Wat zijn effectieve interventies tegen leerachterstanden?

Het Centraal Planbureau (CPB) geeft in de notitie Effectieve interventies leerachterstanden in het primair onderwijs acht tips.

Hieronder staan de tips voor effectieve interventies om leerachterstanden tegen te gaan. Voor de volledige toelichting op deze tips gaat u naar de CPB-publicatie.

  1. Zet een goede docent voor de klas
    Dit maakt veel uit voor wat een kind leert. Dat geldt voor alle kinderen en dus ook voor kinderen met een lage sociaaleconomische status.
  2. Geef kleuters uit achterstandsposities extra reguliere lessen
    Geef vooral geen extra lessen die ver staan van de reguliere praktijk.
  3. Zet assistenten in voor onderwijsinhoudelijke taken
    Op die manier verbeteren de assistenten de leerprestaties.
  4. Verklein de klas
    Doe dit vooral voor kinderen uit gezinnen met een laag inkomen, een migratieachtergrond en/of in klassen met een nog onervaren docent.
  5. Daag kinderen uit
    Dit geldt voor alle kinderen.
  6. Zet een zomerschool op
    Ga daarin veel lezen met kinderen. Dat voorkomt kennisverlies in de vakantie.
  7. Stimuleer kinderen thuis te lezen in de zomervakantie
    Ook dit voorkomt kennisverlies in de vakantie.
  8. Stimuleer en ondersteun ouders samen met het kind te leren
    Dat kan met concrete tips, afgestemd op hun kind.

Download de CPB-notitie

Minder achterstandsleerlingen, maar niet overal

In het primair onderwijs is het aantal achterstandsleerlingen verder afgenomen. Dat staat in het rapport Kinderen in tel 2014 van het Verwey-Jonker Instituut.

Waren er in 2000 nog ruim 447 duizend achterstandsleerlingen, in 2012 waren dit er bijna 174 duizend. Dat is ruim 11 procent van het aantal 4- t/m 12-jarige leerlingen. Het gaat hierbij om kinderen met een leerlinggewicht hoger dan 0.

De gestage daling doet zich in het hele land voor, behalve in de provincie Groningen. Daar was in 2011 een lichte stijging te zien van het aantal achterstandsleerlingen, maar in 2012 nam dat aantal weer af. De provincies Friesland, Drenthe en Utrecht hebben het minste aantal achterstandsleerlingen. Zuid-Holland blijft aan kop.

In 2012 hadden 107 gemeenten een percentage achterstandsleerlingen dat hoger lag dan het landelijke gemiddelde. Rotterdam blijft bovenaan staan, gevolgd door de buurgemeenten Schiedam en Vlaardingen. Opvallend is dat er in de gemeente Vlaardingen een forse stijging was van het aandeel achterstandsleerlingen was van ruim 22 procent in 2010 tot bijna 25 procent in 2011.

Andere gemeenten met veel achterstandsleerlingen zijn Amsterdam, Den Haag, Staphorst, Pekela, Reimerswaal, Kerkrade en Roermond.

Onderwijsraad wil etniciteit weer in gewichtenregeling

De Onderwijsraad vindt dat achterstandsgeld voor basisscholen weer moet worden toegekend op basis van het opleidingsniveau van de ouders in combinatie met hun etniciteit. Daarmee adviseert de raad om de gewichtenregeling die toenmalig minister Maria van der Hoeven van OCW in 2006 invoerde, terug te draaien.

Sinds 1985 ontvangen scholen extra geld als zij veel achterstandsleerlingen hebben. Tot 2006 werd dit zogenoemde gewichtengeld toegekend op basis van het opleidingsniveau en de afkomst van de ouders van leerlingen. Omdat relatief weinig achterstandsgeld naar (plattelands)scholen met veel autochtone achterstandsleerlingen ging, schrapte toenmalig minister Van der Hoeven het criterium ‘etniciteit’. Sinds 2006 krijgen scholen het geld alleen op grond van het opleidingsniveau van de ouders.

Uit onderzoek door bureau ITS van de Radboud Universiteit in Nijmegen (2011) blijkt dat de nieuwe gewichtenregeling van Van der Hoeven er nauwelijks toe leidt dat meer achterstandsgeld naar plattelandsscholen gaat. Slechts 1 procent van deze scholen krijgt substantieel meer geld voor hun achterstandsleerlingen. Dat komt onder meer doordat het gemiddelde opleidingsniveau van ouders op het platteland is gestegen.

Hetzelfde onderzoek wijst ook uit dat bijna 10 procent van de basisscholen sinds de beleidsaanpassing beduidend minder geld krijgt. Dit zijn vooral hindoeïstische en islamitische scholen in de grote steden. De leerlingen van deze scholen zijn vrijwel allemaal van allochtone afkomst. Tot 2006 kregen zij daarom het maximale bedrag uit de pot voor onderwijsachterstanden. Omdat een deel van de ouders van deze leerlingen niet laagopgeleid is, krijgen deze scholen sinds invoering van de nieuwe regeling minder geld.

Vooruitgang boeken
De Onderwijsraad adviseert nu om het criterium ‘etniciteit’ weer in de gewichtenregeling op te nemen. ‘Beide indicatoren blijken nog altijd het meest bepalend voor leerachterstanden’, zo meldt de raad in het advies Vooruitgang boeken met achterstandsmiddelen. Daarin staat ook dat in de indicator ‘opleidingsniveau van ouders’ de bovengrens voor extra financiering moet worden opgetrokken tot het niveau van de startkwalificatie.

Voorts adviseert de raad de drempel in de gewichtenregeling zodanig te verlagen, dat scholen met veel autochtone doelgroepleerlingen meer van de beschikbare achterstandsmiddelen kunnen profiteren. Op die manier zou kunnen worden voorkomen dat plattelandsscholen met weinig of geen allochtone leerlingen erop achteruitgaan.

De Onderwijsraad beveelt het kabinet tevens aan om scholen zelf te laten bepalen hoe ze hun achterstandsgeld besteden, maar ze moeten dat wel kunnen verantwoorden: ‘Voor de kwaliteitsverbetering van het onderwijsachterstandenbeleid is het essentieel dat scholen zichtbaar maken wat ze met de toegekende middelen hebben gedaan (en waarom) en daarover in gesprek gaan met interne en externe belanghebbenden’.

Ten slotte adviseert de Onderwijsraad om meer onderzoek te doen naar de effectiviteit van verschillende maatregelen om goed onderwijs te bieden aan doelgroepleerlingen.

Administratie gewichtenregeling buiten school om

Basisscholen worden verlost van de administratieve rompslomp die de gewichtenregeling met zich meebrengt. Staatssecretaris Sander Dekker van OCW kondigt aan dat er een verdeelmodel komt dat gebruikmaakt van databestanden die al buiten de school aanwezig zijn.

Aanleiding voor het nog te ontwikkelen verdeelmodel is dat scholen de regeling voor de toekenning van achterstandsmiddelen erg ingewikkeld vinden. Ze maken daardoor veel administratieve fouten, waardoor het gewichtengeld niet juist over de scholen wordt verdeeld en het dus niet altijd terechtkomt bij de leerlingen die het nodig hebben.

Omdat het alternatieve verdeelmodel er nog niet is – na de zomervakantie volgt meer informatie – zet de staatssecretaris eerst in op een verbetering van de gewichtenadministratie op de scholen. Ze kunnen bijvoorbeeld hulp krijgen bij het juist beoordelen van het opleidingsniveau van de ouders. Ook geeft Dekker de Inspectie van het Onderwijs opdracht om intensiever toe te zien op naleving van de regels en komt er een strenger sanctiebeleid, dat op 1 augustus 2013 in werking treedt.

Op de website van de rijksoverheid staat meer informatie.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Achterstandsleerling wacht op plek in voorschool

Steeds minder kinderen met een achterstand kunnen als voorbereiding op de basisschool terecht op een voorschool. Dat meldt de NOS.

De MOgroep noemt het onacceptabel dat kinderen met een achterstand op wachtlijsten staan. De brancheorganisatie van onder andere de peuterspeelzalen wil dat er één peutervoorziening komt, die toegankelijk is voor alle kinderen.

Voorzitter Rinda den Besten van de PO-raad wil dat ook: 'Er beginnen nu toch weer meer kinderen met een achterstand aan de basisschool. Die achterstand halen ze moeilijk in. De voorschool moet toegankelijk zijn voor alle kinderen.'

De wachtlijsten bij peuterspeelzalen nemen toe doordat de kinderopvang steeds duurder wordt. Peuterspeelzalen zijn goedkoper, doordat ze vaak nog gesubsidieerd zijn.