Schoolbestuur kan peutergroepen niet overnemen

De Stichting Openbaar Basisonderwijs West-Brabant (OBO) ziet geen kans om acht peutergroepen over te nemen van de Stichting Peuterspeelzalen Roosendaal (SPR). Dat was wel de intentie, maar het wordt voor OBO te duur.

De acht peutergroepen zitten al in openbare basisscholen in Roosendaal en daar zal niets aan veranderen. Vorig jaar heeft SPR met drie plaatselijke schoolbesturen afgesproken dat zij het peuterspeelzaalwerk zouden overnemen per 1 januari. Wat OBO betreft gaat dat niet door. ‘Wij zijn bang om in financiële problemen te komen’, zegt directeur Ad Goossens van OBO in dagblad BN De Stem.

Administratie peutergroepen

De school wil geen geld steken in een eigen administratie van peuters. ‘We willen de beschikbare middelen maximaal ten goede van de peuters laten komen’, zegt het bestuur op de Facebook-pagina van OBO. Het schoolbestuur denkt dat het veel efficiënter is om de administratie van de peutergroepen uit te besteden aan een andere partij.

Overigens blijven de peutergroepen in de basisscholen gewoon bestaan. Voor de ouders verandert niets. Het personeel blijft voorlopig in dienst bij SPR.

Voortaan alle peuters naar speelzaal

In juli komen de eerste miljoenen beschikbaar om alle peuters twee dagdelen per week naar een peuterspeelzaal of kinderopvang te laten gaan. Minister Asscher trekt er in totaal 60 miljoen voor uit, omdat hij vindt dat ieder kind recht heeft op een goede start in de maatschappij.

Het miljoenenbudget gaat naar de gemeenten, die het moeten inzetten om ook de peuters die nu nog niet in een peuterspeelzaal of kinderopvang komen, een plek voor twee dagdelen per week te bieden. Het gaat om naar schatting 15 procent van alle kinderen van 2,5 tot 4 jaar. Dit zijn kinderen van wie een of beide ouders niet werken, kinderen van ouders die geen plek kunnen krijgen of die het niet kunnen betalen. Voor al deze kinderen moet de gemeente nu een plek in een speelzaal of kinderopvang regelen. Basisgedachte is dat de ontwikkeling van peuters wordt gestimuleerd door ze te laten spelen en leren in een speelzaal of kinderopvang.

Eerste tranche in juli
Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid had dit overigens al met Prinsjesdag aangekondigd, maar hij heeft nu afspraken gemaakt met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Ook is bekend geworden dat de eerste tranche van 10 miljoen euro in juli beschikbaar komt. De rest wordt verdeeld over de komende vijf jaar uitgekeerd.

‘Niet genoeg’
Gjalt Jellesma van ouderorganisatie BOINK reageerde bij de NOS al meteen teleurgesteld op het nieuws van Asscher. Volgens hem is twee dagdelen per week gratis opvang veel te weinig. Bovendien vindt hij de tijd die gemeenten krijgen om het te organiseren, te lang. ‘Over zes jaar moet het geregeld zijn, dat zijn drie generaties peuters’, aldus Jellesma bij de NOS. Hij wijst op een eerder advies van de Sociaal Economische Raad (SER), waarin 16 uur gratis opvang werd aangeraden: twee hele dagen dus, in plaats van twee dagdelen.

‘In acht uur per week lukt het niet om taalachterstanden weg te werken en peuters echt iets te leren. En kinderen met een achterstand krijgen later op school weer problemen. Dat worden dure leerlingen’, aldus Jellesma. Minister Asscher zegt daarop bij de NOS dat hij blij is dat er nu budget is voor twee dagdelen. ‘Het is een goed begin’.

Minister Bussemaker van Onderwijs zei zondag in het televisieprogramma WNL op zondag dat ze erover denkt alle kinderen vanaf 2 jaar naar school te laten gaan.

Peuterspeelzalen nodig in AZC

Er moeten peuterspeelzalen komen in asielzoekerscentra om te voorkomen dat de peuters die daar zitten straks met een grote taalachterstand aan de basisschool beginnen. Dat zeggen de PO-raad en de MOgroep (brancheorganisatie van peuterspeelzalen) vandaag in dagblad AD. 

Kinderen van asielzoekers die ouder zijn dan 4 jaar gaan naar basisscholen, maar voor de jongere kinderen is weinig geregeld. Die moeten het volgens de brancheorganisaties vaak doen met een lokaal waar ze af en toe kunnen spelen. Dat noemen de organisaties een gemiste kans. Wat peuters nodig hebben is structuur, veiligheid, en een aanbod van een basiswoordenschat door het werken met thema’s, vaste formuleringen, pictogrammen en liedjes.

Inventarisatie
Uit een eerdere inventarisatie van advies- en onderzoeksbureau Sardes in 42 gemeenten met een asielzoekerscentrum, bleek dat er slechts 16 een professioneel aanbod voor peuters hebben. Tegelijkertijd kwam naar voren dat bijna alle gemeenten dit wel wenselijk vinden. Maar door het ontbreken van budget, landelijke wet- en regelgeving en geschikte partners in de kinderopvang is het voor de meerderheid van de gemeenten met een AZC (nog) niet mogelijk een goed aanbod te ontwikkelen.

Het COA (Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers) richt in de opvangcentra wel een speelruimte in voor de kinderen. ‘Maar peuterspeelzalen zijn een gemeentelijke aangelegenheid’, zegt woordvoerder Caroline van Dullemen in dagblad AD.  Sardes wil samen met de organisaties gaan werken aan ondersteuning van gemeenten en kinderopvang, deskundigheidsbevordering van beroepskrachten en duidelijkheid over wet- en regelgeving.

Achterstandsgelden
De gemeenten zouden de peuteropvang moeten betalen met het geld dat ze krijgen voor het wegwerken van onderwijsachterstanden. Vooral kleine gemeenten kunnen die kosten niet opbrengen. De vluchtelingen staan niet ingeschreven in de basisadministratie waardoor de gemeenten geen extra geld krijgen voor de kinderen. Ook kunnen de ouders geen eigen bijdrage betalen.

De MOgroep zegt in dagblad AD dat de overheid meer geld zou moeten uittrekken voor de professionele opvang van de peuters. Het hangt volgens de organisatie nu af van de financiële situatie van de gemeente. Volgens een schatting van Sardes is er in totaal 6 miljoen euro nodig om de peuters in asielzoekerscentra professionele vroeg- en voorschoolse educatie te bieden.

Veel Syrische peuters
In de asielzoekerscentra zitten relatief veel Syrische peuters. Het Centraal Bureau voor de Statistiek berichtte deze week dat 9 procent van de Syrische immigranten tussen de 0 en 5 jaar is. Bij andere groepen ligt dat cijfer rond de 5 procent.

 

‘Eén voorziening voor alle peuters’

Alle kinderen hebben recht op een goede start. Dat is de kern van een oproep van de PO-Raad aan het kabinet om te komen tot één voorziening voor alle peuters. Ook de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) wil dit.

De sectororganisatie in het primair onderwijs vindt dat het huidige kabinetsplan Een betere basis voor peuters ‘niet voortvarend genoeg’ is. Het kabinet wil de kwaliteitseisen voor de peuterspeelzalen en de kinderopvang aan elkaar gelijkstellen. Ook wil het kabinet dat er geïnvesteerd wordt in de pedagogische kwaliteit van deze voorzieningen. Bovendien wil het kabinet voor werkende ouders één financieringssysteem via de kinderopvangtoeslag.

De PO-Raad wil dat er op de lange termijn ‘één integrale voorziening voor opvang, ontwikkeling en onderwijs’ moet komen. Deze voorziening zou voor minimaal vier dagdelen per week toegankelijk moeten zijn voor alle kinderen vanaf 2,5 jaar.

De sectororganisatie pleit ook voor ‘ontwikkelrecht’ voor alle peuters. Er moet volgens de PO-Raad een aanbod op basis van één kwaliteitskader komen onder de gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeenten, kinderopvang, peuterspeelzaalwerk en onderwijs.