‘Media voorbarig over effect toelatingseisen pabo’

De media zijn voorbarig als zij stellen dat de strengere toelatingseisen voor de pabo niet leiden tot betere leraren. Dat zegt onderwijsminister Arie Slob in antwoord op Kamervragen.

De vragen van PvdA-Kamerlid Kirsten van den Hul volgden op onder andere een artikel in Trouw met de kop ‘Toelatingstoetsen zorgen niet voor betere leraar’. De krant baseerde zich op het onderzoek Onderwijs aan het werk 2018 en uitspraken van hoogleraar Frank Cörvers, die zich specifiek richt op de onderwijsarbeidsmarkt.

Slob wijst er in zijn antwoorden op dat het een onderzoek betreft naar meerjarige trends van in- en doorstroom van studenten aan de lerarenopleidingen. In het onderzoek wordt onder andere geconstateerd dat de gemiddelde vo-examencijfers van de studenten die in 2015 aan de pabo begonnen – het jaar dat de toelatingseisen werden ingevoerd – niet hoger waren dan het eindexamencijfer van studenten die in 2006 startten.

‘Op basis van deze gegevens is (…) geconcludeerd dat de toelatingseisen niet het gewenste effect hebben gehad. Deze conclusie vind ik voorbarig. Met de invoering van de (…) vooropleidingseisen is beoogd dat studenten die beginnen aan de pabo-opleiding over voldoende basiskennis beschikken (…). Een direct verband tussen het vo-eindexamencijfer en deze basiskennis (…) is er niet’, aldus Slob.

Lees meer…

Hoogleraar Frank Cörvers laat via Twitter in reactie op de stelling van Slob weten dat de invoering van de toelatingstoetsen voorbarig was.

Inspectie weerspreekt beschuldiging van afstraffen

De Inspectie van het Onderwijs doet niet aan afstraffen, maar controleert of de resultaten van scholen voldoen aan wettelijk gestelde eisen. Dat zegt woordvoerder Jan-Willem Swane naar aanleiding van een artikel in Trouw.

In het artikel komt bestuurder Wilfred de Vries van de protestants-christelijke Harmpje Visserschool op Urk aan het woord. Hij vertelt dat deze school mogelijk als zwak wordt bestempeld door de inspectie, omdat de gemiddelde toetsresultaten omlaag gaan.

De school op Urk heeft sinds de invoering van passend onderwijs tientallen leerlingen uit het speciaal onderwijs opgenomen. Zij scoren over het algemeen laag. ‘Vorig jaar kregen we een onvoldoende voor de eindresultaten en dat zal dit jaar weer gebeuren. Dan heb ik straks ineens een zwakke school’, aldus De Vries.

Afstraffen

In het artikel in Trouw komt ook voorzitter Petra van Haren van de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) aan het woord. Zij vindt dat ‘scholen worden afgestraft omdat ze groepen leerlingen verwelkomen die nooit zo hoog zullen scoren op een eindtoets als een gemiddeld kind.’

Een reactie van de Inspectie van het Onderwijs ontbreekt in de krant, maar woordvoerder Jan-Willem Swane laat desgevraagd aan VOS/ABB weten dat van afstraffen door de inspectie geen sprake is. Hij benadrukt dat de inspectie controleert of de resultaten van scholen voldoen aan de wettelijke eisen die daaraan zijn gesteld. Ook zegt hij dat de inspectie altijd kijkt naar de context en tevens luistert naar het verhaal van de school.

De Inspectie van het Onderwijs trekt volgens Swane altijd bij alle betrokkenen aan de bel als er signalen zijn die erop wijzen dat de eisen die aan scholen worden gesteld, niet in het belang zijn van de leerlingen. ‘Dat is waar het uiteindelijk om gaat’, aldus Swane.

Inspectie noemt afvinklijstjes en afrekencultuur ‘echt onzin’

Het beeld dat de onderwijsinspecteurs langskomen om lijstjes af te vinken en scholen af te rekenen op hun prestaties is echt onzin. Dat zegt inspecteur-generaal Annette Roeters in Trouw.

‘Afvinklijstjes of afrekencultuur, ik herken me er helemaal niet in’, benadrukt Roeters. ‘Ik denk dat men doelt op ons toezichtkader, waarin we onder elkaar hebben gezet waarop we letten tijdens een inspectiebezoek. Daarbij moet je denken aan zaken als: zijn de leerlingen betrokken bij de les? Houdt de school de voortgang van een leerling bij?’ Het beeld dat inspecteurs langskomen om een lijst af te vinken, is volgens haar echt onzin. ‘Er valt namelijk niks te vinken.’

De inspectie wil scholen ook absoluut niet afrekenen op de manier waarop ze werken. ‘Gaat het om geld? Heeft iemand ooit een cent minder gekregen doordat de kwaliteit van het onderwijs in het geding was? Is er sprake van een afrekencultuur als 98 procent van de basisscholen een basisarrangement heeft en 90 procent in het voortgezet onderwijs? Waar gaat dit over?’, aldus Roeters.

Ze vindt dat het beeld van de afrekencultuur en de afvinklijstjes de inspectie tekortdoet. ‘Hier werken mensen die vaak uit datzelfde onderwijs afkomstig zijn. Zij doen dit werk uit liefde voor het onderwijs’, benadrukt de inspecteur-generaal.

Lees het gehele interview op de website van Trouw.

Rosenmöller ziet in scholen veel talent verloren gaan

‘De docent is cruciaal, maar de leerling zou veel meer centraal moeten staan in het onderwijs.’Dat zegt voorzitter Paul Rosenmöller van de VO-raad in een interview met Trouw.

Volgens Rosenmöller heeft het onderwijs de neiging om de leerling ‘door de structuur van de school te douwen’, terwijl volgens hem de structuur van de school de leerling zou moeten volgen. Hij zegt op scholen voor voortgezet onderwijs vaak te horen dat er veel talent verloren gaat.

Rosenmöller pleit daarom voor een diploma op maat. ‘Dat wat je niet goed kunt, moet niet langer de maat der dingen zijn. Volgens de voorzitter van de VO-raad biedt de nieuwe wet op de onderwijstijd al veel mogelijkheden ‘om een einde te maken aan de eenheidsworst’.

Lees meer…

‘Schuld voor stress rond Cito-toets ligt bij scholen’

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW stelt in Trouw dat de stress rond de Cito-toets de schuld is van scholen voor voortgezet onderwijs.

Dekker noemt het in de zaterdageditie van Trouw ‘een slechte ontwikkeling dat er scholen voor voortgezet onderwijs zijn die zeggen: hier kom je alleen binnen met een citoscore van zus- en zoveel.’ De staatssecretaris vindt dat deze scholen hiermee moeten stoppen. Hij stelt ook dat er ten onrechte een spookbeeld is gecreëerd dat het basisonderwijs een afrekencultuur kent. ‘Dat is niet bevorderlijk’, aldus Dekker.

Tegelijkertijd benadrukt hij dat de toetscultuur, waarop in het onderwijs en de politiek toenemende mate kritiek is, noodzakelijk is. ‘Als je jaarlijks miljarden in het onderwijs investeert, hebben wij, maar ook de Tweede Kamer en ouder het recht om te weten: gaat het goed? Dat meet je alleen maar af aan wat leerlingen opsteken, aan wat ze geleerd hebben.’

De staatssecretaris zegt in Trouw ook dat er in het onderwijs ‘een enorme vrees’ is voor openheid. ‘Ik ben daar juist erg voor. Niet om scholen op af te rekenen. Ik ben niet voor die ranglijstjes.’ In september zei Dekker nog dat het goed vond dat RTL Nieuws met een ranglijst kwam op basis van de gemiddelde citoscores van de basisscholen.

Diploma Openbaar Onderwijs in Trouw

Dagblad Trouw besteedt aandacht aan het Diploma Openbaar Onderwijs. VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs hebben de module voor dit diploma ontwikkeld voor pabo-studenten. Het wordt ook als nascholing aangeboden aan leraren die al in het openbaar prima onderwijs werken.

Het Diploma Openbaar Onderwijs komt aan bod in een artikel over zingeving in het openbaar onderwijs. Trouw benaderde hierover onder anderen beleidsmedewerker Marleen Lammers van VOS/ABB. Zij ziet dat schoolbesturen voor openbaar onderwijs steeds meer aandacht krijgen voor het belang van zingeving in de vorm onderwijs over levensbeschouwing en godsdienst.  ‘Het is voor de groepsleerkracht de kunst een manier te vinden het er met elkaar in de klas over te hebben, zonder het meteen in hokjes te plaatsen’, aldus Lammers.

Zij vertelt vervolgens dat de door VOS/ABB en VOO ontwikkelde module ‘openbaar onderwijs’, die leerkrachten op 14 pabo’s als aanvulling op hun studie kunnen volgen, een goed aanknopingspunt is. ‘Je leert om te gaan met diversiteit en levensbeschouwing vorm te geven. Dat is meer dan het overdragen van kennis. Je spreekt over ervaringen van kinderen.’ Belangrijk in het openbaar onderwijs is dat dit gebeurt op basis diversiteit, wederzijds respect en gelijkwaardigheid.

Identiteitsontwikkeling
In het artikel komen ook Ineke Struijk en Erik Renkema aan het woord. Struijk werkte als groepsleerkracht in het openbaar basisonderwijs in Gorinchem. Ze heeft zich voor haar masterscriptie voor haar studie ‘Religies in hedendaagse samenlevingen’ aan de Universiteit Utrecht gespecialiseerd in identiteitsontwikkeling in de openbare school. ‘Alle kinderen hebben recht op ontwikkeling van hun identiteit. Die komt voort uit een bepaalde levensbeschouwing. Ook als je atheïst bent’, zegt Struijk.

Renkema is docent ‘levensbeschouwelijke vorming’ aan de Hogeschool Windesheim in Zwolle en doet daar promotieonderzoek naar de identiteit van de samenwerkingsschool. De uitgangspunten van de openbare en samenwerkingsscholen blijken volgens hem hetzelfde: gelijkwaardigheid, respect en aandacht voor levensbeschouwelijke verschillen. Renkema citeert één van de directeuren die hij voor zijn onderzoek heeft geïnterviewd: ‘De gedachte achter een samenwerkingsschool is de school te zien als een ontmoetingsplaats van verschillende levensovertuigingen.’

Ineke Struijk en Erik Renkema vertelden hun verhaal eerder in het septembernummer van magazine School!. U kunt het artikel downloaden.

Informatie: Marleen Lammers, 06-10946652, mlammers@vosabb.nl

CDA-wethouder signaleert misbruik artikel 23

De Rotterdamse CDA-onderwijswethouder Hugo de Jonge waarschuwt voor misbruik van artikel 23. Hij verwijst daarbij naar de omstreden islamitische scholengemeenschap Ibn-Ghaldoun in zijn stad en het initiatief om in Amsterdam weer een islamitische school voor voortgezet onderwijs op te richten.

De protestants-christelijke onderwijswethouder vindt artikel 23, dat over de vrijheid van onderwijs gaat, een groot goed. Hij stelt in een interview met Trouw ook dat het niet uitmaakt of christelijke of islamitische ouders gebruikmaken van die vrijheid. Maar het mag volgens hem niet zo zijn dat het grondwetsartikel uit 1917 wordt misbruikt om slechte scholen op te richten of in stand te houden.

‘Artikel 23 mag geen vrijbrief zijn voor slecht onderwijs, de vrijheid is niet ongeclausuleerd. (…) Op initiatief van het CDA moet een school nu binnen een maand na de bekostiging kunnen bewijzen dat er voldoende gekwalificeerd personeel is, dat de kinderen voldoende les krijgen op school. Dat is een stap in de goede richting’, aldus De Jonge.

Maar hij wil verder: ‘Ik vind dat je die beoordeling moet vervroegen. Er zijn scholen gestart die op voorhand niet levensvatbaar waren. Daar kun je tot op heden weinig aan doen, er is geen kwalitatieve toets voordat de overheid begint met de financiering van de school.’ De Jonge roept staatssecretaris Sander Dekker van OCW in het kader van de modernisering van artikel 23 op met een dergelijk initiatief te komen.