Stand van zaken passend onderwijs

Beleidsmedewerker Rozemarijn Boer van VOS/ABB heeft een samenvatting gemaakt van de brief van onderwijsminister Arie Slob over de stand van zaken rondom moties en toezeggingen met betrekking tot onder andere passend onderwijs.

Leerlingenaantallen

In het speciaal basisonderwijs (sbo) en speciaal onderwijs (so) is sprake van een lichte stijging van het aantal leerlingen (100 respectievelijk 700). De stijging van het aantal leerlingen in het so doet zich vooral voor in cluster 2 (auditieve/communicatieve beperking). Hierbij valt op dat zowel in het sbo als het so het aantal leerlingen tot en met 7 jaar toe neemt. Het aantal leerlingen in het praktijkonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs is afgenomen.

Bekostiging zorg in onderwijstijd

Komend jaar zal de minister Slob samen met de minister van VWS gaan kijken naar oplossingsrichtingen om zorg in onderwijstijd eenvoudiger te organiseren. Voor wie nu ondersteuning behoeft, organiseert het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) op verzoek regiobijeenkomsten.

Onderzoek regionale verschillen in basisondersteuning

Het Nederlands Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) heeft opdracht gekregen onderzoek te doen naar mogelijke knelpunten en voor- en nadelen van het landelijk vastleggen van de basisondersteuning. De resultaten komen in de volgende voortgangsrapportage passend onderwijs. Het onderzoek naar de regionale verschillen in basisondersteuning wordt in 2018 gestart en in 2019 zijn de resultaten bekend.

Verantwoording samenwerkingsverbanden

Er is een richtlijn ontwikkeld voor samenwerkingsverbanden en schoolbesturen over de verantwoording op de verschillende niveaus binnen het samenwerkingsverband. Deze richtlijn moet ervoor zorgen dat de verantwoording over de inzet van het geld voor passend onderwijs transparanter wordt. Het is nog niet bekend wanneer deze richtlijn wordt gepubliceerd. Daarnaast zullen wijzigingen voor het rapporteren van de jaarrekening voor de verantwoording over het jaar 2017 worden meegenomen in de elektronische tool.

Experimenteerruimte invlechting

Vanaf 1 augustus 2018 kunnen scholen deelnemen aan het Experiment samenwerking regulier en speciaal onderwijs. Dit experiment regelt dat so- en (s)bo-scholen of vso- en vo-scholen die geïntegreerd onderwijs willen vormgeven, vier jaar als één school kunnen functioneren zonder dat een brinnummer wordt opgeheven. Scholen kunnen tot 1 mei 2018 een aanvraag indienen bij OCW om te starten met een experiment. Begin maart wordt een voorlichtingsbijeenkomst georganiseerd.

Onafhankelijk toezicht samenwerkingsverbanden

Minister Slob gaat met de sectorraden PO-Raad en VO-raad verkennen wat de mogelijkheden zijn om onafhankelijk toezicht bij de samenwerkingsverbanden vorm te geven. De oplossingen die in de onlangs verschenen rapportages van het Evaluatieprogramma Passend onderwijs zijn gepresenteerd, worden hierbij meegenomen. In deze rapporten wordt het belang benadrukt om de rollen van schoolbestuurder en bovenbestuurlijke bestuurder te verduidelijken.

Maatwerk bij ondersteuningsbehoefte

Met de recent aangenomen Variawet wordt het in het regulier onderwijs mogelijk om vermindering van onderwijstijd aan te vragen voor een leerling. De intentie hierbij is dat leerlingen toegroeien naar (bijna) voltijdsonderwijs. Voor kinderen met een vrijstelling van inschrijving is deeltijdonderwijs nog geen mogelijkheid. Dit vraagstuk wordt tevens betrokken bij het onderzoek naar de combinatie van onderwijs en zorg.

Opting out lwoo

Uit het tweede voortgangsonderzoek naar opting out blijkt dat samenwerkingsverbanden die geen licenties voor leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) meer afgeven, minder testdruk ervaren. Ook blijkt dat leerlingen beter zijn verspreid over de scholen en dat ‘thuisnabij’ onderwijs beter mogelijk is. Aandachtspunten hierbij zijn: overdacht van primair naar voortgezet onderwijs en het bereiken van overeenstemming over de verdeling van het geld.

Regeling culturele minderheden (cumi)

Er is onderzoek gedaan naar nieuwe mogelijkheden voor de aanvullende achterstandsbekostiging in het sbo en (v)so. De minister wacht eerst de uitkomsten van dit onderzoek af. Tot die tijd blijft de huidige cumi-regeling ongewijzigd.

Evaluatie geschillencommissies

De instellingstermijn van de geschillencommissies passend onderwijs wordt verlengd. Uit recent onderzoek van Regioplan blijkt dat deze commissies een belangrijke rol spelen bij geschillenbeslechting. Het aantal geschillen is de afgelopen jaren toegenomen, met name de geschillen over het verwijderen van leerlingen.

Informatie: Rozemarijn Boer, 06-20010418, rboer@vosabb.nl

‘Schooladvies leidend, maar weg met perverse prikkels’

Het schooladvies van de basisschool blijft leidend en gecombineerde adviezen mogen. Wel moeten ‘perverse prikkels’ worden weggenomen.

Dat is de uitkomst van het debat van de Tweede Kamer vandaag, waar een reeks moties werd ingediend. De Kamerleden Loes Ypma (PvdA) en Michel Rog (CDA) zeggen in een motie dat basisscholen nadrukkelijk het recht hebben om gecombineerde schooladviezen te geven. Het lijkt er namelijk op dat steeds meer vo-scholen vragen om eenduidige adviezen in plaats van havo/vwo of vmbo-t/havo. Een gecombineerd advies biedt een kind echter de kans om door te groeien, vinden veel fracties.

Perverse prikkels
De Kamerleden Jesse Klaver (GroenLinks) en Paul van Meenen (D66) wijzen in hun motie op ‘perverse prikkels’ die er toe leiden dat scholen eenduidige adviezen vragen, en dan liefst aan de lage kant. Scholen lopen namelijk het risico op een negatief oordeel van de inspectie als er (veel) scholieren afstromen naar een lager niveau dan in het schooladvies werd genoemd.

Klaver en Van Meenen vinden dit ‘bestraffen’ van scholen, wat ertoe leidt dat vo-scholen hun leerlingen gaan selecteren op basis van aanvullende informatie buiten het schooladvies om, vooral bij een gecombineerd advies. Daar willen deze fracties van af. Ook Rog vraagt  in een aparte motie om scholen niet meer af te rekenen als leerlingen in het derde jaar op één van de niveaus uit het gecombineerde advies zitten.

Meer aanbod
In een andere motie vraagt Kamerlid Harm Beertema (PVV) om de eindtoets in ere te herstellen en weer naar februari te verplaatsen. De Kamerleden Rog en Van Meenen vragen om een onderzoek naar de mogelijkheid van een meer divers aanbod in de brugperiode, zoals een gemengde brugklas, een verlengde brugklas en kop- en voetklassen.

Op dinsdag 3 maart wordt over de moties gestemd.

Meer informatie over het debat

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

 

 

Moties weggestemd: rekentoets gaat definitief door

Een meerderheid in de Tweede Kamer heeft dinsdag alle ingediende moties over de rekentoets afgestemd. Dat betekent dat de rekentoets definitief wordt ingevoerd in het voortgezet onderwijs als onderdeel van de slaag-zak-regeling.

De moties waren ingediend door de oppositie in een poging de toets uit de slaag-zak-regeling te houden. De PvdA en VVD hebben in meerderheid de moties weggestemd. Alle protesten – ook vanuit het onderwijsveld – tegen de rekentoets hebben dus niet mogen baten. Het Landelijk Aktie Komitee Studenten LAKS voerde zelfs vanmiddag, vlak voordat de moties in stemming gingen, nog een ludieke actie op het Plein voor de Tweede  Kamer. De studenten lieten vijf Kamerleden onvoorbereid een rekentoets maken in bankjes buiten op het Plein. Alle vijf zakten ze.

Tegen de rekentoets bestaat veel verzet, omdat deze niet echt de rekenvaardigheid zou toetsen; hij is te ‘talig’ en dat kan veel leerlingen duperen. Staatssecretaris Dekker ziet de rekentoets echter als een manier om het onderwijs te versterken. Nu de rekentoets deel uitmaakt van de slaag-zak-regeling, kan geen enkele leerling een diploma halen als hij zakt voor de rekentoets.

D66-Kamerlid Paul van Meenen twitterde direct na de stemming: ‘Zwarte dag voor het onderwijs’. Hij was een van de Kamerleden die zakte voor de toets van LAKS en voor de moties heeft gestemd. Hij vond de LAKS-toets vanmiddag ‘zeer talig’. Michel Rog (CDA), die eveneens zonder succes de rekentoets van LAKS maakte, zei na de stemmingen dat het onderwijs is ‘geschoffeerd’ door PvdA en VVD.

 

Tweede Kamer omarmt motie tegen kleutertoets

De Tweede Kamer heeft dinsdag de motie tegen de kleutertoets aangenomen. Ook werd de motie aangenomen om de gemiddelde cito-score per school niet te gebruiken als kwaliteitsindicator voor basisscholen. Bovendien vindt de Kamer dat het kabinet er niet naar moet streven om de gemiddelde cito-score te verhogen van 535 naar 537.

De motie tegen de landelijk genormeerde kleutertoets was ingediend door het CDA-Tweede Kamerlid Michel Rog. Mede-indienaars waren de ChristenUnie, de SP, GroenLinks en de SGP. Met steun van de regeringsfractie PvdA tijdens de stemmingen in de Kamer bleek de motie van het CDA het te halen. Rog  twitterde direct nadat zijn motie was aangenomen, dat hij blij is dat ‘kleuters weer mogen kleuteren’.

Jesse Klaver van GroenLinks had met steun van het CDA, de SP, de SGP en de ChristenUnie de motie ingediend om de gemiddelde cito-score per school niet te gebruiken als kwaliteitsindicator voor basisscholen. VOS/ABB is blij dat deze motie is aangenomen, omdat – zoals de indieners stellen – de Cito-toets bedoeld is als advies aan de individuele groep 8-leerling voor vervolgonderwijs.

Paul van Meenen van D66 en Loes Ypma van de PvdA hadden samen de motie ingediend om af te zien van het streven de gemiddelde cito-score te verhogen van 535 naar 537. Ook deze motie kreeg voldoende steun. VOS/ABB had in haar politieke lobby er bij de Kamer op aangedrongen om dit streven van het kabinet tegen te houden. Het is dan ook een goede zaak dat deze motie is aangenomen.

De motie van Paul van Meenen van D66 en Jasper van Dijk van de SP om medezeggenschapsorganen in het onderwijs instemmingsrecht te geven op hoofdlijnen van de begroting heeft het niet gehaald. De indieners wilden hiermee vooral leraren meer zeggenschap geven over begrotingsaspecten, waar de schoolbesturen zeggenschap over hebben.

De motie van Joël Voordewind van de ChristenUnie voor het behoud van de kleinescholentoeslag kon evenmin rekenen op voldoende steun in de Tweede Kamer. Deze motie was mede ingediend door de christelijke partijen CDA en SGP. Met name de christelijke partijen in de Tweede Kamer verzetten zich tegen het plan van staatssecretaris Sander Dekker van OCW om de kleinescholentoeslag om te zetten in een soort bonus voor kleine scholen die over de denominaties heen met elkaar samenwerken.

Een motie die het ook niet heeft gehaald, is die van Jasper van Dijk van de SP om 30 miljoen euro per jaar te behouden voor de maatschappelijke stages in het voortgezet onderwijs. Deze motie werd mede ingediend door het CDA, de partij die aan de wieg stond van deze stages. Het kabinet schaft de maatschappelijke stages niet af, maar wil er met ingang van het volgende schooljaar (2014/2015) geen aanvullende financiering meer voor beschikbaar stellen.

Lees meer over de moties en de stemmingen.