Nóóit leerlingen uitsluiten als ouders niet betalen

‘Een leerling moet het onderwijs krijgen dat het best bij hem of haar past, ongeacht de financiële situatie van de ouders’, benadrukken de onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob.

De minister melden in een brief over kansengelijkheid dat zij tegen de uitzondering zijn die de VO-raad wil voor tweetalig onderwijs, topsportprogramma’s en het technasium. Ze hameren erop dat de ouderbijdrage ook voor deze vormen van onderwijs altijd vrijwillig is. Het is voor hen onacceptabel dat leerlingen hiervan worden uitgesloten als hun ouders niet betalen.

Daarom gaan de ministers (indien nodig bij wet) regelen dat leerlingen nooit mogen worden uitgesloten van onderwijs vanwege het niet betalen van een bijdrage.

Lees meer…

Schoolreizen en excursies

Ook GroenLinks en SP willen regelen dat alle kinderen moeten kunnen meedoen, ook als ouders niet betalen. ‘Juist in het onderwijs moeten alle leerlingen een gelijke kans krijgen. Scholen hebben hier een belangrijke rol in’, benadrukt Tweede Kamerlid Lisa Westerveld van GroenLinks.

SP-Kamerlid Peter Kwint wil een einde maken aan de ‘schrijnende verhalen (…) over kinderen die niet mee mogen naar de speeltuin of de kerstviering’. Volgens hem zijn er nog steeds scholen die ‘vertikken om het goede te doen’.

GroenLinks en SP komen met een initiatiefwetsvoorstel.

Lees meer…

Leerlingen uitsluiten? Onbestaanbaar!

De ontwikkelingen passen bij het standpunt van VOS/ABB-directeur Hans Teegelbeckers. Hij noemde het afgelopen november in een commentaar op deze website onbestaanbaar om leerlingen uit te sluiten. ‘Elk kind telt mee, ook als de ouderbijdrage niet is betaald!’, aldus Teegelbeckers.

Lees het commentaar

‘Mensenrechten en fundamentele vrijheden in artikel 23’

‘We willen in de Grondwet vastleggen dat er wetten moeten komen die scholen verplichten eerbied voor mensenrechten en de fundamentele vrijheden bij te brengen’, zegt PvdA-fractieleider Lodewijk Asscher in de Volkskrant.

Asscher reageert in de krant op de ophef die is ontstaan rond het islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Het onderwijs van deze school – vernoemd naar de eerste Nederlandse consul in het voormalige Ottomaanse Rijk – zou niet goed zijn voor de democratie en gericht zijn tegen integratie. Bovendien zou het bestuur het werk van de Inspectie van het Onderwijs onmogelijk hebben gemaakt. Tevens zouden er contacten zijn geweest tussen het schoolbestuur en een islamitische terreurorganisatie.

Onderwijsminister Arie Slob zegt dat hij de bekostiging van de school zal opschorten als die de inspectie blijft tegenwerken. De vier grote steden deden dinsdag een oproep om harder op te treden tegen extremistische invloeden in het onderwijs. Zij willen niet dat het Cornelius Haga Lyceum uitbreidt naar steden als Den Haag en Utrecht. Slob heeft in reactie hierop gezegd dat het vereiste aantal leerlingen waarschijnlijk niet wordt gehaald en dat aanvragen voor bekostiging daarom zullen worden afgekeurd.

Artikel 23

PvdA-leider Asscher zegt nu in de Volkskrant dat de werkwijze van de islamitische school voor voortgezet onderwijs in Amsterdam aantoont dat grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs moet worden aangepast.

‘Het is mooi dat scholen een eigen identiteit hebben, maar als we scholen willen tegenhouden die kinderen niet goed voorbereiden op deze maatschappij, dan zwaaien ze altijd met artikel 23. Dat is bizar’, aldus Asscher. Hij komt met een voorstel voor een nieuwe wettekst. ‘We willen in de Grondwet vastleggen dat er wetten moeten komen die scholen verplichten eerbied voor mensenrechten en de fundamentele vrijheden bij te brengen.’

Lees meer…

Concept School!

VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) pleiten al jaren voor het concept School!. Dit concept voorziet in onderwijs dat boven artikel 23 en de denominaties zal zijn uitgestegen.

Het idee achter het concept School! is dat er geen openbare, christelijke, islamitische of wat voor scholen dan ook meer zijn, maar ‘scholen’ die voor alle leerlingen toegankelijk zijn. Alle scholen in de toekomst zullen op basis van gelijkwaardigheid en wederzijds respect aandacht hebben voor diversiteit en levensbeschouwing.

Lees meer…

Amsterdam terug naar brede vo-scholen

Het voortgezet onderwijs in Amsterdam lijkt terug te gaan naar brede scholengemeenschappen om de toenemende segregatie te keren.

De hoogtijdagen van categorale vmbo’s, havo’s en vwo’s zijn voorbij, meldt dagblad Het Parool. Wethouder Marjolein Moorman van Onderwijs zegt in de Amsterdamse krant dat de hoeveelheid categorale scholen is doorgeslagen. ‘Kinderen worden al zo jong in hokjes geplaatst en dat is vreemd. Je woont in de meest diverse stad van het land, maar je gaat niet met elkaar naar school, dat is een gekke boodschap’, aldus Moorman.

Segregatie verkleinen

Voorzitter Rob Oudkerk van de vereniging van schoolbesturen in Amsterdam (OSVO) bevestigt dat de schoolbesturen niet meer verder willen categoriseren. In de Onderwijsagenda van OSVO staat dat de gezamenlijke schoolbesturen de segregatie binnen Amsterdam willen verkleinen en de kansengelijkheid vergroten door kinderen met achterstanden evenwichtiger te verdelen over scholen. Ook zeggen de schoolbesturen dat ze de tussentijdse opstroom van leerlingen maximaal willen faciliteren.

Weer bij elkaar intrekken

De komende jaren zullen diverse scholen, die eerder uit elkaar waren getrokken, weer bij elkaar in trekken. Dat geldt bijvoorbeeld voor drie scholen die eerder tot het Bredero College behoorden. Deze scholen zijn de afgelopen jaren uit elkaar gehaald, maar trekken in de toekomst weer bij elkaar in in een nieuw gebouw. Ook andere scholen verhuizen de komende jaren.

De maatregelen zijn overigens ook nodig omdat het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs na 2023 zal dalen.

Meer lezen

‘Eindtoets is zinloos geworden’

‘De eindtoets basisonderwijs is zinloos geworden en bevordert tegenwoordig zelfs kansenongelijkheid’. Het is tijd voor iets anders, betoogt René Kneyber in een opiniestuk in dagblad Trouw.

Kneyber is docent wiskunde, schrijver van diverse onderwijsboeken en lid van de Onderwijsraad, het onafhankelijk adviescollege van de overheid.

In zijn artikel over de eindtoets toont Kneyber aan dat de Cito-toets, die vanaf 1969 werd afgenomen, aanvankelijk een groot succes was als objectief instrument om kinderen gelijke kansen te geven. Het werkte omdat kinderen die toets gewoon maakten, zonder training of oefening vooraf.

Tegenwoordig kopen ouders die geld hebben eindtoetstrainingen in voor hun kroost in. En ook de scholen doen aan eindtoetstraining, omdat zij door de Inspectie voor het Onderwijs op de scores worden beoordeeld. De eindtoets geeft daarmee geen objectief beeld meer van wat kinderen nu echt kunnen.

De conclusie van Kneyber is dat de eindtoets na vijftig jaar meer een instrument ter bevordering van kansenongelijkheid is geworden dan een wapen ertegen. ‘Het concept heeft zijn houdbaarheidsdatum overschreden’, zo stelt hij.

 

Segregatie in basisonderwijs neemt toe

De segregatie in het basisonderwijs neemt toe doordat met name hoogopgeleide ouders steeds vaker kiezen voor scholen met vernieuwende leerconcepten.

Dat blijkt uit onderzoek en ook de Inspectie voor het Onderwijs signaleert het. ‘Leerlingen gaan steeds meer in hun eigen bubbel naar school. Ze zitten in de klas bij gelijkgestemden en komen anderen niet meer tegen’, zei Inge de Wolf namens de inspectie in het televisieprogramma Nieuwsuur van dinsdagavond.

Hoogopgeleide ouders kiezen voor scholen met onderwijsconcepten als Montessori, Vrijeschool of Jenaplan, omdat daar meer aandacht zou zijn voor creativiteit en persoonlijke ontwikkeling. Het effect is een tweedeling tussen hoogopgeleid en laagopgeleid en impliciet ook tussen rijk en arm en wit en zwart.

In de reportage werd het voorbeeld gegeven van de Vrijeschool Rotterdam-West, die in een gemengde wijk met veel culturen staat, terwijl de leerlingen overwegend wit zijn.

‘Actief beleid nodig om segregatie tegen te gaan’

Onderzoeker Guido Walraven ziet meer van dit soort scholen. Hij zegt in Nieuwsuur dat er actief beleid nodig is om deze segregatie tegen te gaan. ‘Scholen moeten samenwerken en proberen leerlingen te mengen. Want het wordt steeds erger, ook door de woonsegregatie, doordat de huizenprijzen stijgen.’

SP-Tweede Kamerlid Peter Kwint reageerde daar meteen op via Twitter: ‘Iedereen in het hokje van zijn eigen clubje. Funest voor de maatschappelijke samenhang. En de overheid doet helemaal niks.’ In de discussie die daarna op Twitter ontstond, noemt hij als mogelijke oplossingen: acceptatieplicht, dubbele wachtlijsten en maximering van de ouderbijdrage.

‘Geen hokjesschool, maar School!’

Intussen lijken de plannen voor modernisering van artikel 23 van de Grondwet (vrijheid van onderwijs) het probleem alleen maar te versterken, doordat straks iedereen een eigen school met eigen toelatingseisen kan inrichten. VOS/ABB-directeur Hans Teegelbeckers schreef in december al het alarmerende commentaar ‘Bij hokjesscholen is niemand gebaat’.

VOS/ABB pleit al jaren voor het concept School! Dat is een school zonder denominatie, waar elk kind welkom is en gelijke kansen krijgt: ‘Niet apart, maar samen’.

 

 

 

 

Onderwijsraad ziet ‘doorgeschoten differentiatie’

De Onderwijsraad signaleert een ‘doorgeschoten differentiatie’ in het huidige onderwijssstelsel en pleit daarom voor meer verbinding tussen schoolsoorten. Dit staat in het advies Stand van educatief Nederland 2019.

De raad vindt dat er een fundamentele bezinning nodig is op de organisatie van het onderwijsstelsel, met als doel het op onderdelen aan te passen. In het advies worden drie knelpunten aangewezen, die volgens de Onderwijsraad samenhangen met de differentiatie van het onderwijsstelsel:

  • Tendens van sociale segmentering.
  • Druk op toegankelijkheid van en doorstroom binnen het onderwijs.
  • Behoefte aan permanente scholing en vorming buiten onderwijsvoorzieningen.

Vertrekpunten Onderwijsraad

Op weg naar oplossingen, heeft de raad vijf ‘vertrekpunten’ of adviezen geformuleerd, die een bijdrage moeten leveren aan een stelseldiscussie ‘die de afgelopen jaren te weinig is gevoerd’:

  • Verminder differentiatie waar nuttig en mogelijk.
  • Verbind schoolsoorten en opleidingen met elkaar.
  • Stimuleer beroepsgericht onderwijs op havo en vwo.
  • Verminder en verbeter selectie.
  • Geef permanente educatie een structurele plek.

De publicatie Doorgeschoten differentiatie in het onderwijsstelsel. Stand van educatief Nederland 2019 is te downloaden als pdf of als e-book.

 

 

Onderwijsraad luidt noodklok over segregatie

De differentiatie in het Nederlandse onderwijsstelsel is doorgeschoten. Daardoor neemt de segregatie toe: leerlingen met verschillende sociale achtergronden ontmoeten elkaar steeds minder. De Onderwijsraad is daar zeer bezorgd over, zo blijkt uit de Stand van educatief Nederland 2018.

De raad vindt dat er ‘een fundamentele bezinning’ nodig is op de organisatie van het onderwijsstelsel. Niet alleen omdat jongeren uit verschillende sociale groepen elkaar niet meer vanzelfsprekend tegenkomen in het onderwijs, maar ook omdat plaatsing in het voortgezet onderwijs steeds bepalender wordt voor het eindniveau van jongeren. Bovendien heeft permanente educatie geen formele plek in het onderwijsstelsel.

Omgaan met verschillen

De school is volgens de Onderwijsraad ‘bij uitstek de plaats waar jongeren moeten leren omgaan met verschillen, door te oefenen in het omgaan met conflicten en het respect bijbrengen voor andersdenkenden’. Doordat de differentiatie van het stelsel is doorgeschoten, komt hier nog maar weinig van terecht.

De sterke differentiatie is ook gaan knellen, zo stelt de raad, ‘omdat de scheidingen tussen schoolsoorten en leerwegen strikter zijn geworden en het aantal brede brugklassen is afgenomen’. Daardoor bepaalt de plaatsing van leerlingen in het voortgezet onderwijs steeds meer het verdere verloop van hun schoolloopbaan. Dat is bijvoorbeeld nadelig voor laatbloeiers, die hierdoor minder kansen krijgen.

De Onderwijsraad komt met de volgende suggesties om het stelsel aan te passen:

  • Verminder differentiatie waar nuttig en mogelijk
  • Verbind schoolsoorten en opleidingen
  • Stimuleer beroepsgericht onderwijs op havo en vwo
  • Verminder en verbeter selectie
  • Geef permanente educatie een structurele plek in het onderwijsstelsel

Lees meer…

Met migratieachtergrond minder snel naar havo of vwo

Het is nog steeds zo dat een relatief klein aandeel groep 8-leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond ten minste havo-advies krijgt. Dat staat in het Jaarrapport Integratie 2018 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Ten opzichte van 10 jaar geleden volgt weliswaar een groter deel van de leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond een hoger onderwijsniveau, maar dit geldt ook voor leerlingen met een Nederlandse achtergrond. ‘Hierdoor neemt het verschil in deelname aan hogere niveaus tussen leerlingen met een Nederlandse achtergrond en een niet-westerse achtergrond vrijwel niet af’, aldus het CBS.

Het aandeel leerlingen met een Nederlandse achtergrond dat ten minste havo-advies kreeg, bedroeg 59 procent in 2016-2017. In datzelfde schooljaar kreeg van de leerlingen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond 38 respectievelijk 42 procent ten minste havo-advies. Bij Surinaamse leerlingen lag het in 2016-2017 op 45 procent en bij leerlingen met een Antilliaanse achtergrond op 38 procent.

Lees meer…

Geen paasontbijt, wel Suikerfeest

‘Basisscholen bepalen zelf welke feesten, vieringen of herdenkingen op school plaatsvinden’. Dat zegt onderwijsminister Arie Slob in antwoord op Kamervragen na een bericht over de openbare Theo Thijssenschool in Amsterdam, die dit schooljaar het paasontbijt overslaat en aandacht besteedt aan het islamitische Suikerfeest. Dit werd in oktober gemeld in deze nieuwsbrief van de school.

De Kamervragen waren van de VVD-Kamerleden Rudmer Heerema en Bente Becker. Zij wilden onder meer van de minister weten of ook hij vindt dat ‘Nederlandse tradities’ op scholen niet mogen plaatsmaken voor ‘tradities uit andere religies en culturen, zoals het Suikerfeest’.

Slob antwoordt daarop dat scholen zelf bepalen hoe ze leerlingen kennis laten maken met ‘geestelijke stromingen die in Nederland een belangrijke rol spelen’. Hij voegt eraan toe dat scholen zich moeten richten ‘op het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie, op het leren over de pluriforme samenleving en op kennis hebben van en kennismaken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten’.

Het is volgens de minister aan de school om hier in overleg met de ouders en de leerkrachten een passende invulling aan te geven.

Aandacht voor verschillende stromingen

De school legt uit dat het paasontbijt dit jaar wordt overgeslagen, omdat het moeilijk te combineren is met de meivakantie en ‘lopende thema’s’. Tevens benadrukt de school ook aandacht te besteden aan het pesachfeest binnen het jodendom, het lichtjesfeest (Divali) binnen het hindoeïsme en aan het christelijke kerstfeest (met het kerstdiner). De school besteedt bovendien aandacht aan het humanisme.

Lees meer…

OCW kraakt UNICEF-rapport over ongelijke kansen

Het ministerie van OCW zegt in het Algemeen Dagblad dat UNICEF ‘de plank misslaat’ in een rapport over ongelijke kansen in het onderwijs. Het kinderfonds van de Verenigde Naties trekt aan de bel over de situatie in Nederland, maar volgens het ministerie valt het hier allemaal wel mee.

UNICEF stelt in het rapport An Unfair Start: Inequality in Children’s Education in Rich Countries dat Nederland een van de rijke landen is waar de schoolprestaties van kinderen lijden onder omstandigheden waar zij geen invloed op hebben, zoals de plaats waar ze geboren zijn en het opleidingsniveau van hun ouders.

Een oorzaak van de kansenongelijkheid in Nederland is volgens UNICEF het op jonge leeftijd uitsplitsen van leerlingen in verschillende onderwijssoorten op basis van hun schoolprestaties. Van de onderzochte landen heeft Nederland met 12 jaar een van de vroegste selectiemomenten voor het voortgezet onderwijs.

Ongelijke kansen, segregatie en subgroepen

Eerdere onderzoeken wijzen ook op het probleem dat Unicef signaleert. Zo stelde de Inspectie van het Onderwijs in De staat van het onderwijs 2016-2017 dat kansenongelijkheid in het Nederlandse onderwijs een groot probleem is. Voormalig hoofddemograaf Jan Latten van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waarschuwde ervoor, in een interview met de Volkskrant, dat kansenongelijkheid  tot gevolg heeft dat er subgroepen ontstaan, onder andere in scholen.

Volgens het ministerie van OCW valt het allemaal wel mee, zo blijkt uit een reactie van een woordvoerder van het ministerie in het AD. ‘Kansengelijkheid gaat over verschillende prestaties van leerlingen gerelateerd aan het inkomen en de opleiding van de ouder. Nederland doet het wat dát betreft internationaal gezien juist goed’, zo citeert de krant de woordvoerder van OCW. UNICEF zou met het rapport ‘de plank misslaan’.

Lees meer…

Op 14 november houdt VOS/ABB een lagerhuisdebat over kansen(on)gelijkheid in het onderwijs. Meer informatie…

Toenemende segregatie: subgroepen in scholen

Voormalig hoofddemograaf Jan Latten van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waarschuwt in een interview in de Volkskrant voor toenemende maatschappelijke segregatie. Hij signaleert dat er subgroepen zijn, onder andere in scholen.

In de krant staat dat Latten vindt dat de overheid wat betreft segregatie zich te weinig sturend opstelt om te bereiken dat er een gemeenschappelijk fundament ontstaat. ‘De overheid heeft wel degelijk een opvoedkundige taak om te bewerkstelligen dat een samenleving zich in een gewenste richting ontwikkelt’, zo wordt hij geciteerd.

In dit kader stelt hij dat ook ouders moeten weten dat de overheid een opvoedkundige taak heeft. Daarbij noemt hij specifiek de rol die het bijzonder onderwijs zich aanmeet. ‘Wat mij bijvoorbeeld tegen de borst stuit, is dat de scholen in het bijzonder onderwijs te eigengereid kunnen zijn’, aldus de voormalig hoofddemograaf van het CBS.

Lees meer…

Segregatie ‘confronterende puzzel’ voor vrijescholen

Sociaal-economische segregatie geldt voor vrijescholen sterker dan voor andere scholen, stelt projectleider Inge de Wolf van de Inspectie van het Onderwijs in de publicatie De staat van het vrijeschoolonderwijs.

De Wolf wijst erop dat in de publicatie De staat van het onderwijs van de inspectie staat dat ouders en leerlingen steeds vaker kiezen voor scholen met ‘ons soort mensen’.  Daardoor neemt de sociaal-economische segregatie toe en ontstaan er ‘bubbles van gelijkgestemden’.

‘Voor leerlingen betekent dit dat ze leerlingen uit een ander milieu op school minder vaak tegenkomen. De veranderde keuzepatronen en segregatie gelden voor vrijescholen sterker dan voor veel andere scholen’, aldus De Wolf. Zij noemt daarom de schoolkeuze van ouders en segregatie een ‘confronterende puzzel’ voor vrijescholen.

Ga naar De staat van het vrijeschoolonderwijs

Recept tegen segregatie en kansenongelijkheid

De segregatie en kansenongelijkheid nemen toe, signaleert de Inspectie van het Onderwijs. Daarom is het zo belangrijk om boven de denominaties uit te stijgen en daarmee de verzuiling achter ons te laten. Daarvoor hebben wij het concept School! ontwikkeld.

In het rapport De Staat van het Onderwijs 2016-2017 signaleert de inspectie ontwikkelingen die de kansenongelijkheid verder kunnen verscherpen. Het onderwijs vertoont namelijk toenemende sociale en economische segregatie. Vooral hoger opgeleide ouders scheiden zich af.

‘Dat gebeurt via de schoolkeuze: door te kiezen voor scholen met specifieke onderwijsconcepten, scholen waar alleen leerlingen met een vergelijkbare achtergrond op zitten of voor privaat onderwijs’, zo staat in het rapport.

De inspectie signaleert ook dat segregatie en kansenongelijkheid toenemen doordat ouders kiezen voor kleine religieuze scholen. De conclusie is dat in vergelijking met andere landen het Nederlandse onderwijs sterk is gesegregeerd.

Verzuiling achter ons laten

Dat kunnen we veranderen door eindelijk eens de verzuiling in het onderwijs achter ons te laten. VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) hebben daartoe het concept School! ontwikkeld. Hiermee stijgt het onderwijs boven de denominaties uit.

Er zijn dan geen openbare, protestants-christelijke, rooms-katholieke, islamitische of wat voor scholen dan ook, maar scholen die van en voor iedereen zijn en waar gelijkwaardigheid en wederzijds respect centraal staan.

Onderwijs volgens het concept School! is het recept voor een in alle opzichten gezonde samenleving, waarin we mensen niet meer beoordelen op hun achtergrond, levensbeschouwing, maatschappelijke status of hun portemonnee, maar waarderen om wie ze zijn en wat ze kunnen

Wilt u meer over ons concept School! lezen? Download de School!Gids

Hans Teegelbeckers, directeur VOS/ABB

SP brengt algemene acceptatieplicht weer in beeld

De SP in de Tweede Kamer pleit opnieuw voor algemene acceptatieplicht in het onderwijs. Dat zou betekenen dat ook scholen voor bijzonder onderwijs, die nu nog leerlingen mogen weigeren op grond van hun levensovertuiging, voortaan alle leerlingen moeten toelaten.

De Tweede Kamer verklaarde het wetsvoorstel voor algemene acceptatieplicht in april vorig jaar controversieel, waardoor het niet meer in de demissionaire periode van het vorige kabinet-Rutte kon worden behandeld.

Het wetsvoorstel werd al in 2005 ingediend door voormalig PvdA-Tweede Kamerlid en huidig SER-voorzitter Mariëtte Hamer. Na advisering door de Raad van State in 2006 en een aantal wijzigingsvoorstellen in datzelfde jaar bleef het echter vier jaar stil.

In 2010 kwam de regeling wederom aan bod in de Tweede Kamer en ook in 2014, waarna de Onderwijsraad er mede op aandringen van toenmalig PvdA-Kamerlid en huidig Verus-voorzitter Loes Ypma een advies over uitbracht. Daarna bleef het wederom stil tot het wetsvoorstel vorig jaar dus controversieel werd verklaard.

Algemene acceptatieplicht: iedereen welkom!

De SP heeft het idee voor algemene acceptatieplicht nu weer naar boven gehaald. Om de wenselijkheid ervan te illustreren, verwijst SP-Tweede Kamerlid Peter Kwint naar het feit dat in het openbaar onderwijs iedereen welkom is. De vrijheid van onderwijs, zoals vastgelegd in artikel 23 van de Grondwet, moet wat hem betreft worden gewijzigd:

De onderste tweet van Kwint staat in het teken van thuisonderwijs. De SP’er is erop tegen dat ouders op grond van hun levensovertuiging voor hun kinderen een ontheffing van de leerplicht kunnen krijgen.

Algemene acceptatieplicht voor gelijke kansen

VOS/ABB, de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) en het platform CBOO stuurden in maart vorig jaar een gezamenlijke brief naar de Tweede Kamer om het belang van algemene acceptatieplicht te benadrukken.

Directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB had daarvoor in een commentaar op deze website laten weten dat het hoog tijd is dat algemene acceptatieplicht wordt ingevoerd om gelijke talenten daadwerkelijk gelijke kansen te geven.

Rotterdam verhuist scholen om segregatie aan te pakken

De gemeente Rotterdam gaat de segregatie in Rotterdam-Zuid aanpakken met een omvangrijke verhuizing van scholen voor voortgezet onderwijs. In een convenant met drie schoolbesturen is afgesproken om het onderwijsaanbod beter over te wijk te verspreiden.

De plannen betekenen onder meer dat het voortgezet onderwijs in Rotterdam-Zuid vanaf augustus 2023 wordt gecentreerd op drie locaties: Stadionpark, Hart van Zuid en de Kop van Zuid/Katendrecht. Dit zijn plekken waar de komende jaren duizenden nieuwe woningen worden gebouwd. Meerdere scholen verhuizen naar nieuwbouw, andere scholen worden samengevoegd. Gezamenlijk zullen ze ‘een rijk palet aan profielen en onderwijsconcepten’ bieden, zodat er straks meer te kiezen is op Zuid.

Drie schoolbesturen tekenen convenant

De drie schoolbesturen die hiervoor een convenant getekend hebben, zijn BOOR (openbaar), LMC (interconfessioneel en algemeen bijzonder) en CVO (christelijk). De partijen menen dat een betere spreiding van het onderwijsaanbod kan helpen om meer leerlingen binnen de wijk te houden. Er gaan nu nog veel kinderen die ‘op Zuid’ wonen naar school in Noord of in randgemeenten, omdat daar meer keuze is aan onderwijsconcepten en profielen. ‘Daarbij lijkt te gelden: hoe hoger het onderwijsniveau van ouder en kind, des te groter de bereidheid om te reizen naar school’, schrijft wethouder Sven de Langen in een brief aan de raadscommissie Onderwijs. De scholen op Zuid, die deels te klein zijn om een volwaardig onderwijsaanbod te bieden, trekken daardoor vooral kansarme kinderen. De twee leerlingstromen ontmoeten elkaar steeds minder.

Scholen stoppen met concurreren

Een meer gevarieerd onderwijsaanbod op Zuid zal de woonwijk aantrekkelijker maken als woongebied en leiden tot minder segregatie en kansenongelijkheid, denkt de wethouder. De drie schoolbesturen hebben daarnaast een maximum aantal leerlingen per school afgesproken, om een eind te maken aan de concurrentie tussen scholen. Ook met hun onderwijsprofielen willen ze niet meer concurreren, maar elkaar juist aanvullen. Verder gaan de schoolbesturen intensiever samenwerken om de doorstroming van vmbo naar mavo of van mavo naar havo makkelijker te maken. Wethouder Sven de Langen denkt dat hij zo het tij kan keren.

Meer informatie

Achterstand in Nederland minder bepalend dan elders

Nederland behoort nog steeds tot de landen waar relatief veel leerlingen uit lagere sociale klassen het goed doen in het onderwijs. Gegevens van de OESO laten echter wel negatieve ontwikkeling in ons land zien.

Het Programme for International Student Assessment (PISA) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft onderzocht hoeveel 15-jarige leerlingen uit gezinnen met een lage sociaal-economische status presteren op niveau 3 op het gebied van lezen, wiskunde en natuurwetenschappen. Niveau 3 betekent onder meer dat ze een tekst goed kunnen begrijpen, wiskundige problemen kunnen oplossen en goed kunnen omgaan met natuurwetenschappelijke onderwerpen.

In 2006 presteerde 38 procent van de Nederlandse leerlingen uit gezinnen met een lage sociaal-economische status op niveau 3. Bij de jongste meting in 2015 was dat gedaald naar 33 procent. Nederland staat op een lijst met 78 onderzochte landen op plaats 10. Als alleen naar Europa wordt gekeken, staat ons land op plaats 3. Alleen Finland en Estland doen het beter dan Nederland, waarbij moet worden opgemerkt dat de situatie met name in het alom bejubelde Finland de afgelopen jaren sterk is verslechterd.

Hoewel het percentage in Nederland is gedaald, noemt de OESO ons land nog steeds ‘academisch veerkrachtig’, in die zin dat de sociaal-economische klasse relatief weinig invloed heeft op de prestaties van leerlingen.

Westerse landen met een sterk verband tussen lage sociaal-economische status en een laag prestatieniveau van leerlingen, zijn onder andere Israël, Luxemburg, Italië en de Verenigde Staten.

Lees meer…

Segregatie grote stad en randgemeenten neemt toe

Veel gezinnen met jonge kinderen verlaten de grote stad. Dat geldt vooral voor gezinnen met een hoger inkomen, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Gezinnen verhuizen vaak als de kinderen nog niet naar school gaan, vooral als ze in een van de vier grote steden wonen. Van de stellen die in 2012 een eerste kind kregen buiten de vier grote steden, verhuisde 14 procent binnen vier jaar naar een andere gemeente. Het vertrek uit de grote steden was twee tot drie keer zo hoog.

Veel gezinnen weg uit Amsterdam

Van de jonge gezinnen in Amsterdam was 40 procent binnen vier jaar na de geboorte van het eerste kind verhuisd naar een andere gemeente, vaak in de buurt van de stad. Uit Utrecht vertrok 34 procent, uit Rotterdam 28 procent en uit Den Haag 27 procent.

Vooral stellen met jonge kinderen die een hoger inkomen hebben, verlaten de grote stad. Als ze minder geld te besteden hebben, blijven ze daar over het algemeen wonen. Het mag duidelijk zijn dat dit gevolgen heeft voor de scholen. In de grote steden zullen die gemiddeld meer kinderen hebben uit minder welgestelde gezinnen dan in randgemeenten.

Actief burgerschap vereiste voor bekostiging

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW handhaaft zijn besluit om de Stichting Islamitisch Onderwijs niet te bekostigen, omdat deze stichting volgens hem niet voldoet aan de voorwaarde om actief burgerschap en sociale integratie te bevorderen. Dat staat in een brief aan de Tweede Kamer.

‘Voor dit bestuur voorzie ik vooral voor deze opdracht grote problemen vanwege een publiekelijke steunbetuiging aan IS van een (oud-)bestuurder van SIO, het niet onmiddellijk en publiekelijk afstand nemen daarvan door de overige bestuurders en het weigeren van medewerking aan onderzoek daarnaar’, aldus Dekker.

De staatssecretaris besloot vorig jaar al dat SIO geen bekostiging kreeg, maar het bestuur ging tegen dit besluit in beroep, omdat de stichting al over huisvesting beschikt. Voor Dekker maakt dit niet uit. Hij blijft erbij dat deze stichting voor islamitisch onderwijs geen rijksbekostiging krijgt, omdat volgens hem niet wordt voldaan aan de voorwaarde om actief burgerschap en sociale integratie te bevorderen.

Gedeeld burgerschap

De weigering van Dekker om bekostiging beschikbaar te stellen, sluit aan bij wat rechtsgeleerde en CDA-politicus Ernst Hirsch Ballin onlangs zei op het congres van de PO-Raad in Nijkerk. Hij zei daar dat bijzonder onderwijs ‘niet al te bijzonder’ moet worden. Daarmee bedoelde hij dat we ervoor moeten oppassen dat er in het bijzonder onderwijs stromingen opkomen die onvoldoende oog hebben voor gedeeld burgerschap.

Lees meer…

Inspectie: vrijheid van onderwijs leidt tot segregatie

De keerzijde van grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs is dat het sociale segregatie in de hand werkt. Dat zegt inspecteur-generaal Monique Vogelzang van de Inspectie van het Onderwijs.

‘Ik vind de onderwijsvrijheid uniek en heel goed voor de keuzevrijheid, de autonomie en de kwaliteit van scholen. Er is ook geen enkel land in Europa dat zo’n gevarieerd onderwijsaanbod heeft als Nederland. Maar tegelijkertijd lopen we ook tegen keerzijde van de onderwijsvrijheid op. We zien dat sociale groepen elkaar op school opzoeken. Hoger opgeleide ouders kiezen heel bewust voor de kansen. Zij denken daarbij eerder aan een categoraal gymnasium, dan aan een brede scholengemeenschap’, aldus de baas van de inspectie in Trouw.

Zij verwijst in de krant naar de situatie in Amsterdam, waar ouders ‘bereid zijn kilometers te fietsen naar een bepaalde basisschool omdat ze die in de buurt niet goed genoeg vinden’. Dit is volgens haar een voorbeeld van hoe artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs sociale segregatie veroorzaakt.

Lees meer…

Inspectie: burgerschapsonderwijs schiet tekort

Het burgerschapsonderwijs vertoont weinig samenhang en is weinig doelgericht. Bovendien ontbreekt inzicht in wat leerlingen ervan leren. Dit en meer stelt de Inspectie van het Onderwijs in het onderwijsverslag De Staat van het Onderwijs, dat woensdag is overhandigd aan de demissionaire minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW.

De inspectie dringt aan op versterking van de condities voor burgerschapsonderwijs, maar ziet in de huidige situatie ook aanknopingspunten voor verbetering. Zo wordt in het onderwijsverslag samenwerking genoemd in de Alliantie voor Burgerschap. ‘Ook laten veel scholen zien dat burgerschapsonderwijs – anders dan soms wordt gedacht – niet altijd ‘ingewikkeld’ of ‘gevoelig’ voor meningsverschillen over waarden en normen hoeft te zijn’, aldus de inspectie.

De kritische bevindingen van de inspectie steken af tegen de positieve beoordeling van burgerschapsonderwijs door schoolleiders, zoals onlangs bleek uit een peiling van DUO Onderwijsonderzoek. Uit die peiling kwam onder andere naar voren dat een ruime meerderheid van zeven op de tien directeuren in zowel het basis- als voortgezet onderwijs (zeer) tevreden is over de kwaliteit van het burgerschapsonderwijs bij hen op school.

Rekenen en wiskunde

De Staat van het onderwijs gaat natuurlijk over (veel) meer dan alleen burgerschapsonderwijs. Zo signaleert de inspectie dat vooral bij rekenen, wiskunde en natuurwetenschappen de prestaties dalen. De sterkste daling is te zien bij de resultaten van basisschoolleerlingen in het natuuronderwijs. Toch presteren Nederlandse kinderen vergeleken met leeftijdgenoten in andere landen nog steeds goed als het gaat om rekenen, wiskunde en natuurwetenschappen.

Een ander punt dat de inspectie benoemt, is dat er in Nederland in vergelijking met andere landen relatief weinig zwakke en ook relatief weinig excellente leerlingen zijn.

Gelijke kansen

Hoewel in 2016 twee keer zoveel schooladviezen naar boven zijn bijgesteld dan in 2015, neemt de kansenongelijkheid niet af. ‘De kans op onderadvisering voor leerlingen met laagopgeleide ouders (…) is weliswaar sterk gedaald, maar vooral leerlingen met hoogopgeleide ouders profiteren van verschuivingen in 2016’, zo staat in het verslag.

Verder blijkt dat hoog presterende leerlingen met academisch geschoolde ouders vaker in homogene vwo-brugklassen zitten en dito leerlingen zonder academisch geschoolde ouders vaker in een gemengde brugklas. ‘Dit kan gevolgen hebben voor het niveau waarop zij de lesstof krijgen aangeboden’, stelt de inspectie.

De segregatie naar etnische achtergrond vermindert in zowel het basis- als voortgezet onderwijs. Sociale segregatie in het onderwijs is volgens de inspectie vooral een verschijnsel dat zich voordoet in steden. Op scholen met veel kinderen van ouders met een lage sociaaleconomische status signaleert de inspectie de meeste leerachterstanden.

Professionalisering

Leraren, scholen en schoolbesturen verschillen aanzienlijk van elkaar in tijd en aandacht voor professionalisering. ‘Op sommige scholen lijkt het leraren aan tijd te ontbreken om zich te professionaliseren, terwijl op andere scholen (…) leraren juist intensieve en gerichte professionaliseringsactiviteiten ondernemen’, schrijft de inspectie.

In het verslag staat ook dat professionaliseringsactiviteiten weinig gericht zijn op effectieve aanpakken en maar zelden een relatie hebben met het strategisch beleid van de school. Bovendien blijken de directie en de leraren vaak heel verschillend tegen de ontwikkeling van de school aan te kijken. ‘De onderwijsvisie (…) is niet altijd duidelijk en wordt niet altijd gedeeld. Leraren en schoolleider praten vaak langs elkaar heen (…).’

Passend onderwijs

Het beeld dat er met de invoering van passend onderwijs grote verschuivingen zijn opgetreden, klopt volgens de inspectie niet. ‘Leerlingen met een ondersteuningsbehoefte blijven vaker in het regulier onderwijs en vanuit het speciaal onderwijs gaan er leerlingen naar het regulier onderwijs. Het ging de afgelopen twee jaar om kleine verschuivingen, waardoor er per school geen of nauwelijks leerlingen uit het speciaal onderwijs bij komen’, zo staat in het onderwijsverslag.

Volgens de inspectie zijn er succesvolle interventies geweest om het aantal leerlingen dat zonder onderwijs thuiszit omlaag te brengen. ‘Samenwerkingsverbanden die doorzettingsmacht hebben georganiseerd, lijken er beter in te slagen leerlingen niet langdurig thuis te laten zitten.’

Informatie: André de Jong, 06-30056066, adejong@vosabb.nl

Eén op vijf joden wil af van bijzonder onderwijs

Eén op de vijf joden in Nederland is voor het opheffen van het bijzonder onderwijs als dat goed is voor de integratie, meldt het Nieuw Israëlietisch Weekblad (NIW).

Het NIW hield in samenwerking met de Vrije Universiteit in Amsterdam en Kieskompas een enquête onder joden in Nederland. De enquête ging over kwesties als het mogelijke gevaar van de islam, antisemitisme, fysiek geweld en de opkomst van rechts populisme.

Ook de vrijheid van onderwijs kwam in de enquête aan bod. Deze vrijheid, die vastligt in artikel 23 van de Grondwet, bepaalt dat bijzonder onderwijs, waar de joodse scholen onder vallen, en openbaar onderwijs gelijkelijk worden gefinancierd.

Ongeveer één op de vijf joden die aan de enquête meededen, geeft aan dat het bijzonder onderwijs kan worden opgeheven als dat goed is voor de integratie. Bijna een kwart is bereid daarvoor het recht op te geven op wat ‘onderwijs eigen stijl’ wordt genoemd.

Lees meer…

VOO kraakt onderzoek naar integratie

Het klopt dat een (klein) deel van de leraren gevoelige onderwerpen liever niet in de klas bespreekt, maar het is onjuist te concluderen dat de integratie is mislukt. Dat meldt de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) op basis van een analyse van een recent rapport van DUO Onderwijsonderzoek.

Onderwijsadviseur Flora Breemer van VOO stelt dat het onmogelijk was om goed antwoord te geven op de vragen die DUO Onderwijsonderzoek stelde en dat er daarom geen conclusies mogen worden getrokken uit de antwoorden. Het persbericht over het onderzoek had volgens haar een suggestieve kop. Daarin stond dat scholen zich grote zorgen maken over integratie. ‘Het persbericht werd door veel media opgepikt en men ging met de resultaten aan de haal’, aldus Breemer.

Lees meer…

Flutonderzoek

Peter Lugtig, universitair hoofddocent methoden en statistiek aan de Universiteit Utrecht, sprak eerder al in een reactie in de Volkskrant van een ‘flutonderzoek’. Hij sprak het vermoeden uit dat DUO Onderwijsonderzoek er maar een dag aan heeft gewerkt. Hij gaf ook aan dat de vraagstelling heel sturend was en had ook bedenkingen bij de steekproef en het samenvoegen van antwoordcategorieën.

Lees meer…

Stop met termen ‘witte school’ en ‘zwarte school’

Een groep onderzoekers van de afdeling Pedagogiek, Onderwijskunde en Lerarenopleiding van de Universiteit van Amsterdam pleit er in een opiniestuk in de Volkskrant voor de termen ‘witte school’ en ‘zwarte school’ niet meer te gebruiken.

Scholen met meer dan 50 procent leerlingen met een niet-westerse achtergrond worden aangeduid als ‘zwart’ en scholen met voornamelijk leerlingen met een etnisch Nederlandse of een andere westerse achtergrond als ‘wit’. Volgens de Amsterdamse onderzoekers is Nederland het enige land in Europa waar scholen op deze manier worden getypeerd. In landen als het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk, Spanje, Italië en Slovenië is dat, zo stellen zij, ‘ondenkbaar of zelfs schandalig’.

Dat de termen ‘witte school’ en ‘zwarte school’ niet meer zouden mogen worden gebruikt, heeft volgens de onderzoekers te maken met de hiërarchische connotaties die deze termen zouden hebben. ‘In ons onderwijsstelsel worden witte scholen veelal geassocieerd met onderwijs van een goede kwaliteit en met hogere onderwijsprestaties, terwijl zwarte scholen vaak gezien worden als ‘probleemscholen’ die gekenmerkt zouden worden door onderwijs van een mindere kwaliteit, een problematische leerlingpopulatie, veel uitval van leerkrachten en slechte toetsresultaten’, zo schrijven ze in de krant.

De labels ‘wit’ en ‘zwart’ zouden bovendien geen rekening houden met de realiteit in etnisch diverse scholen. ‘De etnische groepen die hier worden aangeduid als zwart – zoals Nederlandse Turken, Marokkanen, Syriërs, Iraniërs, Egyptenaren, Surinamers en Nederlanders van Caribische herkomst – delen geen gemeenschappelijke historische, religieuze, culturele en/of etnische achtergrond en identificeren zich voor een groot deel niet als ‘zwart’. Het is een label dat lang niet altijd zelf is gekozen door de groepen om wie het gaat. Hetzelfde geldt voor het label ‘wit’.’

Lees meer…

Een van de onderzoekers van de UvA wier naam onder het opiniestuk staat, is Hülya Kosar-Altinyelken. Zij pleitte in december vorig jaar in de lokale Amsterdamse krant Het Parool al voor het afschaffen van de termen ‘witte school’ en ‘zwarte school’. 

Lees meer…

ChristenUnie ziende blind voor cijfers segregatie

Fractieleider en lijsttrekker Gert-Jan Segers van de ChristenUnie is ziende blind voor cijfers die aantonen dat grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs segregatie in de hand werkt. 

De christelijke profielorganisatie Verus kwam onlangs met cijfers die zouden aantonen dat het bijzonder onderwijs geen segregerend effect heeft. Wie deze cijfers niet sec bekijkt, maar in een bredere context plaatst, ziet dat het tegenovergestelde het geval is.

Verus benadrukt dat 60 procent van de leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond op bijzondere scholen zit en 40 procent op openbare scholen.

Context

Wie deze cijfers beziet in het licht van het feit dat van het totale aantal leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs (speciaal onderwijs uitgezonderd) 26,3 procent op openbare scholen zit, signaleert direct een significant verschil met de bovengenoemde 40 procent. Het openbaar onderwijs heeft relatief veel van deze leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond.

Andersom: van het totale aantal leerlingen (weer primair en voortgezet onderwijs bij elkaar opgeteld, het speciaal onderwijs uitgezonderd) zit 73,7 procent in het bijzonder onderwijs, terwijl hier slechts 60 procent van de leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond onderwijs krijgt. In het bijzonder onderwijs zitten dus relatief weinig van deze leerlingen.

Het bovenstaande laat zien dat artikel 23, dat het bijzonder onderwijs in staat stelt om leerlingen te weigeren, een segregerend effect heeft. Woordvoerder Wouter van den Berg van Verus meldt op Twitter dat het bijzonder onderwijs voor het grootste deel uit protestants-christelijke en rooms-katholieke scholen bestaat en dat die dus het beeld bepalen.

Politieke schijnwereld

In reactie op de constatering dat artikel 2 een segregerend effect heeft, laat fractieleider Gert-Jan Segers van de ChristenUnie op Twitter weten dat verscheidene politieke partijen stellen dat de vrijheid van onderwijs geen segregerend effect heeft, maar slechts tot vrijheid leidt:

Beweringen uit een politieke schijnwereld zijn voor Segers en daarmee voor de ChristenUnie kennelijk overtuigender dan keiharde cijfers waaruit duidelijk blijkt dat artikel 23 niet alleen gaat over de vrijheid van onderwijs, maar ook een segregerend effect heeft.

Artikel 23 heeft segregerend effect

Het bijzonder onderwijs heeft onevenredig weinig leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond. Dat blijkt als cijfers waarmee de christelijke profielorganisatie Verus wil laten zien dat het bijzonder onderwijs geen segregerend effect zou hebben, in een bredere context worden geplaatst. 

Verus meldt dat het onzin is dat bijzondere scholen voor segregatie in het onderwijs zorgen, doordat deze scholen bepaalde leerlingen weigeren. Dat mogen ze op basis van artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs.

Als bijvoorbeeld een christelijke school vindt dat de levenswijze van een leerling en/of diens ouders niet bij de religieuze uitgangspunten van die school past, dan mag deze leerling worden geweigerd. De praktijk laat zien dat dit minder vaak gebeurt dan voorheen, maar het komt nog steeds voor, bijvoorbeeld bij scholen met een sterke godsdienstige inslag.

60-40-verhouding

De christelijke profielorganisatie stelt dat de cijfers laten zien dat het geen steek houdt dat het bijzonder onderwijs een segregerend effect heeft. Verus benadrukt dat 60 procent van de leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond op bijzondere scholen zit en 40 procent op openbare scholen.

Deze cijfers laten in een bredere context echter zien dat er wel degelijk een segregerend effect is. Van het totale aantal leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs (speciaal onderwijs uitgezonderd) zit namelijk 26,3 procent op openbare scholen, terwijl dus 40 procent van de leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond in het openbaar onderwijs zit. Dat is een significant verschil. Het openbaar onderwijs heeft dus relatief veel van deze leerlingen.

Andersom: van het totale aantal leerlingen (weer primair en voortgezet onderwijs bij elkaar opgeteld, het speciaal onderwijs uitgezonderd) zit 73,7 procent in het bijzonder onderwijs, terwijl hier slechts 60 procent van de leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond onderwijs krijgt. In het bijzonder onderwijs zitten dus relatief weinig van deze leerlingen.

Het bovenstaande laat zien dat artikel 23 en daarmee het bijzonder onderwijs wel degelijk een segregerend effect hebben.

Algemene acceptatieplicht

Het bericht van Verus volgt op een brief aan de Tweede Kamer waarin VOS/ABB, de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) en het platform CBOO pleiten voor algemene acceptatieplicht. Dit betekent dat ook het bijzonder onderwijs elke leerling zou moeten accepteren, net zoals het openbaar onderwijs dat doet.

VOS/ABB, VOO en CBOO zien algemene acceptatieplicht als een stap naar het concept School!. Dit concept voorziet in goed onderwijs voor alle kinderen zonder denominaties. In de toekomst zullen er geen openbare, christelijke, islamitische of wat voor scholen dan ook meer zijn, maar ‘scholen’ die op basis van diversiteit, gelijkwaardigheid en wederzijds respect aandacht hebben voor onder andere godsdienst en levensbeschouwing en álle leerlingen toelaten.

Discussiemiddag School!

Op 21 maart, tijdens de School!Week, is er in Woerden een discussiemiddag over het concept School!. Niet onbelangrijk: iedereen is welkom!