Zonder startkwalificatie nog altijd weinig kans op werk

Het aantal jongvolwassenen zonder startkwalificatie dat geen werk en geen uitkering heeft, is de afgelopen jaren licht gestegen, meldt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

Toezicht Sociaal Domein doet onderzoek naar de participatie van jongvolwassenen van 18 tot en met 27 jaar die (voortijdig) zijn uitgestroomd uit het voorgezet speciaal onderwijs, het praktijkonderwijs of de entree-opleidingen in het mbo.

Het blijkt dat deze kwetsbare groep mensen moeilijk aan het werk komt. ‘Uit de eerste resultaten van het onderzoek blijkt dat hun participatie ondanks alle inzet van beleid en uitvoering nog altijd laag is’, meldt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

De inspectie voegt daaraan toe dat een deel van de groep geen onderwijs volgt, niet werkt en ook geen uitkering heeft. Het is niet duidelijk waarom het niet lukt om hen mee te laten doen met de maatschappij.

Lees meer…

Minder doorstroom naar mbo

De doorstroom vanuit het vmbo, voortgezet speciaal onderwijs (vso) en praktijkonderwijs naar het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) is afgenomen. Dat staat in een evaluatierapport over passend onderwijs.

De doorstroom vanuit vmbo-k en vmbo-t is stabiel, met respectievelijk 96,6 procent en 94,6 procent. Vanuit het vmbo-b was in de periode van 2010-2011 tot en met 2015-2016 echter sprake van een lichte daling (-1,3 procent) tot 90,9 procent. In het vmbo-b lwt ass (leerwerktrajecten autismespectrumstoornis) nam de doorstroom naar het mbo ook licht af tot 87,6 procent (-3,4 procent).

Er was in bovengenoemde periode eveneens een daling te zien in de doorstroom vanuit het vso en het praktijkonderwijs naar het mbo. Die doorstroom nam af tot respectievelijk 40,6 procent (-3 procent) en 49,4 procent (-3,3 procent).

In het evaluatierapport staat ook dat de doorstroom van havo-leerlingen naar het mbo afnam naar 13,6 procent (-2,5 procent). Vanuit het vwo stroomde in 2015-2016 0,5 procent door naar het mbo (-0,2 procent)

Lees meer…

Ruim helft leerlingen praktijkonderwijs behaalt diploma

Ruim de helft van de leerlingen die het praktijkonderwijs verlaten, heeft binnen drie jaar een diploma. Een kwart behaalt een diploma op mbo 2-niveau of hoger, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Van de leerlingen die het praktijkonderwijs verlieten in het schooljaar 2012-2013, had 26 procent al tijdens de opleiding een mbo 1-diploma behaald. Veel opleidingen bieden de mogelijkheid om zo’n diploma te halen aan in samenwerking met een ROC.

Van de leerlingen die het praktijkonderwijs verlieten, volgde 53 procent (met of zonder diploma) het schooljaar daarna een andere opleiding in het bekostigde onderwijs. De meesten gingen door naar het eerste of tweede niveau van het mbo.

Aan het eind van het schooljaar 2015-2016 was het aantal leerlingen met een diploma verdubbeld. Op dat moment had 52 procent van de groep die in 2012-2013 het praktijkonderwijs verliet, een diploma behaald. In bijna de helft van de gevallen betrof het een mbo 2-diploma of hoger, dus een startkwalificatie.

Praktijkonderwijs stabiel

In het schooljaar 2016-2017 stonden bijna 30.000 leerlingen ingeschreven in het praktijkonderwijs. Dat is 3 procent van het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs. Dat aandeel is al jaren min of meer stabiel.

Lees meer…

Het decembernummer van magazine Naar School! van VOS/ABB besteedde uitgebreid aandacht aan het praktijkonderwijs.

Nicole Teeuwen voorzitter Sectorraad Praktijkonderwijs

Nicole Teeuwen heeft op de landelijke PrO-dag in Ede de voorzittershamer van de Sectorraad Praktijkonderwijs overhandigd gekregen.

Teeuwen treedt op 1 februari officieel aan als voorzitter. Ze is nog directeur-bestuurder van het samenwerkingsverband PPO Rotterdam.

De andere bestuursleden van de Sectorraad Praktijkonderwijs zijn directeur-bestuurder André Dokman van het Futura College in Woerden, directeur-bestuurder Arian Koops van Het Segment in Gouda, bestuurder Eric Bouwens van het PrO College in Nijmegen en directeur-bestuurder Huub Poels van De Rijzert in Den Bosch.

Bij de Sectorraad Praktijkonderwijs zijn alle 175 scholen voor praktijkonderwijs aangesloten.

Lees meer…

Binnenkort besluit over toelatingscriteria praktijkonderwijs

Onderwijsminister Arie Slob maakt binnenkort duidelijk of de landelijke toelatingscriteria van het praktijkonderwijs blijven bestaan. Dat blijkt uit antwoorden van hem op vragen van Tweede Kamerlid Paul van Meenen van D66. 

Van Meenen wilde van Slob weten of hij het ondersteunt ‘dat het praktijkonderwijs een geheel eigen taak en functie heeft binnen het onderwijsaanbod doordat ze kwetsbare jongeren leiden naar de arbeidsmarkt’. Hij vroeg ook of de minister bereid is de landelijke toelatingscriteria voor praktijkonderwijs te handhaven, zoals de Sectorraad Praktijkonderwijs graag wil.

Slob gaat in zijn antwoorden in op de doelgroep van het praktijkonderwijs, die volgens hem nu anders is dan bij de invoering van deze vorm van onderwijs. ‘Het grootste deel van de leerlingen wordt nog altijd toegeleid naar de arbeidsmarkt, maar ruim 40 procent stroomt door naar een vervolgopleiding in het mbo en behaalt daar een diploma.’

Vanwege die ontwikkeling wordt met het praktijkonderwijs gesproken ‘over een toekomstbestendig onderwijsaanbod voor deze kwetsbare jongeren’, aldus Slob. Centraal staat daarbij de vraag ‘hoe hen het meest adequaat te bedienen’.

De vraag over het al of niet handhaven van de landelijke toelatingscriteria hangt daarmee samen. Slob zegt Van Meenen toe de Tweede Kamer daar op korte termijn nader over te informeren.

Praktijkonderwijs in magazine Naar School!

Het hoofdartikel in het decembernummer van magazine Naar School! gaat over het praktijkonderwijs en de wens van de Sectorraad Praktijkonderwijs om de landelijke toelatingscriteria te handhaven. Als die criteria zouden worden losgelaten, ontstaat de situatie dat het praktijkonderwijs meer leerlingen met gedragsproblemen uit het cluster 4 van het speciaal onderwijs moet toelaten.

U kunt het artikel online lezen:

Koester de kracht van het praktijkonderwijs

Praktijkonderwijs wil toelatingscriteria behouden

De Sectorraad Praktijkonderwijs heeft een manifest opgesteld waarin onder andere wordt aangedrongen op het behoud van de toelatingscriteria. Het manifest staat in een artikel in het VOS/ABB-magazine Naar School! en wordt op 13 december gepresenteerd tijdens de landelijke PrO-dag in Ede.

Het behoud van de toelatingscriteria is van groot belang, omdat er anders meer leerlingen met gedragsproblemen uit cluster 4 van het speciaal onderwijs naar de praktijkscholen zullen gaan, vreest directeur Arian Koops van de openbare regionale school voor praktijkonderwijs Het Segment in Gouda, die mede namens de Sectorraad Praktijkonderwijs spreekt.

Leerlingen uit cluster 4 matchen volgens hem niet met de kwetsbare leerlingen die nu in het praktijkonderwijs zitten. ‘We hebben dat herhaaldelijk uitgelegd in gesprekken met ambtenaren van het ministerie van OCW, maar het leek er steeds op dat onze bezwaren daar niet werden begrepen’, zegt Koops.

Nu er een nieuw kabinet is met Arie Slob als minister, hoopt hij dat ‘het eindelijk bij het ministerie en de politiek doordringt hoe belangrijk handhaving van de toelatingscriteria is’. Dat is volgens hem ‘echt noodzakelijk in het belang van onze leerlingen en daarmee van onze samenleving, omdat we immers met elkaar een grote verantwoordelijkheid hebben voor deze groep’.

Praktijkonderwijs moet zelfstandige richting blijven

In het manifest staat ook dat het praktijkonderwijs een zelfstandige richting met volwaardige bekostiging moet blijven. Ook zou moeten worden afgezien van speciale regelingen binnen het passend onderwijs, omdat het praktijkonderwijs geen baat heeft bij een bureaucratische versnippering over de samenwerkingsverbanden.

Ook dringt de Sectorraad Praktijkonderwijs erop aan dat overal in Nederland, dus ook in krimpregio’s, een volwaardig aanbod van praktijkonderwijs moet blijven bestaan. Het laatste punt in het manifest gaat over het schooladvies in groep 8. Daar zou ‘praktijkonderwijs’ aan moeten worden toegevoegd. Nu is vmbo-basisberoeps nog het laagste advies.

Magazine Naar School! gaat over praktijkonderwijs

‘Koester de kracht van het praktijkonderwijs’ is de kop boven het hoofdartikel in het nieuwe nummer van het VOS/ABB-magazine Naar School!. Andere onderwerpen die in het blad aan bod komen, zijn de bovenschoolse netwerken van VOS/ABB, het nieuwe toezicht van de Inspectie van het Onderwijs en de overschrijdingsregeling.

Het artikel over het praktijkonderwijs is gebouwd om een manifest, waarin de Sectorraad Praktijkonderwijs onder andere oproept de toelatingscriteria voor deze richting te handhaven. De vrees bestaat dat met het loslaten van die criteria in het praktijkonderwijs meer leerlingen met gedragsproblemen uit het cluster 4 van het speciaal onderwijs komen.

‘Dat is een groep die volstrekt niet matcht met de leerlingen die we nu hebben. Dat is niet goed voor de cluster 4-leerlingen en niet goed voor onze leerlingen. We hebben dat  herhaaldelijk uitgelegd in gesprekken met ambtenaren van het ministerie van OCW, maar het leek er steeds op dat onze bezwaren daar niet werden begrepen’, zegt directeur Arian Koops van de openbare regionale school voor praktijkonderwijs GSG Het Segment in Gouda.

Nu er een nieuw kabinet is met Arie Slob als minister, hoopt hij dat ‘het eindelijk bij het ministerie en de politiek doordringt hoe belangrijk handhaving van de toelatingscriteria is’. Dat is volgens hem ‘echt noodzakelijk in het belang van onze leerlingen en daarmee van onze samenleving, omdat we immers met elkaar een grote verantwoordelijkheid hebben voor deze groep’, aldus Koops.

Bovenschoolse netwerken

Het magazine besteedt ook aandacht aan de regionale netwerken voor bovenschools management van VOS/ABB. Deze netwerken hebben volgens de deelnemers een grote meerwaarde. Directeur-bestuurder Susanne de Wit van Stichting De Baasis voor openbaar primair onderwijs in de Drentse gemeente Tynaarlo en de Groningse buurgemeente Haren waardeert het dat collega’s ‘elkaar tot steun kunnen zijn in het delen van soms moeilijke kanten van ons prachtige beroep’.

De meerwaarde van het lidmaatschap van VOS/ABB komt tevens aan bod op de pagina over de Scholingsacademie van de vereniging. Zo kunt u als lid van VOS/ABB in januari een cursus volgen over de regels voor toelating, schorsing en verwijdering van leerlingen. Eveneens in januari wordt wederom de inmiddels bekende mediatraining gegeven, die speciaal is ontwikkeld voor mensen uit het onderwijs. In maart volgt een cursus over dossieropbouw en ontslag.

Nieuwe inspectietoezicht

Vertrouwen is het toverwoord in het nieuwe toezicht van de Inspectie van het Onderwijs. Voormalig directeur en huidig bestuurder Gérard Zeegers vertelt erover. Hij heeft het boek Veranderend toezicht geschreven. Zeegers ziet de inspecteur als ‘iemand die met een frisse blik naar je werk kijkt’. Dat kan volgens hem heel inspirerend zijn. Het nieuwe inspectietoezicht speelt daar volgens hem op in.

De overschrijdingsregeling wordt belicht in een artikel over een claim van 3,3 miljoen euro van de stichting Primenius voor bijzonder onderwijs bij de gemeente Stadskanaal, omdat die gemeente het openbaar onderwijs zou hebben bevoordeeld. Van die claim is inmiddels niets over, vertelt Lucas Böke van adviesbureau Lennox Consultants die de Stadskanaalse belangen behartigt.

Andere onderwerpen

In het magazine staan nog meer interessante artikelen:

  • De bekende cultuurhistoricus Herman Pleij ziet een belangrijke nieuwe taak voor de scholen nu de verzuiling wegvalt: het doorgeven van onze ethische waarden.
  • Trendwatcher Farid Tabarki voorziet een belangrijke taak voor het onderwijs in de ‘vloeibare samenleving’.
  • Scholen zijn enthousiast over de mogelijkheden om versneld of verrijkt vwo aan te bieden.
  • De openbare montessorischool MKC Mio Mondo in Amstelveen heeft een licht en transparant gebouw.
  • De Petje af Weekendschool biedt kinderen uit achterstandssituaties extra kansen.
  • De leergang Zelfbewust leiderschap gaat voor de zesde keer van start.

Magazine Naar School!

Ons magazine Naar School! verschijnt vijf keer per jaar in een oplage van 3500 exemplaren. Leden van VOS/ABB krijgen het magazine gratis toegestuurd. Dit geldt voor bij VOS/ABB aangesloten besturen én hun scholen.

Bovenschoolse directies kunnen op aanvraag ook één gratis abonnement nemen. U kunt daarvoor een mailtje sturen naar welkom@vosabb.nl onder vermelding van ‘Abonnement Naar School!‘. Vermeld in uw mail uw naam of de naam van uw organisatie en het adres waarop u het magazine wilt ontvangen.

Niet-leden kunnen een abonnement op Naar School! nemen voor 29,50 euro per jaar. Ook hiervoor geldt dat u een mailtje kunt sturen naar welkom@vosabb.nl onder vermelding van ‘Abonnement Naar School!‘. Vermeld in uw mail uw naam of de naam van uw organisatie en het adres waarop u het magazine wilt ontvangen.

Hebt u ideeën voor magazine Naar School!? Mail Martin van den Bogaerdt van VOS/ABB: mvandenbogaerdt@vosabb.nl

Adverteerders kunnen contact opnemen met bureau Recent.

Landelijke criteria praktijkonderwijs en lwoo loslaten?

Wij willen graag van u weten hoe u denkt over het loslaten van de landelijke criteria voor praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs (lwoo).

Sinds ruim een jaar vallen lwoo en praktijkonderwijs onder de verantwoordelijkheid van de samenwerkingsverbanden voortgezet onderwijs. Sindsdien zijn de samenwerkingsverbanden verantwoordelijk voor alle vormen van onderwijsondersteuning die leerlingen in de klas nodig hebben.

Op dit moment gelden nog de landelijke criteria en duur van de toewijzing van lwoo en praktijkonderwijs en de lwoo-licenties. Middels een wetswijziging zal dit in de nabije toekomst worden losgelaten. De scholen in het samenwerkingsverband zijn dan vrij om – net als bij de zware ondersteuning – zelf te bepalen welke leerlingen lwoo-ondersteuning nodig hebben in het vmbo en welke leerlingen naar het praktijkonderwijs gaan.

Praktijkonderwijs gaat verloren?

Van leden horen wij dat gevreesd wordt dat door het loslaten van de criteria de identiteit van het praktijkonderwijs verloren gaat. Het zou een zelfstandige richting moeten blijven die net zoals vmbo, havo en vwo volwaardige bekostiging moet behouden.

Daarnaast vindt het praktijkonderwijs dat de leerlingen ervan verzekerd moeten zijn dat ze in een veilige leeromgeving komen waarin ze worden herkend en erkend. Door het loslaten van de landelijke criteria ontstaat de angst dat deze veilige omgeving niet meer kan worden gegarandeerd.

Wat vindt u?

Wij zijn benieuwd hoe u denkt over het loslaten van de criteria. Bent u daar voorstander van of juist niet (en waarom)? U kunt uw reactie mailen naar onze beleidsmedewerker Rozemarijn Boer: rboer@vosabb.nl.

Wij nemen de input mee in onze lobby-activiteiten bij de landelijke politiek.

Adviezen voor soepele overgang naar praktijkonderwijs

Voor een soepele overgang van de basisschool naar het praktijkonderwijs is het nodig om de betreffende leerlingen in een vroeg stadium te herkennen en passende begeleiding in te zetten. Deze aanbeveling staat in het rapport De weg naar het praktijkonderwijs dat het Kohnstamm Instituut in opdracht van de gemeente Amsterdam heeft opgesteld.

In het rapport staat ook dat de school ouders in een vroeg stadium mee moet nemen in het proces van de toeleiding naar het praktijkonderwijs en dat de reguliere basisscholen hier meer kennis over moeten krijgen. Tevens wordt in dit kader aangedrongen op goede samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp.

Dossiers en gesprekken met praktijkonderwijs

De onderzoekers van het Kohmstamm Instituut adviseren verder om de informatieoverdracht tussen scholen door middel van dossiers en gesprekken te verbeteren en om meer aandacht te generen voor talenten en de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen die naar het praktijkonderwijs gaan.

Ten slotte staat in het rapport de aanbeveling om leerlingen van wie duidelijk is dat ze naar het praktijkonderwijs gaan in groep 8 niet de verplichte eindtoets te laten maken.

Lees meer…

Dekker tempert angst praktijkonderwijs

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW denkt niet dat het praktijkonderwijs te maken krijgt met een toeloop van leerlingen met gedragsproblemen. Hij reageert daarmee op een artikel in het AD waarin de directeur van een praktijkschool die angst uitspreekt.

PvdA-Kamerlid Loes Ypma had vragen gesteld aan Dekker naar aanleiding van het artikel in het AD. Daarin spreekt directeur André Dokman van het Futura College in Woerden zijn vrees uit dat het loslaten van de landelijke criteria van het praktijkonderwijs zal leiden tot de komst van onder anderen cluster 4-leerlingen.

Met zijn antwoorden probeert Dekker die angst te temperen. ‘Sinds de invoering van passend onderwijs wijzen de samenwerkingsverbanden leerlingen op een zorgvuldige en professionele wijze ondersteuning toe. Ik heb er vertrouwen in dat samenwerkingsverbanden dat ook voor het praktijkonderwijs kunnen doen’, aldus de staatssecretaris.

Maatwerk en praktijkonderwijs

Als de criteria voor het praktijkonderwijs zijn losgelaten, kunnen samenwerkingsverbanden die criteria laten aansluiten op de criteria voor andere vormen van ondersteuning in de regio. Zo kan er volgens Dekker in de regio worden bepaald op welke school een leerling het best op zijn plek is. ‘Hierdoor zullen samenwerkingsverbanden nog beter in staat zijn maatwerk te leveren’, zo schrijft hij.

Hij tekent daarbij aan dat bij de invoering van passend onderwijs ook vrees bestond voor een grote toeloop van leerlingen uit het (voortgezet) speciaal onderwijs naar het reguliere onderwijs. ‘Dit is niet gebeurd’, aldus Dekker.

Lees meer…

Verevening bij lwoo en pro niet verstandig

Bij de verdeling van het geld voor leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en praktijkonderwijs (pro) zou niet moeten worden overgegaan tot verevening. Dat is de conclusie van het rapport Naar een nieuwe bekostigingssystematiek voor lwoo en praktijkonderwijs.

Op dit moment is er sprake van een ongelijke verdeling van de middelen voor lwoo en pro: de ene regio heeft een hoger percentage lwoo- en pro-leerlingen dan de andere regio.

Verevening onverstandig

Onderzoek naar de mogelijkheid om de middelen voor lwoo en pro te verevenen wijst uit dat de verwachte behoefte aan lwoo en pro niet gelijk is verdeeld over het land en dat er daarom niet verevend zou moeten worden.

De bekostigingssystematiek zou rekening moeten houden met sociaaleconomische aspecten in de verschillende regio’s, zoals het opleidingsniveau van de ouders.

Het onderzoek hoort bij de Negende voortgangsrapportage passend onderwijs.

Brochure voor samenwerkingsverbanden over lwoo en pro

Samenwerkingsverbanden in het voortgezet onderwijs moeten zich dit najaar voorbereiden op de toewijzing van leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en praktijkonderwijs door hun ondersteuningsplan aan te passen. Het Informatiepunt Passend Onderwijs heeft hierover een online brochure gepubliceerd. 

Per 1 januari 2016 worden samenwerkingsverbanden in het voortgezet onderwijs verantwoordelijk voor het toewijzen van de ondersteuning voor lwoo en praktijkonderwijs en de bijbehorende budgetten.

Dit volgt op de goedkeuring eerder dit jaar door de Eerste Kamer van het wetsvoorstel Integratie van leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs in passend onderwijs. De Tweede Kamer ging hier eerder al mee akkoord.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

 

Ook met Participatiewet kans op werk na praktijkonderwijs

Het kabinet verwacht niet dat leerlingen uit het praktijkonderwijs minder kansen hebben op de arbeidsmarkt nu de Participatiewet is ingevoerd. Dat blijkt uit antwoorden van staatssecretaris Sander Dekker van OCW op Kamervragen.

De PvdA-Kamerleden John Kerstens en Loes Ypma wilden van Dekker weten of hij in het kader van de Participatiewet de specifieke positie van leerlingen in het praktijkonderwijs ‘erkent en herkent’. De staatsscretaris antwoordt dat het kabinet beseft ‘dat veel leerlingen in het praktijkonderwijs (evenals leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs) een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt hebben’.

Daarom is het beleid er volgens hem op gericht om ‘deze leerlingen in beeld te houden, waar nodig de benodigde ondersteuning te bieden en er zorg voor te dragen dat de 125.000 extra banen van de banenafspraak bereikbaar zijn voor deze leerlingen, voor zover zij niet het wettelijk minimumloon kunnen verdienen’.

Hij wijst er ook op dat de gemeenten verantwoordelijk zijn voor leerlingen die uitstromen uit het praktijkonderwijs en die ondersteuning nodig hebben bij de toeleiding naar werk.

Eerste Kamer akkoord: lwoo en pro in passend onderwijs

De Eerste Kamer heeft dinsdag ingestemd met het wetsvoorstel Integratie van leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs in passend onderwijs. De Tweede Kamer ging er vorige maand mee akkoord.

Met de invoering van de nieuwe wetgeving krijgen de samenwerkingsverbanden de verantwoordelijkheid voor de toewijzing en bekostiging van leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en praktijkonderwijs (pro). Daarmee worden zij verantwoordelijk voor alle vormen van onderwijsondersteuning die leerlingen in de klas nodig hebben.

Nu de Eerste Kamer ook met het wetsvoorstel heeft ingestemd, zal de wet op 1 augustus 2015 in werking treden. Vanaf dat moment zouden de samenwerkingsverbanden zich moeten voorbereiden op de toewijzing van lwoo en praktijkonderwijs door hun ondersteuningsplan aan te passen.

Per 1 januari 2016 worden samenwerkingsverbanden vervolgens verantwoordelijk voor het toewijzen van de ondersteuning voor lwoo en praktijkonderwijs en de bijbehorende budgetten.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Samenwerkingsverband gaat beslissen over LWOO/PRO

Samenwerkingsverbanden beslissen vanaf 1 augustus 2018 zelf welke vmbo-leerlingen leerwegondersteunend onderwijs (LWOO) volgen en welke leerlingen het beste passen op het praktijkonderwijs (PRO).

Dat schrijft staatssecretaris Sander Dekker in een brief aan de Tweede Kamer. Door het loslaten van de landelijke criteria kunnen samenwerkingsverbanden regionaal zo goed mogelijk maatwerk bieden.

Dekker benadrukt in zijn brief dat scholen en samenwerkingsverbanden voldoende tijd moeten krijgen om zich op het loslaten van de criteria voor te bereiden. Zodra LWOO en PRO per 1 januari 2016 worden ingepast in passend onderwijs, hanteren samenwerkingsverbanden daarom eerst nog de landelijke criteria die de regionale verwijzingscommissies (RVC’s) voorheen toepasten.

Per 1 augustus 2018 kan elk samenwerkingsverband zijn eigen criteria opstellen. Ook de LWOO-licenties worden in 2018 losgelaten. Dat betekent dat elke vmbo-school vanaf dat moment LWOO-bekostiging kan ontvangen voor een leerling die LWOO volgt.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Somber toekomstscenario voor leerlingen praktijkonderwijs

De kans op werk voor leerlingen van praktijkscholen wordt een stuk kleiner nu het kabinet de sociale werkplaatsen wil sluiten. Dat zegt voorzitter Peter de Jong van het Landelijk Werkverband Praktijkonderwijs in de Volkskrant.

Hij reageert op de oproep van de nieuwe voorzitter van werkgeversvereniging VNO-NCW Hans de Boer om de sociale werkplaatsen niet te sluiten. De Boer deed die oproep zaterdag in de Volkskrant.

Het gaat specifiek om leerlingen met een IQ tussen de 55 en 80. Van de bijna 6000 leerlingen die jaarlijks de praktijkschool verlaten, komt 7 procent terecht in een sociale werkplaats.

‘Als ze niet meer terechtkunnen in een sociale werkplaats wordt het thuiszitten’, aldus De Jong. Hij verwacht dat van deze zwakste groep leerlingen uit het praktijkonderwijs slechts een enkeling een reguliere baan kan krijgen.

Magazine School! besteedde in maart aandacht aan de manier waarop de Herman Broerenschool in het Westland leerlingen uit het praktijkonderwijs werkervaring laat opdoen. Download het artikel.

Download ook het artikel uit het meinummer van magazine School! over minister Lodewijk Asscher die het voor ‘illegale’ leerlingen uit het praktijkonderwijs en beroepsgerichte vmbo mogelijk maakt om stage te lopen.

Zomernummer magazine School! over openbaar onderwijs

Het zomernummer van magazine School! gaat onder andere over krimp en samenwerking. Andere onderwerpen die worden belicht, zijn het tegengaan van segregatie en stages voor ‘illegale’ leerlingen uit het beroepsgerichte vmbo en praktijkonderwijs.

Krimp en samenwerking komt aan bod in een artikel waarin de gelijkwaardigheid tussen openbaar en bijzonder onderwijs wordt benadrukt. Tot nu toe heeft het openbaar onderwijs bij samenwerking in krimpgebieden op verschillende terreinen wettelijk gezien een achtergestelde positie ten opzichte van het bijzonder onderwijs. Dat bemoeilijkt het behoud van goed onderwijs.

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW ziet dit probleem ook. Hij steunt de oproep van VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs om een einde te maken aan de achtergestelde positie van de openbare schoolbesturen. Samenwerking voor het behoud van goed onderwijs kan immers alleen op basis van gelijkwaardigheid.

Onderwijs kan het zelf!
Het tegengaan van segregatie is van de politieke agenda. Staatssecretaris Dekker heeft dat onlangs nog eens bevestigd in antwoorden op Kamervragen van de SP. Maar hoe erg is dat? Volgens Marius Liebregts van de Stichting Opmaat voor openbaar primair onderwijs in Tilburg en omgeving beschouwt de samenstelling van zijn scholen als een gegeven en houdt zich liever bezig met dingen waar hij invloed op heeft.

De inmiddels gestopte gesubsidieerde projecten om segregatie in het onderwijs tegen te gaan, kwamen volgens hem voort uit de neiging van de politiek om de scholen te beheersen. ‘Dames en heren politici, laat het gewoon aan het onderwijs zelf over!’, aldus de praktisch ingestelde Liebregts.

Op stage!
Naar aanleiding van een oproep van openbare scholengemeenschap Singelland in Drachten, maakt minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het voor ‘illegale’ leerlingen uit het beroepsgerichte vmbo en praktijkonderwijs mogelijk stage te lopen.

In het artikel hierover wordt de situatie van de 16-jarige ‘illegale’ Drachtster leerling Karen Sedrakjan uit Armenië belicht. Zijn school was noodgedwongen voor hem een interne stage te organiseren, maar nu Asscher met zijn toezegging is gekomen, kan ook hij een externe stage volgen om de broodnodige werkervaring op te doen.

Andere artikelen uit het zomernummer:

  • Als de bij uitsterft, volgt de mensheid: openbare basisschool De Kring in Maastricht is de drijvende kracht achter het initiatief voor bijenhotels bij alle Limburgse basisscholen.
  • Steve JobsSchool midden in de samenleving: het concept Onderwijs voor een Nieuwe Tijd is veel meer dan alleen iPads, zo laat de openbare basisschool Master Sneek zien.
  • Jonge meester vindt onderwijs geweldig: Johan Noorda is dit schooljaar aan de slag gegaan op de openbare 5e Montessorischool Watergraafsmeer in Amsterdam. Een man in het onderwijs, hoe bijzonder is dat?
  • Kinderen zeggen nee tegen discriminatie: de leerlingen van de openbare basisscholen van Surplus in Noord-Holland verdiepen zich in de waarden die onze samenleving democratisch en rechtvaardig maken.
  • Blokletters of verbonden schrift: directeur Henk Schweitzer van openbare basisschool Molenweid in Velserbroek wil blokletters, maar voormalig schrijfdocent Ben Hamerling pleit voor behoud van het traditionele verbonden schrift.
  • Nieuwe methode levensbeschouwing ontstijgt denominaties: leerkracht Rianne Weijers van samenwerkingsschool Paulus in Rutten en directeur Hans Schemkes van openbare basisschool De Vogelaar in Genemuiden over de methode ‘Krachtbronnen’.
  • Moderne school achter monumentale gevel: een kijkje in het gebouw van het openbare Johan de Witt Gymnasium in Dordrecht.

Verder kunt u de vaste rubrieken Kort nieuws, Aan het woord, School! en recht, School! antwoordt en School! en excursie lezen. Op de achtercover staan opmerkelijke berichten uit het onderwijs en de cartoon van Maarten Wolterink.

Abonnement?
Magazine School! is het blad van, voor en over het openbaar onderwijs in Nederland. Het blad verschijnt zeven keer per jaar. Het is een gezamenlijk uitgave van VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO).

Het blad wordt gratis verspreid onder de leden van VOS/ABB en VOO. Niet-leden betalen voor een abonnement 24,50 euro per jaar. U kunt zich voor en abonnement aanmelden via welkom@vosabb.nl.

U kunt het zomernummer gratis downloaden.

Hebt u een idee voor de redactie? Mail naar .

Adverteerders kunnen contact opnemen met Ray Aronds van bureau Recent: ray@recent.nl.

Asscher maakt stages voor ‘illegale’ vmbo’ers mogelijk

Ook leerlingen uit het beroepsgerichte vmbo en praktijkonderwijs die (nog) geen permanente verblijfsvergunning hebben, kunnen straks een stage volgen. Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft beloofd dat hij dit voor hen gaat regelen.

Asscher komt met zijn belofte in antwoorden op vragen van D66. De Tweede Kamerleden Steven van Weyenberg en Paul van Meenen wilden van de minister weten of er voor ‘illegale’ leerlingen uit het beroepsgerichte vmbo en praktijkonderwijs een uitzondering op de regel mogelijk is dat illegaal in Nederland verblijvende personen geen tewerkstellingsvergunning krijgen. Voor een leerling die bij een bedrijf een externe stage wil volgen, moet zo’n vergunning worden afgegeven.

De kwestie was dit voorjaar bij de politiek in Den Haag aangekaart door bestuursvoorzitter Pieter Schram van de Openbare Scholengemeenschap Singelland in Drachten. Op verzoek van deze school heeft ook VOS/ABB deze kwestie aan de minister voorgelegd. In het komende juninummer van magazine School! komt er een artikel over. Daarin wordt onder andere de situatie van de 16-jarige leerling Karen Sedrakjan belicht.

Mbo
In 2012 speelde een vergelijkbare kwestie rond mbo-studenten. Er was toen discussie tussen de gemeente Amsterdam en toenmalig VVD-minister van SZW Henk Kamp. De PvdA’er Asscher, die nu dus minister van SZW is, was destijds in Amsterdam onderwijswethouder.

Hij vond dat ook illegale mbo-studenten hun (verplichte) stage mochten volgen. Kamp verzette zich daartegen. Het was volgens hem wettelijk niet toegestaan een tewerkstellingsvergunning af te geven voor stages van mbo-scholieren die illegaal in Nederland verblijven.

Nadat Asscher minister was geworden, en dus Kamp had opgevolgd, maakte hij in december 2012 bekend dat illegaal in Nederland verblijvende mbo-studenten gewoon stage kunnen lopen.

Uitzondering
Asscher gaat dit nu dus nu dus ook voor illegaal in Nederland verblijvende leerlingen uit het beroepsgerichte vmbo en praktijkonderwijs regelen. Hij erkent dat deze leerlingen voldoen aan de voorwaarden die in 2012 aan mbo’ers werden gesteld, namelijk dat ze voor hun opleiding een stage móeten volgen. Het ligt daarom voor de hand, zo schrijft hij, ‘ook voor hen een uitzondering op het vereiste van een tewerkstellingsvergunning te maken’.

Net als voor ‘illegale’ mbo’ers gelden ook voor leerlingen uit het beroepsgerichte vmbo en praktijkonderwijs zonder verblijfsvergunning de voorwaarden dat hun stages onbetaald zijn en dat leerlingen jonger dan 18 zijn of vóór hun achttiende aan de opleiding zijn begonnen.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Ook stage voor ‘illegale’ leerling: Asscher komt met reactie

Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) laat uiterlijk aanstaande vrijdag op verzoek van magazine School! weten of ‘illegale’ leerlingen uit het beroepsgerichte vmbo en het praktijkonderwijs een stage mogen volgen. Nu mogen ze dat niet, omdat volgens de huidige regels hun illegale verblijf in Nederland een tewerkstellingsvergunning in de weg staat.

De kwestie is dit voorjaar bij de politiek in Den Haag aangekaart door bestuursvoorzitter Pieter Schram van de Openbare Scholengemeenschap Singelland in Drachten. D66 in de Tweede Kamer heeft de zaak in mei aan de orde gesteld, nadat Schram er bij die fractie over aan de bel had getrokken.

Magazine School! van VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs maakt hier een artikel over. De redactie wil van Asscher weten of hij de regels zodanig gaat aanpassen dat ze recht doen aan de missie van het kabinet, namelijk dat er voor alle kinderen goed onderwijs moet zijn. Het volgen van een stage is vast onderdeel van het beroepsgerichte vmbo en praktijkonderwijs. Het mag daarbij niet uitmaken of een leerling wel of geen permanente verblijfsvergunning heeft. De woordvoerder van de minister heeft laten weten dat er uiterlijk aanstaande vrijdag 6 juni een reactie van Asscher komt.

In het artikel in magazine School! komt onder anderen de 16-jarige leerling Karen Sedrakjan van de locatie De Venen van OSG Singelland aan het woord. Deze jongen uit Armenië heeft (nog) geen permanente verblijfsvergunning, krijgt dus geen tewerkstellingsvergunning en kan daardoor voor zijn opleiding in het praktijkonderwijs geen stage bij een bedrijf volgen, terwijl dat wel nodig is.

‘Illegale’ mbo’ers
In 2012 speelde een vergelijkbare kwestie rond mbo-studenten. Er was toen discussie tussen de gemeente Amsterdam en toenmalig VVD-minister van SZW Henk Kamp. De PvdA’er Lodewijk Asscher, die nu dus minister van SZW is, was destijds in Amsterdam onderwijswethouder.

Hij vond dat ook illegale mbo-studenten hun (verplichte) stage mochten volgen. Kamp verzette zich daartegen. Het was volgens hem wettelijk niet toegestaan een tewerkstellingsvergunning af te geven voor stages van mbo-scholieren die illegaal in Nederland verblijven.

Nadat Asscher minister was geworden, en dus Kamp had opgevolgd, maakte hij in december 2012 bekend dat illegaal in Nederland verblijvende mbo-studenten gewoon stage kunnen lopen. Daar is sindsdien wel een aantal voorwaarden aan verbonden. De betreffende studenten moeten voor hun 18e aan een beroepsopleidende leerweg (BOL) in het mbo zijn begonnen. Ook moet de stage onbezoldigd zijn.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, 

Ook illegale vmbo’ers moeten stage kunnen lopen

Leerlingen uit het praktijkonderwijs en het beroepsgerichte vmbo die illegaal in Nederland zijn, moeten net als andere leerlingen een stage kunnen volgen. Dat benadrukt bestuursvoorzitter Pieter Schram van de Openbare Scholengemeenschap Singelland in Drachten. D66 in de Tweede Kamer stelt de kwestie aan de orde nadat Schram erover aan de bel heeft getrokken.

In 2012 speelde een vergelijkbare kwestie rond mbo-studenten. Er was toen discussie tussen de gemeente Amsterdam en toenmalig VVD-minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) Henk Kamp. De PvdA’er Lodewijk Asscher, die nu minister van SZW is, was destijds in Amsterdam onderwijswethouder. Hij vond dat ook illegale mbo-studenten hun (verplichte) stage mochten volgen. Kamp verzette zich daartegen. Het was volgens hem wettelijk niet toegestaan een tewerkstellingsvergunning af te geven voor stages van mbo-scholieren die illegaal in Nederland verblijven.

Nadat Asscher minister was geworden, en dus Kamp had opgevolgd, maakte hij in december 2012 bekend dat illegaal in Nederland verblijvende mbo-studenten gewoon stage kunnen lopen. Daar is sindsdien wel een aantal voorwaarden aan verbonden. De betreffende studenten moeten voor hun 18e aan een beroepsopleidende leerweg (BOL) in het mbo zijn begonnen. Ook moet de stage onbezoldigd zijn.

Vmbo en praktijkonderwijs
De discussie laait op, maar gaat nu over illegaal in Nederland verblijvende leerlingen uit het praktijkonderwijs en het beroepsgerichte vmbo. Deze leerlingen zouden geen stage mogen volgen om dezelfde reden als destijds in de kwestie rond de mbo’ers: het is wettelijk niet toegestaan voor deze leerlingen een tewerkstellingsvergunning af te geven. Bedrijven die ‘illegale’ vmbo’ers en leerlingen uit het praktijkonderwijs zonder die vergunning stage laten lopen, kunnen van de Inspectie SZW een boete krijgen.

Bestuursvoorzitter Pieter Schram van OSG Singelland in Drachten heeft de kwestie aangekaart bij de Inspectie van het Onderwijs. Die wijst er in een brief aan Schram op dat de ministeries van OCW en SZW in 2012 geen regeling hebben getroffen voor het voortgezet en hoger onderwijs, omdat in die sectoren een stage niet verplicht zou zijn voor het behalen van een diploma.

Niet op netvlies
Dat wordt nu gezien als een omissie. ‘Dat in het praktijkonderwijs en delen van het vmbo een stage wel onderdeel is van het onderwijs stond toen niet op het netvlies van het ministerie van SZW. Toen deze omissie werd ontdekt, was de inschatting dat het politiek niet haalbaar was om uitzonderingen voor deze schoolsoorten te creëren’, aldus hoofdinspecteur Monique Vogelzang in de brief aan Schram.

Zij wijst er voorts op dat de ministeries van SZW en OCW met elkaar in gesprek zijn ‘om nogmaals te bezien of het haalbaar is ook voor deze leerlingen een uitzondering mogelijk te maken’. De oplossing moet hierbij volgens haar komen van het ministerie van SZW, zoals eerder het geval was met de stageproblematiek van niet-rechtmatig in Nederland verblijvende mbo’ers die geen stage konden lopen.

‘De inzet van OCW in het gesprek met SZW is dat SZW het Besluit ter uitvoering Wet arbeid vreemdelingen aanpast en hierin ook een uitzondering maakt voor illegale leerlingen in het praktijkonderwijs en (delen van) het vmbo. Alleen op die manier kunnen de leerlingen, hun werkgever(s) en de scholen vrijgesteld worden van de verplichting tot een tewerkstellingsverplichting’, aldus Vogelzang.

Treuzelende ministers…
D66-Kamerlid en onderwijswoordvoerder Paul van Meenen benadrukt dat de kwestie snel moet worden opgelost. ‘Stel je voor dat je kind zijn school niet kan afmaken, omdat de ministers treuzelen om hun vergissing recht te zetten’, zo citeert de Volkskrant hem.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Presentatie Bé Keizer over LWOO en PRO

De presentatie van Bé Keizer over de financiering van het leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs staat online. Zijn presentaties over de financiering van passend onderwijs in het primair respectievelijk voortgezet onderwijs zijn op aanvraag verkrijgbaar.

Keizer gaf deze presentaties dinsdag op twee VOS/ABB-bijeenkomsten in Woerden. De ochtendbijeenkomst was voor mensen uit het primair onderwijs die in hun organisatie nauw betrokken zijn bij de invoering van passend onderwijs per 1 augustus 2014. De middagbijeenkomst was voor geïnteresseerden uit het voortgezet onderwijs.

Leden van VOS/ABB kunnen op het besloten ledengedeelte van deze website de presentatie over LWOO en PRO downloaden. Niet-leden kunnen de presentatie aanvragen bij het secretariaat van VOS/ABB.

De presentaties van Bé Keizer over de financiering van passend onderwijs in het primair respectievelijk voortgezet onderwijs komen niet online beschikbaar, maar ook deze presentaties zijn bij het secretariaat van VOS/ABB aan te vragen via
welkom@vosabb.nl.

Vermeld in uw e-mail welke presentatie(s) u per post wilt ontvangen. Vermeld ook uw naam, de organisatie waarvoor u werkt en het adres waarnaar het secretariaat de presentatie(s) kan versturen.

Helpdesk
Advies nodig over de financiering van passend onderwijs? U kunt daarvoor contact opnemen met de Helpdesk van VOS/ABB: 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl.

De Helpdesk geeft gratis eerste- en tweedelijnsadvies. Ook dossierbehandeling is in de meeste gevallen gratis.

Let op: de Helpdesk werkt alleen voor leden van VOS/ABB. Is uw organisatie niet bij VOS/ABB aangesloten? Lees alles over het lidmaatschap!  

Consultatie over lwoo/pro in passend onderwijs

Wat vindt u van de inpassing van het leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en praktijkonderwijs (pro) in het stelsel van passend onderwijs? Tot 1 januari kunt u uw mening geven via een internetconsultatie.

Samenwerkingsverbanden (swv’s) in het voortgezet onderwijs zullen per 1 augustus 2014 met inwerkingtreding van de Wet passend onderwijs verantwoordelijk zijn voor de toewijzing en bekostiging van zware onderwijsondersteuning. Door lwoo en pro toe te voegen aan het stelsel van passend onderwijs, worden samenwerkingsverbanden verantwoordelijk voor alle onderwijsondersteuning. Dit voornemen staat in het regeerakkoord van het tweede kabinet-Rutte.

Met de internetconsultatie wordt iedere belanghebbende en/of geïnteresseerde in de gelegenheid gesteld op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting een reactie te geven. De consultatie kan vooral interessant zijn voor swv’s in het voortgezet onderwijs, vo-scholen en hun besturen, ouders en vo-leerlingen (al of niet met extra ondersteuningsbehoefte).

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Tbo: passend onderwijs voor veroordeelde jongeren

Jongeren van 12 tot en met 23 jaar kunnen ter beschikking van het onderwijs (tbo) worden gesteld. Dit staat in een conceptwetsvoorstel van staatssecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie. Het voorstel raakt onder andere het voortgezet onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en praktijkonderwijs. Wat vindt u van dit plan? Geef hieronder uw reactie!

Teeven heeft het conceptwetsvoorstel mede namens staatssecretaris Sander Dekker en minister Jet Bussemaker van OCW voor advies naar verschillende instanties gestuurd. Het is een variant van een eerder voorstel van Ahmed Marcouch.

Het PvdA-Kamerlid kwam in 2010 met het voorstel om veroordeelde jongeren in de gevangenis verplicht onderwijs te laten volgen voor het behalen van een vakdiploma. Het onderwijs zou dus in principe in de gevangenis moeten worden gegeven. Het voorstel van Teeven daarentegen gaat ervan uit dat tbo-jongeren die zijn veroordeeld voor relatief lichte vergrijpen op scholen buiten de gevangenis worden geplaatst.

Samenwerkingsverbanden
Het komt er in feite op neer dat er ook voor veroordeelde jongeren passend onderwijs moet komen. Deze aanpak ‘vraagt om een nauwe samenwerking tussen scholen en onderwijsinstellingen enerzijds en de partners in de Veiligheid- en Justitieketen (…) anderzijds’, zo meldt het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Samenwerkingsverbanden van reguliere en speciale scholen krijgen de opdracht een geschikte plaats te vinden voor een jongere met een tbo-maatregel. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de denominatieve achtergrond van de ouders.

Ondersteuning reclassering
In het wetsvoorstel van Teeven staat dat de jongeren worden begeleid door de reclassering. Scholen kunnen via de samenwerkingsverbanden extra ondersteuning krijgen en moeten bij de reclassering aan de bel trekken als het fout dreigt te gaan.

De rechter kan naast de tbo-maatregel een contactverbod, gebiedsverbod of een meldingsplicht opleggen om de jongere te ontmoedigen contact te (blijven) onderhouden met leden van criminele of overlastgevende jeugdgroepen.

Diefstal en vandalisme
De tbo-maatregel kan zowel zelfstandig als in combinatie met andere jeugdsancties worden opgelegd. In het eerste geval gaat het om afdoening van relatief lichte vergrijpen, zoals winkeldiefstal of vandalisme. De jongere volgt dan onderwijs in een reguliere school.

Bij zwaardere delicten is dat anders. Dan gaat het bijvoorbeeld om een combinatie van jeugddetentie met een tbo-maatregel, waarbij de uitvoering van de jeugddetentie eerst aan bod komt. De jongere volgt dan al onderwijs in de inrichting en hij ondergaat daar ook een behandeling in verband met een eventuele gedragsproblematiek.

Als de veroordeelde jongere die ter beschikking van het onderwijs is gesteld niet naar school gaat, begaat hij of zij een strafbaar feit en volgt vervangende detentie. De duur van de tbo-maatregel bedraagt maximaal twee jaar.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Foto Fred Teeven: ministerie van Veiligheid en Justitie

Ook praktijkscholen moeten in passend onderwijs

Het is om verschillende redenen niet verstandig om het praktijkonderwijs buiten het stelsel van passend onderwijs te houden. Dat schrijft staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer.

De praktijkscholen vormen volgens Dekker een noodzakelijke schakel in het geheel van onderwijsondersteuning. Daarom is het van belang, zo schrijft hij aan de Kamer, om het praktijkonderwijs onder te brengen in het stelsel van passend onderwijs. ‘De kracht van passend onderwijs is dat de ruimte die het stelsel biedt, kan worden benut om maatwerk voor leerlingen mogelijk te maken. Het is daarom wenselijk alle onderwijsondersteuning in één hand te leggen.’ Met dat laatste bedoelt hij de samenwerkingsverbanden passend onderwijs.

Als de praktijkscholen niet in het stelsel van passend onderwijs zouden worden opgenomen, ontstaat volgens de staatssecretaris het risico dat ouders en leerlingen nog steeds van het kastje naar de muur kunnen worden gestuurd. Het is de bedoeling van passend onderwijs dat dit juist niet meer kan gebeuren.

Hij ziet ook een financieel risico in het gescheiden houden van praktijkonderwijs en passend onderwijs: als samenwerkingsverbanden niet financieel verantwoordelijk zijn voor het praktijkonderwijs, kan er een prikkel ontstaan om leerlingen juist daarnaartoe te sturen.

Themabijeenkomsten passend onderwijs
VOS/ABB organiseert in het nieuwe schooljaar weer een serie bijeenkomsten over passend onderwijs. De eerste bijeenkomst is op 19 september bij VOS/ABB in Woerden en gaat over indiceren en arrangeren.

Andere thema’s die dit najaar nog aan de orde komen in themabijeenkomsten, zijn financieel management en het opstellen van een meerjarenbegroting.

Het programma op 19 september duurt van 9.45 tot tot 12 uur. Inschrijven kan met een mailtje naar welkom@vosabb.nl onder vermelding van ‘Themabijeenkomst passend onderwijs’.

De themabijeenkomsten zijn gratis voor leden van VOS/ABB (niet-leden betalen 100 euro per persoon).

Zie voor alle activiteiten van VOS/ABB de agenda.

 

Duimschroeven samenwerkingsverbanden aangedraaid

De samenwerkingsverbanden in het voortgezet onderwijs moeten zelf maar uitzoeken hoe zij de bezuiniging van 10 miljoen euro op het ondersteuningsbudget opvangen. Dat blijkt uit antwoorden van staatssecretaris Sander Dekker van OCW op schriftelijke Kamervragen.

Dekker bezuinigt op het leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en praktijkonderwijs (pro). Onderdeel daarvan is een ‘efficiencykorting’ van 10 miljoen euro voor de samenwerkingsverbanden in het voortgezet onderwijs. In de Tweede Kamer klonk de vrees dat dit ten koste zou gaan van de ondersteuning van leerlingen en daarmee van de kwaliteit van passend onderwijs.

De staatssecretaris blijft volhouden dat hij de leerlingen zo veel mogelijk ontziet. Hij wijst erop dat de samenwerkingsverbanden verantwoordelijk zijn voor hun eigen budget en dat het aan hen is om te bepalen hoe en waar zij het beste kunnen korten op de bureaucratie.

Hij ziet synergievoordelen in de gezamenlijke vormgeving in het samenwerkingsverband van de ondersteuning van leerlingen. ‘Niet iedere school hoeft zelf een dekkend ondersteuningsaanbod te hebben, maar er kunnen afspraken worden gemaakt over bijvoorbeeld het inrichten van gezamenlijke tussenvoorzieningen’, aldus Dekker.

Daarnaast hebben samenwerkingsverbanden volgens hem de mogelijkheid om, beter dan nu, maatwerk te leveren aan leerlingen. ‘Hierdoor kan de uitstroom naar de duurdere onderwijsvormen (zoals het (v)so) worden beperkt. Daarmee bespaart een samenwerkingsverband middelen die het elders weer in kan zetten.’

Dekker erkent dat er grenzen zijn aan de mogelijkheden. ‘Zo kunnen samenwerkingsverbanden niet besluiten om de bekostiging van een leerling die deelneemt aan het lwoo, pro of vso te verlagen. Deze bedragen worden namelijk landelijk vastgelegd. Zo wordt voorkomen dat de scholen voor lwoo, pro en de vso-scholen grote onzekerheid zouden hebben over de bekostiging die zij per leerling ontvangen en waarmee zij hun onderwijs- en ondersteuningsaanbod vormgeven’, aldus staatssecretaris Dekker.