‘WWZ wordt voor onderwijs aangepast’

De Wet werk en zekerheid (WWZ) wordt in de volgende kabinetsperiode zodanig aangepast dat scholen weer makkelijker invalkrachten kunnen inzetten, meldt de NOS.

De WWZ komt uit de koker van nu nog demissionair PvdA-minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Hij wilde ermee bereiken dat meer mensen een vaste baan zouden krijgen. De problemen die het onderwijs met de WWZ ervaart, is dat tijdelijke vervangers snel een vast contract moeten krijgen. Dat is onbetaalbaar, waardoor de inzet van vervangers een groot probleem werd.

Asscher enige fan van WWZ

Nu de PvdA bij de Tweede Kamerverkiezingen is gedecimeerd en daarom besloot niet aan te schuiven aan de onderhandelingstafel voor een nieuw kabinet, verdwijnt Asscher uit het centrum van de macht. Hij is nu dan nog wel demissionair minister, maar de PvdA’er keert als fractieleider terug naar de Tweede Kamer zodra het nieuwe kabinet er is. Dat wordt zo goed als zeker gevormd door VVD, CDA, D66 en ChristenUnie.

De VVD trok eind vorig jaar, in aanloop naar de verkiezingen, al zijn handen af van de WWZ, omdat die wet volgens die partij in feite slechts tot problemen leidt. D66 zag er ook geen heil meer in. Het CDA en ChristenUnie kwamen eveneens tot het inzicht dat deze wet grondig zou moeten worden herzien.

De NOS meldt nu dat de nieuwe coalitiepartners de WWZ zodanig willen aanpassen dat scholen weer gemakkelijker invalkrachten kunnen inzetten. Hoe het er precies gaat uitzien, is nog niet bekend. Wel meldt de NOS dat het ‘volgens ingewijden’ nog een hele juridische kluif wordt om voor het onderwijs een uitzonderingspositie te creëren.

WWZ geldt (nog) niet voor openbaar onderwijs

De vervangingsproblematiek als gevolg van de WWZ speelt tot nu toe alleen in het bijzonder onderwijs. De WWZ geldt nog niet voor het openbaar onderwijs, omdat de werknemers daar de status van ambtenaar hebben en de WWZ nog niet op hen van toepassing is. Dat gaat veranderen vanwege de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren, die naar verwachting ingaat op 1 januari 2020.

Het was overigens op het nippertje dat kon worden voorkomen dat de WWZ niet ging gelden voor het openbaar onderwijs. De PO-Raad stond in maart 2016 tijdens de cao-onderhandelingen op het punt ermee akkoord te gaan dat de WWZ ook voor het openbaar onderwijs zou gaan gelden.

Een aantal leden van de PO-Raad vormde toen de Initiatiefgroep Openbaar Onderwijs. Deze groep schreef een brief waarin werd benadrukt dat de wetgever er bewust voor had gekozen de WWZ nog niet door te voeren voor ambtenaren, dus ook niet voor de werknemers in het openbaar onderwijs. VOS/ABB stelde op hun verzoek een notitie op over de WWZ in relatie tot het openbaar onderwijs.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Minister Bussemaker valt partijgenoot Asscher af

PvdA-minister Jet Bussemaker van OCW vindt het niet terecht dat haar partijgenoot vice-premier Lodewijk Asscher heeft gedreigd om uit het kabinet te stappen als de lerarensalarissen in het primair onderwijs niet zouden worden verhoogd. Dat meldt de NOS, die zich baseert op een radio-interview met Bussemaker.

Volgens omroep had Bussemaker vooral moeite met de toon van Asscher, die niet zou passen bij de volgens haar constructieve sfeer tussen VVD en PvdA in het kabinet. ‘En voor het aanzien van de politiek had ik het slecht gevonden als het anders was gelopen deze week’, zegt zij.

Bussemaker prijst Rutte

Asscher nam woensdag genoegen met de toezegging van premier Mark Rutte dat in de begroting van 2018 een ‘substantieel bedrag’ wordt uitgetrokken voor de lerarensalarissen in het primair onderwijs, zonder dat duidelijk is hoe in de volgende kabinetsperiode die term in euro’s zal worden geconcretiseerd.

Terwijl de PvdA-minister van OCW haar partijgenoot Asscher bekritiseert, prijs zij VVD-premier Rutte. ‘Hij weet zijn kwaliteiten als voormalig HR-manager goed te gebruiken, en het is moeilijk om boos op hem te worden’, aldus Bussemaker.

Langer ouderschapsverlof voor partners op lange baan

Het wetsvoorstel van de demissionaire PvdA-minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor langer betaald ouderschapsverlof voor partners is op de lange baan geschoven. De Tweede Kamer heeft het van de agenda gehaald om Asscher een hak te zetten. 

De ministerraad ging in september 2016, toen het nog koek en ei was tussen de coalitiepartners VVD en PvdA, akkoord met het wetsvoorstel van Asscher om het betaald kraamverlof voor partners te verlengen van twee naar vijf dagen. Er was afgesproken dat de Tweede Kamer het nog in de demissionaire periode van het huidige kabinet zou bespreken, maar op het laatste moment is het van de agenda gehaald.

Dit is een wraakactie van de partijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie die onderhandelen over de vorming van een nieuw kabinet. Het besluit om het wetsvoorstel niet meer te bespreken, volgt op de stellingname van Asscher dat desnoods het demissionaire kabinet extra geld moet uittrekken voor een verhoging van de lerarensalarissen en verlaging van de werkdruk in het primair onderwijs.

Coalitiepartner VVD en de andere partijen die onderhandelen over de vorming van een nieuwe regering vinden in tegenstelling tot Asscher dat het niet aan het demissionaire kabinet is om extra geld uit te trekken voor de lerarensalarissen. Zij zijn zo boos over de volgens hen ongepaste stellingname van Asscher, dat ze zijn wetsvoorstel voor langer ouderschapsverlof voor partners uit wraak on hold hebben gezet.

Bij Asscher maakte dat op Twitter de volgende reactie los:

Asscher zet conflict over lerarensalarissen op scherp

PvdA-leider en demissionair vicepremier Lodewijk Asscher zet het conflict in het kabinet over de salarissen in het primair onderwijs op scherp: als in de begroting voor 2018 niet staat dat die salarissen omhooggaan, gaat hij daar niet mee akkoord.

Tegen de NOS zegt Asscher dat de werkdruk in het primair onderwijs hoog is en dat de leraren een punt hebben. Volgens hem zullen de PvdA-minister in het demissionaire kabinet niet akkoord gaan met de begroting voor 2018 als daar niet in staat dat de lerarensalarissen omhooggaan.

De uitspraak staat haaks op wat in een brief van zijn partijgenoot minister Jet Bussemaker staat, die zij mede namens VVD-staatssecretaris Sander Dekker naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. In die brief staat dat het demissionaire kabinet geen extra geld zal uittrekken voor het onderwijs. Dit is volgens Bussemaker en Dekker een kwestie voor het nog te vormen nieuwe kabinet.

Wat is het waard?

Het is maar de vraag wat de harde opstelling van Asscher waard is. De indruk lijkt gerechtvaardigd dat het vooral een actie is om sympathie te wekken. De PvdA zit nu nog wel in het demissionaire kabinet, maar heeft in de Tweede Kamer nog maar negen zetels. Asscher is in feite al uitgeregeerd en heeft aangegeven dat de PvdA niet in een nieuw kabinet wil, maar in de Tweede Kamer oppositie gaat voeren.

Asscher wil salarissen verhogen? Eerst zien, dan geloven!

Tweede Kamerleden reageren sceptisch op het voorstel van demissionair PvdA-minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om de salarissen van leerkrachten in het basisonderwijs te verhogen.

In de zaterdageditie van het Algemeen Dagblad zegt Asscher dat het demissionaire kabinet desnoods moet besluiten om de lerarensalarissen te verhogen als er niet voor Prinsjesdag een nieuw kabinet is. Er kan volgens hem niet langer worden gewacht.

Asscher trekt zak geld?

Het AD meldt vervolgens dat Kamerleden hier sceptisch op reageren. Zo citeert de krant SP’er Peter Kwint: ‘Vrijdag zei staatssecretaris Dekker dat leerkrachten moesten ophouden met meer geld vragen. Vandaag trekt Asscher weer een zak geld.’

Hiermee verwijst Kwint naar de uitspraak van VVD’er Dekker op het congres van de PO-Raad dat het onderwijs niet telkens weer met financiële claims moet komen, omdat het kabinet geen extra geld heeft. Bovendien komen er ook claims uit andere sectoren.

Gat in onderwijsbegroting

D66-Kamerlid Paul van Meenen plaatst volgens de krant ook vraagtekens bij het voorstel van Asscher: ‘Docenten zijn niet gebaat bij makkelijke beloften, maar bij echte resultaten. Dit klinkt heel sympathiek, maar twee weken geleden zat er nog een gat in de onderwijsbegroting en wilde het kabinet nog gaan bezuinigen.’

Lees meer…

Verkenner gaat problemen met WWZ inventariseren

Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaat ermee akkoord dat een verkenner de problemen met de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) in het onderwijs gaat inventariseren en oplossingen gaat formuleren. De minister komt daarmee tegemoet aan een wens van de Tweede Kamer.

Er werd dinsdagmiddag op initiatief van de ChristenUnie een motie ingediend waarin wordt opgeroepen tot een WWZ-verkenner in het onderwijs. De motie kreeg met steun van de regeringspartijen VVD en PvdA en van het CDA en D66 een duidelijke meerderheid in de Tweede Kamer. Daarop besloot Asscher dat een verkenner aan het werk kan.

WWZ onwerkbaar in onderwijs

De problemen met de WWZ spelen tot nu toe in het bijzonder onderwijs, waar veel scholen grote moeite hebben om nog voldoende vervangers te vinden. De WWZ heeft nog geen betrekking op het openbaar onderwijs, maar ook daarvoor gaat de wet gelden.

VOS/ABB is blij dat de Tweede Kamer de noodkreten uit het bijzonder onderwijs serieus neemt en dat Asscher dat nu ook lijkt te doen. Tot nu toe hield hij net als staatssecretaris Sander Dekker van OCW vol dat de WWZ een prima wet is waar het onderwijs mee uit de voeten kan.

De WWZ komt uit de koker van Asscher, die ermee wil bereiken dat meer mensen een vaste baan krijgen. De problemen die het onderwijs ermee ervaart, is dat tijdelijke vervangers heel snel een vast contract moeten krijgen. Dat is onbetaalbaar.

De christelijke profielorganisatie Verus heeft het online Meldpunt WWZ.

Eerste Kamer akkoord met Wet werk en zekerheid

De Eerste Kamer heeft dinsdag de Wet werk en zekerheid aangenomen.

Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt dat met deze nieuwe wet de verhoudingen tussen mensen met een vast en een tijdelijk arbeidscontract eerlijker wordt. ‘We mogen geen tweedeling accepteren, daarom krijgen mensen met tijdelijke contracten meer recht op fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden en worden de ontslagvergoedingen eerlijker verdeeld’, meldt de minister.

In de nieuwe wet wordt onder meer geregeld dat werknemers met tijdelijke contracten sneller een vast contract krijgen. Vanaf 1 juli 2015 moeten flexwerkers na twee jaar, en niet zoals nu na drie jaar, een vast contract krijgen. Het gebruik van nul-urencontracten wordt beperkt.

Vervangingen te duur
De sectororganisaties PO-Raad en VO-raad hebben tegen de Wet werk en zekerheid geprotesteerd. Ze vrezen dat de nieuwe wet ertoe zal leiden dat het te duur wordt zieke leraren te vervangen. Vervangers zullen namelijk in vaste dienst moeten worden genomen.

Dit zal ertoe leiden, zo stellen de PO-Raad en VO-raad, dat klassen moeten worden samengevoegd of dat leerlingen naar huis worden gestuurd als de vaste leerkracht ziek is of om een andere reden geen les kan geven.

Asscher maakt stages voor ‘illegale’ vmbo’ers mogelijk

Ook leerlingen uit het beroepsgerichte vmbo en praktijkonderwijs die (nog) geen permanente verblijfsvergunning hebben, kunnen straks een stage volgen. Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft beloofd dat hij dit voor hen gaat regelen.

Asscher komt met zijn belofte in antwoorden op vragen van D66. De Tweede Kamerleden Steven van Weyenberg en Paul van Meenen wilden van de minister weten of er voor ‘illegale’ leerlingen uit het beroepsgerichte vmbo en praktijkonderwijs een uitzondering op de regel mogelijk is dat illegaal in Nederland verblijvende personen geen tewerkstellingsvergunning krijgen. Voor een leerling die bij een bedrijf een externe stage wil volgen, moet zo’n vergunning worden afgegeven.

De kwestie was dit voorjaar bij de politiek in Den Haag aangekaart door bestuursvoorzitter Pieter Schram van de Openbare Scholengemeenschap Singelland in Drachten. Op verzoek van deze school heeft ook VOS/ABB deze kwestie aan de minister voorgelegd. In het komende juninummer van magazine School! komt er een artikel over. Daarin wordt onder andere de situatie van de 16-jarige leerling Karen Sedrakjan belicht.

Mbo
In 2012 speelde een vergelijkbare kwestie rond mbo-studenten. Er was toen discussie tussen de gemeente Amsterdam en toenmalig VVD-minister van SZW Henk Kamp. De PvdA’er Asscher, die nu dus minister van SZW is, was destijds in Amsterdam onderwijswethouder.

Hij vond dat ook illegale mbo-studenten hun (verplichte) stage mochten volgen. Kamp verzette zich daartegen. Het was volgens hem wettelijk niet toegestaan een tewerkstellingsvergunning af te geven voor stages van mbo-scholieren die illegaal in Nederland verblijven.

Nadat Asscher minister was geworden, en dus Kamp had opgevolgd, maakte hij in december 2012 bekend dat illegaal in Nederland verblijvende mbo-studenten gewoon stage kunnen lopen.

Uitzondering
Asscher gaat dit nu dus nu dus ook voor illegaal in Nederland verblijvende leerlingen uit het beroepsgerichte vmbo en praktijkonderwijs regelen. Hij erkent dat deze leerlingen voldoen aan de voorwaarden die in 2012 aan mbo’ers werden gesteld, namelijk dat ze voor hun opleiding een stage móeten volgen. Het ligt daarom voor de hand, zo schrijft hij, ‘ook voor hen een uitzondering op het vereiste van een tewerkstellingsvergunning te maken’.

Net als voor ‘illegale’ mbo’ers gelden ook voor leerlingen uit het beroepsgerichte vmbo en praktijkonderwijs zonder verblijfsvergunning de voorwaarden dat hun stages onbetaald zijn en dat leerlingen jonger dan 18 zijn of vóór hun achttiende aan de opleiding zijn begonnen.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Wet werk en zekerheid: aanzegtermijn per 1 januari 2015

Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaat scholen helpen te voorkomen dat de nieuwe Wet werk en zekerheid problemen geeft bij de vervanging van zieke leraren. In een debat dinsdag in de Eerste Kamer met hem werd duidelijk dat de zogenoemde aanzegtermijn volgens de nieuwe wet niet al op 1 juli aanstaande maar pas op 1 januari 2015 ingaat.

De sectororganisaties PO-Raad en VO-raad stellen dat de Wet werk en zekerheid ertoe zal leiden dat het te duur wordt zieke leraren te vervangen. Vervangers zullen namelijk in vaste dienst moeten worden genomen. Dit zal ertoe leiden, zo is de vrees, dat klassen moeten worden samengevoegd of dat leerlingen naar huis worden gestuurd als de vaste leerkracht ziek is of om een andere reden geen les kan geven.

De sectororganisaties vinden dat minister Asscher voor het onderwijs een uitzondering op de nieuwe wet moet maken, maar daar gaat de minister niet op in. Volgens hem kunnen besturen het probleem oplossen door invalkrachten nulurencontracten te geven. De werkgevers wijzen erop dat dit maar voor een halfjaar kan.

In het debat in de Eerste Kamer werd duidelijk dat de aanzegtermijn volgens de Wet werk en zekerheid niet zoals eerder voorzien al op 1 juli 2014 maar pas op 1 januari 2015 ingaat. Bij een contract voor bepaalde tijd moet vanaf dat moment een aanzegtermijn van minimaal een maand in acht worden genomen als het contract niet wordt verlengd.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Ook stage voor ‘illegale’ leerling: Asscher komt met reactie

Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) laat uiterlijk aanstaande vrijdag op verzoek van magazine School! weten of ‘illegale’ leerlingen uit het beroepsgerichte vmbo en het praktijkonderwijs een stage mogen volgen. Nu mogen ze dat niet, omdat volgens de huidige regels hun illegale verblijf in Nederland een tewerkstellingsvergunning in de weg staat.

De kwestie is dit voorjaar bij de politiek in Den Haag aangekaart door bestuursvoorzitter Pieter Schram van de Openbare Scholengemeenschap Singelland in Drachten. D66 in de Tweede Kamer heeft de zaak in mei aan de orde gesteld, nadat Schram er bij die fractie over aan de bel had getrokken.

Magazine School! van VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs maakt hier een artikel over. De redactie wil van Asscher weten of hij de regels zodanig gaat aanpassen dat ze recht doen aan de missie van het kabinet, namelijk dat er voor alle kinderen goed onderwijs moet zijn. Het volgen van een stage is vast onderdeel van het beroepsgerichte vmbo en praktijkonderwijs. Het mag daarbij niet uitmaken of een leerling wel of geen permanente verblijfsvergunning heeft. De woordvoerder van de minister heeft laten weten dat er uiterlijk aanstaande vrijdag 6 juni een reactie van Asscher komt.

In het artikel in magazine School! komt onder anderen de 16-jarige leerling Karen Sedrakjan van de locatie De Venen van OSG Singelland aan het woord. Deze jongen uit Armenië heeft (nog) geen permanente verblijfsvergunning, krijgt dus geen tewerkstellingsvergunning en kan daardoor voor zijn opleiding in het praktijkonderwijs geen stage bij een bedrijf volgen, terwijl dat wel nodig is.

‘Illegale’ mbo’ers
In 2012 speelde een vergelijkbare kwestie rond mbo-studenten. Er was toen discussie tussen de gemeente Amsterdam en toenmalig VVD-minister van SZW Henk Kamp. De PvdA’er Lodewijk Asscher, die nu dus minister van SZW is, was destijds in Amsterdam onderwijswethouder.

Hij vond dat ook illegale mbo-studenten hun (verplichte) stage mochten volgen. Kamp verzette zich daartegen. Het was volgens hem wettelijk niet toegestaan een tewerkstellingsvergunning af te geven voor stages van mbo-scholieren die illegaal in Nederland verblijven.

Nadat Asscher minister was geworden, en dus Kamp had opgevolgd, maakte hij in december 2012 bekend dat illegaal in Nederland verblijvende mbo-studenten gewoon stage kunnen lopen. Daar is sindsdien wel een aantal voorwaarden aan verbonden. De betreffende studenten moeten voor hun 18e aan een beroepsopleidende leerweg (BOL) in het mbo zijn begonnen. Ook moet de stage onbezoldigd zijn.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, 

Ontstressen met Lodewijk Asscher

Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft de campagne ‘Check je werkstress’ gelanceerd.

Eenderde van het werkgerelateerde ziekteverzuim wordt veroorzaakt door werkstress. Daarmee is stress op de werkvloer het grootste beroepsrisico, ook in het onderwijs.

De campagne Check je werkstress is bedoeld om werkgevers en werknemers te wijzen op de risico’s van te veel werkstress en om het onderwerp bespreekbaar te maken.

Minister Asscher: ‘Het is nu vaak nog een taboe om over werkstress te praten, daar schamen werknemers zich voor. Maar de bekende uitspraak van hard werken wordt niemand ziek, klopt in de praktijk niet. Met hard werken is niks mis, maar de randvoorwaarden om dit te kunnen doen moeten er wel zijn.’

Lees meer…

Ook illegale vmbo’ers moeten stage kunnen lopen

Leerlingen uit het praktijkonderwijs en het beroepsgerichte vmbo die illegaal in Nederland zijn, moeten net als andere leerlingen een stage kunnen volgen. Dat benadrukt bestuursvoorzitter Pieter Schram van de Openbare Scholengemeenschap Singelland in Drachten. D66 in de Tweede Kamer stelt de kwestie aan de orde nadat Schram erover aan de bel heeft getrokken.

In 2012 speelde een vergelijkbare kwestie rond mbo-studenten. Er was toen discussie tussen de gemeente Amsterdam en toenmalig VVD-minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) Henk Kamp. De PvdA’er Lodewijk Asscher, die nu minister van SZW is, was destijds in Amsterdam onderwijswethouder. Hij vond dat ook illegale mbo-studenten hun (verplichte) stage mochten volgen. Kamp verzette zich daartegen. Het was volgens hem wettelijk niet toegestaan een tewerkstellingsvergunning af te geven voor stages van mbo-scholieren die illegaal in Nederland verblijven.

Nadat Asscher minister was geworden, en dus Kamp had opgevolgd, maakte hij in december 2012 bekend dat illegaal in Nederland verblijvende mbo-studenten gewoon stage kunnen lopen. Daar is sindsdien wel een aantal voorwaarden aan verbonden. De betreffende studenten moeten voor hun 18e aan een beroepsopleidende leerweg (BOL) in het mbo zijn begonnen. Ook moet de stage onbezoldigd zijn.

Vmbo en praktijkonderwijs
De discussie laait op, maar gaat nu over illegaal in Nederland verblijvende leerlingen uit het praktijkonderwijs en het beroepsgerichte vmbo. Deze leerlingen zouden geen stage mogen volgen om dezelfde reden als destijds in de kwestie rond de mbo’ers: het is wettelijk niet toegestaan voor deze leerlingen een tewerkstellingsvergunning af te geven. Bedrijven die ‘illegale’ vmbo’ers en leerlingen uit het praktijkonderwijs zonder die vergunning stage laten lopen, kunnen van de Inspectie SZW een boete krijgen.

Bestuursvoorzitter Pieter Schram van OSG Singelland in Drachten heeft de kwestie aangekaart bij de Inspectie van het Onderwijs. Die wijst er in een brief aan Schram op dat de ministeries van OCW en SZW in 2012 geen regeling hebben getroffen voor het voortgezet en hoger onderwijs, omdat in die sectoren een stage niet verplicht zou zijn voor het behalen van een diploma.

Niet op netvlies
Dat wordt nu gezien als een omissie. ‘Dat in het praktijkonderwijs en delen van het vmbo een stage wel onderdeel is van het onderwijs stond toen niet op het netvlies van het ministerie van SZW. Toen deze omissie werd ontdekt, was de inschatting dat het politiek niet haalbaar was om uitzonderingen voor deze schoolsoorten te creëren’, aldus hoofdinspecteur Monique Vogelzang in de brief aan Schram.

Zij wijst er voorts op dat de ministeries van SZW en OCW met elkaar in gesprek zijn ‘om nogmaals te bezien of het haalbaar is ook voor deze leerlingen een uitzondering mogelijk te maken’. De oplossing moet hierbij volgens haar komen van het ministerie van SZW, zoals eerder het geval was met de stageproblematiek van niet-rechtmatig in Nederland verblijvende mbo’ers die geen stage konden lopen.

‘De inzet van OCW in het gesprek met SZW is dat SZW het Besluit ter uitvoering Wet arbeid vreemdelingen aanpast en hierin ook een uitzondering maakt voor illegale leerlingen in het praktijkonderwijs en (delen van) het vmbo. Alleen op die manier kunnen de leerlingen, hun werkgever(s) en de scholen vrijgesteld worden van de verplichting tot een tewerkstellingsverplichting’, aldus Vogelzang.

Treuzelende ministers…
D66-Kamerlid en onderwijswoordvoerder Paul van Meenen benadrukt dat de kwestie snel moet worden opgelost. ‘Stel je voor dat je kind zijn school niet kan afmaken, omdat de ministers treuzelen om hun vergissing recht te zetten’, zo citeert de Volkskrant hem.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Gratis voorschool voor alle peuters onbetaalbaar

Het plan van de gemeenten voor één integrale voorschoolse voorziening voor alle peuters niet te betalen. Dat stelt minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) liet in december weten het geen goed plan te vinden om de financiering van peuterspeelzalen onder de toeslagenregeling van de kinderopvang te brengen. Dat zou alleen maar leiden tot hogere kosten voor werkende ouders en daarmee tot het risico dat minder kinderen naar de voorschool gaan. Vooral voor kinderen met een taalachterstand zou dat slecht zijn.

De VNG stelde daarom voor een ‘ontwikkelrecht’ voor peuters in te voeren. Er zou er één integrale voorschoolse voorziening moeten komen die voor alle kinderen gratis toegankelijk wordt. Daarmee zou een doorlopende leerlijn met de basisschool kunnen worden gerealiseerd.

Minister Asscher reageert hier nu op door te benadrukken dat uitvoering van het alternatief van de VNG niet realistisch want veel te duur is. ‘Een belangrijke component in de kosten van uw plan is het gratis aanbod aan alle ouders. Voor het alternatieve voorstel ontbreekt ruim 400 miljoen euro aan dekking.’

Toegankelijkheid peuterspeelzalen in gevaar

VOS/ABB zet vraagtekens bij het plan van minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om de financiering van het peuterspeelzaalwerk onder de Wet Kinderopvang te brengen. Dit zou de toegankelijkheid van voorzieningen voor peuters in gevaar kunnen brengen.

In het regeerakkoord staat dat onderwijs, kinderopvang, peuterspeelzalen en voor- en vroegschoolse educatie (vve) meer op elkaar worden afgestemd. Daarom is afgesproken dat de financiering van het peuterspeelzaalwerk onder de Wet Kinderopvang wordt gebracht. Minister Asscher ligt de plannen toe in een brief die naar de Tweede Kamer is gestuurd.

‘Op zich zijn we niet verbaasd dat de financiering en kwaliteit van de peuterspeelzalen gelijk getrokken worden met de kinderopvang. Voor de kwaliteit vinden we dat een goede ontwikkeling’, zegt beleidsmedewerker Simone Baalhuis van VOS/ABB. ‘De vraag is echter hoe de markt zich gaat ontwikkelen als ook de peuterspeelzaal met commerciële tarieven gaat werken. Hoe toegankelijk is het dan nog voor niet-werkende ouders en andere ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag?’

Baalhuis merkt tevens op dat de gemeenten straks nog maar weinig invloed hebben, terwijl ze wel nog het achterstandenbeleid en de voor- en vroegschoolse educatie moeten vormgeven. ‘We zetten dus onze vraagtekens bij het plan van Asscher. Is dit wel de beste ontwikkeling voor kinderen?’, aldus Baalhuis.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl