Eerste Kamer akkoord met halvering collegegeld

De Eerste Kamer heeft unaniem ingestemd met het wetsvoorstel voor een halvering van het collegegeld. De halvering geldt voor nieuwe studenten aan hogescholen en universiteiten. Wie een lerarenopleiding gaat volgen, betaalt ook in het tweede jaar de helft van het reguliere collegegeld.

Het wetsvoorstel komt van minister Ingrid van Engelshoven van OCW. Zij denkt dat de halvering van het collegegeld meer leerlingen doet besluiten om te gaan studeren.

Het besluit om nieuwe studenten van lerarenopleidingen ook in hun tweede jaar de helft van het collegegeld te laten betalen, is een maatregel tegen het oplopende lerarentekort.

Tot lerarenopleidingen behoren:

  • opleiding tot leraar basisonderwijs (pabo – bacheloropleiding)
  • opleiding tot leraar voortgezet onderwijs of mbo in de tweede graad (bacheloropleiding)
  • opleiding tot leraar voortgezet onderwijs in de eerste graad (masteropleiding)

De halvering van het collegegeld betekent dat studenten in hun eerste jaar 1030 euro betalen in plaats van 2060 euro. Voor studenten aan lerarenopleidingen geldt dat dus ook in het tweede jaar.

De maatregel heeft alleen betrekking op nieuwe studenten die in of na het studiejaar 2018-2019 beginnen.

Lees meer…

‘Media voorbarig over effect toelatingseisen pabo’

De media zijn voorbarig als zij stellen dat de strengere toelatingseisen voor de pabo niet leiden tot betere leraren. Dat zegt onderwijsminister Arie Slob in antwoord op Kamervragen.

De vragen van PvdA-Kamerlid Kirsten van den Hul volgden op onder andere een artikel in Trouw met de kop ‘Toelatingstoetsen zorgen niet voor betere leraar’. De krant baseerde zich op het onderzoek Onderwijs aan het werk 2018 en uitspraken van hoogleraar Frank Cörvers, die zich specifiek richt op de onderwijsarbeidsmarkt.

Slob wijst er in zijn antwoorden op dat het een onderzoek betreft naar meerjarige trends van in- en doorstroom van studenten aan de lerarenopleidingen. In het onderzoek wordt onder andere geconstateerd dat de gemiddelde vo-examencijfers van de studenten die in 2015 aan de pabo begonnen – het jaar dat de toelatingseisen werden ingevoerd – niet hoger waren dan het eindexamencijfer van studenten die in 2006 startten.

‘Op basis van deze gegevens is (…) geconcludeerd dat de toelatingseisen niet het gewenste effect hebben gehad. Deze conclusie vind ik voorbarig. Met de invoering van de (…) vooropleidingseisen is beoogd dat studenten die beginnen aan de pabo-opleiding over voldoende basiskennis beschikken (…). Een direct verband tussen het vo-eindexamencijfer en deze basiskennis (…) is er niet’, aldus Slob.

Lees meer…

Hoogleraar Frank Cörvers laat via Twitter in reactie op de stelling van Slob weten dat de invoering van de toelatingstoetsen voorbarig was.

Minder havisten gaan studeren sinds invoering leenstelsel

Sinds de invoering van het leenstelsel voor studenten in 2015 is de doorstroom van havo naar hbo licht gedaald, terwijl de doorstroom van vwo naar universiteit vrijwel gelijk bleef, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De doorstroom van havo naar hbo steeg van 2007 tot 2015, toen het oude stelsel van studiefinanciering nog bestond. De sterkste stijging deed zich voor 2013 en 2014. Na de invoering van het leenstelsel daalde de doorstroom van havo naar hbo. Meer jongeren kiezen sindsdien voor een tussenjaar of gaan werken.

Ook het percentage vwo’ers dat aan een universiteit ging studeren nam toe in de periode 2007–2015. De sterkste toename vond plaats in 2014. In tegenstelling tot de doorstroom van havo naar hbo nam de doorstroom van vwo naar universiteit nauwelijks af na de invoering van het leenstelsel.

Lees meer…

Aantal eerstejaars op pabo’s neemt toe

De pabo’s trekken meer studenten, meldt de NOS op basis van cijfers van de hogescholen.

Vorig jaar waren er 6144 eerstejaarsstudenten, dit jaar 6610.  Dat is een toename van 7,6 procent. Dat niet niet genoeg om het eerder verwachte tekort aan basisschoolleraren op te lossen. In 2020 wordt een tekort van ruim 4000 leraren verwacht. Dat tekort zal in 2025 waarschijnlijk zijn gegroeid 10.000.

De PO-Raad zegt tegen de NOS dat de basisscholen het op de korte termijn moeten hebben van zij-instromers en van oudere leraren die besluiten om voorlopig niet met pensioen te gaan.

Numerus fixus houdt examenkandidaat niet tegen

De 91 opleidingen in het hoger onderwijs met een numerus fixus zijn dit jaar massaal overtekend, meldt de Telegraaf. De krant baseert zich op gegevens van Studiekeuze123, een website met informatie over opleidingen van hogescholen en universiteiten.

Het blijkt dat er 46.542 aanmeldingen zijn voor opleidingen waarvoor een maximumaantal toelatingen geldt, terwijl er bij die studies plaats is voor 19.608 studenten. Daarbij moet wel worden aangetekend dat aankomend studenten zich voor meer dan één studie kunnen aanmelden.

IBA populairste studie met numerus fixus

De Engelstalige opleiding International Business Administration aan de Erasmus Universiteit Rotterdam mag zich volgens de Telegraaf met 2299 aanmeldingen de meest gewilde universitaire studie noemen. Er is plaats voor 575 eerstejaarsstudenten.

Andere populaire studies met een numerus fixus zijn geneeskunde met in totaal 8404 aanmeldingen (vorig jaar 3865), terwijl er aan de universiteiten die deze studie aanbieden slechts 2785 plaatsen beschikbaar zijn. Diergeneeskunde aan de Universiteit Utrecht is met een verdubbeling van het aantal aanmeldingen tot 1043 ten opzichte van vorig jaar ook zeer in trek. Er worden maar 225 studenten toegelaten.

In het hoger beroepsonderwijs staat de opleiding Fashion & Textile Technologies van de Hogeschool van Amsterdam op nummer 1 met 1290 aanmeldingen, terwijl er plaats is voor 410 studenten.

Motivatie en prestaties

Centrale loting voor opleidingen met een numerus fixus bestaat niet meer. Aspirant studenten die zich voor een dergelijke opleiding hebben aangemeld, moeten door een selectieproces. Daarbij wordt gekeken naar persoonlijke motivatie en prestaties.

Lees meer…

Pabo weer in trek, minder vwo’ers naar hbo

De instroom op de pabo heeft zich in het huidige studiejaar gedeeltelijk hersteld, maar het aantal vwo’ers dat naar het hbo gaat, blijft dalen. Dat meldt de Vereniging Hogescholen.

Na de krimp van 32 procent van vorig studiejaar door invoering van nieuwe toelatingseisen, is de instroom dit jaar toegenomen met 8,2 procent. De instroom is volgens de Vereniging Hogescholen echter nog steeds slechts de helft van de pabo-instroom in 2006. Dit studiejaar startten 4200 studenten met de pabo.

In het gehele hoger beroepsonderwijs is de instroom in het huidige studiejaar met 5,1 procent gegroeid ten opzichte van 2015-2016. Daarmee is het niveau van de instroom nog steeds lager dan in de jaren voor invoering van het studievoorschot. Het gedeeltelijke herstel van de instroom doet zich voor bij alle sectoren, behalve bij sociale studies.

De Vereniging Hogescholen meldt verder een blijvende daling van het aantal vwo’ers dat naar het hbo gaat. Dat aantal is dit studiejaar met 5 procent gedaald, terwijl het aantal vwo’ers dat naar de universiteit gaat met 5 procent is toegenomen, zo staat in een brief aan de Tweede Kamer van minister Jet Bussemaker van OCW.

Zij meldt ook dat het totale aantal studenten in het hbo en aan de universiteiten weer toeneemt, zoals zij na de invoering van het studievoorschot al had verwacht.

Massale uitval van mbo’ers die naar de pabo gaan

Bijna de helft van de pabo-studenten uit het mbo haakt in het eerste jaar af. Dat meldt de Vereniging Hogescholen.

In lijn met het beeld van de afgelopen 10 jaar vielen ook in 2012-2013 studenten met een mbo-achtergrond in het eerste jaar het vaakst uit. De gemiddelde uitval bedroeg in deze groep 21,5 procent. Onder studenten met een havo- of vwo- achtergrond waren de uitvalpercentages 11,6 respectievelijk 5,2 procent.

Bij de pabo zijn de percentages studenten die in het eerste jaar van studie wisselen of uitvallen hoger dan het gemiddelde. Ruim 23 procent van de pabo-studenten wisselt na het eerste jaar en nog eens ruim 15 procent valt af.

Evenals eerdere jaren is er een groot verschil in uitval tussen pabo-studenten met een havo- of vwo-achtergrond enerzijds en mbo-studenten anderzijds. Onder havo- en vwo-studenten is de uitval 10,8 respectievelijk 6,5 procent. Onder pabo-studenten uit het mbo is dat 24,5 procent.

Dit laatste percentage opgeteld bij de 22,7 procent ‘wisselaars mbo’ laat zien dat ruim 47 procent van de pabo’ers uit het mbo het eerste jaar niet haalt.