Doorbraak in vereenvoudiging bekostiging

Het bekostigingsmodel voor het voortgezet onderwijs wordt per 1 januari 2021 sterk vereenvoudigd. Na jaren van overleg is hier overeenstemming over bereikt. Minister Slob spreekt van een doorbraak in de brief die hij vandaag aan de Tweede Kamer stuurt.

In de Kamerbrief staat dat de lumpsumbekostiging blijft, maar dat deze in de toekomst wordt gebaseerd op vaste bedragen per leerling in de onderbouw en bovenbouw en per school. Er blijven nog maar vier criteria over voor de berekening van de bekostiging:

  • Eén prijs voor alle leerlingen in de onderbouw en voor leerlingen in de bovenbouw van het algemeen vormend onderwijs.
  • Eén prijs voor leerlingen in de bovenbouw van het voorbereidend beroepsonderwijs en leerlingen in het praktijkonderwijs.
  • Een vast bedrag per vestiging van een school.
  • Een hoger bedrag voor een hoofdvestiging dan voor een nevenvestiging.

Herverdeeleffecten bij nieuw bekostigingsmodel

Het vierde criterium is toegevoegd om rekening te houden met de positie van kleine, kwetsbare besturen, zo schrijft Slob in zijn Kamerbrief. Volgens hem blijven op deze manier de herverdeeleffecten klein. Circa 90 procent van de schoolbesturen kan een positief herverdeeleffect verwachten of een negatief herverdeeleffect dat kleiner is dan 3 procent.

Dit betekent dat er ook schoolbesturen zijn die er financieel op achteruit zullen gaan. Volgens dagblad Trouw treft dat vooral brede scholen. Er komt een overgangsregeling van vier jaar, maar voor schoolbesturen met een negatief herverdeeleffect van 3 procent of meer wordt dat vijf jaar.

Reageren via internetconsultatie

Volgens Slob bestaat er ruim draagvlak voor dit nieuwe bekostigingsmodel, dat is voorbereid in samenspraak met de VO-raad. Hij gaat de wetswijziging nu voorbereiden en verwacht het wetsvoorstel in de zomer van 2019 te kunnen indienen.

Hij opent per direct een nieuwe internetconsultatie en stelt een instrument beschikbaar waarmee schoolbesturen al kunnen berekenen hoe de herverdeeleffecten zullen uitvallen. De internetconsultatie staat open tot 28 september.

Scholen en besturen kunnen hier rechtstreeks input leveren. Dat kan echter ook via VOS/ABB, waarna de vereniging alle opmerkingen zal verwerken in een reactie op de internetconsultatie.

Mail uw opmerkingen naar Ronald Bloemers via rbloemers@vosabb.nl

Meer informatie in de Kamerbrief van minister Slob

 

Onderwijsraad adviseert vast te houden aan lumpsum

De Onderwijsraad adviseert het kabinet om de lumpsumbekostiging van het onderwijs te handhaven en terughoudend te zijn met doelfinanciering. Ook adviseert de raad om de verantwoording over en het toezicht op de besteding van het onderwijsgeld te verbeteren.

De lumpsumfinanciering doet volgens de Onderwijsraad recht aan de autonomie van de scholen en een stabiele bekostiging. Wel zou de lumpsumbekostiging moeten worden geactualiseerd en vereenvoudigd.

Toereikende bekostiging

Ook dient de lumpsum toereikend te zijn, benadrukt de Onderwijsraad: ‘Als de overheid meent dat onderwijsinstellingen naast de wettelijke deugdelijkheidseisen ook aan (ruimere) maatschappelijke opdrachten moeten voldoen en naar hogere kwaliteit moeten streven, dient zij ook te zorgen voor voldoende bekostiging (…).’

De Onderwijsraad adviseert het kabinet ook om de verticale en horizontale verantwoording over en het toezicht op de besteding van onderwijsgeld te verbeteren. ‘Juist waar de overheid met lumpsumbekostiging instellingen bestedingsvrijheid laat, is verantwoording van bestedingen een noodzakelijke voorwaarde’, aldus de raad.

Download het advies Inzicht in en verantwoording van onderwijsgelden

Te krappe geldstroom verleggen lost niets op

Het onderwijs komt niet uit met beschikbare budget. Wat doet Tweede Kamerlid Paul van Meenen van D66? Die zet de schoolbesturen in het verdomhoekje en verlegt de de te krappe geldstroom naar de scholen. Zo is volgens hem alles opgelost.

De media worden er weleens van beschuldigd te kort door de bocht te gaan, een versimpelde weergave van de werkelijkheid te geven en met kortzichtige oplossingen te komen. Van Meenen laat nu zien dat de politiek hier ook heel goed in is.

Hij denkt dat er meer geld in de klassen komt als de overheid het budget voor onderwijs direct aan de scholen geeft en de financiering niet meer via de schoolbesturen laat lopen. Zijn argumenten? Het onderwijs is op een school en van een leraar voor de leerlingen. En niet op een kantoor en van of voor bestuurders. Zo kan D66 als zelfverklaarde onderwijspartij weer een punt maken nu die partij als coalitiepartner onder veel mensen die in het onderwijs werken aan populariteit verliest.

Meer dan betrokken

Bij alle schoolbesturen waar ik over de vloer kom, zie ik bestuurders, beleidsmensen, P&O’ers, financials, inkopers en andere medewerkers die meer dan betrokken zijn bij het onderwijs op de scholen. Het beeld als dat er op het bestuurskantoor alleen maar dingen misgaan, zoals Van Meenen suggereert, klopt van geen kanten.

Bovendien blijkt dat schoolbesturen – de enkeling daargelaten – buitengewoon efficiënt werken. Er blijft niet, zoals nog al eens wordt beweerd, overal veel geld voor goed onderwijs nutteloos op de plank liggen. Ook wordt onderwijsgeld niet, zoals nog ergere beschuldigingen luiden, besteed aan allerlei nutteloze zaken. Dat is écht onzin!

Overigens is er niets op tegen als schoolbesturen er zelf voor kiezen om de scholen de regie te geven over het te besteden geld. Er zijn organisaties die daar bewust voor hebben gekozen. Alleen moet dit niet van bovenaf worden opgelegd. Bovendien moet er natuurlijk wel een budget zijn waarmee de scholen uitkomen.

Budget ontoereikend

Iedereen in het onderwijs weet maar al te goed dat het lumpsumbudget niet toereikend is. De materiële bekostiging schiet al jarenlang tekort. Dat probleem gaan we echt niet oplossen door de geldstroom te verleggen. Bovendien zitten niet alle schoolleiders te wachten, zo lijkt mij, op de taken en verantwoordelijkheden die nu bij het bestuur liggen? Denk alleen aan de administratieve druk die dit met zich meebrengt.

Hans Teegelbeckers, directeur VOS/ABB

D66 wil schoolbesturen grotendeels buitenspel zetten

D66 denkt dat er meer geld in de klassen komt als de overheid het budget voor onderwijs direct aan de scholen geeft en de financiering niet meer via de schoolbesturen laat lopen.

‘Het onderwijs is op een school en van een leraar voor de leerlingen. En niet op een kantoor en van of voor bestuurders’, aldus oud-schoolbestuurder en huidig D66-Kamerlid Paul van Meenen.

Hij wil de schoolbesturen niet helemaal buitenspel zetten, omdat ze volgens hem ook wel nuttige dingen doen, zoals administratieve en coördinerende taken en personeelsmanagement.

Van Meenen vraagt onderwijsminister Arie Slob of die wil onderzoeken of de financiering van het onderwijs voortaan direct via de scholen kan verlopen.

Lumpsum op de schop? Niet doen!

De lumpsumfinanciering is onderwerp van soms felle discussie. Het lijkt weleens alsof deze bekostigingssystematiek de oorzaak is van alle problemen die in het onderwijs worden ervaren. Maar schoolbestuurders en controllers zijn er juist positief over.

In het nieuwe nummer van het VOS/ABB-magazine Naar School! dat op 17 april verschijnt, vertellen bestuurders en controllers waarom het onterecht is dat vakbonden en diverse politieke partijen een negatief beeld schetsen over de lumpsumfinanciering.

U kunt het artikel Lumpsum op de schop? niet doen! als preview downloaden.

Geen maximum in lumpsum voor uitzendkrachten

Schoolbesturen worden niet gebonden aan een maximum dat ze mogen uitgeven aan uitzendkrachten. Een motie van de SP en de PvdA in de Tweede Kamer voor zo’n maximum is verworpen.

De SP’er Peter Kwint en zijn PvdA-collega Lisa Westerveld hadden de motie ingediend. Daarin stelden zij dat ‘uitzend- en detacheringsbureaus leraren die al in loondienst zijn wegkapen op scholen, door bijvoorbeeld hogere salarissen te bieden, waarmee het lerarentekort op scholen wordt vergroot en deze scholen uiteindelijk weer via die bureaus het tekort moeten opvullen.’ Op die manier zou onderwijsgeld weglekken ‘naar dit soort bureaus’, aldus Kwint en Westerveld.

Het lukte hun echter niet om een meerderheid in de Tweede Kamer achter hun motie te krijgen, zo bleek dinsdag.

Slechte ontwikkeling

Onderwijsminister Arie Slob noemde het in januari een slechte ontwikkeling dat uitzendbureaus het lerarentekort aangrijpen om hun tarieven te verhogen. Hij zei dat toen in reactie op Kamervragen van SP’er Kwint.

De minister liet toen echter ook weten dat er in de onderwijs-cao’s ruimte is  om ‘in gevallen van vervanging wegens ziekte of buitengewoon verlof, activiteiten van tijdelijke aard en bij onvoorziene omstandigheden’ leraren op uitzendbasis in te huren.

Lumpsumfinanciering niet toereikend, systeem is goed

De lumpsumfinanciering is niet toereikend, het is niet verstandig om er schotten in aan te brengen en het toezicht op bestedingen moet uitgaan van vertrouwen. Dat heeft directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB donderdag gezegd op een bijeenkomst van de Onderwijsraad.

Er werd op de bijeenkomst in de zaal van de Eerste Kamer gesproken over vier thema’s die de bekostiging van het onderwijs raken. Het eerste thema was de toereikendheid van de lumpsumbekostiging, of beter gezegd: de ontoereikendheid.

Teegelbeckers benadrukte dat in de afgelopen 10 jaar veel veranderd en dat dat vraagt ook om investeringen. Hij noemde als voorbeeld de toegenomen druk op het toezicht, maar ook de achterblijvende financiering van de exploitatiekosten. Daarnaast is het voor schoolbesturen noodzakelijk om bepaalde reserves aan te houden om te voldoen aan de normen voor bijvoorbeeld het weerstandsvermogen.

Hij bracht in dit kader in herinnering dat Sharon Dijksma in 2009 het budget voor bestuur en management van 90 miljoen euro per jaar weghaalde. Deze greep uit de lumpsum van het primair onderwijs door de toenmalige PvdA-staatssecretaris van OCW ging onder meer ten koste van het primaire proces.

Schotten in lumpsum?

Op de vraag of het systeem van de lumpsumfinanciering voldoet of dat er schotten moeten worden ingebouwd tussen bijvoorbeeld de personele bekostiging en de exploitatiebekostiging, antwoordde Teegelbeckers dat dat laatste niet verstandig zou zijn. Het behoud van het huidige systeem is volgens hem van belang voor de benodigde beleidsruimte en -vrijheid van onderwijsorganisaties.

Er is ook gesproken over verantwoording en toezicht. Teegelbeckers pleitte ervoor om uit te gaan van verantwoordelijkheid en vertrouwen en dit dus zoveel mogelijk bij de schoolbesturen en de raden van toezicht te laten.

Alle jaarverslagen openbaar

Hij zei ook dat transparantie bij het karakter van het onderwijs hoort. Daarom zouden wat hem betreft de jaarverslagen van alle schoolbesturen voor iedereen toegankelijk moeten zijn.

Een ander onderwerp dat aan bod kwam, was doelmatigheid van bestedingen. Hierover werd opgemerkt dat de politiek hier niet over gaat. Wel kunnen schoolbesturen worden aangesproken op de rechtmatigheid van bestedingen.

Advies

De Onderwijsraad zal de input van Teegelbeckers en andere sprekers gebruiken voor een advies over de lumpsumfinanciering.

Schoolbestuurders positief over lumpsum

Schoolbestuurders zijn positiever over de lumpsum dan leraren. Dat staat in een stafnotitie over de internetconsultatie naar de lumpsumbekostingssystematiek.

De internetconsultatie was afgelopen najaar. De input die VOS/ABB aan de consultatie leverde, was gebaseerd op een ledenraadpleging. Daaruit kwam onder andere naar voren dat schoolbesturen die bij VOS/ABB zijn aangesloten, blij zijn met de lumpsumsystematiek, omdat die hun veel vrijheid biedt.

Bovendien geeft de lumpsum zeggenschap aan teams om het onderwijs op de beste manier in te richten, wat de kwaliteit bevordert. Een belangrijk aandachtspunt van de VOS/ABB-leden was (en is) dat het lumpsumbudget te laag is en er dus geld bij moet.

Lumpsum behouden

De input van de VOS/ABB-leden is terug te zien in de stafnotitie over de internetconsultatie. Daarin staat dat schoolbestuurders over het algemeen de lumpsumbekostigingssystematiek willen behouden zoals die nu is (eventueel aangevuld met meer verantwoordingsplicht), omdat deze systematiek volgens hen zorgt voor beleidsvrijheid en autonomie van scholen.

Leraren daarentegen zijn kritisch. Zij willen over het algemeen schotten en oormerken binnen de lumpsum, onder andere voor de salarissen. Leraren denken dat het geld dan beter in de klas terechtkomt en dat dan duidelijker wordt waar het aan wordt besteed.

Download stafnotitie lumpsum

Lumpsum: systematiek is goed, maar budget te laag

Schoolbesturen zijn blij met de lumpsumsystematiek, omdat die veel vrijheid biedt. Bovendien geeft de lumpsum zeggenschap aan teams om het onderwijs op de beste manier in te richten. Dat bevordert kwaliteit. Maar het lumpsumbudget is wel te laag. Er moet geld bij!

VOS/ABB heeft op verzoek van de Tweede Kamer bij de vereniging aangesloten schoolbesturen gevraagd naar hun mening over de lumpsumbekostiging van het primair en voortgezet onderwijs en de systematiek die daarachter zit.

Onze leden zijn vooral positief over de systematiek. Zo wordt benadrukt dat door de bestedingsvrijheid geld kan worden ingezet waar dit het meest nodig is. Dat wordt zeer belangrijk geacht, omdat elke school verschillend is.

Bovendien merken onze leden op dat de lumpsumsystematiek onderwijs op maat mogelijk maakt en dat door het ontbreken van schotten geen geld onnodig op de plank hoeft te blijven liggen. Elk alternatief zal leiden tot minder bestedingsvrijheid en daarmee tot minder mogelijkheden om te sturen op kwaliteit en onderwijsbehoeften.

Lumpsum ontoereikend

Onze leden benadrukken echter ook dat het huidige lumpsumbudget ontoereikend is. De boodschap aan de politiek is dat er geld bij moet. Daarbij wordt met klem opgemerkt dat incidentele investeringen structurele problemen niet kunnen oplossen.

In het verlengde hiervan geven onze leden aan dat de verantwoordingslast is gegroeid, zonder dat de lumpsum is verhoogd. Als meer verantwoording wordt geëist, moet de politiek dat wel financieel mogelijk maken!

Lees meer…

Scholen beslissen over inzet extra geld conciërges

Het is niet bekend hoeveel conciërges en onderwijsassistenten er zijn aangesteld met de 50 miljoen euro extra uit de bestuursakkoorden die daar in principe voor bestemd is. Dit komt doordat dit structurele bedrag is toegevoegd aan het lumpsumbudget. ‘Het schoolbestuur maakt zelf keuzes in de besteding van de extra middelen’, aldus staatssecretaris Sander Dekker van OCW in antwoord op Kamervragen.

SP-Tweede Kamerlid Peter Kwint stelde vragen aan Dekker naar aanleiding van een artikel in de Leeuwarder Courant over de 55-jarige Appie Nutterts. Deze man wil graag weer als conciërge aan de slag op openbare basisschool De Feart in het Friese dorp Jubbega. Hij wil dat doen als onbetaalde vrijwilliger, maar dat mag niet van uitkeringsinstantie UWV.

Een betaalde baan als conciërge zit er ook niet in, zo vertelt directeur Jouke Jansma van De Feart in de krant. ‘Het geld dat we hebben, steken we in het onderwijs. Wij zijn een achterstandsschool, wij houden de klassen zo klein mogelijk. Daardoor blijft er geen geld over voor ondersteunend personeel’, zo citeert de krant hem.

Aantal conciërges niet bekend

Staatssecretaris Dekker benadrukt in zijn antwoorden dat de scholen inderdaad zelf mogen bepalen waaraan zij het extra geld uit de bestuursakkoorden besteden. Die keuzevrijheid geldt dus ook voor de situatie in Jubbega.

Er zijn in de bestuursakkoorden ‘geen afspraken gemaakt over het aantal conciërges (en klassenassistenten) dat met deze 50 miljoen euro aangesteld kan worden’, aldus Dekker, die hier nogmaals aan toevoegt dat het bedrag is opgenomen in de lumpsum.

Lumpsum omhoog en vertrouw schoolbesturen!

Schoolbesturen in het primair en voortgezet onderwijs hebben behoefte aan een verhoging van de lumpsum en aan vertrouwen van de overheid op basis van verantwoording en transparantie over eigen keuzes, besteding van middelen en bereikte doelen.

Dit komt uit een ledenraadpleging in het kader van een advies dat de Onderwijsraad opstelt over sturing op onderwijskwaliteit via bekostiging(svoorwaarden). VOS/ABB levert op basis van gesprekken met leden input voor dit nog op te stellen advies.

Download input voor advies Onderwijsraad

Dekker hekelt ‘eenzijdig onderzoek’ naar lumpsum

‘Beschikbaar geld is niet verdwenen’, benadrukt demissionair staatssecretaris Sander Dekker van OCW in reactie op twee onderzoekers die stellen dat extra geld dat naar de lumpsumfinanciering van het voortgezet onderwijs is gegaan niet te traceren is.

Oud-docent bedrijfskunde Hans Duijvestijn en wiskundeleraar Frans van Haandel vinden dat er een onderzoek moet komen naar de doelmatigheid van de investeringen in de lumpsum van het voortgezet onderwijs. Op basis van eigen onderzoek concluderen zij dat niets van het extra geld dat in de periode 2002-2015 naar de lumpsum van het voortgezet onderwijs is gegaan om de werkdruk te verlagen, heeft geleid tot meer docenten.

Zij stellen dat in verhouding tot het aantal leerlingen het aantal docenten met 6 procent is gedaald. Ook is volgens hen niets van het extra geld naar kleinere klassen gegaan. Duijvestijn en Van Haandel claimen dat de gemiddelde groepsgrootte met 8,3 procent is gestegen. Het extra geld is evenmin besteed, zo schrijven zij, aan hogere salarissen. Het reële salaris van docenten is volgens hen met ruim 2 procent gedaald.

‘Ons advies aan politici die in de kabinetsformatie moeten beslissen over investeringen om de werkdruk in het onderwijs te verlichten: onderzoek eens grondig hoe het komt dat in de afgelopen 15 jaar niets van de extra overheidsuitgaven via de lumpsum is terechtgekomen bij klassenverkleining, teamuitbreiding en docentensalaris, met als gevolg dat het hele veld klaagt over te hoge werkdruk en een tekort aan gekwalificeerde docenten’, aldus Duijvestijn en Van Haandel.

Eenzijdig en schadelijk onderzoek

Dekker schrijft in een brief aan de Tweede Kamer dat het onderzoek van Duijvestijn en Van Haandel een eenzijdig beeld schetst. Het doet volgens hem ‘geen recht aan de inzet van beschikbare middelen’ en leidt tot een ‘onterecht en schadelijk beeld’.

De staatssecretaris wijst erop dat schoolbesturen mede door het extra geld in staat zijn gesteld om kwalitatief goed onderwijs aan te bieden, hun cao-afspraken te bekostigen en uitvoering te geven aan overige afspraken en doelen. ‘Beschikbaar geld is niet verdwenen’, zo benadrukt hij.

Lees meer…

.

 

AOb pleit weer voor bekostigingskeurslijf

Voorzitter Liesbeth Verheggen van de Algemene Onderwijsbond (AOb) herhaalt in Trouw dat er weer een schot moeten komen in de lumpsumfinanciering van het basisonderwijs. Zo wil ze ervoor zorgen dat er meer geld naar de leraren gaat. 

‘Schoolbesturen moeten inzichtelijk kunnen maken dat in het basisonderwijs 85 tot 90 procent van het geld gaat naar voldoende personeel, kleine klassen en actueel werkmateriaal. Als dat niet lukt, moet het schot terug tussen geld dat besteed mag worden aan salarissen en overige kosten.’ Haar woorden zijn een herhaling van wat zij eerder in diverse media heeft gezegd.

Bekostigingskeurslijf

Directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB benadrukt dat de terugkeer van schotten in de financiering, zoals de AOb wil, geen oplossing is. Hij vreest ‘een bekostigingskeurslijf dat de beleidsruimte van de scholen indamt en de mogelijkheden van innovatie zal doen stokken’, zo schreef hij onlangs in een commentaar op deze website.

Waarom terug naar geoormerkte financiering?

Wat schieten we ermee op als we de lumpsum in het onderwijs afschaffen en terugkeren naar een door de rijksoverheid gereguleerde geoormerkte financiering? Niets!

De laatste tijd klinkt uit de hoek van de vakbonden en ook bij organisaties als Beter Onderwijs Nederland en bepaalde politieke partijen steeds vaker de klacht dat de lumpsumfinanciering ertoe heeft geleid dat leraren niet krijgen wat ze nodig hebben om goed te kunnen lesgeven. De oplossing zou zijn om de financiering door de rijksoverheid te laten oormerken. Ik denk echter dat we dan van een kouwe kermis zullen thuiskomen.

De lumpsumfinanciering zoals we die sinds 1996 kennen in het voortgezet onderwijs en sinds 2006 ook in het primair onderwijs zorgt ervoor dat schoolbesturen eigen beleid kunnen voeren dat gericht is op de specifieke situatie waarin de scholen zich bevinden. Elke school en elke klas hebben een eigen populatie en eigen aandachtsgebieden. Het is nooit one size fits all. De beleidsvrijheid van lumpsumfinanciering draagt bij aan zorg voor die specifieke omstandigheden.

Het is bepaald niet zo dat de schoolbestuurders alles in hun eentje bepalen, zoals nogal eens ten onrechte wordt gesuggereerd. De medezeggenschap in het onderwijs is gelukkig goed geregeld. Personeel, ouders en in het voortgezet onderwijs ook leerlingen kunnen binnen hun bevoegdheden elk hun eigen invloed op het beleid uitoefenen. De klacht dat bestuurders daar niet naar luisteren, herken ik in de praktijk niet. En voor het geval er bestuurders zijn die buiten de vastomlijnde kaders beslissingen nemen, zijn er klachtenprocedures bij diverse geschillencommissies.

Pleiten voor oormerkfinanciering is terugkeren naar een bekostigingskeurslijf dat de beleidsruimte van de scholen indamt en de mogelijkheden van innovatie zal doen stokken. Zonder ruimte is er immers geen groei mogelijk. Daar komt bij dat met een terugkeer naar oormerkfinanciering er minder inspraakmogelijkheden zullen zijn voor de medezeggenschapsraden. Daar zit volgens mij niemand op te wachten, ook de schoolbestuurders niet. Goed onderwijs maken we immers samen!

Hans Teegelbeckers, directeur VOS/ABB

Hoe doelmatig zijn investeringen in lumpsum?

Er moet een onderzoek komen naar de doelmatigheid van de investeringen in de lumpsum van het voortgezet onderwijs. Dat vinden oud-docent bedrijfskunde Hans Duijvestijn en wiskundeleraar Frans van Haandel.

Op basis van eigen onderzoek concluderen zij dat niets van het extra geld dat in de periode 2002-2015 naar de lumpsum van het voortgezet onderwijs is gegaan om de werkdruk te verlagen, heeft geleid tot de inzet van meer docenten. Zij stellen dat in verhouding tot het aantal leerlingen het aantal docenten met 6 procent is gedaald.

Ook is volgens hen niets van het extra geld naar kleinere klassen gegaan. Duijvestijn en Van Haandel claimen dat de gemiddelde groepsgrootte met 8,3 procent is gestegen. Het extra geld is evenmin besteed, zo schrijven zij, aan hogere salarissen. Het reële salaris van docenten is volgens hen met ruim 2 procent gedaald.

Onderzoek naar lumpsum

‘Ons advies aan politici die in de kabinetsformatie moeten beslissen over investeringen om de werkdruk in het onderwijs te verlichten: onderzoek eens grondig hoe het komt dat in de afgelopen 15 jaar niets van de extra overheidsuitgaven via de lumpsum is terechtgekomen bij klassenverkleining, teamuitbreiding en docentensalaris, met als gevolg dat het hele veld klaagt over te hoge werkdruk en een tekort aan gekwalificeerde docenten’, aldus Duijvestijn en Van Haandel.

Lees meer…

Geld voor leraren verdwijnt noodgedwongen in gebouwen

Scholen in het primair onderwijs zijn jaarlijks zo’n 300 miljoen euro meer geld kwijt aan onder meer onderhoud van schoolgebouwen en lesmaterialen dan dat zij hiervoor van de Rijksoverheid ontvangen.

Dit meldt de PO-Raad op basis van de Rapportage evaluatie van de materiële instandhouding in het primair onderwijs 2010-2014 dat op verzoek van het ministerie van OCW is opgesteld door ICS Adviseurs en bureau Berenschot.

De PO-Raad benadrukt dat het tekort op de materiële instandhouding ertoe leidt dat scholen minder geld hebben voor leraren, wat tot gevolg heeft dat de werkdruk in het primair onderwijs hoog is en de klassen groter worden.

In totaal wordt het budget voor materiële instandhouding met 35 procent overschreden. Van 2010 tot en met 2014 ging het in totaal om 1,4 miljard euro. Voorzitter Rinda den Besten van de PO-Raad noemt dat onacceptabel.

Lees meer…

Ga op zoek naar alternatieven voor PvE’s

Programma’s van Eisen (PvE’s) sluiten onvoldoende aan bij de werkelijkheid van vandaag. Daarom moeten er alternatieven worden onderzocht om tot een bepaling te komen van de normbedragen voor de lumpsum. Dat staat in de Rapportage evaluatie van de materiële instandhouding in het primair onderwijs 2010-2014.

De rapportage is opgesteld door ICS Adviseurs en bureau Berenschot en is door staatssecretaris Sander Dekker van OCW naar de Tweede Kamer gestuurd. De opstellers ervan concluderen dat PvE’s onvoldoende aansluiten op de situatie van scholen van vandaag en morgen. Bovendien benadrukken zij dat de normbedragen te laag zijn om de kosten en kwaliteitseisen van scholen te dekken.

In de rapportage staat ook dat het bepalen van normbedragen voor PvE’s meer past bij het declaratiestelsel dan bij lumpsumfinanciering. ‘En de vraag is dan ook of met het aanpassen van de Programma’s van Eisen en de normbedragen een daadwerkelijk betere aansluiting ontstaat tussen de intentie van het ministerie om een redelijke vergoeding te bieden voor een in normale omstandigheden verkerende school’, zo staat er.

PvE’s sluiten niet aan bij werkelijkheid

‘Naar ons oordeel sluit het systeem van het werken met Programma’s van Eisen onvoldoende aan bij de werkelijkheid van vandaag. Wij zijn van mening dat er alternatieven aanwezig zijn om te komen tot een bepaling van de normbedragen voor de lumpsum. Er valt bijvoorbeeld te denken aan het opstellen van een aantal archetypes voor de verdeling van de middelen over de verschillende posten. Het is aan te bevelen
om deze alternatieven in kaart te brengen en verder uit te werken’, zo adviseren ICS Adviseurs en bureau Berenschot.

Ze vervolgen: ‘Indien het ministerie besluit om de huidige manier van werken met PvE’s te continueren, dan raden wij aan om deze zowel op inhoud als in de bekostigingsformules aan te passen zodat deze beter aansluiten bij de huidige en toekomstige ontwikkelingen in het primair onderwijs.’

Lees meer…

‘Scholen sterker tegenover educatieve uitgeverijen’

Scholen voor voortgezet onderwijs krijgen een sterkere positie ten opzichte van de educatieve uitgeverijen als het label voor schoolboeken uit de lumpsumfinanciering verdwijnt. Dat verwacht staatssecretaris Sander Dekker van OCW.

In de Tweede Kamer waren vragen gerezen over het verdwijnen van het lumpsumlabel voor schoolboeken. Dekker werd onder andere gevraagd welke effectieve middelen scholen dan nog hebben om prijsverhogingen zoveel mogelijk tegen te gaan. De vrees was dat de positie van de leveranciers van educatieve materialen zou worden versterkt, wat ten koste zou gaan van de positie van de scholen.

Richtprijs educatief materiaal

Dekker antwoordt dat het label er wordt afgehaald  ‘omdat het bedrag voor lesmateriaal in de lumpsum te veel als de richtprijs is gaan fungeren, voor marktpartijen én scholen’. Dit is volgens hem een ongewenst effect.

‘Door het bedrag per leerling voor lesmateriaal niet langer expliciet te duiden in de bekostiging, zal voor zowel scholen als marktpartijen geen uniform richtbedrag meer bestaan. Afhankelijk van het inkoopbeleid van de school en visie op leermiddelen kan de school bij de keuze voor een marktpartij de prijsstellingen meer gewicht geven’, aldus de staatssecretaris.

Eigen content

Volgens hem zouden scholen er bijvoorbeeld voor kunnen kiezen om het geld voor de aanschaf van educatieve materialen deels te gebruiken om hardware te kopen of om personeel vrij te maken voor het ontwikkelen van eigen content. Dit zou de onderhandelingspositie van de scholen kunnen versterken, denkt Dekker.

Geen afspraken over hoeveelheid extra ondersteuners

Er zijn met de sectororganisaties PO-Raad en VO-raad geen afspraken gemaakt over de hoeveelheid conciërges en klassenassistenten die aangesteld kan worden met de 50 miljoen euro uit de bestuursakkoorden. Dat benadrukt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in antwoord op Kamervragen van de SP.

De 50 miljoen euro is opgenomen in de lumpsumfinanciering van de schoolbesturen. ‘Daardoor is het niet mogelijk om aan te geven hoeveel conciërges en klassenassistenten met dit geld zijn aangesteld’, aldus de staatssecretaris.

Hij wijst in zijn antwoorden op een tabel waaruit blijkt dat het  aantal ondersteuners in 2015 groter is dan in 2014. Dat wijst er volgens Dekker op dat schoolbesturen ‘het geld deels voor dit doel hebben ingezet’.

De vragen waren afkomstig van SP-Kamerlid Tjitske Siderius.

Lees meer…

Investering blijkt uiteindelijk bezuiniging

In de onderwijsbegroting 2017 staat onder andere dat het kabinet tot en met 2021 structureel 200 miljoen euro per jaar uittrekt voor onder andere een verzachting van een bezuiniging op de lumpsumfinanciering. Dit kan, zoals het kabinet creatief doet, worden gezien als een extra investering in onderwijs, maar in feite betreft het een minder grote bezuiniging dan het kabinet aanvankelijk had voorzien. 

Van de 200 miljoen euro, die zou moeten worden gefinancierd op basis van toekomstige meevallers, is 133 miljoen bestemd voor een verzachting van een lumpsum- en subsidietaakstelling. Dit zorgt er volgens het kabinet voor dat het ministerie van OCW in staat blijft te investeren in bijvoorbeeld de kwaliteit van leraren en schoolleiders.

De lumpsum- en subsidietaakstelling (bezuiniging) voor het primair onderwijs was voor 2017 vastgesteld op 70,4 miljoen euro. Dat wordt verzacht met ruim 30,6 miljoen euro en vanaf 2018 tot en met 2021 met ruim 27,7 miljoen euro per jaar.

Voor het voortgezet onderwijs geldt dat de bezuiniging op lumpsumfinanciering en subsidies van aanvankelijk bijna 64,7 miljoen in 2017 met bijna 47,7 miljoen wordt verminderd en in de jaren daarna tot en met 2021 met bijna 50 miljoen euro.

Kansengelijkheid, asielzoekerskinderen, voorschool en toezicht

Er wordt tot en met 2021 structureel 25 miljoen euro per jaar geïnvesteerd om kansengelijkheid in het onderwijs te bevorderen, bijvoorbeeld door te investeren in flexibilisering en maatwerk voor een betere doorstroom tussen onderwijsniveaus (stapelen).

In de begroting staat ook dat er extra geld gaat nar aanvullende bekostiging van scholen met asielzoekerskinderen. Zo gaat er 15 miljoen euro naar aanvullende bekostiging in het tweede jaar van asielzoekerskinderen in het primair onderwijs.

Er wordt 5 miljoen euro beschikbaar gesteld voor het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid (GOAB). Dit geld komt specifiek ten goede aan kleine gemeenten die deze uitkering ontvangen voor voorschoolse educatie. Een geplande bezuiniging van 10 miljoen euro op het GOAB wordt doorgeschoven naar 2018.

De Inspectie van het Onderwijs krijgt 2 miljoen euro extra om binnen het nieuwe (gedifferentieerde) toezicht alle scholen in het funderende onderwijs eens in de vier jaar te bezoeken.

PO-Raad: ‘Magere beloftes’

De PO-Raad vindt op basis van de begrotingscijfers dat het kabinet magere beloftes doet aan het primair onderwijs. Het positieve nieuws van het kabinet is volgens de sectororganisatie ‘vooral gestoeld op gegoochel met cijfers’.

Over de 15 miljoen euro die het kabinet uittrekt voor onderwijs aan asielzoekerskinderen, merkt de PO-Raad op dat eerder 24 miljoen euro was toegezegd. Ook op andere punten is er volgens de sectororganisatie sprake van ‘een vertekend beeld’.

Lees meer…

VO-raad: ‘Rookgordijn’

De VO-raad noemt het onwenselijk dat investeringen in het kader van politieke prioriteiten worden gefinancierd met bezuinigingen op de lumpsum. ‘Nadere bestudering van de begroting maakt duidelijk dat er mogelijk een extra bezuiniging aankomt. Het lijkt erop dat het ministerie een rookgordijn heeft opgeworpen om deze aanvullende bezuiniging weg te moffelen.

De sectororganisatie van het voortgezet onderwijs zegt dan ook ‘uiterst kritisch’ te zijn ‘over de optimistische toon van de bewindslieden en het ministerie waarbij gesproken wordt over ‘extra geld voor onderwijs”.

Lees meer…

AOb en CNV Onderwijs: ‘Extra bezuiniging’

De Algemene Onderwijs (AOb) stelt op basis van de begrotingscijfers dat er medio 2017 een extra bezuiniging van 150 miljoen euro op onderwijs aankomt. ‘Met twee forse bezuinigingen op onderwijs regeert dit kabinet over zijn graf heen’, zegt AOb-voorzitter Liesbeth Verheggen.

Lees meer…

CNV Onderwijs voorziet zelfs een structurele bezuiniging van 400 miljoen euro per jaar op onderwijs. Voorzitter Loek Schuler van CNV Onderwijs zegt ‘ronduit teleurgesteld’ te zijn.

‘Als we gaan rekenen dan blijkt tegenover de ‘investering’ van 200 miljoen die de regering met veel bombarie brengt, ook een bezuiniging van ruim 400 miljoen euro per jaar te staan. Kortom het onderwijs wordt enorm gekort.’

Lees meer…

Lesmateriaal komt ongelabeld in lumpsum

Het label voor lesmateriaal in het lumpsumbudget van het voortgezet onderwijs komt te vervallen. Daarmee hoopt staatssecretaris Sander Dekker van OCW vrije prijsvorming op de markt voor lesmateriaal te bevorderen.

In het evaluatierapport Gratis maakt nog niet goed(koop) staat dat de kosten per leerling voor lesmaterialen sinds de invoering van de Wet gratis schoolboeken (WGS) in 2008 na jaren van stijging constant blijven.

Budget lesmateriaal creëert richtprijs

Dekker vindt de stabilisering een positieve ontwikkeling, zo schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer. De staatssecretaris signaleert op basis van het evaluatierapport echter ook dat het gelabelde lumpsumbedrag dat vanuit de overheid beschikbaar wordt gesteld aan scholen voor lesmaterialen nu als richtprijs is gaan dienen voor zowel de scholen als de aanbieders. ‘Dit kan een vrije prijsvorming in de weg staan’, aldus Dekker.

Om vrije prijsvorming te bevorderen, gaat hij het label schrappen dat nu nog aan het lumpsumbedrag voor lesmateriaal is verbonden.

Zo ingewikkeld is het niet?

Terug naar de declaratiebekostiging en alle problemen in het onderwijs zijn opgelost. Dat was kort gezegd de karikaturale boodschap die leraar, leraaropleider en AOb-columnist Ton van Haperen kritiekloos in Nieuwsuur mocht etaleren.

De altijd wat nukkige Van Haperen was aan het begin van het nieuwe schooljaar door Nieuwsuur uitgenodigd om te komen praten over de constatering dat nog altijd een deel van de leraren onbevoegd voor de klas staat. De komende jaren zal dat aantal niet afnemen, zo is de verwachting. Er worden vanwege de pensioengolf groeiende personeelstekorten in het onderwijs verwacht.

Schoolbesturen doen niets?

De boodschap die van Haperen in Nieuwsuur gaf, zonder dat presentator Joost Karhof maar één kritische vraag stelde, was aantoonbaar onjuist. Volgens de columnist, die zich leraar economie mag noemen, is het extra geld dat beschikbaar is gesteld om het tekort aan bevoegde leraren aan te pakken alleen maar naar de scholen gegaan zonder dat die er iets mee hebben ondernomen.

Schoolbesturen hebben wel degelijk actie ondernomen om op verschillende manieren personeelstekorten aan te pakken en werkgelegenheid zeker te stellen. Denk aan de transfercentra in verschillende krimpregio’s. Deze initiatieven maken het voor leraren en scholen mogelijk om zo goed mogelijk onderwijs te verzorgen.

Denk ook aan de lerarenbeurzen, waarmee docenten in staat worden gesteld om zich verder te professionaliseren. Daar wordt gelukkig veel gebruik van gemaakt. Maar daar heeft Van Haperen het natuurlijk niet over.

Nog nóóit loonsverhoging?

Hij verklaarde in Nieuwsuur ook doodleuk dat er nog nóóit geld is besteed aan loonsverhogingen. Het mag duidelijk zijn dat ook die uitspraak pertinent onjuist is. De nieuwe cao’s in het primair en voortgezet onderwijs voorzien immers in loonsverhogingen.

Het tekort aan bevoegde leraren kan volgens Van Haperen maar op één manier worden opgelost: nationaliseer het onderwijsbeleid. Leraren voeden kinderen op tot burgers van Nederland en dat is volgens hem dus ‘een nationale kwestie’ die thuishoort bij de minister van OCW. Dit betekent volgens de columnist dat de bekostiging van het onderwijs weer op de oude manier moet, namelijk op basis van declaraties in plaats van het huidige lumpsumbudget.

Karikaturaal betoog!

Als de declaratiebekostiging weer wordt ingevoerd, verdwijnt volgens Van Haperen het lerarentekort als sneeuw voor de zon. De overheid staat dan immers financieel garant. ‘Het is echt waar, dat is geen sprookje, zo ingewikkeld is het niet’, zo sloot Van Haperen zijn karikaturale betoog af…

Ronald Bloemers, adviseur VOS/ABB

Uitgaven aan onderwijs in 2014 licht gedaald

De uitgaven aan onderwijs zijn in 2014 met bijna 0,7 procentpunt gedaald, tot 41,3 miljard euro. Dit is 6,2 procent van het bruto binnenlands product, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het CBS merkt op dat de ontwikkeling van de onderwijsuitgaven tussen 2013 en 2014 wordt vertekend door de eenmalige extra middelen die het primair en voortgezet onderwijs ontvingen naar aanleiding van het Nationaal Onderwijsakkoord.

Deze bijdrage van 150 miljoen euro was bedoeld om jonge docenten in dienst te houden of te nemen. Deze middelen werden aan het eind van 2013 als onderdeel van de lumpsum aan de instellingen overgemaakt voor besteding in 2014.

Verder meldt het CBS dat naar aanleiding van de begrotingsafspraken voor 2014 eind 2013 een bedrag van in totaal 650 miljoen euro is toegevoegd aan de lumpsum van het primair, voortgezet, middelbaar beroeps- en hoger onderwijs. Dit geld is bedoeld voor het verbeteren van de onderwijskwaliteit en voor innovatie.

‘Doordat deze middelen laat in het jaar zijn uitgekeerd, hebben de instellingen deze voor het grootste deel pas vanaf 2014 besteed. Zonder deze extra uitkeringen, die de Rijksbijdrage in 2013 eenmalig hebben verhoogd, zou de ontwikkeling in 2014 positief zijn’, aldus het CBS.

Lees meer…

Gaan we terug naar geoormerkte financiering?

De Tweede Kamer wil meer grip op de financiering van het onderwijs. Met de centraliserende SP voorop is er een stroming op gang gekomen tegen de huidige lumpsumfinanciering. 

Niet alleen bij de SP en coalitiepartner PvdA, ook bij het CDA, D66 en regeringsfractie VVD leeft de wens om meer grip te krijgen op de uitgaven van de schoolbesturen.

De stroming tegen de lumpsumfinanciering wordt versterkt door de SP. Die partij gebruikt hiervoor de wens van onder andere AOb om helder te krijgen waar het extra geld uit het Nationaal Onderwijsakkoord en het Herfstakkoord precies aan is besteed. De bond spreekt die wens uit zonder de lumpsum te willen afschaffen, zoals AOb-voorzitter Liesbeth Verheggen op Twitter laat weten:

Er zijn vast meer varianten mogelijk dan alleen de keuze tussen lumpsum en oormerken. Vraagt wel open gedachtewisseling.

De kritiek op de schoolbesturen is dat zij met het extra geld uit het Nationaal Onderwijsakkoord en Herfstakkoord budgettaire gaten zouden hebben gedicht en het niet zouden hebben besteed aan bijvoorbeeld verbetering van het rekenonderwijs en banen voor jonge leraren, waar het in principe voor was bedoeld.

Niet iedere euro te controleren
Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft tijdens de behandeling van de onderwijsbegroting in de Tweede Kamer gezegd dat het inherent is aan het systeem van de lumpsum dat niet van ‘iedere euro en per instelling is te aan te geven wat er met het geld is gebeurd’. Hij zei ook dat als het extra geld uit het Nationaal Onderwijsakkoord en Herfstakkoord in 2014 níet naar het onderwijs zou zijn gegaan, het aantal banen in het onderwijs lager zou zijn geweest dan nu.

Hij benadrukte dat de lumpsumfinanciering past bij de vrijheid van onderwijs en daarmee bij de autonomie van de schoolbesturen. De staatssecretaris wees er bovendien op dat scholen geld niet zomaar geld kunnen uitgeven, maar dat zij zich over hun uitgaven dienen te verantwoorden via jaarverslagen en jaarrekeningen. Ook zien de Inspectie van het Onderwijs en accountants erop toe dat schoolbesturen hun geld goed besteden.

Desondanks is Dekker bereid tot een ‘open discussie’ over de mogelijkheden om meer inzicht te krijgen in de uitgaven. Een open discussie is volgens VOS/ABB altijd een goed idee, maar extra controle op de uitgaven mag niet leiden tot meer regeldruk en aantasting van de schoolbestuurlijke autonomie.

Tweede Kamer keert zich tegen eigen lumpsumbesluit

De Tweede Kamer heeft een motie aangenomen die indruist tegen het principe van de lumpsumbekostiging: staatssecretaris Sander Dekker van OCW moet van de Kamer per schoolbestuur laten zien hoeveel banen er voor jonge docenten bij zijn gekomen met het extra geld dat het kabinet daarvoor beschikbaar heeft gesteld.

De motie kwam van SP’er Jasper van Dijk en werd medeondertekend door Loes Ypma van de PvdA. Zij keerde zich onlangs ook al tegen het principe van de lumpsumbekostiging. Ypma wilde van Dekker weten of de bekostigingssystematiek van het basisonderwijs zodanig kon worden aangepast ‘dat de personele bekostiging over meerdere jaren gelijk zou zijn aan de feitelijke kosten’. Dit zou dus een terugkeer naar de declaratiebekostiging betekenen. De staatssecretaris liet weten hier niets voor te voelen.

Niet geoormerkt
Bij de door de PvdA medeondertekende motie van de SP, die dinsdag werd aangenomen, gaat het om het extra budget van 150 miljoen euro uit het Nationaal Onderwijsakkoord voor banen voor jonge leraren. Doordat dit geld is toegevoegd aan de lumpsumbekostiging van de scholen, is het niet geoormerkt, hoewel in het akkoord wel was afgesproken dat het in principe bedoeld was voor banen voor jonge leraren.

Dekker moest zich voor de zomer al hierover in de Tweede Kamer verantwoorden, ook op aandringen van Loes Ypma van de PvdA. Hij zei toen ervan uit te gaan dat schoolbesturen het extra geld voor banen voor jonge leraren daar daadwerkelijk voor inzetten. Bovendien benadrukte Dekker toen dat schoolbesturen zelf kunnen bepalen hoe zij hun middelen inzetten.

‘Dat is het gevolg van de keuze voor de lumpsumsystematiek die we met elkaar hebben gemaakt. Ik ben geen voorstander van het oormerken van dergelijke middelen. Uw Kamer heeft er ook nadrukkelijk mee ingestemd om deze middelen in te zetten via de lumpsum, zodat het niet leidt tot nieuwe administratieve lasten’, aldus Dekker.

Tegen eigen besluit
De Tweede Kamer laat nu met de aangenomen motie zien terug te komen op het eigen besluit om het extra budget van 150 miljoen euro uit het Nationaal Onderwijsakkoord toe te voegen aan de lumpsumbekostiging van de scholen.

De motie van de SP staat in het teken van het centraliserende streven van die partij om een einde te maken aan de lumpsumbekostiging, omdat die ‘alleen maar tot frustratie van leraren en ouders’ zou leiden. In de ogen van de SP verdwijnt geld voor onderwijs ‘maar al te vaak in bureaucratie en management’

‘De SP wil dan ook dat de lumpsum wordt opgeknipt en dat leraren rechtstreeks door het ministerie worden betaald. Daarmee weet je zeker dat het geld in de klas terechtkomt en niet bij managers’, denkt SP’er Jasper van Dijk.