Onrust onder docenten in Venlo

Docenten van drie vo-scholen van Onderwijsgemeenschap Venlo & Omstreken (OGVO) hebben de vakbonden ingeschakeld vanwege een conflict over een tijdelijke uitbreiding van hun lesgevende taken.

Na een emotionele personeelsbijeenkomst in theater De Maaspoort, waar ongeveer 175 docenten aanwezig waren, eisen docenten en bonden op korte termijn een gesprek met het bestuur en de raad van toezicht. Doordat de vergadering met de bonden onder schooltijd was, vielen dinsdag veel lessen uit op het Valuascollege en College Den Hulster in Venlo en het Blariacumcollege in Blerick. De docenten klaagden in de Maaspoort niet alleen over het taakbeleid en het feit dat ze allemaal een uur per week extra moeten werken, maar ook over onzekerheid in arbeidscontracten en een angstcultuur op de scholen. ‘Het doet pijn dat er nu lessen uitvallen, maar dit doe ik voor de lange termijn en voor de leerlingen’, zegt een van de docenten anoniem op de website van de Algemene Onderwijsbond (AOb).

Inmiddels heeft bestuursvoorzitter Peter Badoux van OGVO aangegeven dat hij graag om de tafel wil voor een gesprek. Ook benadrukt hij dat het extra uur werken een tijdelijke noodmaatregel is, die per 1 augustus 2019 wordt opgeheven. De reden daarvoor ligt in financiële problemen.
Meer informatie

Gesprekken gaan door zonder PO in Actie

Onderwijsminister Arie Slob zegt dat de gesprekken met de sociale partners over de aanpak van het lerarentekort doorgaan, maar zonder PO in Actie. Hij laat dat weten in reactie op Kamervragen van de PvdA en GroenLinks.

De vragen van PvdA-Kamerlid Kirsten van den Hul en haar collega Lisa Westerveld van GroenLinks volgden op het besluit van de vakbond PO in Actie om uit het overleg met minister Slob over de aanpak van het lerarentekort weg te lopen. PO in Actie nam dat besluit eind augustus.

Slob heeft herhaaldelijk gezegd dat er geen extra geld komt bovenop de eerder overeengekomen 270 miljoen euro voor hogere salarissen en 430 miljoen euro voor minder werkdruk. Dat was voor PO in Actie reden om het overleg te staken.

Dit betekent echter niet dat het overleg met de andere sociale partners stilligt, aldus de minister. ‘Ik ben op dit moment in gesprek met de werkgevers- en werknemersorganisaties over de aanpak van het lerarentekort. PO in Actie heeft aangegeven niet meer bij deze gesprekken betrokken te willen zijn.’

Weer voor de klas

PO in Actie laat in reactie hierop weten graag weer te willen aansluiten ‘als we over echte oplossingen kunnen praten’. Tot die tijd staan de voormannen Thijs Roovers en Jan van de Ven van PO in Actie weer voor de klas ‘om te zorgen voor een zo klein mogelijk lerarentekort’.

Roovers en Van de Ven lieten voor de zomervakantie weten dat zij met PO in Actie zouden stoppen. Ze zeiden toen dat het altijd hun wens was ‘om gewoon terug de klas in te gaan’. Ook lieten ze toen weten dat hun gezinnen meer aandacht verdienen, omdat die het door hun werk voor PO in Actie ‘behoorlijk te verduren’ hebben gekregen.

PO-Front

Onlangs werd bekend dat PO-Front, het monsterverbond van werkgevers en werknemers, niet meer als zodanig bestaat. In PO-Front, dat zich sterk maakte voor meer geld voor hogere salarissen en minder werkdruk, zat onder andere PO in Actie.

Nu PO-Front niet meer bestaat, meldt de PO-Raad dat het in het primair onderwijs om meer gaat dan alleen lerarensalarissen en werkdruk. Het is volgens de werkgeversorganisatie ook belangrijk dat leidinggevenden en ondersteuners meer geld krijgen, dat de structurele tekorten op de materiële instandhouding worden ingehaald en dat de doelmatigheidskorting wordt geschrapt.

PO in Actie liet naar aanleiding van het nieuws over het einde van PO-Front weten dat de vakbond met de samenwerking had willen doorgaan en dat het nu niet duidelijk is hoe PO in Actie vorm kan blijven geven aan verdere acties.

PO-Raad en vakbonden maken einde aan monsterverbond

De PO-Raad en de onderwijsvakbonden hebben de stekker uit PO-Front getrokken. Dat was het monsterverbond waarin de werkgevers en werknemers gezamenlijk optrokken om bij het kabinet meer geld los te krijgen voor hogere lerarensalarissen en minder werkdruk.

In een gezamenlijk persbericht melden de PO-Raad en de vakbonden dat er met PO-Front veel is bereikt. Daarmee doelen ze op de 270 miljoen euro van het kabinet voor hogere salarissen en 430 miljoen euro om de werkdruk aan te pakken.

PO-Front organiseerde stakingen en bleef er tot het einde toe op hameren dat het kabinet met twee keer zoveel geld moest komen, maar onderwijsminister Arie Slob bleef op zijn beurt herhalen dat het kabinet die eis niet kon inwilligen.

Meer dan alleen salarissen

Nu PO-Front niet meer bestaat, meldt de PO-Raad dat het in het primair onderwijs om meer gaat dan alleen de lerarensalarissen en de werkdruk.

Het is volgens de werkgeversorganisatie ook belangrijk dat leidinggevenden en ondersteuners meer geld krijgen, dat de structurele tekorten op de materiële instandhouding worden ingehaald en dat de doelmatigheidskorting wordt geschrapt.

PO in Actie baalt

Lerarenvakbond PO in Actie van Thijs Roovers en Jan van de Ven bracht het einde van PO-Front op Twitter als ‘brekend nieuws’. Wat deze vakbond betreft had PO-Front ‘nog wel even door mogen gaan’. PO in Actie zegt niet te weten hoe het nu verder moet met eventuele vervolgacties voor meer salaris.

Exit Onderwijscoöperatie, leraren nu aan zet

De leraren moeten komen tot een nieuwe, stevige beroepsgroeporganisatie. Dat benadrukt onderwijsminister Arie Slob nu de Onderwijscoöperatie ermee gaat stoppen. De minister meldt ook dat er een onderzoek komt naar de doelmatigheid van de bestedingen van de Onderwijscoöperatie.

Slob betreurt het, zo laat hij in een brief aan de Tweede Kamer weten, dat de constructie van de Onderwijscoöperatie, die in 2011 is ontstaan uit een samenwerking van vakbonden en vakverenigingen, ‘niet houdbaar’ is gebleken. Hoewel van de vakbonden mag worden verwacht dat zij de leraren vertegenwoordigen, werd dit niet zo ervaren.

De minister stelt dat de legitimiteit van de vakbonden als vertegenwoordiger van de leraren in arbeidsrechtelijke zaken ‘onbetwist’ is, maar hij constateert ook ‘dat diverse groepen in het onderwijsveld inmiddels vraagtekens zetten bij hun legitimiteit op de
vakinhoudelijke vertegenwoordiging’.

Nu de Onderwijscoöperatie er de brui aan geeft, omdat de leraren de organisatie niet zien zitten, is het volgens Slob aan de leraren zelf om een ‘nieuwe, stevige beroepsgroeporganisatie’ op poten te zetten. Hij wil daarbij de helpende hand bieden.

Geld goed besteed?

De minister uit in zijn brief aan de Tweede Kamer twijfel over de doelmatigheid van de besteding van het overheidsgeld dat sinds 2011 aan de Onderwijscoöperatie is besteed. Hij zal daar onderzoek naar laten doen.

Lees meer…

Tweede Kamer wil vakbonden uit Onderwijscoöperatie

De vakbonden in het bestuur van de Onderwijscoöperatie moeten plaatsmaken voor leraren. De Tweede Kamer heeft een motie van die strekking aangenomen, die was ingediend door CDA-Tweede Kamerlid (en voormalig voorzitter van CNV Onderwijs) Michel Rog en zijn collega Paul van Meenen van D66.

Het bestuur van de Onderwijscoöperatie bestaat nu uit vier personen: voorzitter Liesbeth Verheggen van de Algemene Onderwijsbond (AOb), haar collega Loek Schueler van CNV Onderwijs, Jilles Veenstra van de Federatie van Onderwijsvakorganisaties (FvOv) en Hans Kok van het Platform Vakinhoudelijke Verenigingen Voortgezet Onderwijs.

Leraren wantrouwen vakbonden

Volgens Rog, die tot 2012 voorzitter was van CNV Onderwijs, moeten deze mensen weg, onder wie dus de voorzitter van de christelijke onderwijsbond waar hij eerder de scepter zwaaide. Hij stelt dat de leraren geen vertrouwen hebben in het bestuur van de Onderwijscoöperatie, omdat dat hun belangen niet zou behartigen.

‘Het vertrouwen in de beroepsgroep behoort voorop te staan. De leraren (…) worden momenteel dwarsgezeten: ze mogen bijvoorbeeld niet eens hun eigen voorzitter kiezen. Dat willen we stoppen. Leraren moeten het weer voor het zeggen krijgen’, aldus oud-vakbondsvoorzitter Rog, die daarmee in feite de onderwijsvakbonden afserveert.

Met ‘ze mogen niet eens hun eigen voorzitter kiezen’ verwijst Rog naar de rel rond Jan van de Ven van lerarengroep PO in Actie, die vorig jaar te kennen gaf voorzitter te willen worden van het bestuur van de Onderwijscoöperatie. Het bestuur ging daar echter niet in mee.

De rel had onder andere te maken met de invoering van het omstreden Lerarenregister. Het bestuur van de Onderwijscoöperatie heeft de implementatie daarvan inmiddels teruggelegd bij de minister van OCW, die nadrukkelijk stelt dat de leraren wat dit betreft nu aan zet zijn.

Van, voor en door de leraar

D66’er Paul van Meenen, die voor zijn Kamerlidmaatschap onder andere schoolbestuurder was in Den Haag, uit zich in vergelijkbare bewoordingen als die van Rog. ‘De Onderwijscoöperatie is niet de groep ‘van, voor en door de leraar’, maar de groep ‘van, voor en door vakbondsbestuurders en andere belangenbehartigers (…).’

Hij denkt dat het ‘niet meer goedkomt’ en dat het huidige bestuur van de Onderwijscoöperatie daarom ‘zo snel mogelijk (moet) plaatsmaken voor een bestuur van leraren.’

Een meerderheid in de Tweede Kamer steunt met het aannemen van hun motie Rog en Van Meenen.

Onderwijscoöperatie trekt handen af van Lerarenregister

De onderwijsvakbonden die zijn verenigd in de Onderwijscoöperatie trekken hun handen af van het omstreden Lerarenregister.

Het bestuur van de Onderwijscoöperatie meldt dat de zeggenschap over het lerarenregister volledig bij leraren moet liggen. ‘Het bestuur heeft zichzelf bij de oprichting van het register altijd een tijdelijke rol gegeven. De tijd is nu gekomen om afstand van die rol te nemen’, zo staat op de website van de Onderwijscoöperatie.

Dat valt verder te lezen dat ‘de verdere implementatie van het register’ en van de Wet Beroep Leraar waar het register een onderdeel van is van de Onderwijscoöperatie wordt afgesplitst. Dit betekent dat het Lerarenregister en de implementatie van de wet worden teruggegeven aan de minister van OCW. Die zei in december al dat de leraren, die altijd veel kritiek hebben gehad op de invoering van het Lerarenregister, aan zet zijn om er een succes van te maken.

De Onderwijscoöperatie gaat wel door met LerarenOntwikkelFonds, de videosite Leraar24 en de verkiezing van Leraar van het Jaar.

Jan van de Ven valt van zijn stoel

Het lijkt erop dat de leraren er niet veel zin in hebben om van het Lerarenregister een succes te maken. Het besluit van het bestuur van de Onderwijscoöperatie om de handen van het register af te trekken, leidt bij voorman Jan van de Ven van lerarenvakbond PO in Actie, die voor de stakingen in het primair onderwijs samenwerkt met de vakbonden die in het bestuur van de coöperatie zitten, tot een verbolgen reactie op Twitter:

Jan van de Ven van PO in Actie had graag voorzitter willen worden van de Onderwijscoöperatie, maar hij werd vorig jaar door het bestuur afgewezen.

PO in Actie eist van vakbonden dat ze fuseren

De onderwijsvakbonden moeten ‘zichzelf opnieuw weten uit te vinden, een brug weten te slaan naar de beroepsgroep en samengaan in één enkele vakbond’. Dat eist de nieuwe vakbond PO in Actie.

Een fusie van de onderwijsvakbonden is voor PO in Actie een vereiste om zichzelf op te heffen, zo staat in een brief die onder anderen Thijs Roovers en Jan van de Ven namens PO in Actie via sociale media hebben gedeeld.

1,4 miljard

In die brief staat ook dat nog voor de zomer de door de sociale partners geëiste 1,4 miljard euro extra voor het primair onderwijs binnen moet zijn. Onderwijsminister Arie Slob heeft herhaaldelijk laten weten dat dat bedrag er niet zal komen.

Het blijft wat de minister betreft bij de toegezegde helft van 1,4 miljard euro. Hij stelt die helft pas beschikbaar als de CAO PO wordt versoberd. Zo zouden wat de minister betreft de bovenwettelijke regelingen in het primair onderwijs moeten verdwijnen.

Daarover staat niets in de brief van PO in Actie. Er staat wel in dat de nieuwe cao minder pagina’s moet tellen.

 

Leraren basisonderwijs opmerkelijk trouw aan vakbond

Driekwart van de leraren in het basisonderwijs vindt het belangrijk tot zeer belangrijk om lid te zijn van een vakbond. Zij vormen als hoogopgeleiden met dit grote aandeel een uitzondering op de regel dat vooral laagopgeleiden veel waarde hechten aan  het lidmaatschap van een vakbond.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meldt dat in de twintig beroepsgroepen die het bestaan van vakbonden het belangrijkst vinden, veel mensen werken uit de laagste beroepsniveaus. ‘Het gaat bijvoorbeeld om buschauffeurs en trambestuurders, politie en brandweer, verzorgenden, schoonmakers en bouwvakkers’, aldus het CBS.

Leerkrachten in het basisonderwijs en verpleegkundigen zijn volgens het statistiekbureau de enigen uit de hoogste beroepsniveaus in deze top 20. De beroepsgroep die het bestaan van vakbonden het minst belangrijk vindt, is die van de algemeen directeuren. ‘Op het hoogste beroepsniveau (…) vindt minder dan de helft van de werknemers het bestaan van vakbonden (heel) belangrijk’, zo meldt het CBS.

Lees meer…

PO in Actie eist plaats op bij sociale partners

Het lerareninitiatief PO in Actie wil samen met de PO-Raad en de vakbonden om de tafel om te bepalen waaraan het extra geld voor het primair onderwijs wordt besteed. Dat hebben Thijs Roovers en Jan van de Ven van PO in Actie gezegd tegen EenVandaag.

Roovers zegt dat het logisch is dat PO in Actie aanschuift bij de PO-Raad en de vakbonden, omdat de actie voor meer geld en de grote staking donderdag in het primair onderwijs het initiatief waren van PO in Actie. Roovers benadrukt dat PO in Actie wil controleren of het extra geld wel goed terechtkomt.

Van de Ven zegt dat PO in Actie ‘de polder heeft wakkergeschud’. ‘Het is een nieuwe tijd. Wij vertegenwordigen 43.000 leraren die ervoor willen gaan’, aldus Van de Ven.

 

 

 

Cao-onderhandelingen: bonden willen minder werkdruk

Het overleg over een nieuwe cao voor het primair onderwijs is in een nieuwe fase beland. De vakbonden hebben vrijdag hun voorstel aan de PO-Raad voorgelegd.

De Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) meldt dat alle voorstellen in principe onderhandelbaar zijn. Dit geldt echter niet voor de vitaliteitsregeling, die deels de BAPO-regeling zal vervangen.

In het voorstel van de bonden staat onder andere ook hoe zij denken de werkdruk te kunnen verminderen. Er wordt ook aandacht gevraagd voor de verdere professionalisering van onderwijspersoneel.

De verlengde CAO PO loopt nog tot 30 juni 2014.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Hervatting cao-onderhandelingen uitgesteld

De hervatting van de onderhandelingen over een nieuwe cao voor het personeel in het primair onderwijs, die voor maandag gepland stond, is om praktische redenen uitgesteld. Een nieuwe datum is nog niet bekend, maar de hervatting staat voor ‘binnenkort’ gepland.

Het overleg verliep in het begin voortvarend en constructief, maar toen het leeftijdsbewust personeelsbeleid, het seniorenbeleid, de 40-urige werkweek en de werkdruk aan bod kwamen, ging het stroef. Op 5 maart werden de onderhandelingen geschorst.

Adempauze
De Algemene Onderwijsbond (AOb) meldde toen dat een ‘adempauze’ op zijn plaats was, omdat de PO-Raad als vertegenwoordiger van de werkgevers ‘nauwelijks tot beweging bereid was op essentiële dossiers’.

De AOb meldt nu dat de bond de onderhandelingen wil voortzetten op basis van het voorstel dat de gemiddelde groepsgrootte in het basisschool 23 leerlingen bedraagt. Afhankelijk van welke statistische methode en teldatum worden gehanteerd, ligt dat gemiddelde nu tussen 23,3 leerlingen (volgens het ministerie van OCW) en ruim 28 leerlingen (volgens de AOb).

40 uur
De PO-Raad meldde na de schorsing op 5 maart dat de werkgevers willen komen tot ‘een 40-urige werkweek (…) als basis voor al het onderwijspersoneel’. Verder betekent een vernieuwde cao volgens de PO-Raad ‘dat de professionals meer ruimte krijgen en dat er minder centraal geregeld wordt’.

De verlengde CAO PO loopt nog tot 30 juni 2014.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Overleg vereist voor wijziging arbeidsvoorwaarden

Veranderingen in de arbeidsvoorwaarden voor overheidspersoneel mogen pas tot stand worden gebracht nadat de minister van Binnenlandse Zaken hierover overleg heeft gevoerd met de vakbonden. Dit geldt ook voor wijzigingen in de arbeidsvoorwaarden voor mensen die in het onderwijs werken. De Helpdesk kreeg hier een vraag over naar aanleiding van de recente actualisering van het overzicht van wetsvoorstellen en jurisprudentie.

In de Regeling overleg Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid (ROP-regeling) staat dat regelingen die specifiek betrekking hebben op overheids- en onderwijspersoneel in het algemeen niet tot stand worden gebracht ‘dan nadat daarover door of namens onze minister van Binnenlandse Zaken overleg is gevoerd met de centrales van overheidspersoneel en de overheidswerkgevers of verenigingen van overheidswerkgevers, verenigd in de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid’.

In de regeling staat ook dit: ‘Indien een regeling als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op arbeidsvoorwaardelijke rechten of verplichtingen van individuele ambtenaren dient over een desbetreffend voorstel overeenstemming te worden bereikt.’

Hieruit blijkt inderdaad dat de minister van Binnenlandse Zaken voor veranderingen in de arbeidsvoorwaarden met de vakbonden moet overleggen. Volgens de ROP-regeling is het zelfs zo dat er voor aanpassing van arbeidsvoorwaardelijke rechten overeenstemming nodig is.

Tijdens overleg in de Tweede Kamer op 15 januari jongstleden hebben verschillende partijen de minister van Binnenlandse Zaken erop gewezen dat hij met de vakbonden moet overleggen over het voorstel. Volgens de vakbonden is er – afgezien van een informeel gesprek – geen overleg over het wetsvoorstel geweest. Ze dreigen daarom naar de rechter te stappen.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl