‘Ziek melden is het nieuwe schoolverzuim’

Het komt steeds vaker voor dat ouders hun schoolgaande kind ten onrechte ziek melden, meldt het Dagblad van het Noorden.

Anna van den Oever, jeugdofficier van justitie bij het parket Noord-Nederland, zegt in de krant dat dit niet alleen in haar regio speelt, maar overal in het land. ‘Ziek melden is de nieuwe vorm van schoolverzuim geworden’, zo citeert het Dagblad van het Noorden haar.

Volgens Van den Oever melden ouders hun kind om diverse redenen onterecht ziek. Dat kan zijn omdat zij een dag eerder op vakantie willen.

‘Maar er zijn ook gevallen waarbij een kind veel verzuimt en de ouders weigeren mee te werken aan een onderzoek door de jeugdarts. Daar kunnen enorme problemen achter schuilgaan. Soms zijn de ouders zelf ziek en laten zij zich door hun kinderen verzorgen, die daardoor te moe zijn om naar school te gaan’, aldus Van den Oever.

Lees meer…

Gezin gaat nat door wintersportfoto’s op Facebook

Foto’s van een wintersportvakantie op Facebook hebben een ouderpaar uit de Noord-Brabantse gemeente Bergeijk een boete van 400 euro opgeleverd.

Het kind van het stel was niet op school, terwijl het geen vakantie was. Het vermoeden bestond dat het gezin op wintersport was. Dat bleek inderdaad het geval: andere ouders tipten de school dat het bewuste gezin op Facebook wintersportfoto’s had geplaatst.

De school gaf dat door aan de leerplichtambtenaar, die het gezin niet thuis trof en daarom een brief achterliet. Toen het gezin weer thuis was, ging de leerplichtambtenaar op huisbezoek. Het luxeverzuim werd toegegeven.

Omdat er in de bewuste schoolweek één studiedag zat, waarop de leerlingen vrij waren, kreeg het gezin een boete voor vier dagen luxeverzuim van in totaal 400 euro, zo heeft de leerplichtambtenaar van de gemeente Bergeijk aan VOS/ABB laten weten.

Minder verzuim, maar we zijn er nog niet

Het aantal leer- of kwalificatieplichtige jongeren dat niet staat ingeschreven bij een school, is vorig jaar aanzienlijk gedaald. Dat staat in een brief van staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer.

Kinderen en leer- of kwaklificatieplichtige jongeren die niet staan ingeschreven bij een school, zijn ‘aboluut verzuimers’. Hun aantal is in het schooljaar 2014-2015 met 11 procent gedaald van 6714 naar 5956 ten opzichte van het schooljaar ervoor.

Uit de gegevens waar Dekker zich op baseert, blijkt dat bij een aanzienlijk deel van de jongeren dat zonder onderwijs thuiszit, het langer dan drie maanden duurt voordat dit probleem is opgelost. ‘Er moet de komende jaren dus nog flinke actie ondernomen worden om in 2020 de doelstelling te bereiken dat geen kind langer dan drie maanden thuiszit zonder een passend onderwijsaanbod’, aldus de staatssecretaris.

Hij signaleert dat er grote verschillen zijn tussen de gemeenten. ‘In de ene gemeente ligt het verzuim vele malen lager dan in de andere. Dat laat zien dat het mogelijk is om op lokaal of regionaal niveau het verschil te maken en daadwerkelijk resultaten te boeken’, zo staat in de brief van Dekker.

Zie ook Cijfers schoolverzuim 2014-2015.

Minder spijbelaars, aantal thuiszitters blijft gelijk

Het aantal spijbelaars in het schooljaar 2013-2014 is aanzienlijk gedaald en de verzuimregistratie van scholen en gemeenten is verbeterd. Dat en meer staat in de leerplichtbrief die staatssecretaris Sander Dekker elk jaar op de Dag van de Leerplicht naar de Tweede Kamer stuurt.

In de brief staat ook dat het aantal jongeren dat thuiszit, stabiel is gebleven. Dat geldt zowel voor het aantal leerlingen dat niet op een school is ingeschreven, als voor het aantal leerlingen dat wel op een school is ingeschreven, maar langer dan vier weken verzuimt.

Dekker schrijft dat hij met gemeenten en samenwerkingsverbanden afspraken gaat maken over het verminderen van het aantal jongeren dat thuiszit en ook over het terugbrengen van de duur van het thuiszitten.

‘Als er niet direct een passend aanbod is, dan moet dat binnen drie maanden alsnog tot stand komen’, aldus de staatssecretaris in de leerplichtbrief 2015.

Met strenge controles meer spijbelaars betrapt

Het aantal spijbelaar in het primair en voortgezet onderwijs in de vier grote steden is veel groter dan werd aangenomen. De geconstateerde toename heeft te maken met strenger toezicht, meldt het Algemeen Dagblad.

Volgens de krant gaat het in Rotterdam om 30 procent meer spijbelaars, terwijl in Den Haag sprake zou zijn van een verdubbeling. De vier grote steden controleren sinds vorig schooljaar intensief op spijbelen.

Het AD schrijft dat het scheve beeld dat jarenlang over spijbelen bestond, vooral te wijten is ‘aan een slechte registratie door scholen’. In Den Haag bijvoorbeeld bleken vorig schooljaar 70 van de 113 onderzochte scholen het verzuimgedrag door leerlingen niet goed te controleren.

‘Wij blijven die scholen net zolang controleren tot alles klopt’, zegt de Haagse onderwijswethouder Ingrid van Engelshoven (D66) in het AD.

Meldprocedure spijbelen voortaan via IB-Groep

Tot nu toe moesten scholen en instellingen voor vo en bve spijbelgedrag (of relatief verzuim) melden aan gemeenten. Dit bleek een knelpunt te zijn bij het terugdringen van voortijdig schoolverlaten. Scholen zaten met he probleem dat leerlingen uit verschillende gemeenten afkomstig zijn, waardoor de meldingen van verzuim een behoorlijke administratieve last werden.

Reden voor staatssecretaris Van Bijsterveldt om de procedure te veranderen. Daartoe is het afgelopen jaar een pilot uitgevoerd bij 18 scholen en 9 gemeenten. Deze pilot is in mei 2008 afgesloten met een evaluatie, waaruit een overwegend positief beeld naar voren kwam. Ook waren er verbeterpunten, waarmee zoveel mogelijk  rekening wordt gehouden.

De positieve uitkomst geeft de staatssecretaris aanleiding om met ingang van 1 augustus 2008 te starten met de landelijke invoering van de uniforme meldprocedure via het digitale loket. Een en ander dient  nog wel wettelijk afgebakend te worden, maar hierop vooruitlopend wordt er wel per 1 augustus 2008 gestart.

Rechts bovenin vindt u de brief van de staatssecretaris met details over de invoering van de nieuwe regeling.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Bijlagen