Passend onderwijs in Nederland en Vlaanderen

VOS/ABB en de Vlaamse onderwijskoepel van steden en gemeenten OVSG hebben onlangs in het Vlaamse Arendonk een expertmeeting gehouden over onderwijs aan kinderen met specifieke onderwijsbehoeften. U kunt de presentaties downloaden die tijdens deze bijeenkomst zijn getoond.

De bijeenkomst ging over het passend onderwijs in Nederland en het M-decreet in Vlaanderen. De M staat voor ‘maatregelen’. Het Vlaamse decreet heeft hetzelfde doel als passend onderwijs: kinderen gaan in principe naar de reguliere school of als het niet anders kan naar het speciaal onderwijs (buitengewoon onderwijs in Vlaanderen).

Tijdens de bijeenkomst gaf adviseur Theo Mardulier van het Vlaamse ministerie van Onderwijs een toelichting op het M-decreet. Bestuurder Theo van Munnen van Stichting Vitus Zuid voor speciaal onderwijs (cluster 2) in Limburg en Oost-Brabant sprak over passend onderwijs en de samenwerkingsverbanden in Nederland.

Directeur Jan Van Gorp van de Gemeentelijke Basisschool Sint-Jan in Arendonk, geïntegreerd-onderwijsbegeleider Tessa Maes en waarborgcoach Heleen Vervecken van de School voor Aangepast Individueel Gemeentelijk Onderwijs SAIGO in Mol vertelden over hoe het schoolbeleid en hun dagelijks werk eruitzien.

U kunt de presentaties downloaden via de website van OVSG:

M-decreet: stand van zaken in Vlaanderen
Passend onderwijs in Nederland
GON-aanbod SAIGO Mol
Waarborgproject SAIGO Mol
Zorg GBS Sint-Jan Arendonk

Expertmeeting over openbaar onderwijs

Op vrijdag 20 april 2018 organiseren VOS/ABB en OVSG een expertbijeenkomst over de identiteit van het openbaar onderwijs in Nederland en het neutrale openbare onderwijs in Vlaanderen. Deze bijeenkomst zal plaatsvinden in het zuiden van Nederland. De tijden en exacte locatie volgen later.

Nederland zakt weg op kinderrechtenindex

Nederland is op de internationale KidsRights Index gezakt van de tweede naar de dertiende plaats.

Deze index is een jaarlijks vastgestelde ranglijst die weergeeft hoe kinderrechten wereldwijd worden nageleefd en in hoeverre landen zich inzetten om de rechten van kinderen te verbeteren. Dat Nederland fors is gezakt, komt door de beoordeling die ons land vorig jaar heeft gekregen van het VN Kinderrechtencomité in Genève.

Het VN-comité signaleerde een verslechtering van omgevingsfactoren die nodig zijn om kinderrechten te waarborgen. Nederland scoorde slechter op de factoren ‘beschikbaar budget’ en ‘faciliterende wetgeving’. Meer Nederlandse kinderen leven in armoede. Gezinnen met weinig geld voelen de gevolgen van bezuinigingen.

Lees meer…

Nederlandse onderwijs doet het goed

Het Nederlandse onderwijs presteert over het algemeen genomen goed. Nederlandse scholieren krijgen meer les dan hun leeftijdsgenoten in andere landen en met hun diploma zijn ze goed voorbereid op de arbeidsmarkt. Dat blijkt uit het landenrapport Education at a Glance 2015 van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Van de Nederlanders met een havo-, vwo- of mbo-diploma hebben acht op de tien een baan. Over de gehele OESO genomen is dat driekwart. Ook geldt voor Nederlandse havisten, vwo’ers en mbo’ers dat ze significant hoger scoren op sociale uitkomsten: 30 procent heeft vertrouwen in de ander, terwijl dat gemiddeld over alle OESO-landen slechts 18 procent is.

Verder blijkt uit het rapport dat het Nederland goed lukt om nieuwe generaties hoger op te leiden dan hun ouders. Eén op de drie 25- tot 34-jarigen heeft een hoger opleidingsniveau dan hun ouders. Het OESO-gemiddelde is iets minder dan één op de vier.

Nederland is vrijwel het enige land in de OESO waar bijna alle kinderen op hun vierde al naar school gaan. Het verplichte minimum aantal lesuren is hoger dan in andere OESO-landen. In het primair onderwijs is dat in Nederland 940 uur per jaar, tegenover 804 gemiddeld in de OESO-landen. In het voortgezet onderwijs is het 1000 uur per jaar tegenover 916.

Het lerarencorps in Nederland is relatief grijs. Ongeveer de helft van de docenten in de bovenbouw van havo, vwo en in het mbo is boven de 50. Elders in de OESO is dat eenderde. In het primair onderwijs is 40% ouder dan 50 jaar, terwijl het OESO-gemiddelde 30 procent is. Maar het Nederlandse primair onderwijs heeft met 18 procent ook relatief veel leraren die jonger zijn dan 30 jaar. In de OESO als geheel is dat 13 procent.

Nederland in wereldtop dankzij excellent onderwijs

Nederland is mede dankzij de hoge kwaliteit van het onderwijs een van de meest concurrerende economieën ter wereld. Dat staat in The Global Competitiveness Report 2015-2016 van het World Economic Forum. 

Nederland staat op de ranglijst van 140 landen op de vijfde plaats, achter Zwitserland, Singapore, de Verenigde Staten en Duitsland. Onder andere Japan, de regio Hongkong en de Scandinavische landen, inclusief het alom om zijn onderwijs bejubelde Finland, scoren minder goed dan Nederland. Buurland België staat op de negentiende plaats.

Nederland is de snelste stijger in de top 10. Vorig jaar stond ons land nog op de achtste plaats. In 2013 was de Nederlandse economie uit de concurrentietop 5 gezakt.

Wat betreft de kwaliteit van het primair en voortgezet onderwijs staat ons land wereldwijd op de derde plaats.

 

Expertmeeting ‘Onderwijs over de grens’

VOS/ABB en de Vlaamse zusterorganisatie OVSG houden op 25 maart in de grensplaats Kalmthout een expertmeeting over grensoverschrijdende samenwerking in het onderwijs. Deze bijeenkomst is specifiek bedoeld voor onderwijsprofessionals uit Zeeland, Noord-Brabant en Limburg en voor hun collega’s uit de grensgebieden in Vlaanderen.

Op verscheidene plaatsen langs de grens is sprake van een leerlingenstroom van Nederlandse leerlingen naar onderwijs en (spotgoedkope) kinderopvang in Vlaanderen. Soms is de keuze van Nederlandse ouders gebaseerd op financiële overwegingen.

Deze leerlingenstroom, in combinatie met een demografische krimp in bijvoorbeeld Zeeuws-Vlaanderen en Zuid-Limburg, levert risico’s op voor het voortbestaan van onderwijsvoorzieningen in Nederland. Aan de andere kant van de grens krijgen Vlaamse scholen te maken met een toestroom aan Nederlandse kinderen.

Ontmoet uw collega’s van over de grens!
VOS/ABB en het Onderwijssecretariaat van de Steden en Gemeenten van de Vlaamse Gemeenschap (OVSG) organiseren een expertmeeting over grensoverschrijdende samenwerking. De bijeenkomst op 25 maart in Kalmthout (ten noorden van Antwerpen) is bedoeld voor bestuurders en schoolleiders uit de grensgebieden.

Er worden verschillende thematafels georganiseerd met experts uit Nederland en/of Vlaanderen. Hoewel deze bijeenkomst er net buiten valt, staat die in het teken van de de School!Week 2014, de campagneweek van en voor het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs. OVSG brengt deze week in Vlaanderen onder de aandacht.

Het motto van de School!Week is Ik ben welkom. Het logo waarin dit motto is verwerkt, kent nu een Vlaamse variant, gericht op de algemeen toegankelijke gemeentescholen.

Wanneer en waar?
De expertmeeting op dinsdag 25 maart begint om 12.30 uur met een lunch. Aan het einde van de middag kunt u met een hapje en een drankje met uw collega’s napraten.

De locatie in Kalmthout (net over de grens ten noorden van Antwerpen) is:

Gitok bovenbouw
Kapellensteenweg 112
2920 Kalmthout

Programma

  • 12.30-13.30 uur: Ontvangst en lunch
  • 13.30-14.15 uur: Inleiding
  • 14.15-15.00 uur: Thematafels onder leiding van diverse experts:
    – Naar school in Nederland of in Vlaanderen: concurrentie of samenwerking?
    – Voorzieningen voor kinderen van 0 tot 12 jaar
    – Tekorten op de arbeidsmarkt: aan de slag over de grens
    – Pedagogische aanpak van onderwijs: leerstofgericht of leerlinggericht?
  • 15.15-16.00 uur: Tweede ronde thematafels
  • 16.00-16.30 uur: Plenaire afsluiting
  • 16.30 uur: Borrel

Deelname is gratis voor zowel leden van VOS/ABB als van OVSG.

U kunt zich online aanmelden via OVSG. Let op: Nederlandse deelnemers vullen bij ‘NIS/instellingsnummer’ 0000 in (NIS is de Vlaamse variant van het BRIN-nummer).

OESO ziet in Nederland stijging onderwijsuitgaven

Nederland behoort tot de lidstaten van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) waar in de periode 2000-2010 de uitgaven voor onderwijs als deel van het bruto binnenlands product (bbp) met meer dan 1 procentpunt zijn gestegen. Dat staat in het rapport Education at a Glance 2013.

De stijging was het grootst in Brazilië. Daar bedroegen de uitgaven voor onderwijs in 2000 nog 3,5 procent van het bbp, terwijl dat in 2010 was gestegen naar 5,6 procent. In Nederland ging het van 5,1 procent naar 6,3 procent. Denemarken is het land met het hoogste percentage. Daar wordt 8 procent van het bbp uitgegeven aan onderwijs. Hongarije is hekkensluiter met 4,6 procent.

De OESO keek ook naar de gevolgen van de economische crisis voor de uitgaven aan onderwijs. In Nederland daalde in 2008 en 2009 het bbp, terwijl de uitgaven aan onderwijs bleven toenemen. In landen waar de crisis toen al hard toesloeg, werd het onderwijs geconfronteerd met een absolute daling van de inkomsten. Voorbeelden zijn Estland en IJsland.