Eerste Kamer stemt in met boerkaverbod

Na de Tweede Kamer heeft nu ook de Eerste Kamer ingestemd met het boerkaverbod in onder andere het onderwijs.

Het wetsvoorstel voor het boerkaverbod kwam voort uit het regeerakkoord van het vorige kabinet onder leiding van VVD-premier Mark Rutte. Het werd ingediend door voormalig PvdA-minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken.

Het regelt niet alleen een verbod op boerka’s, maar ook op andere gezichtsbedekkende kleding, zoals de bivakmuts en de integraalhelm. De gedachte achter het verbod is dat het dragen van een boerka die het gezicht bedekt, het veiligheidsgevoel van mensen aantast. Ook de niqaab, waarbij de ogen nog zichtbaar zijn, valt onder het verbod. Het heeft geen betrekking op bijvoorbeeld islamitische hoofddoekjes en joodse keppeltjes, omdat die het gezicht niet bedekken.

Het boerkaverbod gaat niet alleen in het onderwijs gelden, maar ook in de zorg, het openbaar vervoer en overheidsgebouwen. Het gaat waarschijnlijk pas over zes maanden in. In de tussentijd kunnen onder andere scholen zich erop voorbereiden.

Stemming boerkaverbod uitgesteld

De stemming in de Eerste Kamer over het boerkaverbod in onder andere het onderwijs is met een week uitgesteld tot dinsdag 26 juni.

Het uitstel kwam er op verzoek van de SP die met een motie komt. Dit zal waarschijnlijk niet van invloed zijn op de verwachte meerderheid voor het boerkaverbod.

Veiligheidsgevoel

Het wetsvoorstel voor het boerkaverbod kwam voort uit het regeerakkoord van het vorige kabinet onder leiding van VVD-premier Mark Rutte. Het werd ingediend door voormalig PvdA-minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken.

Het regelt niet alleen een verbod op boerka’s, maar ook op andere gezichtsbedekkende kleding, zoals de bivakmuts en de integraalhelm. De gedachte achter het verbod is dat het dragen van een boerka die het gezicht bedekt, het veiligheidsgevoel van mensen aantast. Ook de niqaab, waarbij de ogen nog zichtbaar zijn, valt onder het voorgestelde verbod. Het wetsvoorstel heeft geen betrekking op bijvoorbeeld islamitische hoofddoekjes en joodse keppeltjes, omdat die het gezicht niet bedekken.

Onderwijs, openbaar vervoer, overheidsgebouwen

Het wetsvoorstel is in november 2016 goedgekeurd door de Tweede Kamer. Als de Eerste Kamer er ook mee instemt, gaat het boerkaverbod gelden in het onderwijs, de zorg, het openbaar vervoer en overheidsgebouwen.

Meerderheid Eerste Kamer voor boerkaverbod

In de Eerste Kamer tekent zich een meerderheid af voor een gedeeltelijk boerkaverbod, dat onder andere van kracht wordt in het onderwijs. Dat bleek dinsdag tijdens een debat over het wetsvoorstel dat dit verbod moet regelen.

Het wetsvoorstel voor het boerkaverbod kwam voort uit het regeerakkoord van het vorige kabinet onder leiding van VVD-premier Mark Rutte. Het werd ingediend door voormalig PvdA-minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken.

Het regelt niet alleen een verbod op boerka’s, maar ook op andere gezichtsbedekkende kleding, zoals de bivakmuts en de integraalhelm. De gedachte achter het verbod is dat het dragen van een boerka die het gezicht bedekt, het veiligheidsgevoel van mensen aantast. Ook de niqaab, waarbij de ogen nog zichtbaar zijn, valt onder het voorgestelde verbod. Het wetsvoorstel heeft geen betrekking op bijvoorbeeld islamitische hoofddoekjes en joodse keppeltjes, omdat die het gezicht niet bedekken.

Het wetsvoorstel is in november 2016 goedgekeurd door de Tweede Kamer. Als de Eerste Kamer er ook mee instemt, gaat het boerkaverbod gelden in het onderwijs, de zorg, het openbaar vervoer en overheidsgebouwen. De Senaat stemt erover op dinsdag 19 juni.

‘Godsdienstleraar kan moslimleerling beter overtuigen’

Een juf op een openbare basisschool kan een islamitische leerling minder goed overtuigen dan een godsdienstleraar op een islamitische school, stelt Marietje Beemsterboer in NRC. Zij deed als promovenda aan de Universiteit Leiden onderzoek naar de religieuze identiteit van islamitische basisscholen in de maatschappelijke context waarin deze scholen zich bevinden.

Beemsterboer interviewde voor haar onderzoek directeuren, leraren en godsdienstleerkrachten van negentien islamitische basisscholen. Haar conclusie is dat islamitisch onderwijs de integratie van moslims kan bevorderen.

‘Door de geborgen omgeving kunnen moeilijke onderwerpen worden besproken. Als een boodschap met veel tact en respect voor de islamitische achtergrond wordt gebracht, is de kans groter dat een leerling zich ervoor openstelt. Hij of zij komt dan niet in een loyaliteitsconflict met de thuissituatie’, zo citeert NRC haar.

Homoseksualiteit

Als voorbeeld noemt ze homoseksualiteit. ‘Op een openbare basisschool zal de juf vertellen dat je verliefd kunt zijn op zowel mannen als vrouwen. Kinderen uit een islamitisch gezin denken dan: ‘Mijn juf weet dat misschien niet, maar die boodschap geldt niet voor mij.’

Op een islamitische basisschool wordt het onderwerp niet behandeld door de juf, maar door een godsdienstleerkracht. ‘Die wordt door leerlingen en ouders vertrouwd. Als díe vertelt dat homoseksualiteit in Nederland geaccepteerd is, en dat je niets te maken hebt met het privéleven van een ander, dan is de kans groter dat de boodschap aankomt’, aldus Beemsterboer.

Lees meer…

Slob: Logisch dat scholen rekening houden met ramadan

Hoe en wanneer onderdelen van het onderwijsprogramma worden aangeboden is aan de scholen. Het spreekt voor zich dat zij daarbij rekening houden met de achtergrond van hun leerlingen. Daarmee reageert onderwijsminister Arie Slob op vragen van de PVV over het openbare Rijswijks Lyceum, dat bij de planning van het onderwijs rekening houdt met de islamitische vastenmaand ramadan.

De vragen van de PVV volgden op een artikel in NRC. Daarin komt biologieleraar Rashid El Mouhamadi van het Rijswijks Lyceum aan het woord. Hij zegt dat bij de planning van de leerstof rekening wordt gehouden met de ramadan. ‘Bepaalde onderwerpen vermijden we, zoals voortplanting en seksualiteit. Dat wordt wel behandeld, maar op een ander moment in het jaar’, zo citeert de krant de biologieleraar.

Dat schoot bij Kamerleden van de anti-islamitische PVV van Geert Wilders in het verkeerde keelgat. Zij wilden van minister Slob weten hoe hij hierover denkt. Die antwoordt dat het onderwijs in overeenstemming moet zijn met de kerndoelen en eindtermen, maar dat het aan de scholen is om te bepalen hoe en wanneer zij de onderdelen van hun onderwijsprogramma aan bod laten komen. Het spreekt volgens Slob voor zich dat scholen daarbij rekening houden met de achtergrond van hun leerlingen.

Geen sprake van verplicht bezoek aan moskee

Burgemeester Tjeerd van der Zwan van de gemeente Heerenveen heeft er nooit voor gepleit om in het kader van maatschappijleer leerlingen te verplichten een moskee te bezoeken. Dat benadrukt onderwijsminister Arie Slob in reactie op Kamervragen.

De vragen waren afkomstig van de PVV, die zich baseerde op een artikel in de Leeuwarder Courant. Daarin staat dat volgens burgemeester Van der Zwan met een bezoek aan een moskee vooroordelen over de islam kunnen verdwijnen.

Nergens in het artikel spreekt de burgemeester over een verplicht moskeebezoek, maar Geert Wilders en zijn PVV-fractiegenoten Harm Beertema en Machiel de Graaf lazen dat er wel in en stelden op basis van hun interpretatie vragen op. Slob reageert daarop door te benadrukken dat de uitlatingen, zoals de PVV die verwoordt, niet zijn gedaan.

Hoger beroep in zaak rond gemiste klassenfoto

De Haagse Scholen voor openbaar primair onderwijs in Den Haag gaat in beroep tegen de uitspraak in de zaak over een gemiste klassenfoto. De stichting werd in juli veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van 500 euro vanwege indirect onderscheid op basis van geloofsovertuiging (discriminatie).

De Haagse Scholen werden veroordeeld tot het betalen van de schadevergoeding, omdat twee leerlingen van de openbare Maria Montessorischool in Den Haag niet op de klassenfoto konden vanwege het islamitische Offerfeest. De fotosessie was op de dag van dat feest gepland.

De moeder van de kinderen spande een rechtszaak aan, omdat zij het discriminerend vond dat de school de fotograaf juist op een islamitische feestdag liet komen, waardoor haar kinderen niet op de foto konden. Ze eiste een schadevergoeding van 10.000 euro. Dat bedrag ging de Haagse kantonrechter te ver, maar deze vond 500 euro (250 euro per kind) wel op zijn plaats, omdat de school volgens de rechter onderscheid heeft gemaakt tussen leerlingen. Dat mag niet volgens de Algemene wet gelijke behandeling.

De school voerde aan dat geprobeerd is de afspraak met de schoolfotograaf te verzetten, maar dat dat helaas niet lukte. Daarna is de fotograaf op een andere dag teruggekomen om van de islamitische leerlingen individuele foto’s te maken, maar de klassenfoto kon toen niet worden overgemaakt.

Openbaar onderwijs, iedereen welkom

De Haagse Scholen gaan in een persbericht in op het besluit om in hoger beroep te gaan. In het persbericht wordt benadrukt dat op openbare scholen iedereen welkom is en dat het openbaar onderwijs zich maximaal inzet om het onderwijs voor ieder kind toegankelijk te maken. ‘De school houdt dan ook bij het opstellen van de jaarkalender rekening met (onder andere islamitische) feestdagen’, zo staat er.

De planning van de klassenfoto berustte volgens de stichting op een misverstand, waarna actie ondernomen is om de gevolgen daarvan te herstellen. ‘De school heeft diverse initiatieven genomen om het zo goed mogelijk te organiseren voor de ouders die deze dag met hun kinderen het Offerfeest wilden vieren. Er zijn bijvoorbeeld vervangende foto’s vervaardigd en gratis beschikbaar gesteld. Helaas bleken de getroffen maatregelen onvoldoende voor de eisende ouders.’

Het oordeel van de kantonrechter dat de stichting indirect onderscheid heeft gemaakt op grond van geloofsovertuiging (discriminatie) is volgens de stichting onjuist. ‘Na een zorgvuldige afweging willen we deze zaak opnieuw laten beoordelen en kiezen wij voor hoger beroep. Daarbij speelt vooral een rol dat de rechtbank in eerste aanleg de feitelijke gang van zaken niet volledig heeft getoetst. De stichting heeft behoefte aan een uitspraak op basis van een volledige beoordeling van de gang van zaken.’

‘Meer burgerschapsonderwijs nodig’

In Nederlandse scholen moet meer aandacht komen voor burgerschapsonderwijs. Dat vindt Friso Roscam Abbing van de Europese Fundamental Rights Agency (FRA).

Hij gaat bij de NOS in op een onderzoek van het FRA waaruit blijkt dat moslims in Nederland zich vaker gediscrimineerd voelen dan in andere Europese landen. Ze zouden bijvoorbeeld moeilijker een woning krijgen vanwege hun Arabisch klinkende achternaam. Ook zouden ze op hun werk geen pauze mogen nemen om te bidden of geen vrij krijgen op islamitische feestdagen.

‘Als mensen stelselmatig slachtoffer worden van discriminatie, brokkelt het vertrouwen af. Er is geen directe link tussen discriminatie en extremisme, maar het gevoel te worden buitengesloten, maakt vatbaar voor alternatieve ideeën waaronder ook extremisme’, aldus Roscam Abbing. Hij pleit daarom voor meer burgerschapsonderwijs.

Lees meer…

Onderwijswet botst met maatschappelijk belang

De onderwijswetgeving in Nederland botst soms met het maatschappelijke belang van goed onderwijs. Dat blijkt uit antwoorden van demissionair staatssecretaris Sander Dekker van OCW op Kamervragen van de PVV over de bekostiging van een omstreden islamitische school voor voortgezet onderwijs in Amsterdam.

Dekker heeft zich lange tijd verzet tegen bekostiging van deze school, omdat die volgens hem niet zou voldoen aan de eisen op het gebied van actief burgerschap en sociale integratie. Hij zag voor het bestuur van de school problemen vanwege een publiekelijke steunbetuiging aan de islamitische terreurorganisatie IS.

De staatssecretaris trok het stichtingsbesluit voor de school in. Daarbij gebruikte hij het argument dat niet mocht worden aangenomen dat de voorspelde leerlingenaantallen zouden worden gehaald. De Raad van State oordeelde dat Dekker dit niet had mogen doen, omdat aan zijn besluit geen feiten of omstandigheden ten grondslag lagen. Later die maand oordeelde de raad dat Dekker de omstreden school moest bekostigen.

Democratie en rechtsorde

In antwoord op Kamervragen van de PVV zegt Dekker nu dat hij niet anders kon dan de school bekostigen, omdat hij ‘in onze democratie en rechtsorde’ de uitspraak van de Raad van State dient te respecteren. Tegelijkertijd meldt hij dat hiermee de zorgen over het bestuur van SIO niet zijn weggenomen.

‘De realiteit is dat de rechter heeft geoordeeld dat de onderwijswetgeving zich in dit geval niet verzet tegen de start van deze school. Ik wil er alles aan doen om te zorgen dat kinderen het onderwijs krijgen waar ze recht op hebben en dat ze leren wat het betekent om deel uit te maken van onze Nederlandse samenleving, ongeacht de grondslag van dat onderwijs’, aldus de staatssecretaris.

Het komt er volgens hem nu op aan dat ‘de school van SIO daadwerkelijk invulling geeft aan de kwaliteitseisen die voor alle vo-scholen gelden, waaronder die op het gebied van burgerschap’. Hij heeft de Inspectie van het Onderwijs gevraagd om erop toe te zien dat het bestuur voldoet aan deze wettelijke eisen.

Lees meer…

Stichtingsbesluit intrekken kan niet zomaar

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW had het stichtingsbesluit voor een omstreden islamitische school voor voortgezet onderwijs in Amsterdam niet mogen intrekken. Dat meldt de Raad van State.

De voorzieningenrechter van de afdeling Bestuursrechtspraak oordeelt dat Dekker het stichtingsbesluit niet had mogen intrekken, omdat hij daaraan geen feiten of omstandigheden ten grondslag had gelegd op grond waarvan mocht worden aangenomen dat de voorspelde leerlingaantallen niet zouden worden gehaald.

De tik op de vingers van de staatssecretaris betekent nog niet dat de omstreden islamitische school in Amsterdam er nu kan komen. Dekker besloot namelijk onlangs om de stichting die de school wil oprichten, hier geen bekostiging voor te geven. Over het negatieve bekostigingsbesluit loopt nog een gerechtelijke procedure.

Actief burgerschap en sociale integratie

De staatssecretaris wil de school in Amsterdam van de Stichting Islamitisch Onderwijs (SIO) niet bekostigen, omdat die volgens hem niet voldoet aan de eisen op het gebied van actief burgerschap en sociale integratie.

Lees meer…

Veel leerlingen denken negatief over moslims

Niet-islamitische vmbo’ers oordelen over het algemeen negatiever over moslims dan niet-islamitische havo- en vwo-leerlingen. Dat staat in het rapport Oorzaak en triggerfactoren moslimdiscriminatie in Nederland.

Voor wat betreft het opleidingsniveau van niet-islamitische jongeren blijkt dat vwo-scholieren het positiefst oordelen over islamitische bevolkingsgroepen. Onder vmbo’ers met een niet-islamitische achtergrond is dat oordeel aanmerkelijk negatiever. Het oordeel is gemiddeld het negatiefst onder mbo’ers.

Uit interviews met niet-islamitische jongeren blijkt dat zij verschillende (voor)oordelen hebben over moslims. Die worden onder andere geassocieerd met jongeren die overlast veroorzaken. Ook wordt gedacht aan mensen die negatief denken over homoseksualiteit of die gelijke rechten van mannen en vrouwen afwijzen.

Lees meer…

Actief burgerschap vereiste voor bekostiging

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW handhaaft zijn besluit om de Stichting Islamitisch Onderwijs niet te bekostigen, omdat deze stichting volgens hem niet voldoet aan de voorwaarde om actief burgerschap en sociale integratie te bevorderen. Dat staat in een brief aan de Tweede Kamer.

‘Voor dit bestuur voorzie ik vooral voor deze opdracht grote problemen vanwege een publiekelijke steunbetuiging aan IS van een (oud-)bestuurder van SIO, het niet onmiddellijk en publiekelijk afstand nemen daarvan door de overige bestuurders en het weigeren van medewerking aan onderzoek daarnaar’, aldus Dekker.

De staatssecretaris besloot vorig jaar al dat SIO geen bekostiging kreeg, maar het bestuur ging tegen dit besluit in beroep, omdat de stichting al over huisvesting beschikt. Voor Dekker maakt dit niet uit. Hij blijft erbij dat deze stichting voor islamitisch onderwijs geen rijksbekostiging krijgt, omdat volgens hem niet wordt voldaan aan de voorwaarde om actief burgerschap en sociale integratie te bevorderen.

Gedeeld burgerschap

De weigering van Dekker om bekostiging beschikbaar te stellen, sluit aan bij wat rechtsgeleerde en CDA-politicus Ernst Hirsch Ballin onlangs zei op het congres van de PO-Raad in Nijkerk. Hij zei daar dat bijzonder onderwijs ‘niet al te bijzonder’ moet worden. Daarmee bedoelde hij dat we ervoor moeten oppassen dat er in het bijzonder onderwijs stromingen opkomen die onvoldoende oog hebben voor gedeeld burgerschap.

Lees meer…

Ophef over ‘afzwakken paasviering’ afgezwakt

‘De scholen van Lucas Onderwijs vieren Pasen vanuit de christelijke traditie’, schrijft demissionair staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer. Aanleiding voor zijn brief is een bericht in het AD dat scholen die onder het bewuste Haagse bestuur voor confessioneel primar en voortgezet onderwijs vallen het christelijke karakter van de paasviering afzwakken om islamitische leerlingen en hun ouders te behagen.

Het bericht leidde tot felle reacties, onder anderen van de rooms-katholieke Tweede Kamerleden Michel Rog en Martijn van Helvert van het CDA in het Katholiek Nieuwsblad: ‘Niemand kan ons geloof, onze tradities of onze waarden kapot maken. Het past bij onze christelijke overtuiging om rekening te houden met de gevoelens van andersdenkenden. Maar dat is iets anders dan onze tradities en religieuze symbolen af te breken (…) opdat moslims zich niet aangevallen zouden voelen.’

Rog en Van Helvert benadrukten in de roomse krant dat geen ouder verplicht is om te kiezen voor een bijzondere school. Zij gaven islamitische ouders, als die moeite hebben met het christelijke karakter van de school, impliciet het advies te kiezen voor openbaar onderwijs: ‘(…) zeker in de stad Den Haag is er een ruime keuze uit scholen met verschillende levensbeschouwelijke achtergronden én een keur aan openbare scholen.’

Respect voor christelijke paasviering

VVD-Kamerlid Malik Azmani liet in een vervolgartikel in het AD weten dat het wat hem betreft ‘niet te verteren (is) als er zulke concessies worden gedaan’. Azmani wees er in de krant op dat het om kinderen gaat die door hun ouders op een bijzonder school zijn gedaan. ‘Dan moet iedereen respect op kunnen brengen voor de tradities en feestdagen die daar gevierd worden. Dit is nu precies zo’n voorbeeld van cultuurrelativisme dat gevaarlijk is voor dit land’, aldus Azmani, die als kind met een moslimachtergrond op een katholieke school zat.

De PVV in de Haagse gemeenteraad liet naar aanleiding van het bericht in het AD weten dat christelijke scholen bij de viering van Pasen geen rekening mogen houden met leerlingen met een islamitische achtergrond. In de Telegraaf sprak PVV-raadslid Elias van Hees van ‘verraad aan onze cultuur’. Raadslid Richard de Mos van de naar hem genoemde Haagse gemeenteraadsfractie noemde het ‘bizar’.

Paasviering vanuit christelijke traditie

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW laat nu in zijn brief aan de Tweede Kamer weten dat het allemaal een stuk genuanceerder ligt. ‘Lucas Onderwijs heeft aangegeven zich niet te herkennen in deze berichtgeving’, aldus Dekker. De berichtgeving is volgens het Haagse schoolbestuur ‘eigen leven gaan leiden, zonder dat deze recht doet aan de visie en de praktijk van de scholen’.

‘De scholen van Lucas Onderwijs vieren Pasen vanuit de christelijke traditie. Zo organiseren de scholen een paasontbijt en wordt het paasverhaal verteld. De scholen van Lucas Onderwijs zien het als hun taak om de boodschap van Pasen uit te dragen. Over Pasen en het paasverhaal wordt met en tussen de leerlingen het gesprek gevoerd. De scholen willen de leerlingen leren naar elkaar te luisteren en kennis te nemen van verschillen en overeenkomsten. Dit zien zij als belangrijke bagage voor de ontwikkeling van de leerlingen’, zo staat in de brief van Dekker.

Hij voegt eraan toe dat de viering van het paasfeest tussen scholen kan verschillen. ‘Dit is geheel in lijn met de vrijheid van scholen om hun onderwijs in te richten op een manier die past bij hun pedagogische opvattingen en bij de identiteit van de school.’

Lees meer…

Eén op vijf joden wil af van bijzonder onderwijs

Eén op de vijf joden in Nederland is voor het opheffen van het bijzonder onderwijs als dat goed is voor de integratie, meldt het Nieuw Israëlietisch Weekblad (NIW).

Het NIW hield in samenwerking met de Vrije Universiteit in Amsterdam en Kieskompas een enquête onder joden in Nederland. De enquête ging over kwesties als het mogelijke gevaar van de islam, antisemitisme, fysiek geweld en de opkomst van rechts populisme.

Ook de vrijheid van onderwijs kwam in de enquête aan bod. Deze vrijheid, die vastligt in artikel 23 van de Grondwet, bepaalt dat bijzonder onderwijs, waar de joodse scholen onder vallen, en openbaar onderwijs gelijkelijk worden gefinancierd.

Ongeveer één op de vijf joden die aan de enquête meededen, geeft aan dat het bijzonder onderwijs kan worden opgeheven als dat goed is voor de integratie. Bijna een kwart is bereid daarvoor het recht op te geven op wat ‘onderwijs eigen stijl’ wordt genoemd.

Lees meer…

Godsdienst voor minder leerlingen van belang

Van de jongeren tussen 15 en 18 jaar zegt 45 procent een godsdienst aan te hangen. In 2010 was dat nog 51 procent, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Van de jongeren die zeggen een christelijke identiteit te hebben, beschouwen de meesten zich als katholiek. Minder dan één op de tien rekent zich tot een islamitische stroming.

Naar de kerk of moskee?

Dat jongeren aangeven godsdienstig te zijn, betekent volgens het CBS niet dat ze ook regelmatig naar de kerk, de moskee of een ander gebedshuis gaan. Iets minder dan één op de drie doet dat minstens één keer per maand.

Protestantse jongeren gaan het vaakst naar de kerk. Ruim de helft doet dat minstens één keer per maand. Van de jongeren die zeggen moslim te zijn, gaat ruim één op de drie minstens één keer per maand naar de moskee. Jongeren die zich katholiek noemen, zien de kerk bijna nooit van binnen.

Moslimmeisjes moeten gemengd zwemmen

Ouders kunnen niet weigeren om hun kinderen mee te laten doen aan gemengd zwemmen, zo oordeelt het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.

Het hof oordeelde over een kwestie in Zwitserland, waar islamitische ouders weigerden om hun dochters mee te laten doen aan gemengd schoolzwemmen. Zij stelden dat hun geloof het niet toestaat dat meisjes met jongens zwemmen.

In het oordeel van het hof staat dat de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst in deze zaak weliswaar speelt, maar dat de taak van de school om te zorgen voor goed onderwijs en sociale integratie zwaarder weegt.

De dochters van de islamitische ouders die bezwaar maakten, zijn nog niet in de puberteit. In Zwitserland geldt bij wet dat gemengd zwemmen wel kan worden geweigerd als kinderen in de puberteit zijn.

Hoe herkent u radicalisering en wat doet u ertegen?

Er is een nieuwe online tool beschikbaar om radicalisering te voorkomen en aan te pakken. Ook scholen kunnen gebruikmaken van deze tool, die is ontwikkeld door het ministerie Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De tool helpt gebeurtenissen te herkennen die tot radicalisering kunnen leiden en geeft hen tips en adviezen over wat u in die gevallen kunt doen.

Ga naar de onlnie tool

Bekostiging islamitische school terecht geweigerd

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft terecht geweigerd om een Haagse school voor voortgezet onderwijs van de Stichting Islamitisch Onderwijs Amsterdam te bekostigen. Dit blijkt uit twee uitspraken van de Raad van State.

De stichting had om bekostiging gevraagd voor een nieuwe scholengemeenschap in Den Haag op islamitische en hindoeïstische grondslag of op islamitische en rooms-katholieke grondslag. De RvS oordeelt dat Dekker de aanvragen om bekostiging mocht afwijzen, omdat uit de statuten van de stichting niet duidelijk blijkt van welke godsdienstige of levensbeschouwelijke richting het onderwijs uitgaat, anders dan de islamitische richting.

De staatssecretaris heeft daarom bij zijn besluiten terecht de rooms-katholieke en hindoeïstische richting buiten beschouwing gelaten. Hij mocht daarbij de statuten in hun geheel beoordelen en hoefde niet enkel te kijken naar de doelstelling van de stichting, zoals de stichting wenste.

Duidelijk is dat er – op basis van de prognosecijfers – onvoldoende leerlingen zijn voor een scholengemeenschap op uitsluitend islamitische grondslag.

Openbare school weert moslima met nikab

Openbare basisschool Overvecht in Utrecht wil niet dat islamitische vrouwen in nikab naar school komen. Dat blijkt uit een bericht in het Algemeen Dagblad

Het AD schrijft over islamitische ouders die hun vierjarige kind wilden aanmelden op obs Overvecht. De vrouw droeg een nikab toen zij met haar man op school over de aanmelding van hun kind kwamen praten. Een nikab is een gezichtssluier die alleen de ogen vrijlaat.

De krant citeert directeur Marije Wassenaar van obs Overvecht: ‘Als openbare school hebben wij respect voor verschillende achtergronden en levensovertuigingen. Gezichtsbedekkende kleding is in de school echter niet toegestaan, want voor het onderwijs is het belangrijk dat we elkaars gezicht kunnen zien.’

Met nikab geen visueel contact

Het verbod op gezichtsbedekkende kleding is opgenomen in de schoolgids van obs Overvecht: ‘Visueel contact en het kunnen zien van emoties op gezichten zijn belangrijke aspecten van de communicatie en ontmoeting binnen de school en van groot belang voor het pedagogisch klimaat. Daarom is het dragen van gezichtsbedekkende kleding in de school en op het schoolplein niet toegestaan.’

Wel zijn religieuze symbolen toegestaan, zo staat in de schoolgids: ‘Als openbare school hebben wij respect voor verschillende achtergronden en levensovertuigingen. Daar hoort ook bij dat wij respect tonen en verwachten voor religieuze symbolen als het dragen van een kruisje of een hoofddoekje.’

Wetsvoorstel tegen gezichtsbedekkende kleding

De Tweede Kamer praat binnenkort over het wetsvoorstel van minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor een gedeeltelijk verbod op gezichtsbedekkende kleding in onder andere het onderwijs. In het regeerakkoord was afgesproken dat er een dergelijk verbod zou komen.

Uitgangspunt van het wetsvoorstel is dat in een vrij land iedereen het recht heeft zich naar eigen inzicht te kleden, wat anderen er ook van vinden. Die vrijheid is slechts begrensd in situaties waar het essentieel is dat men elkaar kan aankijken, omdat goede dienstverlening en veiligheid daar gewaarborgd moeten zijn.

Burgerschapstaak bepalend voor bekostiging

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW weigert definitief geld te geven voor een nieuwe islamitische school voor voortgezet onderwijs. Hij heeft er geen vertrouwen in dat de geplande school haar burgerschapstaak kan waarmaken, zoals vastgelegd in artikel 17 van de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO).

Het besluit van Dekker houdt verband met een uitspraak van oud-bestuurder Khoulani van de Stichting Islamitisch Onderwijs Amsterdam en Omstreken (SIO). Die zou in 2014 op Facebook steun hebben betuigd aan de islamitische terreurorganisatie ISIS. Het ging om de uitspraak ‘leve ISIS en in shaa Allah op naar Baghdad om dat schorem aldaar aan te pakken’.

Andere bestuursleden zouden daar, volgens Dekker, in een veel te laat stadium afstand van hebben genomen. Daardoor heeft de staatssecretaris er geen vertrouwen in dat de op te richten islamitische school in Amsterdam wel haar wettelijke burgerschapstaak kan waarmaken.

Dekker heeft zijn besluit per brief kenbaar gemaakt aan SIO.

‘Suikerfeest moet officiële feestdag worden’

Het Suikerfeest moet een officiële feestdag worden, vindt directeur Josje Boshoff van openbare basisschool Pantarijn in Rotterdam.

Boshoff doet haar uitspraak in een reportage van RTV Rijnmond. Die reportage gaat over de viering van het Suikerfeest en scholen die islamitische leerlingen hiervoor vrij geven. Eén op de drie openbare basisscholen in Rotterdam doet dat.

De directeur van obs Pantarijn vindt dat het tijd is om van het Suikerfeest een officiële religieuze feestdag te maken. In dit kader vergelijkt ze het feest met Kerstmis.

Verus vreest uitholling vrijheid van onderwijs

Met de weigering om een nieuwe islamitische school voor voortgezet onderwijs in Amsterdam te bekostigen, holt staatssecretaris Sander Dekker van OCW de vrijheid van onderwijs uit. Dat vindt voorzitter Wim Kuiper van de christelijke besturenorganisatie Verus.

Het besluit van Dekker houdt verband met een uitspraak van oud-bestuurder Khoulani van de Stichting Islamitisch Onderwijs Amsterdam en Omstreken (SIO). Die zou in 2014 op Facebook steun hebben betuigd aan de islamitische terreurorganisatie ISIS. Het ging om de uitspraak ‘leve ISIS en in shaa Allah op naar Baghdad om dat schorem aldaar aan te pakken’, zo staat in een brief van Dekker aan de Tweede Kamer.

Andere bestuursleden zouden daar, volgens Dekker, in een veel te laat stadium afstand van hebben genomen. Daardoor betwijfelt de staatssecretaris of de op te richten islamitische school in Amsterdam wel ‘haar wettelijke burgerschapstaak’ kan waarmaken.

‘Het kan niet zo zijn dat we met belastinggeld een school mogelijk maken waar kinderen zich van Nederland leren afkeren in plaats van er onderdeel van uit te maken’, zo schrijft Dekker.

‘Dit kan ook christelijke minderheid overkomen’

Voorzitter Wim Kuiper van de christelijke profielorganisatie Verus benadrukt in het AD dat het in strijd is met de vrijheid van onderwijs om bij voorbaat een schoolinitiatief de maat te nemen. De staatssecretaris zou volgens hem op basis van grondwetsartikel 23 alleen mogen ingrijpen als blijkt dat een bestaande school structureel zwak presteert.

De voorzitter van Verus benadrukt dat de overheid geen vrijbrief in handen mag hebben om de vrijheid van onderwijs ‘met al dan niet nobele motieven op eenvoudige wijze fors uit te hollen’. ‘Vandaag overkomt dat de islamitische minderheid, maar morgen overkomt het misschien evenzeer de christelijke of een andere minderheid in ons land’, aldus Kuiper.

Eindexamens niet verzet om ramadan

Het is geen doen om bij de planning van de eindexamens in 2017 rekening te houden met de ramadan. Daarmee reageert staatssecretaris Sander Dekker van OCW op Kamervragen van Tunahan Kuzu van de Groep Kuzu/Öztürk.

Het islamitische Kamerlid van Turkse afkomst had op de website van de Britse omroep BBC gezien dat er bij de eindexamens in Groot-Brittannië rekening wordt gehouden met de maand waarin moslims geacht worden te vasten. In de Vlaamse krant Het Laatste Nieuws las hij dat daar ook in Belgische scholen rekening mee wordt gehouden.

Dekker wijst Kuzu erop dat Groot-Brittannië en België in tegenstelling tot Nederland geen stelsel met centrale examens kennen. ‘Centrale examens vinden voor leerlingen in het voortgezet onderwijs één keer gedurende de hele schoolloopbaan plaats. Uitgaande van het feit dat de ramadan 31 dagen duurt is het praktisch al niet mogelijk hier rekening mee te houden.’ De staatssecretaris voegt daaraan toe dat bij de planning wel rekening wordt gehouden met wettelijk vastgestelde feestdagen. De ramadan behoort daar niet toe.

Ramadan verplaatsen

Op de vraag van Kuzu of Dekker verwacht dat islamitische leerlingen minder goed zullen presteren als ze niet eten, antwoordt Dekker dat het de individuele verantwoordelijkheid van een leerling is om zich zo goed mogelijk voor te bereiden op toetsen en examens. ‘Het kan zijn dat leerlingen religieuze verplichtingen belangrijk vinden, ook in periodes waarin toetsen worden afgenomen. Die afweging laat ik aan het individu.’

De staatssecretaris benadrukt dat islamitische leerlingen die graag deelnemen aan de ramadan ervoor kunnen kiezen de vastenperiode te verplaatsen.

Eindexamens in 2017

De ramadan is in 2017 van 27 mei tot 24 juni. Het eerste tijdvak van de eindexamens begint dan op 10 mei en eindigt op 24 mei. Er is dan dus geen overlap met de ramadan. Het tweede tijdvak in 2017 begint, afhankelijk van de sector waar dat tijdvak betrekking op heeft, op 7 juni, 14 juni of 19 juni en eindigt op 22 juni. Dan is het ramadan.

Ga naar de reactie van de staatssecretaris.

 

Sociale veiligheid en signaleren radicalisering

De Stichting School en Veiligheid heeft de folder Onderwijsaanpak sociale veiligheid en radicalisering in de school gepubliceerd.

Deze folder gaat over trainingen en begeleiding die School en Veiligheid aanbiedt. Doel van deze trainingen is om docenten in staat te stellen om te reageren op signalen van polarisatie in de school en de ontwikkeling van extreme idealen bij hun leerlingen.

Het aanbod is gericht op basisonderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs.

Download de folder.

Schoolreizen niet meer naar terreurgevoelige steden

Veel scholen worstelen na de aanslagen in Parijs en Brussel met de invulling van de buitenlandse schoolreizen, meldt de NOS op basis van een rondgang langs scholen voor voortgezet onderwijs.

De scholen willen volgens de NOS niet toegeven aan de angst, maar voelen ook een grote verantwoordelijkheid voor de leerlingen. Over het algemeen gaan de reizen door, maar worden er wel aanpassingen gedaan in het programma. Zo worden uit voorzorg hoofdsteden en het openbaar vervoer gemeden.

Geen schoolreizen meer naar Istanbul

Een stad die veel scholen links laten liggen, is Istanbul. Veel klassen zouden deze stad dit jaar aandoen, maar na aanslagen eerder dit jaar hebben bijna alle respondenten voor een locatie dichterbij gekozen, zoals Lissabon.

Lees meer…