‘Alle leerlingen twee keer per dag halfuur bewegen’

Scholen moeten hun leerlingen elke dag twee keer een halfuur matig intensief laten bewegen. Dat adviseren de Nederlandse Sportraad, de Onderwijsraad en de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving.

In het advies Plezier in bewegen stellen deze organisaties dat bewegen een vanzelfsprekend onderdeel moet zijn van het onderwijs. Ze stellen ook dat er weliswaar goede voorbeelden zijn van scholen die hun kinderen voldoende laten bewegen, maar ook dat scholen hier over het algemeen te weinig aandacht voor hebben. Dit verschil zou leiden tot kansenongelijkheid.

Het vanzelfsprekend maken van bewegen op scholen – ook buiten de gymles – is daarom nodig’, zo stellen de opstellers van het advies. Ze voegen daaraan toe dat de scholen dit niet in hun eentje hoeven te doen, maar dit mogelijk kunnen maken in samenwerking met de rijksoverheid, de gemeenten en sportverenigingen.

Dwingend advies

Volgens voorzitter Michael van Praag van de Nederlandse Sportraad is een ‘dwingend advies aan de verantwoordelijke ministers’, zo citeert de NOS hem. Hij benadrukt dat kinderen niet alleen gezonder worden als ze meer gaan bewegen, maar ook dat ze daardoor beter gaan leren. Volgens hem is dat wetenschappelijk bewezen.

Van Praag zei bij de NOS ook dat het aan de scholen zelf is om te bepalen hoe ze kinderen meer laten bewegen. ‘We willen niet verplichten dat scholen een bepaald aantal uren per week besteden aan gymles geven’, aldus Van Praag, die dit op Radio 1 verbond aan ‘de vrijheid van onderwijs die we in Nederland hebben’.

Hij zei ook dat de Inspectie van het Onderwijs erop moet gaan toezien dat kinderen onder schooltijd twee keer per dag een halfuur bewegen. Dit moet wat Van Praag betreft in de kerndoelen van het onderwijs worden opgenomen.

Kinderen en ouders zouden meer moeten bewegen

Bijna de helft van de kinderen in de leeftijd van 4 tot 12 jaar en ruim de helft van de ouders beweegt te weinig, blijkt uit de Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor 2017 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). 

Uit de monitor blijkt dat 45 procent van de 4- tot 12-jarige kinderen in 2017 niet aan de Beweegrichtlijnen van de Gezondheidsraad voldeed. Volgens die richtlijnen moeten kinderen zich in deze leeftijd elke dag minimaal 1 uur ten minste matig inspannen, bijvoorbeeld door te fietsen, wandelen of zwemmen.

Ook moeten ze volgens de richtlijn minimaal drie keer per week spier- en botversterkende activiteiten verrichten, zoals springen, dansen en krachttraining. Dat doen nagenoeg alle kinderen wel, zo blijkt uit de monitor.

Ouders bewegen minder

Ouders doen het minder goed dan hun kinderen. Van de volwassenen met minstens één kind in de leeftijd van 4 tot 12 jaar voldeed in 2017 ruim de helft (53 procent) niet aan de Beweegrichtlijnen die zijn opgesteld voor volwassenen.

Personen vanaf 18 jaar moeten volgens deze richtlijnen minstens 150 minuten (2,5 uur) per week, verspreid over diverse dagen, matig intensieve inspanningen en minstens twee keer per week spier- en botversterkende activiteiten verrichten.

Lees meer…

Bewegingsvaardigheid basisschoolleerlingen afgenomen

De bewegingsvaardigheid van basisschoolleerlingen is de afgelopen tien jaar afgenomen, meldt de Inspectie van het Onderwijs.

Onder regie van de inspectie is vorig schooljaar onderzoek gedaan naar de bewegingsvaardigheid van leerlingen in de eindfase van het basis- en speciaal basisonderwijs. In 2006 werd ook onderzoek gedaan.

Het blijkt dat leerlingen minder goed presteren dan in 2006. Uit het onderzoek komt tevens naar voren dat jongens over het algemeen beter scoren dan meisjes. Een ander onderzoeksresultaat is dat de inzet van een vakleerkracht positief effect heeft op de bewegingsvaardigheid van leerlingen.

Download het onderzoeksrapport

 

Slob wil meer bewegingsonderwijs op basisscholen

Onderwijsminister Arie Slob gaat met de PO-Raad ‘aanvullende acties afspreken’ om ervoor te zorgen dat er op de basisscholen meer bewegingsonderwijs wordt gegeven. Dat laat hij weten in reactie op vragen van Tweede Kamerlid (en sportman) Rudmer Heerema van de VVD.

De vragen van Heerema volgden op het Telegraaf-bericht Kinderen klunziger. Daarin stond dat een kwart van de basisschoolleerlingen in Nederland een onvoldoende scoort op bewegingsvaardigheid.

Slob laat in zijn antwoorden weten dat geen goede zaak te vinden. Daarom gaat hij met de sectororganisatie PO-Raad ‘aanvullende acties afspreken’ om er samen voor te zorgen dat er meer bewegingsonderwijs wordt gegeven. Hij geeft in zijn antwoorden niet aan hoe deze aanvullende acties er wat hem betreft uit kunnen uitzien.

De PO-Raad heeft vorig jaar laten weten dat het te duur is om op alle basisscholen een vakleerkracht gym te hebben.

Lees meer…

Pubers verkiezen hangen op de bank boven sporten

Ruim twee derde van de pubers verkiest chillen met vrienden en hangen op de bank boven sporten. Dit blijkt uit de Nationale Puberenquête.

Gemiddeld brengt de helft van de jongeren tussen de 10 en 18 jaar acht uur per dag zittend door. Dat is een slechte zaak, vinden orthopedagoog Mariëlle Beckers en ontwikkelingspsycholoog Sonja Borgsteede van Buro Bloei, dat de enquête uitvoerde.

‘Bewegen voor pubers is zo belangrijk omdat ze daardoor een betere conditie krijgen, meer zelfvertrouwen en doorzettingsvermogen ontwikkelen en minder vatbaar zijn voor stress en depressies. Daarnaast leidt bewegen bij pubers tot betere schoolprestaties’, aldus Beckers en Borgsteede.

Aan de Nationale Puberenquête deden 2000 pubers mee.

Doorgaan met rubbergranulaat ‘experiment op kinderen’

We moeten stoppen met sporten op kunstgrasvelden met rubbergranulaat. Het is bewezen dat die korrels kankerverwekkende stoffen bevatten en daar moet je mensen niet onnodig aan blootstellen. Dat vindt professor Bob Löwenberg van het Erasmus MC in Rotterdam, meldt de NOS.

Hij noemt het doorgaan met sporten op rubbergranulaat ‘een experiment op gezonde mensen’. Löwenberg benadrukt dat niet kan worden gezegd dat kunstgrasvelden met rubbergranulaat veilig zijn.

‘Integendeel, ik denk dat er alle reden is om je ongerust te maken over die kunstgrasvelden. Benzeen veroorzaakt leukemie, lymfeklierkanker en dergelijke. En in de korrels die uitgestrooid worden op de kunstgrasvelden zitten benzeenachtige stoffen. Willen we werkelijk die proef doen op mensen, op kinderen, en er later achter komen dat dit verkeerd was?’

‘Rubbergranulaat voldoet aan strenge normen’

De uitspraken van Löwenberg volgen op de conclusie van de autobandensector (rubbergranulaat wordt gemaakt van oude autobanden). De eerste resultaten van een onderzoek van de Vereniging Band en Milieu en de branchevereniging VACO zijn bekend en daaruit komt naar voren dat het onderzochte rubbergranulaat voldoet aan de geldende Europese wetgeving. ‘De bandenbranche zelf hanteert al een tienmaal striktere norm en ook hieraan voldoen de velden, melden de Vereniging Band en Milieu en de VACO.

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) doet ook onderzoek naar de mogelijke gezondheidsrisico’s van rubbergranulaat op kunstgrasvelden. De resultaten van dat onderzoek worden over enkele weken verwacht.

De ongerustheid over rubbergranulaat volgt op een uitzending van Zembla.

Onderzoeksresultaten kunstgras voor einde dit jaar

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) presenteert nog dit jaar de resultaten van een onderzoek naar mogelijke gezondheidsrisico’s van rubbergranulaat en kunstgras.

Dit meldt de voetbalbond KNVB na overleg met het RIVM, het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) en vertegenwoordigers van de kunstgrasbranche.

Geen paniek over kunstgras!

Tijdens het overleg benadrukte het RIVM nogmaals dat vooralsnog niet verwacht wordt dat het gebruik van rubbergranulaat op kunstgras leidt tot risico’s voor de gezondheid en er dus gewoon op gesport kan worden. Dit geldt dus ook voor scholen die voor sportonderwijs gebruikmaken van kunstgrasvelden.

De onrust over kunstgrasvelden volgt op een uitzending van Zembla over rubberkorrels die mogelijk kankerverwekkend zijn.

RIVM ziet in kunstgrasvelden geen acuut gevaar

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) ziet geen reden om nu te stoppen met sporten op kunstgrasvelden. Dat heeft het instituut laten weten naar aanleiding van de uitzending van Zembla over mogelijke gezondheidsrisico’s van rubbergranulaat dat in kunstgrasvelden is verwerkt. Minister Edith Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft het RIVM desondanks gevraagd met spoed extra onderzoek te doen naar mogelijke risico’s van deze rubberen korrels.

Zembla ging over de Amerikaanse voetbaltrainster Amy Griffin, die sinds 2009 een lijst bijhoudt van voetballers die op kunstgras met rubberkorrels hebben gespeeld en kanker hebben gekregen. Zij vreest dat er een verband is tussen de korrels, die gemaakt zijn van oude autobanden, en de kanker. De lijst telt 230 spelers. In Engeland voert Nigel Maguire, voormalig hoofd van een regionale gezondheidsdienst, campagne voor beter onderzoek naar deze rubberkorrels. Zijn zoon was keeper en kreeg lymfeklierkanker.

Kunstgrasvelden geen acuut gevaar

Iedere dag sporten kinderen op kunstgrasvelden met rubbergranulaat. Ook scholen maken er gebruik van. In Nederland liggen bijna 2000 van deze velden. De korrels zorgen ervoor dat het veld dezelfde eigenschappen heeft als een natuurgrasveld, met als bijkomend voordeel dat het bijna altijd bespeelbaar is. Maar de rubberkorrels bevatten zink, lood en benzeen en verschillende polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s). Deze stoffen kunnen kanker veroorzaken.

Het RIVM meldt dat op basis van de bestudeerde informatie niet wordt verwacht dat de toepassing van rubbergranulaat op kunstgras zal leiden tot risico’s voor de gezondheid. ‘Er is nu geen reden om te stoppen met sporten op deze velden, zo meldt het instituut. Het RIVM erkent wel dat er PAK’s uit rubbergranulaat kunnen vrijkomen, maar er zouden geen aanwijzingen zijn dat dit leidt tot gezondheidsrisico’s.

Douchen en schone kleren

Desondanks adviseert het RIVM om kinderen niet te laten spelen met rubberkorrels van een kunstgrasveld. Ook wordt aangeraden om kinderen na het sporten te laten douchen. Ook moeten ze schone kleren aantrekken die niet in contact zijn geweest met rubbergranulaat.

Minister Edith Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft het RIVM gevraagd met spoed extra onderzoek te doen. Hiervoor zullen 50 tot 100 velden actief bemonsterd worden. Het European Chemical Agency doet in opdracht van de Europese Commissie onderzoek doet naar de risico’s van rubbergranulaat. De uitkomsten hiervan worden begin 2017 verwacht.

Daily Mile: goed in je vel, geconcentreerd in de les

Schaatser Erben Wennemars en de Rotterdamse sportwethouder Adriaan Visser hebben woensdagochtend op openbare basisschool De Toermalijn in Rotterdam-Charlois het officiële startschot gegeven voor The Daily Mile Nederland.

De Daily Mile komt overwaaien uit Groot-Brittannië. Het is een initiatief om kinderen elke dag met de klas een kwartier te laten rennen. In die tijd kan ongeveer een mijl – ruim anderhalve kilometer – worden afgelegd.

Daily Mile: fitter en geconcentreerder in de les

De gedachte achter de Daily Mile is dat kinderen die elke dag rennen zich fitter voelen, hun conditie opbouwen en ook meer geconcentreerd zijn in de les doordat ze zich beter in hun vel voelen.

The Daily Mile perfect past bij de campagne Gratis Bewegen: gewoon doen! van JOGG.

Elders in het land zijn al verscheidene basisscholen die de Daily Mile lopen.

Rinda den Besten bestuurslid NOC*NSF

Leden van NOC*NSF hebben ingestemd met de benoeming van voorzitter Rinda den Besten van de PO-Raad tot bestuurslid van de nationale sportkoepel.

Met de bestuursfunctie bij NOC*NSF hoopt Den Besten ‘de werelden van het onderwijs en de sport nog beter met elkaar te kunnen verbinden en het mogelijk te maken dat iedereen aan sport kan meedoen’. De PO-Raad meldt dat het een onbezoldigde functie is.

De leden van NOC*NSF hebben ook ingestemd met de benoeming van Raymon Blondel tot bestuurslid. Hij volgt Wim Ludeke op, die bestuursvoorzitter is van De Onderwijsspecialisten. Ludeke is ook bestuurslid van de PO-Raad.

Lees meer…

Voorzitter PO-Raad wordt bestuurslid NOC*NSF

Voorzitter Rinda den Besten van de PO-Raad is voorgedragen als bestuurslid van de sportkoepel NOC*NSF.

Leden van NOC*NSF stemmen op 9 mei of Den Besten officieel deel zal gaan uitmaken van het zeven leden tellende bestuur. De PO-Raad meldt dat deze functie onbezoldigd is.

Met de bestuursfunctie bij NOC*NSF hoopt Den Besten ‘de werelden van het onderwijs en de sport nog beter met elkaar te kunnen verbinden en het mogelijk te maken dat iedereen aan sport kan meedoen’.

Als leden van NOC*NSF ermee instemmen, wordt Den Besten binnen de sportkoepel de opvolger van Wim Ludeke. Hij is bestuursvoorzitter van De Onderwijsspecialisten en tevens bestuurslid van de PO-Raad.

Meer maatwerk in speciale omstandigheden

Voor kinderen die vanwege een lichamelijke of psychische reden tijdelijk of gedeeltelijk niet naar school kunnen, wordt het mogelijk af te wijken van de voorgeschreven onderwijstijd. Ook wordt het voor deze groep mogelijk op een andere plaats dan de school onderwijs te volgen. Dat staat in een brief van staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer.

De brief van Dekker hoort bij het rapport Onderwijs op een andere locatie dan de school, dat eveneens naar de Tweede Kamer is gestuurd. De brief en het rapport gaan ook in op verruimende maatregelen voor sportieve en culturele talenten in het primair onderwijs, over onderwijs op afstand aan leerlingen die tijdelijk in het buitenland verblijven en over strikte kwaliteitsvoorwaarden die Dekker aan thuisonderwijs stelt.

Lichamelijke of psychische redenen
Wat de leerlingen betreft die vanwege lichamelijke of psychische redenen tijdelijk of gedeeltelijk niet naar school kunnen, merkt Dekker in zijn brief op dat er voor hen meer maatwerk nodig is. Zo moet het mogelijk worden op een andere locatie dan de school onderwijs te volgen. Dit moet leiden tot minder ‘thuiszitters’.

‘De school maakt hierover afspraken met de ouders (…). Daarbij kan sprake zijn van bijvoorbeeld inkoop van materiaal voor afstandsonderwijs of de inhuur van specifieke expertise’, zo staat in de brief. Dekker wijst in dit kader op de verantwoordelijkheid van de scholen die voortvloeit uit passend onderwijs.

In het verlengde hiervan worden de Wet op het primair onderwijs (WPO) en de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) aangepast om, net als in het speciaal onderwijs al geregeld is, meer mogelijkheden te hebben om af te wijken van de voorgeschreven onderwijstijd in het reguliere onderwijs. De scholen kunnen hierover afspraken maken met de Inspectie van het Onderwijs, die toeziet op de uitvoering ervan.

Sport en cultuur
Voor kinderen met een bijzonder talent op het gebied van sport of cultuur komen er ruimere mogelijkheden om onder schooltijd bijvoorbeeld wedstrijden, concoursen, trainingen en repetities bij te wonen. Deze maatregelen hebben betrekking op leerlingen met een talentenstatus van de sportkoepel NOC*NSF, leerlingen uit de groepen 7 en 8 met een dans- of muziektalent die zijn aangenomen op een DAMU-school (DAns en MUziek) en op kinderen die meedoen aan specifieke uitvoeringen.

‘School en ouders maken maatwerkafspraken over hoe zij ervoor zorgen dat de jongere aan het eind van de basisschool de kerndoelen behaalt. In de maatwerkafspraken kunnen school en ouders bijvoorbeeld afspreken dat de leerling alternatieve opdrachten maakt of op een andere locatie onderwijs krijgt’, schrijft Dekker. Het is de school die bepaalt, benadrukt hij. Het maken van maatwerkafspraken wordt volgens hem geen recht voor de ouders.

In het voortgezet onderwijs zijn volgens de staatssecretaris nu al voldoende mogelijkheden voor sport- en cultuurtalenten.

Buitenland
Voor kinderen van reizende ouders wordt het mogelijk dat zij zowel in het primair als in het voortgezet onderwijs een periode van maximaal zes maanden fulltime afstandsonderwijs kunnen volgen. Het gaat hier bijvoorbeeld om situaties waarin leerlingen tijdelijk in het buitenland verblijven vanwege werk van hun ouders of om een wereldreis te maken.

‘Het is technisch goed mogelijk op reis het onderwijs vorm te geven en contact met school te onderhouden. Zodoende kan de school begeleiding bij het onderwijs bieden en de voortgang monitoren’, meldt Dekker.

Thuisonderwijs
Ten slotte gaat de staatssecretaris in zijn brief in op thuisonderwijs. Dit moet aan strikte kwaliteitseisen voldoen. ‘Ouders dienen bij de leerplichtambtenaar een verzoek in om thuisonderwijs te mogen geven en maken een plan hoe zij dit onderwijs willen vormgeven. De leerplichtambtenaar vraagt de inspectie om haar oordeel over het onderwijsplan. De inspectie meldt de leerplichtambtenaar of de kwaliteit van het (voorgenomen) thuisonderwijs voldoende is om aan de Leerplichtwet te voldoen. Dit doet de inspectie door het door de ouders opgestelde onderwijsplan te beoordelen.’

Wie thuisonderwijs wil geven, moet minimaal een opleiding op hbo-niveau hebben behaald, beschikken over aantoonbare pedagogisch-didactische bekwaamheid en een Verklaring Omtrent het Gedrag overleggen.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Welke school is sportiefste van Nederland?

Scholen voor voortgezet onderwijs kunnen zich aanmelden voor de verkiezing Sportiefste School van Nederland.

Om het jaar wordt de verkiezing gehouden voor respectievelijk basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs. Dit schooljaar is het voortgezet onderwijs aan de beurt.

De verkiezing is een initiatief van Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding (KVLO) in samenwerking met sportkoepel NOC*NSF. De KVLO wil hiermee een kwaliteitsimpuls geven aan bewegingsonderwijs en sport.

Scholen voor voortgezet onderwijs kunnen zich tot 20 februari online aanmelden. De winnaars worden op 7 april bekendgemaakt.

Lees meer…

Kinderen actiever als juf meedoet met tikkertje

Bewegingswetenschapper Mirka Janssen adviseert om schoolpleinen zo in te richten dat álle kinderen de ruimte krijgen om te spelen. Ook geeft zij de tip aan meesters en juffen om mee te doen met de kinderen. ‘Zo wordt iedereen nóg enthousiaster’, aldus Janssen die aan het VU medisch centrum (VUmc) in Amsterdam promoveert op een onderzoek naar het programma PLAYgrounds.

Met PLAYgrounds, dat door het VUmc en de Hogeschool van Amsterdam is ontwikkeld, verdubbelde het percentage basisschoolleerlingen dat voldoende beweegt tijdens het speelkwartier. Uit het promotieonderzoek van Janssen blijkt verder dat vooral de meisjes en oudere basisschoolleerlingen door dit schoolpleinprogramma actiever worden.

PLAYgrounds richt zich op twee zaken: het fysiek aanpassen van het schoolplein en het gebruik van het schoolplein zelf, dat wordt ingedeeld in speelvelden. Dit voorkomt bijvoorbeeld dat voetballende kinderen het plein grotendeels overnemen. Aangepaste pauzeroosters zorgen ervoor dat er minder kinderen tegelijkertijd naar buiten gaan en er zo meer ruimte is om te spelen tijdens de pauze.

De leerkrachten krijgen in PLAYgrounds een actievere rol. Hun wordt gevraagd de kinderen aan te moedigen en af en toe zelf mee te doen aan de activiteiten. Dit blijkt een positief effect te hebben op het beweeggedrag van de kinderen.

Lees meer…

Welke school is de sportiefste van Nederland?

Scholen voor voortgezet onderwijs kunnen zich tot 19 maart inschrijven voor de wedstrijd ‘Sportiefste school van Nederland’.

De verkiezing van de sportiefste school van Nederland wordt jaarlijks om en om georganiseerd voor het primair respectievelijk voortgezet onderwijs. Dit jaar is het voortgezet onderwijs aan de beurt.

De wedstrijd is een initiatief van de Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding (KVLO), die hiervoor samenwerkt met de olympische koepelorganisatie NOC*NSF, de gemeente Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam.

Alle scholen uit het voortgezet onderwijs kunnen aan de wedstrijd deelnemen. Doelstelling ervan is om een kwaliteitsimpuls te geven aan het programma voor bewegen en sport in het onderwijs.

De verkiezing van de sportiefste vo-school van Nederland is op 21 mei. De prijzen in de vorm van waardecheques ter waarde van in totaal 7000 euro worden beschikbaar gesteld door Bosan Sportinstallatie en de Janssen-Fritsen Group Nederland.

Sporten (niet) gezond: steeds meer blessures

In 2011 moesten 7000 kinderen naar de spoedeisende hulp van een ziekenhuis nadat ze tijdens het bewegingsonderwijs een blessure hadden opgelopen. Het totale aantal sportblessures bij negen- tot twaalfjarigen is in zes jaar tijd met 50 procent toegenomen. Dit meldt Veiligheid.NL.

Het bewegingsonderwijs op de basisscholen staat op de tweede plaats als wordt gekeken naar het aantal sportblessures bij kinderen van 9 tot 12 jaar. Op de eerste plaats staat voetbal met in 2011 8500 sportblessures.

De sterke stijging van het aantal sportblessures komt volgens onderzoek door het VU Medisch Centrum in Amsterdam doordat kinderen minder zijn gaan bewegen, waardoor hun motorische vaardigheden slechter zijn geworden. Dit leidt volgens de onderzoekers tot een grotere kans op ernstig letsel, bijvoorbeeld door een val tijdens het bewegingsonderwijs.

Daarom is het belangrijk, zo stelt Veiligheid.NL, om kinderen te trainen in sportieve basisvaardigheden, zoals motoriek, spierkracht en lenigheid.

In reactie op de onderzoeksresultaten, heeft Johan Cruijff laten weten dat hij samen met een aantal sportcoryfeeën het onderwijs wil helpen om de Nederlandse schooljeugd structureel in beweging te krijgen. Hij zei dat in KRO Brandpunt.

Obs Springbok in Den Haag is sportiefste school

Openbare basisschool De Springbok in Den Haag is uitgeroepen tot de sportiefste basisschool van Nederland.

De jaarlijkse verkiezing is een initiatief van sportkoepel NOC*NSF en de Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding (KVLO). De winnaar is de basisschool met het meest vooruitstrevende beleid op het gebied van bewegen.

De jury prijst De Springbok om het feit dat zij tijdens en na schooltijd leerlingen sportactiviteiten aanbiedt en projectmatig aandacht besteedt aan gezond leven. Zes op de tien leerlingen van de Haagse winnaar sporten buiten schooltijd bij een sportclub.

Netwerken Sport en Bewegen in de Buurt

In april zijn er verspreid over het land Lerende Netwerken Sport en Bewegen in de Buurt.

Deze bijeenkomsten zijn bedoeld om mensen bij elkaar te brengen die zich binnen en/of buiten het onderwijs bezighouden met sport en bewegen. Deelname is gratis.

Alle informatie staat op de website van het programma Sport en Bewegen in de Buurt.