Wetswijzigingen op komst vanwege krimp

Staatssecretaris Dekker bereidt wetsvoorstellen voor om het onderwijsaanbod in krimpregio’s toekomstbestendig te maken.

In zijn recente voortgangsrapportage aan de Tweede Kamer geeft hij aan dat er meer ruimte moet komen voor maatwerkoplossingen, zoals verplaatsing van een basisschool of het veranderen van de denominatie van een school. Ook moet het makkelijker worden om een samenwerkingsschool te vormen. De  in 2010 ingevoerde fusietoets, die nu vaak als een belemmering wordt ervaren bij de samenwerking in krimpregio’s, wil hij aanpassen.

VOS/ABB is positief over de aanpak van de staatssecretaris. Eerder heeft hij al een accountteam leerlingendaling ingesteld, dat goed werk verricht. De wetswijzigingen die hij nu voorstelt zijn van belang voor het onderwijs in krimpregio’s, maar het zou nog beter zijn als dit versneld wordt ingevoerd, want de krimp gaat snel – sneller dan een wetswijziging. Vooral basisscholen hebben bijna overal in het land al te kampen met dalende leerlingaantallen. Overal wordt al samenwerking gezocht, maar deze kan nog niet geformaliseerd worden vanwege de huidige wettelijke belemmeringen voor een samenwerkingsschool en een samenwerkingsbestuur.

Wat de fusietoets betreft pleit VOS/ABB ervoor deze niet alleen te versoepelen maar helemaal af te schaffen. Dat is nog een stapje verder dan het voorstel van VVD-Tweede Kamerlid Straus, die eind juni een initiatiefnota naar de Kamer stuurde met de titel ‘Krimp in het voortgezet onderwijs, van kramp naar kans’. Zij stelt daarin onder meer voor de fusietoets in krimpregio’s helemaal te laten vervallen. De staatssecretaris moet nog reageren op de iniatiefnota van Straus.

Openbaar onderwijs
De staatssecretaris meldt in zijn brief dat het openbaar onderwijs meer kleine scholen heeft en dat er daarom extra aandacht nodig is voor de positie van het openbaar onderwijs. VOS/ABB wijst erop dat veel voorgestelde wetswijzigingen vooral ruimtegevend zijn voor het bijzonder onderwijs, zoals bijvoorbeeld de mogelijkheid van een nevenvestiging van een andere denominatie en de richtingvrije planning. Het openbaar onderwijs kan er daardoor juist nadeel van ondervinden. De alomtegenwoordigheid van openbaar onderwijs, zoals dat staat in de Grondwet, mag niet in het geding komen.

De eerste wetsvoorstellen worden dit najaar nog verwacht, maar een heleboel aanpassingen zullen pas na 1 januari 2017 mogelijk zijn.

Krimpend Groningen hekelt traagheid en conservatisme

‘Als wij op landelijke regelgeving moeten wachten, hadden we al meerdere van onze scholen kunnen sluiten.’ Dat is de reactie van bestuurder Johan Heddema van de protestants-christelijke stichting Penta Primair op het recente advies van de Onderwijsraad dat samenwerkingsscholen een grondwettelijke uitzondering zouden moeten blijven.

Penta Primair heeft in totaal 22 scholen in het Groningse Westerkwartier en het aangrenzende Drentse Noordenveld. Het protestants-christelijke schoolbestuur werkt samen met het openbare schoolbestuur Westerwijs, dat 17 scholen heeft in de regio ten westen van de stad Groningen.

De twee besturen willen graag fuseren. Magazine School! van VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) heeft daar in december 2014 aandacht aan besteed met het artikel Samenwerking op basis van diversiteit.

Volwaardig onderwijsaanbod
In het Dagblad van het Noorden is Heddema kritisch over het advies van de Onderwijsraad, waarin staat dat samenwerkingsscholen, waarin openbaar en bijzonder onderwijs samengaan, een grondwettelijke uitzondering moeten blijven. Heddema benadrukt dat ouders in dorpen graag willen dat twee kleine basisscholen fuseren tot een samenwerkingsschool om zo een volwaardig onderwijsaanbod te behouden.

In het onderling uitruilen van basisscholen – het ene dorp een openbare, het andere een bijzondere school -, zoals de Onderwijsraad adviseert, ziet hij niets. ‘Er is echt geen enkele ouder die dat wil’, aldus Heddema in het Dagblad van het Noorden.

Mijlenver
VOS/ABB en VOO concluderen op basis van het conservatieve advies van de Onderwijsraad, dat deze Haagse raad mijlenver afstaat van de realiteit in krimpgebieden. Lees het commentaar van de directeuren Ritske van der Veen van VOS/ABB en Rein van Dijk van VOO.

Onderwijsraad adviseert tegen samenwerkingsschool

Samenwerkingsscholen moeten een grondwettelijke uitzondering blijven. Bovendien zou een stichting voor openbaar onderwijs niet het bevoegd gezag van een samenwerkingsschool kunnen zijn. Dat vindt de Onderwijsraad.

De Onderwijsraad adviseert staatssecretaris Sander Dekker van OCW om het wetsvoorstel over samenwerkingsscholen te heroverwegen en op onderdelen aan te passen. Zo moet volgens de Onderwijsraad ‘de empirische noodzaak van het wetsvoorstel nader worden onderbouwd’. Bovendien zou de totstandkoming van samenwerkingsscholen grondwettelijk gezien een uitzondering moeten blijven. Ook heeft de raad diverse bezwaren bij de voorgestelde bestuurlijke inrichting. Zo zou een stichting voor openbaar onderwijs volgens de Onderwijsraad niet het bevoegd gezag van een samenwerkingsschool mogen zijn.

Krimp
Met het wetsvoorstel wil Dekker het realiseren van samenwerkingsscholen gemakkelijker maken en de bestuurlijke vormgeving ervan ook vereenvoudigen. Het voorstel staat in het kader van het behoud van goede onderwijsvoorzieningen in regio’s die met demografische krimp te kampen hebben.

De Onderwijsraad zegt te waarderen dat de staatssecretaris maatregelen neemt om de kwaliteit en pluriformiteit van het onderwijs in krimpgebieden te verzekeren. ‘Samenwerkingsscholen bieden de mogelijkheid om een aanbod van zowel openbaar als bijzonder onderwijs te handhaven. Maar de wetgever blijft met dit wetsontwerp niet op alle punten binnen de constitutionele kaders en houdt onvoldoende rekening met effecten in de praktijk’, zo concludeert de Onderwijsraad.

De raad vindt dat de staatssecretaris beter moet aangeven waarom informele samenwerking tussen scholen problematisch is. Ook vindt de raad dat de veronderstelling dat informeel samenwerkende scholen onder de voorgestelde regeling wel voor formele samenwerking zullen kiezen, beter moet worden onderbouwd.

Lees meer…

In de Onderwijsraad zit sinds 1 januari van dit jaar bijzonder hoogleraar Pieter Huisman. Zijn bijzondere leerstoel Onderwijsrecht op Pluriforme Grondslag aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam wordt mede in stand gehouden door VOS/ABB. De inbreng van Huisman betreft artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs.

In het februarinummer magazine School! liet hij zich al kritisch uit over samenwerking tussen openbaar en bijzonder onderwijs. Het door VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs ontwikkelde concept ‘School!’, dat boven de denominaties uitstijgt, ziet hij niet zitten.

Lees het artikel Hoogleraar in Onderwijsraad koestert artikel 23

‘Samenwerkingsschool gaat bewuster om met geloof’

In samenwerkingsscholen wordt waarschijnlijk bewuster gesproken over geloof en levensbeschouwing dan in scholen op religieuze grondslag. Dat stelt directeur Arno de Haan van samenwerkingsschool De Gavelander in het dorp Oostwold in het Groningse Westerkwartier.

De Haan doet zijn uitspraak in de onderwijsbijlage van het Dagblad van het Noorden van 13 januari. ‘Bij ons, waarschijnlijk nog meer dan op bijzondere scholen, wordt bewust gesproken over het geloof en levensbeschouwing. Wat moet onze identiteit worden? Hoe gaan we kerst vieren? Het is geen automatisme of routine. Leerkrachten van openbaren huize vragen aan christelijke collega’s hoe zij lesgeven, hoe zij thema’s aanpakken. Vooroordelen over elkaar worden beslecht’, aldus De Haan.

Afgelopen jaar heeft de school met alle kinderen samen uitgebreid Pasen gevierd. ‘We hadden geen paasontbijt, maar hebben The Passion opgevoerd. Dat was wennen. Het betekende dat openbare kinderen op het podium God aanriepen en christelijke liedjes zongen.’

Dit was volgens De Haan ‘even schrikken voor de openbare ouders. Die dachten ‘oh.., dit hoort er ook dus bij’. Er waren ouders met bedenkingen toen hun kind zong: ‘Ik hou van God’. Zij hadden argwaan. Maar leraren maakten duidelijk dat het geen geloofsbelijdenis was, maar een toneelstuk. Het gaf stof tot nadenken en dat is goed. Zo blijf je met elkaar in gesprek.’

Levensbeschouwelijk leren als impuls voor samenwerking

Levensbeschouwelijk leren op basis van diversiteit kan een impuls geven aan samenwerkingsscholen. Dat stelt Coby Speelman, die onlangs aan de Vrije Universiteit in Amsterdam is gepromoveerd op haar onderzoek Ontdekkend levensbeschouwelijk leren. Naar vernieuwde levensbeschouwelijke vorming in het basisonderwijs.

Speelman wijst erop dat de levensbeschouwelijke diversiteit in het bijzonder basisonderwijs sterk is toegenomen. Steeds minder leerlingen en leerkrachten hebben een band met een kerk en het aantal leerlingen met een andere levensbeschouwelijke achtergrond dan de grondslag van de school is toegenomen. Ze laat in haar promotieonderzoek zien dat er meer aandacht moet komen voor het omgaan met deze toenemende diversiteit in levensovertuiging in het bijzonder basisonderwijs.

Wat het openbaar basisonderwijs merkt zij op dat die zich neutraal opstellen ten aanzien van levensbeschouwingen. Voor leerkrachten kan het daarom volgens haar lastig zijn om in te gaan op levensbeschouwelijke vragen. Bovendien blijkt dat leerkrachten over weinig kennis van godsdienstige levensbeschouwingen beschikken en het daarom moeilijk vinden om levensbeschouwelijke gesprekken te voeren met leerlingen.

Speelman: ‘Op de meeste scholen is er geen aandacht voor de persoonlijke levensbeschouwelijke visie van collega’s en er wordt ook niet gesproken over een visie op levensbeschouwelijke vorming in de school. Van normatieve professionaliteit ten aanzien van de levensbeschouwelijke dimensie van de schoolidentiteit, is helaas geen sprake in het huidige basisonderwijs.’

Ze ontdekte tijdens haar onderzoek dat er wel een behoefte is aan een denkkader dat juist ruimte schept voor ontmoeting en dialoog met andere levensbeschouwingen, waarbij verschillen mogen blijven bestaan. Dat kan, zo stelt ze, een impuls zijn samenwerkingsscholen in met name krimpgebieden. ‘De vorm van ontdekkend levensbeschouwelijk leren, waarvan het voeren van levensbeschouwelijke gesprekken in de klas onderdeel is, kan een impuls geven aan deze samenwerking’ , aldus Speelman.

Internetconsultatie wetsvoorstel samenwerkingsschool

Tot 15 december kunt u online laten weten wat u van het wetsvoorstel voor de samenwerkingsschool vindt. Tot die tijd staat op de website overheid.nl een internetconsultatie open.

Het onderwerp van de consultatie is de vereenvoudiging van de wettelijke regeling van de samenwerkingsschool, waarin zowel openbaar als bijzonder onderwijs wordt gegeven. Sinds 2011 is het wettelijk toegestaan een samenwerkingsschool te vormen, maar er wordt nog niet veel gebruikgemaakt van die mogelijkheid.

De samenwerkingsschool kan met name in gebieden met een afnemend aantal leerlingen een oplossing zijn om het aanbod en de kwaliteit van het onderwijs op peil te houden.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Tweede Kamer wil gelijkwaardigheid openbaar onderwijs

De Tweede Kamer heeft in de nacht van donderdag op vrijdag een motie van de PvdA aangenomen om binnen de kaders van grondwetsartikel 23 een gelijkwaardige positie voor het openbaar onderwijs ten opzichte van het bijzonder onderwijs te creëren. Deze en andere moties werden maandag ingediend tijdens het debat over de initiatiefnota over krimp en samenwerkingsscholen van PvdA-Tweede Kamerlid Loes Ypma.

De motie van Tweede Kamerlid Tanja Jadnanansing van de Partij van de Arbeid roept de regering op te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor het versoepelen van artikel 48 van de Wet op het primair onderwijs (WPO). Die versoepeling zou volgens Jadnanansing tot stand moeten komen met inachtneming van artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs.

Het probleem met artikel 48 WPO is dat op grond daarvan een openbare school niets anders mag geven dan openbaar onderwijs. Dit brengt met zich mee dat een bestuur voor openbaar onderwijs geen samenwerkingsschool in stand kan houden. Hierdoor heeft het openbaar onderwijs een achtergestelde positie ten opzichte van het bijzonder onderwijs, dat wel die mogelijkheid heeft.

Geen versoepeling criteria
Een andere motie van Jasper Van Dijk van de SP en zijn collega Paul van Meenen van D66 over de criteria voor het oprichten van een samenwerkingsschool is verworpen. In die motie stond dat de belemmeringen voor de oprichting van samenwerkingsscholen, zoals de criteria rond de opheffingsnorm, zo veel mogelijk moesten worden weggenomen.

Ook een motie van Van Dijk om zo snel mogelijk artikel 17 van de WPO aan te passen, heeft het niet gehaald. Die motie stond in het teken van een snelle versoepeling van de voorwaarden voor de vorming van een samenwerkingsbestuur. Nu kan dat pas als de continuïteit van het onderwijs in het geding is, maar de SP wilde die voorwaarde zo snel mogelijk laten schrappen, maar de Kamer ziet de noodzaak van die haast niet.

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft al eens toestemming gegeven voor de totstandkoming van een samenwerkingsbestuur in Zuid-Limburg, hoewel strikt genomen de continuïteit van het onderwijs daar toen niet in het geding was.

Aangehouden/ingetrokken
Twee moties over de samenwerking in krimpgebieden zijn aangehouden. Dit betreft een motie van Karin Straus van de VVD en Michel Rog van het CDA over het starten van een nevenvestiging in een ander RPO-gebied, waarbij RPO staat voor Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen. De andere aangehouden motie is van Van Meenen en gaat over een blijvende verruiming van de zogenoemde 50%-regel.

Kamerlid Roelof Bisschop van de SGP trok zijn motie over de informele samenwerkingsschool in. In die motie stond dat de mogelijkheid van de informele samenwerkingsschool actief onder de aandacht van de schoolbesturen moest worden gebracht. Hij drong er ook op aan een verkenning te laten uitvoeren naar de wettelijke mogelijkheden om informele samenwerking tussen openbaar en bijzonder onderwijs te ondersteunen.

Een motie van Jadnanansing over het betrekken van de initiatiefnota over krimp van haar partijgenoot Loes Ypma bij het opstellen van het wetsvoorstel door staatssecretaris Dekker over samenwerkingsscholen was al tijdens het debat hierover ingetrokken.

Na de nachtelijke stemmingen over onder andere de samenwerkingsscholen is de Tweede Kamer met zomerreces gegaan.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Zeker jaar wachten op wetsvoorstel samenwerkingsschool

Het duurt nog zeker een jaar voordat staatssecretaris Sander Dekker van OCW met een wetsvoorstel komt voor de samenwerkingsschool. Tijdens een nota-overleg met de vaste Kamercommissie van OCW zei hij dat hij daarmee in de zomer van 2015 denkt te kunnen komen.

De vaste Kamercommissie van OCW sprak maandag met Dekker over de aanpak van de gevolgen van demografische krimp op het onderwijs. Het overleg ging specifiek over de initiatiefnota van PvdA-Kamerlid Loes Ypma over de samenwerkingsscholen.

Naar aanleiding van deze nota liet adviseur Ronald Bloemers van VOS/ABB in een schriftelijke reactie aan Ypma weten dat zij net als Dekker weliswaar ‘met goede en ambitieuze voorstellen tot versoepeling van de wetgeving op het gebied van vorming van samenwerkingsscholen’ komt, maar dat die allang zijn ingehaald door de feiten.

‘Elke wettelijke drempel die er nog ligt, zal een drempel meer zijn dan het veld nu ervaart met de vorming van een informele samenwerkingsschool. Krimp geeft de mogelijkheid op uitstel doorgaans juist niet. Wachten tot een wet genoegzaam zal zijn gewijzigd, is niet doeltreffend’, aldus Bloemers.

‘Het is wat VOS/ABB betreft dan ook wrang te vernemen’, zo concludeert Bloemers, ‘dat de politiek nog met wijzigingen voor het verleden bezig is, terwijl het veld de toekomst al aan het inrichten is’. Hij adviseert om naar de huidige vorm van het onderwijsveld te kijken en ‘in lijn daarmee daadwerkelijk grondige herzieningsvoorstellen te doen’.

Het nota-overleg laat zien dat die maatregelen nog wel even op zich laten wachten. Dekker zei dat hij in de zomer van 2015 – dus over een jaar – met een wetsvoorstel denkt te kunnen komen. Dat kan volgens hem niet eerder vanwege de adviezen die moeten worden ingewonnen bij onder andere de Onderwijsraad en de Raad van State.

Voorafgaand aan het nota-overleg stuurden VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs gezamenlijk deze brief naar de vaste Kamercommissie voor OCW.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

 

Krimpadvies aan Tweede Kamer: snel maatregelen nemen!

VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) dringen in een gezamenlijke brief aan de vaste commissie voor OCW van de Tweede Kamer aan op wijzigingen in wet- en regelgeving om samenwerking tussen openbaar en bijzonder onderwijs in krimpgebieden te bevorderen.

De Tweede Kamer debatteert maandag over voorstellen die staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft gedaan om in krimpgebieden goed onderwijs te kunnen waarborgen. VOS/ABB en VOO wijzen er in de brief aan de Tweede Kamer op dat de praktijk waarmee de scholen in krimpgebieden te kampen hebben, uitwijst dat de politiek achter de (krimp)feiten aanloopt.

VOS/ABB en VOO noemen met name drie punten waarop de huidige wet- en regelgeving in het belang van een gelijkwaardige samenwerking tussen openbaar en bijzonder onderwijs (snel) dient te worden aangepast. Als eerste punt wordt de afschaffing van de fusietoets voor het funderend onderwijs genoemd. De praktijk wijst uit dat de fusietoets, die is voortgekomen uit ongewenste schaalvergroting in het middelbaar beroeps- en hoger onderwijs, noodzakelijke samenwerking in krimpgebieden alleen maar in de weg zit.

Als tweede punt noemt VOS/ABB ruimere mogelijkheden voor het delen van onderwijsvoorzieningen en symbiose op bepaalde onderdelen van het onderwijs. De huidige wettelijke beperkingen op dit gebied werken tegendraads in de uitvoering van de zorgplicht voor goed onderwijs voor alle kinderen. Dit klemt des te meer in krimpgebieden.

Het derde punt in de brief aan de Tweede Kamer betreft een verruiming van de doelstellingsvereiste van openbaar schoolbestuur om ook kinderopvang te mogen organiseren. Nu mogen schoolbesturen voor bijzonder onderwijs dat wel, maar openbare schoolbesturen niet. Dit zorgt voor een achterstelde positie van het openbaar onderwijs bij het realiseren van integrale kindcentra (IKC’s), die vooral ook in krimpgebieden brede voorzieningen voor alle kinderen kunnen waarborgen.

De brief van VOS/ABB en VOO gaat ook in op het gezamenlijke toekomstperspectief dat is gebaseerd op het concept School!, dat boven de denominaties uitstijgt. Daarbij wordt opgemerkt dat in de praktijk al volgens dit concept op uitgebreide schaal wordt samengewerkt tussen openbaar en bijzonder onderwijs, maar dat de besturenorganisaties voor bijzonder onderwijs desondanks vast willen houden aan het duale onderwijsbestel en hun respectievelijke zuilen.

VOS/ABB en VOO vragen de Tweede Kamer om voor een gezonde toekomst van het funderend onderwijs dat past bij de 21ste eeuw serieus en op constructieve wijze grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs tegen het licht te houden.

Download de brief aan de Tweede Kamer

Eerder heeft beleidsmedewerker Ronald Bloemers van VOS/ABB een advies over de samenwerkingsschool aan PvdA-Tweede Kamerlid Loes Ypma gestuurd.

Lees ook het artikel over krimp en samenwerking in het zomernummer van magazine School! van VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs.

Krimp: beleidsmakers lopen achter de feiten aan

De voorstellen om in het kader van demografische krimp de wetgeving voor het onderwijs te versoepelen komen te laat. Dat schrijft beleidsmedewerker en adviseur Ronald Bloemers van VOS/ABB in reactie op de initiatiefnota van PvdA-Tweede Kamerlid Loes Ypma over krimp en samenwerkingsscholen.

Ypma komt net als staatssecretaris Sander Dekker van OCW met ‘goede en ambitieuze voorstellen tot versoepeling van de wetgeving op het gebied van vorming van samenwerkingsscholen’, aldus Bloemers. Hij schrijft ook, ‘een resumé van die goede punten is echter niet opsommingswaardig’.

De praktijk is namelijk al verder, zo benadrukt hij. ‘Elke wettelijke drempel die er nog ligt, zal een drempel meer zijn dan het veld nu ervaart met de vorming van een informele samenwerkingsschool. Krimp geeft de mogelijkheid op uitstel doorgaans juist niet. Wachten tot een wet genoegzaam zal zijn gewijzigd, is niet doeltreffend.’

‘Het is wat VOS/ABB betreft dan ook wrang te vernemen’, zo concludeert hij, ‘dat de politiek nog met wijzigingen voor het verleden bezig is, terwijl het veld de toekomst al aan het inrichten is’. Hij adviseert de politiek om naar de huidige vorm van het onderwijsveld te kijken en ‘in lijn daarmee daadwerkelijk grondige herzieningsvoorstellen te doen’.

Lees de initiatiefnota van Ypma

Lees de reactie van Bloemers

Groene Amsterdammer over krimp en samenwerking

Weekblad De Groene Amsterdammer besteedt onder de kop De kleine schoolstrijd aandacht aan de gevolgen van demografische krimp op het onderwijs. In het artikel, dat over de samenwerking tussen openbaar en bijzonder onderwijs gaat, komt onder anderen senior beleidsmedewerker Hans Teegelbeckers van VOS/ABB aan het woord.

Journalist Jurre van den Berg illustreert in de editie van 5 juni van De Groene Amsterdammer de krimpproblematiek aan de hand van de situatie in het Groningse dorp Zuidwolde. Daar staan de openbare Venhuisschool en de protestants-christelijke basisschool De Akker vlak bij elkaar.

De Venhuisschool heeft nog 60 leerlingen, De Akker maar 50. Die aantallen zullen verder dalen. Beide scholen zoeken toenadering tot elkaar om in het dorp één basisschool te behouden.’Wij hechten aan christelijk onderwijs’, zegt moeder Ines van der Beek, die voor haar drie dochters voor De Akker koos. Maar ze beseft ook dat als er nu niets gebeurt, er over vijf jaar geen school meer in Zuidwolde is. ‘Dat zou funest zijn voor de leefbaarheid.’

Hans Teegelbeckers van VOS/ABB signaleert in het artikel dat toenadering tussen openbaar en bijzonder onderwijs in krimpgebieden niet altijd vanzelfsprekend is. ‘De macht van het getal groot is. Zeker op het platteland waar confessionele scholen vaak groter zijn dan openbare scholen en dus geen directe noodzaak hebben om samen te werken.’

Hij vertelt dat VOS/ABB voorstander is van samenwerking. ‘Identiteitsontwikkeling is mooi, maar goed onderwijs is in ieders belang’, aldus Teegelbeckers. Hij begeleidt verschillende scholen die samen verder willen. Draagvlak is daarbij cruciaal, benadrukt hij. ‘Als je ouders voor een voldongen feit stelt, zetten ze hun hakken in het zand.’

U kunt het artikel downloaden via Blendle.

Informatie: Hans Teegelbeckers, 06-51603209, hteegelbeckers@vosabb.nl

Samenvatting van uitgewerkte beleidsvisie op krimp

Adviseur mr. Ronald Bloemers van de Helpdesk van VOS/ABB heeft een verhelderende samenvatting gemaakt van de uitgewerkte beleidsvisie op demografische krimp. Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft die uitwerking naar de Tweede Kamer gestuurd. Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de samenvatting ervan downloaden.

Op 29 mei 2013 kwam Dekker met zijn beleidsvisie op krimp. Hij presenteerde die toen in brede school Het Samenspel in het Zeeuwse dorp Wolphaartsdijk. Sindsdien was het wachten op een vervolg met concrete maatregelen. Dat vervolg is er nu eindelijk.

Dekker kondigt in zijn uitwerking veel maatregelen aan, zowel voor het primair onderwijs als voor het voortgezet onderwijs. Het gaat onder meer over de fusietoets, de samenwerkingsschool en de kleinescholentoeslag.

Lees de uitwerking van de beleidsvisie op krimp

Lees de samenvatting door Ronald Bloemers (voor leden)

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Regels voor samenwerkingsscholen vereenvoudigd

De ministerraad heeft ingestemd met een vereenvoudiging van de regels voor samenwerkingsscholen. Openbare en bijzondere scholen die vanwege krimp samen verder willen gaan, hoeven niet langer te wachten tot ze op omvallen staan.

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW meldt op de website van het ministerie dat hij goed en bereikbaar onderwijs voor ieder kind centraal stelt, ook in krimpgebieden. ‘We helpen scholen daarom om binnen hun regio tot een gezamenlijke aanpak te komen. Samenwerken wordt gemakkelijker en aantrekkelijker.’

Het ministerie meldt verder dat kleine scholen die fuseren nog zes jaar lang de kleinescholentoeslag behouden, ‘waardoor zij niet financieel gestraft worden voor hun samenwerking’. Ook wordt het gemakkelijker een school te verplaatsen of van identiteit te doen veranderen. Scholen kunnen met geld van het rijk een regionale coördinator aanstellen die hen helpt om tot afspraken over samenwerking te komen.

De maatregelen zijn een uitwerking van de visie op leerlingendaling die de staatssecretaris een jaar geleden in brede school Het Samenspel in het Zeeuwse dorp Wolphaartsdijk presenteerde. In het regeerakkoord is afgesproken dat in krimpgebieden alle vormen van samenwerking tussen scholen mogelijk moeten zijn en dat denominatie noch de fusietoets daar een belemmering voor mogen vormen.

Samenvatting
Adviseur mr. Ronald Bloemers van de Helpdesk van VOS/ABB heeft een samenvatting gemaakt van de uitgewerkte beleidsvisie op krimp zoals staatssecretaris Sander Dekker van OCW die naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de samenvatting downloaden.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Echte samenwerking vereist snelle actie van wetgever

De stichting openbaar onderwijs moet samenwerkingsscholen in stand kunnen houden en ook kinderopvang kunnen ontplooien. Dat vindt niet alleen VOS/ABB, ook de staatssecretaris heeft gezegd dat hij dat wil. Alleen de wetsvoorstellen daartoe zijn er ondanks toezeggingen van hem nog steeds niet.

Demografische krimp zet in steeds meer regio’s het behoud van goed onderwijs voor alle kinderen onder druk. Samenwerking tussen verschillende scholen en hun besturen kan een oplossing zijn, maar de wet zit samenwerking in de weg.

De staatssecretaris ziet dat ook in. Hij kondigde in mei vorig jaar aan, toen hij in brede school Het Samenspel in Wolphaartsdijk zijn beleidsvisie op krimp presenteerde, dat hij rond de jaarwisseling met wetsvoorstellen zou komen. Hij zei er niet bij welke jaarwisseling. De beloofde wetsvoorstellen zijn er nog steeds niet.

Ondertussen gaat de krimp natuurlijk gewoon door – die maakt niet even pas op de plaats als het in Den Haag stroperig stil blijft. Als gevolg van die traagheid en stilte, behoudt het openbaar onderwijs onnodig lang zijn achtergestelde positie ten opzichte van het bijzonder onderwijs.

De stichting openbaar onderwijs kan immers, in tegenstelling tot besturen voor bijzonder onderwijs, volgens de huidige wet- en regelgeving geen samenwerkingsschool in stand houden. Bovendien hebben openbare schoolbesturen op dit moment nog niet de wettelijke mogelijkheid om in integrale kindcentra onderwijs en kinderopvang met elkaar te combineren.

Het lijkt er helaas op dat de langverwachte actie van de staatssecretaris verder wordt uitgesteld, omdat het Nederlands Centrum van Onderwijsrecht (NCOR) onlangs heeft aangegeven dat het grondwettelijk niet mogelijk zou zijn om samenwerkingsscholen onder stichtingen voor openbaar onderwijs te hangen. Volgens het NCOR zou een samenwerkingsschool slechts in stand kunnen worden gehouden door een samenwerkingsbestuur, dat per definitie niet openbaar kan zijn.

Het is wrang te moeten vrezen dat het openbaar onderwijs hierdoor in ieder geval langer dan nodig zijn achtergestelde positie behoudt. Dit is extra wrang, omdat juist in de stichting openbaar onderwijs iedereen zijn plaats heeft en zijn eigen rol kan vervullen onder extern toezicht van de democratisch gekozen gemeenteraad. Dat is pas echt samenwerking!

Het is daarom zaak dat de staatssecretaris, ondanks de kritische bevindingen van het NCOR, haast maakt met zijn toegezegde voorstellen om recht te doen aan de gelijkwaardigheid van het openbaar en bijzonder onderwijs.

Ritske van der Veen, directeur VOS/ABB

Adviesrapport over samenwerkingsscholen samengevat

Het adviesrapport ‘Regeling van de samenwerkingsschool in krimpgebieden’ van het Nederlands Centrum voor Onderwijsrecht (NCOR) is naar de Tweede Kamer gestuurd. Mr. Ronald Bloemers van VOS/ABB heeft er een toegankelijke samenvatting van gemaakt.

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW had het NCOR gevraagd om te bepalen welke ruimte de Grondwet biedt voor de versoepeling van de regels voor het vormen van een samenwerkingsschool.

Zijn adviesaanvraag kwam voort uit de complexiteit van de wetgeving, waarover eerder de Eerste en Tweede Kamer, de Raad van State en de Onderwijsraad zich hebben gebogen. Op basis van het advies van het NCOR komt Dekker met een voorstel voor de aanpassing van de regels rondom de samenwerkingsschool.

Moeilijk leesbaar
Het rapport van de NCOR is moeilijk leesbaar en te begrijpen als u niet geheel thuis bent in de materie. Mr. Ronald Bloemers van de Helpdesk van VOS/ABB heeft er daarom een beter toegankelijke samenvatting van gemaakt.

Download het adviesrapport  Regeling van de samenwerkingsschool in krimpgebieden

Download de samenvatting door mr. Ronald Bloemers van de Helpdesk van VOS/ABB

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Samenwerkingsschool ook onder openbaar bestuur!

Alle vormen van samenwerking moeten mogelijk zijn om het aanbod en de kwaliteit van het onderwijs in krimpgebieden op peil te houden. Denominatie noch fusietoets mag daarbij in de weg staan. Dat is wat in het Regeerakkoord staat. Dan moet het nu eindelijk ook voor openbare schoolbesturen mogelijk worden om samenwerkingsscholen in stand te houden!

De samenwerkingsschool wordt door staatssecretaris Sander Dekker van OCW terecht gezien als een goede mogelijkheid om de negatieve gevolgen demografische krimp voor het onderwijs tegen te gaan. Als openbaar en bijzonder onderwijs de handen ineenslaan, kunnen zij samen werken aan kwaliteitsonderwijs. De positieve drang die Dekker in mei vorig jaar – niet voor niets in basisschool Samenspel in het Zeeuwse dorpje Wolphaartsdijk – aankondigde, was dan ook specifiek gericht op samenwerking.

Hij ontvouwde in Wolphaartsdijk zijn plan om de kleinescholentoeslag af te schaffen. In plaats daarvan zou er een soort bonus op samenwerking komen, waarbij, zo garandeerde Dekker, er geen euro van het beschikbare geld af zou gaan. Hij legde de bal dus nadrukkelijk bij de schoolbesturen, die daar niet allemaal even blij mee waren.

De constructieve oppositie van D66, ChristenUnie en SGP heeft er echter voor gezorgd dat de kleinescholentoeslag blijft bestaan. Dit brengt het gevaar met zich mee dat nu de financiële prikkel weg is niet meer alle schoolbesturen de noodzaak van samenwerking voelen en dat sommige denken dat het allemaal wel losloopt. Niets is minder waar!

Openbaar onderwijs benadeeld!
Een ander, zo mogelijk nog belangrijker punt dat een vertragende werking heeft op de samenwerking tussen de denominaties en dat met name het openbaar onderwijs benadeelt, ligt op het gebied van het arbeidsrecht. De huidige regels bepalen dat het personeel van de samenwerkingsschool een privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst moet hebben. Een ambtelijke aanstelling, zoals in het openbaar onderwijs, is niet mogelijk.

Dit brengt met zich mee dat een samenwerkingsschool nu niet onder een openbaar schoolbestuur kan vallen, terwijl staatssecretaris Dekker klip en klaar heeft beloofd dat dit wel moet kunnen. Wij horen bij VOS/ABB op dit punt niets meer van Dekker, terwijl het voor het openbaar onderwijs, zeker in krimpgebieden van cruciaal belang is. Dit arbeidsrechtelijke probleempunt moet nu snel worden aangepakt. Het zal een lastige klus zijn, maar waar een wil is, is een weg!

Ritske van der Veen, directeur VOS/ABB

‘Geld geen reden voor uitstel samenwerking’

Het is voor schoolbesturen niet nodig om voor regionale samenwerking een afwachtende houding aan te nemen. Dat stelt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief, waarin hij de Tweede Kamer informeert over het voornemen de regelgeving omtrent samenwerkingsscholen te wijzigen.

Dekker signaleert in zijn brief aan de Tweede Kamer dat schoolbesturen soms een afwachtende houding aannemen als het gaat om samenwerking, omdat zij onzeker zijn over de toekomst van de kleinescholentoeslag. Die toeslag wordt echter teruggegeven aan de schoolbesturen, zo benadrukt hij.

‘Bij de teruggave van de  kleinescholentoeslag wordt de hoogte van het nieuwe budget bepaald aan de hand van de peildatum 1 augustus 2013. Nu starten met regionale samenwerking om de gevolgen van leerlingendaling aan te pakken, leidt daarom niet tot nadeel in de toekomst. Het is dus niet nodig om een afwachtende houding aan te nemen’, aldus Dekker.

Stand van zaken
In zijn brief informeert hij de Tweede Kamer over de stand van zaken rond de versoepeling van de regels voor het vormen van een samenwerkingsschool. Hij geeft onder andere een tijdschema. Zo verwacht Dekker deze maand een rapport waarin het Centrum voor Onderwijsrecht de juridische mogelijkheden schetst die artikel 23 van de Grondwet biedt voor het vereenvoudigen van de wetgeving.

‘Op basis van dit advies volgt in de uitwerkingsbrief van april 2014 een voorstel voor de aanpassing van de regels rondom de samenwerkingsschool. De nieuwe wetgeving kan op zijn vroegst per 1 augustus 2016 van kracht worden’, zo schrijft de staatssecretaris.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Concept ‘school’ voor kwaliteit en ontmoeting

Het concept ‘school’ dat boven de denominaties uitstijgt, waarborgt dat er in de toekomst overal scholen kunnen zijn die onderwijs van goede kwaliteit bieden. Dat heeft adviseur Ronald Bloemers van VOS/ABB dinsdag toegelicht in het PvdA Onderwijsparlement. Hij was hiervoor uitgenodigd door Tweede Kamerlid Loes Ypma. Het ging onder andere over modernisering van artikel 23 van de Grondwet (vrijheid van onderwijs).

VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs streven naar ‘school’. Dit concept gaat uit van samenwerking die boven de denominaties uitstijgt. Niet meer de verzuilde maatschappij uit de twintigste eeuw is het uitgangspunt, maar de gehele samenleving. Daarbij staan diversiteit, wederzijds respect en gelijkwaardigheid centraal. ‘School’ besteedt op grond van deze uitgangspunten aandacht aan levensbeschouwing en godsdienst. Uiteraard staat onderwijskwaliteit voorop.

Bloemers bracht het concept ‘school’ in verband met demografische krimp waar steeds meer regio’s in Nederland mee te maken hebben. De dalende leerlingenaantallen in deze regio’s zetten het voortbestaan van kleine dorpsscholen onder druk. Door boven de zuilen uit met elkaar samen te gaan werken, kan ook in krimpregio’s een kwalitatief goede onderwijsinfrastructuur blijven bestaan.

De reacties in het PvdA Onderwijsparlement op het concept ‘school’ waren positief. Vooral het aspect ‘ontmoeting’ dat is het concept een belangrijke plaats inneemt, werd als een zeer positief element beschouwd.

In het komende decembernummer van magazine School! geeft Bloemers een nadere toelichting op wat VOS/ABB en VOO met het concept ‘school’ willen. In het artikel wordt ingegaan op bestaande samenwerking in Zuid-Limburg, die boven de denominaties uitstijgt.

Donkerste wolken drijven voorbij

Goed nieuws voor het openbaar onderwijs: de rijkssubsidie voor godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs in de openbare scholen blijft bestaan. Gelukkig heeft onze politieke lobby die daarop was gericht succes gehad. Goed nieuws is ook dat het kabinet kwaliteitsonderwijs onmisbaar vindt voor een in alle opzichten gezonde ontwikkeling van ons land.

Het is niet alleen rozengeur en maneschijn, dat besef ik terdege. Maar we kunnen volgens mij wel concluderen dat het onderwijs op Prinsjesdag, in de huidige tijden van economische crisis, geen zware klappen heeft gekregen, zeker niet vergeleken met andere sectoren, zoals defensie. Oké, de stille bezuinigingen gaan door, en daar heeft de sector onder te lijden. Ik noem de inhouding van de prijsbijstelling, waardoor het onderwijs structureel 250 miljoen tekortkomt. Maar het feit dat het kabinet het onderwijs ontziet bij de extra bezuinigingen in 2014 stemt positief.

Toen ik de Miljoenennota las en de onderwijsbegroting voor 2014 en de jaren daarna doornam, herkende ik  veel aspecten die mij als onderwijsman positief stemden. Goed onderwijs is volgens het kabinet essentieel voor een in alle opzichten gezonde ontwikkeling van onze samenleving. Het gaat hier niet alleen om de economie, maar ook om sociale cohesie. Dit plaats ik in het kader van het behoud van de subsidie voor g/hvo in het openbaar onderwijs. Aandacht voor levensbeschouwing, ook in de openbare school, draagt bij aan de gezonde maatschappelijke ontwikkeling.

Ik vind het ook positief dat het kabinet investeert in goed onderwijsbestuur. We hebben de laatste tijd helaas ook in het openbaar onderwijs gezien dat bestuurders en toezichthouders niet altijd het juiste morele kompas hadden. Het gaat hier gelukkig om een zeer kleine groep, maar voor het vertrouwen in en het aanzien van de sector is het van levensbelang dat alle onderwijsbestuurders en toezichthouders doen waarvoor ze op aarde zijn, namelijk het realiseren van goed onderwijs in een betrouwbare en efficiënte organisatie.

Ten slotte is het goed dat het kabinet in krimpgebieden inzet op de samenwerking tussen openbaar en bijzonder onderwijs, zodat ook daar scholen van kwaliteit kunnen worden behouden. De samenwerkingsschool kan daarvoor een goed instrument zijn. Deze ontwikkeling zie ik in het kader van de versterking van het openbaar onderwijs, dat immers bestuurlijk een positie krijgt die gelijkwaardig is aan die van het bijzonder onderwijs. De Tweede Kamer is onlangs akkoord gegaan met een wetswijziging die dat mogelijk maakt.

Ritske van der Veen, directeur VOS/ABB

Besturenraad belicht samenwerkingsscholen

In het ledenblad SBM van de Besturenraad staat een artikel over samenwerkingsscholen. Het gaat over de verschillende manieren waarop gestalte kan worden gegeven aan de samenwerking tussen openbaar en christelijk onderwijs.

In het artikel komen vier modellen aan bod, die zijn opgesteld door de ledencommissie Onderwijs en Zingeving van de Besturenraad.

  1. Het onderwijs wordt integraal aan alle leerlingen aangeboden. Het levensbeschouwelijk onderwijs heeft het karakter van algemeen menselijke vorming. De school is gericht op humaniteit (met religie als mogelijk onderdeel daarvan) en op respect voor verscheidenheid. De leerling is uniek. De leraren staan open voor levensbeschouwelijke diversiteit.
  2. De samenwerkingsschool is feitelijk een openbare school. Er is ruimte (facultatief) voor levensbeschouwelijke vorming vanuit de eigen identiteit. Leraren zijn terughoudend in het uiten van hun persoonlijke overtuiging.
  3. Als ontmoetingsschool profileert de school verschillen en laat de leerlingen kennismaken met een veelheid van levensbeschouwingen. De levensbeschouwelijke vorming kan gedeeltelijk in heterogene groepen gebeuren. Leraren met verschillende levensbeschouwelijke profielen kunnen uiting geven aan hun levensovertuiging.
  4. De christelijke school neemt ‘het openbare’ in zich op. Er is dan sprake van een open christelijke school, waarbij het christelijk karakter zo zal worden vormgeven dat iedereen zich erkend weet.

Bij het artikel worden drie voorbeelden van samenwerkingsscholen genoemd: basisschool Mandegoud in Kloosterburen (Groningen, valt onder het bij VOS/ABB aangesloten bestuur Lauwers & Eems), praktijkschool De Diken in Sneek (werkt samen met de Praktijkschool Sneek van Odyssee Openbaar Onderwijs Sneek) en basisschool De Lonneboot in Nieuw- en Sint Joosland (Zeeland, valt onder het VOS/ABB-lid Archipel Scholen).

Dick Mentink: laatste school moet openbaar zijn!

De laatste school in een dorp moet een openbare school zijn. Dat heeft emeritus hoogleraar onderwijsrecht Dick Mentink woensdag benadrukt tijdens het Ouder Café in Den Haag. De bijeenkomst was georganiseerd door de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) in samenwerking met de andere ouderorganisaties in het onderwijs. Het ging over de gevolgen van demografische krimp.

Mentink verwoordde wat VOS/ABB en VOO al jaren onder de aandacht van de politiek brengen: de visie dat de laatste school in een dorp een openbare school moet zijn, komt rechtstreeks voort uit artikel 23 van de Grondwet. Daarin staat immers dat er overal voldoende openbaar onderwijs moet zijn.

Deze garantiefunctie betekent dat er openbaar onderwijs móet zijn, en dat er daarnaast bijzonder onderwijs mág bestaan. Dit onderscheid is van wezenlijk belang als openbaar en bijzonder onderwijs tot samenwerkingsscholen willen komen. Dit speelt vooral in gebieden met demografische krimp.

Niet van 23 naar 100
De reacties vanuit de politiek op de krimpvisie die staatssecretaris Sander Dekker van OCW eerder op woensdag presenteerde, waren over het algemeen positief. Dat gold vooral voor het feit dat Dekker het advies van de Onderwijsraad naast zich neerlegt om de minimale opheffingsnorm in het primair onderwijs te verhogen van 23 naar 100 leerlingen. Basisscholen met minder dan 100 leerlingen mogen dus openblijven.

Kritiek was er ook, vooral van de christelijke partijen. Kamerlid Michel Rog van het CDA zei dat Dekker nog steeds ten onrechte een verband legt tussen kleine scholen en slecht onderwijs. Rog maakt zich zorgen over het afbouwen van de kleinescholentoeslag. In plaats daarvan wil Dekker samenwerking belonen. Hoe één en ander eruit komt te zien, is nog niet duidelijk.

Vrees voor verlies identiteit
Kamerlid Joël Voordewind van de ChristenUnie is bang dat het verdwijnen van de kleinescholentoeslag ertoe leidt dat basisscholen in krimpregio’s worden gedwongen om samen te gaan. Zijn angst staat uiteraard in het teken van het mogelijke verlies van de christelijke identiteit van het onderwijs in kleine dorpen.

De PvdA is blij met de bonus op samenwerking. Kamerlid Loes Ypma pleitte voor zo’n bonus in combinatie met een bekostiging op basis van bevolkingsdichtheid. Het is volgens haar van belang dat niet alleen schoolbesturen, maar ook ouders en leerkrachten over samenwerking nadenken en meediscussiëren. Ook Kamerlid Karin Straus is voorstander van samenwerking tussen kleine scholen.

Samenwerken ≠ fusie
D66’er Paul van Meenen kwam met een kritische noot. Hij vindt dat alle opheffingsnormen moeten verdwijnen. Ook zei hij dat samenwerking niet per se fusie mag betekenen. De identiteit van de school is van ondergeschikt belang. Het gaat in krimpgebieden volgens hem in de eerste plaats om het behoud van onderwijskwaliteit.

Brief over voortvarende krimpaanpak naar Dekker

VOS/ABB geeft in een brief aan staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan op welke punten de positie van het openbaar onderwijs moet worden versterkt. De brief staat in het teken van het wegnemen van wettelijke belemmeringen om op een voortvarende wijze de negatieve gevolgen van demografische krimp op te kunnen vangen. Samenwerking staat daarbij centraal.

De brief gaat onder andere over het feit dat openbare schoolbesturen volgens de huidige wet- en regelgeving geen samenwerkingsscholen in stand kunnen houden, terwijl besturen voor bijzonder onderwijs die mogelijkheid wel hebben. Deze ongelijkheid staat een goede samenwerking tussen openbaar en bijzonder onderwijs in de weg. VOS/ABB stelt voor om de Wet op het primair onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs zo aan te passen, dat samenwerkingsscholen ook onder openbare besturen kunnen vallen.

Besturen voor openbaar onderwijs kunnen in de huidige situatie ook geen kindvoorzieningen in stand houden, in tegenstelling tot besturen voor bijzonder onderwijs. Ook aan deze achtergestelde positie van het openbaar onderwijs dient een einde te worden gemaakt. Hetzelfde geldt voor de instandhouding van bijzonder neutrale scholen: die mogen nu niet onder een openbaar schoolbestuur vallen, terwijl de identiteit van het algemeen bijzonder onderwijs overeenkomt met die van het openbaar onderwijs.

Op het gebied van indirecte samenwerking tussen het openbaar en bijzonder onderwijs is een versoepeling van de huidige wet- en regelgeving gewenst. Dan gaat het bijvoorbeeld over het verplaatsen van een school, het delen van voorzieningen en de wijziging van of de uitbreiding met een richting. De huidige strakke regelgeving beperkt de bewegingsruimte van de schoolbesturen.

Ten slotte gaat de brief aan staatssecretaris Dekker in op de fusietoets, die met name in het primair onderwijs als beklemmend wordt ervaren. De fusietoets belemmert een gedegen aanpak van de krimpproblematiek. Een versoepeling is meer dan gewenst, benadrukt VOS/ABB.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Onderzoek naar identiteit van samenwerkingsscholen

Samenwerkingsscholen voor primair onderwijs kunnen meedoen aan een promotieonderzoek naar hun identiteit en levensbeschouwelijk onderwijs. Het onderzoek wordt uitgevoerd door de Protestantse Theologische Universiteit in Amsterdam in samenwerking met de Christelijke Hogeschool Windesheim in Zwolle.

Het brede doel van dit onderzoek is een bijdrage te leveren aan een kwaliteitsverbetering van het levensbeschouwelijk aspect van het primair onderwijs. Meer specifiek gaat de belangstelling uit naar de vraag hoe dit aspect zo kan worden vormgegeven dat het verschillende zuilen verbindt of mogelijk zelfs overstijgt. Juist in de samenwerkingsschool kunnen vragen over de levensbeschouwelijke identiteit en de vormgeving hiervan relevant zijn.

Samenwerkingsscholen hebben twee digitale vragenlijsten voor directeuren respectievelijk leerkrachten toegestuurd gekregen. Het doel van beide lijsten is het in kaart brengen van de visie op en de praktijk van de levensbeschouwelijke identiteit en het levensbeschouwelijk onderwijs in samenwerkingsscholen. Het is voor godsdienstpedagoog en onderzoeker Erik Renkema van groot belang om zoveel mogelijk ingevulde vragenlijsten te ontvangen.

Werkt u op een samenwerkingsschool en heeft uw school de vragenlijsten niet ontvangen? Neemt u dan contact op met erik.renkema@windesheim.nl.

Laatste school in dorp moet openbare school zijn!

Kleine dorpsscholen moeten open blijven, maar wanneer er twee kleine scholen in het dorp zijn, is fusie of samenwerking een goed idee. Dat schrijven Tweede Kamerlid Jesse Klaver van GroenLinks en de Waterlandse GL-fractievoorzitter Laura Bromet in de Volkskrant. VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs benadrukken op basis van de Grondwet dat de laatste school in een dorp een openbare school moet zijn.

In hun opiniestuk wijzen Klaver en Bromet erop dat er in veel dorpen stevige concurrentie is tussen openbare en protestants-christelijke of katholieke scholen. Die energie kan volgens hen beter worden gebruikt om één gezamenlijke school in stand te houden. Dat komt ten goede aan de onderwijskwaliteit en levert kostenbesparingen op.

Klaver en Bromet zetten in hun stuk vraagtekens bij het recente advies Grenzen aan kleine scholen, waarin de Onderwijsraad ervoor pleit om scholen met minder dan 100 leerlingen te sluiten. Als voorbeeld noemen zij openbare basisschool De Overhaal in het dorp Zuiderwoude bij Monickendam. Deze school met 70 leerlingen heeft een goede beoordeling van de Inspectie van het Onderwijs. De school wordt gezien als een voorwaarde voor sociale samenhang in het dorp. Sluiting zou de kwaliteit van de leefomgeving aantasten.

Als een voorbeeld van kansen op samenwerking wordt het dorp Ilpendam genoemd, vlak bij Amsterdam-Noord. Daar telt de openbare Van Randwijkschool 120 leerlingen en de katholieke Sint-Sebastianusschool 60 leerlingen. Hoewel ze al wel in hetzelfde gebouw zitten, hebben de scholen hun eigen klassen, elk een eigen directeur en vieren ze apart Kerstmis en Pasen. Beide scholen hebben combinatieklassen, wat volgens Klaver en Bromet vanwege leeftijdsverschillen sociaal ongewenst is.

Samenvattend vinden de politici dat de laatste basisschool in het dorp open moet blijven zolang de kwaliteit voldoende is. Maar als er meer kleine basisscholen van verschillende denominaties zijn, moet samenwerking door schoolbesturen financieel worden gestimuleerd. Dat gebeurt volgens Klaver en Bromet te weinig.

Openbaar onderwijs grondwettelijk gegarandeerd!
VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs kunnen zich vinden in het pleidooi van de GroenLinksers, maar wijzen er nadrukkelijk op dat de laatste school van het dorp principeel een openbare school moet zijn. De Grondwet zegt immers: er ís openbaar onderwijs en er kán bijzonder onderwijs zijn. Zo garandeert de overheid dat de openbare school van de gemeenschap is: iedereen moet er terecht kunnen.

Dit principe komt terug in het concept 'school', waarin openbaar onderwijs op basis van gelijkwaardigheid samenkomt met alle denominaties. Het ideaal 'school', dat VOS/ABB en VOO nastreven, wil voor alle kinderen goed onderwijs, met eerbiediging van en aandacht voor ieders religieuze of levensbeschouwelijke overtuiging. De kernwaarden van het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs verwoorden het ideaal 'school'.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl 

Samenwerkingsbonus vervangt kleinescholentoeslag?

De christelijke oppositiepartijen CDA en ChristenUnie zijn tegen het plan van VVD en PvdA om de kleinescholentoeslag te vervangen door een stimuleringsbonus voor samenwerking.

VVD en PvdA sturen erop aan om de kleinescholentoeslag om te zetten in een samenwerkingsbonus. CDA-Kamerlid Michel Rog – de oud-voorzitter van CNV Onderwijs – noemt dit een 'verschrikkelijk voorstel' en een 'dwaas plan'. Hij vreest dat scholen worden gedwongen om met elkaar samen te werken, wat de autonomie van de schoolbesturen zou aantasten.

Arie Slob van de ChristenUnie is ook tegen. Het schrappen van de kleinescholentoeslag en het instellen van een samenwerkingsbonus noemt hij 'desastreus'. D66-Kamerlid Paul van Meenen is het met VVD en PvdA eens dat samenwerking tussen kleine scholen moet worden bevorderd.

VVD en PvdA hebben voor hun plan voldoende steun nodig in de Eerste Kamer, waar ze geen meerderheid hebben. Het voorstel volgt op het advies Grenzen aan kleine scholen van de Onderwijsraad, waarin staat dat alle basisscholen met minder dan 100 leerlingen dicht zouden moeten. Alles wijst erop dat dit advies, dat de afgelopen tijd veel kritiek kreeg in het onderwijs, geen realiteit zal worden.

Verdedigbaar
VOS/ABB vindt het plan voor de samenwerkingsbonus verdedigbaar, mits dit niet gepaard gaat met een bezuiniging. Al het geld voor de kleinescholentoeslag moet voor het onderwijs behouden blijven. VOS/ABB heeft dit onlangs tijdens een overleg met het ministerie van OCW benadrukt.

Als samenwerking financieel wordt gestimuleerd, moet de politiek wel snel werk maken van een wetswijziging om het ook voor openbare schoolbesturen mogelijk te maken om samenwerkingsscholen in stand te houden. Nu kan het openbaar onderwijs dat nog niet, terwijl het bijzonder onderwijs die mogelijkheid wel heeft. De achtergestelde positie van het openbaar onderwijs moet zeer spoedig worden opgeheven!