‘Christelijk onderwijs leidt tot hokjescultuur’

De verschillende stromingen binnen het christelijke onderwijs zorgen ervoor dat kinderen in een hokjescultuur opgroeien. Dat stelt groepsleerkracht Annet Dijkstra van openbare basisschool ’t Ambyld in het Friese dorp Terwispel op de opiniepagina van de Leeuwarder Courant.

Dijkstra reageert op een eerder opiniestuk van Remco Meijerink in dezelfde krant. Hij is bestuursvoorzitter van het christelijke ROC Friese Poort. Meijerink stelde dat de vrijheid van onderwijs volgens artikel 23 in de Grondwet moet worden gekoesterd.

Dijkstra maakt uit het stuk van Meijerink op dat die vindt dat openbare scholen niet duidelijk zijn over hun visie en bijzondere scholen wel. ‘Daar ben ik het niet mee eens, want elke school heeft een visie en deze is bij elke school in het schoolplan terug te vinden. De visie van een openbare school houdt in ieder geval in ‘niet apart, maar samen’. Dit laat aan duidelijkheid niks te wensen over lijkt me’, aldus Dijkstra.

Christelijke identiteit?

Volgens haar is het juist de christelijke identiteit die veel vragen oproept. ‘Wat houdt die christelijke identiteit dan precies in? Blijkbaar is die ook niet voor iedereen hetzelfde, want kijk maar naar alle verschillende visies binnen het christendom. Al die verschillen hebben er ooit voor gezorgd dat er katholieke, hervormde, gereformeerde, evangelische enzovoort scholen zijn ontstaan. Met andere woorden, voor elke visie een eigen school.’

Dit heeft er volgens haar toe geleid dat kinderen die op christelijke scholen zitten opgroeien in een ‘hokjescultuur waarbij verschillen belangrijker zijn dan overeenkomsten’. Dit komt het samenleven in een multiculturele maatschappij niet ten goede, benadrukt Dijkstra.

Lees meer…

 

‘Religieuze scholen gaan segregatie tegen’

Confessionele scholen die religiositeit en religieuze diversiteit serieus nemen gaan segregatie tegen. Dat beweert theoloog Toke Elshof, die in de raad van toezicht zit van de christelijke profielorganisatie Verus.

Op de opiniepagina van Trouw reageert ze op een ingezonden stuk in diezelfde krant van directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB en zijn collega Marco Frijlink van de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO).

Concept School!

Zij benadrukken dat scholen op religieuze grondslag achterhaald zijn en voor maatschappelijke segregatie zorgen. Teegelbeckers en Frijlink dringen er op aan eindelijk de verzuiling achter ons te laten. Ze pleiten voor het concept School!, dat voorziet in ‘scholen’ van en voor iedereen zonder denominatieve voorvoegsels.

Elshof reageert ook op een opinieartikel van Carel Verhoef, historicus en oud-conrector van het protestants-christelijke Marnix College in Ede. Hij ziet dat artikel 23 in de Grondwet over de vrijheid van onderwijs segregatie mogelijk maakt. Dat vindt hij uitermate onwenselijk. Daarom pleit hij voor de gemengde school en voor een modernisering van artikel 23.

Religieuze diversiteit

In haar opiniestuk stelt theoloog Elshof dat confessionele scholen helemaal niet voor segregatie hoeven te zorgen. Voorwaarde is dan wel dat ze religieuze diversiteit serieus nemen. Ze wijst er bovendien op dat op bijvoorbeeld christelijke scholen allang niet meer alleen kinderen uit christelijke gezinnen zitten.

Segregerende scheidslijnen slechten!

In Nederland denken we graag in hokjes en dat is een slechte zaak! Hopelijk wordt de Inspectie van het Onderwijs gehoord, nu die wederom alarm slaat over de toenemende segregatie.

In De Staat van het Onderwijs 2019 is de inspectie er buitengewoon helder over dat de kwaliteit van ons onderwijs gevaar loopt door de toenemende segregatie. De inspectie constateert dat het voor jongeren met verschillende achtergronden steeds moeilijker wordt om elkaar te ontmoeten. Als dat niet meer gebeurt, kunnen ze ook niet meer in school van elkaar leren. Dat is een ontwikkeling die de samenleving onder druk zet.

VOS/ABB hamert er al jaren op dat het een slechte zaak is om in hokjes te denken. In een gezonde samenleving leef je immers met elkaar samen. Dat betekent ook dat onze kinderen met elkaar samen moeten leren en leven. In de ideale situatie doen ze dat in de school als minisamenleving waarin diversiteit, gelijkwaardigheid en wederzijds respect centraal staan. De openbare school is wat mij betreft de plek waar dat het beste kan. Openbaar onderwijs is immers per definitie van en voor iedereen.

Concept School!

Nog mooier zou het zijn als al het onderwijs uitgaat van diversiteit, gelijkwaardigheid en wederzijds respect. Daarvoor heeft VOS/ABB met de vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) een wenkend toekomstperspectief: concept School!. Dit concept voorziet in scholen die boven artikel 23 in de Grondwet over de vrijheid van onderwijs en de denominaties uitstijgen.

Dus laten we over de schaduw van artikel 23 heen springen en de segregerende scheidslijnen tussen openbare, protestants-christelijke, rooms-katholieke, islamitische of wat voor scholen dan ook slechten! Zo kunnen we ervoor zorgen dat er ‘scholen’ komen waarin álle kinderen elkaar ontmoeten en met en van elkaar leren. Op die manier kunnen we werken aan een in alle opzichten gezonde samenleving!

Hans Teegelbeckers, directeur VOS/ABB

 

Inspectie slaat alarm over toenemende segregatie

De segregatie in het onderwijs is een almaar groeiend probleem. Dat signaleert de Inspectie van het Onderwijs. ‘We zien (…) dat groepen leerlingen elkaar steeds minder tegenkomen’, zo staat in het rapport De Staat van het Onderwijs 2019.

De inspectie waarschuwt ervoor dat het probleem van de segregatie steeds groter wordt als we er niets tegen ondernemen. Het probleem speelt volgens de inspectie onder andere in de steden. Het zorgt ervoor dat de kansenongelijkheid toeneemt.

In het rapport wordt segregatie in verband gebracht met versnippering van het aanbod. Hierbij noemt de inspectie de opkomst van profielscholen met een specifiek onderwijsaanbod, waarvoor ouders soms veel geld moeten betalen. Voorbeelden zijn technasia, cultuurprofielscholen en mediawijsheidscholen.

Artikel 23 en burgerschap

Deze segregatie komt bovenop de traditionele denominatieve scheidslijnen die het gevolg zijn van artikel 23 in de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. Deze scheidslijnen lopen tussen het openbaar onderwijs dat van en voor iedereen is en de verschillende vormen van bijzonder onderwijs, zoals protestants-christelijk, rooms-katholiek en islamitisch onderwijs. Vorig jaar liet de inspectie al zien dat deze scheidslijnen een segregerend effect kunnen hebben.

De inspectie roept in verband met de toenemende segregatie en kansenongelijkheid op tot een gerichte en gezamenlijke aanpak voor alle sectoren. Zo benadrukt de inspectie dat alle scholen hun leerlingen moeten ‘voorbereiden op deelname in de samenleving’.

Wat dit betreft is de inspectie positief over de trend dat burgerschapsonderwijs en persoonsvorming steeds meer aandacht krijgen. ‘Scholen die extra in burgerschap investeren, lijken over de tijd betere uitkomsten te behalen’, zo staat in het rapport. Maar de inspectie signaleert ook dat de meeste scholen weinig of geen inzicht hebben in de resultaten van hun burgerschapsonderwijs.

Download De Staat van het Onderwijs 2019

Historicus Carel Verhoef pleit voor inperking artikel 23

Historicus Carel Verhoef pleit op de opiniepagina van Trouw voor een inperking van artikel 23 in de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. De voormalige conrector van het protestants-christelijke Marnix College in Ede stelt dat de huidige vrijheid van onderwijs leidt tot ‘versplintering van onze samenleving’.

De vrijheid van onderwijs veroorzaakt volgens Verhoef ‘enorme segregatie’ en bepaalt tevens ‘dat de staat zich niet mag bemoeien met de inhoud van het onderwijs’. Het verzuilde onderwijs dat een gevolg is van artikel 23 noemt hij ‘achterhaald’. Wat betreft de maatschappelijke ‘versplintering’ noemt hij ‘de honderden jongeren (…) die zich tegen onze westerse samenleving verzetten en die zich geen Nederlanders voelen’.

Gemengde school

Verhoef: ‘De school is de enige plaats waar alle kinderen, ongeacht hun achtergrond, bij elkaar gebracht kunnen worden. Via de vakken levensbeschouwing en burgerschapsvorming wordt hen kennis van andere godsdiensten en levensbeschouwingen bijgebracht en worden hen de waarden en normen van onze westerse beschaving en de grondslagen van onze parlementaire democratie aangeleerd.’

Hij pleit ervoor om artikel 23 van de Grondwet zodanig in te perken ‘dat het niet langer mogelijk is om scholen op te richten en te onderhouden op grond van een godsdienstige overtuiging’. Het openbaar onderwijs en bijzonder onderwijs op godsdienstige grondslag zouden wat hem betreft moeten worden samengevoegd tot ‘de gemengde school voor alle gezindten’.

Concept School!

Het pleidooi van Verhoef heeft veel raakvlakken met concept School!. Dit door VOS/ABB en de Verenging Openbaar Onderwijs ontwikkelde toekomstideaal gaat ervan uit dat er geen openbare, christelijke, islamitische of wat voor scholen dan ook meer zijn, maar ‘scholen’ die de verzuiling voorbij zijn. Het concept School! gaat uit van algemeen toegankelijk onderwijs dat kinderen vormt op basis van diversiteit, gelijkwaardigheid en wederzijds respect.

VOS/ABB had in juni 2015 een interview met Verhoef naar aanleiding van de publicatie van zijn boek Inperking vrijheid van onderwijs. De maatschappelijke noodzaak tot herziening van artikel 23 van de grondwet.

In maart 2016 was Verhoef een van de sprekers op een door VOS/ABB en de Universiteit voor Humanistiek georganiseerde symposium over de vrijheid van onderwijs.

Eveneens in maart 2016 verscheen in Trouw een opiniestuk van Verhoef naar aanleiding van een interview met ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers, die destijds zei dat er  in liberale kringen de wens zou zijn om een rekening te vereffenen met het christelijk onderwijs.

Amsterdammer wil bonus voor gemengde scholen

Er moet een bonus komen voor gemengde scholen. Hiermee kunnen scholen waarop kinderen met verschillende culturen en achtergronden zitten kleinere klassen,  vakleerkrachten en andere extra’s betalen, stelt Degi ter Haar van het Amsterdamse integratieproject ‘Wij Ouders’.

Op de opiniepagina van de Amsterdamse lokale krant Het Parool waarschuwt hij voor de toenemende segregatie die zich ook voordoet in gemengde scholen. ‘Sinds enkele jaren is de trend dat de wittere gemengde scholen steeds witter worden en de zwartere gemengde scholen steeds zwarter. En de vanouds gesegregeerde scholen, zoals de islamitische scholen en de vrije scholen, worden steeds populairder.’

‘Ik vermoed dat er binnen enkele jaren nog maar nauwelijks gemengde scholen zijn. Daarmee verdwijnen de enige plekken in de stad waar kinderen van verschillende afkomsten elkaar dagelijks tegenkomen. Met name kinderen met een migratie-achtergrond zijn hiervan de dupe. Waar kunnen zij nog vrienden worden met witte leeftijdsgenoten, via wie zij de taal en cultuur het beste leren kennen?’

Ter Haar vindt dat de landelijke en lokale politiek kleur moet bekennen ‘door de voordelen van de gemengde scholen voor de samenleving te erkennen’. De gemenge-scholenbonus waar hij voor pleit, ziet hij als ‘een beloning voor burgerschap’.

Lees meer…

Selectie op 12-jarige leeftijd werkt segregatie in de hand

De selectie in het onderwijs op 12-jarige leeftijd moeten we tegengaan. Dat heeft voorzitter Paul Rosenmöller gezegd tijdens het jaarcongres van de VO-raad. 

Rosenmöller benadrukte op het congres in Nieuwegein dat het essentieel is dat leerlingen met verschillende achtergronden elkaar in het onderwijs ontmoeten. De vroege selectie op onderwijsniveau op 12-jarige leeftijd zoals we die in Nederland kennen, zit dat volgens hem in de weg. Rosenmöller signaleert dat vroege selectie alleen maar segregatie in de hand werkt.

Hij zei ook dat het advies van de basisschool gericht moet zijn op de loopbaan die een leerling voor zich heeft in plaats van op het eindniveau dat een kind zou kunnen halen. Hij wil tevens dat er meer aandacht komt voor persoonsontwikkeling, met de nadruk op participatie in de samenleving en democratie. Leerlingen moeten wat Rosenmöller betreft ook meer regie krijgen over hun eigen onderwijsloopbaan.

Hij riep op het jaarcongres van de VO-raad alle partijen die bij het onderwijs betrokken zijn op de handen ineen te slaan. Daarmee doelde hij op de scholen zelf, de ouders, het bedrijfsleven, de politiek en alle andere stakeholders. Hij wil een gezamenlijke visie over de wijze waarop het onderwijs nog beter kan worden gemaakt.

‘In 2030 in Nederland geen kinderarmoede meer’

De nieuwe Alliantie Kinderarmoed Nederland stelt zich ten doel dat er in 2030 in ons land geen kinderarmoede meer voorkomt.

De alliantie meldt dat nu in Nederland 378.000 kinderen en jongeren in armoede opgroeien: ‘Dat betekent dat 1 op de 9 kinderen en jongeren zich zorgen maakt of er wel geld is voor eten of schoolspullen, dat ze stress voelen bij hun ouders, zelf gespannen zijn en zich moeilijker kunnen concentreren op school.’

Daarnaast is er volgens de alliantie ‘een reëel risico op sociale uitsluiting, omdat ze om financiële redenen niet of onvoldoende kunnen deelnemen aan activiteiten binnen en buiten school’. Ook ziet de alliantie dat kinderen uit arme gezinnen op latere leeftijd als gevolg van de armoede die ze nu ervaren gezondheidsrisico’s lopen.

Regie op eigen leven

Er is volgens de Alliantie Kinderarmoede meer nodig dan de 85 miljoen euro extra die het kabinet structureel beschikbaar stelt aan de gemeenten om kinderarmoede tegen te gaan. ‘We willen dat kinderen de regie op hun eigen leven terugkrijgen’, aldus de alliantie.

Lees meer…

Nóóit leerlingen uitsluiten als ouders niet betalen

‘Een leerling moet het onderwijs krijgen dat het best bij hem of haar past, ongeacht de financiële situatie van de ouders’, benadrukken de onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob.

De minister melden in een brief over kansengelijkheid dat zij tegen de uitzondering zijn die de VO-raad wil voor tweetalig onderwijs, topsportprogramma’s en het technasium. Ze hameren erop dat de ouderbijdrage ook voor deze vormen van onderwijs altijd vrijwillig is. Het is voor hen onacceptabel dat leerlingen hiervan worden uitgesloten als hun ouders niet betalen.

Daarom gaan de ministers (indien nodig bij wet) regelen dat leerlingen nooit mogen worden uitgesloten van onderwijs vanwege het niet betalen van een bijdrage.

Lees meer…

Schoolreizen en excursies

Ook GroenLinks en SP willen regelen dat alle kinderen moeten kunnen meedoen, ook als ouders niet betalen. ‘Juist in het onderwijs moeten alle leerlingen een gelijke kans krijgen. Scholen hebben hier een belangrijke rol in’, benadrukt Tweede Kamerlid Lisa Westerveld van GroenLinks.

SP-Kamerlid Peter Kwint wil een einde maken aan de ‘schrijnende verhalen (…) over kinderen die niet mee mogen naar de speeltuin of de kerstviering’. Volgens hem zijn er nog steeds scholen die ‘vertikken om het goede te doen’.

GroenLinks en SP komen met een initiatiefwetsvoorstel.

Lees meer…

Leerlingen uitsluiten? Onbestaanbaar!

De ontwikkelingen passen bij het standpunt van VOS/ABB-directeur Hans Teegelbeckers. Hij noemde het afgelopen november in een commentaar op deze website onbestaanbaar om leerlingen uit te sluiten. ‘Elk kind telt mee, ook als de ouderbijdrage niet is betaald!’, aldus Teegelbeckers.

Lees het commentaar

‘Mensenrechten en fundamentele vrijheden in artikel 23’

‘We willen in de Grondwet vastleggen dat er wetten moeten komen die scholen verplichten eerbied voor mensenrechten en de fundamentele vrijheden bij te brengen’, zegt PvdA-fractieleider Lodewijk Asscher in de Volkskrant.

Asscher reageert in de krant op de ophef die is ontstaan rond het islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Het onderwijs van deze school – vernoemd naar de eerste Nederlandse consul in het voormalige Ottomaanse Rijk – zou niet goed zijn voor de democratie en gericht zijn tegen integratie. Bovendien zou het bestuur het werk van de Inspectie van het Onderwijs onmogelijk hebben gemaakt. Tevens zouden er contacten zijn geweest tussen het schoolbestuur en een islamitische terreurorganisatie.

Onderwijsminister Arie Slob zegt dat hij de bekostiging van de school zal opschorten als die de inspectie blijft tegenwerken. De vier grote steden deden dinsdag een oproep om harder op te treden tegen extremistische invloeden in het onderwijs. Zij willen niet dat het Cornelius Haga Lyceum uitbreidt naar steden als Den Haag en Utrecht. Slob heeft in reactie hierop gezegd dat het vereiste aantal leerlingen waarschijnlijk niet wordt gehaald en dat aanvragen voor bekostiging daarom zullen worden afgekeurd.

Artikel 23

PvdA-leider Asscher zegt nu in de Volkskrant dat de werkwijze van de islamitische school voor voortgezet onderwijs in Amsterdam aantoont dat grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs moet worden aangepast.

‘Het is mooi dat scholen een eigen identiteit hebben, maar als we scholen willen tegenhouden die kinderen niet goed voorbereiden op deze maatschappij, dan zwaaien ze altijd met artikel 23. Dat is bizar’, aldus Asscher. Hij komt met een voorstel voor een nieuwe wettekst. ‘We willen in de Grondwet vastleggen dat er wetten moeten komen die scholen verplichten eerbied voor mensenrechten en de fundamentele vrijheden bij te brengen.’

Lees meer…

Concept School!

VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) pleiten al jaren voor het concept School!. Dit concept voorziet in onderwijs dat boven artikel 23 en de denominaties zal zijn uitgestegen.

Het idee achter het concept School! is dat er geen openbare, christelijke, islamitische of wat voor scholen dan ook meer zijn, maar ‘scholen’ die voor alle leerlingen toegankelijk zijn. Alle scholen in de toekomst zullen op basis van gelijkwaardigheid en wederzijds respect aandacht hebben voor diversiteit en levensbeschouwing.

Lees meer…

Amsterdam terug naar brede vo-scholen

Het voortgezet onderwijs in Amsterdam lijkt terug te gaan naar brede scholengemeenschappen om de toenemende segregatie te keren.

De hoogtijdagen van categorale vmbo’s, havo’s en vwo’s zijn voorbij, meldt dagblad Het Parool. Wethouder Marjolein Moorman van Onderwijs zegt in de Amsterdamse krant dat de hoeveelheid categorale scholen is doorgeslagen. ‘Kinderen worden al zo jong in hokjes geplaatst en dat is vreemd. Je woont in de meest diverse stad van het land, maar je gaat niet met elkaar naar school, dat is een gekke boodschap’, aldus Moorman.

Segregatie verkleinen

Voorzitter Rob Oudkerk van de vereniging van schoolbesturen in Amsterdam (OSVO) bevestigt dat de schoolbesturen niet meer verder willen categoriseren. In de Onderwijsagenda van OSVO staat dat de gezamenlijke schoolbesturen de segregatie binnen Amsterdam willen verkleinen en de kansengelijkheid vergroten door kinderen met achterstanden evenwichtiger te verdelen over scholen. Ook zeggen de schoolbesturen dat ze de tussentijdse opstroom van leerlingen maximaal willen faciliteren.

Weer bij elkaar intrekken

De komende jaren zullen diverse scholen, die eerder uit elkaar waren getrokken, weer bij elkaar in trekken. Dat geldt bijvoorbeeld voor drie scholen die eerder tot het Bredero College behoorden. Deze scholen zijn de afgelopen jaren uit elkaar gehaald, maar trekken in de toekomst weer bij elkaar in in een nieuw gebouw. Ook andere scholen verhuizen de komende jaren.

De maatregelen zijn overigens ook nodig omdat het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs na 2023 zal dalen.

Meer lezen

‘Eindtoets is zinloos geworden’

‘De eindtoets basisonderwijs is zinloos geworden en bevordert tegenwoordig zelfs kansenongelijkheid’. Het is tijd voor iets anders, betoogt René Kneyber in een opiniestuk in dagblad Trouw.

Kneyber is docent wiskunde, schrijver van diverse onderwijsboeken en lid van de Onderwijsraad, het onafhankelijk adviescollege van de overheid.

In zijn artikel over de eindtoets toont Kneyber aan dat de Cito-toets, die vanaf 1969 werd afgenomen, aanvankelijk een groot succes was als objectief instrument om kinderen gelijke kansen te geven. Het werkte omdat kinderen die toets gewoon maakten, zonder training of oefening vooraf.

Tegenwoordig kopen ouders die geld hebben eindtoetstrainingen in voor hun kroost in. En ook de scholen doen aan eindtoetstraining, omdat zij door de Inspectie voor het Onderwijs op de scores worden beoordeeld. De eindtoets geeft daarmee geen objectief beeld meer van wat kinderen nu echt kunnen.

De conclusie van Kneyber is dat de eindtoets na vijftig jaar meer een instrument ter bevordering van kansenongelijkheid is geworden dan een wapen ertegen. ‘Het concept heeft zijn houdbaarheidsdatum overschreden’, zo stelt hij.

 

Segregatie in basisonderwijs neemt toe

De segregatie in het basisonderwijs neemt toe doordat met name hoogopgeleide ouders steeds vaker kiezen voor scholen met vernieuwende leerconcepten.

Dat blijkt uit onderzoek en ook de Inspectie voor het Onderwijs signaleert het. ‘Leerlingen gaan steeds meer in hun eigen bubbel naar school. Ze zitten in de klas bij gelijkgestemden en komen anderen niet meer tegen’, zei Inge de Wolf namens de inspectie in het televisieprogramma Nieuwsuur van dinsdagavond.

Hoogopgeleide ouders kiezen voor scholen met onderwijsconcepten als Montessori, Vrijeschool of Jenaplan, omdat daar meer aandacht zou zijn voor creativiteit en persoonlijke ontwikkeling. Het effect is een tweedeling tussen hoogopgeleid en laagopgeleid en impliciet ook tussen rijk en arm en wit en zwart.

In de reportage werd het voorbeeld gegeven van de Vrijeschool Rotterdam-West, die in een gemengde wijk met veel culturen staat, terwijl de leerlingen overwegend wit zijn.

‘Actief beleid nodig om segregatie tegen te gaan’

Onderzoeker Guido Walraven ziet meer van dit soort scholen. Hij zegt in Nieuwsuur dat er actief beleid nodig is om deze segregatie tegen te gaan. ‘Scholen moeten samenwerken en proberen leerlingen te mengen. Want het wordt steeds erger, ook door de woonsegregatie, doordat de huizenprijzen stijgen.’

SP-Tweede Kamerlid Peter Kwint reageerde daar meteen op via Twitter: ‘Iedereen in het hokje van zijn eigen clubje. Funest voor de maatschappelijke samenhang. En de overheid doet helemaal niks.’ In de discussie die daarna op Twitter ontstond, noemt hij als mogelijke oplossingen: acceptatieplicht, dubbele wachtlijsten en maximering van de ouderbijdrage.

‘Geen hokjesschool, maar School!’

Intussen lijken de plannen voor modernisering van artikel 23 van de Grondwet (vrijheid van onderwijs) het probleem alleen maar te versterken, doordat straks iedereen een eigen school met eigen toelatingseisen kan inrichten. VOS/ABB-directeur Hans Teegelbeckers schreef in december al het alarmerende commentaar ‘Bij hokjesscholen is niemand gebaat’.

VOS/ABB pleit al jaren voor het concept School! Dat is een school zonder denominatie, waar elk kind welkom is en gelijke kansen krijgt: ‘Niet apart, maar samen’.

 

 

 

 

Onderwijsraad ziet ‘doorgeschoten differentiatie’

De Onderwijsraad signaleert een ‘doorgeschoten differentiatie’ in het huidige onderwijssstelsel en pleit daarom voor meer verbinding tussen schoolsoorten. Dit staat in het advies Stand van educatief Nederland 2019.

De raad vindt dat er een fundamentele bezinning nodig is op de organisatie van het onderwijsstelsel, met als doel het op onderdelen aan te passen. In het advies worden drie knelpunten aangewezen, die volgens de Onderwijsraad samenhangen met de differentiatie van het onderwijsstelsel:

  • Tendens van sociale segmentering.
  • Druk op toegankelijkheid van en doorstroom binnen het onderwijs.
  • Behoefte aan permanente scholing en vorming buiten onderwijsvoorzieningen.

Vertrekpunten Onderwijsraad

Op weg naar oplossingen, heeft de raad vijf ‘vertrekpunten’ of adviezen geformuleerd, die een bijdrage moeten leveren aan een stelseldiscussie ‘die de afgelopen jaren te weinig is gevoerd’:

  • Verminder differentiatie waar nuttig en mogelijk.
  • Verbind schoolsoorten en opleidingen met elkaar.
  • Stimuleer beroepsgericht onderwijs op havo en vwo.
  • Verminder en verbeter selectie.
  • Geef permanente educatie een structurele plek.

De publicatie Doorgeschoten differentiatie in het onderwijsstelsel. Stand van educatief Nederland 2019 is te downloaden als pdf of als e-book.

 

 

Onderwijsraad luidt noodklok over segregatie

De differentiatie in het Nederlandse onderwijsstelsel is doorgeschoten. Daardoor neemt de segregatie toe: leerlingen met verschillende sociale achtergronden ontmoeten elkaar steeds minder. De Onderwijsraad is daar zeer bezorgd over, zo blijkt uit de Stand van educatief Nederland 2018.

De raad vindt dat er ‘een fundamentele bezinning’ nodig is op de organisatie van het onderwijsstelsel. Niet alleen omdat jongeren uit verschillende sociale groepen elkaar niet meer vanzelfsprekend tegenkomen in het onderwijs, maar ook omdat plaatsing in het voortgezet onderwijs steeds bepalender wordt voor het eindniveau van jongeren. Bovendien heeft permanente educatie geen formele plek in het onderwijsstelsel.

Omgaan met verschillen

De school is volgens de Onderwijsraad ‘bij uitstek de plaats waar jongeren moeten leren omgaan met verschillen, door te oefenen in het omgaan met conflicten en het respect bijbrengen voor andersdenkenden’. Doordat de differentiatie van het stelsel is doorgeschoten, komt hier nog maar weinig van terecht.

De sterke differentiatie is ook gaan knellen, zo stelt de raad, ‘omdat de scheidingen tussen schoolsoorten en leerwegen strikter zijn geworden en het aantal brede brugklassen is afgenomen’. Daardoor bepaalt de plaatsing van leerlingen in het voortgezet onderwijs steeds meer het verdere verloop van hun schoolloopbaan. Dat is bijvoorbeeld nadelig voor laatbloeiers, die hierdoor minder kansen krijgen.

De Onderwijsraad komt met de volgende suggesties om het stelsel aan te passen:

  • Verminder differentiatie waar nuttig en mogelijk
  • Verbind schoolsoorten en opleidingen
  • Stimuleer beroepsgericht onderwijs op havo en vwo
  • Verminder en verbeter selectie
  • Geef permanente educatie een structurele plek in het onderwijsstelsel

Lees meer…

Met migratieachtergrond minder snel naar havo of vwo

Het is nog steeds zo dat een relatief klein aandeel groep 8-leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond ten minste havo-advies krijgt. Dat staat in het Jaarrapport Integratie 2018 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Ten opzichte van 10 jaar geleden volgt weliswaar een groter deel van de leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond een hoger onderwijsniveau, maar dit geldt ook voor leerlingen met een Nederlandse achtergrond. ‘Hierdoor neemt het verschil in deelname aan hogere niveaus tussen leerlingen met een Nederlandse achtergrond en een niet-westerse achtergrond vrijwel niet af’, aldus het CBS.

Het aandeel leerlingen met een Nederlandse achtergrond dat ten minste havo-advies kreeg, bedroeg 59 procent in 2016-2017. In datzelfde schooljaar kreeg van de leerlingen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond 38 respectievelijk 42 procent ten minste havo-advies. Bij Surinaamse leerlingen lag het in 2016-2017 op 45 procent en bij leerlingen met een Antilliaanse achtergrond op 38 procent.

Lees meer…

Geen paasontbijt, wel Suikerfeest

‘Basisscholen bepalen zelf welke feesten, vieringen of herdenkingen op school plaatsvinden’. Dat zegt onderwijsminister Arie Slob in antwoord op Kamervragen na een bericht over de openbare Theo Thijssenschool in Amsterdam, die dit schooljaar het paasontbijt overslaat en aandacht besteedt aan het islamitische Suikerfeest. Dit werd in oktober gemeld in deze nieuwsbrief van de school.

De Kamervragen waren van de VVD-Kamerleden Rudmer Heerema en Bente Becker. Zij wilden onder meer van de minister weten of ook hij vindt dat ‘Nederlandse tradities’ op scholen niet mogen plaatsmaken voor ‘tradities uit andere religies en culturen, zoals het Suikerfeest’.

Slob antwoordt daarop dat scholen zelf bepalen hoe ze leerlingen kennis laten maken met ‘geestelijke stromingen die in Nederland een belangrijke rol spelen’. Hij voegt eraan toe dat scholen zich moeten richten ‘op het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie, op het leren over de pluriforme samenleving en op kennis hebben van en kennismaken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten’.

Het is volgens de minister aan de school om hier in overleg met de ouders en de leerkrachten een passende invulling aan te geven.

Aandacht voor verschillende stromingen

De school legt uit dat het paasontbijt dit jaar wordt overgeslagen, omdat het moeilijk te combineren is met de meivakantie en ‘lopende thema’s’. Tevens benadrukt de school ook aandacht te besteden aan het pesachfeest binnen het jodendom, het lichtjesfeest (Divali) binnen het hindoeïsme en aan het christelijke kerstfeest (met het kerstdiner). De school besteedt bovendien aandacht aan het humanisme.

Lees meer…

OCW kraakt UNICEF-rapport over ongelijke kansen

Het ministerie van OCW zegt in het Algemeen Dagblad dat UNICEF ‘de plank misslaat’ in een rapport over ongelijke kansen in het onderwijs. Het kinderfonds van de Verenigde Naties trekt aan de bel over de situatie in Nederland, maar volgens het ministerie valt het hier allemaal wel mee.

UNICEF stelt in het rapport An Unfair Start: Inequality in Children’s Education in Rich Countries dat Nederland een van de rijke landen is waar de schoolprestaties van kinderen lijden onder omstandigheden waar zij geen invloed op hebben, zoals de plaats waar ze geboren zijn en het opleidingsniveau van hun ouders.

Een oorzaak van de kansenongelijkheid in Nederland is volgens UNICEF het op jonge leeftijd uitsplitsen van leerlingen in verschillende onderwijssoorten op basis van hun schoolprestaties. Van de onderzochte landen heeft Nederland met 12 jaar een van de vroegste selectiemomenten voor het voortgezet onderwijs.

Ongelijke kansen, segregatie en subgroepen

Eerdere onderzoeken wijzen ook op het probleem dat Unicef signaleert. Zo stelde de Inspectie van het Onderwijs in De staat van het onderwijs 2016-2017 dat kansenongelijkheid in het Nederlandse onderwijs een groot probleem is. Voormalig hoofddemograaf Jan Latten van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waarschuwde ervoor, in een interview met de Volkskrant, dat kansenongelijkheid  tot gevolg heeft dat er subgroepen ontstaan, onder andere in scholen.

Volgens het ministerie van OCW valt het allemaal wel mee, zo blijkt uit een reactie van een woordvoerder van het ministerie in het AD. ‘Kansengelijkheid gaat over verschillende prestaties van leerlingen gerelateerd aan het inkomen en de opleiding van de ouder. Nederland doet het wat dát betreft internationaal gezien juist goed’, zo citeert de krant de woordvoerder van OCW. UNICEF zou met het rapport ‘de plank misslaan’.

Lees meer…

Op 14 november houdt VOS/ABB een lagerhuisdebat over kansen(on)gelijkheid in het onderwijs. Meer informatie…

Toenemende segregatie: subgroepen in scholen

Voormalig hoofddemograaf Jan Latten van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waarschuwt in een interview in de Volkskrant voor toenemende maatschappelijke segregatie. Hij signaleert dat er subgroepen zijn, onder andere in scholen.

In de krant staat dat Latten vindt dat de overheid wat betreft segregatie zich te weinig sturend opstelt om te bereiken dat er een gemeenschappelijk fundament ontstaat. ‘De overheid heeft wel degelijk een opvoedkundige taak om te bewerkstelligen dat een samenleving zich in een gewenste richting ontwikkelt’, zo wordt hij geciteerd.

In dit kader stelt hij dat ook ouders moeten weten dat de overheid een opvoedkundige taak heeft. Daarbij noemt hij specifiek de rol die het bijzonder onderwijs zich aanmeet. ‘Wat mij bijvoorbeeld tegen de borst stuit, is dat de scholen in het bijzonder onderwijs te eigengereid kunnen zijn’, aldus de voormalig hoofddemograaf van het CBS.

Lees meer…

Segregatie ‘confronterende puzzel’ voor vrijescholen

Sociaal-economische segregatie geldt voor vrijescholen sterker dan voor andere scholen, stelt projectleider Inge de Wolf van de Inspectie van het Onderwijs in de publicatie De staat van het vrijeschoolonderwijs.

De Wolf wijst erop dat in de publicatie De staat van het onderwijs van de inspectie staat dat ouders en leerlingen steeds vaker kiezen voor scholen met ‘ons soort mensen’.  Daardoor neemt de sociaal-economische segregatie toe en ontstaan er ‘bubbles van gelijkgestemden’.

‘Voor leerlingen betekent dit dat ze leerlingen uit een ander milieu op school minder vaak tegenkomen. De veranderde keuzepatronen en segregatie gelden voor vrijescholen sterker dan voor veel andere scholen’, aldus De Wolf. Zij noemt daarom de schoolkeuze van ouders en segregatie een ‘confronterende puzzel’ voor vrijescholen.

Ga naar De staat van het vrijeschoolonderwijs

Recept tegen segregatie en kansenongelijkheid

De segregatie en kansenongelijkheid nemen toe, signaleert de Inspectie van het Onderwijs. Daarom is het zo belangrijk om boven de denominaties uit te stijgen en daarmee de verzuiling achter ons te laten. Daarvoor hebben wij het concept School! ontwikkeld.

In het rapport De Staat van het Onderwijs 2016-2017 signaleert de inspectie ontwikkelingen die de kansenongelijkheid verder kunnen verscherpen. Het onderwijs vertoont namelijk toenemende sociale en economische segregatie. Vooral hoger opgeleide ouders scheiden zich af.

‘Dat gebeurt via de schoolkeuze: door te kiezen voor scholen met specifieke onderwijsconcepten, scholen waar alleen leerlingen met een vergelijkbare achtergrond op zitten of voor privaat onderwijs’, zo staat in het rapport.

De inspectie signaleert ook dat segregatie en kansenongelijkheid toenemen doordat ouders kiezen voor kleine religieuze scholen. De conclusie is dat in vergelijking met andere landen het Nederlandse onderwijs sterk is gesegregeerd.

Verzuiling achter ons laten

Dat kunnen we veranderen door eindelijk eens de verzuiling in het onderwijs achter ons te laten. VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) hebben daartoe het concept School! ontwikkeld. Hiermee stijgt het onderwijs boven de denominaties uit.

Er zijn dan geen openbare, protestants-christelijke, rooms-katholieke, islamitische of wat voor scholen dan ook, maar scholen die van en voor iedereen zijn en waar gelijkwaardigheid en wederzijds respect centraal staan.

Onderwijs volgens het concept School! is het recept voor een in alle opzichten gezonde samenleving, waarin we mensen niet meer beoordelen op hun achtergrond, levensbeschouwing, maatschappelijke status of hun portemonnee, maar waarderen om wie ze zijn en wat ze kunnen

Wilt u meer over ons concept School! lezen? Download de School!Gids

Hans Teegelbeckers, directeur VOS/ABB

SP brengt algemene acceptatieplicht weer in beeld

De SP in de Tweede Kamer pleit opnieuw voor algemene acceptatieplicht in het onderwijs. Dat zou betekenen dat ook scholen voor bijzonder onderwijs, die nu nog leerlingen mogen weigeren op grond van hun levensovertuiging, voortaan alle leerlingen moeten toelaten.

De Tweede Kamer verklaarde het wetsvoorstel voor algemene acceptatieplicht in april vorig jaar controversieel, waardoor het niet meer in de demissionaire periode van het vorige kabinet-Rutte kon worden behandeld.

Het wetsvoorstel werd al in 2005 ingediend door voormalig PvdA-Tweede Kamerlid en huidig SER-voorzitter Mariëtte Hamer. Na advisering door de Raad van State in 2006 en een aantal wijzigingsvoorstellen in datzelfde jaar bleef het echter vier jaar stil.

In 2010 kwam de regeling wederom aan bod in de Tweede Kamer en ook in 2014, waarna de Onderwijsraad er mede op aandringen van toenmalig PvdA-Kamerlid en huidig Verus-voorzitter Loes Ypma een advies over uitbracht. Daarna bleef het wederom stil tot het wetsvoorstel vorig jaar dus controversieel werd verklaard.

Algemene acceptatieplicht: iedereen welkom!

De SP heeft het idee voor algemene acceptatieplicht nu weer naar boven gehaald. Om de wenselijkheid ervan te illustreren, verwijst SP-Tweede Kamerlid Peter Kwint naar het feit dat in het openbaar onderwijs iedereen welkom is. De vrijheid van onderwijs, zoals vastgelegd in artikel 23 van de Grondwet, moet wat hem betreft worden gewijzigd:

De onderste tweet van Kwint staat in het teken van thuisonderwijs. De SP’er is erop tegen dat ouders op grond van hun levensovertuiging voor hun kinderen een ontheffing van de leerplicht kunnen krijgen.

Algemene acceptatieplicht voor gelijke kansen

VOS/ABB, de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) en het platform CBOO stuurden in maart vorig jaar een gezamenlijke brief naar de Tweede Kamer om het belang van algemene acceptatieplicht te benadrukken.

Directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB had daarvoor in een commentaar op deze website laten weten dat het hoog tijd is dat algemene acceptatieplicht wordt ingevoerd om gelijke talenten daadwerkelijk gelijke kansen te geven.

Rotterdam verhuist scholen om segregatie aan te pakken

De gemeente Rotterdam gaat de segregatie in Rotterdam-Zuid aanpakken met een omvangrijke verhuizing van scholen voor voortgezet onderwijs. In een convenant met drie schoolbesturen is afgesproken om het onderwijsaanbod beter over te wijk te verspreiden.

De plannen betekenen onder meer dat het voortgezet onderwijs in Rotterdam-Zuid vanaf augustus 2023 wordt gecentreerd op drie locaties: Stadionpark, Hart van Zuid en de Kop van Zuid/Katendrecht. Dit zijn plekken waar de komende jaren duizenden nieuwe woningen worden gebouwd. Meerdere scholen verhuizen naar nieuwbouw, andere scholen worden samengevoegd. Gezamenlijk zullen ze ‘een rijk palet aan profielen en onderwijsconcepten’ bieden, zodat er straks meer te kiezen is op Zuid.

Drie schoolbesturen tekenen convenant

De drie schoolbesturen die hiervoor een convenant getekend hebben, zijn BOOR (openbaar), LMC (interconfessioneel en algemeen bijzonder) en CVO (christelijk). De partijen menen dat een betere spreiding van het onderwijsaanbod kan helpen om meer leerlingen binnen de wijk te houden. Er gaan nu nog veel kinderen die ‘op Zuid’ wonen naar school in Noord of in randgemeenten, omdat daar meer keuze is aan onderwijsconcepten en profielen. ‘Daarbij lijkt te gelden: hoe hoger het onderwijsniveau van ouder en kind, des te groter de bereidheid om te reizen naar school’, schrijft wethouder Sven de Langen in een brief aan de raadscommissie Onderwijs. De scholen op Zuid, die deels te klein zijn om een volwaardig onderwijsaanbod te bieden, trekken daardoor vooral kansarme kinderen. De twee leerlingstromen ontmoeten elkaar steeds minder.

Scholen stoppen met concurreren

Een meer gevarieerd onderwijsaanbod op Zuid zal de woonwijk aantrekkelijker maken als woongebied en leiden tot minder segregatie en kansenongelijkheid, denkt de wethouder. De drie schoolbesturen hebben daarnaast een maximum aantal leerlingen per school afgesproken, om een eind te maken aan de concurrentie tussen scholen. Ook met hun onderwijsprofielen willen ze niet meer concurreren, maar elkaar juist aanvullen. Verder gaan de schoolbesturen intensiever samenwerken om de doorstroming van vmbo naar mavo of van mavo naar havo makkelijker te maken. Wethouder Sven de Langen denkt dat hij zo het tij kan keren.

Meer informatie

Achterstand in Nederland minder bepalend dan elders

Nederland behoort nog steeds tot de landen waar relatief veel leerlingen uit lagere sociale klassen het goed doen in het onderwijs. Gegevens van de OESO laten echter wel negatieve ontwikkeling in ons land zien.

Het Programme for International Student Assessment (PISA) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft onderzocht hoeveel 15-jarige leerlingen uit gezinnen met een lage sociaal-economische status presteren op niveau 3 op het gebied van lezen, wiskunde en natuurwetenschappen. Niveau 3 betekent onder meer dat ze een tekst goed kunnen begrijpen, wiskundige problemen kunnen oplossen en goed kunnen omgaan met natuurwetenschappelijke onderwerpen.

In 2006 presteerde 38 procent van de Nederlandse leerlingen uit gezinnen met een lage sociaal-economische status op niveau 3. Bij de jongste meting in 2015 was dat gedaald naar 33 procent. Nederland staat op een lijst met 78 onderzochte landen op plaats 10. Als alleen naar Europa wordt gekeken, staat ons land op plaats 3. Alleen Finland en Estland doen het beter dan Nederland, waarbij moet worden opgemerkt dat de situatie met name in het alom bejubelde Finland de afgelopen jaren sterk is verslechterd.

Hoewel het percentage in Nederland is gedaald, noemt de OESO ons land nog steeds ‘academisch veerkrachtig’, in die zin dat de sociaal-economische klasse relatief weinig invloed heeft op de prestaties van leerlingen.

Westerse landen met een sterk verband tussen lage sociaal-economische status en een laag prestatieniveau van leerlingen, zijn onder andere Israël, Luxemburg, Italië en de Verenigde Staten.

Lees meer…

Segregatie grote stad en randgemeenten neemt toe

Veel gezinnen met jonge kinderen verlaten de grote stad. Dat geldt vooral voor gezinnen met een hoger inkomen, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Gezinnen verhuizen vaak als de kinderen nog niet naar school gaan, vooral als ze in een van de vier grote steden wonen. Van de stellen die in 2012 een eerste kind kregen buiten de vier grote steden, verhuisde 14 procent binnen vier jaar naar een andere gemeente. Het vertrek uit de grote steden was twee tot drie keer zo hoog.

Veel gezinnen weg uit Amsterdam

Van de jonge gezinnen in Amsterdam was 40 procent binnen vier jaar na de geboorte van het eerste kind verhuisd naar een andere gemeente, vaak in de buurt van de stad. Uit Utrecht vertrok 34 procent, uit Rotterdam 28 procent en uit Den Haag 27 procent.

Vooral stellen met jonge kinderen die een hoger inkomen hebben, verlaten de grote stad. Als ze minder geld te besteden hebben, blijven ze daar over het algemeen wonen. Het mag duidelijk zijn dat dit gevolgen heeft voor de scholen. In de grote steden zullen die gemiddeld meer kinderen hebben uit minder welgestelde gezinnen dan in randgemeenten.