Vooral meisjes willen baan in onderwijs

In Nederland willen meisjes het liefst in het onderwijs gaan werken. Jongens kiezen veel liever voor een baan in de ICT-sector. Dat staat in het rapport Dream Jobs? Teenagers’ Career Aspirations and the Future of Work van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Bij de meisjes in de leeftijd van het voortgezet onderwijs staat docent worden op nummer 1. Eén op de tien meisjes (9,3 procent) in Nederland wil later in het onderwijs gaan werken. Bij de jongens is dat met één op de 25 (4,0 procent) veel minder.

Meisjes willen dus het liefst gaan lesgeven. Andere populaire beroepskeuzes zijn dokter, psycholoog, verpleegkundige en advocaat. Bij de jongens staat een baan in de ICT op nummer 1, gevolgd door sporter, software-ontwikkelaar en technicus. Op nummer 5 staat bij jongens een baan in het onderwijs.

PISA – Steeds slechter lezen, wiskunde blijft op peil

De leesvaardigheid van Nederlandse leerlingen van 15 jaar holt achteruit, maar op het gebied van wiskunde scoren ze nog steeds hoog. Dat blijkt uit het onderzoek PISA 2018 van de Organisatie voor Economische samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

In het rapport staat dat tot 2012 de leesvaardigheidsscores van Nederlandse leerlingen stabiel waren. Daarna werd een dalende trend ingezet die zich vanaf 2015 heeft versterkt. Nu scoren Nederlandse leerlingen duidelijk onder het gemiddelde van 15 lidstaten van de Europese Unie.

Als wordt gekeken naar jongens en meisjes, dan valt net als in voorgaande jaren op dat jongens aanmerkelijk lager scoren op leesvaardigheid dan meisjes.

Nederlandse leerlingen hebben ook minder plezier hebben in lezen dan leeftijdgenoten in andere landen. Nederland staat wat dit betreft zelfs helemaal onderaan. Zes op de tien leerlingen zeggen alleen maar te lezen als dat moet. Vooral jongens balen van lezen; meisjes hebben er meer plezier in.

Leesoffensief

Naar aanleiding van de bevindingen in het PISA-rapport, komen de onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie slob met een leesoffensief. Daarin volgen zij een advies van de Onderwijsraad en de Raad voor Cultuur.

Het leesoffensief bestaat uit de volgende maatregelen:

  • Een krachtige en samenhangende leesaanpak
  • De belangrijke rol van bibliotheken
  • Een breder en diverser aanbod van jeugdboeken

Lees meer in deze brief die de ministers naar de Tweede Kamer hebben gestuurd.

Wiskunde

Het onderzoek van PISA richtte zich ook op wiskunde. Eerder signaleerde PISA ook hier een dalende trend, maar die zet niet door: in 2018 lag het niveau van wiskundige geletterdheid hoger dan in 2015. Meisjes maken een duidelijke inhaalslag: hun prestaties zijn nu vergelijkbaar met die van jongens.

Nederland scoort op wiskunde en rekenen duidelijk hoger dan het gemiddelde van de 77 onderzochte landen en staat op nummer 1 als wordt gekeken naar 15 EU-landen.

Natuurwetenschappen

Op het gebied van natuurwetenschappen signaleert PISA weer wel een zich voortzettende dalende trend. Die daling is vooral te wijten aan de jongens. De scores van de meisjes blijven op dit terrein stabiel. Het is voor het eerst dat meisjes het bij natuurwetenschappen beter doen dan jongens.

Internationaal gezien doet Nederland het nog steeds goed. Van de 15 EU-landen staat ons land op het gebied van natuurwetenschappen op de tweede plaats, achter Finland.

Gezinsachtergrond

PISA signaleert net als in voorgaande jaren dat de gezinsachtergrond veel invloed heeft op de prestaties van leerlingen. Kinderen met hoogopgeleide ouders doen het duidelijk beter dan kinderen met laagopgeleide ouders.

Migratieachtergrond is ook bepalend. Kinderen uit gezinnen waar thuis Nederlands wordt gesproken, scoren aanmerkelijk hoger dan kinderen uit gezinnen waar een andere taal wordt gesproken. Dat verschil in negatieve zin is het grootst bij kinderen uit gezinnen met een niet-Europese achtergrond.

Lees meer…

Achterstand in Nederland minder bepalend dan elders

Nederland behoort nog steeds tot de landen waar relatief veel leerlingen uit lagere sociale klassen het goed doen in het onderwijs. Gegevens van de OESO laten echter wel negatieve ontwikkeling in ons land zien.

Het Programme for International Student Assessment (PISA) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft onderzocht hoeveel 15-jarige leerlingen uit gezinnen met een lage sociaal-economische status presteren op niveau 3 op het gebied van lezen, wiskunde en natuurwetenschappen. Niveau 3 betekent onder meer dat ze een tekst goed kunnen begrijpen, wiskundige problemen kunnen oplossen en goed kunnen omgaan met natuurwetenschappelijke onderwerpen.

In 2006 presteerde 38 procent van de Nederlandse leerlingen uit gezinnen met een lage sociaal-economische status op niveau 3. Bij de jongste meting in 2015 was dat gedaald naar 33 procent. Nederland staat op een lijst met 78 onderzochte landen op plaats 10. Als alleen naar Europa wordt gekeken, staat ons land op plaats 3. Alleen Finland en Estland doen het beter dan Nederland, waarbij moet worden opgemerkt dat de situatie met name in het alom bejubelde Finland de afgelopen jaren sterk is verslechterd.

Hoewel het percentage in Nederland is gedaald, noemt de OESO ons land nog steeds ‘academisch veerkrachtig’, in die zin dat de sociaal-economische klasse relatief weinig invloed heeft op de prestaties van leerlingen.

Westerse landen met een sterk verband tussen lage sociaal-economische status en een laag prestatieniveau van leerlingen, zijn onder andere Israël, Luxemburg, Italië en de Verenigde Staten.

Lees meer…

Nederlandse leerlingen kunnen goed samenwerken

Nederlandse leerlingen kunnen goed met elkaar samenwerken om problemen op te lossen. Dat blijkt uit onderzoek van het Programme for International Student Assessment (PISA) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Aanleiding voor het internationale onderzoek is dat er in de economie een groeiende behoefte is aan mensen die met elkaar niet-routinematige opdrachten kunnen uitvoeren. Het onderzoek richtte zich op 15-jarige leerlingen uit 51 landen.

In Nederland  deden in totaal 1714 leerlingen van 187 scholen aan het PISA-onderzoek mee, van praktijkonderwijs tot en met vwo.

In vergelijking met de gemiddelde prestaties in de onderzochte landen doet Nederland het relatief goed. Binnen de EU staat ons land op de zesde plaats, waarbij alleen Estland en Finland statistisch significant beter presteren.

In alle deelnemende landen scoren meisjes vaak een stuk beter dan jongens.

Lees meer…

 

 

Nederlandse leerlingen (heel) tevreden

Nederlandse leerlingen zijn (heel) tevreden met hun leven. Het maakt daarbij niet uit welke achtergrond ze hebben. Dat meldt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer op basis van het rapport Students’ Well-Being van het Programme for International Student Assessment (PISA), dat onderdeel is van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Dekker benadrukt dat Nederlandse leerlingen over het algemeen niet alleen (heel) tevreden zijn met hun leven, maar ook nog eens goed presteren. ‘Nederland staat daarmee met Zwitserland en Finland in de top 3’, aldus de staatssecretaris.

Uit het rapport komt ook naar voren dat het aandeel Nederlandse leerlingen dat stress en/of angst ervaart bij het maken van een toets met 39 procent minder groot is dan het gemiddelde van de OESO-landen.

Verder blijkt dat het overgrote deel van de Nederlandse leerlingen (81 procent) zich thuisvoelt op school en zich geen buitenstaander voelt (91 procent). Dat geldt ook, zo staat in het rapport en in de brief van Dekker, voor leerlingen in Nederland met een migratieachtergrond.

Nederlandse voortgezet onderwijs presteert goed

Nederland is een consistent hoog presterend land, dat met het voortgezet onderwijs heel goed in staat is om sociaal-economische ongelijkheden te corrigeren. Dat blijkt uit het Programme for International Student Assessment 2015 (PISA) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), waarvan de samenvatting naar de Tweede Kamer is gestuurd.

In de aanbiedingsbrief bij de samenvatting meldt staatssecretaris Sander Dekker van OCW dat in Nederland in vergelijking met het OESO-gemiddelde weinig 15-jarige leerlingen de laagste en veel leerlingen de hoogste scores halen.

‘Opvallend is wel dat de percentages laag presterende leerlingen in heel Europa stijgen, ook in Nederland’, aldus Dekker. Dat lijkt volgens hem het belang van het onlangs ingezette kabinetsbeleid rond kansengelijkheid te onderstrepen.

Download de samenvatting PISA 2015

Tweede Kamer blij met kritische open brief tegen PISA

Directeur Andreas Schleicher van het internationale Programme for International Student Assessment (PISA) kan kritische vragen verwachten als hij volgende week spreekt met de Vaste Kamercommissie voor OCW. De Besturenraad vroeg Kamerleden naar een reactie op een open brief aan Schleicher waarin academici van over de hele wereld ervoor pleiten de volgende PISA-ronde te schrappen.

De Vaste Kamercommissie voor OCW krijgt woensdag 21 mei  tijdens een video-conferentie met Schleicher een toelichting op de PISA-resultaten. In het gesprek met hem willen CDA, SP en GroenLinks aandacht besteden aan de kritische open brief, die The Guardian vorige week publiceerde.

CDA-Kamerlid Michel Rog wil de hoge toetsdruk die in het onderwijs wordt ervaren aan de orde stellen. Hij zal in het gesprek met Schleicher pleiten voor een adempauze en de volgende PISA-cyclus te schrappen.

Het CDA zal zich ook verzetten tegen het voornemen van staatssecretaris Sander Dekker van OCW om scholen te verplichten deel te nemen aan de PISA-onderzoeken. De sterke focus op basisvaardigheden (rekenen, taal en science) zorgt er volgens Rog voor dat bijvoorbeeld burgerschap en culturele en historische vorming op een tweede plan komen.

‘Onderwijs gaat over meer dan rekenen en taal, het gaat over de vorming van het hoofd, de handen en het hart’, aldus Rog.

Voltreffer
SP-Kamerlid Jasper van Dijk noemt de open brief aan Schleicher een voltreffer. ‘Het is de vinger op de zere plek, hartstikke goed’, aldus Van Dijk. ‘Dit sluit precies aan op de discussie die we ook in Nederland voeren over de doorgeslagen toetsgekte.’

De toets is volgens Van Dijk verworden tot doel in plaats van middel. ‘Niet alleen PISA moet naar deze briefschrijvers luisteren, maar ook staatssecretaris Dekker, die voorop loopt als het gaat om toetsgekte.’

Teaching to the test
GroenLinks-Kamerlid Jesse Klaver is eveneens blij met de open brief aan Schleicher. ‘Ook in Nederland maken politici en onderwijsbestuurders zich elk jaar weer druk over het stijgen en dalen in de PISA-ranglijst. We werken teaching to the test in de hand, toetstraining die weinig te maken heeft met de pedagogische en didactische doelstellingen.’

Nederlandse jongeren kunnen goed problemen oplossen

Nederlandse 15-jarige leerlingen kunnen bovengemiddeld problemen oplossen. Dit blijkt uit de nieuwste publicatie van het Programme for International Student Assessment (PISA).

Voor dit vergelijkende internationale onderzoek van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) werd leerlingen gevraagd een aantal onbekende alledaagse situaties op te lossen.

Nederlandse leerlingen scoren bovengemiddeld. Ze staan open voor nieuwe problemen, kunnen goed omgaan met twijfel en onzekerheid en durven hun intuïtie te gebruiken.

Ons land staat op de lijst met 44 landen en Chinese regio’s op de 14e plaats. In Europa staat Nederland op plaats 5.

Lees meer…

Nederland scoort op PISA-lijst met wiskunde

De PISA-resultaten zijn weer bekend. Het Nederlandse onderwijs doet het goed, maar ook niet. Dat is altijd het lastige met ranglijstjes… 

De afkorting PISA staat voor Programme for International Student Assessment. Het is een grootschalig internationaal vergelijkend onderzoek, dat wordt uitgevoerd onder auspiciën van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Elke drie jaar worden de resultaten bekendgemaakt.

Wat opvalt in de resultaten die nu van PISA 2012 bekend zijn gemaakt, is dat Nederland het goed doet op het gebied van wiskunde. Ons land ging omhoog van plaats 11 naar plaats 10. Maar zoals dat vaak het geval is met statistiek, blijkt dat ook dit succes relatief is. Wie naar het aantal punten kijkt dat Nederland met wiskunde scoort, ziet dat dit aantal is afgenomen. Met leesvaardigheid is het net andersom: Nederland daalt Nederland op de lijst, maar het puntenaantal is hoger dan in 2009.

Het onderwijs in Finland blijft het beste van Europa. Het land dat door velen als het walhalla van het onderwijs wordt gezien, doet het echter minder goed dan in 2009. Op het gebied van wiskunde heeft Nederland Finland zelfs ingehaald. Opmerkelijk is dat Polen en Estland het als Oost-Europese nieuwkomers in de top beter doen dan Nederland.

PISA keek ook naar het aantal excellente leerlingen per land. Nederland scoort onder het gemiddelde, maar dat geldt ook voor het aantal zeer zwakke leerlingen. Dit komt overeen met het beeld uit andere onderzoeken dat het nederlandse onderwijs vooral goed is voor de gemiddelde leerlingen.

De Chinese stadstaat Sjanghai is op alle drie de fronten – wiskunde, natuurwetenschappen en begrijpend lezen – de beste.