Groen licht voor nieuwe CAO VO

De leden van de VO-raad en de achterbannen van de respectievelijke onderwijsvakbonden zijn akkoord met het het onderhandelaarsakkoord voor CAO VO 2018-2019.

De VO-raad meldt dat de aangesloten besturen met een meerderheid van ruim 80 procent van de uitgebrachte stemmen goedkeuring hebben gegeven aan het onderhandelaarsakkoord. Ook de achterbannen van de bonden zijn akkoord.

Daarmee is er definitief overeenstemming bereikt over de nieuwe cao voor het voortgezet onderwijs met een ingangsdatum van 1 juni 2018.

Lees meer…

Leden PO-Raad stemmen in met cao-akkoord

De leden van de PO-Raad hebben in grote meerderheid hun goedkeuring verleend aan het onderhandelaarsakkoord voor een nieuwe cao voor het primair onderwijs. De sectororganisatie meldt dat 87 procent van de leden die hun stem hebben uitgebracht, voor het akkoord is.

De PO-Raad had de stemperiode verlengd op verzoek van een aantal leden die nog inhoudelijke vragen hadden over het akkoord. Er waren de laatste tijd met name veel vragen over de financiële dekking ervan.

Het cao-akkoord is tot stand gekomen na een moeizaam verlopen onderhandelingsproces dan meer dan 14 maanden duurde. Nadat de boel in april was vastgelopen, moest er een bemiddelaar aan te pas komen om de PO-Raad en de vakbonden weer in beweging te krijgen.

Nu de vakbonden

Als de achterbannen van de vakbonden ook instemmen met het akkoord, wordt de nieuwe CAO definitief van kracht. Dit zal eind van deze week duidelijk worden.

Lees meer…

Kort geding na afwijzen CAO-VO

Vorige week heeft de VO-raad het eerder bereikte onderhandelaarsakkoord afgewezen, omdat de bonden de afspraken verkeerd zouden uitleggen.

De onenigheid betreft de overeengekomen verlaging van de werkdruk. Volgens de bonden betekent die afspraak dat leraren twee weken per jaar minder gaan lesgeven. De VO-raad zegt namens de werkgevers dat dit een verkeerde interpretatie van de afspraken is en dat de cao op deze manier onbetaalbaar wordt, terwijl het lerarentekort verder zal toenemen. De VO-raad wil het onderhandelaarsakkoord daarom niet meer aan de leden voorleggen.

De rechter zal nu uitsluitsel moeten brengen. Het kort geding dient dinsdag voor de rechtbank in Utrecht.

Werkgevers wijzen nieuwe CAO-VO af

Volgens de onderwijsvakbonden betekenen de huidige afspraken dat docenten twee weken per jaar minder les gaan geven.

Sjoerd Slagter, voorzitter van de VO-raad: “Als deze interpretatie van de bonden bewaarheid wordt, worden onze leerlingen de dupe. Scholen hebben nu al de grootste moeite om voldoende leraren te vinden. Het gevolg is meer onbevoegden voor de klas, grotere klassen en lesuitval. Dat heeft rampzalige gevolgen voor bijna een miljoen leerlingen in het voortgezet onderwijs.”

De scholen willen de aankomende twee jaar 8% investeren in het onderwijspersoneel met een meer dan marktconforme loonsverhoging van 7% en 1% voor het verlagen van de werkdruk. Slagter: “Ik teken direct voor een cao van 8%. Ik werk echter niet mee aan een cao die het lerarentekort nog groter maakt, die zorgt voor meer lesuitval en die ten koste gaat van de leerlingen.”

De schoolbesturen zijn het met hem eens: 96% steunde het voorstel van de VO-raad om niet met deze cao in te stemmen.

Ondanks meerdere verzoeken zijn de bonden niet bereid het gesprek over de cao  te hervatten en zien zij geen aanleiding om duidelijke afspraken te maken over de financiering.

Zie ook de website van de VO-raad.

Ledenraadpleging Actieplan LeerKracht

Stemmen kan via het digitale stemformulier op deze website.

Op 16 april hebben de WvPO en de PO-raad (die na de zomer de rol van de WvPO als werkgeversorganisatie overneemt) na een lang en complex traject het onderhandelaarsakkoord over het Convenant Actieplan LeerKracht ondertekend. Ook de werkgevers- en werknemersorganisaties in het vo, mbo en hbo tekenden dit akkoord met minister Plasterk.

De arbeidsvoorwaardencommissie van de WvPO, die breed is samengesteld uit werkgevers in het po, is steeds betrokken geweest bij de opstelling van de onderhandelingsdelegatie van de WvPO. Deze commissie adviseert positief over het nu bereikte akkoord.

Dat akkoord bevat plus- en minpunten, maar alles afwegende vindt de arbeidsvoorwaardencommissie van de WvPO dat het actieplan voldoende positieve punten kent om ermee door te gaan. Het bestuur van de WvPO en de PO-Raad ondersteunen de positieve conclusie. Daarom wordt het onderhandelaarsakkoord nu voor een ledenraadpleging voorgelegd aan de werkgevers in het po.

Pluspunten uit het akkoord:

–         Het convenant versterkt de positie van de leraar in het primair onderwijs. De wervingskracht  op de arbeidsmarkt en de concurrentiepositie ten opzichte van het vo is toegenomen.  Door het verkorten van de carrièrelijnen en de schaaluitloop gaan de meeste leraren erop vooruit, daarnaast kan de afgesproken schaallengte met uiteindelijk 15 periodieken de vergelijking met vergelijkbare sectoren zoals gemeenten en de zorg doorstaan. De afspraak dat 40% van de leraren (te bereiken in 2014) kan doorstromen naar een LB-functie zorgt ervoor dat het voor leraren in het basisonderwijs niet meer nodig is om voor een LB-functie naar het voortgezet onderwijs over te stappen. Daarnaast kan aan leraren een carrièreperspectief binnen het leraarsberoep worden geboden.

–         Voorafgaand aan de toekenning van de schaaluitloop bij het bereiken van het maximum in LA of LB van € 850,- vindt een beoordeling plaats. Dat biedt werkgevers de gelegenheid om criteria te hanteren en zo ontwikkeling van medewerkers te stimuleren. Op die manier is de kwaliteit van het onderwijs gediend met de salarismaatregel.

–         In het primair onderwijs zal geen directe koppeling worden gelegd tussen opleiding en functie. Het huidige Fuwa PO waarbinnen opleiding naast niveau en complexiteit van de werkzaamheden slechts één van de wegingsfactoren is, zal gehandhaafd blijven.

–         De door de minister voorgestelde bezuiniging op de BAPO is teruggedraaid. Dit geeft de werkgeversvertegenwoordigers de mogelijkheid om met het huidige beschikbare budget afspraken in de CAO PO te maken over een levensfasebewust personeelsbeleid waarbij ook de omvorming van de BAPO wordt betrokken.

–         In de plannen van de minister zou de positie van de leraar zo worden versterkt dat hij het voor het zeggen zou krijgen in de school. Met de afspraken die nu gemaakt zijn over de positie van de leraar wordt de eindverantwoordelijkheid van het bevoegd gezag als werkgever bevestigd. Daarnaast is vastgelegd dat de professionele ruimte van de leraar ook inhoudt dat deze rekenschap geeft over de kwaliteit van diens werk. Afspraken over het professioneel handelen van de leraar worden uitgewerkt in een professioneel statuut.

–         Het extra geld dat beschikbaar komt in het scholingsfonds zal bijdragen aan “vitalisering” van LeerKrachten. Immers wie studeert doet kennis en nieuwe inspiratie op.

 Minpunten uit het akkoord:

–         De afspraak waarbij de invoering van de LB-functies is vastgepind op een percentage op schoolniveau en ook enkele andere afspraken zijn vanwege hun sturende karakter feitelijk in strijd met de autonomievergroting van schoolbesturen en de invoering van de lumpsumfinanciering.

–         De oprichting van een scholingsfonds waardoor de rol van de werkgever met betrekking tot de scholing van zijn personeel, ontkend wordt; het is immers voor de werkgever van belang scholingsinspanningen te verbinden met de doelen van de organisatie.

–         De te gedetailleerde uitwerking van de functiemix door een vloer op schoolniveau.

–         Meer algemeen gezegd is het vooral de eigen ruimte die de minister claimt ten koste van de ruimte van schoolbesturen die zorgen baart. Dit lijkt een omgekeerde weg te zijn ten opzichte van het de veel eerder ingezette lijn van autonomievergroting en decentralisatie.

In de rechterkolom hiernaast staan veelgestelde vragen – met antwoorden.

Informatie: Hans van Willegen, jvanwillegen@vosabb.nl.

Bijlagen