Jongerencampagne voor juiste informatie over VOG

Met de jongerencampagne Wat de VOG?! wil het ministerie van Justitie en Veiligheid onjuiste beeldvorming over de Verklaring Omtrent het Gedrag bijsturen.

Onder andere stagebedrijven vragen jongeren steeds vaker om een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Sommige leerlingen durven uit angst voor afwijzing geen VOG aan te vragen, bijvoorbeeld omdat ze een strafblad hebben. De campagne Wat de VOG?! moet deze angst wegnemen, want in de praktijk blijkt 99 procent een VOG te krijgen.

 

Ga naar de campagnewebsite

Verklaring Omtrent Gedrag wordt verscherpt

De regels voor het verstrekken van een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) worden verscherpt. Het wordt onder meer mogelijk gemaakt een VOG te weigeren op grond van politiegegevens. Nu is een weigering alleen mogelijk als iemand veroordeeld is.

De VOG is verplicht voor mensen die in het onderwijs met kinderen of jongeren werken. Een leerkracht die geen VOG heeft, mag niet lesgeven. In schooljaar 2014/2015 is aangekondigd dat de Inspectie hier voortaan streng op controleert. Dit na een incident in 2013, toen bekend werd dat een veroordeelde pedoseksueel korte tijd op een school had kunnen werken, omdat hij al aan de slag mocht terwijl de VOG nog niet binnen was. Die werd een maand later geweigerd, waardoor zijn verzwegen verleden uitkwam en hij op staande voet werd ontslagen. In 2014 kwam toen de roep om strengere eisen aan de VOG.

Als er politiegegevens betrokken mogen worden bij het beoordelen van een VOG-aanvraag, kan de verklaring ook al worden geweigerd als iemand verdacht is van een (zeden)delict, maar nog niet veroordeeld. Staatssecretaris Dijkhoff van Veiligheid en Justitie wil dit nu regelen. Ook kunnen bepaalde sectoren hun personeel straks periodiek of continu screenen. Aan deze uitbreidingen worden wel strikte voorwaarden verbonden.

Meer voorlichting
Dijkhoff wil ook meer voorlichting gaan geven over de VOG aan jongeren, omdat er signalen zijn dat jongeren geen VOG aanvragen uit angst voor weigering. Die angst is niet terecht, want in 2015 is maar 0,3 procent van de ruim 185.000 aangevraagde VOG’s voor jongeren geweigerd. Dijkhoff wil voorkomen  dat de VOG een onnodige belemmering wordt voor jongeren bij de start van hun loopbaan en misverstanden uit de weg ruimen.

In het totaal zijn er bij de screeningsautoriteit Justis in 2015 ruim 800.000 VOG’s aangevraagd. Hiervan werden er ruim 57.000 gratis aangevraagd door vrijwilligers die met kinderen en verstandelijk beperkten werken.

Meer informatie over de VOG en de voorwaarden.

Inspectie ziet strikt toe op Verklaring Omtrent het Gedrag

Met ingang van het nieuwe schooljaar 2014-2015 controleert de Inspectie van het Onderwijs strikt of personeelsleden een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) hebben.

Strikt toezicht op de aanwezigheid van VOG’s en óók op de bevoegdheid van leraren is belangrijk, zo meldt de inspectie, omdat leerlingen les moeten krijgen van gekwalificeerde docenten. Wat de bevoegdheid betreft, let de inspectie de komende jaren in het bijzonder op het (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so). De strikte handhaving op de aanwezigheid van VOG’s geldt nadrukkelijk voor alle onderwijssectoren.

Wat de bevoegdheidscontroles in het (v)so betreft: met ingang van het nieuwe schooljaar 2014-2015 checkt de inspectie voorafgaand aan alle kwaliteitsonderzoeken en de onderzoeken naar kwaliteitsverbetering de gegevens rond bevoegdheid van leraren. Bij het ontbreken van de juiste onderwijsbevoegdheid vraagt de inspectie om herstel.

U kunt een stroomschema gebruiken om zelf na te gaan of de leraren aan de bevoegdheidseisen voldoen.

Verklaring Omtrent het Gedrag
Het uitgangspunt is dat iedereen die (betaald of onbetaald) werkt met kinderen en jongeren in het onderwijs een VOG moet hebben. Voor het onderwijzend personeel is het bezit van de VOG een eis om te mogen werken. Een leerkracht die geen VOG heeft, mag niet lesgeven.

Als de VOG ontbreekt, moet het bestuur die per direct aan de betreffende persoon vragen én deze persoon op non-actief zetten tot de verklaring is overhandigd.

Lees meer over de VOG-verplichting

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Incident met pedo benadrukt belang van VOG

Een veroordeelde pedoseksueel heeft een maand lang ongestoord kunnen werken op de christelijke basisschool Crescendo in Amsterdam-Zuidoost. Na zijn sollicitatie had de man in afwachting van de verplichte Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) van de school toestemming gekregen om alvast aan het werk te gaan, meldt de Amsterdamse zender AT5.

De man is volgens AT5 in 2005 veroordeeld tot vier jaar cel voor het misbruiken van meerdere kinderen. in september begon hij als conciërge op basisschool Crescendo. Dat hij op deze school van de Evangelische Broedergemeente werkte, werd ontdekt door zijn ex-vrouw.

Toen bleek dat de man geen VOG kreeg, is hij op staande voet ontslagen. Er zijn geen signalen dat hij op de school kinderen heeft misbruikt. De school heeft de ouders per brief over het incident geïnformeerd.

De Amsterdamse onderwijswethouder Pieter Hilhorst benadrukt op AT5 dat niemand in het onderwijs mag werken voordat er een VOG is afgegeven.

Geen VOG na zedendelict
In principe kan iemand die is veroordeeld voor een zedendelict niet meer in het onderwijs werken, omdat er deze mensen geen VOG krijgen. Toch zijn er uitzonderingen mogelijk.

In april van dit jaar heeft de Helpdesk van VOS/ABB op deze website een toelichting over dit onderwerp geplaatst.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Na zedendelict nooit meer in onderwijs werken

In het onderwijs moet bij zedendelicten de weigering van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) zonder uitzondering het uitgangspunt zijn. Het onderwijs dient immers garant te kunnen staan voor de veiligheid van het kind.

Dit standpunt van VOS/ABB volgt op het nieuws over een leraar van een openbare basisschool in Spijkenisse. De man is vrijgesproken voor het verrichten van ontuchtige handelingen met een leerling, maar is wel veroordeeld voor het in het bezit hebben van kinderporno. De rechter oordeelde dat de leraar zijn beroep kan blijven uitoefenen en dat hij niet, al dan niet tijdelijk, zal worden ontzet uit zijn bevoegdheid.

Hoe verhoudt deze uitspraak zich tot het aanvragen van een VOG? Uit de Beleidsregels VOG NP-RP 2013 vloeit voort dat er twee criteria zijn voor het beoordelen van een aanvraag voor een VOG: het objectieve criterium en het subjectieve criterium. Het subjectieve criterium is hier van bijzonder belang. Het kan er namelijk toe leiden dat een VOG toch wordt toegekend, ook als er een mogelijk risico bestaat voor de samenleving als de aanvrager zijn beroep weer gaat uitoefenen. De belangen van de aanvrager kunnen zwaarder wegen dan het mogelijke risico voor de samenleving.

Bij zedendelicten is het uitgangspunt dat een VOG niet wordt verstrekt (als aan de voorwaarden is voldaan). Als dit evident disproportioneel is voor de aanvrager, kan echter alsnog worden geoordeeld dat hij de VOG wel krijgt toegekend. Dit zou kunnen betekenen dat in de zaak die in Spijkenisse speelde, de bewuste leraar alsnog met succes een VOG zou kunnen aanvragen om in het onderwijs te kunnen werken.

VOS/ABB acht dit een ongewenste zaak, omdat het onderwijs garant dient te staan voor de veiligheid van elk kind. Daarom moet in het onderwijs bij zedendelicten de weigering van een VOG zonder uitzondering het uitgangspunt zijn.

Juridisch adviseur mr. José van Snek van de Helpdesk van VOS/ABB heeft een toelichting geschreven op deze kwestie.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl