Klassenfoto tijdens Offerfeest geen discriminatie

De openbare Maria Montessorischool in Den Haag heeft niet schuldig gemaakt aan discriminatie bij het nemen van klassenfoto’s tijdens het islamitische Offerfeest. Dat heeft het gerechtshof in Den Haag in hoger beroep beslist.

In 2015 kwam de schoolfotograaf langs op de eerste dag van het Offerfeest. Twee leerlingen uit een islamitisch gezin hadden toen vrij. Zij stonden daardoor niet op de klassenfoto. De ouders vonden dat de school hun kinderen had gediscrimineerd. Ze eisten excuses van de school en daarbovenop een schadevergoeding van 10.000 euro.

De rechter bepaalde dat de school niet goed had gehandeld. De ouders kregen een schadevergoeding toegewezen van 500 euro. Stichting De Haagse Scholen, waaronder de bewuste openbare basisschool valt, ging tegen deze beslissing in beroep.

Voldoende alternatieven, geen discriminatie

Het gerechtshof stelt de school nu in het gelijk. Het hof houdt er rekening mee dat de school de bedoeling had om de komst van de schoolfotograaf niet te laten samenvallen met het Offerfeest. Dat bleek echter een dag later te beginnen dan de school dacht.

Bovendien bood de school alternatieven aan. Zo is de schoolfotograaf die dag vroeger begonnen. Van die mogelijkheid hebben meerdere islamitische ouders gebruikgemaakt.

Daarnaast zijn door de adjunct-directeur later opnieuw klassenfoto’s gemaakt. Op die foto’s, die gratis ter beschikking zijn gesteld, staan wel alle leerlingen. De schoolfotograaf heeft ook nog individuele foto’s van de twee leerlingen gemaakt.

Het gerechtshof oordeelt dat de school voldoende compenserende maatregelen heeft genomen. Er kan niet worden gesteld dat de school schuldig is aan discriminatie.

Lees de uitspraak

Reactie De Haagse Scholen

De Haagse Scholen laat op Facebook weten blij te zijn met deze uitspraak. ‘Het is een bevestiging dat het handelen van de school in eerste instantie onjuist is beoordeeld.’ Het schoolbestuur noemt het spijtig dat het nodig was een gerechtelijke procedure te doorlopen.

Voor zover bekend is er geen reactie beschikbaar van de islamitische ouders.

Nog onduidelijk wanneer boerkaverbod ingaat

Het lijkt onwaarschijnlijk dat het boerkaverbod in onder andere het onderwijs in januari ingaat. D66-minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken wil eerst nog met alle betrokken partijen overleggen over de handhaving van dit verbod. Daardoor kan het nog wel vele maanden gaan duren voordat het boerkaverbod van kracht wordt, meldt het AD.

Afgelopen juni stemde na de Tweede Kamer ook de Eerste Kamer in met het boerkaverbod in onder andere het onderwijs. Het idee voor dit verbod stond al in het regeerakkoord van het vorige kabinet onder leiding van VVD-premier Mark Rutte. Het werd ingediend door toenmalig PvdA-minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken.

Het regelt niet alleen een verbod op boerka’s, maar ook op andere gezichtsbedekkende kleding, zoals bivakmutsen en de integraalhelmen. De gedachte achter het verbod is dat het dragen van een boerka en andere gezichtsbedekkende kleding het veiligheidsgevoel van mensen aantast. Ook de niqaab, waarbij de ogen nog zichtbaar zijn, valt eronder. Het verbod zal geen betrekking hebben op bijvoorbeeld islamitische hoofddoekjes en joodse keppeltjes, omdat die het gezicht niet bedekken.

Het boerkaverbod zou niet alleen in het onderwijs moeten gaan gelden, maar ook in de zorg, het openbaar vervoer en overheidsgebouwen. Het plan was om het in januari te laten ingaan, maar dat lijkt niet haalbaar. Minister Ollongren zegt tegen het AD dat er nog met alle betrokken partijen moet worden overlegd over de manier waarop het gehandhaafd kan worden. Daardoor kan het nog vele maanden gaan duren.

Lees meer…

Geen paasontbijt, wel Suikerfeest

‘Basisscholen bepalen zelf welke feesten, vieringen of herdenkingen op school plaatsvinden’. Dat zegt onderwijsminister Arie Slob in antwoord op Kamervragen na een bericht over de openbare Theo Thijssenschool in Amsterdam, die dit schooljaar het paasontbijt overslaat en aandacht besteedt aan het islamitische Suikerfeest. Dit werd in oktober gemeld in deze nieuwsbrief van de school.

De Kamervragen waren van de VVD-Kamerleden Rudmer Heerema en Bente Becker. Zij wilden onder meer van de minister weten of ook hij vindt dat ‘Nederlandse tradities’ op scholen niet mogen plaatsmaken voor ‘tradities uit andere religies en culturen, zoals het Suikerfeest’.

Slob antwoordt daarop dat scholen zelf bepalen hoe ze leerlingen kennis laten maken met ‘geestelijke stromingen die in Nederland een belangrijke rol spelen’. Hij voegt eraan toe dat scholen zich moeten richten ‘op het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie, op het leren over de pluriforme samenleving en op kennis hebben van en kennismaken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten’.

Het is volgens de minister aan de school om hier in overleg met de ouders en de leerkrachten een passende invulling aan te geven.

Aandacht voor verschillende stromingen

De school legt uit dat het paasontbijt dit jaar wordt overgeslagen, omdat het moeilijk te combineren is met de meivakantie en ‘lopende thema’s’. Tevens benadrukt de school ook aandacht te besteden aan het pesachfeest binnen het jodendom, het lichtjesfeest (Divali) binnen het hindoeïsme en aan het christelijke kerstfeest (met het kerstdiner). De school besteedt bovendien aandacht aan het humanisme.

Lees meer…

Nooit sprake van verplicht bidden in openbaar onderwijs

Een meerderheid in de Tweede Kamer staat achter een motie van de SGP die vindt dat geen enkele leerling in het openbaar onderwijs kan worden verplicht tot het uitvoeren van religieuze handelingen. Hiermee schaart de Kamer zich achter een volstrekt onnodige motie, omdat het in het openbaar onderwijs nooit verplicht is om te bidden of andere religieuze handelingen uit te voeren.

De SGP wil dat ouders de wettelijke mogelijkheid krijgen om kinderen thuis te houden als de school op excursie gaat naar een moskee. Het bevindelijk gereformeerde Tweede Kamerlid Roelof Bisschop stelt dat leerlingen tijdens zo’n excursie worden gedwongen om tot Allah te bidden. Dat wil hij per se niet.

Zijn motie werd mede ingediend door Michel Rog van het CDA, Eppo Bruins van de ChristenUnie en Rudmer Heerema van de VVD. Een meerderheid in de Tweede Kamer sprak vervolgens haar steun ervoor uit.

Nooit verplicht bidden

VOS/ABB benadrukt dat de motie volstrekt overbodig was, omdat in elk geval in het openbaar onderwijs geen enkele leerling wordt gedwongen om tijdens een excursie naar een gebedshuis te bidden of andere religieuze handelingen uit te voeren. Dat gebeurt niet tijdens excursies naar een moskee en ook niet als er bijvoorbeeld een christelijke kerk wordt bezocht.

Evenmin worden kinderen die openbaar onderwijs krijgen op school gedwongen om religieuze handelingen uit te voeren, zoals bidden. Dit ligt anders in bijvoorbeeld reformatorische scholen. Daar kunnen strenge religieus gemotiveerde voorschriften gelden, waar leerlingen en personeelsleden zich strikt aan moeten houden. Zo kreeg een docent van het reformatorische Driestar College in Gouda onlangs te horen dat hij wordt ontslagen, omdat hij zich met een theatervoorstelling niet zou hebben gehouden aan de christelijke voorschriften uit de Bijbelse geboden.

Gelijkwaardigheid en wederzijds respect

Openbaar onderwijs en excursies van openbare scholen naar gebedshuizen staan altijd in het teken van ontmoeting op basis van gelijkwaardigheid en wederzijds respect. De openbare scholen gaan immers uit van de diverse samenleving in al haar facetten en bereiden kinderen voor om daar op een positieve en opbouwende manier deel van uit te maken. Dat is een belangrijke meerwaarde van openbaar onderwijs.

Lees ook het commentaar van senior beleidsmedewerker Marleen Lammers van VOS/ABB.

Wet in stelling brengen tegen diversiteit? Niet doen!

Een wet die vastlegt dat ouders hun kinderen kunnen thuishouden als met de klas een bezoek wordt gebracht aan een gebedshuis? Dat moeten we niet willen, want dat botst met de actief-pluriforme opdracht van de openbare scholen!

Het bevindelijk gereformeerde Tweede Kamerlid Roelof Bisschop van de SGP wil dat ouders wettelijk het recht krijgen om hun kinderen thuis te houden als er een excursie wordt georganiseerd naar bijvoorbeeld een moskee. Het gaat hem te ver dat kinderen daar kunnen ervaren hoe het is om als moslim te bidden.

Zijn wens krijgt kritiek uit eigen christelijke kring. Interimbestuurder Cor Clarijs van de christelijke profielorganisatie Verus vindt schoolexcursies naar niet-christelijke gebedshuizen prima. De gedachte dat kinderen in de moskee worden geïndoctrineerd of onderworpen aan de islam, is volgens hem nergens op gestoeld. We moeten ons verstand gebruiken, benadrukt hij, en ons niet laten regeren door onderbuikgevoelens.

Openbaar onderwijs

Daar ben ik het helemaal mee eens, met name ook vanuit de kernwaarden van het openbaar onderwijs. De openbare scholen weerspiegelen de diverse samenleving in al haar facetten en bereiden kinderen voor om daar op een positieve en opbouwende manier deel van uit te maken. Daar horen gelijkwaardigheid en wederzijds respect bij.

Er zijn verschillen – gelukkig maar! – en daar besteden openbare scholen aandacht aan. Soms schuurt het, maar dat biedt de kans om ook met ouders het gesprek aan te gaan, juist in het openbaar onderwijs. Als iedereen maar klakkeloos ja en amen zegt, wordt het een grijze wereld waarin we geen kleur meer kunnen bekennen.

Dus voorschrijven in een wet dat leerlingen niet hoeven deel te nemen aan dergelijke excursies? Nee, dat past niet bij de actief-pluriforme opdracht van het openbaar onderwijs. Het gesprek aangaan en kritisch kijken naar het waarom van bepaalde schoolactiviteiten? Ja graag!

Marleen Lammers, beleidsmedewerker VOS/ABB

‘Kinderen thuishouden bij moskeebezoek gaat te ver’

Het gaat te ver om kinderen thuis te houden als ze bij een moskeebezoek gaan bidden als moslim. Dat vindt interim-bestuurder Cor Clarijs van de christelijke profielorganisatie Verus.

De rooms-katholieke Clarijs reageert in de Telegraaf op een voorstel van de SGP om ouders het recht te geven hun kinderen thuis te houden als de klas op bezoek gaat bij een moskee en de kinderen daar leren hoe het is om als moslim te bidden. Dat laatste vindt het bevindelijk gereformeerde SGP-Kamerlid Roelof Bisschop niet kunnen.

‘Als de ouders er moeite mee hebben, kan dat prima worden besproken en naar een alternatief worden gezocht; bijvoorbeeld in de vorm van een vervangende opdracht’, aldus Clarijs. Volgens hem worden tijdens schoolexcursies naar niet-christelijke gebedshuizen leerlingen nooit verplicht mee te doen aan rituelen, zoals islamitisch bidden. ‘De suggestie dat kinderen worden geïndoctrineerd of onderworpen aan de islam, is nergens op gestoeld’, benadrukt de voorzitter van Verus.

Hij voegt daaraan toe dat we ons verstand moeten gebruiken. ‘Handel niet staccato op je onderbuikgevoelens en respecteer elkaar.’

Lees ook dit bericht op de website van Verus.

Slob: ‘Islamitische basisschool geen bedreiging’

‘In de praktijk zijn er talloze voorbeelden van openbare en bijzondere scholen die zonder problemen een schoolgebouw delen’, antwoordt onderwijsminister Arie Slob op vragen van de PVV over een openbare en een islamitische basisschool in Utrecht die sinds kort in één gebouw zitten.

Tweede Kamerlid Harm Beertema van de PVV van Geert Wilders had vragen gesteld aan Slob over het inhuizen van de Utrechtse islamitische basisschool Al Arqam in het gebouw dat voorheen alleen door openbare basisschool De Klimroos werd gebruikt.

Volgens Beertema zal dit ertoe leiden dat ‘het Nederlandse karakter en het Nederlandse pedagogische klimaat van openheid, vrijheid en respect voor vrouwen, seksueel anders geaarden en ongelovigen ernstig in gevaar komt’. Slob weerspreekt dat. Hij benadrukt dat ‘het uitdragen van de fundamentele waarden van onze democratische rechtsstaat’ een taak is van alle scholen. ‘Dat geldt ook voor het bevorderen van onderlinge verbinding in de samenleving’, aldus de minister.

Hij voegt daaraan toe dat er ‘in de praktijk talloze voorbeelden (zijn) van openbare en bijzondere scholen (van verschillende richtingen) die zonder problemen een schoolgebouw delen’.

Het bestuur van obs De Klimroos tekende bezwaar aan tegen de komst van Al Arqam, maar de rechter bepaalde in juli dat de openbare basisschool ruimte moest maken voor de komst van de islamitische basisschool. Daar legde het bestuur van de openbare basisschool zich bij neer.

Lees meer…

Eerste Kamer stemt in met boerkaverbod

Na de Tweede Kamer heeft nu ook de Eerste Kamer ingestemd met het boerkaverbod in onder andere het onderwijs.

Het wetsvoorstel voor het boerkaverbod kwam voort uit het regeerakkoord van het vorige kabinet onder leiding van VVD-premier Mark Rutte. Het werd ingediend door voormalig PvdA-minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken.

Het regelt niet alleen een verbod op boerka’s, maar ook op andere gezichtsbedekkende kleding, zoals de bivakmuts en de integraalhelm. De gedachte achter het verbod is dat het dragen van een boerka die het gezicht bedekt, het veiligheidsgevoel van mensen aantast. Ook de niqaab, waarbij de ogen nog zichtbaar zijn, valt onder het verbod. Het heeft geen betrekking op bijvoorbeeld islamitische hoofddoekjes en joodse keppeltjes, omdat die het gezicht niet bedekken.

Het boerkaverbod gaat niet alleen in het onderwijs gelden, maar ook in de zorg, het openbaar vervoer en overheidsgebouwen. Het gaat waarschijnlijk pas over zes maanden in. In de tussentijd kunnen onder andere scholen zich erop voorbereiden.

Stemming boerkaverbod uitgesteld

De stemming in de Eerste Kamer over het boerkaverbod in onder andere het onderwijs is met een week uitgesteld tot dinsdag 26 juni.

Het uitstel kwam er op verzoek van de SP die met een motie komt. Dit zal waarschijnlijk niet van invloed zijn op de verwachte meerderheid voor het boerkaverbod.

Veiligheidsgevoel

Het wetsvoorstel voor het boerkaverbod kwam voort uit het regeerakkoord van het vorige kabinet onder leiding van VVD-premier Mark Rutte. Het werd ingediend door voormalig PvdA-minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken.

Het regelt niet alleen een verbod op boerka’s, maar ook op andere gezichtsbedekkende kleding, zoals de bivakmuts en de integraalhelm. De gedachte achter het verbod is dat het dragen van een boerka die het gezicht bedekt, het veiligheidsgevoel van mensen aantast. Ook de niqaab, waarbij de ogen nog zichtbaar zijn, valt onder het voorgestelde verbod. Het wetsvoorstel heeft geen betrekking op bijvoorbeeld islamitische hoofddoekjes en joodse keppeltjes, omdat die het gezicht niet bedekken.

Onderwijs, openbaar vervoer, overheidsgebouwen

Het wetsvoorstel is in november 2016 goedgekeurd door de Tweede Kamer. Als de Eerste Kamer er ook mee instemt, gaat het boerkaverbod gelden in het onderwijs, de zorg, het openbaar vervoer en overheidsgebouwen.

Meerderheid Eerste Kamer voor boerkaverbod

In de Eerste Kamer tekent zich een meerderheid af voor een gedeeltelijk boerkaverbod, dat onder andere van kracht wordt in het onderwijs. Dat bleek dinsdag tijdens een debat over het wetsvoorstel dat dit verbod moet regelen.

Het wetsvoorstel voor het boerkaverbod kwam voort uit het regeerakkoord van het vorige kabinet onder leiding van VVD-premier Mark Rutte. Het werd ingediend door voormalig PvdA-minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken.

Het regelt niet alleen een verbod op boerka’s, maar ook op andere gezichtsbedekkende kleding, zoals de bivakmuts en de integraalhelm. De gedachte achter het verbod is dat het dragen van een boerka die het gezicht bedekt, het veiligheidsgevoel van mensen aantast. Ook de niqaab, waarbij de ogen nog zichtbaar zijn, valt onder het voorgestelde verbod. Het wetsvoorstel heeft geen betrekking op bijvoorbeeld islamitische hoofddoekjes en joodse keppeltjes, omdat die het gezicht niet bedekken.

Het wetsvoorstel is in november 2016 goedgekeurd door de Tweede Kamer. Als de Eerste Kamer er ook mee instemt, gaat het boerkaverbod gelden in het onderwijs, de zorg, het openbaar vervoer en overheidsgebouwen. De Senaat stemt erover op dinsdag 19 juni.

‘Godsdienstleraar kan moslimleerling beter overtuigen’

Een juf op een openbare basisschool kan een islamitische leerling minder goed overtuigen dan een godsdienstleraar op een islamitische school, stelt Marietje Beemsterboer in NRC. Zij deed als promovenda aan de Universiteit Leiden onderzoek naar de religieuze identiteit van islamitische basisscholen in de maatschappelijke context waarin deze scholen zich bevinden.

Beemsterboer interviewde voor haar onderzoek directeuren, leraren en godsdienstleerkrachten van negentien islamitische basisscholen. Haar conclusie is dat islamitisch onderwijs de integratie van moslims kan bevorderen.

‘Door de geborgen omgeving kunnen moeilijke onderwerpen worden besproken. Als een boodschap met veel tact en respect voor de islamitische achtergrond wordt gebracht, is de kans groter dat een leerling zich ervoor openstelt. Hij of zij komt dan niet in een loyaliteitsconflict met de thuissituatie’, zo citeert NRC haar.

Homoseksualiteit

Als voorbeeld noemt ze homoseksualiteit. ‘Op een openbare basisschool zal de juf vertellen dat je verliefd kunt zijn op zowel mannen als vrouwen. Kinderen uit een islamitisch gezin denken dan: ‘Mijn juf weet dat misschien niet, maar die boodschap geldt niet voor mij.’

Op een islamitische basisschool wordt het onderwerp niet behandeld door de juf, maar door een godsdienstleerkracht. ‘Die wordt door leerlingen en ouders vertrouwd. Als díe vertelt dat homoseksualiteit in Nederland geaccepteerd is, en dat je niets te maken hebt met het privéleven van een ander, dan is de kans groter dat de boodschap aankomt’, aldus Beemsterboer.

Lees meer…

Slob: Logisch dat scholen rekening houden met ramadan

Hoe en wanneer onderdelen van het onderwijsprogramma worden aangeboden is aan de scholen. Het spreekt voor zich dat zij daarbij rekening houden met de achtergrond van hun leerlingen. Daarmee reageert onderwijsminister Arie Slob op vragen van de PVV over het openbare Rijswijks Lyceum, dat bij de planning van het onderwijs rekening houdt met de islamitische vastenmaand ramadan.

De vragen van de PVV volgden op een artikel in NRC. Daarin komt biologieleraar Rashid El Mouhamadi van het Rijswijks Lyceum aan het woord. Hij zegt dat bij de planning van de leerstof rekening wordt gehouden met de ramadan. ‘Bepaalde onderwerpen vermijden we, zoals voortplanting en seksualiteit. Dat wordt wel behandeld, maar op een ander moment in het jaar’, zo citeert de krant de biologieleraar.

Dat schoot bij Kamerleden van de anti-islamitische PVV van Geert Wilders in het verkeerde keelgat. Zij wilden van minister Slob weten hoe hij hierover denkt. Die antwoordt dat het onderwijs in overeenstemming moet zijn met de kerndoelen en eindtermen, maar dat het aan de scholen is om te bepalen hoe en wanneer zij de onderdelen van hun onderwijsprogramma aan bod laten komen. Het spreekt volgens Slob voor zich dat scholen daarbij rekening houden met de achtergrond van hun leerlingen.

Geen sprake van verplicht bezoek aan moskee

Burgemeester Tjeerd van der Zwan van de gemeente Heerenveen heeft er nooit voor gepleit om in het kader van maatschappijleer leerlingen te verplichten een moskee te bezoeken. Dat benadrukt onderwijsminister Arie Slob in reactie op Kamervragen.

De vragen waren afkomstig van de PVV, die zich baseerde op een artikel in de Leeuwarder Courant. Daarin staat dat volgens burgemeester Van der Zwan met een bezoek aan een moskee vooroordelen over de islam kunnen verdwijnen.

Nergens in het artikel spreekt de burgemeester over een verplicht moskeebezoek, maar Geert Wilders en zijn PVV-fractiegenoten Harm Beertema en Machiel de Graaf lazen dat er wel in en stelden op basis van hun interpretatie vragen op. Slob reageert daarop door te benadrukken dat de uitlatingen, zoals de PVV die verwoordt, niet zijn gedaan.

Hoger beroep in zaak rond gemiste klassenfoto

De Haagse Scholen voor openbaar primair onderwijs in Den Haag gaat in beroep tegen de uitspraak in de zaak over een gemiste klassenfoto. De stichting werd in juli veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van 500 euro vanwege indirect onderscheid op basis van geloofsovertuiging (discriminatie).

De Haagse Scholen werden veroordeeld tot het betalen van de schadevergoeding, omdat twee leerlingen van de openbare Maria Montessorischool in Den Haag niet op de klassenfoto konden vanwege het islamitische Offerfeest. De fotosessie was op de dag van dat feest gepland.

De moeder van de kinderen spande een rechtszaak aan, omdat zij het discriminerend vond dat de school de fotograaf juist op een islamitische feestdag liet komen, waardoor haar kinderen niet op de foto konden. Ze eiste een schadevergoeding van 10.000 euro. Dat bedrag ging de Haagse kantonrechter te ver, maar deze vond 500 euro (250 euro per kind) wel op zijn plaats, omdat de school volgens de rechter onderscheid heeft gemaakt tussen leerlingen. Dat mag niet volgens de Algemene wet gelijke behandeling.

De school voerde aan dat geprobeerd is de afspraak met de schoolfotograaf te verzetten, maar dat dat helaas niet lukte. Daarna is de fotograaf op een andere dag teruggekomen om van de islamitische leerlingen individuele foto’s te maken, maar de klassenfoto kon toen niet worden overgemaakt.

Openbaar onderwijs, iedereen welkom

De Haagse Scholen gaan in een persbericht in op het besluit om in hoger beroep te gaan. In het persbericht wordt benadrukt dat op openbare scholen iedereen welkom is en dat het openbaar onderwijs zich maximaal inzet om het onderwijs voor ieder kind toegankelijk te maken. ‘De school houdt dan ook bij het opstellen van de jaarkalender rekening met (onder andere islamitische) feestdagen’, zo staat er.

De planning van de klassenfoto berustte volgens de stichting op een misverstand, waarna actie ondernomen is om de gevolgen daarvan te herstellen. ‘De school heeft diverse initiatieven genomen om het zo goed mogelijk te organiseren voor de ouders die deze dag met hun kinderen het Offerfeest wilden vieren. Er zijn bijvoorbeeld vervangende foto’s vervaardigd en gratis beschikbaar gesteld. Helaas bleken de getroffen maatregelen onvoldoende voor de eisende ouders.’

Het oordeel van de kantonrechter dat de stichting indirect onderscheid heeft gemaakt op grond van geloofsovertuiging (discriminatie) is volgens de stichting onjuist. ‘Na een zorgvuldige afweging willen we deze zaak opnieuw laten beoordelen en kiezen wij voor hoger beroep. Daarbij speelt vooral een rol dat de rechtbank in eerste aanleg de feitelijke gang van zaken niet volledig heeft getoetst. De stichting heeft behoefte aan een uitspraak op basis van een volledige beoordeling van de gang van zaken.’

‘Meer burgerschapsonderwijs nodig’

In Nederlandse scholen moet meer aandacht komen voor burgerschapsonderwijs. Dat vindt Friso Roscam Abbing van de Europese Fundamental Rights Agency (FRA).

Hij gaat bij de NOS in op een onderzoek van het FRA waaruit blijkt dat moslims in Nederland zich vaker gediscrimineerd voelen dan in andere Europese landen. Ze zouden bijvoorbeeld moeilijker een woning krijgen vanwege hun Arabisch klinkende achternaam. Ook zouden ze op hun werk geen pauze mogen nemen om te bidden of geen vrij krijgen op islamitische feestdagen.

‘Als mensen stelselmatig slachtoffer worden van discriminatie, brokkelt het vertrouwen af. Er is geen directe link tussen discriminatie en extremisme, maar het gevoel te worden buitengesloten, maakt vatbaar voor alternatieve ideeën waaronder ook extremisme’, aldus Roscam Abbing. Hij pleit daarom voor meer burgerschapsonderwijs.

Lees meer…

Onderwijswet botst met maatschappelijk belang

De onderwijswetgeving in Nederland botst soms met het maatschappelijke belang van goed onderwijs. Dat blijkt uit antwoorden van demissionair staatssecretaris Sander Dekker van OCW op Kamervragen van de PVV over de bekostiging van een omstreden islamitische school voor voortgezet onderwijs in Amsterdam.

Dekker heeft zich lange tijd verzet tegen bekostiging van deze school, omdat die volgens hem niet zou voldoen aan de eisen op het gebied van actief burgerschap en sociale integratie. Hij zag voor het bestuur van de school problemen vanwege een publiekelijke steunbetuiging aan de islamitische terreurorganisatie IS.

De staatssecretaris trok het stichtingsbesluit voor de school in. Daarbij gebruikte hij het argument dat niet mocht worden aangenomen dat de voorspelde leerlingenaantallen zouden worden gehaald. De Raad van State oordeelde dat Dekker dit niet had mogen doen, omdat aan zijn besluit geen feiten of omstandigheden ten grondslag lagen. Later die maand oordeelde de raad dat Dekker de omstreden school moest bekostigen.

Democratie en rechtsorde

In antwoord op Kamervragen van de PVV zegt Dekker nu dat hij niet anders kon dan de school bekostigen, omdat hij ‘in onze democratie en rechtsorde’ de uitspraak van de Raad van State dient te respecteren. Tegelijkertijd meldt hij dat hiermee de zorgen over het bestuur van SIO niet zijn weggenomen.

‘De realiteit is dat de rechter heeft geoordeeld dat de onderwijswetgeving zich in dit geval niet verzet tegen de start van deze school. Ik wil er alles aan doen om te zorgen dat kinderen het onderwijs krijgen waar ze recht op hebben en dat ze leren wat het betekent om deel uit te maken van onze Nederlandse samenleving, ongeacht de grondslag van dat onderwijs’, aldus de staatssecretaris.

Het komt er volgens hem nu op aan dat ‘de school van SIO daadwerkelijk invulling geeft aan de kwaliteitseisen die voor alle vo-scholen gelden, waaronder die op het gebied van burgerschap’. Hij heeft de Inspectie van het Onderwijs gevraagd om erop toe te zien dat het bestuur voldoet aan deze wettelijke eisen.

Lees meer…

Stichtingsbesluit intrekken kan niet zomaar

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW had het stichtingsbesluit voor een omstreden islamitische school voor voortgezet onderwijs in Amsterdam niet mogen intrekken. Dat meldt de Raad van State.

De voorzieningenrechter van de afdeling Bestuursrechtspraak oordeelt dat Dekker het stichtingsbesluit niet had mogen intrekken, omdat hij daaraan geen feiten of omstandigheden ten grondslag had gelegd op grond waarvan mocht worden aangenomen dat de voorspelde leerlingaantallen niet zouden worden gehaald.

De tik op de vingers van de staatssecretaris betekent nog niet dat de omstreden islamitische school in Amsterdam er nu kan komen. Dekker besloot namelijk onlangs om de stichting die de school wil oprichten, hier geen bekostiging voor te geven. Over het negatieve bekostigingsbesluit loopt nog een gerechtelijke procedure.

Actief burgerschap en sociale integratie

De staatssecretaris wil de school in Amsterdam van de Stichting Islamitisch Onderwijs (SIO) niet bekostigen, omdat die volgens hem niet voldoet aan de eisen op het gebied van actief burgerschap en sociale integratie.

Lees meer…

Veel leerlingen denken negatief over moslims

Niet-islamitische vmbo’ers oordelen over het algemeen negatiever over moslims dan niet-islamitische havo- en vwo-leerlingen. Dat staat in het rapport Oorzaak en triggerfactoren moslimdiscriminatie in Nederland.

Voor wat betreft het opleidingsniveau van niet-islamitische jongeren blijkt dat vwo-scholieren het positiefst oordelen over islamitische bevolkingsgroepen. Onder vmbo’ers met een niet-islamitische achtergrond is dat oordeel aanmerkelijk negatiever. Het oordeel is gemiddeld het negatiefst onder mbo’ers.

Uit interviews met niet-islamitische jongeren blijkt dat zij verschillende (voor)oordelen hebben over moslims. Die worden onder andere geassocieerd met jongeren die overlast veroorzaken. Ook wordt gedacht aan mensen die negatief denken over homoseksualiteit of die gelijke rechten van mannen en vrouwen afwijzen.

Lees meer…

Actief burgerschap vereiste voor bekostiging

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW handhaaft zijn besluit om de Stichting Islamitisch Onderwijs niet te bekostigen, omdat deze stichting volgens hem niet voldoet aan de voorwaarde om actief burgerschap en sociale integratie te bevorderen. Dat staat in een brief aan de Tweede Kamer.

‘Voor dit bestuur voorzie ik vooral voor deze opdracht grote problemen vanwege een publiekelijke steunbetuiging aan IS van een (oud-)bestuurder van SIO, het niet onmiddellijk en publiekelijk afstand nemen daarvan door de overige bestuurders en het weigeren van medewerking aan onderzoek daarnaar’, aldus Dekker.

De staatssecretaris besloot vorig jaar al dat SIO geen bekostiging kreeg, maar het bestuur ging tegen dit besluit in beroep, omdat de stichting al over huisvesting beschikt. Voor Dekker maakt dit niet uit. Hij blijft erbij dat deze stichting voor islamitisch onderwijs geen rijksbekostiging krijgt, omdat volgens hem niet wordt voldaan aan de voorwaarde om actief burgerschap en sociale integratie te bevorderen.

Gedeeld burgerschap

De weigering van Dekker om bekostiging beschikbaar te stellen, sluit aan bij wat rechtsgeleerde en CDA-politicus Ernst Hirsch Ballin onlangs zei op het congres van de PO-Raad in Nijkerk. Hij zei daar dat bijzonder onderwijs ‘niet al te bijzonder’ moet worden. Daarmee bedoelde hij dat we ervoor moeten oppassen dat er in het bijzonder onderwijs stromingen opkomen die onvoldoende oog hebben voor gedeeld burgerschap.

Lees meer…

Ophef over ‘afzwakken paasviering’ afgezwakt

‘De scholen van Lucas Onderwijs vieren Pasen vanuit de christelijke traditie’, schrijft demissionair staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer. Aanleiding voor zijn brief is een bericht in het AD dat scholen die onder het bewuste Haagse bestuur voor confessioneel primar en voortgezet onderwijs vallen het christelijke karakter van de paasviering afzwakken om islamitische leerlingen en hun ouders te behagen.

Het bericht leidde tot felle reacties, onder anderen van de rooms-katholieke Tweede Kamerleden Michel Rog en Martijn van Helvert van het CDA in het Katholiek Nieuwsblad: ‘Niemand kan ons geloof, onze tradities of onze waarden kapot maken. Het past bij onze christelijke overtuiging om rekening te houden met de gevoelens van andersdenkenden. Maar dat is iets anders dan onze tradities en religieuze symbolen af te breken (…) opdat moslims zich niet aangevallen zouden voelen.’

Rog en Van Helvert benadrukten in de roomse krant dat geen ouder verplicht is om te kiezen voor een bijzondere school. Zij gaven islamitische ouders, als die moeite hebben met het christelijke karakter van de school, impliciet het advies te kiezen voor openbaar onderwijs: ‘(…) zeker in de stad Den Haag is er een ruime keuze uit scholen met verschillende levensbeschouwelijke achtergronden én een keur aan openbare scholen.’

Respect voor christelijke paasviering

VVD-Kamerlid Malik Azmani liet in een vervolgartikel in het AD weten dat het wat hem betreft ‘niet te verteren (is) als er zulke concessies worden gedaan’. Azmani wees er in de krant op dat het om kinderen gaat die door hun ouders op een bijzonder school zijn gedaan. ‘Dan moet iedereen respect op kunnen brengen voor de tradities en feestdagen die daar gevierd worden. Dit is nu precies zo’n voorbeeld van cultuurrelativisme dat gevaarlijk is voor dit land’, aldus Azmani, die als kind met een moslimachtergrond op een katholieke school zat.

De PVV in de Haagse gemeenteraad liet naar aanleiding van het bericht in het AD weten dat christelijke scholen bij de viering van Pasen geen rekening mogen houden met leerlingen met een islamitische achtergrond. In de Telegraaf sprak PVV-raadslid Elias van Hees van ‘verraad aan onze cultuur’. Raadslid Richard de Mos van de naar hem genoemde Haagse gemeenteraadsfractie noemde het ‘bizar’.

Paasviering vanuit christelijke traditie

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW laat nu in zijn brief aan de Tweede Kamer weten dat het allemaal een stuk genuanceerder ligt. ‘Lucas Onderwijs heeft aangegeven zich niet te herkennen in deze berichtgeving’, aldus Dekker. De berichtgeving is volgens het Haagse schoolbestuur ‘eigen leven gaan leiden, zonder dat deze recht doet aan de visie en de praktijk van de scholen’.

‘De scholen van Lucas Onderwijs vieren Pasen vanuit de christelijke traditie. Zo organiseren de scholen een paasontbijt en wordt het paasverhaal verteld. De scholen van Lucas Onderwijs zien het als hun taak om de boodschap van Pasen uit te dragen. Over Pasen en het paasverhaal wordt met en tussen de leerlingen het gesprek gevoerd. De scholen willen de leerlingen leren naar elkaar te luisteren en kennis te nemen van verschillen en overeenkomsten. Dit zien zij als belangrijke bagage voor de ontwikkeling van de leerlingen’, zo staat in de brief van Dekker.

Hij voegt eraan toe dat de viering van het paasfeest tussen scholen kan verschillen. ‘Dit is geheel in lijn met de vrijheid van scholen om hun onderwijs in te richten op een manier die past bij hun pedagogische opvattingen en bij de identiteit van de school.’

Lees meer…

Eén op vijf joden wil af van bijzonder onderwijs

Eén op de vijf joden in Nederland is voor het opheffen van het bijzonder onderwijs als dat goed is voor de integratie, meldt het Nieuw Israëlietisch Weekblad (NIW).

Het NIW hield in samenwerking met de Vrije Universiteit in Amsterdam en Kieskompas een enquête onder joden in Nederland. De enquête ging over kwesties als het mogelijke gevaar van de islam, antisemitisme, fysiek geweld en de opkomst van rechts populisme.

Ook de vrijheid van onderwijs kwam in de enquête aan bod. Deze vrijheid, die vastligt in artikel 23 van de Grondwet, bepaalt dat bijzonder onderwijs, waar de joodse scholen onder vallen, en openbaar onderwijs gelijkelijk worden gefinancierd.

Ongeveer één op de vijf joden die aan de enquête meededen, geeft aan dat het bijzonder onderwijs kan worden opgeheven als dat goed is voor de integratie. Bijna een kwart is bereid daarvoor het recht op te geven op wat ‘onderwijs eigen stijl’ wordt genoemd.

Lees meer…

Godsdienst voor minder leerlingen van belang

Van de jongeren tussen 15 en 18 jaar zegt 45 procent een godsdienst aan te hangen. In 2010 was dat nog 51 procent, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Van de jongeren die zeggen een christelijke identiteit te hebben, beschouwen de meesten zich als katholiek. Minder dan één op de tien rekent zich tot een islamitische stroming.

Naar de kerk of moskee?

Dat jongeren aangeven godsdienstig te zijn, betekent volgens het CBS niet dat ze ook regelmatig naar de kerk, de moskee of een ander gebedshuis gaan. Iets minder dan één op de drie doet dat minstens één keer per maand.

Protestantse jongeren gaan het vaakst naar de kerk. Ruim de helft doet dat minstens één keer per maand. Van de jongeren die zeggen moslim te zijn, gaat ruim één op de drie minstens één keer per maand naar de moskee. Jongeren die zich katholiek noemen, zien de kerk bijna nooit van binnen.

Moslimmeisjes moeten gemengd zwemmen

Ouders kunnen niet weigeren om hun kinderen mee te laten doen aan gemengd zwemmen, zo oordeelt het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.

Het hof oordeelde over een kwestie in Zwitserland, waar islamitische ouders weigerden om hun dochters mee te laten doen aan gemengd schoolzwemmen. Zij stelden dat hun geloof het niet toestaat dat meisjes met jongens zwemmen.

In het oordeel van het hof staat dat de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst in deze zaak weliswaar speelt, maar dat de taak van de school om te zorgen voor goed onderwijs en sociale integratie zwaarder weegt.

De dochters van de islamitische ouders die bezwaar maakten, zijn nog niet in de puberteit. In Zwitserland geldt bij wet dat gemengd zwemmen wel kan worden geweigerd als kinderen in de puberteit zijn.

Hoe herkent u radicalisering en wat doet u ertegen?

Er is een nieuwe online tool beschikbaar om radicalisering te voorkomen en aan te pakken. Ook scholen kunnen gebruikmaken van deze tool, die is ontwikkeld door het ministerie Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De tool helpt gebeurtenissen te herkennen die tot radicalisering kunnen leiden en geeft hen tips en adviezen over wat u in die gevallen kunt doen.

Ga naar de onlnie tool

Bekostiging islamitische school terecht geweigerd

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft terecht geweigerd om een Haagse school voor voortgezet onderwijs van de Stichting Islamitisch Onderwijs Amsterdam te bekostigen. Dit blijkt uit twee uitspraken van de Raad van State.

De stichting had om bekostiging gevraagd voor een nieuwe scholengemeenschap in Den Haag op islamitische en hindoeïstische grondslag of op islamitische en rooms-katholieke grondslag. De RvS oordeelt dat Dekker de aanvragen om bekostiging mocht afwijzen, omdat uit de statuten van de stichting niet duidelijk blijkt van welke godsdienstige of levensbeschouwelijke richting het onderwijs uitgaat, anders dan de islamitische richting.

De staatssecretaris heeft daarom bij zijn besluiten terecht de rooms-katholieke en hindoeïstische richting buiten beschouwing gelaten. Hij mocht daarbij de statuten in hun geheel beoordelen en hoefde niet enkel te kijken naar de doelstelling van de stichting, zoals de stichting wenste.

Duidelijk is dat er – op basis van de prognosecijfers – onvoldoende leerlingen zijn voor een scholengemeenschap op uitsluitend islamitische grondslag.