Amsterdamse wethouder pleit voor gratis voorschool

De voorschool moet gratis worden, vindt de Amsterdamse onderwijswethouder Marjolein Moorman (PvdA) en voorzitter Bart Drenth van MKB Amsterdam.

In een opiniestuk in Trouw benadrukken zij het belang van kansengelijkheid voor alle kinderen en het ontbreken van die gelijkheid in de huidige samenleving.

‘Dat betekent dat veel talent en potentieel al op jonge leeftijd verloren gaan. Dat is niet alleen oneerlijk voor de kinderen die het betreft, maar ook ondermijnend voor de samenleving in zijn geheel. Kansenongelijkheid kent een hoge prijs: segregatie, polarisatie en hoge maatschappelijke kosten’, aldus Moorman en Drenth.

Zij vinden dat kansenongelijkheid zo vroeg mogelijk moet worden voorkomen, en dat kan volgens hen door de voorschool voor alle ouders gratis te maken. Dit zou volgens hen een investering zijn ‘die de kansen voor kinderen vergroot en tegelijk veel economisch rendement oplevert’.

Voorschool betalen

Onder andere de lokale Amsterdamse krant Het Parool meldde vorige maand dat ouders hun kinderen massaal van de voorschool halen. Dat heeft te maken met inkomens­afhankelijke bijdrage die ouders sinds 1 januari van dit jaar moeten betalen.

Personeelstekort zet peutervoorziening onder druk

Personeelstekort in de kinderopvang zet de invoering van een basisvoorziening voor peuters onder druk. Dat blijkt uit onderzoek van ABN AMRO, de Belangenvereniging van Ouders in de Kinderopvang (BOinK) en het Waarborgfonds Kinderopvang.

‘De beschikbaarheid van deskundig personeel vormt een belangrijk obstakel in de sector’, zo staat in het onderzoeksrapport ‘War for talent’ ontspruit op de kinderopvang.

De onderzoekers verwachten dat het personeelstekort niet snel zal zijn opgelost. Dit kan volgens hen een belemmering betekenen voor de invoering van een basisvoorziening voor elke peuter, zoals onder andere de PO-Raad en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) willen.

Lees meer…

Peutervoorziening moet kansengelijkheid bevorderen

Er moet één peutervoorziening komen voor alle kinderen van 2,5 tot 4 jaar om kansengelijkheid te bevorderen. Dat vinden de PO-Raad, de Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang (BMK), de Brancheorganisatie Kinderopvang, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en Sociaal Werk Nederland, meldt Trouw. In een opiniestuk in die krant lichten voorzitter Rinda den Besten van de PO-Raad en haar collega Sharon Gesthuizen van de BMK het plan toe.

Zij vinden het niet goed dat peuters met verschillende sociaal-economische achtergronden van elkaar gescheiden worden:  ‘Sommige peuters gaan naar de kinderopvang in de buurt, andere peuters naar een voorschool een buurt verderop. En sommige peuters gaan helemaal nergens naartoe’, zo schrijven zij. De voordelen van één peutervoorziening is volgens hen onder meer dat kinderen van jongs af aan samen opgroeien.

Advies peutervoorziening

Het plan voor één peutervoorziening borduurt voort op het advies Tijd om door te pakken in de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang van de Taskforce samenwerking onderwijs en kinderopvang. In dat advies staat dat alle peuters samen moeten kunnen opgroeien en zich ook samen moeten kunnen ontwikkelen.

Lees meer…

Volgend jaar al extra geld voorschoolse educatie

Het kabinet gaat komend jaar al extra geld investeren in de voorschoolse educatie. Daarmee wordt voorkomen dat gemeenten pedagogisch medewerkers in de kinderopvang volgend jaar moeten ontslaan, terwijl zij in 2019 weer nodig zijn, meldt het ministerie van OCW.

Volgens minister Arie Slob voor Primair en Voortgezet Onderwijs is voorschoolse educatie van groot belang. ‘Elk kind verdient de kans om zijn of haar volledige potentieel te benutten, waar diegene ook vandaan komt. Door komend jaar al extra te investeren krijgen deze kinderen het steuntje in de rug dat zij verdienen en nemen we tegelijkertijd onzekerheid bij de pedagogisch medewerkers weg’, aldus de minister.

In het regeerakkoord staat dat extra geld voor de voorschool pas in 2019 beschikbaar zou komen, maar dat wordt dus 2018.

Lees meer…

‘Geef jonge kinderen recht op vier dagdelen opvang’

Alle kinderen tot vier jaar moeten het recht krijgen op vier dagdelen opvang per week.

Dit staat in een voorstel van onder andere de PO-Raad, kinderopvangorganisaties en gemeenten aan het nog te vormen kabinet. Het voorstel is aangeboden aan voorzitter Mariëtte Hamer van de Sociaal-Economische Raad (SER).

De organisaties spreken in hun voorstel van een ‘ontwikkelrecht’ van 16 uur per week. Dat moet voorkomen dat kleuters met een achterstand aan de basisschool beginnen.

Lees meer…

Pabo krijgt geen specialisatie kleuteronderwijs

Het is een slecht idee om leerkrachten op de pabo smal op te leiden om les te mogen geven aan alleen het jonge of het oude kind. Dat vinden minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW, zo blijkt uit een brief van hen aan de Tweede Kamer.

‘Mede door de goede ontwikkelingen op de pabo’s en de behoefte aan brede inzetbaarheid zien wij geen noodzaak om de bevoegdheid van leerkrachten te beperken door ze smal op te leiden’, aldus Bussemaker en Dekker. Zij benadrukken dat het juist belangrijk is dat leerkrachten kennis hebben van de doorlopende leerlijnen. ‘Door deze goed te kennen, weten leerkrachten hoe leerlingen als kleuter binnenkomen en hoe ze eind groep 8 zich hebben ontwikkeld’, zo staat in hun brief.

Pabo deel van groter geheel

Een oplossing voor de zorgen over het jonge kind ligt volgens de minister en de staatssecretaris niet alleen bij pabo’s, maar in het hele systeem. Ze noemen daarbij de cultuur van de school, de visie van de schoolleider, de kwaliteit van de stageplekken, de sturing vanuit het bestuur en de ruimte die er is voor professionalisering en nascholing. ‘Wij zullen er met de betrokken partijen aan blijven werken dat elk kind, jong of oud, de aandacht krijgt dat het verdient’, aldus Bussemaker en Dekker.

Uit een online enquête op initiatief van Tweede Kamerlid Michel Rog van het CDA bleek onlangs dat een deel van de leerkrachten wil dat er weer een specialistische opleiding komt voor het geven van onderwijs aan jonge kinderen, maar OCW vindt dat dus geen goed idee.

Stiekem meeluisteren helpt kleuters taal te leren

Marokkaanse kleuters lijken minder geneigd dan Vlaamse kinderen op school stiekem mee te luisteren met gesprekken van anderen. Dat verschil beïnvloedt hun taalgevoel, meldt de Vlaamse krant De Standaard.

De krant schrijft over een onderzoek van linguïst Anneleen Boderé van de Katholieke Universiteit Leuven. Uit haar onderzoek blijkt dat kinderen met een migratieachtergrond vooral nieuwe woorden leren als ze rechtstreeks worden aangesproken, terwijl kinderen met een Vlaamse afkomst ook al ‘luistervinkend’ nieuwe woorden leren.

Lees meer…

Peuters in opvang hebben meer stresshormoon

Peuters in de kinderopvang hebben meer stresshormoon cortisol dan peuters die thuisblijven, blijkt uit onderzoek van de universiteit in de Noorse stad Trondheim.

De onderzoekers zien bij peuters in de kinderopvang 32 procent meer cortisol in het speeksel dan bij peuters die niet naar de opvang gaan.

Volgens onderzoekster May Britt Drugli, die door de Britse krant Daily Mail wordt geciteerd, zegt dat peuters nog niet zo goed kunnen praten en vaak nog geen goede sociale vaardigheden hebben. Daardoor kunnen ze op de crèche veel stress ervaren.

Een hogere cortisolwaarde zou een negatieve invloed kunnen hebben op de ontwikkeling van de hersenen van jonge kinderen, maar wetenschappelijk bewijs daarvoor is er niet.

Tweede Kamer stemt in met ‘peuterwet’

De Tweede Kamer heeft ingestemd met de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk

In het regeerakkoord van het huidige kabinet-Rutte werd aangekondigd dat het onderwijs, de kinderopvang en het peuterspeelzaalwerk meer op elkaar moesten worden afgestemd om peuters een betere basis te geven. De nu aangenomen wet van minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is daar de concretisering van.

Asscher zegt tegen de NOS dat hij tevreden is nu de Kamer met zijn wet heeft ingestemd: ‘Het moet niet uitmaken of je ouders arm of rijk zijn. Alle kinderen verdienen het om al vroeg samen te kunnen spelen en daarbij ook spelenderwijs te leren. Dat geeft ze niet alleen veel plezier, maar ook een goede start op de basisschool.’

Voor- en vroegschoolse educatie sterk verbeterd

De kwaliteit van de voor- en vroegschoolse educatie (vve) in de grote steden is de afgelopen vijf jaar sterk gestegen, meldt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer.

De kwaliteitsverbetering is volgens Dekker mede het gevolg van het grote draagvlak voor vve en de goede samenwerking tussen de betrokken partijen. Hij schrijft ook dat op sommige punten nog verbetering mogelijk is.

Zo zal het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie wordt aangepast voor een betere borging van de kwaliteit. Onderdeel van dat besluit is dat vanaf 1 augustus 2017 het taalniveau 3F wettelijk verplicht wordt voor pedagogisch medewerkers in de voorschool in grote gemeenten en vanaf 1 augustus 2019 in alle gemeenten.

Verder wil de staatssecretaris inzetten op innovatie en kennisdeling en ook op verdere ondersteuning van gemeenten en vve-werkgevers.

Lees meer…

 

Peuters verzekerd als ze op school komen wennen?

Zijn peuters die komen wennen op school verzekerd? Ja, zo luidt het antwoord van VOS/ABB’s verzekeringspartner Aon op deze vraag die geregeld aan onze Helpdesk wordt gesteld.

Met de verzekeraars binnen het Aon-verzekeringscollectief is afgesproken dat er voor peuters die op school komen wennen automatisch dekking is. De dekking is gelijk aan die van de andere leerlingen. Wel moet de peuter in kwestie in de administratie van de school als (toekomstige) leerling bekend zijn.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Aon:

Henri Damen, 06-13817417, Henri.Damen@aon.nl of Ruud van Houten, 06-14875425, Ruud.van.Houten@aon.nl

U kunt ook contact opnemen met onze Helpdesk: 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Voorschoolse educatie heeft positief effect

Het is zinvol om in te zetten op voorschoolse educatie voor peuters met een (taal)achterstand. Dat staat in een brief van staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer.

Dekker baseert zich op verschillende onderzoeken. ‘Wanneer ik deze resultaten samen bekijk, concludeer ik dat het ook in de Nederlandse context zinvol is om in te zetten op ve [voorschoolse educatie, red.] voor kinderen met een risico op (taal)achterstand.’ Doelgroepkinderen ontwikkelen zich sneller in voorzieningen die opvang bieden van hoge kwaliteit, en daardoor vermindert hun achterstand’, zo schrijft de staatssecretaris.

In zijn brief staat ook dat de kwaliteit van de voorschoolse educatie nog niet op orde is. Het taalniveau van de pedagogisch medewerkers moet omhoog en er moeten onder andere scherpere eisen worden gesteld aan de certificering van voorschoolse educatie.

Voorschoolse educatie voor elk kind

De bevindingen van Dekker sluiten aan bij een advies van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). In advies dat onlangs werd gepubliceerd, pleit de OESO voor betere professionals in instellingen voor voor- en vroegschoolse educatie (VVE). Bovendien vindt de OESO dat VVE voor álle kinderen beschikbaar moet zijn.

Dat laatste sluit aan bij wat het kabinet wil. Dat maakte in april bekend dat er in principe voor elk kind voor- en vroegschoolse educatie moet zijn.

Lees meer…

Voortaan alle peuters naar speelzaal

In juli komen de eerste miljoenen beschikbaar om alle peuters twee dagdelen per week naar een peuterspeelzaal of kinderopvang te laten gaan. Minister Asscher trekt er in totaal 60 miljoen voor uit, omdat hij vindt dat ieder kind recht heeft op een goede start in de maatschappij.

Het miljoenenbudget gaat naar de gemeenten, die het moeten inzetten om ook de peuters die nu nog niet in een peuterspeelzaal of kinderopvang komen, een plek voor twee dagdelen per week te bieden. Het gaat om naar schatting 15 procent van alle kinderen van 2,5 tot 4 jaar. Dit zijn kinderen van wie een of beide ouders niet werken, kinderen van ouders die geen plek kunnen krijgen of die het niet kunnen betalen. Voor al deze kinderen moet de gemeente nu een plek in een speelzaal of kinderopvang regelen. Basisgedachte is dat de ontwikkeling van peuters wordt gestimuleerd door ze te laten spelen en leren in een speelzaal of kinderopvang.

Eerste tranche in juli
Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid had dit overigens al met Prinsjesdag aangekondigd, maar hij heeft nu afspraken gemaakt met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Ook is bekend geworden dat de eerste tranche van 10 miljoen euro in juli beschikbaar komt. De rest wordt verdeeld over de komende vijf jaar uitgekeerd.

‘Niet genoeg’
Gjalt Jellesma van ouderorganisatie BOINK reageerde bij de NOS al meteen teleurgesteld op het nieuws van Asscher. Volgens hem is twee dagdelen per week gratis opvang veel te weinig. Bovendien vindt hij de tijd die gemeenten krijgen om het te organiseren, te lang. ‘Over zes jaar moet het geregeld zijn, dat zijn drie generaties peuters’, aldus Jellesma bij de NOS. Hij wijst op een eerder advies van de Sociaal Economische Raad (SER), waarin 16 uur gratis opvang werd aangeraden: twee hele dagen dus, in plaats van twee dagdelen.

‘In acht uur per week lukt het niet om taalachterstanden weg te werken en peuters echt iets te leren. En kinderen met een achterstand krijgen later op school weer problemen. Dat worden dure leerlingen’, aldus Jellesma. Minister Asscher zegt daarop bij de NOS dat hij blij is dat er nu budget is voor twee dagdelen. ‘Het is een goed begin’.

Minister Bussemaker van Onderwijs zei zondag in het televisieprogramma WNL op zondag dat ze erover denkt alle kinderen vanaf 2 jaar naar school te laten gaan.

Peuterspeelzalen nodig in AZC

Er moeten peuterspeelzalen komen in asielzoekerscentra om te voorkomen dat de peuters die daar zitten straks met een grote taalachterstand aan de basisschool beginnen. Dat zeggen de PO-raad en de MOgroep (brancheorganisatie van peuterspeelzalen) vandaag in dagblad AD. 

Kinderen van asielzoekers die ouder zijn dan 4 jaar gaan naar basisscholen, maar voor de jongere kinderen is weinig geregeld. Die moeten het volgens de brancheorganisaties vaak doen met een lokaal waar ze af en toe kunnen spelen. Dat noemen de organisaties een gemiste kans. Wat peuters nodig hebben is structuur, veiligheid, en een aanbod van een basiswoordenschat door het werken met thema’s, vaste formuleringen, pictogrammen en liedjes.

Inventarisatie
Uit een eerdere inventarisatie van advies- en onderzoeksbureau Sardes in 42 gemeenten met een asielzoekerscentrum, bleek dat er slechts 16 een professioneel aanbod voor peuters hebben. Tegelijkertijd kwam naar voren dat bijna alle gemeenten dit wel wenselijk vinden. Maar door het ontbreken van budget, landelijke wet- en regelgeving en geschikte partners in de kinderopvang is het voor de meerderheid van de gemeenten met een AZC (nog) niet mogelijk een goed aanbod te ontwikkelen.

Het COA (Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers) richt in de opvangcentra wel een speelruimte in voor de kinderen. ‘Maar peuterspeelzalen zijn een gemeentelijke aangelegenheid’, zegt woordvoerder Caroline van Dullemen in dagblad AD.  Sardes wil samen met de organisaties gaan werken aan ondersteuning van gemeenten en kinderopvang, deskundigheidsbevordering van beroepskrachten en duidelijkheid over wet- en regelgeving.

Achterstandsgelden
De gemeenten zouden de peuteropvang moeten betalen met het geld dat ze krijgen voor het wegwerken van onderwijsachterstanden. Vooral kleine gemeenten kunnen die kosten niet opbrengen. De vluchtelingen staan niet ingeschreven in de basisadministratie waardoor de gemeenten geen extra geld krijgen voor de kinderen. Ook kunnen de ouders geen eigen bijdrage betalen.

De MOgroep zegt in dagblad AD dat de overheid meer geld zou moeten uittrekken voor de professionele opvang van de peuters. Het hangt volgens de organisatie nu af van de financiële situatie van de gemeente. Volgens een schatting van Sardes is er in totaal 6 miljoen euro nodig om de peuters in asielzoekerscentra professionele vroeg- en voorschoolse educatie te bieden.

Veel Syrische peuters
In de asielzoekerscentra zitten relatief veel Syrische peuters. Het Centraal Bureau voor de Statistiek berichtte deze week dat 9 procent van de Syrische immigranten tussen de 0 en 5 jaar is. Bij andere groepen ligt dat cijfer rond de 5 procent.

 

Motie tegen herverdeling achterstandsgeld verworpen

De Tweede Kamer is tegen een motie die erop was gericht om een herverdeling van onderwijsachterstandsgeld tegen te houden. Dit is een tegenvaller voor de vier grote steden.

De motie stond in het kader van de Wet ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie (Wet OKE) en was ingediend door de Kamerleden Paul van Meenen (D66) en Tjitske Siderius (SP). Zij constateerden dat staatssecretaris Sander Dekker van OCW met een herverdeling van het onderwijsachterstandsgeld in feite een bezuiniging uitvoert.

Bij de herverdeling zoals Dekker die voor zich ziet, krijgen de grote steden minder onderwijsachterstandsgeld en het platteland verhoudingsgewijs meer. De herverdeling heeft vooral in de vier grote steden tot verontwaardigde reacties geleid. De Rotterdamse CDA-onderwijswethouder Hugo de Jonge beschuldige Dekker in dit kader van onverschilligheid en cynisme. Rotterdam zou 10 miljoen euro moeten inleveren.

Er is wel een andere motie aangenomen waarin wordt gepleit voor een onderzoek naar ‘welke middelen nodig zijn voor een effectief en landelijk dekkend vve-aanbod voor alle doelgroepkinderen’. Deze motie was ingediend door onder anderen Keklik Yücel van de PvdA. Wethouder De Jonge ziet hierin een voorlopige afwending van de korting op de voorschool in zijn gemeente, zo meldt hij op Twitter.

Leerkracht en groepssamenstelling bepalen effect VVE

Het handelen van de beroepskracht en de groepssamenstelling blijken bepalend te zijn voor het effect van voor- en vroegschoolse educatie op de ontwikkeling van deelnemende kinderen. Dat schrijft orthopedagoog Annika de Haan in haar proefschrift ‘Effecten van voor- en vroegschoolse educatie in gemengde groepen’, meldt de Universiteit Utrecht.

Kinderen in groepen waar de beroepskracht relatief veel ontwikkelingsstimulerende activiteiten aanbiedt en begeleidt, laten een snellere ontwikkeling zien dan kinderen in groepen waar de beroepskracht minder van dit soort activiteiten aanbiedt.

Deelnemende kinderen, vooral in de kleutergroepen, ontwikkelen zich ook sneller in gemengde groepen dan in niet-gemengde groepen. Het positieve effect van gemengde groepen lijkt vooral te verlopen via interactie met groepsgenootjes. De belangrijkste aanbeveling om te komen tot een betere kwaliteit van voor- en vroegschoolse educatie is continue professionalisering van beroepskrachten, bijvoorbeeld door middel van coaching.

Peuters uit lage-inkomensgroepen vaker thuis

Bijna 40 procent van de 2- en 3-jarige kinderen met ouders in de groep met de laagste inkomens gaat niet naar de peuterspeelzaal en ook niet naar een vorm van formele kinderopvang. Van de ouders met de hoogste inkomens bezoekt 8 procent van de kinderen geen peuterspeelzaal of kinderopvang, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In 2013 ging 37 procent van de 2- en 3-jarige kinderen naar de peuterspeelzaal. Dat komt neer op circa 137.000 kinderen. Ze werden gemiddeld 7,5 uur per week in de peuterspeelzaal opgevangen. Bijna een kwart van hen werd daarnaast ook opgevangen in een kinderdagverblijf of bij erkende gastouders.

Gemiddeld ging 20 procent van de Nederlandse peuters niet naar een peuterspeelzaal of kinderopvangopvang. In totaal zijn dat zo’n 72.000 kinderen.

Het kabinet trekt het komende jaar 60 miljoen euro uit voor de opvang van peuters. Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vindt dat alle kinderen de mogelijkheid moeten krijgen om de peuterspeelzaal of kinderopvang te bezoeken, ongeacht of hun ouders werken.

Kabinet wil alle peuters naar de kinderopvang

Het kabinet trekt 60 miljoen euro uit om alle peuters twee dagdelen naar de kinderopvang te laten gaan, of de ouders nu werken of niet. Dat meldt RTL Nieuws op basis van uitgelekte informatie uit de komende Miljoenennota.

De maatregel is bedoeld voor peuters van wie niet beide ouders werken en die niet tot de zogenoemde doelgroepkinderen behoren, omdat er bij hen geen sprake is van een leer- en/of ontwikkelingsachterstand. In die situatie bestaat er over het algemeen geen recht op kinderopvangtoeslag.

De 60 miljoen euro gaat volgend jaar naar de gemeenten, meldt RTL Nieuws. Die mogen zelf beslissen hoe ze de opvang gaan organiseren.

Stap in goede richting
VOS/ABB is blij met de maatregel, omdat hiermee alle peuters de kans krijgen zich in de voorschoolse periode samen met leeftijdgenoten op cognitief en sociaal-emotioneel vlak te ontwikkelen. Het zou echter beter zijn om direct een volgende stap te zetten door de opvang van peuters en het onderwijs met elkaar te laten samenvloeien, zodat er een doorgaande lijn ontstaat.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

‘Peuterklassen in alle Zeeuws-Vlaamse grensdorpen’

In alle grensdorpen in Zeeuws-Vlaanderen zouden peuterklassen moeten komen om de trend te keren dat steeds meer kinderen naar een school in België gaan. Dat zegt bestuursvoorzitter Peter de Jong van Onderwijsgroep Perspecto tegen Omroep Zeeland.

In Zeeuws-Vlaanderen begon in 2011 een proef om leerlingen al vanaf 2,5 jaar toegang te geven tot de basisschool. De proef in enkele grensdorpen staat onder andere in het teken van het keren van de trend dat steeds meer Zeeuws-Vlaamse ouders kiezen voor basisonderwijs in België.

Kinderen kunnen in Vlaanderen al vanaf 2,5 jaar terecht in het basisonderwijs. Op die manier hoeven ouders geen gebruik te maken van de dure Nederlandse kinderopvang. De basisscholen in Vlaanderen kennen slechts een geringe ouderbijdrage. Bovendien is de buitenschoolse opvang er spotgoedkoop.

Toenmalig minister Marja van Bijsterveldt van OCW zei dat zij met deze proef basisscholen de helpende hand wilde bieden om de terugloop van het aantal leerlingen tegen te gaan. ‘Het is belangrijk dat leerlingen in hun eigen buurt of dorp op school kunnen blijven. Dat is goed voor de leefbaarheid in de dorpen en de menselijke maat’, aldus Van Bijsterveldt in 2011.

Bestuursvoorzitter De Jong van Onderwijsgroep Perspecto, met in totaal 31 openbare, rooms-katholieke en protestants-christelijke scholen in de gemeenten Hulst en Terneuzen, zegt nu dat de proef met peuterklassen wat hem betreft moet worden uitgebreid tot alle grensdorpen in Zeeuws-Vlaanderen. ‘We zijn in overleg met de gemeenten en met het ministerie om dit voor elkaar te krijgen’, aldus De Jong op Omroep Zeeland.

Gratis voorschool voor alle peuters onbetaalbaar

Het plan van de gemeenten voor één integrale voorschoolse voorziening voor alle peuters niet te betalen. Dat stelt minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) liet in december weten het geen goed plan te vinden om de financiering van peuterspeelzalen onder de toeslagenregeling van de kinderopvang te brengen. Dat zou alleen maar leiden tot hogere kosten voor werkende ouders en daarmee tot het risico dat minder kinderen naar de voorschool gaan. Vooral voor kinderen met een taalachterstand zou dat slecht zijn.

De VNG stelde daarom voor een ‘ontwikkelrecht’ voor peuters in te voeren. Er zou er één integrale voorschoolse voorziening moeten komen die voor alle kinderen gratis toegankelijk wordt. Daarmee zou een doorlopende leerlijn met de basisschool kunnen worden gerealiseerd.

Minister Asscher reageert hier nu op door te benadrukken dat uitvoering van het alternatief van de VNG niet realistisch want veel te duur is. ‘Een belangrijke component in de kosten van uw plan is het gratis aanbod aan alle ouders. Voor het alternatieve voorstel ontbreekt ruim 400 miljoen euro aan dekking.’

Toegankelijkheid peuterspeelzalen in gevaar

VOS/ABB zet vraagtekens bij het plan van minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om de financiering van het peuterspeelzaalwerk onder de Wet Kinderopvang te brengen. Dit zou de toegankelijkheid van voorzieningen voor peuters in gevaar kunnen brengen.

In het regeerakkoord staat dat onderwijs, kinderopvang, peuterspeelzalen en voor- en vroegschoolse educatie (vve) meer op elkaar worden afgestemd. Daarom is afgesproken dat de financiering van het peuterspeelzaalwerk onder de Wet Kinderopvang wordt gebracht. Minister Asscher ligt de plannen toe in een brief die naar de Tweede Kamer is gestuurd.

‘Op zich zijn we niet verbaasd dat de financiering en kwaliteit van de peuterspeelzalen gelijk getrokken worden met de kinderopvang. Voor de kwaliteit vinden we dat een goede ontwikkeling’, zegt beleidsmedewerker Simone Baalhuis van VOS/ABB. ‘De vraag is echter hoe de markt zich gaat ontwikkelen als ook de peuterspeelzaal met commerciële tarieven gaat werken. Hoe toegankelijk is het dan nog voor niet-werkende ouders en andere ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag?’

Baalhuis merkt tevens op dat de gemeenten straks nog maar weinig invloed hebben, terwijl ze wel nog het achterstandenbeleid en de voor- en vroegschoolse educatie moeten vormgeven. ‘We zetten dus onze vraagtekens bij het plan van Asscher. Is dit wel de beste ontwikkeling voor kinderen?’, aldus Baalhuis.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Dekker: ‘Onderwijs aan peuters moet beter’

De kwaliteit van voor- en vroegschoolse educatie (vve) in Nederland moet beter. Het taalniveau van de pedagogisch medewerkers moet omhoog en er is een sluitende (keten)aanpak nodig om alle peuters die risico lopen op een achterstand, naar de vve te leiden.

In een brief aan de Tweede Kamer schrijft staatssecretaris Sander Dekker van OCW dat hij nog in deze kabinetsperiode ‘een flinke verbeterslag’ wil maken. De staatssecretaris baseert zich daarbij op het Eindrapport bestandsopname voor- en vroegschoolse educatie in Nederland van de Inspectie van het Onderwijs, dat naar de Tweede Kamer is gestuurd.

Uit dat rapport blijkt dat er knelpunten zijn in zowel het aanbod van als de toeleiding naar de vve. Een deel van de gemeenten slaagt er niet in alle doelgroepkinderen te bereiken. Ook bezuinigen gemeenten op peuterspeelzaalwerk, waardoor het voorschoolse aanbod vermindert. In dunbevolkte gebieden is een kinderdagverblijf vaak niet rendabel, waardoor doelgroepkinderen thuisblijven en de kans groter wordt dat ze met een (taal)achterstand aan de basisschool beginnen. Voor deze gebieden zijn maatwerkoplossingen nodig. Dekker denkt bijvoorbeeld aan voorschoolse educatie in samenwerking met een basisschool.

Taalniveau
Het probleem van het taalniveau van de pedagogisch medewerkers, dat vaak onder de maat blijkt te zijn, wil staatssecretaris Dekker aanpakken met met een professionaliseringsslag. Hij wil dat alle gemeenten deze medewerkers gaan toetsen en scholen. Daarover worden afspraken gemaakt met de VNG.

Consultatiebureaus
Voor de toeleiding naar de vve wil Dekker afspraken maken met consultatiebureaus, die moeten signaleren welke peuters risico lopen op een achterstand. Ook zet hij in op voorlichting en een actieve benadering van ouders.

Het tweeledige doel van de maatregelen is de kwaliteit van vve in alle gemeenten op hetzelfde, hoge niveau te brengen en te zorgen dat alle kinderen die het nodig hebben, ervan kunnen profiteren. ‘Ik bied hiervoor niet alleen de kaders, maar ook praktische ondersteuning. De inzet is een goede start in het onderwijs voor alle kinderen’, aldus Dekker.

Reactie VOS/ABB
Ook VOS/ABB heeft eerder geconstateerd dat het taalniveau van de leidsters in kinderopvangorganisaties vaak te laag is. Eigenlijk is een hbo-opleiding voor deze leidsters gewenst. VOS/ABB is daarnaast voorstander van initiatieven voor voorscholen, waar álle peuters vanaf 2,5 jaar naar toe gaan, zoals in Amsterdam. Ook elders in het land zijn basisscholen begonnen met voorscholen. Zie hiervoor de gerelateerde berichten in de rechterkolom hiernaast.

De brief van staatssecretaris Dekker aan de Tweede Kamer

Het ‘Eindrapport bestandsopname voor- en vroegschoolse educatie’ van de Inspectie van het Onderwijs

Achterstandsleerling wacht op plek in voorschool

Steeds minder kinderen met een achterstand kunnen als voorbereiding op de basisschool terecht op een voorschool. Dat meldt de NOS.

De MOgroep noemt het onacceptabel dat kinderen met een achterstand op wachtlijsten staan. De brancheorganisatie van onder andere de peuterspeelzalen wil dat er één peutervoorziening komt, die toegankelijk is voor alle kinderen.

Voorzitter Rinda den Besten van de PO-raad wil dat ook: 'Er beginnen nu toch weer meer kinderen met een achterstand aan de basisschool. Die achterstand halen ze moeilijk in. De voorschool moet toegankelijk zijn voor alle kinderen.'

De wachtlijsten bij peuterspeelzalen nemen toe doordat de kinderopvang steeds duurder wordt. Peuterspeelzalen zijn goedkoper, doordat ze vaak nog gesubsidieerd zijn.