Amsterdamse wethouder pleit voor gratis voorschool

De voorschool moet gratis worden, vindt de Amsterdamse onderwijswethouder Marjolein Moorman (PvdA) en voorzitter Bart Drenth van MKB Amsterdam.

In een opiniestuk in Trouw benadrukken zij het belang van kansengelijkheid voor alle kinderen en het ontbreken van die gelijkheid in de huidige samenleving.

‘Dat betekent dat veel talent en potentieel al op jonge leeftijd verloren gaan. Dat is niet alleen oneerlijk voor de kinderen die het betreft, maar ook ondermijnend voor de samenleving in zijn geheel. Kansenongelijkheid kent een hoge prijs: segregatie, polarisatie en hoge maatschappelijke kosten’, aldus Moorman en Drenth.

Zij vinden dat kansenongelijkheid zo vroeg mogelijk moet worden voorkomen, en dat kan volgens hen door de voorschool voor alle ouders gratis te maken. Dit zou volgens hen een investering zijn ‘die de kansen voor kinderen vergroot en tegelijk veel economisch rendement oplevert’.

Voorschool betalen

Onder andere de lokale Amsterdamse krant Het Parool meldde vorige maand dat ouders hun kinderen massaal van de voorschool halen. Dat heeft te maken met inkomens­afhankelijke bijdrage die ouders sinds 1 januari van dit jaar moeten betalen.

Kabinet zet in op goed onderwijs voor iedereen

Het kabinet investeert in ‘goed toegankelijk onderwijs voor iedereen’, omdat dat ‘cruciaal is voor de toekomst van de Nederlandse kennissamenleving’. Dat staat in de begrotingsstukken van het ministerie van OCW, die op Prinsjesdag zijn gepubliceerd.

Het kabinet schrijft in de begrotingsstukken dat de samenleving veel verwacht van het onderwijs, maar ook dat het beseft dat scholen niet alle maatschappelijke problemen kunnen oplossen. De primaire taak van het onderwijs is, aldus het kabinet, ‘kinderen en jongeren tot bloei te laten komen en voor te bereiden op de verantwoordelijkheden die ze in de toekomst zullen dragen’.

Daarbij hoort nadrukkelijk ‘goed toegankelijk onderwijs (…) waarin ieder kind tot zijn recht komt en zijn gaven en talenten kan ontwikkelen’. Daarom zegt het kabinet in te zetten ‘op gelijke onderwijskansen’, waarbij het vijf punten noemt:

  • Vroeg- en voorschoolse educatie: het aantal uren voorschoolse educatie aan kinderen die risico lopen op onderwijsachterstanden kan worden uitgebreid van 10 naar 16 uur per week en de kwaliteit kan worden verhoogd door inzet van hbo’ers.
  • Onderwijsachterstandenbeleid: het budget voor onderwijsachterstanden wordt ‘beter over het land’ verdeeld. Er gaat minder onderwijsachterstandengeld naar de grote gemeenten en meer naar kleine gemeenten.
  • Talentontwikkeling: in 2019 komt er in het kader van passend onderwijs subsidie voor onderwijs aan hoogbegaafde kinderen.
  • Kansengelijkheid: het aantal lokale allianties om kansengelijkheid te bevorderen wordt uitgebreid. Hierin zitten onder andere schoolbesturen.
  • Curriculumherziening primair en voortgezet onderwijs: in 2019 wordt de ontwikkelfase afgerond, gevolgd door politieke besluitvorming.

Het kabinet meldt verder dat het extra investeert in de versoepeling van de overgang van het primair naar het voortgezet onderwijs. Daarbij worden de doorgaande leerlijn en de zogenoemde 10-14-scholen genoemd, voor kinderen van 10 tot en met 14 jaar.

Over passend onderwijs merkt het kabinet op, dat het eigenaarschap daarvan moet worden ‘gevoeld door leraren en scholen’ en dat het geld hiervoor ‘echt in de klas’ terecht moet komen. Ouders krijgen ondersteuning in het gesprek met scholen, er komt onafhankelijk toezicht op de samenwerkingsverbanden en de combinatie van onderwijs en (zware) zorg wordt gemakkelijker.

Leraren

Goede en sterke leraren zijn onmisbaar voor goed onderwijs en dat is ‘de reden dat dit kabinet zoveel in hen investeert’, zo staat in de begroting. Het kabinet noemt in dit kader ook ‘het harde werk van dienstbare bestuurders, schoolleiders,  onderwijsondersteuners en conciërges’.

Het lerarentekort is, zo staat in de stukken, ‘een grote uitdaging’ die al tot veel actie heeft geleid om het tegen te gaan. ‘Dat doen we samen met werkgevers, vakbonden, lerarenopleidingen, gemeenten, transfercentra en vele anderen.’ Als voorbeelden van acties die al worden ondernomen, noemt het kabinet het verhogen van de in-, door- en uitstroom van de lerarenopleidingen, het bevorderen van zij-instroom, het behouden van leraren en het activeren van stille reserve.

Ook worden ‘het verbeteren van de beloning en het carrièreperspectief’ genoemd, waarbij het kabinet ingaat op de salarisverhoging in het primair onderwijs en het geld voor de verlaging van de werkdruk in het onderwijs. ‘Daardoor wordt het beroep van leraar aantrekkelijker’, aldus het kabinet.

Ga naar de OCW-begroting 2019

Later deze week komt VOS/ABB met een grondige analyse van de cijfers in het OCW-begroting 2019. Deze analyse wordt gemaakt door onze financieel experts Ronald Bloemers en Ron van der Raaij.

Personeelstekort zet peutervoorziening onder druk

Personeelstekort in de kinderopvang zet de invoering van een basisvoorziening voor peuters onder druk. Dat blijkt uit onderzoek van ABN AMRO, de Belangenvereniging van Ouders in de Kinderopvang (BOinK) en het Waarborgfonds Kinderopvang.

‘De beschikbaarheid van deskundig personeel vormt een belangrijk obstakel in de sector’, zo staat in het onderzoeksrapport ‘War for talent’ ontspruit op de kinderopvang.

De onderzoekers verwachten dat het personeelstekort niet snel zal zijn opgelost. Dit kan volgens hen een belemmering betekenen voor de invoering van een basisvoorziening voor elke peuter, zoals onder andere de PO-Raad en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) willen.

Lees meer…

Hoeveel peuters gaan naar de voorschool?

In opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt in alle gemeenten het bereik van de voorschool onderzocht.

Het onderzoek moet in kaart brengen hoeveel peuters naar de voorschool gaan en wat gemeenten doen om ouders te bereiken die hier (nog) geen gebruik van maken.

Het onderzoek wordt in oktober afgerond.

‘Geef jonge kinderen recht op vier dagdelen opvang’

Alle kinderen tot vier jaar moeten het recht krijgen op vier dagdelen opvang per week.

Dit staat in een voorstel van onder andere de PO-Raad, kinderopvangorganisaties en gemeenten aan het nog te vormen kabinet. Het voorstel is aangeboden aan voorzitter Mariëtte Hamer van de Sociaal-Economische Raad (SER).

De organisaties spreken in hun voorstel van een ‘ontwikkelrecht’ van 16 uur per week. Dat moet voorkomen dat kleuters met een achterstand aan de basisschool beginnen.

Lees meer…

Pabo krijgt geen specialisatie kleuteronderwijs

Het is een slecht idee om leerkrachten op de pabo smal op te leiden om les te mogen geven aan alleen het jonge of het oude kind. Dat vinden minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW, zo blijkt uit een brief van hen aan de Tweede Kamer.

‘Mede door de goede ontwikkelingen op de pabo’s en de behoefte aan brede inzetbaarheid zien wij geen noodzaak om de bevoegdheid van leerkrachten te beperken door ze smal op te leiden’, aldus Bussemaker en Dekker. Zij benadrukken dat het juist belangrijk is dat leerkrachten kennis hebben van de doorlopende leerlijnen. ‘Door deze goed te kennen, weten leerkrachten hoe leerlingen als kleuter binnenkomen en hoe ze eind groep 8 zich hebben ontwikkeld’, zo staat in hun brief.

Pabo deel van groter geheel

Een oplossing voor de zorgen over het jonge kind ligt volgens de minister en de staatssecretaris niet alleen bij pabo’s, maar in het hele systeem. Ze noemen daarbij de cultuur van de school, de visie van de schoolleider, de kwaliteit van de stageplekken, de sturing vanuit het bestuur en de ruimte die er is voor professionalisering en nascholing. ‘Wij zullen er met de betrokken partijen aan blijven werken dat elk kind, jong of oud, de aandacht krijgt dat het verdient’, aldus Bussemaker en Dekker.

Uit een online enquête op initiatief van Tweede Kamerlid Michel Rog van het CDA bleek onlangs dat een deel van de leerkrachten wil dat er weer een specialistische opleiding komt voor het geven van onderwijs aan jonge kinderen, maar OCW vindt dat dus geen goed idee.

Peuters in opvang hebben meer stresshormoon

Peuters in de kinderopvang hebben meer stresshormoon cortisol dan peuters die thuisblijven, blijkt uit onderzoek van de universiteit in de Noorse stad Trondheim.

De onderzoekers zien bij peuters in de kinderopvang 32 procent meer cortisol in het speeksel dan bij peuters die niet naar de opvang gaan.

Volgens onderzoekster May Britt Drugli, die door de Britse krant Daily Mail wordt geciteerd, zegt dat peuters nog niet zo goed kunnen praten en vaak nog geen goede sociale vaardigheden hebben. Daardoor kunnen ze op de crèche veel stress ervaren.

Een hogere cortisolwaarde zou een negatieve invloed kunnen hebben op de ontwikkeling van de hersenen van jonge kinderen, maar wetenschappelijk bewijs daarvoor is er niet.

Veel meer geld nodig voor gelijke kansen

In een brandbrief van onder andere de PO-Raad staat dat er veel meer geld moet naar het onderwijsachterstandenbeleid en voor- en vroegschoolse educatie (vve). De brief, die is gericht aan de Tweede Kamer, staat in het teken van gelijke kansen voor alle kinderen.

In de brandbrief slaan de afzenders alarm over een door het kabinet aangekondigde bezuiniging van 65 miljoen euro in 2018 op het budget voor schoolbesturen en gemeenten voor onderwijsachterstandenbeleid. Ook trekken ze aan de bel over een voorgestelde herverdeling van het beschikbare geld. Door die herverdeling zouden met name grote gemeenten minder geld krijgen, terwijl kleinere gemeenten meer zouden krijgen.

De brandbrief gaat tevens in op een recent rapport van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Daaruit blijkt volgens de afzenders dat er een verdubbeling van het budget nodig is, omdat het aantal kinderen met een groot risico op achterstand meer dan twee keer zo groot zou zijn als waar het kabinet van uitgaat.

‘Wij willen alles op alles zetten om voor alle kinderen een goede start mogelijk te maken. Maar het kabinet dreigt af te breken wat in de voorscholen en het primair onderwijs is opgebouwd’, aldus de afzender van de brandbrief.

Download de brandbrief die mede is ondertekend door de VO-raad, belangenorganisatie Ouder & Onderwijs, de schoolleidersvakbond AVS, de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en andere gemeentelijke organisaties en organisaties in de kinderopvang.

Tweede Kamer stemt in met ‘peuterwet’

De Tweede Kamer heeft ingestemd met de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk

In het regeerakkoord van het huidige kabinet-Rutte werd aangekondigd dat het onderwijs, de kinderopvang en het peuterspeelzaalwerk meer op elkaar moesten worden afgestemd om peuters een betere basis te geven. De nu aangenomen wet van minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is daar de concretisering van.

Asscher zegt tegen de NOS dat hij tevreden is nu de Kamer met zijn wet heeft ingestemd: ‘Het moet niet uitmaken of je ouders arm of rijk zijn. Alle kinderen verdienen het om al vroeg samen te kunnen spelen en daarbij ook spelenderwijs te leren. Dat geeft ze niet alleen veel plezier, maar ook een goede start op de basisschool.’

Voor- en vroegschoolse educatie sterk verbeterd

De kwaliteit van de voor- en vroegschoolse educatie (vve) in de grote steden is de afgelopen vijf jaar sterk gestegen, meldt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer.

De kwaliteitsverbetering is volgens Dekker mede het gevolg van het grote draagvlak voor vve en de goede samenwerking tussen de betrokken partijen. Hij schrijft ook dat op sommige punten nog verbetering mogelijk is.

Zo zal het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie wordt aangepast voor een betere borging van de kwaliteit. Onderdeel van dat besluit is dat vanaf 1 augustus 2017 het taalniveau 3F wettelijk verplicht wordt voor pedagogisch medewerkers in de voorschool in grote gemeenten en vanaf 1 augustus 2019 in alle gemeenten.

Verder wil de staatssecretaris inzetten op innovatie en kennisdeling en ook op verdere ondersteuning van gemeenten en vve-werkgevers.

Lees meer…

 

Effect voor- en vroegschoolse nog steeds onduidelijk

Onderzoeker Geert Driessen van de Radboud Universiteit Nijmegen zet in een blog op Didactief Online grote vraagtekens bij het onderzoek van hoogleraar Paul Leseman van de Universiteit Utrecht naar het effect van voor- en vroegschoolse educatie (VVE).

NRC berichtte op 7 juni over het onderzoek van Leseman naar de effecten van VVE, in het artikel met de kop Nu blijkt ineens: taalles voor jonge kinderen werkt dus wél. Driessen stelt echter dat Leseman in het interview met de krant veel verder gaat dan zijn onderzoek rechtvaardigt.

Te enthousiast over voor- en vroegschoolse educatie

De Nijmeegse onderzoeker benadrukt dat er op basis van het onderzoek geen eenduidige conclusie zijn te trekken. ‘Leseman gaat in zijn enthousiasme duidelijk veel te ver: over het effect van VVE valt nog steeds niets te zeggen’, aldus Driessen.

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW stuurde op 6 juni een brief naar de Tweede Kamer. In die brief stelt hij dat het zinvol is om in te zetten op voorschoolse educatie voor peuters met een (taal)achterstand. Hij baseerde zich hierbij onder andere op de resultaten het onderzoek van Leseman.

Lees meer…

Voorschoolse educatie heeft positief effect

Het is zinvol om in te zetten op voorschoolse educatie voor peuters met een (taal)achterstand. Dat staat in een brief van staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer.

Dekker baseert zich op verschillende onderzoeken. ‘Wanneer ik deze resultaten samen bekijk, concludeer ik dat het ook in de Nederlandse context zinvol is om in te zetten op ve [voorschoolse educatie, red.] voor kinderen met een risico op (taal)achterstand.’ Doelgroepkinderen ontwikkelen zich sneller in voorzieningen die opvang bieden van hoge kwaliteit, en daardoor vermindert hun achterstand’, zo schrijft de staatssecretaris.

In zijn brief staat ook dat de kwaliteit van de voorschoolse educatie nog niet op orde is. Het taalniveau van de pedagogisch medewerkers moet omhoog en er moeten onder andere scherpere eisen worden gesteld aan de certificering van voorschoolse educatie.

Voorschoolse educatie voor elk kind

De bevindingen van Dekker sluiten aan bij een advies van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). In advies dat onlangs werd gepubliceerd, pleit de OESO voor betere professionals in instellingen voor voor- en vroegschoolse educatie (VVE). Bovendien vindt de OESO dat VVE voor álle kinderen beschikbaar moet zijn.

Dat laatste sluit aan bij wat het kabinet wil. Dat maakte in april bekend dat er in principe voor elk kind voor- en vroegschoolse educatie moet zijn.

Lees meer…

OESO vindt Nederlandse onderwijs hartstikke goed

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) is zeer positief over het Nederlandse onderwijs. Er zijn wel verbeterpunten, maar het onderwijs in ons land is volgens de OESO veel beter dan in andere landen.

De OESO vindt dan ook dat er in het Nederlandse onderwijs geen fundamentele veranderingen nodig zijn. Verbeterpunten hebben betrekking op de voorschoolse educatie en de doorstroming naar hogere niveaus.

OESO wil betere VVE

De kwaliteit van de voorschoolse educatie laat nu te wensen over, vindt de OESO. Die pleit daarom voor betere professionals in VVE-instellingen, die open moeten zijn voor álle kinderen. Dat sluit aan bij wat het kabinet wil. Dat maakte recentelijk bekend dat er in principe voor elk kind voor- en vroegschoolse educatie moet zijn.

De doorstroming naar een hoger niveau is volgens de OESO in Nederland onvoldoende. Dat vergroot volgens de organisatie de kansenongelijkheid in het Nederlandse onderwijs. De Inspectie van het Onderwijs signaleerde dat onlangs ook al.

Salarissen omhoog

De OESO ziet de vergrijzing van het personeelsbestand en de komende pensioengolf als een risico voor het Nederlandse onderwijs. Een optie die wordt genoemd om meer jonge leraren te trekken, is dat de salarissen omhoog zouden kunnen.

Het onderzoek waarop de bevindingen over het Nederlandse onderwijs zijn gebaseerd, is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van OCW.

U kunt het onderzoeksrapport downloaden.

 

SER wil dat kindvoorzieningen verheffen en verbinden

De Sociaal-Economische Raad (SER) beschouwt kindvoorzieningen als een middel tot verheffen en verbinden. Die maatschappelijke doelstellingen dienen volgens de raad te worden verankerd in een toekomstig stelsel.

Het adviesorgaan voor regering en parlement schrijft in het ontwerpadvies Gelijk goed van start dat het loont om te investeren in jonge kinderen met een achterstand. Als op jonge leeftijd ontwikkelingsachterstanden worden aangepakt, kunnen volgens de SER ‘de effecten van vroege ontwikkelingsverschillen ongedaan (…) worden gemaakt’. Het positieve gevolg hiervan is, zo schrijft de raad, dat de leerprestaties gedurende de schoolcarrière beter zullen zijn.

Daarnaast ziet de raad een rol weggelegd voor kindvoorzieningen bij het bevorderen van sociale integratie. ‘Jonge kinderen met verschillende achtergronden kunnen in deze voorzieningen samen leren en samen spelen en als bijkomend voordeel krijgen allochtone en autochtone ouders zo de kans om elkaar te ontmoeten.’

Voor alle kinderen
Kindvoorzieningen kunnen, aldus de SER, tegelijkertijd de functie van ‘verheffen’ en ‘verbinden’ hebben. Gezien de baten en de positieve effecten ziet de raad voorzieningen voor opvang en educatie als een publiek belang. Dit zou moeten worden verankerd in een toekomstig stelsel, onder andere door op termijn alle kinderen van 0 tot 4 jaar, ongeacht achtergrond of afkomst en ongeacht of ouders werken, in de gelegenheid te stellen ‘in voldoende mate aan kindvoorzieningen deel te nemen’.

Het beleid moet volgens de SER met name gericht zijn op het borgen van de kwaliteit, de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van de kindvoorzieningen. De raad pleit voor een inclusief systeem, waarbinnen kinderen met een achterstand extra aandacht krijgen en worden ondersteund. In dit kader gebruikt de SER de termen ‘passende kinderopvang’ en ‘maatwerk’. De raad verbindt die termen met voor- en vroegschoolse educatie.

Schets van de toekomst
Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft vrijdag na de ministerraad laten weten dat het SER-advies een mogelijk beeld schetst van de toekomst. Het gaat volgens hem echt niet lukken om het, zoals de SER adviseert, voor alle kinderen mogelijk te maken om vier dagdelen per week naar de kinderopvang te gaan. Het zou al mooi zijn, vindt hij, als er twee dagdelen opvang per week worden gerealiseerd.

Dekker trekt conclusie Brandpunt in twijfel

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW is verbaasd over de conclusie in een reportage van Brandpunt dat voor- en vroegschoolse educatie (vve) totaal geen nut heeft.

Brandpunt liet hoogleraar Ruben Fukkink van de Universiteit van Amsterdam aan het woord. Hij stelde op basis van een analyse van 21 onderzoeken over 15 jaar tijd dat het effect van vve nul is. ‘Er is nul resultaat voor rekenen, nul resultaat voor taal, nul voor sociaal emotionele ontwikkeling. Het is nul’, aldus Fukkink in Brandpunt.

Verrassend
Dekker noemt in een brief aan de Tweede Kamer die uitspraak ‘verrassend’, omdat er voor de Nederlandse situatie nog geen overtuigend effectonderzoek is gedaan. ‘Het ontbreekt in alle tot op heden uitgevoerde studies naar vve in Nederland aan overtuigende controlegroepen van vergelijkbare kinderen die geen vve hebben gevolgd’, aldus de staatssecretaris.

Hij wijst erop dat er in de Verenigde Staten wel onderzoek is gedaan en dat daaruit blijkt dat vve diverse positieve effecten kan hebben op de ontwikkeling van kinderen. Hoewel de Amerikaanse resultaten niet één op één vertaald kunnen worden naar Nederland, zijn ze volgens Dekker ‘zeker veelbelovend’.

Korte termijn
Hij sluit zijn brief af met de mededeling dat er nu in Nederland twee vve-onderzoeken worden uitgevoerd, waarvan op korte termijn tussentijdse resultaten bekend worden. Het betreft het cohortonderzoek pre-COOL en de evaluatie van de pilot Startgroepen.

Bovendien komt het Centraal Planbureau (CPB) voor de zomer van 2016 met de resultaten van een onderzoek naar het effect van vve op zittenblijven.

Brandpunt over ‘failliet van de voorschool’

Een ruime meerderheid in de Tweede Kamer wil dat staatssecretaris Sander Dekker van OCW tekst en uitleg komt geven over de effectiviteit van voor- en vroegschoolse educatie (VVE). Dat meldt de actualiteitenrubriek Brandpunt op basis van een rondgang langs Kamerleden.

Brandpunt laat hoogleraar Ruben Fukkink van de Universiteit van Amsterdam aan het woord. Hij stelt op basis van een analyse van 21 onderzoeken over 15 jaar tijd dat het effect van VVE nul is. ‘Er is nul resultaat voor rekenen, nul resultaat voor taal, nul voor sociaal emotionele ontwikkeling. Het is nul’, aldus Fukkink in Brandpunt.

Het ministerie van OCW laat in een schriftelijke reactie aan Brandpunt weten te willen investeren in een betere kwaliteit van de voor en vroegschoolse educatie. Staatssecretaris Dekker wijst volgens de actualiteitenrubriek op een onderzoek uit 2009, waaruit wel positieve effecten van de voorschool zouden blijken.

Bekijk de uitzending.

Leerkracht en groepssamenstelling bepalen effect VVE

Het handelen van de beroepskracht en de groepssamenstelling blijken bepalend te zijn voor het effect van voor- en vroegschoolse educatie op de ontwikkeling van deelnemende kinderen. Dat schrijft orthopedagoog Annika de Haan in haar proefschrift ‘Effecten van voor- en vroegschoolse educatie in gemengde groepen’, meldt de Universiteit Utrecht.

Kinderen in groepen waar de beroepskracht relatief veel ontwikkelingsstimulerende activiteiten aanbiedt en begeleidt, laten een snellere ontwikkeling zien dan kinderen in groepen waar de beroepskracht minder van dit soort activiteiten aanbiedt.

Deelnemende kinderen, vooral in de kleutergroepen, ontwikkelen zich ook sneller in gemengde groepen dan in niet-gemengde groepen. Het positieve effect van gemengde groepen lijkt vooral te verlopen via interactie met groepsgenootjes. De belangrijkste aanbeveling om te komen tot een betere kwaliteit van voor- en vroegschoolse educatie is continue professionalisering van beroepskrachten, bijvoorbeeld door middel van coaching.

‘VVE-programma’s taal en rekenen voegen niets toe’

Onderwijsprogramma’s om leerachterstanden bij jonge kinderen te voorkomen, hebben niet het verwachte effect. Dat blijkt uit onderzoek van de Radboud Universiteit in Nijmegen.

De Nijmeegse sociologen Inge Bruggers en Maurice Gesthuizen en onderwijskundige Geert Driessen schrijven in het tijdschrift Mens en maatschappij dat onderwijsprogramma’s voor peuters en kleuters van allochtone afkomst en/of met laagopgeleide ouders niet effectief zijn. Het gaat specifiek om programma’s voor taal en rekenen. Voor het onderzoek baseerden de onderzoekers zich op de Cito-gegevens van 3922 leerlingen in de cohort-studie COOL 5-18.

In de gratis krant Spits benadrukt Bruggers dat dit onderzoek niet uitwijst dat onderwijsprogramma’s voor VVE slecht zijn, maar wel dat er strenger moet worden gekeken naar hun effectiviteit. ‘Daar is nauwelijks iets over bekend. We zien in dit grootschalige onderzoek dat de achterstanden over de tijd niet verdwijnen. Dat hadden we wel gehoopt’, aldus Bruggers.

Sinds het jaar 2000 hebben tienduizenden kinderen van 2,5 tot en met 5 jaar extra onderwijs gehad. Omgerekend is daar jaarlijks zeker 400 miljoen euro mee gemoeid, schatten onderzoekers. VVE is bedoeld om zo veel mogelijk achterstand weg te werken voordat kinderen aan de basisschool beginnen.

In een reactie in Spits laat een woordvoerder van het ministerie van OCW weten dat de VVE-programma’s niet ter discussie staan: ‘Het onderzoek houdt geen rekening met recente verbeteringen.’

‘Eén voorziening voor alle peuters’

Alle kinderen hebben recht op een goede start. Dat is de kern van een oproep van de PO-Raad aan het kabinet om te komen tot één voorziening voor alle peuters. Ook de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) wil dit.

De sectororganisatie in het primair onderwijs vindt dat het huidige kabinetsplan Een betere basis voor peuters ‘niet voortvarend genoeg’ is. Het kabinet wil de kwaliteitseisen voor de peuterspeelzalen en de kinderopvang aan elkaar gelijkstellen. Ook wil het kabinet dat er geïnvesteerd wordt in de pedagogische kwaliteit van deze voorzieningen. Bovendien wil het kabinet voor werkende ouders één financieringssysteem via de kinderopvangtoeslag.

De PO-Raad wil dat er op de lange termijn ‘één integrale voorziening voor opvang, ontwikkeling en onderwijs’ moet komen. Deze voorziening zou voor minimaal vier dagdelen per week toegankelijk moeten zijn voor alle kinderen vanaf 2,5 jaar.

De sectororganisatie pleit ook voor ‘ontwikkelrecht’ voor alle peuters. Er moet volgens de PO-Raad een aanbod op basis van één kwaliteitskader komen onder de gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeenten, kinderopvang, peuterspeelzaalwerk en onderwijs.

Toegankelijkheid peuterspeelzalen in gevaar

VOS/ABB zet vraagtekens bij het plan van minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om de financiering van het peuterspeelzaalwerk onder de Wet Kinderopvang te brengen. Dit zou de toegankelijkheid van voorzieningen voor peuters in gevaar kunnen brengen.

In het regeerakkoord staat dat onderwijs, kinderopvang, peuterspeelzalen en voor- en vroegschoolse educatie (vve) meer op elkaar worden afgestemd. Daarom is afgesproken dat de financiering van het peuterspeelzaalwerk onder de Wet Kinderopvang wordt gebracht. Minister Asscher ligt de plannen toe in een brief die naar de Tweede Kamer is gestuurd.

‘Op zich zijn we niet verbaasd dat de financiering en kwaliteit van de peuterspeelzalen gelijk getrokken worden met de kinderopvang. Voor de kwaliteit vinden we dat een goede ontwikkeling’, zegt beleidsmedewerker Simone Baalhuis van VOS/ABB. ‘De vraag is echter hoe de markt zich gaat ontwikkelen als ook de peuterspeelzaal met commerciële tarieven gaat werken. Hoe toegankelijk is het dan nog voor niet-werkende ouders en andere ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag?’

Baalhuis merkt tevens op dat de gemeenten straks nog maar weinig invloed hebben, terwijl ze wel nog het achterstandenbeleid en de voor- en vroegschoolse educatie moeten vormgeven. ‘We zetten dus onze vraagtekens bij het plan van Asscher. Is dit wel de beste ontwikkeling voor kinderen?’, aldus Baalhuis.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Achterstandsleerling wacht op plek in voorschool

Steeds minder kinderen met een achterstand kunnen als voorbereiding op de basisschool terecht op een voorschool. Dat meldt de NOS.

De MOgroep noemt het onacceptabel dat kinderen met een achterstand op wachtlijsten staan. De brancheorganisatie van onder andere de peuterspeelzalen wil dat er één peutervoorziening komt, die toegankelijk is voor alle kinderen.

Voorzitter Rinda den Besten van de PO-raad wil dat ook: 'Er beginnen nu toch weer meer kinderen met een achterstand aan de basisschool. Die achterstand halen ze moeilijk in. De voorschool moet toegankelijk zijn voor alle kinderen.'

De wachtlijsten bij peuterspeelzalen nemen toe doordat de kinderopvang steeds duurder wordt. Peuterspeelzalen zijn goedkoper, doordat ze vaak nog gesubsidieerd zijn.