‘Passend onderwijs is extra werk’

Wat is passend onderwijs? ‘Extra werk’, zo luidt het antwoord van een aantal leraren van het openbare Jan van Egmond Lyceum in Purmerend in de publicatie De bomen en het bos – Leraren en ouders over passend onderwijs.

Journalist Jelle van der Meer sprak voor de publicatie met leraren en ouders over hun ervaringen met passend onderwijs. Zo ging hij in gesprek met leraren van het openbare Jan van Egmond Lyceum, dat deel uitmaakt van de Purmerendse Scholengroep.

Het extra werk waar zij het over hebben, bestaat eruit dat ze rekening moeten houden met verschillende leerlingen. Zo heeft een van de geïnterviewden dertien leerlingen met dyslexie in de klas, een andere leraar heeft er zeven. Ook zijn er volgens hen steeds meer leerlingen met gedragsproblemen en ook nog hoogbegaafde leerlingen.

‘Het is altijd schipperen, zeker als je ook de middengroep wilt bedienen, daar zitten ook kinderen tussen met problemen maar zonder label’, zo citeert Van der Meer een van hen. Ze hebben twijfels over differentiëren: ‘Kan je meerdere heren dienen: de speciale en de gewone en de toplaag?’ De conclusie van de geïnterviewde leraren is dat homogene groepen prettiger zijn.

Lees meer…

De publicatie De bomen en het bos. Leraren en ouders over passend onderwijs maakt deel uit van het Evaluatieprogramma Passend Onderwijs. 

Heterogene klas doet het net zo goed als homogene

Heterogene klassen met allerlei soorten leerlingen gaan niet gepaard met lagere cognitieve en sociaal-emotionele uitkomsten. Dit blijkt uit onderzoek van het Kohnstamm Instituut.

Over het algemeen wordt verondersteld dat het verzorgen van adaptief onderwijs lastig is. In verband hiermee kan worden verwacht dat een grotere diversiteit in de klas samengaat met lagere onderwijsopbrengsten. Op grond van analyses van gegevens uit het cohortonderzoek COOL5-18 blijkt dit echter niet zo te zijn.

De algemene uitkomst van het onderzoek is dat er maar weinig systematische effecten van de klassamenstelling op toetsscores worden gevonden. Hetzelfde geldt voor sociaal-emotionele variabelen. Voor zover er al significante effecten worden gevonden, zijn deze zeer klein.

De conclusie is dan ook dat het er voor de prestaties en overige onderwijsuitkomsten van de leerlingen nauwelijks toe doet of ze in een homogene of heterogene klas zitten. Op enkele punten werden juist positieve relaties gevonden tussen heterogeniteit en onderwijsuitkomsten.

Het onderzoek richtte zich op het basisonderwijs.

Lees meer…