Gezinnen met jonge kinderen weg uit grote steden

Jonge gezinnen blijven wegtrekken uit de vier grote steden. Dat geldt vooral voor gezinnen met een hoger inkomen en voor gezinnen zonder migratieachtergrond, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Amsterdam is de stad met de meeste jonge gezinnen die verhuizen naar kleinere gemeenten in de regio. De laatste jaren besloot 12 procent de hoofdstad te verlaten. In Utrecht was dat 9 procent, in Rotterdam 8 procent en in Den Haag 6 procent.

Gezinnen verhuizen vooral als de kinderen nog niet naar de basisschool gaan. Redenen voor een verhuizing uit de stad zijn vaak dat jonge gezinnen een tuin en meer kamers willen.

Van de jonge gezinnen met een Marokkaanse of Turkse achtergrond vertrekken er veel minder uit de grote steden dan van gezinnen zonder migratieachtergrond. Het aandeel jonge gezinnen met een Surinaamse of Antilliaanse achtergrond dat naar een kleinere regiogemeente verhuist, ligt daartussenin.

Onderwijsraad wil input voor advies over artikel 23

Wat vindt u van artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs? De Onderwijsraad wil het graag van u horen! Tot 15 september kunt u input leveren voor een advies aan het kabinet.

Artikel 23 uit 1917 regelt dat openbaar en bijzonder onderwijs op gelijke basis door de rijksoverheid worden betaald. De Onderwijsraad verkent welke betekenis dit heeft in onze tijd, bijvoorbeeld met betrekking tot segregatie (‘hokjesscholen’).

Wilt u bijdragen aan deze verkenning? De Onderwijsraad ziet uw inhoudelijke bijdrage graag tegemoet. U kunt uw reactie sturen naar onderwijsvrijheid@onderwijsraad.nl.

Reageren is mogelijk tot 15 september.

Gelijke kansen in onderwijs? Wishful thinking!

‘Gelijke kansen in het onderwijs is een mythe, en het is moreel dubieus te blijven doen alsof dat niet zo is’. Dat schrijven hoogleraar Michael Merry en onderzoeker Geert Driessen op de opiniepagina van de Volkskrant.

De kenmerken van ongelijkheid zijn volgens hen al heel lang bekend. Ze noemen onder andere grote verschillen in onderwijskwaliteit tussen scholen, het lerarentekort (waarvan vooral scholen in achterstandswijken de dupe zijn) en kinderen die geen passend onderwijs krijgen.

Artikel 23 = segregatie

Merry en Driessen noemen ook artikel 23 in de Grondwet over de vrijheid van onderwijs als oorzaak van kansenongelijkheid. Dat zorgt volgens hen voor ‘veel schoolsegregatie, vooral qua sociale klasse en migratieachtergrond’.

De meeste verontrustende ongelijkheden zijn volgens hen echter gesitueerd buiten de school: voorlezen, samen naar de bieb, huiswerkondersteuning, carrière-advies, buitenlandse excursies en bezoek aan musea. Ook noemen ze sociale netwerken die ervoor zorgen dat het ene kind beter onderwijs krijgt dan het andere.

Het streven naar gelijke kansen in het onderwijs is volgens hen daarom wishful thinking.

Lees meer…

Slob niet bang voor meer segregatie in hokjesscholen

Het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen is niet bedoeld om segregatie in het onderwijs tegen te gaan. Dat meldt onderwijsminister Arie Slob in reactie op vragen uit de Tweede Kamer. D66, PvdA en GroenLinks vrezen net als VOS/ABB dat er met de nieuwe wet steeds meer ‘hokjesscholen’ komen.

Het wetsvoorstel is in 2016, dus in de vorige kabinetsperiode, opgesteld en ingediend door toenmalig VVD-staatssecretaris Sander Dekker van OCW. Het beoogt het mogelijk te maken een school te stichten op basis van belangstelling van ouders en leerlingen. Het zal daarbij niet meer nodig zijn om een bepaalde richting te kiezen. Ook een onderwijsconcept kan straks aan de basis liggen.

Dekker zette het destijds neer als een moderne interpretatie van artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. Slob probeert het nu aan de man te brengen door het in de politieke etalage te zetten als ‘meer vrijheid van onderwijs’.

Hokjesscholen

VOS/ABB maakt zich zorgen over het wetsvoorstel, omdat het risico levensgroot is dat het tot nog meer segregatie zal leiden dan nu al het geval is.

‘De kern (…) is dat straks in principe iedereen een eigen school kan inrichten met eigen toelatingseisen. Dus niet meer naast de openbare scholen, die nadrukkelijk van en voor iedereen zijn, alleen scholen met bijvoorbeeld een protestants-christelijke, rooms-katholieke of islamitische grondslag, maar ook scholen van splintergroeperingen. Zeg maar: ‘hokjesscholen”, aldus directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB in een commentaar dat in december 2018 op deze website verscheen.

Selectief toelatingsbeleid

Die vrees voor het ontstaan van steeds meer ‘hokjesscholen’ bestaat ook in de Tweede Kamer, met name bij de fracties van regeringspartij D66 en oppositiepartijen PvdA en GroenLinks. In reactie op vragen hierover impliceert Slob dat die vrees niet relevant is, omdat het wetsvoorstel volgens hem helemaal losstaat van het fenomeen segregatie.

De minister verkeert in de veronderstelling dat met de nieuwe wet niet meer scholen een selectief toelatingsbeleid gaan voeren. Nu doet volgens Slob ‘slechts’ één op de twintig bijzondere scholen dat. ‘Er is geen aanleiding om aan te nemen dat dit aandeel door het onderhavige wetsvoorstel zal toenemen’, zo staat in zijn reactie.

Lees meer…

Gerard Spong fel gekant tegen artikel 23

Advocaat Gerard Spong wil dat er ‘geen rooie cent’ meer naar het bijzonder onderwijs gaat. Artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs is volgens hem een bedreiging voor de rechtsstaat. Advocaat Wouter Pors van het omstreden islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam wil artikel 23 juist behouden. Dat zeiden zij zondag op een bijeenkomst in De Balie in Amsterdam 

De bijeenkomst was een ‘symbolische rechtbank’ over de vraag of de vrijheid van onderwijs, die bepaalt dat openbaar en bijzonder onderwijs op gelijke voet door de overheid worden bekostigd, nog wel zo’n goed idee is. Spong legde uit waarom volgens hem het grondwetsartikel uit 1917 moet worden afgeschaft. Zijn collega Wouter Pors verdedigde artikel 23 juist. Voorafgaand aan de symbolische rechtbank gaf voorzitter Edith Hooge van de Onderwijsraad een minicollege over artikel 23.

Directe aanleiding voor het organiseren van de bijeenkomst was de actuele discussie over het omstreden islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Deze school raakte in opspraak vanwege onderwijs dat niet goed zou zijn voor de democratie en gericht zou zijn tegen integratie. Bovendien zou het bestuur het werk van de Inspectie van het Onderwijs onmogelijk hebben gemaakt. Tevens zouden er contacten zijn geweest tussen het schoolbestuur en een islamitische terreurorganisatie.

‘Artikel 23 bedreiging van rechtsstaat’

In zijn felle en soms emotionele betoog noemde Spong de vrijheid van onderwijs een ‘paard van Troje’ dat de rechtsstaat bedreigt. Het bijzonder onderwijs staat volgens hem op gespannen voet met de democratie en fundamentele vrijheden. Hij betrok in zijn betoog de acceptatie van homoseksuelen, die door artikel 23 zou worden belemmerd. Daarbij legde hij een verband met islamitische invloeden.

Wat Spong betreft mogen er alleen nog maar openbare scholen zijn en mag er ‘geen rooie cent’ meer naar het bijzonder onderwijs. Hij wil een absolute scheiding van kerk en staat. Dat is volgens hem niet in strijd met de vrijheid van godsdienst.

Hedendaagse context

Pors daarentegen pleitte voor behoud van artikel 23, maar dan wel in een hedendaagse context. Volgens hem wordt er in de discussie over de vrijheid van onderwijs te veel de nadruk gelegd op godsdienst. Artikel 23 is in zijn ogen vooral ook gericht op verschillende innovatieve en pedagogische richtingen. Het zorgt er ook voor, zo benadrukte hij, dat de overheid zich niet gaat bemoeien met de inhoud van de lessen.

Nederland kent volgens Pors een traditie van tolerantie en daar hoort artikel 23 bij: ‘Je bereikt geen integratie door de identiteit af te pakken van minderheden’.

Pors is advocaat van het Cornelius Haga Lyceum. Hij zei op de bijeenkomst in De Balie dat uit een conceptrapport van de Inspectie van het Onderwijs blijkt dat er op het islamitische lyceum geen sprake zou zijn ‘van een klimaat gericht op afzijdigheid van de Nederlandse samenleving of het tegengaan van integratie’.

Sociaal-economische segregatie

De ‘symbolische rechtbank’, bestaande uit presentator Bram Sadeghi en amicus curiae rechter Frans Bauduin, vroeg zich af of artikel 23 wel het probleem is. De segregatie in het onderwijs zou veel meer het gevolg zijn van de maatschappelijke scheiding tussen arm en rijk. De verschillende sociaal-economische achtergronden van de ouders zijn volgens de rechtbank bepalender voor segregatie in het onderwijs dan artikel 23.

Het publiek in De Balie liet duidelijk blijken dat elke uitlating die zich richt op het verketteren van de ander op basis van seksualiteit, geslacht, religie of wat dan ook niet kan. Daar was de voltallige zaal het over eens.

De bijeenkomst werd namens VOS/ABB bijgewoond door beleidsmedewerker Eline Bakker.

‘Christelijk onderwijs leidt tot hokjescultuur’

De verschillende stromingen binnen het christelijke onderwijs zorgen ervoor dat kinderen in een hokjescultuur opgroeien. Dat stelt groepsleerkracht Annet Dijkstra van openbare basisschool ’t Ambyld in het Friese dorp Terwispel op de opiniepagina van de Leeuwarder Courant.

Dijkstra reageert op een eerder opiniestuk van Remco Meijerink in dezelfde krant. Hij is bestuursvoorzitter van het christelijke ROC Friese Poort. Meijerink stelde dat de vrijheid van onderwijs volgens artikel 23 in de Grondwet moet worden gekoesterd.

Dijkstra maakt uit het stuk van Meijerink op dat die vindt dat openbare scholen niet duidelijk zijn over hun visie en bijzondere scholen wel. ‘Daar ben ik het niet mee eens, want elke school heeft een visie en deze is bij elke school in het schoolplan terug te vinden. De visie van een openbare school houdt in ieder geval in ‘niet apart, maar samen’. Dit laat aan duidelijkheid niks te wensen over lijkt me’, aldus Dijkstra.

Christelijke identiteit?

Volgens haar is het juist de christelijke identiteit die veel vragen oproept. ‘Wat houdt die christelijke identiteit dan precies in? Blijkbaar is die ook niet voor iedereen hetzelfde, want kijk maar naar alle verschillende visies binnen het christendom. Al die verschillen hebben er ooit voor gezorgd dat er katholieke, hervormde, gereformeerde, evangelische enzovoort scholen zijn ontstaan. Met andere woorden, voor elke visie een eigen school.’

Dit heeft er volgens haar toe geleid dat kinderen die op christelijke scholen zitten opgroeien in een ‘hokjescultuur waarbij verschillen belangrijker zijn dan overeenkomsten’. Dit komt het samenleven in een multiculturele maatschappij niet ten goede, benadrukt Dijkstra.

Lees meer…

 

‘Religieuze scholen gaan segregatie tegen’

Confessionele scholen die religiositeit en religieuze diversiteit serieus nemen gaan segregatie tegen. Dat beweert theoloog Toke Elshof, die in de raad van toezicht zit van de christelijke profielorganisatie Verus.

Op de opiniepagina van Trouw reageert ze op een ingezonden stuk in diezelfde krant van directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB en zijn collega Marco Frijlink van de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO).

Concept School!

Zij benadrukken dat scholen op religieuze grondslag achterhaald zijn en voor maatschappelijke segregatie zorgen. Teegelbeckers en Frijlink dringen er op aan eindelijk de verzuiling achter ons te laten. Ze pleiten voor het concept School!, dat voorziet in ‘scholen’ van en voor iedereen zonder denominatieve voorvoegsels.

Elshof reageert ook op een opinieartikel van Carel Verhoef, historicus en oud-conrector van het protestants-christelijke Marnix College in Ede. Hij ziet dat artikel 23 in de Grondwet over de vrijheid van onderwijs segregatie mogelijk maakt. Dat vindt hij uitermate onwenselijk. Daarom pleit hij voor de gemengde school en voor een modernisering van artikel 23.

Religieuze diversiteit

In haar opiniestuk stelt theoloog Elshof dat confessionele scholen helemaal niet voor segregatie hoeven te zorgen. Voorwaarde is dan wel dat ze religieuze diversiteit serieus nemen. Ze wijst er bovendien op dat op bijvoorbeeld christelijke scholen allang niet meer alleen kinderen uit christelijke gezinnen zitten.

Segregerende scheidslijnen slechten!

In Nederland denken we graag in hokjes en dat is een slechte zaak! Hopelijk wordt de Inspectie van het Onderwijs gehoord, nu die wederom alarm slaat over de toenemende segregatie.

In De Staat van het Onderwijs 2019 is de inspectie er buitengewoon helder over dat de kwaliteit van ons onderwijs gevaar loopt door de toenemende segregatie. De inspectie constateert dat het voor jongeren met verschillende achtergronden steeds moeilijker wordt om elkaar te ontmoeten. Als dat niet meer gebeurt, kunnen ze ook niet meer in school van elkaar leren. Dat is een ontwikkeling die de samenleving onder druk zet.

VOS/ABB hamert er al jaren op dat het een slechte zaak is om in hokjes te denken. In een gezonde samenleving leef je immers met elkaar samen. Dat betekent ook dat onze kinderen met elkaar samen moeten leren en leven. In de ideale situatie doen ze dat in de school als minisamenleving waarin diversiteit, gelijkwaardigheid en wederzijds respect centraal staan. De openbare school is wat mij betreft de plek waar dat het beste kan. Openbaar onderwijs is immers per definitie van en voor iedereen.

Concept School!

Nog mooier zou het zijn als al het onderwijs uitgaat van diversiteit, gelijkwaardigheid en wederzijds respect. Daarvoor heeft VOS/ABB met de vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) een wenkend toekomstperspectief: concept School!. Dit concept voorziet in scholen die boven artikel 23 in de Grondwet over de vrijheid van onderwijs en de denominaties uitstijgen.

Dus laten we over de schaduw van artikel 23 heen springen en de segregerende scheidslijnen tussen openbare, protestants-christelijke, rooms-katholieke, islamitische of wat voor scholen dan ook slechten! Zo kunnen we ervoor zorgen dat er ‘scholen’ komen waarin álle kinderen elkaar ontmoeten en met en van elkaar leren. Op die manier kunnen we werken aan een in alle opzichten gezonde samenleving!

Hans Teegelbeckers, directeur VOS/ABB

 

Inspectie slaat alarm over toenemende segregatie

De segregatie in het onderwijs is een almaar groeiend probleem. Dat signaleert de Inspectie van het Onderwijs. ‘We zien (…) dat groepen leerlingen elkaar steeds minder tegenkomen’, zo staat in het rapport De Staat van het Onderwijs 2019.

De inspectie waarschuwt ervoor dat het probleem van de segregatie steeds groter wordt als we er niets tegen ondernemen. Het probleem speelt volgens de inspectie onder andere in de steden. Het zorgt ervoor dat de kansenongelijkheid toeneemt.

In het rapport wordt segregatie in verband gebracht met versnippering van het aanbod. Hierbij noemt de inspectie de opkomst van profielscholen met een specifiek onderwijsaanbod, waarvoor ouders soms veel geld moeten betalen. Voorbeelden zijn technasia, cultuurprofielscholen en mediawijsheidscholen.

Artikel 23 en burgerschap

Deze segregatie komt bovenop de traditionele denominatieve scheidslijnen die het gevolg zijn van artikel 23 in de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. Deze scheidslijnen lopen tussen het openbaar onderwijs dat van en voor iedereen is en de verschillende vormen van bijzonder onderwijs, zoals protestants-christelijk, rooms-katholiek en islamitisch onderwijs. Vorig jaar liet de inspectie al zien dat deze scheidslijnen een segregerend effect kunnen hebben.

De inspectie roept in verband met de toenemende segregatie en kansenongelijkheid op tot een gerichte en gezamenlijke aanpak voor alle sectoren. Zo benadrukt de inspectie dat alle scholen hun leerlingen moeten ‘voorbereiden op deelname in de samenleving’.

Wat dit betreft is de inspectie positief over de trend dat burgerschapsonderwijs en persoonsvorming steeds meer aandacht krijgen. ‘Scholen die extra in burgerschap investeren, lijken over de tijd betere uitkomsten te behalen’, zo staat in het rapport. Maar de inspectie signaleert ook dat de meeste scholen weinig of geen inzicht hebben in de resultaten van hun burgerschapsonderwijs.

Download De Staat van het Onderwijs 2019

Historicus Carel Verhoef pleit voor inperking artikel 23

Historicus Carel Verhoef pleit op de opiniepagina van Trouw voor een inperking van artikel 23 in de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. De voormalige conrector van het protestants-christelijke Marnix College in Ede stelt dat de huidige vrijheid van onderwijs leidt tot ‘versplintering van onze samenleving’.

De vrijheid van onderwijs veroorzaakt volgens Verhoef ‘enorme segregatie’ en bepaalt tevens ‘dat de staat zich niet mag bemoeien met de inhoud van het onderwijs’. Het verzuilde onderwijs dat een gevolg is van artikel 23 noemt hij ‘achterhaald’. Wat betreft de maatschappelijke ‘versplintering’ noemt hij ‘de honderden jongeren (…) die zich tegen onze westerse samenleving verzetten en die zich geen Nederlanders voelen’.

Gemengde school

Verhoef: ‘De school is de enige plaats waar alle kinderen, ongeacht hun achtergrond, bij elkaar gebracht kunnen worden. Via de vakken levensbeschouwing en burgerschapsvorming wordt hen kennis van andere godsdiensten en levensbeschouwingen bijgebracht en worden hen de waarden en normen van onze westerse beschaving en de grondslagen van onze parlementaire democratie aangeleerd.’

Hij pleit ervoor om artikel 23 van de Grondwet zodanig in te perken ‘dat het niet langer mogelijk is om scholen op te richten en te onderhouden op grond van een godsdienstige overtuiging’. Het openbaar onderwijs en bijzonder onderwijs op godsdienstige grondslag zouden wat hem betreft moeten worden samengevoegd tot ‘de gemengde school voor alle gezindten’.

Concept School!

Het pleidooi van Verhoef heeft veel raakvlakken met concept School!. Dit door VOS/ABB en de Verenging Openbaar Onderwijs ontwikkelde toekomstideaal gaat ervan uit dat er geen openbare, christelijke, islamitische of wat voor scholen dan ook meer zijn, maar ‘scholen’ die de verzuiling voorbij zijn. Het concept School! gaat uit van algemeen toegankelijk onderwijs dat kinderen vormt op basis van diversiteit, gelijkwaardigheid en wederzijds respect.

VOS/ABB had in juni 2015 een interview met Verhoef naar aanleiding van de publicatie van zijn boek Inperking vrijheid van onderwijs. De maatschappelijke noodzaak tot herziening van artikel 23 van de grondwet.

In maart 2016 was Verhoef een van de sprekers op een door VOS/ABB en de Universiteit voor Humanistiek georganiseerde symposium over de vrijheid van onderwijs.

Eveneens in maart 2016 verscheen in Trouw een opiniestuk van Verhoef naar aanleiding van een interview met ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers, die destijds zei dat er  in liberale kringen de wens zou zijn om een rekening te vereffenen met het christelijk onderwijs.

Amsterdammer wil bonus voor gemengde scholen

Er moet een bonus komen voor gemengde scholen. Hiermee kunnen scholen waarop kinderen met verschillende culturen en achtergronden zitten kleinere klassen,  vakleerkrachten en andere extra’s betalen, stelt Degi ter Haar van het Amsterdamse integratieproject ‘Wij Ouders’.

Op de opiniepagina van de Amsterdamse lokale krant Het Parool waarschuwt hij voor de toenemende segregatie die zich ook voordoet in gemengde scholen. ‘Sinds enkele jaren is de trend dat de wittere gemengde scholen steeds witter worden en de zwartere gemengde scholen steeds zwarter. En de vanouds gesegregeerde scholen, zoals de islamitische scholen en de vrije scholen, worden steeds populairder.’

‘Ik vermoed dat er binnen enkele jaren nog maar nauwelijks gemengde scholen zijn. Daarmee verdwijnen de enige plekken in de stad waar kinderen van verschillende afkomsten elkaar dagelijks tegenkomen. Met name kinderen met een migratie-achtergrond zijn hiervan de dupe. Waar kunnen zij nog vrienden worden met witte leeftijdsgenoten, via wie zij de taal en cultuur het beste leren kennen?’

Ter Haar vindt dat de landelijke en lokale politiek kleur moet bekennen ‘door de voordelen van de gemengde scholen voor de samenleving te erkennen’. De gemenge-scholenbonus waar hij voor pleit, ziet hij als ‘een beloning voor burgerschap’.

Lees meer…

Selectie op 12-jarige leeftijd werkt segregatie in de hand

De selectie in het onderwijs op 12-jarige leeftijd moeten we tegengaan. Dat heeft voorzitter Paul Rosenmöller gezegd tijdens het jaarcongres van de VO-raad. 

Rosenmöller benadrukte op het congres in Nieuwegein dat het essentieel is dat leerlingen met verschillende achtergronden elkaar in het onderwijs ontmoeten. De vroege selectie op onderwijsniveau op 12-jarige leeftijd zoals we die in Nederland kennen, zit dat volgens hem in de weg. Rosenmöller signaleert dat vroege selectie alleen maar segregatie in de hand werkt.

Hij zei ook dat het advies van de basisschool gericht moet zijn op de loopbaan die een leerling voor zich heeft in plaats van op het eindniveau dat een kind zou kunnen halen. Hij wil tevens dat er meer aandacht komt voor persoonsontwikkeling, met de nadruk op participatie in de samenleving en democratie. Leerlingen moeten wat Rosenmöller betreft ook meer regie krijgen over hun eigen onderwijsloopbaan.

Hij riep op het jaarcongres van de VO-raad alle partijen die bij het onderwijs betrokken zijn op de handen ineen te slaan. Daarmee doelde hij op de scholen zelf, de ouders, het bedrijfsleven, de politiek en alle andere stakeholders. Hij wil een gezamenlijke visie over de wijze waarop het onderwijs nog beter kan worden gemaakt.

‘In 2030 in Nederland geen kinderarmoede meer’

De nieuwe Alliantie Kinderarmoed Nederland stelt zich ten doel dat er in 2030 in ons land geen kinderarmoede meer voorkomt.

De alliantie meldt dat nu in Nederland 378.000 kinderen en jongeren in armoede opgroeien: ‘Dat betekent dat 1 op de 9 kinderen en jongeren zich zorgen maakt of er wel geld is voor eten of schoolspullen, dat ze stress voelen bij hun ouders, zelf gespannen zijn en zich moeilijker kunnen concentreren op school.’

Daarnaast is er volgens de alliantie ‘een reëel risico op sociale uitsluiting, omdat ze om financiële redenen niet of onvoldoende kunnen deelnemen aan activiteiten binnen en buiten school’. Ook ziet de alliantie dat kinderen uit arme gezinnen op latere leeftijd als gevolg van de armoede die ze nu ervaren gezondheidsrisico’s lopen.

Regie op eigen leven

Er is volgens de Alliantie Kinderarmoede meer nodig dan de 85 miljoen euro extra die het kabinet structureel beschikbaar stelt aan de gemeenten om kinderarmoede tegen te gaan. ‘We willen dat kinderen de regie op hun eigen leven terugkrijgen’, aldus de alliantie.

Lees meer…

Nóóit leerlingen uitsluiten als ouders niet betalen

‘Een leerling moet het onderwijs krijgen dat het best bij hem of haar past, ongeacht de financiële situatie van de ouders’, benadrukken de onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob.

De minister melden in een brief over kansengelijkheid dat zij tegen de uitzondering zijn die de VO-raad wil voor tweetalig onderwijs, topsportprogramma’s en het technasium. Ze hameren erop dat de ouderbijdrage ook voor deze vormen van onderwijs altijd vrijwillig is. Het is voor hen onacceptabel dat leerlingen hiervan worden uitgesloten als hun ouders niet betalen.

Daarom gaan de ministers (indien nodig bij wet) regelen dat leerlingen nooit mogen worden uitgesloten van onderwijs vanwege het niet betalen van een bijdrage.

Lees meer…

Schoolreizen en excursies

Ook GroenLinks en SP willen regelen dat alle kinderen moeten kunnen meedoen, ook als ouders niet betalen. ‘Juist in het onderwijs moeten alle leerlingen een gelijke kans krijgen. Scholen hebben hier een belangrijke rol in’, benadrukt Tweede Kamerlid Lisa Westerveld van GroenLinks.

SP-Kamerlid Peter Kwint wil een einde maken aan de ‘schrijnende verhalen (…) over kinderen die niet mee mogen naar de speeltuin of de kerstviering’. Volgens hem zijn er nog steeds scholen die ‘vertikken om het goede te doen’.

GroenLinks en SP komen met een initiatiefwetsvoorstel.

Lees meer…

Leerlingen uitsluiten? Onbestaanbaar!

De ontwikkelingen passen bij het standpunt van VOS/ABB-directeur Hans Teegelbeckers. Hij noemde het afgelopen november in een commentaar op deze website onbestaanbaar om leerlingen uit te sluiten. ‘Elk kind telt mee, ook als de ouderbijdrage niet is betaald!’, aldus Teegelbeckers.

Lees het commentaar

‘Mensenrechten en fundamentele vrijheden in artikel 23’

‘We willen in de Grondwet vastleggen dat er wetten moeten komen die scholen verplichten eerbied voor mensenrechten en de fundamentele vrijheden bij te brengen’, zegt PvdA-fractieleider Lodewijk Asscher in de Volkskrant.

Asscher reageert in de krant op de ophef die is ontstaan rond het islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Het onderwijs van deze school – vernoemd naar de eerste Nederlandse consul in het voormalige Ottomaanse Rijk – zou niet goed zijn voor de democratie en gericht zijn tegen integratie. Bovendien zou het bestuur het werk van de Inspectie van het Onderwijs onmogelijk hebben gemaakt. Tevens zouden er contacten zijn geweest tussen het schoolbestuur en een islamitische terreurorganisatie.

Onderwijsminister Arie Slob zegt dat hij de bekostiging van de school zal opschorten als die de inspectie blijft tegenwerken. De vier grote steden deden dinsdag een oproep om harder op te treden tegen extremistische invloeden in het onderwijs. Zij willen niet dat het Cornelius Haga Lyceum uitbreidt naar steden als Den Haag en Utrecht. Slob heeft in reactie hierop gezegd dat het vereiste aantal leerlingen waarschijnlijk niet wordt gehaald en dat aanvragen voor bekostiging daarom zullen worden afgekeurd.

Artikel 23

PvdA-leider Asscher zegt nu in de Volkskrant dat de werkwijze van de islamitische school voor voortgezet onderwijs in Amsterdam aantoont dat grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs moet worden aangepast.

‘Het is mooi dat scholen een eigen identiteit hebben, maar als we scholen willen tegenhouden die kinderen niet goed voorbereiden op deze maatschappij, dan zwaaien ze altijd met artikel 23. Dat is bizar’, aldus Asscher. Hij komt met een voorstel voor een nieuwe wettekst. ‘We willen in de Grondwet vastleggen dat er wetten moeten komen die scholen verplichten eerbied voor mensenrechten en de fundamentele vrijheden bij te brengen.’

Lees meer…

Concept School!

VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) pleiten al jaren voor het concept School!. Dit concept voorziet in onderwijs dat boven artikel 23 en de denominaties zal zijn uitgestegen.

Het idee achter het concept School! is dat er geen openbare, christelijke, islamitische of wat voor scholen dan ook meer zijn, maar ‘scholen’ die voor alle leerlingen toegankelijk zijn. Alle scholen in de toekomst zullen op basis van gelijkwaardigheid en wederzijds respect aandacht hebben voor diversiteit en levensbeschouwing.

Lees meer…

Amsterdam terug naar brede vo-scholen

Het voortgezet onderwijs in Amsterdam lijkt terug te gaan naar brede scholengemeenschappen om de toenemende segregatie te keren.

De hoogtijdagen van categorale vmbo’s, havo’s en vwo’s zijn voorbij, meldt dagblad Het Parool. Wethouder Marjolein Moorman van Onderwijs zegt in de Amsterdamse krant dat de hoeveelheid categorale scholen is doorgeslagen. ‘Kinderen worden al zo jong in hokjes geplaatst en dat is vreemd. Je woont in de meest diverse stad van het land, maar je gaat niet met elkaar naar school, dat is een gekke boodschap’, aldus Moorman.

Segregatie verkleinen

Voorzitter Rob Oudkerk van de vereniging van schoolbesturen in Amsterdam (OSVO) bevestigt dat de schoolbesturen niet meer verder willen categoriseren. In de Onderwijsagenda van OSVO staat dat de gezamenlijke schoolbesturen de segregatie binnen Amsterdam willen verkleinen en de kansengelijkheid vergroten door kinderen met achterstanden evenwichtiger te verdelen over scholen. Ook zeggen de schoolbesturen dat ze de tussentijdse opstroom van leerlingen maximaal willen faciliteren.

Weer bij elkaar intrekken

De komende jaren zullen diverse scholen, die eerder uit elkaar waren getrokken, weer bij elkaar in trekken. Dat geldt bijvoorbeeld voor drie scholen die eerder tot het Bredero College behoorden. Deze scholen zijn de afgelopen jaren uit elkaar gehaald, maar trekken in de toekomst weer bij elkaar in in een nieuw gebouw. Ook andere scholen verhuizen de komende jaren.

De maatregelen zijn overigens ook nodig omdat het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs na 2023 zal dalen.

Meer lezen

‘Eindtoets is zinloos geworden’

‘De eindtoets basisonderwijs is zinloos geworden en bevordert tegenwoordig zelfs kansenongelijkheid’. Het is tijd voor iets anders, betoogt René Kneyber in een opiniestuk in dagblad Trouw.

Kneyber is docent wiskunde, schrijver van diverse onderwijsboeken en lid van de Onderwijsraad, het onafhankelijk adviescollege van de overheid.

In zijn artikel over de eindtoets toont Kneyber aan dat de Cito-toets, die vanaf 1969 werd afgenomen, aanvankelijk een groot succes was als objectief instrument om kinderen gelijke kansen te geven. Het werkte omdat kinderen die toets gewoon maakten, zonder training of oefening vooraf.

Tegenwoordig kopen ouders die geld hebben eindtoetstrainingen in voor hun kroost in. En ook de scholen doen aan eindtoetstraining, omdat zij door de Inspectie voor het Onderwijs op de scores worden beoordeeld. De eindtoets geeft daarmee geen objectief beeld meer van wat kinderen nu echt kunnen.

De conclusie van Kneyber is dat de eindtoets na vijftig jaar meer een instrument ter bevordering van kansenongelijkheid is geworden dan een wapen ertegen. ‘Het concept heeft zijn houdbaarheidsdatum overschreden’, zo stelt hij.

 

Segregatie in basisonderwijs neemt toe

De segregatie in het basisonderwijs neemt toe doordat met name hoogopgeleide ouders steeds vaker kiezen voor scholen met vernieuwende leerconcepten.

Dat blijkt uit onderzoek en ook de Inspectie voor het Onderwijs signaleert het. ‘Leerlingen gaan steeds meer in hun eigen bubbel naar school. Ze zitten in de klas bij gelijkgestemden en komen anderen niet meer tegen’, zei Inge de Wolf namens de inspectie in het televisieprogramma Nieuwsuur van dinsdagavond.

Hoogopgeleide ouders kiezen voor scholen met onderwijsconcepten als Montessori, Vrijeschool of Jenaplan, omdat daar meer aandacht zou zijn voor creativiteit en persoonlijke ontwikkeling. Het effect is een tweedeling tussen hoogopgeleid en laagopgeleid en impliciet ook tussen rijk en arm en wit en zwart.

In de reportage werd het voorbeeld gegeven van de Vrijeschool Rotterdam-West, die in een gemengde wijk met veel culturen staat, terwijl de leerlingen overwegend wit zijn.

‘Actief beleid nodig om segregatie tegen te gaan’

Onderzoeker Guido Walraven ziet meer van dit soort scholen. Hij zegt in Nieuwsuur dat er actief beleid nodig is om deze segregatie tegen te gaan. ‘Scholen moeten samenwerken en proberen leerlingen te mengen. Want het wordt steeds erger, ook door de woonsegregatie, doordat de huizenprijzen stijgen.’

SP-Tweede Kamerlid Peter Kwint reageerde daar meteen op via Twitter: ‘Iedereen in het hokje van zijn eigen clubje. Funest voor de maatschappelijke samenhang. En de overheid doet helemaal niks.’ In de discussie die daarna op Twitter ontstond, noemt hij als mogelijke oplossingen: acceptatieplicht, dubbele wachtlijsten en maximering van de ouderbijdrage.

‘Geen hokjesschool, maar School!’

Intussen lijken de plannen voor modernisering van artikel 23 van de Grondwet (vrijheid van onderwijs) het probleem alleen maar te versterken, doordat straks iedereen een eigen school met eigen toelatingseisen kan inrichten. VOS/ABB-directeur Hans Teegelbeckers schreef in december al het alarmerende commentaar ‘Bij hokjesscholen is niemand gebaat’.

VOS/ABB pleit al jaren voor het concept School! Dat is een school zonder denominatie, waar elk kind welkom is en gelijke kansen krijgt: ‘Niet apart, maar samen’.

 

 

 

 

Onderwijsraad ziet ‘doorgeschoten differentiatie’

De Onderwijsraad signaleert een ‘doorgeschoten differentiatie’ in het huidige onderwijssstelsel en pleit daarom voor meer verbinding tussen schoolsoorten. Dit staat in het advies Stand van educatief Nederland 2019.

De raad vindt dat er een fundamentele bezinning nodig is op de organisatie van het onderwijsstelsel, met als doel het op onderdelen aan te passen. In het advies worden drie knelpunten aangewezen, die volgens de Onderwijsraad samenhangen met de differentiatie van het onderwijsstelsel:

  • Tendens van sociale segmentering.
  • Druk op toegankelijkheid van en doorstroom binnen het onderwijs.
  • Behoefte aan permanente scholing en vorming buiten onderwijsvoorzieningen.

Vertrekpunten Onderwijsraad

Op weg naar oplossingen, heeft de raad vijf ‘vertrekpunten’ of adviezen geformuleerd, die een bijdrage moeten leveren aan een stelseldiscussie ‘die de afgelopen jaren te weinig is gevoerd’:

  • Verminder differentiatie waar nuttig en mogelijk.
  • Verbind schoolsoorten en opleidingen met elkaar.
  • Stimuleer beroepsgericht onderwijs op havo en vwo.
  • Verminder en verbeter selectie.
  • Geef permanente educatie een structurele plek.

De publicatie Doorgeschoten differentiatie in het onderwijsstelsel. Stand van educatief Nederland 2019 is te downloaden als pdf of als e-book.

 

 

Onderwijsraad luidt noodklok over segregatie

De differentiatie in het Nederlandse onderwijsstelsel is doorgeschoten. Daardoor neemt de segregatie toe: leerlingen met verschillende sociale achtergronden ontmoeten elkaar steeds minder. De Onderwijsraad is daar zeer bezorgd over, zo blijkt uit de Stand van educatief Nederland 2018.

De raad vindt dat er ‘een fundamentele bezinning’ nodig is op de organisatie van het onderwijsstelsel. Niet alleen omdat jongeren uit verschillende sociale groepen elkaar niet meer vanzelfsprekend tegenkomen in het onderwijs, maar ook omdat plaatsing in het voortgezet onderwijs steeds bepalender wordt voor het eindniveau van jongeren. Bovendien heeft permanente educatie geen formele plek in het onderwijsstelsel.

Omgaan met verschillen

De school is volgens de Onderwijsraad ‘bij uitstek de plaats waar jongeren moeten leren omgaan met verschillen, door te oefenen in het omgaan met conflicten en het respect bijbrengen voor andersdenkenden’. Doordat de differentiatie van het stelsel is doorgeschoten, komt hier nog maar weinig van terecht.

De sterke differentiatie is ook gaan knellen, zo stelt de raad, ‘omdat de scheidingen tussen schoolsoorten en leerwegen strikter zijn geworden en het aantal brede brugklassen is afgenomen’. Daardoor bepaalt de plaatsing van leerlingen in het voortgezet onderwijs steeds meer het verdere verloop van hun schoolloopbaan. Dat is bijvoorbeeld nadelig voor laatbloeiers, die hierdoor minder kansen krijgen.

De Onderwijsraad komt met de volgende suggesties om het stelsel aan te passen:

  • Verminder differentiatie waar nuttig en mogelijk
  • Verbind schoolsoorten en opleidingen
  • Stimuleer beroepsgericht onderwijs op havo en vwo
  • Verminder en verbeter selectie
  • Geef permanente educatie een structurele plek in het onderwijsstelsel

Lees meer…

Met migratieachtergrond minder snel naar havo of vwo

Het is nog steeds zo dat een relatief klein aandeel groep 8-leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond ten minste havo-advies krijgt. Dat staat in het Jaarrapport Integratie 2018 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Ten opzichte van 10 jaar geleden volgt weliswaar een groter deel van de leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond een hoger onderwijsniveau, maar dit geldt ook voor leerlingen met een Nederlandse achtergrond. ‘Hierdoor neemt het verschil in deelname aan hogere niveaus tussen leerlingen met een Nederlandse achtergrond en een niet-westerse achtergrond vrijwel niet af’, aldus het CBS.

Het aandeel leerlingen met een Nederlandse achtergrond dat ten minste havo-advies kreeg, bedroeg 59 procent in 2016-2017. In datzelfde schooljaar kreeg van de leerlingen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond 38 respectievelijk 42 procent ten minste havo-advies. Bij Surinaamse leerlingen lag het in 2016-2017 op 45 procent en bij leerlingen met een Antilliaanse achtergrond op 38 procent.

Lees meer…

Geen paasontbijt, wel Suikerfeest

‘Basisscholen bepalen zelf welke feesten, vieringen of herdenkingen op school plaatsvinden’. Dat zegt onderwijsminister Arie Slob in antwoord op Kamervragen na een bericht over de openbare Theo Thijssenschool in Amsterdam, die dit schooljaar het paasontbijt overslaat en aandacht besteedt aan het islamitische Suikerfeest. Dit werd in oktober gemeld in deze nieuwsbrief van de school.

De Kamervragen waren van de VVD-Kamerleden Rudmer Heerema en Bente Becker. Zij wilden onder meer van de minister weten of ook hij vindt dat ‘Nederlandse tradities’ op scholen niet mogen plaatsmaken voor ‘tradities uit andere religies en culturen, zoals het Suikerfeest’.

Slob antwoordt daarop dat scholen zelf bepalen hoe ze leerlingen kennis laten maken met ‘geestelijke stromingen die in Nederland een belangrijke rol spelen’. Hij voegt eraan toe dat scholen zich moeten richten ‘op het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie, op het leren over de pluriforme samenleving en op kennis hebben van en kennismaken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten’.

Het is volgens de minister aan de school om hier in overleg met de ouders en de leerkrachten een passende invulling aan te geven.

Aandacht voor verschillende stromingen

De school legt uit dat het paasontbijt dit jaar wordt overgeslagen, omdat het moeilijk te combineren is met de meivakantie en ‘lopende thema’s’. Tevens benadrukt de school ook aandacht te besteden aan het pesachfeest binnen het jodendom, het lichtjesfeest (Divali) binnen het hindoeïsme en aan het christelijke kerstfeest (met het kerstdiner). De school besteedt bovendien aandacht aan het humanisme.

Lees meer…

OCW kraakt UNICEF-rapport over ongelijke kansen

Het ministerie van OCW zegt in het Algemeen Dagblad dat UNICEF ‘de plank misslaat’ in een rapport over ongelijke kansen in het onderwijs. Het kinderfonds van de Verenigde Naties trekt aan de bel over de situatie in Nederland, maar volgens het ministerie valt het hier allemaal wel mee.

UNICEF stelt in het rapport An Unfair Start: Inequality in Children’s Education in Rich Countries dat Nederland een van de rijke landen is waar de schoolprestaties van kinderen lijden onder omstandigheden waar zij geen invloed op hebben, zoals de plaats waar ze geboren zijn en het opleidingsniveau van hun ouders.

Een oorzaak van de kansenongelijkheid in Nederland is volgens UNICEF het op jonge leeftijd uitsplitsen van leerlingen in verschillende onderwijssoorten op basis van hun schoolprestaties. Van de onderzochte landen heeft Nederland met 12 jaar een van de vroegste selectiemomenten voor het voortgezet onderwijs.

Ongelijke kansen, segregatie en subgroepen

Eerdere onderzoeken wijzen ook op het probleem dat Unicef signaleert. Zo stelde de Inspectie van het Onderwijs in De staat van het onderwijs 2016-2017 dat kansenongelijkheid in het Nederlandse onderwijs een groot probleem is. Voormalig hoofddemograaf Jan Latten van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waarschuwde ervoor, in een interview met de Volkskrant, dat kansenongelijkheid  tot gevolg heeft dat er subgroepen ontstaan, onder andere in scholen.

Volgens het ministerie van OCW valt het allemaal wel mee, zo blijkt uit een reactie van een woordvoerder van het ministerie in het AD. ‘Kansengelijkheid gaat over verschillende prestaties van leerlingen gerelateerd aan het inkomen en de opleiding van de ouder. Nederland doet het wat dát betreft internationaal gezien juist goed’, zo citeert de krant de woordvoerder van OCW. UNICEF zou met het rapport ‘de plank misslaan’.

Lees meer…

Op 14 november houdt VOS/ABB een lagerhuisdebat over kansen(on)gelijkheid in het onderwijs. Meer informatie…

Toenemende segregatie: subgroepen in scholen

Voormalig hoofddemograaf Jan Latten van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waarschuwt in een interview in de Volkskrant voor toenemende maatschappelijke segregatie. Hij signaleert dat er subgroepen zijn, onder andere in scholen.

In de krant staat dat Latten vindt dat de overheid wat betreft segregatie zich te weinig sturend opstelt om te bereiken dat er een gemeenschappelijk fundament ontstaat. ‘De overheid heeft wel degelijk een opvoedkundige taak om te bewerkstelligen dat een samenleving zich in een gewenste richting ontwikkelt’, zo wordt hij geciteerd.

In dit kader stelt hij dat ook ouders moeten weten dat de overheid een opvoedkundige taak heeft. Daarbij noemt hij specifiek de rol die het bijzonder onderwijs zich aanmeet. ‘Wat mij bijvoorbeeld tegen de borst stuit, is dat de scholen in het bijzonder onderwijs te eigengereid kunnen zijn’, aldus de voormalig hoofddemograaf van het CBS.

Lees meer…

Segregatie ‘confronterende puzzel’ voor vrijescholen

Sociaal-economische segregatie geldt voor vrijescholen sterker dan voor andere scholen, stelt projectleider Inge de Wolf van de Inspectie van het Onderwijs in de publicatie De staat van het vrijeschoolonderwijs.

De Wolf wijst erop dat in de publicatie De staat van het onderwijs van de inspectie staat dat ouders en leerlingen steeds vaker kiezen voor scholen met ‘ons soort mensen’.  Daardoor neemt de sociaal-economische segregatie toe en ontstaan er ‘bubbles van gelijkgestemden’.

‘Voor leerlingen betekent dit dat ze leerlingen uit een ander milieu op school minder vaak tegenkomen. De veranderde keuzepatronen en segregatie gelden voor vrijescholen sterker dan voor veel andere scholen’, aldus De Wolf. Zij noemt daarom de schoolkeuze van ouders en segregatie een ‘confronterende puzzel’ voor vrijescholen.

Ga naar De staat van het vrijeschoolonderwijs