Infographic vereenvoudiging bekostiging

Het ministerie van OCW heeft een infographic online gezet over de vereenvoudiging van de bekostiging van het voortgezet onderwijs.

Onderwijsminister Arie Slob stuurde het wetsvoorstel ter vereenvoudiging van de bekostiging van het voortgezet onderwijs onlangs naar de Tweede Kamer. Er staat in dat er vaste bedragen per leerling en per vestiging komen. Dat betekent volgens de minister het einde van een complexe rekensom met tientallen parameters.

‘Door deze vereenvoudiging krijgen scholen voor gelijke leerlingen dezelfde hoeveelheid geld. Ongeacht op wat voor school de leerling zit. Daardoor kunnen schoolbesturen gemakkelijker de financiële consequenties berekenen van veranderende leerlingenaantallen en kan bijvoorbeeld de MR gemakkelijker de financiën controleren’, aldus de minister in een brief aan de Tweede Kamer.

De infographic is een vereenvoudigde weergave van het wetsvoorstel ter vereenvoudiging van de bekostiging van het voortgezet onderwijs.

Aanvullende bekostiging

OCW heeft ook een andere infographic online gezet over de aanvullende bekostiging van een deel van de scholen voor voortgezet onderwijs in dunbevolkte gebieden. Deze aanvullende bekostiging is bedoeld om ondanks dalende leerlingenaantallen een breed onderwijsaanbod in de regio in stand te kunnen houden.

Vereenvoudiging bekostiging naar Tweede Kamer

Onderwijsminister Arie Slob heeft het wetsvoorstel ter vereenvoudiging van de bekostiging van het voortgezet onderwijs naar de Tweede Kamer gestuurd. In het wetsvoorstel staat dat er vaste bedragen per leerling en per vestiging komen. Dat betekent volgens de minister het einde van een complexe rekensom met tientallen parameters.

‘Door deze vereenvoudiging krijgen scholen voor gelijke leerlingen dezelfde hoeveelheid geld. Ongeacht op wat voor school de leerling zit. Daardoor kunnen schoolbesturen gemakkelijker de financiële consequenties berekenen van veranderende leerlingenaantallen en kan bijvoorbeeld de MR gemakkelijker de financiën controleren’, aldus de minister.

Vier verschillende bedragen

Het wetsvoorstel voorziet niet in één bedrag voor alle leerlingen en scholen, maar in vier verschillende bedragen: twee voor leerlingen en twee voor vestigingen.

Voor de leerlingen komt er één bedrag voor alle onderbouwleerlingen en bovenbouwleerlingen in het vwo, havo, mavo en vmbo-gl, en één bedrag voor alle leerlingen in het praktijkonderwijs en bovenbouwleerlingen in vmbo-basis en –kader. Aanvullend komt er een toeslag voor vmbo-leerlingen in de gemengde leerweg, omdat zij naast hun lessen op school ook beroepsgericht onderwijs krijgen.

Daarnaast krijgen scholen één vast bedrag voor de hoofdvestiging van een school en één vast bedrag per nevenvestiging.

Geïsoleerde scholen

Om onderwijs bereikbaar te houden voor leerlingen in gebieden waar het aantal leerlingen terugloopt, komt er een aanvullende regeling voor geïsoleerde scholen. Een school is geïsoleerd als vervangend aanbod op minimaal 8 kilometer ligt. Voor praktijkonderwijs is dat 20 kilometer.

De totale hoeveelheid geld dat naar het voortgezet onderwijs gaat, blijft gelijk. Wel zullen er scholen zijn die meer geld ontvangen door de eenvoudigere rekenwijze, maar ook scholen die minder geld ontvangen. De nieuwe rekenwijze wordt ingevoerd in gelijke stappen over vier, soms vijf jaar. Hierdoor hebben schoolbesturen volgens de minister de tijd om in te spelen op de nieuwe hoeveelheid geld die ze krijgen.

Lees meer…

Slob wil naar één basisbedrag per school en leerling

Arie Slob wil de bekostiging van het primair onderwijs vereenvoudigen door met één basisbedrag per school en per leerling te komen. Ook wil hij bekostiging per kalenderjaar. Dat staat in een brief aan de Tweede Kamer.

De onderwijsminister wil de mogelijkheid van aanvullende bekostiging handhaven. Bijvoorbeeld voor het openhouden van kleine scholen, het tegengaan van onderwijsachterstanden en specifieke doelgroepen, zoals asielzoekers. ‘Ook blijft er (…) aanvullende bekostiging voor bijvoorbeeld ondersteuning voor leerlingen in het speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs’, zo staat in de brief van de minister.

Hij noemt verder verschillende maatregelen om de bekostiging te vereenvoudigen:

  • Geen verschil meer tussen onderbouw en bovenbouw.
  • Geen correctie meer op grond van gemiddelde leeftijd leraren.
  • Materiële bekostiging: één bedrag per school en per leerling.
  • Samenvoegen van budgetten personeel en materieel.

Door op kalenderjaarbasis te gaan werken, zullen de bedragen slechts twee in plaats van drie keer worden vastgesteld: voorafgaand aan het kalenderjaar, zodat de school weet waar die aan toe is, en gedurende het kalenderjaar om loon- en prijsbijstelling te verwerken. Dit sluit volgens de minister beter aan op de verantwoording in de jaarverslagen en op de Rijksbegroting, die beide op kalenderjaarbasis werken.

Teldatum naar 1 februari

Slob stelt voor de teldatum te verplaatsen van 1 oktober naar 1 februari. ‘Hierdoor wordt er rekening gehouden met het gemiddelde aantal leerlingen op de school gedurende het schooljaar. Dit sluit beter aan op de kosten die gemaakt worden.’

Lees meer…

 

Rekentool brengt herverdeeleffecten in beeld

Schoolbesturen voor voortgezet onderwijs kunnen met een rekentool zien wat de herverdeeleffecten zijn van de vereenvoudiging van de bekostiging.

De rekentool is gepubliceerd door het ministerie van OCW. Dat vermeldt erbij dat de rekentool een voorlopige doorrekening geeft op basis van de bekostiging in 2017 en de leerlingentelling van 1 oktober 2016. ‘De hoogte van de parameters is indicatief en kan de komende jaren nog wijzigen’, zo benadrukt het ministerie.

Download de rekentool

Kleine brede scholengemeenschappen extra hard geraakt

Kleine brede scholengemeenschappen in regio’s met demografische krimp worden extra hard geraakt door de herverdeeleffecten van de voorgestelde vereenvouding van de bekostiging van het voortgezet onderwijs. Dat erkent onderwijsminister Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer.

De minister schrijft in zijn brief dat alle scholen in het voorstel eenzelfde vaste voet krijgen en alle dezelfde type leerlingen hetzelfde bekostigingsbedrag. Dit betekent volgens hem dat de herverdeeleffecten het hardst aankomen bij brede scholengemeenschappen.

Bij kleine brede scholengemeenschappen in met name krimpregio’s komt dat effect extra hard aan, zo legt Slob uit. Dat komt doordat de vaste lasten per leerling daar relatief hoog zijn.

Kansengelijkheid

De bevindingen van de minister staan haaks op wat de Tweede Kamer wil. Die geeft expliciet aan dat de voorgestelde vereenvoudiging van de bekostiging van het voortgezet een stimulans moet bevatten voor de vorming van brede scholengemeenschappen, omdat die een positieve bijdrage leveren aan kansengelijkheid.

Dit belangrijke aandachtspunt werd door VOS/ABB onder de aandacht bracht van de politiek. ‘Het lijkt erop dat de wettenmakers ten aanzien van het voorstel vergeten zijn een ‘kansengelijkheidscheck’ uit te voeren’, zo staat in de bijdrage van Ronald Bloemers van VOS/ABB.

Het feit dat juist brede scholengemeenschappen hard worden geraakt door de herverdeeleffecten van de vereenvoudighing van de bekostiging, vindt VOS/ABB een ongewenste uitwerking. ‘In het belang van de aanpak van kansenongelijkheid dient dit wetsvoorstel daarop te worden aangepast’, zo staat in de bijdrage van Bloemers.

Doorbraak in vereenvoudiging bekostiging

Het bekostigingsmodel voor het voortgezet onderwijs wordt per 1 januari 2021 sterk vereenvoudigd. Na jaren van overleg is hier overeenstemming over bereikt. Minister Slob spreekt van een doorbraak in de brief die hij vandaag aan de Tweede Kamer stuurt.

In de Kamerbrief staat dat de lumpsumbekostiging blijft, maar dat deze in de toekomst wordt gebaseerd op vaste bedragen per leerling in de onderbouw en bovenbouw en per school. Er blijven nog maar vier criteria over voor de berekening van de bekostiging:

  • Eén prijs voor alle leerlingen in de onderbouw en voor leerlingen in de bovenbouw van het algemeen vormend onderwijs.
  • Eén prijs voor leerlingen in de bovenbouw van het voorbereidend beroepsonderwijs en leerlingen in het praktijkonderwijs.
  • Een vast bedrag per vestiging van een school.
  • Een hoger bedrag voor een hoofdvestiging dan voor een nevenvestiging.

Herverdeeleffecten bij nieuw bekostigingsmodel

Het vierde criterium is toegevoegd om rekening te houden met de positie van kleine, kwetsbare besturen, zo schrijft Slob in zijn Kamerbrief. Volgens hem blijven op deze manier de herverdeeleffecten klein. Circa 90 procent van de schoolbesturen kan een positief herverdeeleffect verwachten of een negatief herverdeeleffect dat kleiner is dan 3 procent.

Dit betekent dat er ook schoolbesturen zijn die er financieel op achteruit zullen gaan. Volgens dagblad Trouw treft dat vooral brede scholen. Er komt een overgangsregeling van vier jaar, maar voor schoolbesturen met een negatief herverdeeleffect van 3 procent of meer wordt dat vijf jaar.

Reageren via internetconsultatie

Volgens Slob bestaat er ruim draagvlak voor dit nieuwe bekostigingsmodel, dat is voorbereid in samenspraak met de VO-raad. Hij gaat de wetswijziging nu voorbereiden en verwacht het wetsvoorstel in de zomer van 2019 te kunnen indienen.

Hij opent per direct een nieuwe internetconsultatie en stelt een instrument beschikbaar waarmee schoolbesturen al kunnen berekenen hoe de herverdeeleffecten zullen uitvallen. De internetconsultatie staat open tot 28 september.

Scholen en besturen kunnen hier rechtstreeks input leveren. Dat kan echter ook via VOS/ABB, waarna de vereniging alle opmerkingen zal verwerken in een reactie op de internetconsultatie.

Mail uw opmerkingen naar Ronald Bloemers via rbloemers@vosabb.nl

Meer informatie in de Kamerbrief van minister Slob

 

Participatiefonds streeft naar vereenvoudigd systeem

Het Participatiefonds (Pf) gaat moderniseren. Althans, dat is het streven van het bestuur van het Pf, zo blijkt uit een brief aan de aangesloten schoolbesturen.

Het streven van het Pf om te moderniseren sluit aan bij de wens van het vorige kabinet. Dat liet in 2016 aan de Tweede Kamer weten dat er ‘een vereenvoudigd en administratief minder belastend systeem voor de verevening van risico’s van werkloosheidsuitgaven’ moest komen met prikkels ‘om werkloosheid te voorkomen c.q. te bekorten’. Verder zouden in het nieuwe systeem de risico’s evenwichtig verdeeld moeten worden ‘tussen het collectief van schoolbesturen en de individuele besturen waar de uitkeringen zich voordoen’.

Het bestuur van het Pf heeft in het verlengde hiervan een advies van de PO-Raad en de onderwijsvakbonden overgenomen, waarin onder andere staat dat schoolbesturen niet in financiële problemen mogen komen door hoge kosten van werkloosheidsuitkeringen. Het nieuwe systeem moet bovendien ‘anonieme afwenteling’ voorkomen van kosten door individuele schoolbesturen op het collectief.

Bekostigingsexpert Ronald Bloemers van VOS/ABB noemt de aangekondigde modernisering ‘vrij fors’. Hij wijst op de volgende punten:

  • Schoolbesturen betalen direct 50 procent van de werkloosheidskosten zelf.
  • Indien het ontslag in specifieke situaties als onvermijdbaar wordt beoordeeld en de werkgever voldoende inspanning heeft geleverd, is dat slechts 10 procent.
  • De sector draagt minimaal 50 procent van de werkloosheidskosten en in bepaalde gevallen dus 90 procent.
  • De facturatie van werkloosheidskosten zal rechtstreeks aan besturen worden gedaan. Er zal dus geen sprake meer zijn van verrekening via de lumpsum.

Het is de bedoeling, zo meldt het bestuur van het Pf, dat de vereenvoudigde systematiek aansluit bij de nieuwe ontslagsystematiek per 1 januari 2020. Op die datum zal de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) in werking treden. Met die nieuwe wet worden de ontslagregels voor mensen in het openbaar onderwijs gelijkgetrokken met die voor werknemers in het bijzonder onderwijs.

Lees meer…

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl