Brieven tegen renteverhoging hebben gewenste effect

De brieven uit het voortgezet onderwijs tegen een hogere rente op studieschulden, hebben het gewenste effect: de renteverhoging gaat waarschijnlijk niet door.

De persoonlijke brieven van 75 leerlingen waren gericht aan de 75 leden van de Eerste Kamer. Zij debatteerden dinsdag over de verhoging van de rente op studieschulden. Het blijkt dat daar in de Senaat onvoldoende steun voor is. Het lijkt er nu sterk op dat de renteverhoging niet doorgaat.

De brievenactie was een initiatief van leerlingen uit het hele land. De actie kreeg steun van het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS) en het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO).

Volgens het kabinet is het nodig om binnen het leenstelsel voor studenten meer rente te rekenen om zo de overheidsfinanciën binnen de perken te houden. De tegenstanders stellen dat door een hogere rente de studieschulden uit de pan zouden rijzen. Dat zou de toegankelijkheid van het hoger onderwijs verder onder druk zetten.

Leerlingen tegen hogere rente studieschulden

Leerlingen uit het voortgezet onderwijs dringen er bij de Eerste Kamer op aan de voorgenomen verhoging van de rente op studieschulden tegen te houden.

Alle 75 senatoren hebben een persoonlijke brief van 75 leerlingen uit havo 4 of vwo 5 gekregen. De afzenders vinden het niet rechtvaardig om vier jaar na de invoering van het leenstelsel ‘jongeren te belasten met nog een hogere rente’.

Voorzitter Jordy Klaas van het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS) hierover: ‘Voor scholieren is dit voorstel weer een verhoging van de drempel om te gaan studeren wat en waar je wil’.

Voorzitter Tom van den Brink van het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) zegt dat ‘een jonge generatie een nog hogere schuldenberg’ tegemoet gaat als de Eerste Kamer instemt met een verhoging van de rente op studieschulden.

Lees meer…

 

Minder havisten gaan studeren sinds invoering leenstelsel

Sinds de invoering van het leenstelsel voor studenten in 2015 is de doorstroom van havo naar hbo licht gedaald, terwijl de doorstroom van vwo naar universiteit vrijwel gelijk bleef, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De doorstroom van havo naar hbo steeg van 2007 tot 2015, toen het oude stelsel van studiefinanciering nog bestond. De sterkste stijging deed zich voor 2013 en 2014. Na de invoering van het leenstelsel daalde de doorstroom van havo naar hbo. Meer jongeren kiezen sindsdien voor een tussenjaar of gaan werken.

Ook het percentage vwo’ers dat aan een universiteit ging studeren nam toe in de periode 2007–2015. De sterkste toename vond plaats in 2014. In tegenstelling tot de doorstroom van havo naar hbo nam de doorstroom van vwo naar universiteit nauwelijks af na de invoering van het leenstelsel.

Lees meer…

Numerus fixus houdt examenkandidaat niet tegen

De 91 opleidingen in het hoger onderwijs met een numerus fixus zijn dit jaar massaal overtekend, meldt de Telegraaf. De krant baseert zich op gegevens van Studiekeuze123, een website met informatie over opleidingen van hogescholen en universiteiten.

Het blijkt dat er 46.542 aanmeldingen zijn voor opleidingen waarvoor een maximumaantal toelatingen geldt, terwijl er bij die studies plaats is voor 19.608 studenten. Daarbij moet wel worden aangetekend dat aankomend studenten zich voor meer dan één studie kunnen aanmelden.

IBA populairste studie met numerus fixus

De Engelstalige opleiding International Business Administration aan de Erasmus Universiteit Rotterdam mag zich volgens de Telegraaf met 2299 aanmeldingen de meest gewilde universitaire studie noemen. Er is plaats voor 575 eerstejaarsstudenten.

Andere populaire studies met een numerus fixus zijn geneeskunde met in totaal 8404 aanmeldingen (vorig jaar 3865), terwijl er aan de universiteiten die deze studie aanbieden slechts 2785 plaatsen beschikbaar zijn. Diergeneeskunde aan de Universiteit Utrecht is met een verdubbeling van het aantal aanmeldingen tot 1043 ten opzichte van vorig jaar ook zeer in trek. Er worden maar 225 studenten toegelaten.

In het hoger beroepsonderwijs staat de opleiding Fashion & Textile Technologies van de Hogeschool van Amsterdam op nummer 1 met 1290 aanmeldingen, terwijl er plaats is voor 410 studenten.

Motivatie en prestaties

Centrale loting voor opleidingen met een numerus fixus bestaat niet meer. Aspirant studenten die zich voor een dergelijke opleiding hebben aangemeld, moeten door een selectieproces. Daarbij wordt gekeken naar persoonlijke motivatie en prestaties.

Lees meer…

Meisjes kiezen minder vaak voor studeren dan jongens

Meisjes met een havo- of vwo-diploma melden zich het minst vaak (direct) voor een nieuwe studie. Zij kiezen ook minder vaak voor de hoogst mogelijke vervolgstudie, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In het schooljaar 2014-2015 behaalden bijna 180.000 leerlingen een diploma in het voortgezet onderwijs. Van hen ging ongeveer 92 procent in het volgende schooljaar een vervolgopleiding doen. Bijna alle geslaagden uit het vmbo startten na de zomer direct met een nieuwe studie.

Van de havo-leerlingen die vorig jaar hun diploma ontvingen, is meer dan driekwart gaan studeren in het hoger beroepsonderwijs. Jongens kozen vaker dan meisjes voor het hbo. Meisjes stopten vaker dan jongens na de havo. Bijna 16 procent van de meisjes met een havo-diploma meldde zich niet (direct) aan voor een nieuwe studie.

Jongens met een vwo-diploma gingen vaker naar wetenschappelijk onderwijs dan meisjes. Driekwart van de gediplomeerde vwo-leerlingen ging vorig jaar studeren aan de universiteit. Jongens maakten die overstap iets vaker dan meisjes.

Lees meer…

Meer meisjes kiezen bètastudie

Meisjes kiezen na het voortgezet onderwijs vaker voor een bètatechnische studie in het hbo of op de universiteit.

Uit cijfers van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) blijkt dat het aantal nieuwe vrouwelijke studenten aan een bètatechnische hbo-studie dit collegejaar met 20 procent is toegenomen ten opzichte van het vorige collegejaar.

Het aantal vrouwelijke bètastudenten in het hbo is nog steeds minder groot dan het aantal mannelijke studenten, maar vertoont een sterkere groei dan de 5 procent die te zien is bij het aantal nieuwe mannelijke studenten dat in het hbo voor bètatechniek kiest.

Op de universiteiten ligt het aantal vrouwelijke bètatechniekstudenten bijna 15 procent hoger dan in het vorige collegejaar.