‘Bestaansrecht cao bestuurders niet ter discussie’

De vereniging van toezichthouders in onderwijs en kinderopvang (VTOI-NVTK) is blij dat minister Ingrid van Engelshoven van OCW de motie heeft ontraden om bestuurders in het onderwijs terug te brengen in de reguliere onderwijs-cao’s. De motie werd afgelopen dinsdag aangenomen door de Tweede Kamer.

‘Los van de inbreuk op de vrijheid die partijen hebben om zelf een cao af te sluiten, laten de indieners van de motie blijken niet goed te hebben nagedacht over de bijkomende consequenties’, meldt de VTOI-NVTK. De motie was ingediend door SP-Tweede Kamerlid Peter Kwint en PVV’er Harm Beertema.

De VTOI-NVTK verwijst naar 2014, toen een motie van dezelfde strekking werd ingediend. Die motie ‘bleek eveneens onuitvoerbaar en in strijd met wet- en regelgeving’, aldus de vereniging van toezichthouders.

‘Het aangaan van overeenkomsten tussen werkgever en werknemer is een zaak tussen deze betreffende partijen. Buiten dit feit stuit de motie op principiële bezwaren en heeft ze onwenselijke juridische en praktische consequenties.’

Lees meer…

‘Schoolbestuurders moeten in onderwijs-cao’

De salarissen van schoolbestuurders moeten worden ondergebracht in de onderwijs-cao’s. Dat vindt de Tweede Kamer, terwijl die geen cao-partij is.

Een meerderheid in de Tweede Kamer heeft een motie aangenomen van SP’er Peter Kwint en PVV’er Harm Beertema. Zij stellen dat schoolbestuurders ‘taken verrichten die binnen het onderwijs vallen’ en dat de salarissen van bestuurders daarom moeten worden ondergebracht in een van de onderwijs-cao’s.

In de huidige situatie vallen schoolbestuurders in het funderend onderwijs onder de respectievelijke bestuurders-cao’s voor het primair en voortgezet onderwijs.

Politiek gaat niet over cao’s

Het is om meerdere redenen vreemd dat in de Tweede Kamer een motie aan bod komt over cao’s en de positie van bestuurders daarin, vindt juridisch adviseur Christiaan Rooseboom van VOS/ABB.

‘In cao’s maken vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers afspraken over onder meer de arbeidsvoorwaarden. Het zijn de vakbonden en werkgevers die naar eigen inzicht de werkingssfeer van de cao vaststellen en daarmee ook bepalen welke werknemers daaronder vallen’, zo legt Rooseboom uit.

Hij vervolgt: ‘De motie van de Tweede Kamer is opmerkelijk, omdat de politiek zich daarmee mengt in een aangelegenheid waar zij niet over gaat. Als de Tweede Kamer invloed wil op de werkingssfeer van een cao, ligt het meer voor de hand om de uit 1927 stammende Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst te wijzigen.’

Bestuurders niet onder reguliere cao

‘Daar komt bij dat het gebruikelijk is om de statutair bestuurder niet onder de werkingssfeer van de reguliere cao te brengen. Werkgevers en vakbonden maken in veel sectoren in de cao’s zelfs onderscheid tussen hoog en laag personeel. Er zijn ook sectoren waar werkgevers en vakbonden aparte cao’s sluiten voor het hoger en lager personeel. Dat is in het onderwijs niet aan de orde, maar het is dus niet vreemd dat schoolbestuurders niet onder de werkingssfeer van het reguliere personeel vallen.’

Schoolbesturen geldverspillers? Onzin!

‘Ik zie in het primair onderwijs geen dure adviseurs en nutteloze cursussen. Ieder dubbeltje wordt omgedraaid’. Dat zegt bestuurder Marten Elkerbout van Stichting Spaarnesant voor openbaar primair onderwijs in Haarlem.

De PO-Raad citeert hem in reactie op recente beweringen van de Tweede Kamerleden Lisa Westerveld van GroenLinks, Peter Kwint van de SP, Paul van Meenen van D66 en Michel Rog van het CDA dat schoolbesturen geld zouden verspillen. De sectororganisatie benadrukte toen direct dat de bewuste politici ‘een volstrekt onjuist beeld van het primair onderwijs’ schetsten.

Heel zuinig werken

Met de woorden van bestuurder Elkerbout van Stichting Spaarnesant laat de PO-Raad vanuit de praktijk zien dat de aantijgingen aan het adres van de schoolbesturen niet kloppen. ‘Het meeste geld gaat naar het primaire proces en er blijft heel weinig over voor ondersteuning en staftaken. Je moet heel zuinig werken’, aldus Elkerbout.

Ook het door de politici geschetste beeld als zou het niet duidelijk zijn waar het onderwijsgeld aan wordt besteed, strookt volgens hem niet met de werkelijkheid. ‘Ik zou hun willen zeggen: lees onze jaarverslagen. Die zijn helder en daar staat alles keurig in. Er wordt in het primair onderwijs geen geld over de balk gesmeten.’

Achterblijvende bekostiging

Elkerbout verwijt in zijn reactie verder dat de politiek geen oog heeft voor de al jaren achterblijvende materiële bekostiging. ‘Het is al lang bekend dat hier een tekort is, maar de politiek wil er gewoon niet aan’, zo benadrukt hij. Daarnaast wijst hij erop dat de salarissen in het primair onderwijs achterblijven, niet alleen de salarissen van leraren, maar ook die van schoolleiders en onderwijsondersteunend personeel.

Over de Tweede Kamerleden merkt hij op dat die zijn ‘losgezongen van de werkelijkheid’.

Lees meer…

Fraudezaak Rotterdam betreft niet een schoolbestuur

Een grote fraudezaak bij een onderwijsstichting in de regio Rotterdam, heeft geen betrekking op een schoolbestuur voor primair en/of voortgezet onderwijs. Dat bevestigt het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie tegenover VOS/ABB. Het Algemeen Dagblad meldt dat het de Islamitische Universiteit Europa betreft.

Vrijdag werd bekend dat er drie bestuurders zijn aangehouden in een onderzoek naar witwassen, valsheid in geschrift en fraude met giftenaftrek. Het Functioneel Parket van het OM meldde vrijdag niet om welke stichting het gaat, maar een woordvoerder bevestigt tegenover VOS/ABB dat het niet een schoolbestuur voor primair en/of voortgezet onderwijs is. Het gaat volgens de woordvoerder om ‘een stichting die cursussen verzorgt’.

Het Algemeen Dagblad meldt dat het de Islamitische Universiteit Europa betreft. Dit is een niet door de overheid bekostigde opleiding met hbo-accreditatie voor het opleiden van islamitische geestelijke verzorgers.

Kwitanties

De drie aangehouden bestuurders worden ervan verdacht valse kwitanties te hebben uitschreven voor contante giften aan de stichting. Zij zouden de kwitantie voor een klein deel van de waarde die op de kwitantie vermeld staat hebben verkocht.

De kopers brachten het volledige bedrag van de kwitantie als gift in aftrek in hun belastingaangifte. Zij ontvingen hierdoor een hogere belastingteruggaaf dan waar zij recht op hadden. Op die manier hebben vermoedelijk ongeveer 2000 mensen voor circa 8.500.000 euro ten onrechte aan giftenaftrek geclaimd.

Er is beslaggelegd op een woning, ruim 87.000 euro cash geld, creditcards, bankrekeningen, sieraden en auto’s. Ook is er administratie in beslag genomen.

Leraren willen graag nascholing

Leerkrachten, schoolleiders en bestuurders in het primair onderwijs onderschatten elkaars ambitie, motivatie en mogelijkheden. Dat blijkt uit onderzoek naar de vraag en het aanbod van nascholing.

Volgens de onderzoekers is er een grotere opleidingsbereidheid bij leerkrachten in het primair onderwijs dan schoolleiders en -bestuurders veronderstellen. ‘Daarbij is het van belang dat leerkrachten meer ruimte krijgen om de opgedane kennis binnen de school te kunnen toepassen’, zo staat in een brief van minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer.

Uit het onderzoek blijkt verder dat schoolleiders en -bestuurders moeite hebben met de strategische inbedding en benutting van kennis uit opleidingen. ‘Zij ervaren onder meer praktische belemmeringen zoals gebrek aan roosterruimte en formatiecapaciteit en middelen om innovatie te faciliteren.’

Het ideaalbeeld van leraren, schoolleiders en – bestuurders is een meer innovatieve cultuur in de scholen te creëren waarbij de individuele professionele ontwikkeling aansluit bij de team- en schoolontwikkeling. ‘Dit vraagt om een professionele dialoog op de werkvloer tussen leerkrachten, schoolleiders en bestuurders en om het slechten van de praktische belemmeringen en drempels’, aldus Bussemaker en Dekker.

Voortgezet onderwijs

Er is ook onderzoek gedaan naar de vraag naar en het aanbod aan masteropleidingen voor leraren in het voortgezet onderwijs. Daaruit komt naar voren dat schoolleiders en -bestuurders de meerwaarde van docenten met een masteropleiding voor hun school duidelijk zien. ‘Van masteropgeleide docenten wordt bijvoorbeeld verwacht dat ze onderzoekstaken op zich kunnen nemen en dat ze betere ondersteuning kunnen geven aan leerlingen met leerproblemen’, zo staat in de brief van de minister en staatssecretaris.

Het onderzoek dat zich op het voortgezet onderwijs richtte, onderstreept volgens Bussemaker en Dekker eens te meer het belang van goed HRM-beleid op scholen. ‘Docenten hebben voldoende tijd en ruimte nodig om hun werk te kunnen combineren met het volgen van een master. Daarnaast is het van belang om masteropgeleide docenten voor het onderwijs te behouden door hen interessante loopbaanperspectieven te bieden.’

Uit het onderzoek blijkt verder dat de interesse van docenten en schoolleiders relatief vaak uitgaat naar verdieping op het vlak van onderwijsinnovaties, het ontwerp van onderwijs en toetsingsstrategieën.

Regeling bezoldiging onderwijsbestuurders gewijzigd

De Regeling bezoldiging topfunctionarissen OCW-sectoren is gewijzigd. Dit houdt verband met de invoering van de Wet verlaging bezoldigingsmaximum WNT (Wet normering topinkomens).

Per 1 januari 2016 is er een systeem met zeven klassen, waarin onderwijsbestuurders worden onderverdeeld op grond van de complexiteit van hun baan. De complexiteit wordt gebaseerd op:

  • Totale baten van de organisatie
  • Totale aantal leerlingen
  • Aantal onderwijssoorten en/of onderwijssectoren

De uitgangspunten voor het klassesysteem:

  • Eenvoudig en transparant: de objectieve criteria zijn duidelijk en makkelijk toetsbaar
  • Evenwichtig en onderwijsbreed: geldt op dezelfde wijze voor alle onderwijssectoren
  • Niet manipuleerbaar: gemiddelde leerlingenaantal over drie jaar is de basis
  • Draagvlak: tot stand gekomen na gesprekken met vertegenwoordigers van toezichthouders, bestuurders, werkgevers en werknemers
  • Uniformiteit van beleid: vergelijkbaar met de modellen voor woningcorporaties en de zorg

Download de regeling

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

OCW ziet dat schoolbestuurders minder geld krijgen

Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW hebben er vertrouwen in dat het aantal schoolbestuurders met een bezoldiging boven de norm de komende jaren gaat dalen. Dat schrijven ze in een brief aan de Tweede Kamer over de tweede monitor beloningscodes/cao’s.

Het doel van deze monitor is te kunnen vaststellen in hoeverre zelfregulering door middel van beloningscodes en bestuurders-cao’s werkt.  ‘Het algemene beeld is’, zo schrijven Bussemaker en Dekker, ‘dat in vergelijking met de nulmeting de beloningen meer in lijn liggen met de in de cao’s of beloningscodes vastgestelde criteria.’ Uit de monitor blijkt dat in het primair en voortgezet onderwijs 2,5 procent van de bestuurders meer krijgt dan de Wet normering topinkomens toestaat.

Ze benadrukken dat de monitor een macrobeeld geeft en niet ingaat op beloningen van individuele bestuurders. Een te hoge beloning mag vier jaar worden gerespecteerd. Daarna moet de beloning in drie jaar worden teruggebracht tot het geldende maximum. Uiterlijk in 2020 moeten alle bestuurders hun beloning onder het maximum volgens de Wet normering topinkomens hebben gebracht. In gevallen waar dat dan niet zo is, zal de Inspectie van het Onderwijs handhavend optreden.

De minister en de staatssecretaris schrijven dat veel bestuurders hun morele verantwoordelijkheid hebben genomen om hun beloning vrijwillig versneld onder het sectorale maximum te brengen. ‘Wij hebben er dan ook vertrouwen in dat het aantal bestuurders met een bezoldiging boven de norm de komende jaren gaat dalen’, aldus Bussemaker en Dekker.

Toezichthouders
De monitor gaat ook in op de bezoldiging van toezichthouders. In het primair onderwijs krijgt een toezichthouder gemiddeld 3175 euro per jaar. In het voortgezet onderwijs is dat 3530 euro. Voorzitters van raden van toezicht krijgen gemiddeld 12.342 respectievelijk 13.722 euro per jaar.

De aangepaste Wet normering topinkomens bepaalt dat de bezoldiging voor leden en voorzitters van de hoogste toezichthoudende organen van een rechtspersoon of instelling ten hoogste 10 respectievelijk 15 procent bedraagt van de voor die rechtspersoon of instelling geldende maximale bezoldiging. Voorheen was dat 5 respectievelijk 7,5 procent.

VOS/ABB adviseert om interne toezichthouders in het primair en voortgezet onderwijs een vrijwilligersvergoeding te geven of daar net iets boven te gaan zitten. Verruiming van de bezoldiging op basis van de WNT2 vindt VOS/ABB niet verstandig.

Ondertekening CAO Bestuurders PO op 3 oktober

De CAO Bestuurders PO 2014 wordt op 3 oktober ondertekend door de Bestuurdersvereniging Primair Onderwijs (BvPO) en de Vereniging voor Toezichthouders in Onderwijsinstellingen (VTOI).

De CAO Bestuurders PO 2014 is al voor de zomervakantie geaccordeerd, maar is nog niet formeel ondertekend. Dat gebeurt dus op vrijdag 3 oktober.

De nieuwe cao is sinds 1 september van kracht en heeft een looptijd van een jaar (dus tot 1 september 2015). Zie ook de begeleidende brief van het ministerie van OCW.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Tegengaan segregatie: schoolbesturen maken het verschil!

Als schoolbesturen zich actief inzetten om segregatie tegen te gaan, dan pakken de lokale politiek, de media en de ouders het thema op. Dat blijkt uit onderzoek van kennisinstituut FORUM voor multiculturele vraagstukken.

In het factsheet Basisscholen en hun buurt staat dat de segregatie tussen autochtone kinderen en leeftijdgenoten met een allochtone achtergrond de afgelopen jaren wat minder is geworden.

Volgens FORUM hangt dat samen met gerichte pilots in 12 grote gemeenten, waaronder Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Aan die pilot deden in totaal 315 basisscholen mee. Op tweederde van die scholen nam de segregatie af.

Maar, zo waarschuwt FORUM, als het onderwerp van de beleidskaart verdwijnt, zal de segregatie de komende jaren weer scherper worden. Het instituut signaleert bij schoolbesturen weinig animo voor een meer gemengde leerlingenpopulatie, terwijl uit de praktijk blijkt dat het de besturen zijn die het verschil kunnen maken.

‘Wanneer bestuurders en beleidsmakers met het thema aan de slag gaan, zoals in de pilots, dan spreekt de gemeenteraad erover, worden er discussies gevoerd met ouders en professionals in het onderwijsveld, en komt er vaak aandacht voor in de pers’, stellen de onderzoekers van FORUM.

Segregatie verdwijnt uit beleid
Het Kohnstamm Instituut signaleerde in oktober vorig jaar na een onderzoek in opdracht van FORUM dat steeds minder gemeenten segregatie in het onderwijs bestrijden. In het rapport ‘Bestrijding van onderwijssegregatie in gemeenten’ staat dat er op dit vlak een duidelijke afname zichtbaar is van afspraken tussen gemeenten en schoolbesturen.

De onderzoeksresultaten uit oktober vorig jaar volgden op het landelijke beleid dat onder het door de PVV gedoogde eerste kabinet-Rutte in gang werd gezet. Toenmalig CDA-minister Marja van Bijsterveldt van OCW gaf in 2012 aan dat er geen maatregelen meer nodig waren om segregatie in het onderwijs tegen te gaan.

Dit beleid is overgenomen door het huidige VVD/PvdA-kabinet, hoewel de PvdA, die in de vorige kabinetsperiode nog in de oppositie zat, bij monde van toenmalig Tweede Kamerlid Jeroen Dijsselbloem zei dat er wél maatregelen nodig waren om de segregatie in het onderwijs bij wet tegen te gaan.

Kom naar congres op Dag van het Onderwijsbestuur!

Op 26 mei is het de eerste Dag van het Onderwijsbestuur. Er is dan een congres in Nieuwegein. Het thema van de dag is ‘aansprekend besturen’.

Het congres, dat wordt georganiseerd door het ministerie van OCW, is interessant voor onderwijsbestuurders, leden van raden van toezicht en van (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraden. De vraag die tijdens het congres centraal staat: hoe kan onderwijsbestuur (nog) beter worden georganiseerd?

Het congres is op maandag 26 mei van 12 tot 18 uur in congrescentrum MeetingDistrict in Nieuwegein.

Inschrijven kan digitaal (tot en met 18 mei).

Lees meer…

Inzet van schoolbesturen loont

De kwaliteit van het onderwijs hangt sterk af van de kwaliteit van de schoolleiders en -bestuurders. Het is goed dat de Inspectie van het Onderwijs dit in het Onderwijsverslag 2012-2013 benadrukt. Het laat zien dat bestuur en management worden erkend als cruciale voorwaarde voor goed onderwijs, zeggen Ritske van der Veen en Anna Schipper van VOS/ABB.

Het zijn de leraren die leerlingen goed onderwijs geven. Zij staan voor de klas, of zoals dat in het onderwijs vaak wordt gezegd ‘met de poten in de modder’. Een uitspraak die wij nooit zo goed hebben begrepen, omdat die suggereert dat het in het onderwijs slechts moeizaam voortmodderen is. Goed onderwijs verdient positieve beeldspraak!

Afgezien van dat modderige beeld, is het niet zo dat alleen leraren goed onderwijs maken. Het is, zo constateert de inspectie terecht, een samenspel van personeel, schoolleiders en –bestuurders. Organisaties waarin die drie groepen met elkaar de schouders eronder zetten, bereiken de beste resultaten. Dat dit werkt, blijkt uit de afname van het aantal zwakke en zeer zwakke scholen.

Aan de kwaliteit van die samenwerking kan nog wel het één en ander worden verbeterd. Het beeld van de inspectie dat schoolleiders over het algemeen goed functioneren, herkennen wij in de praktijk. Maar wij herkennen helaas ook het beeld dat het hun nogal eens ontbreekt aan zelfreflectie – een gebrek dat overigens meer mensen parten speelt.

Ook zien we dat het management niet altijd voldoende alert is op risico’s die de kwaliteit van het onderwijs onder druk kunnen zetten. Dit benadrukt het belang van verdere professionalisering van schoolleiders. Als zij goed functioneren, komt dat immers de kwaliteit van de school ten goede.

Kritischer is de inspectie over de rol van de schoolbesturen. De inspectie stelt terecht dat de kwaliteit van de schoolleiders, en daarmee de kwaliteit van het onderwijs, gebaat is bij goede schoolbestuurders die daarop actief sturen. Dit is nog onvoldoende het geval, zo staat in het Onderwijsverslag, omdat de meeste besturen de kwaliteit van hun scholen slechts globaal in de gaten houden. Ook het functioneren van hun schoolleiders volgen zij slechts in grote lijnen.

Ook dit punt uit het Onderwijsverslag herkennen wij. Het is natuurlijk niet zo dat het overal kommer en kwel is – verre van dat! – maar als we in het primair en voortgezet onderwijs een volgende kwaliteitsslag willen maken, dan zullen schoolbestuurders daar meer op moeten focussen. De inzet van besturen loont, concludeert de inspectie. Daar zijn wij het helemaal mee eens!

Ritske van der Veen, directeur VOS/ABB
Anna Schipper, adjunct-directeur VOS/ABB

Kwaliteit is kwestie van samenwerking op alle niveaus

‘Waar het beter kan, moet het ook beter, want goed onderwijs is cruciaal voor de samenleving.’ Dat stellen minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW in hun beleidsreactie op het Onderwijsverslag 2012-2013 van de Inspectie van het Onderwijs.  

Ze willen samen met schoolbestuurders, schoolleiders, toezichthouders, leraren en andere betrokkenen ‘consequent verder werken aan de stap van goed naar beter onderwijs’. De minister en de staatssecretaris schrijven dat ze daarvoor het Regeerakkoord, het Nationaal Onderwijsakkoord, de Lerarenagenda en binnenkort de sectorakkoorden willen gebruiken. ‘Met onze plannen willen we de gewenste kwaliteitscultuur in de praktijk van de klas realiseren zodat de leerling (…) optimaal in de gelegenheid wordt gesteld om zijn talenten te ontwikkelen. Daar willen we maximaal op inzetten.’

Deskundigheidsbevordering neemt in de beleidsreactie een prominente plaats in. Daarbij richten Bussemaker en Dekker hun aandacht niet alleen op de leraren, maar ook op de schoolleiders en zeer zeker op de schoolbestuurders. ‘Verbetering van de bestuurskracht van de onderwijssector is een blijvende opdracht aan iedereen en een proces van continue verbetering.’

De beleidsreactie gaat tevens in op het feit dat kwaliteit van onderwijs van meer factoren afhangt dan alleen prestaties op rekenen en taal. ‘De inspectie vraagt terecht aandacht voor het belang van een brede kijk’, zo schrijven de minister en de staatssecretaris. Ze willen ‘samen met schoolleiders en schoolbestuurders nader onderzoeken of en zo ja hoe het curriculum verder versterkt moet worden’.

Lees ook Schoolbesturen moeten meer doen voor goed onderwijs.

Tweede Kamer wil af van bestuurders-cao

Een ruime meerderheid in de Tweede Kamer wil dat het kabinet een einde maakt aan de aparte cao voor onderwijsbestuurders. Alleen de VVD en de SGP zijn voor de cao voor bestuurders.

D66, PvdA en SP hadden motie ingediend tegen de bestuurders-cao. Zij kregen een ruime meerderheid achter zich voor de wens om de arbeidsvoorwaarden voor onderwijsbestuurders te regelen in de cao die ook geldt voor het personeel. Dat zou transparanter en rechtvaardiger zijn.

De eigen cao voor onderwijsbestuurders is vorig jaar mede op aandringen van de Tweede Kamer ingevoerd, maar er kwam veel kritiek toen bleek dat bestuurders er in geld en arbeidsvoorwaarden meer op vooruit zouden gaan dan personeelsleden.

De Tweede Kamer steunde ook een voorstel van PvdA en D66 om de salarissen van leraren en bestuurders meer in lijn te brengen met elkaar. Dat moet voorkomen dat bestuurders er wel op vooruit gaan en personeelsleden niet.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl