‘Vakdocenten voor gym niet overal haalbaar’

Het is niet haalbaar dat álle leerlingen van basisscholen bewegingsonderwijs krijgen van bevoegde vakdocenten. Dat stelt staatssecretaris Sander Dekker van OCW.

Dekker heeft de Tweede Kamer een brief geschreven als reactie op de initiatiefnota over bewegingsonderwijs van VVD-Kamerlid Rudmer Heerema, die eerder werkzaam was als docent lichamelijke opvoeding van OSG Willem Blaeu in Alkmaar.

Dekker schrijft dat hij de grondgedachte omarmt dat elk kind goed bewegingsonderwijs verdient, omdat dat cruciaal is voor de motorische, sociale en cognitieve ontwikkeling van kinderen. Hij benadrukt ook dat goed bewegingsonderwijs overgewicht bij kinderen kan tegengaan en een bijdrage kan leveren aan een actieve en gezonde leefstijl.

Zoveel mogelijk vakdocenten

Het streven van Heerema dat álle basisschoolleerlingen bewegingsonderwijs krijgen van bevoegde vakdocenten is echter niet haalbaar, schrijft de staatssecretaris. Hij vindt wel dat er een vakleerkracht moet zijn voor ‘zoveel mogelijk’ leerlingen.

Hij noemt basisscholen in krimpgebieden waarvoor ook deze ambitie waarschijnlijk te hoog gegrepen is, omdat deze scholen weinig tot geen ruimte hebben om een vakleerkracht voor bewegingsonderwijs aan te trekken.

PO-Raad tegen verplichte vakdocent gym

Het voorstel van de VVD om elke basisschool te verplichten een vakleerkracht bewegingsonderwijs aan te stellen, zonder dat daar extra geld tegenover staat, is onrealistisch. Dat stelt de PO-Raad

Het plan om basisscholen te verplichten om gym alleen nog door vakdocenten te geven, komt voor VVD-Tweede Kamerlid en voormalig gymleerkracht Rudmer Heerema. Hij zegt in het Algemeen Dagblad dat hij het direct kan zien als kinderen les hebben van een vakleerkracht.

Te weinig geld
De PO-Raad zegt het belang van bewegen en aandacht voor gezondheid in en om de school te onderschrijven, maar wil dat scholen blijven bepalen of ze een vakleerkracht bewegingsonderwijs aanstellen. Voor een verplichting daartoe is volgens de sectororganisatie te weinig geld.

De PO-Raad noemt het door VVD’er Heerema geopperde plan om een vertrekkende groepsleerkracht te vervangen door een vakleerkracht bewegingsonderwijs ‘onrealistisch, onbetaalbaar en onwenselijk’. De klassen zouden hierdoor groter worden, terwijl ‘de meeste leerlingen juist baat hebben bij kleine klassen’, aldus de sectororganisatie.

Reacties Tweede Kamer
Op de nieuwssite Nu.nl zegt Kamerlid Loes Ypma ‘sympathiek’ tegenover het VVD-plan te staan. Ze heeft nog wel ‘een paar vragen over de uitvoerbaarheid’ ervan. Daarom wil ze eerst weten wat het onderwijs er zelf van vindt.

Het CDA reageert kritisch. ‘Dit plan is de zoveelste aanval van de VVD op de kleine scholen en perkt de vrijheid van basisscholen nog verder in’, aldus CDA-Kamerlid Michel Rog op Nu.nl. ‘Natuurlijk is gym een serieus vak, maar dat zijn rekenen en taal ook. Helaas hoor ik de VVD daar nooit over, behalve dat ze een stortvloed aan toetsen aan het onderwijs opdringen’, aldus Rog.

Aanpak bewegingsonderwijs
Het bericht in het AD volgt op een voortgangsbrief over de aanpak van bewegingsonderwijs, die staatssecretaris Sander Dekker vrijdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

In die brief staat onder andere dat de aanpak zich richt ‘op het ondersteunen van scholen en gemeenten bij het realiseren van de doelstelling dat in schooljaar 2017-2018 elke basisschoolleerling minstens twee, maar het liefst drie, lesuren bewegingsonderwijs per week krijgt van een bevoegde (vak)leerkracht’.

Vooral vmbo’s geven minder gym dan gewenst

In de gemengde en theoretische leerweg van het vmbo geeft bijna eenderde van de scholen minder gymles dan gewenst. In de basis- en beroepsgerichte leerweg is dat ruim eenvijfde. Dat blijkt uit de nulmeting lichamelijke opvoeding in het voortgezet onderwijs.

De lestijd voor lichamelijke opvoeding in het voortgezet onderwijs zit gemiddeld op het gewenste niveau, meldt het Mulier Instituut dat de nulmeting uitvoerde. Het afschaffen in 2005 van de voorschriften die een minimumaantal uur gymles vereisten, heeft er niet toe geleid dat scholen minder lichamelijke opvoeding aanbieden. Het vmbo zit echter met een fors deel onder de richtlijn. Voor de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg is dat 21 procent, voor de gemengde- en theoretische leerweg 31 procent.

Het onderzoek leert verder dat de meerderheid van de scholen (55 procent) over voldoende accommodaties kan beschikken voor het geven van lichamelijke opvoeding. Voor 45 procent van de scholen geldt dit echter niet: 17 procent beschikt over onvoldoende binnenaccommodatie, 18 procent heeft onvoldoende beschikking over een buitenaccommodatie voor lichamelijke opvoeding en 11 procent van de scholen heeft zowel onvoldoende binnen- als buitenaccommodaties.

Een deel van de scholen springt er in positieve zin uit en profileert zich met een aanvullend aanbod in de vorm van lichamelijke opvoeding als examenvak, sportklassen en buitenschoolse sportactiviteiten. In het schooljaar 2012-2013 werden deze keuzevakken op 660 locaties voor het voortgezet onderwijs aangeboden en deden 11.700 scholieren (6,4 procent) examen in lichamelijke opvoeding.

Audicien pleit voor gehoorbeschermers in gymzalen

Sportleraren dragen steeds vaker speciale oordoppen om gehoorbeschadiging te voorkomen, meldt de gratis krant Metro.

In gymzalen bereikt het geluidsniveau als gevolg van onder meer schreeuwende leerlingen, stuiterende basketballen en de doorgaans niet optimale akoestiek ongeveer 85 decibel. Dat is het niveau waarop werknemers gehoorbeschermers moeten gebruiken, meldt het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Ter vergelijking: het geluid van een F16 die op 1500 meter hoogte voorbij vliegt is ook ongeveer 85 decibel.

Metro sprak onder anderen met audicien Freek Menheere van het Centrum Arbeid & Gezondheid. Hij heeft dit jaar ongeveer honderd docenten lichamelijke opvoeding geholpen aan een op maat gemaakte gehoorbeschermer. Hij zegt dat veel scholen daar niet aan willen, omdat het geld kost. ‘In gesprekken die ik met hen heb, vragen ze wat de kosten van de boetes zijn. Die betalen ze liever dan te investeren in gehoorbeschermers.’

Het liefst ziet Menheere dat de leerlingen ook gehoorbescherming krijgen. ‘We moeten beginnen bij het begin. Bij consequent gebruik hebben we over 20 jaar 25 procent minder mensen met gehoorklachten.’

VOS/ABB heeft in 2011 een online herziening gepubliceerd van het katern Veiligheid en Arbobeleid. Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u dit katern downloaden.

Welke school is de sportiefste van Nederland?

Scholen voor voortgezet onderwijs kunnen zich tot 19 maart inschrijven voor de wedstrijd ‘Sportiefste school van Nederland’.

De verkiezing van de sportiefste school van Nederland wordt jaarlijks om en om georganiseerd voor het primair respectievelijk voortgezet onderwijs. Dit jaar is het voortgezet onderwijs aan de beurt.

De wedstrijd is een initiatief van de Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding (KVLO), die hiervoor samenwerkt met de olympische koepelorganisatie NOC*NSF, de gemeente Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam.

Alle scholen uit het voortgezet onderwijs kunnen aan de wedstrijd deelnemen. Doelstelling ervan is om een kwaliteitsimpuls te geven aan het programma voor bewegen en sport in het onderwijs.

De verkiezing van de sportiefste vo-school van Nederland is op 21 mei. De prijzen in de vorm van waardecheques ter waarde van in totaal 7000 euro worden beschikbaar gesteld door Bosan Sportinstallatie en de Janssen-Fritsen Group Nederland.