Meerderheid Eerste Kamer voor boerkaverbod

In de Eerste Kamer tekent zich een meerderheid af voor een gedeeltelijk boerkaverbod, dat onder andere van kracht wordt in het onderwijs. Dat bleek dinsdag tijdens een debat over het wetsvoorstel dat dit verbod moet regelen.

Het wetsvoorstel voor het boerkaverbod kwam voort uit het regeerakkoord van het vorige kabinet onder leiding van VVD-premier Mark Rutte. Het werd ingediend door voormalig PvdA-minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken.

Het regelt niet alleen een verbod op boerka’s, maar ook op andere gezichtsbedekkende kleding, zoals de bivakmuts en de integraalhelm. De gedachte achter het verbod is dat het dragen van een boerka die het gezicht bedekt, het veiligheidsgevoel van mensen aantast. Ook de niqaab, waarbij de ogen nog zichtbaar zijn, valt onder het voorgestelde verbod. Het wetsvoorstel heeft geen betrekking op bijvoorbeeld islamitische hoofddoekjes en joodse keppeltjes, omdat die het gezicht niet bedekken.

Het wetsvoorstel is in november 2016 goedgekeurd door de Tweede Kamer. Als de Eerste Kamer er ook mee instemt, gaat het boerkaverbod gelden in het onderwijs, de zorg, het openbaar vervoer en overheidsgebouwen. De Senaat stemt erover op dinsdag 19 juni.

Tweede Kamer krijgt vragenuurtje voor kinderen

In de Tweede Kamer komt een jaarlijks vragenuurtje voor kinderen. Bijna de hele Tweede Kamer is dinsdag akkoord gegaan met dat plannetje van D66-Kamerlid Rens Raemakers. Alleen Forum voor Democratie stemde tegen.

Het is nog niet bekend hoe het vragenuurtje voor kinderen er precies uit komt te zien. Het zou in november moeten plaatsvinden op of rond de Internationale Dag voor de Rechten van het Kind. Het idee is dat dan 150 kinderen in de leeftijd van 11 tot 14 jaar kunnen plaatsnemen in de bekende blauwe Kamerzetels om vragen te stellen aan de ministers, die dan natuurlijk antwoord moeten geven.

De Kamer borduurt met het jaarlijkse vragenuurtje voor kinderen voort op het reguliere wekelijkse vragenuurtje op dinsdag.

Rijks niet verplicht, ander museum mag ook

Scholen hoeven niet per se naar het Rijksmuseum. Een bezoek aan een ander museum is ook goed, zegt minister Ingrid van Engelshoven van OCW.

Het nieuwe kabinet wil dat kinderen het Wilhelmus leren en met school naar de Tweede Kamer en het Rijksmuseum gaan, maar uit woorden van de minister mag worden afgeleid dat dit niet zo letterlijk moet worden opgevat. ‘Ik zeg hier nadrukkelijk dat scholen vrij zijn om op dat aanbod in te gaan. Het is geen verplichting, maar een mogelijkheid’, zo citeert de NOS haar. Scholen mogen ook naar andere musea.

Uit het bericht van de NOS kan niet worden opgemaakt of ook een bezoek aan de Tweede Kamer en het aanleren van het Wilhelmus slechts suggesties van het nieuwe kabinet-Rutte zijn.

VO-raad wil 300 miljoen extra voor leraren

De VO-raad wil 300 miljoen euro extra van het kabinet om het aantal lesuren per leraar te verminderen. 

In een brief van de VO-raad aan de Tweede Kamer staat dat het kabinet het financieel mogelijk moet maken om leraren op korte termijn 100 uur meer ontwikkeltijd te geven, ten koste van 100 uur lestijd. Dat is volgens de VO-raad nodig om leraren in staat te stellen hun lessen beter voor te bereiden en zich te professioneel ontwikkelen.De sectorraad denkt dat het beroep van leraar zo aantrekkelijker wordt.

Geen slapeloze nachten

Voorzitter Paul Rosenmöller van de VO-raad zegt in het Algemeen Dagblad dat het beleid van het nieuwe kabinet leidt tot ‘stilstand op de middelbare scholen’. Volgens hem staan er in het regeerakkoord veel mooie woorden, maar krijgen die ‘geen vertaling in de financiële paragraaf’.

Over het gevraagde bedrag van 300 miljoen euro zegt Rosenmöller dat de minister Wopke Hoekstra van Financiën daar echt geen slapeloze nachten van zal krijgen.

Na Wilhelmus verplicht naar Rijks en Tweede Kamer?

Niet alleen het Wilhelmus wordt verplicht, scholen moeten met hun leerlingen ook naar het Rijksmuseum in Amsterdam en de Tweede Kamer in Den Haag. De Telegraaf meldt dat de partijen die zo goed als zeker het volgende kabinet gaan vormen, dat met elkaar hebben afgesproken.

Volgens de krant zijn de verplichte excursies onderdeel van een breder cultuurpakket, waarin ook het Wilhelmus is opgenomen. Met de uitstapjes zouden scholen hun leerlingen op een positieve manier moeten bijspijkeren over de Nederlandse identiteit.

Het plan lijkt te zijn ontsproten uit de geest van D66. In het verkiezingsprogramma van de partij van Alexander Pechtold stond dat geen enkel kind het voortgezet onderwijs zou mogen verlaten zonder naar het Rijksmuseum te zijn geweest.

Vrijheid van inrichting

VOS/ABB is positief over het signaal dat het volgende kabinet kennelijk meer aandacht wil voor cultuur en heeft uiteraard niets tegen het Rijksmuseum en ook niet tegen de Tweede Kamer, maar staat kritisch tegenover verplichte uitstapjes. Het verplichtende karakter van excursies staat haaks op de vrijheid van scholen om hun onderwijs naar eigen goeddunken in te richten.

Ook de verplichting om aandacht te besteden aan het Wilhelmus druist in tegen de vrijheid van inrichting, zoals directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB eerder heeft laten weten, nadat scheidend voorzitter Wim Kuiper van de christelijke profielorganisatie Verus hierover zijn mening had gegeven in een interview in Trouw.

Lees meer…

Nieuwe coalitie steunt korting op achterstandsgeld

De fracties van de partijen die zeer waarschijnlijk het nieuwe kabinet gaan vormen, willen niet dat de korting op het achterstandsgeld wordt stopgezet. Deze korting komt uit de koker van het huidige demissionaire kabinet. 

In een motie van Tweede Kamerlid Lisa Westerveld van GroenLinks werd de regering gevraagd om niet bij voorbaat te bezuinigen op het achterstandenbeleid, ‘zolang nog onduidelijk is wat de grootte van de doelgroep volgens de verbeterde indicator is en hoeveel middelen er nodig zijn om de achterstanden bij deze kinderen weg te werken’.

De fracties van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie – de partijen die hoogstwaarschijnlijk het nieuwe kabinet gaan vormen – alsmede de fracties van de PVV en Forum voor Democratie stemden tegen deze motie. Daarmee was er onvoldoende steun in de Kamer om de korting op het achterstandsgeld stop te zetten.

De motie van GroenLinks kan worden beschouwd als een test van die partij om te kijken of de nieuwe coalitiepartijen te vermurwen zijn om een ander beleid te voeren dan het demissionaire kabinet. De fracties van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie houden echter vast aan het staande beleid zolang er nog geen nieuw kabinet is.

Manifest PO In Actie aangeboden aan Tweede Kamer

Het manifest van de protestbeweging PO In Actie voor meer salaris en minder werkdruk in het primair onderwijs is dinsdag aangeboden aan de Tweede Kamer.

In het manifest staat onder andere dat de salarissen in het primair onderwijs op het niveau van die in het voortgezet onderwijs moeten komen te liggen. Ook moet de werkdruk omlaag, omdat er in het primair onderwijs veel burn-outs zijn. Als het volgende kabinet niet ingaat op de eisen van PO In Actie, volgt er mogelijk een staking in het primair onderwijs.

Het manifest van PO in Actie is ondertekend door de Algemene Onderwijsbond (AOb), CNV Onderwijs, de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS), de Federatie van Onderwijsvakorganisatie (FvOv) en de werkgeversorganisatie PO-Raad.

Algemene acceptatieplicht controversieel verklaard

De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel voor algemene acceptatieplicht controversieel verklaard. Dit betekent dat het niet meer in de demissionaire periode van het huidige kabinet zal worden behandeld.

VOS/ABB, de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) en het platform CBOO hebben er voor de Tweede Kamerverkiezingen in een gezamenlijke brief op aangedrongen om nu eindelijk het wetsvoorstel voor algemene acceptatieplicht in behandeling te nemen. Het PvdA-voorstel is al in 2005 ingediend en sindsdien is het een aantal keren aan de orde geweest, maar zonder resultaat.

VOS/ABB, VOO en CBOO vinden het niet meer van deze tijd dat scholen leerlingen kunnen weigeren, omdat dit getuigt van de hokjesgeest uit het verzuilde Nederland in de voorbije 20e eeuw. Bijzondere scholen, zoals protestants-christelijke, rooms-katholieke en islamitische, kunnen echter op basis van de wet nog steeds de deur dichthouden voor leerlingen als hun levenswijze niet bij de religieuze uitgangspunten van de school zou passen.

Openbare scholen laten in principe alle leerlingen toe, ongeacht hun levensovertuiging, godsdienst, politieke gezindheid, afkomst, geslacht of seksuele voorkeur. Dit geldt ook voor personeelsleden.

Ga voor informatie naar de kernwaarden van het openbaar onderwijs.

Onzekerheid over tussentijdse diagnostische toets

Het kan van de PvdA in de Tweede Kamer afhangen of het initiatiefwetsvoorstel van SGP en CDA om de diagnostische tussentijdse toets in het voortgezet onderwijs niet verplicht te stellen het haalt.

Het initiatiefwetsvoorstel van CDA’er Michel Rog en SGP’er Roelof Bisschop is niet gericht tegen de tussentijdse diagnostische toets zelf, maar tegen het verplichtende karakter ervan.

Zij vinden dat de politiek het onderwijs niet moet belasten met onnodige regels en bureaucratie en krijgen daarin steun van hun eigen fracties alsmede die van D66, GroenLinks en SP. VVD en PVV zijn hier duidelijk niet van overtuigd, terwijl de PvdA er nog over twijfelt. De steun van die partij kan uiteindelijk de doorslag geven.

De Partij van de Arbeid wil eerst weten of afschaffing van de verplichte diagnostische toets bijdraagt aan laagdrempelige toegang tot het onderwijs, gelijke kansen en het tot hun recht laten komen van verborgen talenten.

Openbare scholen hebben aandacht voor verkiezingen

De VO-raad laat in een artikel op internet zien hoe twee openbare scholen aandacht besteden aan de verkiezingen op 15 maart.

Op het openbare Stellingwerf College in Oosterwolde gingen 20 vmbo’ers in debat met regionale politici, onder wie aspirant-Kamerleden. Van te voren hadden de leerlingen een debattraining gevolgd.

Docente maatschappijleer Anja Ubbens: ‘Leerlingen doen vaardigheden op als kritisch denken, opkomen voor jezelf, je mening geven etc. En ze leren daarnaast respect te hebben voor elkaar.’

Videochat over verkiezingen

Ook het openbare Zuyderzee Lyceum in Emmeloord heeft aandacht besteed aan de Tweede Kamerverkiezingen. Vwo-leerlingen nodigden via Twitter Alexander Pechtold (D66) en Geert Wilders (PVV) uit voor een videochat. Pechtold ging op de uitnodiging in, Wilders reageerde niet.

Docent maatschappijleer Erik Rübsamen zag het zelfvertrouwen van de leerlingen enorm groeien. ‘De leerlingen waren goed voorbereid, ze waren vooraf getraind in het stellen van vragen en welke beleefdheidsregels te hanteren tijdens het gesprek.’

Lees het hele artikel op de website van de VO-raad.

Kinder- en Scholierenverkiezingen komen eraan

In aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen op 15 maart organiseert ProDemos de Kinderverkiezingen en de Scholierenverkiezingen.

Voordat de volwassenen mogen stemmen, mogen leerlingen van groep 7/8, het voortgezet onderwijs en het mbo eerst hun stem laten horen.

Deze schaduwverkiezingen van 8 tot en met 14 maart geven een indruk van hoe de Nederlandse politiek eruit zou zien als jongeren het voor het zeggen hadden.

Deelnemen kan gratis via www.scholierenverkiezingen.nl.

Wat wil de politiek met het onderwijs?

Hieronder staat puntsgewijs aangegeven wat verschillende politieke partijen in hun programma’s voor de Tweede Kamerverkiezingen over het onderwijs te melden hebben. Het zijn slechts samenvattinkjes. Voor het hele verhaal klikt u door naar de respectievelijke verkiezingsprogramma’s.

Let op: niet alle 28 partijen die op 15 maart aan de Tweede Kamerverkiezingen meedoen, worden genoemd. De kleinste splinterpartijen zijn overgeslagen. Onderstaande volgorde is willekeurig. Er mag geen politieke voorkeur van VOS/ABB uit worden afgeleid!

PvdA

De Partij van de Arbeid vindt dat we uiterlijk over tien jaar de best opgeleide beroepsbevolking ter wereld moeten hebben ‘om de Nederlandse economie mondiaal concurrerend te laten blijven’. Daarom wil de PvdA ‘miljarden’ in onderwijs investeren.

In het verkiezingsprogramma Een verbonden samenleving staat ook dat onder anderen ouders, leerlingen en docenten meer invloed moeten krijgen op het beleid van de scholen. Het onderwijs moet in het teken staan van toegankelijkheid en gelijke kansen.

De partij van lijsttrekker Lodewijk Asscher wil verder onder andere voorlichting over seksuele diversiteit overal in het onderwijs verplicht stellen.

SP

In het SP-programma Pak de macht (dat eerst Nu wij heette) staat onder andere dat de klassen kleiner moeten worden. Ook moet wat de SP betreft meer zeggenschap komen voor personeel en ouders. ‘De medezeggenschapsraad krijgt overal in het onderwijs instemmingsrecht op de begroting’, aldus de SP.

De partij van lijsttrekker Emile Roemer wil verder meer mogelijkheden om te ‘stapelen’, bijvoorbeeld om via vmbo naar havo te gaan. Daardoor zouden leerlingen met een achterstand meer kansen krijgen. Een ander punt uit het SP-programma is dat ‘salarissen van onderwijspersoneel landelijk worden uitbetaald door middel van een landelijke cao’.

In het programma staat tevens dat onbevoegde leraren binnen twee jaar hun bevoegdheid moeten halen. Op havo en vwo moeten zoveel mogelijk docenten universitair geschoold zijn. De SP denkt de werkdruk van leraren fors te kunnen reduceren ‘door het schrappen van administratieve rompslomp, waardoor er ook meer tijd is om les te geven’.

ChristenUnie

De ChristenUnie benadrukt in het programma verziezingsprogramma Hoopvol Realistisch pal te staan voor de vrijheid van onderwijs (artikel 23 van de Grondwet). ‘Nederland heeft dankzij de onderwijsvrijheid een wereldwijd uniek en sterk onderwijssysteem, met een grote diversiteit aan scholen. Ouders kunnen kiezen voor het onderwijs dat aansluit bij de opvoeding en levensovertuiging.’

Een ander punt uit het programma van de CU is dat antisemitisme en radicalisering al in het onderwijs moeten worden bestreden. Dat geldt ook voor drugsgebruik onder jongeren.

De partij van lijsttrekker Gert-Jan Segers schrijft ook dat er moet worden geïnvesteerd ‘in ruimte en ontwikkeling voor leraren en schoolleiders’. Daarbij legt de partij de nadruk op bijscholing, coaching en begeleiding, in het bijzonder voor startende leerkrachten.

CDA

De christendemocraten noemen in hun verkiezingsprogramma Keuzes voor een beter Nederland het woord ‘onderwijs’ in de eerste plaats in combinatie met ‘burgerschap’. Dat ontstaat volgens het CDA in het gezin en binnen de familie, maar ook in de scholen. Burgerschap wordt gevoed door een sterke verbinding met de Nederlandse kernwaarden, zoals gedefinieerd in onze Grondwet’, zo meldt de partij van Sybrand van Haersma Buma.

Het CDA benadrukt het belang van de vrijheid van onderwijs, zoals die is vastgelegd in artikel 23 van de Grondwet. Tevens wordt het belang van inspraak benadrukt. ‘Meer zeggenschap vergroot de betrokkenheid, maar zorgt ook voor betere checks and balances die vaak hard nodig zijn.’

Het programma van het CDA gaat ook in op kansen(on)gelijkheid. ‘Het is onacceptabel dat kinderen met een andere culturele achtergrond minder kansen hebben in het onderwijs.’

VVD

In het verkiezingsprogramma Zeker Nederland staat dat de VVD gaat voor ‘het allerbeste onderwijs’, omdat alle kinderen ‘een even goede start’ verdienen. De partij van Mark Rutte zegt ‘modern onderwijs’ te willen met ‘alleen nog de beste leraren voor de klas’.

Het onderwijs is volgens de VVD een middel om discriminatie tegen te gaan. in het teken staan van gelijkwaardigheid en het tegengaan van discriminatie. Het onderwijs moet ook ‘goed blijven aansluiten op de veranderende eisen die aan ons werk worden gesteld’. Daarnaast merkt de VVD op dat de school de plek is ‘waar je leert op je eigen benen te staan en je eigen keuzes te maken’.

De liberalen komen in hun programma met een lange reeks punten waarin zij stellen hoe het onderwijs zich moet ontwikkelen. Kern van hun verhaal is dat ‘de basis op orde’ moet zijn. Daartoe behoren volgens de VVD het reken- en taalonderwijs, maar ook digitale vaardigheden, ondernemen en samenwerken.

GroenLinks

In het verkiezingsprogramma Tijd voor verandering staat dat onderwijs ongelijkheid moet verkleinen. ‘GroenLinks wil kansrijk onderwijs met scholen waarin kinderen opgroeien tot zelfbewuste en nieuwsgierige volwassenen die vol zelfvertrouwen hun weg vinden in de moderne samenleving.’

De partij van Jesse Klaver meldt tevens dat onderwijs ‘inclusief’ moet zijn. Leerlingen moeten onderwijs in hun eigen ontwikkeltempo kunnen volgen. In scholen ontmoeten ze ‘leeftijdsgenoten met verschillende achtergronden’. Artikel 23 over de vrijheid van onderwijs moet worden herzien. Ouders kunnen zelf bijzonder onderwijs aanbieden ‘in de eigen tijd en door henzelf gefinancierd’.

GroenLinks zet ook in op onderwijs dat aansluit bij de 21e eeuw. ‘Laatbloeiers krijgen een tweede, derde, en als het nodig is, een vierde kans’, zo staat in het programma. Ook wordt in het verkiezingsprogramma gepleit voor brede brugklassen en een ‘moderne middenschool’.

D66

De partij van Alexander Pechtold ziet onderwijs als de ‘motor van groei en kansengelijkheid’. De partij zet in op ‘brede buurtscholen’ (kindcentra), waar overblijven en naschoolse activiteiten altijd mogelijk zijn. De voorschool zou voor elk kind vanaf twee jaar toegankelijk moeten zijn.

In het verkiezingsprogramma Kansen voor iedereen staat ook dat er moet worden geïnvesteerd in docenten. ‘D66 is voor een krachtige en trotse beroepsgroep van leraren en vindt dat zij aantoonbare invloed moeten hebben op zowel curriculumontwikkeling als landelijke examinering.’ De regeldruk in het onderwijs moet omlaag.

Wat betreft de vrijheid van onderwijs meldt D66 het politieke debat te willen aangaan om ‘op basis van het beginsel ‘scheiding van kerk en staat’ artikel 23 van de grondwet te vernieuwen’. Dan gaat het om onder meer om acceptatieplicht en het ‘openbare karakter van de scholen’.

PVV

Het enige wat de partij van Geert Wilders in zijn verkiezingsprogramma Nederland weer van ons! over het onderwijs meldt, is dat alle islamitische scholen dicht moeten.

VoorNederland

De partij van lijsttrekker Jan Roos meldt in het verkiezingsprogramma dat VNL ‘toponderwijs’ wil. De scholen mogen niet meer worden gebruikt als ‘een laboratorium van linkse maakbaarheidsidealen’.

‘Het is de hoogste tijd dat we docenten weer waarderen en laten doen waar ze goed in zijn: lesgeven en onze jongeren voorbereiden op de dag van morgen’, zo staat in het programma van VNL.

De klassen moeten kleiner, vooral ook op de basisscholen moet er aandacht zijn voor mediawijsheid en er moet worden gestopt met experimenten in het onderwijs, zo vindt de partij van Jan Roos.

SGP

De Staatkundig Gereformeerde Partij noemt in het het hoofdstuk over onderwijs van het verkiezingsprogramma Stem vóór het leven eerst de vrijheid van onderwijs (artikel 23 van de Grondwet). ‘Wat van levensbelang is, een leven overeenkomstig Bijbelse waarden en normen, verdient erkenning. Voldoende ruimte voor het christelijk onderwijs is daarom een fundamenteel uitgangspunt (…).’

Scholen op levensbeschouwelijke grondslag moeten volgens de SGP de ruimte hebben hun eigen toelatings- en benoemingsbeleid te voeren. De partij van Kees van der Staaij vindt ook dat de kerndoelen niet meer in het teken moeten staan van wat de SGP ziet als de verheerlijking van de multiculturele samenleving, maar recht moeten doen ‘aan de christelijke waarden die onze beschaving hebben gevormd’.

De partij van Kees van der Staaij vindt onder andere ook dat de scholen een prominente rol hebben als het gaat om het voorkomen van verslavingen, waarbij niet alleen aandacht moet zijn voor drank en drugs, maar ook voor bijvoorbeeld gamen en porno.

Artikel 1

De partij van Sylvana Simons schrijft dat ‘alle vormen van religieus onderwijs, scholen en gebedshuizen’ volgens gelijke criteria moeten worden beschermd. In het onderwijs mag geen plek zijn voor mensen ‘met discriminerende gedragingen’. Er moet juist meer plek zijn voor ‘vrouwen, LHBTQIA+’s en etnische minderheden’.

Verder wil Artikel 1 de ‘toets-tirannie’ in het onderwijs tegengaan ‘door het leerlingvolgsysteem realistischer en efficiënter toe te passen’.  Er komt wat Artikel 1 betreft ‘een wettelijke taak voor scholen om intercultureel kennis tussen leerlingen te bevorderen en organiseren, d.m.v. curriculum zoals migratiegeschiedenis in het onderwijs’.

Schoolbesturen moeten worden ‘gedemocratiseerd’ en onderworpen aan ‘diversiteitsquota’, schrijft Artikel 1.

DENK

De beweging van de opgestapte Turkse PvdA-Kamerleden Tunahan Kuzu en Selçuk Öztürk zetten in hun verkiezingsprogramma Denkend aan Nederland dat het onderwijs de kracht van de diversiteit moet benutten.

De partij zet in op kansengelijkheid. ‘Voor DENK is het van belang dat de toekomst voor iedereen dezelfde mogelijkheden biedt, ongeacht de afkomst, de grootte van de portemonnee of de opleiding van de ouders’.  DENK wil meer aandacht voor burgerschap. Het onderwijs moet ook meer aandacht hebben voor ‘ons gedeelde verleden’. De migratiegeschiedenis en het slavernijverleden moeten kerndoelen worden.

Wat de vrijheid van onderwijs (artikel 23 van de Grondwet) betreft merkt DENK op dat er een onafhankelijke commissie moet komen ‘die overheidsinstellingen toetst op het treiteren en tegenwerken van initiatiefnemers van onderwijsinstellingen’.

50PLUS

De ouderenpartij meldt onder andere dat in het primair onderwijs de klassen kleiner moeten worden en het aantal lesuren per docent omlaag moet. ‘De indirecte taken verminderen, waardoor er meer aandacht voor de leerling is’, zo staat in de 50PLUS-punten.

Verder moeten ‘de positie, de beloning en het gezag van onderwijzers en leraren worden versterkt’. Scholen moeten bovendien kunnen beschikken over voldoende ondersteunend personeel. Een ander punt dat 50PLUS noemt, is dat de ambachtsschool en de mavo in ere hersteld moeten worden.

De partij van Henk Krol ziet ‘voor- en nadelen van bijzonder onderwijs’ en wil hier een publiek debat over. De ouderenpartij zegt ‘geen voorstander’ te zijn van passend onderwijs.

Partij voor de Dieren

In het verkiezingsprogramma Plan B staat dat de partij van Marianne Thieme ‘goed, toegankelijk en duurzaam onderwijs voor iedereen’ wil als ‘fundament van een vrije, democratische samenleving’.

Voedsel-, natuur- en milieu-educatie horen volgens de PvdD thuis in de scholen. De partij pleit voor ‘100% biologische schoolkantines en overblijfmaaltijden’, het liefst zonder dierlijke producten.

Er staat in het programma van de partij van Marianne Thieme ook dat onderzocht moet worden of kinderopvang standaard onderdeel kan worden van het basisonderwijs, naar Scandinavisch model. Bovendien wil de PvdD dat alle scholen vanuit elke woonkern met het openbaar vervoer bereikbaar zijn.

Piratenpartij

De Piratenpartij meldt in het verkiezingsprogramma onder andere dat het onderwijs ‘de basis is van onze (informatie)samenleving’ en dat iedereen in Nederland recht heeft op onderwijs op het hoogste niveau.

Verder meldt deze partij dat onderwijs gericht moet zijn op ‘de democratische grondbeginselen van onze samenleving’, omdat kinderen zich moeten kunnen ontwikkelen ‘tot volwaardige burgers die kunnen meedenken over de fundamenten van onze samenleving’. Daartoe behoren mensenrechten en de rechtsstaat.

De Piratenpartij vermeldt ook dat ‘onderwijzers’ niet gedemotiveerd mogen raken ‘door meer bureaucratie zoals regels, procedures en vergaderingen’. In plaats daarvan moeten ze zich kunnen ‘richten op onderwijs’ om zo de groei en ontwikkeling van toekomstige generaties te stimuleren’.

Forum voor Democratie

De partij van lijsttrekker Thierry Baudet vindt onderwijs het belangrijkste voor de toekomst van ons land. ‘Een drastische verbetering van het (…) onderwijs is noodzakelijk. Hiervoor zijn geen ingewikkelde hervormingen nodig – eerder het omgekeerde: rust in de tent en veel ruimte aan scholen (…) om zelf te bepalen wat het beste is voor de leerling.’

Verder schrijft Forum voor Democratie in het verkiezingsprogramma dat er meer respect voor de leerkrachten moet komen, dat de klassen kleiner moeten worden en dat er met name in de hogere klassen meer ambitie nodig is.

Thierry Baudet wil artikel 23 van de Grondwet behouden op basis van ‘zeer strenge waarborgen op kwaliteit’.

Geen Peil

De partij van Jan Dijkgraaf heeft geen verkiezingsprogramma. ‘Er is geen partijprogramma, er zijn geen standpunten en er is geen verkiezingsfolder’, zo meldt Geen Peil.

 

Brief structurele bekostiging g/hvo naar Eerste Kamer

VOS/ABB heeft mede namens collega-organisaties een brief naar de Eerste Kamer gestuurd over het essentiële belang van structurele bekostiging van godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs (g/hvo) in de openbare basisscholen.

Een meerderheid in de Tweede Kamer heeft vlak voor de kerstvakantie ingestemd met het initiatiefwetsvoorstel van de Tweede Kamerleden Loes Ypma (PvdA), Joël Voordewind (ChristenUnie) en Michel Rog (CDA) om g/hvo in de openbare basisscholen structureel te bekostigen. Er staat in hun voorstel dat de bekostiging moet worden opgenomen in artikel 51 van de Wet op het primair onderwijs (WPO).

Zekerheid en continuïteit g/hvo

De gedachte hierachter is dat een wettelijke verankering van de financiering de sector meer zekerheid en continuïteit biedt dan een jaarlijkse subsidiepost, die altijd weer ter discussie kan worden gesteld. Er is nu een subsidie van 10 miljoen euro per jaar voor g/hvo.

De openbare basisscholen moeten bij wet gelegenheid bieden tot g/hvo als ouders erom vragen. Circa 75.000 leerlingen krijgen g/hvo van in totaal ongeveer 600 docenten.

Eerste Kamer

Op 7 februari wordt het initiatiefwetsvoorstel besproken in de Eerste Kamer. Om de senatoren te doordringen van het essentiële belang van structurele bekostiging van g/hvo in het openbaar onderwijs, is de brief die in september jongstleden naar de Tweede kamer is gestuurd, nu ook naar de Eerste Kamer gezonden.

Download de brief

Eerste Kamer vertraagt proces samenwerkingsschool

De Tweede Kamer is vorige maand akkoord gegaan met het wetsvoorstel voor de samenwerkingsschool, maar de Eerste Kamer wacht nog met het in behandeling nemen van dit voorstel van staatssecretaris Sander Dekker van OCW. De Senaat wil eerst meer informatie van de Raad van State.

De vertraging in het politieke proces betekent dat scholen in krimpgebieden die met elkaar willen samenwerken langer moeten wachten totdat de mogelijkheden daartoe wettelijk zijn vastgelegd.

VOS/ABB betreurt de vertraging, omdat de noodzaak tot samenwerking groot is om in krimpgebieden overal een goed aanbod van onderwijs overeind te houden. Omdat samenwerking door de huidige wet- en regelgeving wordt belemmerd, kiezen schoolbesturen nu vaak voor de informele samenwerkingsschool.

Vrees uit christelijke hoek van samenwerkingsschool

Vlak voor de kerstvakantie stemde een duidelijke meerderheid in de Tweede Kamer in met het wetsvoorstel van Dekker, maar de christelijke fracties stemden tegen. Zij vrezen voor een aantasting van de positie van het bijzonder onderwijs. De kritiek uit christelijke hoek concentreert zich op artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs.

De Raad van State adviseerde kritisch over het wetsvoorstel, omdat het tegen de Grondwet zou indruisen, maar dat weerhield de Tweede Kamer er niet van om ermee in te stemmen.

LAKS wil meedoen aan verkiezingen

Het LAKS (Landelijk Aktie Komitee Scholieren) wil meedoen aan de Tweede Kamerverkiezingen.

De scholierenorganisatie meldt dat het onderwijs meer en meer draait om slagingspercentages en geld en dat individuele talentontwikkeling daar zwaar onder lijdt.

‘De toekomst van scholieren en Nederland als kenniseconomie staat op het spel. De politiek luistert niet. Dit is voor het LAKS de reden om mee te doen aan de verkiezingen van 15 maart 2017’, zo staat op de website van het LAKS. Lijsttrekker is LAKS-voorzitter Sven Annen.

Het LAKS wil onder meer een verbod op particuliere examentrainingen, herinvoering van de basisbeurs en afschaffing van de rekentoets.

Lees meer…

Verkenner gaat problemen met WWZ inventariseren

Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaat ermee akkoord dat een verkenner de problemen met de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) in het onderwijs gaat inventariseren en oplossingen gaat formuleren. De minister komt daarmee tegemoet aan een wens van de Tweede Kamer.

Er werd dinsdagmiddag op initiatief van de ChristenUnie een motie ingediend waarin wordt opgeroepen tot een WWZ-verkenner in het onderwijs. De motie kreeg met steun van de regeringspartijen VVD en PvdA en van het CDA en D66 een duidelijke meerderheid in de Tweede Kamer. Daarop besloot Asscher dat een verkenner aan het werk kan.

WWZ onwerkbaar in onderwijs

De problemen met de WWZ spelen tot nu toe in het bijzonder onderwijs, waar veel scholen grote moeite hebben om nog voldoende vervangers te vinden. De WWZ heeft nog geen betrekking op het openbaar onderwijs, maar ook daarvoor gaat de wet gelden.

VOS/ABB is blij dat de Tweede Kamer de noodkreten uit het bijzonder onderwijs serieus neemt en dat Asscher dat nu ook lijkt te doen. Tot nu toe hield hij net als staatssecretaris Sander Dekker van OCW vol dat de WWZ een prima wet is waar het onderwijs mee uit de voeten kan.

De WWZ komt uit de koker van Asscher, die ermee wil bereiken dat meer mensen een vaste baan krijgen. De problemen die het onderwijs ermee ervaart, is dat tijdelijke vervangers heel snel een vast contract moeten krijgen. Dat is onbetaalbaar.

De christelijke profielorganisatie Verus heeft het online Meldpunt WWZ.

Bezorgde schoolbesturen Drenthe willen meer geld

De besturen van de openbare basisscholen in de provincie Drenthe uiten hun zorgen over de kwaliteit van het onderwijs. Ze dringen bij de Tweede Kamer aan op structureel meer geld.

In een brief van Prisma-Drenthe, waarin de openbare schoolbesturen verenigd zijn, staat dat er ernstige zorgen zijn over ontwikkelingen die de kwaliteit van het basisonderwijs bedreigen. Zo gaat het over de hoge werkdruk in het onderwijs, de lage instroom bij de pabo’s en het geringe aantal mannen voor de klas.

De brief gaat ook over de Wet werk en zekerheid (WWZ), die het volgens de schoolbesturen bijna onmogelijk maakt om voldoende invalleerkrachten te vinden. ‘Steeds vaker zullen groepen kinderen naar huis worden gestuurd omdat er geen invaller beschikbaar is’, zo staat in de brief.

De afzenders willen dat er structureel geld bij komt. Dat is volgens hen nodig voor professionalisering en betere salariëring van leerkrachten, goede ICT-faciliteiten, meubilair en lesmethodes en onderhoud van gebouwen.

Kamermeerderheid tegen bezuiniging op onderwijs

Een ruime meerderheid in de Tweede Kamer steunt een motie van D66 tegen een geplande bezuiniging op onderwijs.

Het kabinet beweerde op Prinsjesdag dat er 200 miljoen euro extra in het onderwijs zou worden geïnvesteerd, maar in werkelijkheid wordt erop bezuinigd. Als de subsidie- en lumpsumtaakstellingen en een nog in te vullen ramingsbijstelling worden meegeteld, blijkt dat er veel meer dan 200 miljoen euro wordt gekort.

D66 rekende op basis van de Miljoenennota uit dat er tegenover de zogenaamde investering van 200 miljoen een korting van 400 miljoen euro staat. Uiteindelijk moet het onderwijs het dus met 200 miljoen euro minder doen.

In de motie van D66-leider Alexander Pechtold staat dat de bijstellingen niet ten koste mogen gaan van de bekostiging van de scholen. De motie heeft de steun van de regeringspartijen PvdA en VVD en van SP, GroenLinks, ChristenUnie en SGP.

Tweede Kamer wil minder lesuren

De Tweede Kamer heeft een motie van D66 aangenomen om het aantal lesuren in het basis- en voortgezet onderwijs te verlagen.

In het basisonderwijs zouden leraren maximaal acht delen van in totaal 22 uur les mogen geven. Nu is de maximumnorm in het basisonderwijs nog negen dagdelen. Dat is gebaseerd op de traditionele schoolweek met de vrije woensdagmiddag.

In het voortgezet onderwijs zou het urenaantal omlaag moeten van 25 tot 28 uur in de huidige situatie naar 20 uur per week.

De tijd die vrijkomt, zouden leraren kunnen gebruiken om hun lessen beter voor te bereiden of voor professionele ontwikkeling.

Het was voor de vierde keer dat D66-Kamerlid Paul van Meenen het plan voor urenvermindering voorlegde aan de Tweede Kamer. Tot nog toe was er geen meerderheid voor, maar nadat was gebleken dat regeringspartij PvdA erin meeging, is die meerderheid er nu toch.

Hoe nu verder?

Volgens VVD-staatssecretaris Sander Dekker van OCW is het plan onbetaalbaar. Hij heeft voorgerekend dat het 3,3 miljard euro per jaar gaat kosten.

Het is nog niet bekend of Dekker de aangenomen motie gaat uitvoeren. Dat hoeft niet per se, omdat het immers de regering is die regeert en niet de Tweede Kamer. Van Meenen vindt echter (uiteraard) dat zijn aangenomen motie geen verzoek maar een opdracht is:

Overleg rekentoets pas na zomerreces

Het algemeen overleg in de Tweede Kamer over de rekentoets is uitgesteld tot na het zomerreces. Een nieuwe datum is nog niet bekend.

Het overleg was gepland op 1 juli, maar dat gaat niet door. Paul van Meenen van D66 – fel tegenstander van de rekentoets – vindt het schandalig dat het overleg is uitgesteld, omdat volgens hem nu veel leerlingen in het voortgezet onderwijs met een grote onzekerheid het nieuwe schooljaar ingaan, zo heeft hij gezegd op BNR Nieuwsradio.

Hij doelt op de onzekerheid of ze een diploma gaan halen: ‘Als we kijken naar de cijfers zoals die er tot nu toe zijn, dan gaan tienduizenden leerlingen – met name op het vmbo en de havo – hun diploma niet meer halen. Dat lijkt me volkomen onterecht’, aldus Van Meenen.

Cito: rekentoets heel goed middel!
Het Cito blijft ondanks voortdurende kritiek achter de verplichte rekentoets staan. Dat heeft voorzitter Marten Roorda van de raad van bestuur van het toetsinstituut op BNR Nieuwsradio gezegd. Het Cito produceert de rekentoets in opdracht van het ministerie van OCW.

‘We willen met z’n allen dat de rekenvaardigheid voldoende is, bijvoorbeeld als je gaat werken of als je naar vervolgonderwijs gaat. Dan is de rekentoets een heel goed middel om de rekenvaardigheid te vergroten. Dat dat het geval is, blijkt nu ook’, aldus Roorda.

Hoogleraar: rekentoets ‘verwerpelijk’ en ‘waanzin’
In de Telegraaf kwam dinsdag Hans van Luit aan het woord over de rekentoets. Hij is aan de Universiteit Utrecht hoogleraar diagnostiek en behandeling van kinderen met dyscalculie. Van Luit noemde de rekentoets een ‘verwerpelijk middel’ en zelfs ‘waanzin’.

‘Je zou voor al je vakken een 10 kunnen halen, maar als je de rekentoets niet haalt, krijg je geen diploma. Dat is toch erg raar’, vindt Van Luit. ‘De opgaven zijn verpakt in een grote hoeveelheid taal, waardoor ze alleen oplosbaar zijn met de nodige vaardigheid in begrijpend lezen.’

Moties weggestemd: rekentoets gaat definitief door

Een meerderheid in de Tweede Kamer heeft dinsdag alle ingediende moties over de rekentoets afgestemd. Dat betekent dat de rekentoets definitief wordt ingevoerd in het voortgezet onderwijs als onderdeel van de slaag-zak-regeling.

De moties waren ingediend door de oppositie in een poging de toets uit de slaag-zak-regeling te houden. De PvdA en VVD hebben in meerderheid de moties weggestemd. Alle protesten – ook vanuit het onderwijsveld – tegen de rekentoets hebben dus niet mogen baten. Het Landelijk Aktie Komitee Studenten LAKS voerde zelfs vanmiddag, vlak voordat de moties in stemming gingen, nog een ludieke actie op het Plein voor de Tweede  Kamer. De studenten lieten vijf Kamerleden onvoorbereid een rekentoets maken in bankjes buiten op het Plein. Alle vijf zakten ze.

Tegen de rekentoets bestaat veel verzet, omdat deze niet echt de rekenvaardigheid zou toetsen; hij is te ‘talig’ en dat kan veel leerlingen duperen. Staatssecretaris Dekker ziet de rekentoets echter als een manier om het onderwijs te versterken. Nu de rekentoets deel uitmaakt van de slaag-zak-regeling, kan geen enkele leerling een diploma halen als hij zakt voor de rekentoets.

D66-Kamerlid Paul van Meenen twitterde direct na de stemming: ‘Zwarte dag voor het onderwijs’. Hij was een van de Kamerleden die zakte voor de toets van LAKS en voor de moties heeft gestemd. Hij vond de LAKS-toets vanmiddag ‘zeer talig’. Michel Rog (CDA), die eveneens zonder succes de rekentoets van LAKS maakte, zei na de stemmingen dat het onderwijs is ‘geschoffeerd’ door PvdA en VVD.

 

Meerderheid docenten tegen rekentoets

Een ruime meerderheid van wiskundeleraren lijkt erop tegen te zijn dat de rekentoets bindend onderdeel van de slaag-zakregeling in het voortgezet onderwijs wordt. Dat is het wetsvoorstel van staatssecretaris Sander Dekker.

Dinsdag 10 februari wordt in de Tweede Kamer gestemd over de rekentoets en de daarover door de oppositie ingediende moties. Een daarvan is van D66-Kamerlid Paul van Meenen, die wederom vraagt om de rekentoets niet op te nemen in de slaag-zak-regeling. De tegenstanders denken vooral aan leerlingen in het vmbo, die wellicht niet zo goed kunnen rekenen maar wel talent hebben voor andere vakken. Zij kunnen door de voorgestelde regeling straks geen vo-diploma meer halen en niet doorstromen naar het vervolgonderwijs. Dekker houdt er echter ondanks alle weerstand aan vast, en er tekent zich inmiddels kleine meerderheid af die vóór het wetsvoorstel is.

Na het laatste algemeen overleg heeft de WiskundE-brief een snelle enquête gehouden onder haar abonnees. Tweehonderd wiskundedocenten reageerden. Negentig procent van hen sprak zich uit tegen de rekentoets in de huidige vorm. Het grote bezwaar is dat deze rekentoets te talig is en niet echt rekenvaardigheden toetst. De abonnees van de WiskundE-brief vinden dat de stem uit het veld genegeerd wordt. Sommige Kamerleden suggereerden dat de tegenstanders de media goed weten te vinden, maar dat er meer voorstanders zijn. Die uitspraak was aanleiding voor de enquête.

 

 

Wet voor verplichte antipestprogramma’s lijkt van de baan

Als het onderwijs zelf voor 1 oktober met een goed plan komt om pesten aan te pakken, dan is staatssecretaris Sander Dekker van OCW bereid om het plan voor een wettelijke verplichting voor het gebruik van erkende antipestprogramma’s te schrappen.

De Tweede Kamer heeft een motie van D66 en de VVD aangenomen, waarin staat dat van de scholen zelf mag worden verwacht dat zij effectieve maatregelen nemen tegen pesten. In die motie wordt het kabinet gevraagd de PO-Raad en VO-raad aan te sporen om voor 1 oktober samen met de scholen te komen tot ‘een verbetering van de veilige omgeving en een effectieve bestrijding van pesten’.

De wet die schoolbesturen zou verplichten erkende antipestprogramma’s te gebruiken, lijkt daarmee van de baan.

Meer ouders krijgen medezeggenschap over clusters 1 en 2

De Tweede Kamer heeft een motie aangenomen voor medezeggenschap voor ouders van leerlingen met ambulante begeleiding in het reguliere onderwijs. De motie roept het kabinet op om in de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) te regelen dat deze ouders medezeggenschap krijgen over het beleid van onderwijsinstellingen in de clusters 1 en 2.

De Kamer nam ook twee moties aan over leerlingen met diabetes. De ene motie roept staatssecretaris Sander Dekker van OCW op om scholen zo snel mogelijk te verbieden leerlingen te weigeren op grond van het feit dat ze suikerziekte hebben.

De andere aangenomen motie die betrekking heeft op diabetes, verzoekt Dekker om in overleg met de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, scholen, leraren en ouders te verkennen in hoeverre de ondersteuning van onderwijspersoneel aan kinderen met suikerziekte kan worden uitgezonderd van de ‘medische handelingen’.

Ook nam de Tweede Kamer een motie aan om meer gewicht te geven aan de rol van de landelijke Geschillencommissie passend onderwijs. In die motie staat dat de uitspraken van die commissie moeten worden opgevolgd.

Klik hier voor een overzicht van de moties.

Met steun van Kamer kan kabinet door met rekentoets

Kritische moties over de rekentoets hebben het in de Tweede Kamer niet gehaald. Wel werden twee moties van regeringspartijen VVD en PvdA aangenomen, maar die bevestigen alleen maar wat minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW al hebben onderstreept, namelijk dat de adviezen van de commissie-Bosker worden opgevolgd.

De Kamerleden Karin Straus (VVD) en Tanja Jadnanansing (PvdA) hadden moties ingediend waarin staat dat de adviezen van de commissie-Bosker moeten worden opgevolgd. In juni lieten Bussemaker en Dekker in een brief aan de Tweede Kamer al weten dat zij de adviezen van deze commissie overnemen.

Onderdeel daarvan is dat de referentiecesuur (de grens tussen een voldoende en een onvoldoende) voorlopig niet moet worden vastgelegd. De commissie-Bosker wil dat de cesuur in de loop van de tijd toegroeit naar het gewenste niveau en dat de cesuur regelmatig moet worden geëvalueerd. Straus en Jadnanansing voegen daaraan toe dat er rekening moet worden gehouden in de prestaties op de verschillende onderwijsniveaus.

Kritische moties haalden het niet. Zo stelde Paul van Meenen voor om af te zien van het plan om de rekentoets op te nemen in de slaag/zakregeling van het eindexamen in het gehele voortgezet onderwijs. Ook een motie van Kamerlid Michel Rog van het CDA, waarin onder andere staat dat het rekenonderwijs in alle sectoren moet worden verbeterd, heeft het niet gehaald.

Klik hier voor de moties over de rekentoets