‘Verevening passend onderwijs vergroot problemen’

Doordat de instroomleeftijd van leerlingen in het speciaal onderwijs hoger wordt, kunnen de problemen in de klas complexer worden. Dat stelt de PO-Raad in reactie op een item van de actualiteitenrubriek Nieuwsuur over passend onderwijs.

Het item van Nieuwsuur gaat over de gevolgen van de verevening: sommige regio’s hebben met de invoering van passend onderwijs extra geld gekregen, andere regio’s hebben geld moeten inleveren.

Tilburg is een regio die geld heeft moeten inleveren. Daar zijn volgens Nieuwsuur problemen ontstaan doordat het reguliere onderwijs leerlingen te laat doorverwijst naar het speciaal onderwijs. De PO-Raad zegt dit te herkennen.

Het ministerie van OCW laat in reactie op het item van Nieuwsuur weten nog steeds achter de verevening te staan. ‘Scholen die voorheen veel kinderen naar het speciaal onderwijs verwezen, zullen wat vaker kinderen naar het reguliere onderwijs laten gaan. Dat is ook de precies de bedoeling’, aldus een woordvoerder van OCW.

Lees meer…

Passend onderwijs draait soms te veel om de centen

In passend onderwijs staat het belang van de leerling niet altijd voorop, stelt directeur Nathalie Schotanus van de Herman Broerenschool in Roermond op de website van de christelijke profielorganisatie Verus.

Schotanus merkt dat binnen sommige samenwerkingsverbanden met een negatieve verevening het financiële plaatje zwaarder weegt dan de inhoud.

Passend onderwijs is volgens haar niet ontstaan vanuit inhoud, maar vanuit bezuinigingen. ‘Natuurlijk moeten we heel kritisch blijven kijken of een leerling naar het speciaal onderwijs moet of dat hij met extra ondersteuning op een reguliere school kan blijven. We doen het goed wanneer een leerling op de meest passende onderwijsplek zit’, aldus Schotanus.

Lees meer…

Verevening bij lwoo en pro niet verstandig

Bij de verdeling van het geld voor leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en praktijkonderwijs (pro) zou niet moeten worden overgegaan tot verevening. Dat is de conclusie van het rapport Naar een nieuwe bekostigingssystematiek voor lwoo en praktijkonderwijs.

Op dit moment is er sprake van een ongelijke verdeling van de middelen voor lwoo en pro: de ene regio heeft een hoger percentage lwoo- en pro-leerlingen dan de andere regio.

Verevening onverstandig

Onderzoek naar de mogelijkheid om de middelen voor lwoo en pro te verevenen wijst uit dat de verwachte behoefte aan lwoo en pro niet gelijk is verdeeld over het land en dat er daarom niet verevend zou moeten worden.

De bekostigingssystematiek zou rekening moeten houden met sociaaleconomische aspecten in de verschillende regio’s, zoals het opleidingsniveau van de ouders.

Het onderzoek hoort bij de Negende voortgangsrapportage passend onderwijs.

‘Zachte landing’ bij verevening passend onderwijs

Er wordt structureel 29 miljoen euro toegevoegd aan de lumpsum van de samenwerkingsverbanden. Het voorstel is om een deel van het geld te gebruiken om de negatieve gevolgen van de verevening in het kader van de invoering van passend onderwijs te verzachten. Dat meldt de ChristenUnie.

Het bedrag maakt deel uit van een eerder geschrapte bezuiniging van 50 miljoen euro. In het Herfstakkoord werd op initiatief van de zogenoemde constructieve oppositie van ChristenUnie, SGP en D66 deze voorgenomen bezuiniging teruggedraaid. Het ging toen specifiek om de 21 miljoen euro voor het leerwegondersteunend onderwijs en het praktijkonderwijs.

Het is nu duidelijk geworden dat van het structurele bedrag van 50 miljoen euro dat in het Herfstakkoord vermeld staat, 29 miljoen euro bedoeld is voor passend onderwijs. Dit geld gaat ongeoormerkt naar de lumpsum van de samenwerkingsverbanden.

Verevening verzachten
Voorgesteld wordt, zo meldt de ChristenUnie, dat van dit budget in 2016 en 2017 een bedrag van 4,6 miljoen euro per jaar wordt gebruikt om de negatieve verevening, die vooral krimpregio’s raakt, te verzachten.

Doordat het budget voor passend onderwijs wordt herverdeeld over het land, krijgen sommige regio’s minder budget dan in het verleden is vastgesteld. Onderwijswoordvoerder Joël Voordewind van de ChristenUnie over de gevolgen van de verevening: ‘Hierdoor zouden regio’s in Noord-, Oost- en Zuid-Nederland extra geraakt worden. Met ontslag van personeel en minder begeleiding van zorgleerlingen als gevolg. Door de extra middelen kan de afbouw geleidelijker gaan dan gepland.’

Volgens Voordewind is het van belang om de verevening ‘soepel te laten verlopen in kwetsbare krimregio’s’. Hij spreekt in dit kader van ‘een zachte landing’. Het voorstel is om de afbouwpercentages voor de schooljaren 2016/17 en 2017/18 aan te passen van respectievelijk 90 naar 95 en van 75 naar 80.

Onderkant én bovenkant
Bij de toevoeging van de 29 miljoen euro aan de lumpsum van de samenwerkingsverbanden wordt verder uitgegaan van een brede definitie van de doelstelling van passend onderwijs. Het moet zowel naar leerlingen ‘aan de onderkant’ als om leerlingen ‘aan de bovenkant’ (hoogbegaafden).

Het is voorts ‘van prioritair belang’, zo staat in een toelichting die de ChristenUnie aan VOS/ABB heeft gemaild, ‘dat leraren de complexe vaardigheden beheersen als het gaat om de invulling van passend onderwijs’. Hiermee wordt gedoeld op het omgaan met verschillen. Dat zou moeten worden meegenomen bij de uitwerking van de lerarenagenda.

Informatie: Heklpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl