Brief vernieuwing toezicht naar Tweede Kamer

Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW geven in een brief aan de Tweede Kamer aan wat het nieuwe toezicht van de inspectie voor het primair en voortgezet onderwijs gaat betekenen.

‘Het nieuwe toezichtbeleid heeft belangrijke implicaties voor besturen en scholen. Zo worden besturen (…) het eerste aanspreekpunt voor de inspectie’, aldus Bussemaker en Dekker in hun brief. Er zal in het funderend onderwijs bovendien selectiever worden gekeken naar de onderliggende scholen.

Ze geven ook aan dat er een duidelijk onderscheid komt tussen de waarborgfunctie van het toezicht en de rol van de toezichthouder in het stimuleren van de kwaliteit. Dit betekent volgens de minister en de staatssecretaris onder meer dat de inspectie over aspecten van onderwijskwaliteit en kwaliteitsbeleid de dialoog met de schoolbesturen zullen aangaan.

Nieuwe toezicht bevordert kansengelijkheid

Het nieuwe toezicht zal volgens hen de kansengelijkheid in het onderwijs moeten bevorderen. ‘We hechten eraan dat alle kinderen – ongeacht het opleidingsniveau van hun ouders – toegang hebben tot goede en excellente scholen en zodoende gelijke kansen krijgen’, aldus Dekker en Bussemaker.

Het voornemen is om het vernieuwde toezicht in te voeren per 1 augustus 2017.

Lees de brief van Dekker en Bussemaker

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Raad van State wil twee toezichtkaders inspectie

De Raad van State adviseert om de Inspectie van het Onderwijs voortaan twee toezichtkaders te laten hanteren: één met daarin het beleid ten aanzien van de uitleg en toepassing van de wet, en een ander waarin de inspectie beschrijft over welke indicatoren zij beschikt om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren.

Dit advies van de Raad van State volgt op een een initiatiefwetsvoorstel van het SGP-Tweede Kamerlid Roelof Bisschop, dat mede is ingediend namens het CDA en D66.

Bisschop wil de Wet op het onderwijstoezicht wijzigen om de vrijheid van onderwijs beter te beschermen. Hij wil dat doen door een aantal beperkingen op de onderwijsvrijheid weg te nemen. Het gaat hem niet om de beperkingen die op grond van onderwijswetten aan scholen worden gesteld op het gebied van goed onderwijs, maar om beperkingen die voortvloeien uit de door de inspectie gehanteerde wettelijke kwaliteitsaspecten.

De Raad van State noemt het initiatief van Bisschop ‘een stap in de goede richting’, omdat er nu bij de scholen vaak onduidelijkheid is over het onderscheid tussen wettelijke deugdelijkheidseisen enerzijds en door de inspectie gehanteerde kwaliteitsaspecten anderzijds. Daardoor weten scholen soms niet waaraan zij moeten voldoen. Ook kunnen zij zich volgens de Raad van State in de huidige situatie onvoldoende verweren tegen de kwaliteitsoordelen van de inspectie.

Maar het adviesorgaan van de regering plaatst ook kanttekeningen. De raad vindt dat het wetsvoorstel niet ver genoeg gaat en dat er scherpere keuzes kunnen worden geformuleerd. Zo wordt geadviseerd om de Inspectie van het Onderwijs voortaan twee toezichtkaders te laten hanteren: één met daarin het beleid ten aanzien van de uitleg en toepassing van de wet, en een ander waarin de inspectie beschrijft over welke indicatoren zij beschikt om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren.

Lees de volledige reactie van de Raad van State op het initiatiefwetsvoorstel.