Onderwijsraad adviseert vast te houden aan lumpsum

De Onderwijsraad adviseert het kabinet om de lumpsumbekostiging van het onderwijs te handhaven en terughoudend te zijn met doelfinanciering. Ook adviseert de raad om de verantwoording over en het toezicht op de besteding van het onderwijsgeld te verbeteren.

De lumpsumfinanciering doet volgens de Onderwijsraad recht aan de autonomie van de scholen en een stabiele bekostiging. Wel zou de lumpsumbekostiging moeten worden geactualiseerd en vereenvoudigd.

Toereikende bekostiging

Ook dient de lumpsum toereikend te zijn, benadrukt de Onderwijsraad: ‘Als de overheid meent dat onderwijsinstellingen naast de wettelijke deugdelijkheidseisen ook aan (ruimere) maatschappelijke opdrachten moeten voldoen en naar hogere kwaliteit moeten streven, dient zij ook te zorgen voor voldoende bekostiging (…).’

De Onderwijsraad adviseert het kabinet ook om de verticale en horizontale verantwoording over en het toezicht op de besteding van onderwijsgeld te verbeteren. ‘Juist waar de overheid met lumpsumbekostiging instellingen bestedingsvrijheid laat, is verantwoording van bestedingen een noodzakelijke voorwaarde’, aldus de raad.

Download het advies Inzicht in en verantwoording van onderwijsgelden

Geen maximum in lumpsum voor uitzendkrachten

Schoolbesturen worden niet gebonden aan een maximum dat ze mogen uitgeven aan uitzendkrachten. Een motie van de SP en de PvdA in de Tweede Kamer voor zo’n maximum is verworpen.

De SP’er Peter Kwint en zijn PvdA-collega Lisa Westerveld hadden de motie ingediend. Daarin stelden zij dat ‘uitzend- en detacheringsbureaus leraren die al in loondienst zijn wegkapen op scholen, door bijvoorbeeld hogere salarissen te bieden, waarmee het lerarentekort op scholen wordt vergroot en deze scholen uiteindelijk weer via die bureaus het tekort moeten opvullen.’ Op die manier zou onderwijsgeld weglekken ‘naar dit soort bureaus’, aldus Kwint en Westerveld.

Het lukte hun echter niet om een meerderheid in de Tweede Kamer achter hun motie te krijgen, zo bleek dinsdag.

Slechte ontwikkeling

Onderwijsminister Arie Slob noemde het in januari een slechte ontwikkeling dat uitzendbureaus het lerarentekort aangrijpen om hun tarieven te verhogen. Hij zei dat toen in reactie op Kamervragen van SP’er Kwint.

De minister liet toen echter ook weten dat er in de onderwijs-cao’s ruimte is  om ‘in gevallen van vervanging wegens ziekte of buitengewoon verlof, activiteiten van tijdelijke aard en bij onvoorziene omstandigheden’ leraren op uitzendbasis in te huren.

Schoolbestuurders positief over lumpsum

Schoolbestuurders zijn positiever over de lumpsum dan leraren. Dat staat in een stafnotitie over de internetconsultatie naar de lumpsumbekostingssystematiek.

De internetconsultatie was afgelopen najaar. De input die VOS/ABB aan de consultatie leverde, was gebaseerd op een ledenraadpleging. Daaruit kwam onder andere naar voren dat schoolbesturen die bij VOS/ABB zijn aangesloten, blij zijn met de lumpsumsystematiek, omdat die hun veel vrijheid biedt.

Bovendien geeft de lumpsum zeggenschap aan teams om het onderwijs op de beste manier in te richten, wat de kwaliteit bevordert. Een belangrijk aandachtspunt van de VOS/ABB-leden was (en is) dat het lumpsumbudget te laag is en er dus geld bij moet.

Lumpsum behouden

De input van de VOS/ABB-leden is terug te zien in de stafnotitie over de internetconsultatie. Daarin staat dat schoolbestuurders over het algemeen de lumpsumbekostigingssystematiek willen behouden zoals die nu is (eventueel aangevuld met meer verantwoordingsplicht), omdat deze systematiek volgens hen zorgt voor beleidsvrijheid en autonomie van scholen.

Leraren daarentegen zijn kritisch. Zij willen over het algemeen schotten en oormerken binnen de lumpsum, onder andere voor de salarissen. Leraren denken dat het geld dan beter in de klas terechtkomt en dat dan duidelijker wordt waar het aan wordt besteed.

Download stafnotitie lumpsum

Lumpsum: systematiek is goed, maar budget te laag

Schoolbesturen zijn blij met de lumpsumsystematiek, omdat die veel vrijheid biedt. Bovendien geeft de lumpsum zeggenschap aan teams om het onderwijs op de beste manier in te richten. Dat bevordert kwaliteit. Maar het lumpsumbudget is wel te laag. Er moet geld bij!

VOS/ABB heeft op verzoek van de Tweede Kamer bij de vereniging aangesloten schoolbesturen gevraagd naar hun mening over de lumpsumbekostiging van het primair en voortgezet onderwijs en de systematiek die daarachter zit.

Onze leden zijn vooral positief over de systematiek. Zo wordt benadrukt dat door de bestedingsvrijheid geld kan worden ingezet waar dit het meest nodig is. Dat wordt zeer belangrijk geacht, omdat elke school verschillend is.

Bovendien merken onze leden op dat de lumpsumsystematiek onderwijs op maat mogelijk maakt en dat door het ontbreken van schotten geen geld onnodig op de plank hoeft te blijven liggen. Elk alternatief zal leiden tot minder bestedingsvrijheid en daarmee tot minder mogelijkheden om te sturen op kwaliteit en onderwijsbehoeften.

Lumpsum ontoereikend

Onze leden benadrukken echter ook dat het huidige lumpsumbudget ontoereikend is. De boodschap aan de politiek is dat er geld bij moet. Daarbij wordt met klem opgemerkt dat incidentele investeringen structurele problemen niet kunnen oplossen.

In het verlengde hiervan geven onze leden aan dat de verantwoordingslast is gegroeid, zonder dat de lumpsum is verhoogd. Als meer verantwoording wordt geëist, moet de politiek dat wel financieel mogelijk maken!

Lees meer…

Lumpsum omhoog en vertrouw schoolbesturen!

Schoolbesturen in het primair en voortgezet onderwijs hebben behoefte aan een verhoging van de lumpsum en aan vertrouwen van de overheid op basis van verantwoording en transparantie over eigen keuzes, besteding van middelen en bereikte doelen.

Dit komt uit een ledenraadpleging in het kader van een advies dat de Onderwijsraad opstelt over sturing op onderwijskwaliteit via bekostiging(svoorwaarden). VOS/ABB levert op basis van gesprekken met leden input voor dit nog op te stellen advies.

Download input voor advies Onderwijsraad

Ga op zoek naar alternatieven voor PvE’s

Programma’s van Eisen (PvE’s) sluiten onvoldoende aan bij de werkelijkheid van vandaag. Daarom moeten er alternatieven worden onderzocht om tot een bepaling te komen van de normbedragen voor de lumpsum. Dat staat in de Rapportage evaluatie van de materiële instandhouding in het primair onderwijs 2010-2014.

De rapportage is opgesteld door ICS Adviseurs en bureau Berenschot en is door staatssecretaris Sander Dekker van OCW naar de Tweede Kamer gestuurd. De opstellers ervan concluderen dat PvE’s onvoldoende aansluiten op de situatie van scholen van vandaag en morgen. Bovendien benadrukken zij dat de normbedragen te laag zijn om de kosten en kwaliteitseisen van scholen te dekken.

In de rapportage staat ook dat het bepalen van normbedragen voor PvE’s meer past bij het declaratiestelsel dan bij lumpsumfinanciering. ‘En de vraag is dan ook of met het aanpassen van de Programma’s van Eisen en de normbedragen een daadwerkelijk betere aansluiting ontstaat tussen de intentie van het ministerie om een redelijke vergoeding te bieden voor een in normale omstandigheden verkerende school’, zo staat er.

PvE’s sluiten niet aan bij werkelijkheid

‘Naar ons oordeel sluit het systeem van het werken met Programma’s van Eisen onvoldoende aan bij de werkelijkheid van vandaag. Wij zijn van mening dat er alternatieven aanwezig zijn om te komen tot een bepaling van de normbedragen voor de lumpsum. Er valt bijvoorbeeld te denken aan het opstellen van een aantal archetypes voor de verdeling van de middelen over de verschillende posten. Het is aan te bevelen
om deze alternatieven in kaart te brengen en verder uit te werken’, zo adviseren ICS Adviseurs en bureau Berenschot.

Ze vervolgen: ‘Indien het ministerie besluit om de huidige manier van werken met PvE’s te continueren, dan raden wij aan om deze zowel op inhoud als in de bekostigingsformules aan te passen zodat deze beter aansluiten bij de huidige en toekomstige ontwikkelingen in het primair onderwijs.’

Lees meer…

Tweede Kamer keert zich tegen eigen lumpsumbesluit

De Tweede Kamer heeft een motie aangenomen die indruist tegen het principe van de lumpsumbekostiging: staatssecretaris Sander Dekker van OCW moet van de Kamer per schoolbestuur laten zien hoeveel banen er voor jonge docenten bij zijn gekomen met het extra geld dat het kabinet daarvoor beschikbaar heeft gesteld.

De motie kwam van SP’er Jasper van Dijk en werd medeondertekend door Loes Ypma van de PvdA. Zij keerde zich onlangs ook al tegen het principe van de lumpsumbekostiging. Ypma wilde van Dekker weten of de bekostigingssystematiek van het basisonderwijs zodanig kon worden aangepast ‘dat de personele bekostiging over meerdere jaren gelijk zou zijn aan de feitelijke kosten’. Dit zou dus een terugkeer naar de declaratiebekostiging betekenen. De staatssecretaris liet weten hier niets voor te voelen.

Niet geoormerkt
Bij de door de PvdA medeondertekende motie van de SP, die dinsdag werd aangenomen, gaat het om het extra budget van 150 miljoen euro uit het Nationaal Onderwijsakkoord voor banen voor jonge leraren. Doordat dit geld is toegevoegd aan de lumpsumbekostiging van de scholen, is het niet geoormerkt, hoewel in het akkoord wel was afgesproken dat het in principe bedoeld was voor banen voor jonge leraren.

Dekker moest zich voor de zomer al hierover in de Tweede Kamer verantwoorden, ook op aandringen van Loes Ypma van de PvdA. Hij zei toen ervan uit te gaan dat schoolbesturen het extra geld voor banen voor jonge leraren daar daadwerkelijk voor inzetten. Bovendien benadrukte Dekker toen dat schoolbesturen zelf kunnen bepalen hoe zij hun middelen inzetten.

‘Dat is het gevolg van de keuze voor de lumpsumsystematiek die we met elkaar hebben gemaakt. Ik ben geen voorstander van het oormerken van dergelijke middelen. Uw Kamer heeft er ook nadrukkelijk mee ingestemd om deze middelen in te zetten via de lumpsum, zodat het niet leidt tot nieuwe administratieve lasten’, aldus Dekker.

Tegen eigen besluit
De Tweede Kamer laat nu met de aangenomen motie zien terug te komen op het eigen besluit om het extra budget van 150 miljoen euro uit het Nationaal Onderwijsakkoord toe te voegen aan de lumpsumbekostiging van de scholen.

De motie van de SP staat in het teken van het centraliserende streven van die partij om een einde te maken aan de lumpsumbekostiging, omdat die ‘alleen maar tot frustratie van leraren en ouders’ zou leiden. In de ogen van de SP verdwijnt geld voor onderwijs ‘maar al te vaak in bureaucratie en management’

‘De SP wil dan ook dat de lumpsum wordt opgeknipt en dat leraren rechtstreeks door het ministerie worden betaald. Daarmee weet je zeker dat het geld in de klas terechtkomt en niet bij managers’, denkt SP’er Jasper van Dijk.