Achterstandsgeld anders verdeeld: Groningen in de plus

De nieuwe manier waarop het geld voor het tegengaan van onderwijsachterstanden wordt verdeeld, zorgt ervoor dat gemeenten in Groningen er geld bij krijgen, meldt het Dagblad van het Noorden (DvhN).

Het kabinet heeft voor een andere verdeelsleutel gekozen ‘waarmee de onderwijskansen worden vergroot van kinderen die dit het hardst nodig hebben’, zo meldde het ministerie van OCW in april. In het nieuwe systeem gaat minder meetellen waar een kind woont: er wordt meer gekeken naar het risico op een achterstand dan of het kind in een kleine of grote gemeente woont.

Onderwijsminister Slob zei er in april dit over: ‘Ik wil dat ieder kind in Nederland, ongeacht in welke omgeving het opgroeit, de kans krijgt om zijn gaven en talenten tot bloei te laten komen. Alles overwegende lukt dat het beste als we het geld hiervoor op deze manier verdelen.’

Nieuwe indicator CBS

De nieuwe verdeelsleutel op basis van een nieuwe indicator van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) komt erop dat er meer onderwijsachterstandsgeld naar kleine(re) gemeenten en plattelandsgebieden gaat. Dat is te merken in de provincie Groningen, zo meldt het DvhN.

‘De stad Groningen is met ruim 1,4 miljoen euro extra de koploper’, zo staat in de noordelijke krant. Ook andere Groningse gemeenten krijgen volgens de krant meer onderwijsachterstandsgeld: ‘Oldambt krijgt er ruim een miljoen euro bij, Veendam bijna acht ton en Stadskanaal bijna zeven ton. Midden-Groningen krijgt ruim 1,3 miljoen extra.’

Oost-Groningen

Bestuursvoorzitter Jaap Hansen van de Stichting Openbaar Onderwijs Oost-Groningen (SOOOG) zegt in de krant te hopen dat de gemeentebesturen het extra geld ook daadwerkelijk gaan inzetten voor het kind. ‘En niet voor een verfbeurt, nieuwe kozijnen of tapijt. Dit geld moet echt naar de kinderen gaan.’

Hij pleit ervoor het in te zetten voor extra peuteropvang. ‘Alle peuters in de leeftijd van twee, drie jaar moeten eigenlijk vier ochtenden in de week naar de opvang. Er is weliswaar overal peuteropvang, maar de frequentie kan omhoog. We laten nu aan de onderkant nog te veel liggen, waardoor we dat aan de bovenkant op hogere leeftijd moeten repareren. Voor peuters is het belangrijk dat ze op jonge leeftijd met uitdagingen te maken krijgen en lerend spelen. Maar gemeenten moeten dan wel kwaliteitseisen stellen en resultaatgericht gaan werken’, aldus Hansen in het DvhN.

Geld onderwijsachterstanden anders verdeeld

‘Het geld dat gemeenten en scholen krijgen om risico’s op onderwijsachterstanden bij kinderen tegen te gaan, wordt beter verdeeld over het land’, meldt de website van de rijksoverheid. De ministerraad heeft op voorstel van onderwijsminister Arie Slob ingesteld met de andere verdeling.

De komende jaren gaat het budget, zoals afgesproken in het regeerakkoord, met 170 miljoen euro omhoog voor gemeenten. Scholen krijgen structureel 260 miljoen euro. ‘Daarmee komt de totale investering van het kabinet in het bieden van onderwijskansen aan kinderen uit op 746 miljoen euro’, zo staat op rijksoverheidswebsite.

Het kabinet zegt voor een verdeelsleutel te kiezen ‘waarmee de onderwijskansen worden vergroot van kinderen die dit het hardst nodig hebben’. In het nieuwe systeem gaat minder meetellen waar een kind woont: er wordt meer gekeken naar het risico op een achterstand dan of het kind in een kleine of grote gemeente woont.

Minister Slob zegt daar dit over: ‘Ik wil dat ieder kind in Nederland, ongeacht in welke omgeving het opgroeit, de kans krijgt om zijn gaven en talenten tot bloei te laten komen. Alles overwegende lukt dat het beste als we het geld hiervoor op deze manier verdelen.’

Lees meer…

Financiële impuls voor beter onderwijs Rotterdam-Zuid

Het kabinet trekt 130 miljoen euro uit voor verbeteringen in Rotterdam Zuid, onder meer op het gebied van onderwijs. De gemeente Rotterdam wil dit verdubbelen tot 260 miljoen.

In het regeerakkoord staat dat de leefbaarheid in de verschillende regio’s moet worden versterkt. Rotterdam-Zuid is een van de projecten die zijn genoemd.

Het bedrag van 130 miljoen en de intentie van de gemeente Rotterdam om dit te verdubbelen werden bekendgemaakt tijdens een bijeenkomst in openbare basisschool Nelson Mandela in de Afrikaanderwijk. Daar waren onder anderen de minister Kajsa Ollongren en Carola Schouten en de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb aanwezig.

Het geld is onder andere bedoeld om onderwijsachterstanden tegen te gaan. De financiële impuls staat in het kader van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid, dat in 2011 werd gelanceerd.

Lees meer…

 

Budget onderwijsachterstandenbeleid moet omhoog

Het budget voor het onderwijsachterstandenbeleid moet terug naar het niveau van 2011. Dat vindt de PO-Raad.

De sectororganisatie wijst erop dat de afgelopen ongeveer 40 procent van het achterstandsbudget weglekte (150 miljoen euro), doordat alleen het opleidingsniveau van ouders bepaalde of een kind ervoor in aanmerking kwam. ‘Het opleidingsniveau steeg, maar de achterstanden bleven. Gevolg: scholen moesten met steeds minder middelen achterstanden van kinderen te lijf gaan’, zo meldt de PO-Raad.

Het probleem waar de scholen mee te kampen hebben, dreigt nu door een nieuwe verdeelsystematiek nog groter te worden. Voorzitter Rinda den Besten van de PO-Raad: ‘Dat betekent voor sommige scholen dat ze in één klap 20 procent minder budget ontvangen. Speciale activiteiten en voorzieningen zoals vve, weekend- en zomerscholen zullen daardoor verschralen of verdwijnen.’

De PO-Raad pleit daarom voor het herstellen van het budget naar het niveau van 2011, vóórdat de nieuwe verdeelsystematiek wordt ingevoerd.

De sectororganisatie heeft hierover een brief aan de Tweede Kamer geschreven.

Scholen in problemen door terugvordering gewichtengeld

‘De leerlingen van nu mogen niet de dupe worden van de onhandig ingestoken en ondoorzichtige regeling voor gewichtengeld’, benadrukt directeur Marco Janssen van openbare basisschool ’t Startblok in Cuijk.

Janssen heeft een brief geschreven aan Tweede Kamerlid Lisa Westerveld van GroenLinks naar aanleiding van de terugvordering van volgens het ministerie van OCW te veel uitgekeerd ‘gewichtengeld’ voor het tegengaan van onderwijsachterstanden.

Met zijn brief laat hij zien dat het niet aan de scholen, maar aan de onwerkbare gewichtenregeling ligt dat er te veel geld is uitgekeerd. Nu het ministerie van OCW dat gaat terugvorderen, komen de scholen, waaronder obs ’t Startblok, volgens hem in de problemen.

‘Recentelijk werd ons duidelijk dat (…) we een bedrag van maar liefst 198.590 euro moeten terugbetalen. Er wordt ook nog verwacht dat dit voor 1 mei gebeurt.  Dit zijn 3 fulltime leerkrachten. Moet ik die dan ontslaan?’, aldus Janssen.

Veel werk en duur bureau

Hij wijst er ook op dat de controles op de leerlinggewichten zijn school veel werk hebben gekost. Bovendien is er, zo benadrukt hij, veel geld gaan zitten in de inzet door het ministerie van OCW van ‘een duur bureau dat de werkzaamheden van de administratie, directie en leerkrachten (gezamenlijk ongeveer 100 uren werk) nog eens dunnetjes over kwam doen’.

‘De bedragen die uitgegeven zijn aan dit commerciële bedrijf zouden zo maar ten goede hebben kunnen komen aan de tekorten die in het basisonderwijs zichtbaar zijn. Op welke manier dragen deze controles bij aan de kwaliteit van het onderwijs?’, zo vraagt Janssen zich in zijn brief aan de Tweede Kamer af.

Eerlijke inzet gewichtengeld

Aanvullend benadrukt de directeur uit Cuijk tegenover VOS/ABB dat hij altijd te goeder trouw handelt en meewerkt aan een zo eerlijk mogelijke inzet van gewichtengeld.

‘Als ik had kunnen bevroeden dat ik deze middelen ooit terug zou moeten betalen, had ik ze nooit ingezet. Nu wordt een volgend cohort kinderen er de dupe van. Dat risico kan en mag ik, als directeur van een school die letterlijk en figuurlijk op de kleintjes moet letten, gewoonweg niet nemen’, aldus Janssen.

Hoe moet achterstandsgeld worden herverdeeld?

Onderwijsminister Arie Slob noemt in een brief aan de Tweede Kamer vijf varianten voor de herverdeling van achterstandsgeld. Wij willen graag van u weten welke variant uw voorkeur heeft, zodat we uw input kunnen delen met de politiek. U kunt uw reactie mailen aan politiek adviseur Ronald Bloemers.

Op grond van een nieuwe indicator van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) ‘moet de verdeling van het budget voor het onderwijsachterstandenbeleid toekomstbestendig worden gemaakt’, zo meldt Slob in zijn brief. Hij wijst erop dat de huidige verdeelsystematiek leidt tot ongelijkheid tussen gemeenten die min of meer met dezelfde onderwijsachterstandenproblematiek te maken hebben.

‘Bovendien baseren we ons op een verouderde indicator, waardoor de verdeling van het geld voor onderwijsachterstanden niet past bij de kinderen die ook daadwerkelijk een risico hebben op een achterstand. Nu werken we voor gemeenten met gegevens uit 2009. Met de nieuwe indicator is er elk jaar een actuele basis voor de verdeling
van de middelen’, aldus de minister.

Varianten

De vijf varianten voor een nieuwe verdeling van het achterstandsgeld komen kortweg hierop neer:

  • Variant A: Sterke focus op grootste risico’s
    Het uitgangspunt bij deze variant is dat gemeenten en scholen met veel en zware achterstandsproblematiek meer geld krijgen. Alleen kinderen met een zeer groot risico op een onderwijsachterstand tellen mee. Door de toepassing van een drempel maakt het voor het budget per kind uit waar een kind woont. De verdeling van het geld is zeer gericht.
  • Variant B: Focus op grootste risico’s
    In vergelijking met variant A is de doelgroep uitgebreid. In deze variant wordt dezelfde drempel voor gemeenten en scholen gehanteerd als in variant A, maar deze telt door de uitbreiding van de doelgroep verhoudingsgewijs minder zwaar mee.
  • Variant C: Verbreden van de doelgroep
    Ten opzichte van eerdere varianten en de huidige situatie wordt in deze variant de doelgroep licht verbreed, binnen het bestaande budget. Daarnaast wordt er geen onderscheid tussen gemeenten gemaakt: er is geen drempel voor gemeenten opgenomen en er wordt geen deelbudget gehanteerd. Voor scholen wordt er net als in de overige varianten wel een drempel gehanteerd. Doordat de doelgroep groter is, komen er meer scholen boven de drempel uit, waardoor het geld meer verspreid worden dan in variant A en B.
  • Variant D: Extra aandacht voor problematiek grootste gemeenten
    Bij deze variant zullen de vier grootste gemeenten een apart deelbudget ontvangen. In deze variant is gekozen voor een deelbudget voor de G4, omdat de herverdeeleffecten daar het grootst zullen zijn. Bij scholen wordt in deze variant een hogere drempel gehanteerd dan in variant C.
  • Variant E: Lichte risico’s tellen ook mee
    In deze variant ontvangen scholen en gemeenten ook geld voor relatief lichtere
    achterstandenproblematiek, in vergelijking met zowel de huidige situatie als
    bovenstaande varianten. Hierdoor raakt het budget meer versnipperd.

De varianten worden uitgebreid toegelicht in de brief van Slob.

Wat vindt u?

Beleidsmedewerker Ronald Bloemers van VOS/ABB wil graag van u weten welke variant uw voorkeur heeft en waarom dat zo is. U kunt uw reactie mailen naar rbloemers@vosabb.nl.

VOS/ABB wil uw mening gebruiken om input te leveren aan het ministerie van OCW en de politiek.

Uitstel CBS-indicator onderwijsachterstandenbeleid

De nieuwe CBS-indicator voor het onderwijsachterstandenbeleid wordt nog niet ingevoerd. De huidige bekostigingssystematieken blijven in elk geval tot en met 2018 handhandhaafd, meldt demissionair staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer.

Dekker constateert na overleg met de PO-Raad en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) dat ‘veel zorgen de herverdeeleffecten van een nieuwe bekostigingssystematiek en de omvang van het budget betreffen’. De kwaliteit van de nieuwe indicator die door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is ontwikkeld, staat echter niet ter discussie, schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer.

‘Door de nieuwe indicator kan de doelgroep objectiever en op een meer verfijnde manier worden gedefinieerd. Tevens zal het gebruik van deze indicator de administratieve lasten van scholen sterk verminderen, omdat het gebaseerd is op centraal geregistreerde data. Het is voor scholen niet meer nodig om het opleidingsniveau van de ouders uit te vragen, zoals in de huidige situatie’, aldus Dekker.

Toch heeft hij ervoor gekozen om de invoering van de nieuwe CBS-indicator uit te stellen. Dat heeft te maken met het demissionaire karakter van het huidige kabinet. Het besluit van de staatssecretaris betekent dat in elk geval tot en met 2018 de huidige bekostigingssystematieken van kracht blijven.

PO-Raad woedend

Hoewel Dekker meldt dat hij het besluit tot uitstel heeft genomen na overleg met de PO-Raad en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en hij ook meldt dat die het met hem eens zijn, reageert de PO-Raad mede namens de VNG woedend. De sectorraad meldt met een cynische ondertoon dat de ‘verdwijntruc’ met het onderwijsachterstandengeld ‘wegens succes’ door het ministerie van OCW is verlengd.

‘De PO-Raad en Vereniging Nederlandse Gemeenten vinden het onverantwoord om het huidige, grotendeels verdampte budget te gaan herverdelen. Dus besluit demissionair staatssecretaris Sander Dekker maar helemáál niet in te grijpen’, aldus de PO-Raad, die dit ‘stuitend’ noemt.

Volgens de PO-Raad is ‘nu echt de maat vol’. Voorzitter Rinda den Besten van de sectororganisatie zegt dat het kabinet niet beseft ‘wat voor schade het aanricht als voorzieningen voor kwetsbare kinderen verdwijnen’. Ze zegt ook dat een volgend kabinet ‘straks meteen met 3-0 achter staat’.

De PO-Raad meldt niet of er actie wordt ondernomen tegen het besluit van Dekker.

Lees meer…

 

Onderwijsachterstandenbeleid moet effectiever

Er zijn maatregelen nodig voor een effectiever onderwijsachterstandenbeleid. Dat kan onder meer door de doelstellingen duidelijker te maken, meer te monitoren en de kennis en bewustwording onder betrokken professionals te vergroten.

Dit staat in het interdepartementaal beleidsonderzoek Onderwijsachterstandenbeleid, een duwtje in de rug? dat staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft aangeboden aan de Tweede Kamer. Hij geeft er geen inhoudelijke reactie op; daarvoor verwijst hij naar het volgende kabinet. Het beleidsonderzoek is gedaan door een werkgroep onder leiding van voormalig PvdA-politica Marjanne Sint.

Onderwijsachterstanden en klassenverkleining

In het rapport wordt geconstateerd dat de verdelingssystematiek van de gelden voor onderwijsachterstandenbeleid (OAB) niet aansluit bij de praktijk. Bovendien lijken de scholen, volgens de onderzoekers, de middelen te besteden aan maatregelen die relatief duur zijn en een middelmatige tot lage impact hebben, zoals klassenverkleining en onderwijsassistenten. ‘Ook zijn de interventies vaak gericht op het kind en te weinig op de omgeving en de ouders van het kind’, aldus de onderzoekers.

Zij signaleren verder dat de overgangen, van voorschool naar primair onderwijs, van primair naar voortgezet onderwijs en van voortgezet onderwijs naar vervolgopleiding, kwetsbaar zijn en verbeterd kunnen worden. Ook zou de kwaliteit van professionals versterkt moeten worden. ‘Vooral op scholen met veel doelgroepkinderen kan de kwaliteit van leerkrachten omhoog. Daar zijn veel jonge leerkrachten en een hoger ziekteverzuim, en in het vo wordt op deze scholen meer onbevoegd lesgegeven’, zo staat in het rapport.

Aanbevelingen onderwijsachterstandenbeleid

De onderzoekers bevelen onder meer aan de doelstellingen voor OAB helder te communiceren en de effectiviteit beter te monitoren, zodat daarop gestuurd kan worden. Ze willen een doelmatiger besteding van de middelen bereiken door de bestaande kennis over effectiviteit van de interventies uit te breiden. De bewustwording van onderwijsachterstanden moet worden vergroot.

Lees hier het complete onderzoeksverslag

‘Geen bezuiniging op onderwijsachterstandenbeleid’

Demissionair staatssecretaris Sander Dekker van OCW spreekt tegen als zou hij 65 miljoen euro bezuinigen op het onderwijsachterstandenbeleid.

GroenLinks-Kamerlid Rik Grashoff wilde naar aanleiding van een brandbrief van de gemeenten weten of Dekker voornemens is ‘de bezuiniging van 65 miljoen euro op het onderwijsachterstandenbeleid terug te draaien’.

De staatssecretaris zegt dat er geen sprake is van een bezuiniging, maar van een ‘ramingsbijstelling ten gevolge van de algemene leerlingendaling in het primair onderwijs en vanwege het feit dat het opleidingsniveau van ouders stijgt’.

Hij wijst er ook op dat bij de vaststelling van de onderwijsbegroting voor 2016 de Tweede Kamer heeft ingestemd met de ramingsbijstelling.

Lees meer…

Herverdeling achterstandsgeld door nieuwe indicatoren

Een nieuwe regeling met andere indicatoren voor het bepalen van onderwijsachterstanden zal leiden tot een herverdeling van het geld dat daarvoor beschikbaar is. Hoe die herverdeling over de scholen en gemeenten eruit gaat zien, hangt af van nog te maken keuzes van het ministerie van OCW, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW wil dat onderwijsachterstanden beter in kaart worden gebracht. Daarnaast wil hij door gebruik te maken van centraal geregistreerde data de administratieve lasten van de scholen verminderen. In de huidige regeling stellen scholen zelf het gewicht van de leerlingen vast door bij ouders na te vragen wat het opleidingsniveau is. Dit levert de scholen veel administratie op.

Op verzoek van Dekker heeft het CBS een aantal inidicatoren bepaald op basis waarvan onderwijsachterstanden het beste kunnen worden bepaald. Deze indicatoren kunnen worden bepaald op basis van centraal geregistreerde data:

  • opleidingsniveau van de moeder en de vader;
  • gemiddelde opleidingsniveau van de moeders op de school;
  • het land van herkomst van de ouders;
  • de verblijfsduur van de moeder in Nederland;
  • of het gezin in de schuldsanering zit.

Het CBS heeft op basis van deze indicatoren een vergelijking gemaakt met de huidige onderwijsachterstandenregeling. Uit de analyses van het CBS blijkt dat er herverdeeleffecten zullen optreden. ‘Er zijn zowel scholen als gemeenten die volgens de nieuwe berekening relatief hoog scoren en in de huidige regeling een relatief lage positie hebben en vice versa’, zo meldt het CBS.

Hoe groot deze effecten precies zijn, kan volgens het CBS pas worden bepaald nadat duidelijk is geworden hoe het ministerie van OCW het onderwijsachterstandenbeleid gaat herzien.

Lees meer…

PO-Raad wil andere criteria achterstandsleerling

De criteria die bepalen of een kind een achterstandsleerling is, moeten worden aangepast. Aanleiding voor dit pleidooi van de PO-Raad is het feit dat schoolbesturen veel geld toeleggen op het onderwijs aan vluchtelingenkinderen.

De PO-Raad meldt op basis van een peiling onder basisscholen met asielzoekersleerlingen dat tweederde van de scholen geld toelegt op het onderwijs aan deze groep kinderen. Gemiddeld gaat het om 850 euro per leerling per jaar.

Bijna alle scholen geven aan dat twee jaar extra geld nodig is om goed onderwijs voor vluchtelingenkinderen te organiseren, maar staatssecretaris Sander Dekker van OCW vindt één jaar voldoende. De Tweede Kamer nam weliswaar motie aan om scholen twee jaar extra geld te geven, maar die motie heeft Dekker naast zich neergelegd.

Nu vaak geen achterstandsleerling

De staatssecretaris stelt dat scholen via het onderwijsachterstandenbeleid al geld krijgen om onderwijs voor vluchtelingenkinderen van te betalen ná het eerste jaar. De PO-Raad wijst erop dat alleen kinderen van wie de ouders minder dan twee jaar voortgezet onderwijs hebben gevolgd, worden gezien als achterstandsleerlingen. De helft van de vluchtelingenkinderen behoort hier niet toe.

Daarom pleit de PO-Raad voor nieuwe criteria op basis waarvan bepaald wordt of een leerling een potentiële achterstandsleerling is die extra ondersteuning nodig heeft.

Dekker houdt voet bij stuk

Staatssecretaris Dekker laat in reactie op de oproep van de PO-Raad weten dat hij niet bereid is meer geld te investeren in goed onderwijs voor asielzoekerskinderen, meldt nieuwssite NU.nl.

Dekker is volgens Rotterdam onverschillige cynicus

De Rotterdamse onderwijswethouder Hugo de Jonge beschuldigt staatssecretaris Sander Dekker van OCW van onverschilligheid en cynisme. Hij doet dat op Twitter naar aanleiding van de brief over het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid die Dekker naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De Jonge twittert:

Zelden zoveel cynisme en onverschilligheid in 1 brief gezien. Gevolg: meer peuters maken een valse start.

In de brief van Dekker staat dat hij een evenwichtige verdeling wil van het geld om onderwijsachterstanden tegen te gaan. Tot nu toe gaat het meeste geld daarvoor naar steden en krijgen gemeenten op het platteland veel minder.

Dit leidt volgens Dekker tot een tweedeling in het kwaliteitsniveau. ‘Met de in deze brief voorgestelde bekostigingssystematiek wil ik deze tweedeling opheffen, zodat alle kinderen die het nodig hebben – in welke gemeente ze ook wonen – profiteren van kwalitatief goede voorschoolse educatie’, aldus de staatssecretaris. Hij stelt het volgende voor:

  1. Alle gemeenten hetzelfde bedrag per schoolgewicht.
  2. Minimumbudget voor het realiseren van een volwaardige vve-groep.
  3. Gemeentelijk budget laten meebewegen met de ontwikkeling van het aantal gewichtenkinderen.
  4. Ook kleine gemeenten krijgen middelen voor het realiseren van taalniveau 3F.

Als de plannen van de staatssecretaris doorgaan, zou Rotterdam 10 miljoen euro moeten inleveren. Deze stad krijgt nu uit de pot voor het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid 55 miljoen euro per jaar. Vanaf 2020 zou dat 45 miljoen zijn.

Dit betekent volgens De Jonge dat in zijn stad 2000 kinderen minder naar de voorschool zouden kunnen.

Luister naar wethouder De Jonge op Radio Rijnmond.

Prijs voor Onderwijsjournalistiek naar Anja Vink

De Nationale Prijs voor Onderwijsjournalistiek 2013 is dinsdag in perscentrum Nieuwspoort in Den Haag uitgereikt aan Anja Vink. Ze kreeg de prijs voor haar verhaal Asschers Stille Revolutie in Vrij Nederland van 13 juni 2012.

Het artikel gaat over de manier waarop de toenmalige Amsterdamse wethouder Lodewijk Asscher achterstanden op scholen wilde terugdringen door zich nadrukkelijk met de kwaliteit van het onderwijs te bemoeien. De jury oordeelde dat het stuk een actueel en relevant vraagstuk raakt, dat behandelt vanuit een breed perspectief en vanuit verschillende invalshoeken. Vink kreeg in 2008 ook de Nationale Prijs voor Onderwijsjournalistiek voor het artikel Dit onderwijs vergroot de achterstand in magazine M van NRC Handelsblad.

De jury bestond uit ombudsman Sjoerd de Jong van NRC Handelsblad, bladenmaker Marjan Agerbeek, directeur Dillian Hos van protestants-christelijke basisschool De Windroos in Amersfoort (eerder onder meer politiek redacteur van Trouw) en de Tilburgse hoogleraar sociologie en lid van de Onderwijsraad Sietske Waslander.

De prijs bestaat uit een geldbedrag van 1500 euro en een kunstwerk van emailleur Christine van der Ree.

Administratie gewichtenregeling buiten school om

Basisscholen worden verlost van de administratieve rompslomp die de gewichtenregeling met zich meebrengt. Staatssecretaris Sander Dekker van OCW kondigt aan dat er een verdeelmodel komt dat gebruikmaakt van databestanden die al buiten de school aanwezig zijn.

Aanleiding voor het nog te ontwikkelen verdeelmodel is dat scholen de regeling voor de toekenning van achterstandsmiddelen erg ingewikkeld vinden. Ze maken daardoor veel administratieve fouten, waardoor het gewichtengeld niet juist over de scholen wordt verdeeld en het dus niet altijd terechtkomt bij de leerlingen die het nodig hebben.

Omdat het alternatieve verdeelmodel er nog niet is – na de zomervakantie volgt meer informatie – zet de staatssecretaris eerst in op een verbetering van de gewichtenadministratie op de scholen. Ze kunnen bijvoorbeeld hulp krijgen bij het juist beoordelen van het opleidingsniveau van de ouders. Ook geeft Dekker de Inspectie van het Onderwijs opdracht om intensiever toe te zien op naleving van de regels en komt er een strenger sanctiebeleid, dat op 1 augustus 2013 in werking treedt.

Op de website van de rijksoverheid staat meer informatie.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl