen over eventuele sluiting van een school, om de regionale situatie te kunnen meewegen.

Een goed voorbeeld is de gemeente Neerijnen in de Betuwe. Deze gemeente omvat 10 dorpen (Hellouw, Haaften, Tuil, Waardenburg, Neerijnen, Est, Opijnen, Heesselt, Varik en Ophemert), en telt 11 basisscholen. Drie daarvan (in Tuil, Est en Opijnen)  hebben minder dan 100 leerlingen en zouden dus volgens de Onderwijsraad hun deuren moeten sluiten. De gemeenteraad spreekt in zijn motie uit dat niet het leerlingenaantal, maar de kwaliteit van onderwijs bepalend moet zijn voor het bestaansrecht van de scholen, en die kwaliteit is op deze scholen in orde. Daarnaast staat in de motie dat op lokaal niveau moet worden besloten welke voorzieningen behouden moeten blijven: 'Dit is geen zaak voor Den Haag'. Sluiting van de kleine scholen treft niet alleen jonge gezinnen, maar heeft ook grote gevolgen voor de leefbaarheid in de dorpen, aldus de gemeenteraad. De plaatselijke schoolbesturen Fluvium voor openbaar onderwijs en de Vereniging Protestants Christelijk Onderwijs ondersteunen de motie.

'Tekentafel lijkt niet op de werkelijkheid'
Algemeen directeur Anita Burlet van Stichting Fluvium geeft desgevraagd een toelichting op de situatie: 'Op de tekentafel bij de Onderwijsraad lijkt het simpel, maar kom eens kijken hoe de werkelijkheid is. De gemeenten hier beslaan een grote oppervlakte en omvatten veel kleine dorpen. Het gebied wordt doorsneden door grote rivieren, snelwegen en spoorlijnen zoals de Betuwelijn.  Veel kernen hebben maar één school, en als we die dan moeten sluiten omdat er minder dan 100 leerlingen zijn, wordt het onderwijs door al die barrières hier slecht bereikbaar.' Ook Burlet wijst erop dat de kwaliteit in de kleine scholen op orde is: 'Dankzij het grotere bestuursverband met 15 scholen kunnen we in die kleine scholen toch veel voor elkaar krijgen. Dat is zichtbaar in de resultaten.'

Net als in Neerijnen hebben de gemeenteraden in veel andere gemeenten in maart een zelfde motie aangenomen als protest tegen de plannen van de Onderwijsraad. Dat gebeurde onder meer al in Joure, Het Bildt, Dantumadeel, Leeuwarderadeel, Hoogeveen, Stadskanaal, Hellendoorn, Rijssen/Holten, Almelo, Tubbergen, Twenterand, Kampen, Ede, Putten, Aalten, Brummen, Heerlen, Schiedam, Bernisse en Schagen.

Voor eerdere berichtgeving over dit onderwerp klikt u op 'gerelateerde berichten' in het rode vlak hiernaast.

 

 

Zet kleinescholentoeslag om in stimuleringsregeling

De kleinescholentoeslag kan worden omgezet in een stimuleringsregeling om samenwerking tussen scholen en schoolbesturen in krimpgebieden te vergemakkelijken. Dat heeft VOS/ABB donderdag ingebracht in een gesprek met het ministerie van OCW naar aanleiding van het krimpadvies van de Onderwijsraad. In het gesprek werd duidelijk dat de beleidsreactie van staatssecretaris Sander Dekker van OCW op het advies niet zoals eerder aangekondigd in april, maar pas in mei komt.

Namens VOS/ABB namen de beleidsmedewerkers Hans Teegelbeckers en Marleen Lammers deel aan het gesprek in Den Haag. Ook de katholieke besturenorganisatie VKO, de vereniging van gereformeerde scholen VGS en de schoolleidersvakbond AVS waren bij het gesprek aanwezig.

Regie bij het onderwijs!
Het gezamenlijke standpunt was dat staatssecretaris Dekker op basis van het advies Grenzen aan kleine scholen niet met nieuwe beleidsmaatregelen ten aanzien van demografische krimp moet komen. De regie op dit vlak hoort bij de scholen en hun besturen te liggen. Daarbij is het essentieel dat het kabinet het onderwijs voldoende faciliteert, omdat goede samenwerking voor behoud van onderwijskwaliteit in krimpregio's zorgvuldigheid vereist. Dat kost tijd en dus geld.

Ook is in het gesprek duidelijk gemaakt dat het kabinet en de Tweede Kamer hun best moeten doen om wetgeving weg te nemen of aan te passen als die samenwerking tussen verschillende schoolbesturen in de weg zit. VOS/ABB bracht in het kader van dit onderdeel van het gesprek het idee in om de huidige kleinescholentoeslag te veranderen in een stimuleringsregeling om samenwerking te bevorderen. Nu kan de kleinescholentoeslag een vertragende werking hebben op samenwerking tussen scholen en besturen.

Openbaar onderwijs achtergesteld!
VOS/ABB benadrukte in het gesprek dat de huidige wet- en regelgeving op een aantal punten het openbaar onderwijs achterstelt ten opzichte van het bijzonder onderwijs. Zo kunnen openbare schoolbesturen geen integrale kindcentra in stand houden, terwijl besturen voor bijzonder onderwijs dat wel kunnen. Dit geldt ook voor samenwerkingsscholen. Het is de hoogste tijd dat deze achterstelling wordt aangepakt.

Tevens heeft VOS/ABB haar twijfels uitgesproken over de constatering van de Onderwijsraad dat de grondwettelijke garantie voor voldoende openbaar onderwijs niet in gevaar komt als de minimale opheffingsnorm voor basisscholen omhoog gaat van 23 naar 100 leerlingen. Als dit realiteit wordt, zullen 605 openbare basisscholen de deuren moeten sluiten, waardoor de grondwettelijke garantiefunctie, zoals die is vastgelegd in grondwetsartikel 23, in dunbevolkte gebieden niet meer kan worden waargemaakt.

In het gesprek werd duidelijk dat de beleidsreactie van staatssecretaris Dekker op het advies van de Onderwijsraad met een maand is vertraagd. Hij zou in april met een reactie komen, maar dat wordt mei.

Tweede Kamer
Op 14 maart heeft adviseur Ronald Bloemers van VOS/ABB in een hoorzitting van de Vaste Kamercommissie voor OCW uiteengezet hoe VOS/ABB denkt over het krimpadvies van de Onderwijsraad. Daarin kwamen dezelfde standpunten naar voren.

VOS/ABB rekent erop dat zowel de Tweede Kamer als het kabinet de inbreng van VOS/ABB serieus in overweging neemt in de discussie over demografische krimp en het onderwijs.

Zie ook de gerelateerde berichten in de rechterkolom.

Informatie: Hans Teegelbeckers, 06-51603209, hteegelbeckers@vosabb.nl 

 

 

 

 

Klein schooltje Driemond: small schools, big ideas

Op openbare basisschool Cornelis Jetses in het dorpje Driemond bij Amsterdam is op zaterdag 23 maart een conferentie over hoe kleine scholen hun onderwijskwaliteit kunnen optimaliseren.

De conferentie wordt georganiseerd door Jan Lepeltak van Learning Focus. Dit bureau richt zich op de mogelijkheden die het onderwijs met ICT kan benutten. Lepeltak benadrukt dat er in het buitenland veel succesvolle voorbeelden zijn van kleine scholen, onder andere op de Hebriden, in de Schotse Hooglanden, Canada, Australië en Finland. Hij vindt het een tekortkoming dat de Onderwijsraad daar voor het advies Grenzen aan kleine scholen niet naar heeft gekeken.

Lepeltak heeft de Engelse onderwijs- en ICT-deskundige Dughall McKormick uitgenodigd om op 23 maart naar Driemond te komen. Hij zal onder andere ingaan op de conclusies van de eerste annual conference Small Schools Big Ideas, die dan net in Engeland heeft plaatsgehad.

Deelname aan de conferentie (inclusief lunch) kost slechts 25 euro per persoon. Het geld is bedoeld voor een retourticket voor Dughall McKormick.

Klik hier voor meer informatie en de online aanmeldmogelijkheid.