Sociale partners gaan weer praten over CAO PO

De sociale partners gaan na maanden weer met elkaar praten over de arbeidsvoorwaarden in het primair onderwijs. Dat blijkt uit een reactie van CNV Onderwijs op een oproep daartoe van onderwijsminister Arie Slob.

Onderwijsminister Arie Slob wil dat de PO-Raad en de vakbonden hun ruzie over de cao bijleggen en weer met elkaar in gesprek gaan. In reactie daarop zegt CNV-bestuurder Joyce Rosenthal dat die oproep overbodig is.

‘Wij hebben al afgesproken om weer in overleg te gaan, omdat we onze verantwoordelijkheid kennen en nemen. Geld dat voor arbeidsvoorwaarden is bedoeld, moet naar het onderwijspersoneel’, aldus Rosenthal op de website van CNV Onderwijs.

Ruzie over salarissen

Zij vermeldt er niet bij wanneer de sociale partners het cao-overleg hervatten. Het overleg ligt al maanden stil, omdat er ruzie is over hoeveel geld de leraren in het primair onderwijs erbij moeten krijgen.

Minister Slob dreigt dat 285 miljoen euro voor de arbeidsvoorwaarden in het primair onderwijs er niet komt als de sociale partners niet met elkaar afspreken waar dat geld aan wordt besteed.

Lees meer…

Kabinet: 285 miljoen voor arbeidsvoorwaarden

Er komt structureel 285 miljoen euro beschikbaar voor de arbeidsvoorwaarden in het primair onderwijs. Onderwijsminister Arie Slob geeft als suggestie aan de sociale partners mee dat ze het geld kunnen inzetten voor hogere salarissen voor leraren en schoolleiders. Het gaat echter niet om extra geld voor hogere salarissen, maar om een indexatie van de personele lasten.

De PO-Raad en de vakbonden bepalen uiteindelijk wat ermee gaat gebeuren. Zij hebben echter ruzie met elkaar over de salarissen en de arbeidsvoorwaarden. Er wordt al maanden niet meer gepraat.

‘Ik doe aan hen een dringende oproep om weer om tafel te gaan en dit geld te gebruiken voor leraren. Als de schoolbesturen en vakbonden niets doen, gaat het geld de reserves in. Dat zou zonde zijn’, aldus Slob.

De Algemene Onderwijsbond (AOb) weerspreekt de suggestie van het ministerie van OCW als zou de 285 miljoen euro extra geld voor het primair onderwijs zijn. ‘Het gaat om de gewone loonruimte van iets meer dan 3 procent. Deze loonruimte geldt voor alle ambtenaren, alle medewerkers in het onderwijs, alle agenten en al het zorgpersoneel’, aldus AOb-voorzitter Liesbeth Verheggen.

‘Door vandaag te focussen op het basis- en speciaal onderwijs lijkt het of er extra wordt gewerkt aan het lerarentekort. Dat is volstrekt onjuist’, zo stelt de AOb-voorzitter.

Indexatie

De PO-Raad stelt dat de 285 miljoen euro van Slob de indexatie is van de personele bekostiging. Het bedrag voorkomt volgens de sectororganisatie dat het personeel in het primair onderwijs erop achteruitgaat.

Adviseur Ronald Bloemers van VOS/ABB bevestigt dat het niet om extra geld gaat, maar slechts om de indexatie van de personele lasten. De 285 miljoen van Slob kan dus niet worden gebruikt voor verbetering van de arbeidsvoorwaarden.

Lees meer…

Directeuren ‘massaal verontwaardigd’ over CAO PO

De Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) roept directeuren en adjunct-directeuren in het primair onderwijs op mee te doen aan acties voor meer salaris. Op 12 september is de kick-off, meldt de AVS.

Volgens de AVS zijn schoolleiders, schoolbestuurders, leraren en onderwijsondersteuners ‘massaal verontwaardigd’ over de uitwerking van het cao-onderhandelaarsakkoord ten aanzien van de salarissen voor schoolleiders en ondersteunend personeel. Een peiling van de AVS zou uitwijzen dat 99 procent vindt dat ook zij een substantiële salarisverbetering moeten krijgen.

‘Vooral het feit dat adjunct-directeuren zelfs minder gaan verdienen dan leerkrachten roept veel verontwaardiging op’, aldus de AVS. Het kan volgens voorzitter Petra van Haren van de schoolleidersvakbond niet zo zijn dat een leidinggevende minder verdient dan een leraar.

Hoe de acties van de AVS eruit gaan zien, is nog niet duidelijk.

Lees meer…

VO-raad ziet loonsverhoging zonder cao naderbij komen

De impasse in de onderhandelingen over een nieuwe cao voor het voortgezet onderwijs duurt voort. De onderwijsbonden blijven de herhaalde oproep van de VO-raad om weer aan tafel plaats te nemen van de hand wijzen. Daarmee komt de aangekondigde eenzijdige loonsverhoging in juni steeds dichterbij, meldt de VO-raad.

De VO-raad stelt dat het aan de vakbonden ligt dat het cao-overleg sinds februari op zijn gat ligt. De bonden eisen 3,5 procent loonsverhoging en een individueel afdwingbaar recht van een lessenreductie van 25 naar 20. Dat is volgens de VO-raad niet te betalen.

De sectororganisatie roept de bonden op weer om de tafel te gaan zitten. Als die daar niet op ingaan, zegt de VO-raad over te gaan tot de aanbeveling aan zijn leden om in juni een structurele loonsverhoging toe te kennen van 2,35 procent, ook als er nog geen akkoord is over een nieuwe CAO VO.

Lees meer…

VO-raad: zonder nieuwe cao 2,35% meer loon

Als het niet lukt om voor 1 mei tot een akkoord te komen over een nieuwe cao in het voortgezet onderwijs, adviseert de VO-raad zijn leden om vanaf 1 juni over te gaan tot een loonsverhoging van 2,35 procent.

‘De onderhandelingen over een cao in het voortgezet onderwijs duren onaanvaardbaar lang. We zijn oktober vorig jaar begonnen en er is nog geen zicht op een akkoord. De bonden hebben de onderhandelingen alweer een maand geleden afgebroken en sindsdien hebben we niets meer van hen vernomen. Wij willen onze werknemers niet langer een rechtvaardige salarisverhoging onthouden’, zegt voorzitter Paul Rosenmöller op de website van de VO-raad.

De onderwijsbonden vragen een salarisverhoging van 3,5 procent en willen een reductie van het aantal lesuren van 25 naar 20 uur per week. Dat zijn volgens Rosenmöller onrealistische eisen.

Lees meer…

Vakbond CNV Onderwijs laat in een eerste reactie op de oproep van de VO-raad weten dat werkdrukvermindering het belangrijkste punt is. Over een loonsverhoging wordt in de eerste reactie van de christelijke bond niet gerept.

Lees meer…

Kwart schoolleiders staakt

Eén op de vier schoolleiders doet mee aan de staking in het primair onderwijs en drie op de vier steunen die actie, meldt de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS).

De AVS meldt ook dat schoolleiders ‘enorm veel werkdrukverlagende maatregelen’ hebben genomen. Dat staat volgens de schoolleidersvakbond ‘haaks op de beeldvorming van de politiek en minister Slob die vindt dat er eerst concrete plannen moeten liggen’ voordat het extra geld voor werkdrukverlaging wordt vrijgegeven.

Schoolleiders zorgen voor minder overleg

De AVS stelt dat er in het kader van werkdrukverlaging minder wordt overlegd, het werk beter wordt verdeeld en er voor leraren geen avondactiviteiten meer zijn. Ook wijst de vakbond erop dat er conciërges en administratieve ondersteuners zijn aangenomen.

Lees meer…

Ultimatum verlopen: staking op 12 december

De aangekondigde staking in het primair onderwijs op dinsdag 12 december gaat door nu het ultimatum is verlopen dat de lerarengroep PO in Actie en de sociale partners aan onderwijsminister Arie Slob hadden gesteld om meer geld vrij te maken.

De staking zou niet doorgaan als het kabinet dinsdagochtend uiterlijk om 10 uur bekend zou maken 680 miljoen euro extra vrij te maken voor hogere lonen en minder werkdruk in het primair onderwijs, bovenop de eerder toegezegde 720 miljoen.

PO in Actie en de sociale partners eisen dus in totaal 1,4 miljard. Slob heeft eerder laten weten dat er geen extra geld komt en daar is geen verandering in gekomen.

Het is nog afwachten of de stakingsbereidheid net zo groot zal zijn als de vorige keer. Er komt geen landelijke stakingsbijeenkomst, zoals op 5 oktober toen leraren uit het primair onderwijs massaal naar het Zuiderpark in Den Haag kwamen.

Bovendien betalen niet meer alle schoolbesturen de leraren door als die gaan staken. Dat betekent dat leraren of aanspraak moeten maken op de stakingskas van hun vakbond of, als zij geen lid zijn van een bond, op de stakingsdag geen geld krijgen.

‘Loonsverhoging gaat niet helpen’

‘Wie als buitenstaander nuchter naar de arbeid in het primair onderwijs kijkt, voelt weinig voor een algehele loonsverhoging’, zegt directeur Frank Kalshoven van De Argumentenfabriek in de Volkskrant.

Een algehele loonsverhoging zal er volgens hem niet toe leiden dat het aantal mensen in het onderwijs dat in deeltijd werkt zal afnemen, terwijl met meer voltijders het personeelstekort kan worden teruggedrongen.

Ook zal een loonsverhoging er niet toe leiden dat meer mannen in het onderwijs werken, stelt Kalshoven, terwijl dat volgens hem wel hard nodig is. Hij wijst er daarnaast op dat het onderwijs de laatste jaren financieel gezien ‘extreem goed bedeeld is’ en dat desondanks de kwaliteit er volgens hem niet op vooruit is gegaan.

‘Waarom zou de belastingbetaler (want die voldoet de rekening) zo’n sector nog meer euro’s toebedelen? Zonder er iets voor terug te krijgen?’, vraagt Kalshoven zich af.

Lees meer…

Lonen voortgezet onderwijs redelijk marktconform

Leraren in het voortgezet onderwijs hebben gemiddeld een iets lager bruto-uurloon dan vergelijkbare werknemers in de marktsector. Dat blijkt uit het rapport Wat een leraar in het voortgezet onderwijs verdient.

Leraren in het voortgezet onderwijs verdienen gemiddeld 31 euro per uur (situatie 2016). Dat is ongeveer 1 procent minder dan het uurloon van vergelijkbare werknemers in de marktsector.

Het verschil is groter bij leraren met een eerstegraadsbevoegdheid. Zij verdienen gemiddeld 4 procent minder dan vergelijkbare werknemers in de marktsector. Leraren met een tweedegraads lesbevoegdheid in de gammavakken daarentegen verdienen tot 9 procent méér dan wanneer ze in de marktsector zouden werken.

Het gemiddelde bruto uurloon van schoolleiders in het voortgezet onderwijs was vorig jaar 6 procent hoger dan dat van vergelijkbare werknemers in de marktsector. In de jaren daarvoor verdienden schoolleiders in het voortgezet onderwijs minder dan in de marktsector.

Lees meer…

‘Met hoger loon krijgt leraar meer respect’

De status van leraren kan stijgen als ze meer loon krijgen. ‘Niet alleen vanwege de centen, maar bovenal als blijk van waardering’, schrijft socioloog Judith Elshout in de Volkskrant.

Volgens haar wordt het vak van leraar positief gewaardeerd, maar lijdt het imagoschade door de relatief lage betaling. ‘Het gaat hier niet alleen om geld in de platte, financiële zin, maar vooral om de immateriële, symbolische betekenis van een geldelijke beloning. Loon staat namelijk ook voor waardering en erkenning’, aldus Elshout.

Volgens haar maakt ‘een redelijke betaling waaruit ook immateriële waardering blijkt’ leraren weer trots. ‘Dit moet het schrijnend lerarentekort een halt toeroepen’, stelt zij.

Lees meer…

Loonkloof tussen man en vrouw grootst in onderwijs

Vrouwen in het onderwijs verdienen stukken minder dan mannen. Met de zorgsector kent het onderwijs de grootste loonkloof tussen vrouwen en mannen. Dat blijkt uit de jaarlijkse Loonwijzer/Monsterboard WageIndex.

Vrouwen in het onderwijs hebben een gemiddeld bruto-uurloon van 15,70 euro, terwijl mannen in het onderwijs gemiddeld 18,50 euro bruto per uur verdienen. Dit verschil van omgerekend 15 procent komt ongeveer overeen met de loonkloof in de zorg, met dien verstande dat de gemiddelde uurlonen daar lager liggen dan in het onderwijs.

Loonkloof verklaarbaar

Directeur Paulien Osse van Stichting Loonwijzer noemt het jammer dat er een grote loonkloof is in sectoren waar veel vrouwen werken, maar ze kan het wel verklaren: ‘Als de mannen in deze organisaties vooral bestuursfuncties bekleden en de vrouwen meer de uitvoerende en zorgende werkplekken invullen, dan is het begrijpelijk dat zij in andere functies ook een ander salaris verdienen’.

Volgens Osse kiezen veel vrouwen voor het onderwijs vanwege de opties om werk en gezin te combineren. ‘Dit betekent minder uren werken en dat levert natuurlijk minder geld op. Maar uiteindelijk ook minder kans op promotie en dus een lager salaris per uur.’

De loonkloof tussen vrouwen en mannen is het kleinst in de transport en logistiek. Daar verdienen vrouwen gemiddeld 1 procent meer dan mannen.

Bekijk inphographic

Lees meer…