Weer 10 jaar cel geëist voor neersteken schooldirecteur

Ruim drie jaar geleden raakte een schooldirecteur uit Dordrecht zwaargewond toen hij met een mes werd gestoken. Tegen de man die de directeur van het Drechtster College voor speciaal onderwijs destijds aanviel, is ook in hoger beroep 10 jaar gevangenisstraf geëist.

De man die de directeur heeft aangevallen, tekende hoger beroep aan nadat de rechtbank in Dordrecht hem tot 10 jaar cel had veroordeeld. De rechtbank achtte in 2013 bewezen dat er sprake was van poging tot moord. In het hoger beroep eist het Openbaar Ministerie nu dezelfde gevangenisstraf. De uitspraak is over twee weken.

Slagaderlijke bloeding

De man uit Dordrecht had de directeur met een groot mes gestoken. Dat gebeurde in april 2013 in het kantoor van Bureau Leerplicht op het Dordtse Leerpark tijdens een gesprek over de tegenvallende schoolprestaties van de zoon van de dader. De directeur liep een slagaderlijke bloeding en een grote beenwond op. De boze vader bedreigde ook een onderwijsconsulent die bij het gesprek aanwezig was.

Het hoger beroep dat nu dient, is herhaaldelijk uitgesteld. De reden hiervoor was dat de veroordeelde vader steeds van advocaat wisselde. Volgens het Openbaar Ministerie had er alle schijn van dat de man dit met opzet deed om het proces te traineren. Inmiddels heeft hij zijn vijftiende advocaat.

Terug naar Egypte

De vader komt oorspronkelijk uit Egypte. Hij heeft in de gevangenis zijn Nederlanderschap opgezegd. Zodra hij vrijkomt, moet hij terug naar Egypte en mag hij Nederland niet meer in.

Personeel openbaar onderwijs wél ambtenaar

Het personeel in het openbaar onderwijs heeft wel degelijk nog altijd de ambtenarenstatus. Dat blijkt uit een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, die een eerder vonnis van rechtbank Gelderland vernietigt.

Die eerdere uitspraak van de rechtbank Gelderland leidde in februari tot veel commotie. Toen oordeelde deze rechtbank dat ze onbevoegd was uitspraak te doen in een ontslagkwestie, omdat de betrokkene geen ambtenaar zou zijn. Hij werkte bij een stichting voor openbaar voortgezet onderwijs, maar de rechtbank vond dat in de statuten van deze stichting ‘geen overwegende overheidsinvloed’ was verzekerd. Op grond daarvan zou de stichting niet tot de openbare dienst behoren en het personeelslid geen ambtenaar zijn in de zin van de Ambtenarenwet. De bewuste medewerker moest zich wenden tot de burgerlijke rechter.

Statuten wijzigen?
Hier kwamen veel reacties op het uit openbaar onderwijs. Immers, betekende deze uitspraak dat al personeel in het openbaar onderwijs geen ambtenarenstatus (meer) had? Of moesten de statuten van openbare onderwijsbesturen worden aangepast? De juristen van VOS/ABB gaven direct aan dat een enkele uitspraak niet direct gevolgen zou hebben voor de schoolbesturen en hun statuten. Zij wilden afwachten of deze uitspraak in hoger beroep in stand zou blijven.

Ten onrechte
Dat blijkt nu inderdaad niet het geval te zijn. De Centrale Raad van Beroep spreekt uit dat de rechtbank indertijd ten onrechte heeft geoordeeld dat de betrokken werknemer geen ambtenaar was. De CRvB verwijst daarbij naar de parlementaire geschiedenis en geeft aan hoe de betreffende artikelen van een stichting openbaar onderwijs gelezen dienen te worden.

Wel een bestuursorgaan
Uitdrukkelijk gaat de CRvB  in op het gegeven dat de stichting openbaar onderwijs een bestuursorgaan is in de zin van de Awb en dat dit zijn weerslag vindt in de parlementaire stukken. Ook een functiescheiding tussen bestuur en intern toezicht doet daar niet aan af. Ook spreekt de Centrale Raad uit dat de statuten van de betrokkene stichting conform de wet zijn opgesteld en geen aanpassing behoeven.

Vervolgens beoordeelt de CRvB zelf de indertijd voorgelegde ontslagkwestie. Het schoolbestuur wordt daarbij in het gelijk gesteld. Het ontslag was terecht omdat er sprake was van ‘ernstig plichtsverzuim’.

Lees hier de recente uitspraak van de Centrale Raad van Beroep.

 

Uitspraak ambtenarenstatus: geen gevolgen

VOS/ABB heeft contact gelegd met het ministerie van OCW na de opmerkelijke uitspraak van de rechtbank Gelderland, eerder deze week, over de ambtenarenstatus van werknemers in het openbaar onderwijs. Vooralsnog heeft dit niet direct gevolgen voor schoolbesturen. Toetsen van statuten is in dit stadium niet nodig.

De uitspraak is bijzonder omdat deze bestuursrechter voor het eerst bepaalt dat een werknemer bij een stichting voor openbaar onderwijs geen ambtenaar is in de zin van de Ambtenarenwet. Dat betekent dat de ambtenarenstatus van werknemers in het openbaar onderwijs ‘ineens’ zou zijn vervallen en de stichting geen bestuursorgaan is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Daarmee wordt een bestendige lijn van enkele decennia teniet gedaan.

Overheidsinvloed
De rechtbank Gelderland kwam tot haar uitspraak omdat zij onvoldoende overheersende overheidsinvloed in de statuten van de stichting openbaar onderwijs herkende. De rechter vond ook dat er geen sprake was van overwegende overheidsinvloed bij het vaststellen van de begroting en de jaarrekening. Het bestuur kent een raad van toezicht-model en heeft in de statuten omschreven dat de gemeenteraad de leden van deze raad op bindende voordracht benoemt.

Het is opmerkelijk dat de rechter niet ingaat op het feit  dat de statuten juist zijn ingericht overeenkomstig de wettelijke bepalingen hieromtrent. Daar komt nog bij dat de parlementaire geschiedenis die ten grondslag lag aan de inkleding van de betreffende bepalingen juist duidelijk hierover is. De wetgever benoemt juist expliciet die overheidsinvloed en wanneer deze al dan niet overheersend genoeg is:

 “De gemeenteraad krijgt op grond van dit wetsvoorstel wel een doorslaggevende invloed op de samenstelling van de raad van toezicht en oefent daarmee nog een overheersende overheidsinvloed uit in het openbaar onderwijs.” (Kamerstukken II 2008-2009, 31 828, nr. 3, p. 28)

De casus lijkt juist precies zoals de wetgever het heeft beoogd. De bestuursrechter gaat er in haar summiere motivering helaas geheel niet op in. Het is dan ook slechts gissen naar de beweegredenen daartoe.

Storm in glas water
De rechtbank Gelderland was enkelvoudig, wat wil zeggen dat één rechter een oordeel vormde en niet meerdere rechters. Het is daarmee het laagste bestuursrechtelijke orgaan dat een geheel op zichzelf staande uitspraak heeft gedaan, zonder uitvoerige motivering met een fundament in jurisprudentie of parlementaire stukken. Zolang niet duidelijk is of deze uitspraak in hoger beroep in stand blijft, of weerklank vindt in uitspraken van andere rechters, is het volgens VOS/ABB een storm in een glas water.

‘Dit zal nog niet direct het hele stelsel omgooien. Ook leidt een enkele uitspraak van een rechtbank niet tot precedentwerking.  Er is dus geen aanleiding om als stichting openbaar onderwijs nu direct de statuten te gaan toetsen op basis van deze uitspraak, laat staan om deze te wijzigen’, aldus Ronald Bloemers, juridisch adviseur van VOS/ABB. Hij heeft inmiddels contact gelegd met het ministerie van OCW. Wij houden u op de hoogte van de ontwikkelingen.

Opmerkelijke uitspraak rechtbank Gelderland

Een opmerkelijke uitspraak van de rechtbank Gelderland, sector bestuursrecht, over de Stichting Apeldoorns Voortgezet Openbaar Onderwijs (AVOO) kan grote gevolgen hebben.

Volgens deze uitspraak behoort de stichting niet tot de openbare dienst en zijn de medewerkers dus geen ambtenaren. De rechtbank komt tot deze conclusie omdat zij uit de statuten van de stichting niet kan opmaken dat er sprake is van ‘overwegende overheidsinvloed’ in de Raad van Toezicht. De uitspraak is opmerkelijk omdat  werknemers in het openbaar onderwijs tot nu toe officieel de status van ambtenaar hebben, in tegenstelling tot de werknemers in het bijzonder onderwijs, die geen ambtenaar zijn.

Statuten
De zaak was aangespannen door een personeelslid van AVOO dat per 1 augustus ontslag heeft gekregen. De rechtbank heeft de statuten van de stichting bekeken en in aanmerking genomen dat de leden van de raad van toezicht worden benoemd door de gemeenteraad op bindende voordrachten van de oudergeleding van de medezeggenschapsraad en de raad van toezicht. ‘Van enige invloed, laat staan een overwegende invloed, van de gemeenteraad op de samenstelling van de raad van toezicht is geen sprake’, aldus de rechtbank, die op grond daarvan tot het oordeel komt dat de stichting niet tot de openbare dienst behoort.

Omdat het personeelslid dan ook geen ambtenaar is in de zin van de Ambtenarenwet, is het ontslag een privaatrechtelijke rechtshandeling en geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. De bewuste medewerker moet zich wenden tot de burgerlijke rechter. ‘De bestuursrechter is onbevoegd’, luidt het oordeel.

VOS/ABB onderzoekt wat deze uitspraak betekent voor de praktijk van het openbaar onderwijs, en zal daarbij uiteraard ook de PO-Raad en de VO-raad betrekken.

15 jaar cel voor fatale steekpartij op schoolplein

De man die in mei vorig jaar op het plein van een Rotterdamse basisschool een vrouw heeft doodgestoken, is veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf.

Het Openbaar Ministerie was uitgegaan van moord en had 20 jaar gevangenisstraf geëist. De rechter kwam tot een lagere straf, omdat hij moord niet bewezen achtte. De man is in plaats daarvan veroordeeld op grond van doodslag.

De veroordeelde had in de rooms-katholieke Augustinusschool in Rotterdam-West ruzie met zijn ex. Een vrouw die tussenbeide kwam, werd door hem neergestoken en overleed aan de verwonding. Zij was moeder van een 10-jarige leerling van de school.

De rechter nam het de verdachte extra kwalijk dat hij geen enkele spijt had betuigd. Verder telde in zijn nadeel mee dat de steekpartij op een schoolplein was.

Vrijspraak in ontuchtzaak basisschool Spijkenisse

De rechtbank in Rotterdam heeft een oud-leerkracht van een openbare basisschool in Spijkenisse vrijgesproken van ontuchtige handelingen met een leerling. De man is wel veroordeeld voor het in bezit hebben van kinderporno, maar de ernst daarvan is volgens de rechter gering. De officier van justitie had naast een gevangenisstraf geëist dat de man zijn beroep van leerkracht gedurende vijf jaar niet meer mocht uitoefenen, maar ook daar ging de rechter niet in mee.

De zaak veroorzaakte in 2011 veel onrust in Spijkenisse. De leerkracht in kwestie kwam in beeld na een eerdere ontuchtzaak in die plaats, waarbij hij overigens niet betrokken was. De man is voormalig wethouder in Spijkenisse. Toen hij in juni 2011 werd aangehouden, zat hij namens de PvdA in de gemeenteraad. In augustus van dat jaar trad hij vanwege de ontuchtzaak terug.

De man werd ervan beschuldigd dat hij in een kleedkamer een toen 9-jarige jongen onzedelijk had betast. De rechter sprak de man vrij, omdat de getuigenverklaringen van de jongen en van een aantal klasgenoten volgens een rechtspsycholoog niet betrouwbaar waren. Het staat daarom volgens de rechter niet vast dat de fysieke handelingen van de verdachte, die bestonden uit het kietelen van de leerling, een seksuele lading hadden. De rechter merkt het kietelen dus niet aan als ontuchtig handelen.

De man is wel veroordeeld omdat hij kinderporno op zijn computer had. Hij heeft daarvoor een voorwaardelijke gevangenisstraf gekregen van één maand met een proeftijd van één tijd jaar. De ernst van de kinderporno die op de computer van de man is aangetroffen, is niet van dien aard dat de rechter een verbod op het uitoefenen van leerkracht voor minderjarigen nodig vond.

In zijn oordeel heeft de rechter meegewogen dat de ontuchtzaak ernstige gevolgen heeft gehad voor de man zelf en voor zijn gezin. Vanwege dreigementen vanuit de bevolking was het niet meer mogelijk voor het gezin om in Spijkenisse te blijven wonen.

In verband met deze zaak, organiseerde het bij VOS/ABB aangesloten bestuur Prokind Scholengroep in augustus 2011 een informatiebijeenkomst voor ouders. Daarbij waren ook politie en justitie en de burgemeester van Spijkenisse, Mirjam Salet (PvdA), aanwezig. Op verzoek van Prokind trad VOS/ABB destijds op als onafhankelijk voorzitter van de informatieavond.

Download de uitspraak.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Minister in beroep tegen uitspraak over VO-gelden

De minister is het niet eens met deze uitspraken van afgelopen maart en april. De rechter oordeelde dat vo-leerlingen meetellen voor de bekostiging als ze zijn ingeschreven bij de vo school, ook al volgen ze hun lessen elders. Het ministerie had dat geld teruggeëist en in hoger beroep vordert de minister alsnog dat dit terecht was. In beide gevallen gaat het om bedragen rond de vier ton.

Daarbij beroept de minister zich op uitspraken van twee andere rechtbanken, Den Haag en Rotterdam. Deze rechtbanken kwamen in vergelijkbare zaken in mei tot een ander oordeel dan de rechtbanken Utrecht en Middelburg, namelijk dat de minister wél mocht overgaan tot het terugvorderen van de verstrekte bekostiging omdat de vo-leerlingen niet voldeden aan het vereiste van ‘werkelijk schoolgaand’. 

In dit geval ging het om de besturen van het Grotius College in Delft en het College VOS in Vlaardingen. Zij tekenen dezer dagen hoger beroep aan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Voor beiden staat voorop dat hun integer handelen door de bekostigingssanctie ten onrechte in twijfel is getrokken, en dat alleen al hierom hoger beroep geboden is.

Verder zijn er ook voldoende juridische argumenten. Zo beroept de rechtbank Den Haag zich erop dat de betrokken AMA’s geen vo-opleiding volgden, terwijl de Wet voortgezet onderwijs zo’n afwijkend curriculum juist mogelijk maakt. De rechtbank Rotterdam beroept zich op de ratio tussen het aantal leerlingen en docenten enerzijds en de omvang van de bekostiging anderzijds, die zou rechtvaardigen dat de minister geen bekostiging verleent voor vo-leerlingen die onderwijs volgen op een ROC. Deze redenering staat echter nergens expliciet in de regelgeving.

Het is nu aan de Afdeling bestuursrechtspraak om te bepalen wat onder het begrip ‘werkelijk schoolgaand’ moet worden verstaan en of de minister in deze zaken terecht geld van de scholen heeft teruggevorderd.

Juristen van VOS/ABB staan de schoolbesturen bij. Wij houden u op de hoogte van het vervolg. De eerdere berichtgeving hierover vindt u in de rechterkolom hiernaast.